Joel Benton

De Amerikaanse dichter, schrijver en publicist Joel Benton werd geboren op 29 mei 1832 in het kleine stadje Amenia, in county New York. Hij volgde tot 1851 een opleiding aan het Amenia Seminarium. Op 19-jarige leeftijd werd hij aangesteld als redacteur van de pas opgerichte “Amenia Times”. Hij heeft ook stukken bijgedragen aan de krant “The Mercure”. Benton was een grote fan van krantenuitgever Horace Greeley; In 1872 keerde hij terug naar de journalistiek om Greeley tijdens zijn presidentiële campagne te ondersteunen. Gedurende zijn hele literaire carrière bleef hij bijdragen naar Greeley’s “New York Tribune” sturen. Achttien jaar van zijn leven werkte Benton als hoofd an een middelbare school. Vervolgens werd hij toezichthouder voor de stad waarin hij woonde. Volgens zijn overlijdensbericht in de Amenia Times was er gedurende de jaren 1850 en 1860 een literatuurbureau in zijn geboortestad, dat mensen zoals Horace Greeley, Margaret Fuller, Emerson, Thoreau en anderen aantrok … en werden er veel van deze notabelen in het huis van Benton ontvangen. In 1883 vertrok Benton naar Minnesota en schreef daar twee jaar voor de kranten in Chicago en St. Paul. Hij verhuisde terug naar Poughkeepsie, New York, in 1885 en bracht zijn resterende jaren door met literaire bezigheden. Hij publiceerde diverse boeken, waaronder “Emerson as a Poet” (1883), “Greeley on Lincoln” (1893), “In the Poe Circle” (1899), “Life of P. T. Barnum” (1902) en “Memories of the Twilight Club” ( (1909).

At Chappaqua

His cherished woods are mute. The stream glides down
The hill as when I knew it years ago;
The dark, pine arbor with its priestly gown
Stands hushed, as if our grief it still would show;
The silver springs are cupless, and the flow
Of friendly feet no more bereaves the grass,
For he is absent who was wont to pass
Along this wooded path. His axe’s blow
No more disturbs the impertinent bole or bough;
Nor moves his pen our heedless nation now,
Which, sworn to justice, stirred the people so.
In some far world his much-loved face must glow
With rapture still. This breeze once fanned his brow.
This is the peaceful Mecca all men know!

 

Dahkota

Sea-like in billowy distance, far away
The half-broke prairies stretch on every hand;
How wide the circuit of their summer day–
What measureless acres of primeval land,
Treeless and birdless, by no eyesight spanned!
Looking along the horizon’s endless line
Man seems a pigmy in these realms of space;
No segment of our planet–so divine–
Turns up such beauty to the moon’s fair face!
Here are soft grasses, flowers of tender hue,
Palimpsests of the old and coming race,
Vistas most wonderful, and vast and new;
And see–above–where giant lightnings play,
From what an arch the sun pours forth the day!

 
Joel Benton (29 mei 1832 – 15 september 1911)
Downtown Amenia (Geen portret beschikbaar)