Annelies Verbeke, Heinz Kahlau

De Vlaamse schrijfster Annelies Verbeke werd geboren op 6 februari 1976 in Dendermonde. Zie ook alle tags voor Annelies Verbeke op dit blog.

Uit: Treinen en Kamers (Deserteren)

“Wie wordt daar opgegraven uit een modderige kuil? Wie was zo gek zich daarin te verschansen uit onbegrijpelijk of op zijn minst overdreven ongenoegen? Van wie is die oorlogstronie, wie behoren die benen in slijkbroek toe? Wie opent daar de plakkerige wimpers om geërgerd met de ogen te kunnen rollen? Wie draait daar liggend een joint en steekt die zuchtend op?
Hemeltjelief!
Het is de auteur!
Eigenlijk was het te verwachten. Het ging al een tijdje niet zo heel, heel goed met haar.
Maar wie zijn die twee gravers? Geen familie, toch niet in strikte zin. Al vertonen hun gezichten een sterke gelijkenis met het eigenaardige hoofd van de auteur, hun lichamen hebben niets met het hare gemeen. De ene is een ronde vrouw met een schort, en de andere een militair uit een ver verleden, of uit een sprookje – hij draagt een hoofddeksel met een struisvogelveer. De veer zit hem in de weg, bij herhaling veegt hij het versiersel uit zijn gezichtsveld.
“Kind toch!” De stem van de vrouw heeft klaarblijkelijk te lang te veel geroepen. “Dat is toch geen doen!”
“Een schande”; zegt de militair, die het woord nogmaals herhaalt. als wilde hij er nog meer afkeuring in leggen. Dat lukt: ”Schande:
“Allez!” De vrouw trapt de losse aarde aan de rand van de put plat met de zool van haar orthopedische sandaal. een nutteloze handeling waarmee ze haar ongeduld wil overbrengen. Daarna hurkt ze weer neer. “Kom eruit, zoetje!”
“Fuck off” zegt de auteur. Zo’n afgezaagde Amerikaanse vloek, dat is dan haar antwoord. Zie je wel! Dit is niet haar tijd. Al wat ze aanraakt. verandert in stront. Ze probeert zich zo ongemerkt mogelijk weer in te graven. wrijft een handvol aarde langzaam over de plek waar haar hart zit, discreet maar daarom niet minder melodramatisch.
“Aanstellerij!” De militair inhaleert diep, ademt bevelend uit. “Schrijven” zeg ik! De plicht roept. Belofte maakt schuld.”

“Ik heb jullie niets beloofd”, protesteert de auteur. “Ik ken jullie niet eens.”
“Ik hen Moeke Verbeke”; zegt de vrouw.
Moeke Verbeke. Verdomme. Die naam heeft de auteur jaren geleden zelf verzonnen, toen de kinderen van haar partner een naam voor haar zochten. Waarna ze in paniek duidelijk moest maken dat Ni een grapje was, en de kinderen er pas mee ophielden nadat ze een dag lang elke zin met “Moeke Verbeke” waren begonnen.
“En dit is Maarschalk Cianfranco Verbeke”, zegt Moeke Verbeke.”

 

Annelies Verbeke (Dendermonde, 6 februari 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Heinz Kahlau werd op 6 februari 1931 geboren in het dorpje Drewitz. Zie ook alle tags voor Heinz Kahlau op dit blog.

 

Fietsen

Liefhebben is als fietsen.
Je ziet er goed bij uit
als het geen moeite kost.
Velen wekken de indruk
alsof het heel gemakkelijk is.
Vanaf een bepaalde leeftijd
kun je het gewoon –
anders grijnzen de anderen
en spotten.

Maar de angst
om op je gezicht te vallen,
er slecht uit te zien en onhandig,
uitgelachen en afgewezen te worden,
je te schamen
en er treurig bij te staan.

Liefhebben is veel moeilijker dan fietsen.
Fietsen kun je alleen,
liefhebben nooit.
Dan ben je altijd tandem.
Maar geleerd moet het toch worden
net als fietsen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Heinz Kahlau (6 februari 1931 – 6 april 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e februari ook mijn blog van 6 februari 2019 en ook mijn blog van 6 februari 2011 deel 2.

Geert Buelens, Heinz Kahlau

De Vlaamse dichter, essayist en columnist Geert Buelens werd geboren in Duffel op 5 februari 1971. Zie ook alle tags voor Geert Buelens op dit blog.

 

Vrij lopend vuur (bij Ornette Coleman & Fela Kuti)
– voor David –

Schoonheid is een raar ding
het is een klipding en een
ringding is het als gegoten
en als een klaploper in galop
is het als een moegetergde zwaan
Kopieerdrift, nieuwigheidsverlangen
de elegantie van een passerstel
de wensvorm genaamd berging – alles weg
Hier opent zich een kraan
een raar ding
schoonheid die zich schuilhoudt
op een straf paar plaatsen
oorgesuis, voelgekramp
ooglidvernauwingsgareel
en nooit eens een normaal woord
een klassiekgevormde zin
een adempauze die aan insijpeling doet

Wat hebben wij te maken met uw leven
wat hebben wij te maken
vol te storten
met ons gemoed
Het is een vorm die komt
als een roep
Het is wat komt
als een groep
serieuze eenzaten
die almaar gaat en gaat
Toewijdingsverbond
Trouwzweerdersmacht
Zeg het me, spreek als een tang
zoek met de kracht
van een lintworm
op elk continent
vrij als de loop die vuurt

 

uur twee

wat rest van deze oplossing
een straal zonder debiet
dat is geen probleem
het is een feit zoals de Negebwoestijn
of Nixon
ook een goeie maar minder persistent
in de geometrie van het moment
verschijnen we als ankers uit de ruimte
geen drift, geen verloop
wat waait is onze voorspraak
het gehengel naar een klatergouden nis
waarin het blinken is tot een van beiden
smelt
ook dat is een oplossing

 

uur drie

waarop je stil blijft
liggen terwijl de golf passeert
zo raak je onder
maar waaronder
niemand ziet er de grap van in
of heeft het voldoende geprobeerd
is dat een verwijt of een belofte
het zijn bij elkaar geveegde brokken
wandelstokken die je begeleiden
naar het ijs en zo terug
naar het strand
de golf die nu passeert is massief
je laat geen indruk na

 

Geert Buelens (Duffel, 5 februari 1971)

 

De Duitse dichter en schrijver Heinz Kahlau werd op 6 februari 1931 geboren in het dorpje Drewitz. Zie ook alle tags voor Heinz Kahlau op dit blog.

 

Dubbele regenboog

Je bestuurde onze razende machine.
Plotseling voor ons een regenboog.
Een regenboog, riep je
een dubbele regenboog!
Ik heb al zo lang geen regenboog gezien
en nu een dubbele!
Zou hij werkelijk rond zijn?
Ik kan me niet omdraaien!
Ik draaide me om en zei:
Ik kan de andere kant zien
maar daar is het gewoon maar een.
Kun je zien
Of hij langs de hele hemel staat?
vroeg je opgewonden.
Langs de hele hemel, werkelijk rond,
dat zou echt mooi zijn!
Nee, dat kan ik ook niet zien
was mijn antwoord –
maar hij is beslist rond.
Beslist!
zei je nog
en toen niets meer.
Waarom zijn we niet gestopt?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Heinz Kahlau (6 februari 1931 – 6 april 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e februari ook mijn blog van 5 februari 2021 en ook mijn blog van 5 februari 2019.

Ben Lerner, Stewart O’Nan

De Amerikaanse dichter, schrijver, essayist en criticus Benjamin S. (Ben) Lerner werd geboren op 4 februari 1979 in Topeka, Kansas.

 

The sky narrates snow…

The sky narrates snow. I narrate my name in the snow.
Snow piled in paragraphs. Darkling snow. Geno-snow
and pheno-snow. I staple snow to the ground.

In medieval angelology, there are nine orders of snow.
A vindication of snow in the form of snow.
A jealous snow. An omni-snow. Snow immolation.

Do you remember that winter it snowed?
There were bodies everywhere. Obese, carrot-nosed.
A snow of translucent hexagonal signifiers. Meta-snow.

Sand replaced with snow. Snowpaper. A window of snow
opened onto the snow. Snow replaced with sand.
 A sandman. Obese, carrot-nosed. Tiny swastikas

of snow. Vallejo’s unpublished snow.
Real snow on the stage. Fake blood on the snow.

 

The sky is a big responsibility…

The sky is a big responsibility. And I am the lone intern. This explains
my drinking. This explains my luminous portage, my baboon heart
that breaks nightly like the news. Who

am I kidding? I am Diego Rodríguez Velázquez. I am a dry
and eviscerated analysis of the Russian Revolution.
I am line seven. And my memory, like a melon,
contains many dark seeds. Already, this poem has achieved

the status of lore amongst you little people of New England. Nevertheless,
I, Dr. Samuel Johnson, experience moments of such profound alienation
that I have surrendered my pistols to the care of my sister,
                                                                   Elisabeth Förster-Nietzsche]

Forgive me. For I have taken things too far. And now your carpet is ruined.
Forgive me. For I am not who you think I am, I am Charlie Chaplin

playing a waiter embarrassed by his occupation. And when the rich woman
                                                                                            I love]  
enters this bistro, I must pretend that I’m only pretending to play a waiter
                                                                                            for her]
                     amusement.

 

What am I…

What am I the antecedent of?
When I shave I feel like a Russian.
When I drink I’m the last Jew in Kansas.
I sit in my hammock and whittle my rebus,
I feel disease spread through me like a theory.
I take a sip from Death’s black daiquiri.

Darling, my favorite natural abstraction is a tree
so every time you see one from the highway
remember the ablative case in which I keep
your tilde. (A scythe of moon divides
the cloud. The story regains its upward sweep.)
O slender spadix projecting from a narrow spathe,

you are thinner than spaghetti but not as thin as vermicelli.
You are the first and last indigenous Nintendo

 

De duisternis verzamelt…

De duisternis verzamelt onze lege flessen, leegt onze asbakken,
Bedoelde je ‘dit kan altijd zo doorgaan’ op een goede manier?
Boven in de geurige spanten wankelen motten rond fijner stuifmeel.
Doe gerust de lichten

aan of uit. Naar de orde van grootte, een glyphe,
draagbaar, smal – Verdomme. Ik ben het kwijt. Maar zijn schaduw. Geworpen
op de lange termijn. Terwijl de duisternis aan ons zit.
Daarvoor vroeg je, of ik de gegevens zou ingaan als een kamer, nou ja,

Ofwel is de zon is begonnen met de verbranding
Van zijn manuscripten of ik ben een sukkel, een sukkel
met mijn elf halfedelstenen ringen. Echte sneeuw
op het podium. Nepbloed in de sneeuw. Zou dit altijd kunnen

doorgaan op een goede manier? Een brein afgezet door tijd of bliksem.
De kip is een beetje droog en/of je hebt mijn leven verpest.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ben Lerner (Topeka, 4 februari 1979)

 

De Amerikaanse schrijver Stewart O’Nan werd geboren op 4 februari 1961 in Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Stewart O’Nan op dit blog.

Uit: Ocean State

“When I was in eighth grade my sister helped kill another girl. She was in love, my mother said, like it was an excuse. She didn’t know what she was doing. I had never been in love then, not really, so I didn’t know what my mother meant, but I do now.
This was in Ashaway, Rhode Island, outside Westerly, down along the shore. That fall we lived in a house by the river, across the road from the mill where my grandmother had met my grandfather. The Line & Twine was closed, posted with rusty NO TRESPASSING signs, but just above the dam someone had snipped a hole in the fence with bolt cutters so you could sneak in the back. We used to roller-skate up and down the aisles between the dusty looms, Angel weaving, teaching me how to do crossovers and go backwards. She could do spins like an iceskater, her hands making shapes in the air. I wanted to do spins and be graceful like her, but I was chubby and a klutz and when I stood beside her in church I was invisible. My mother said I shouldn’t worry, that in time I’d find my special talent. “I was a late bloomer,” she said, as if that was supposed to be comforting. What if I didn’t have a special talent? I wanted to ask. What if a hopeless nerd was all I’d ever be?
My mother’s talent was finding new boyfriends and new places for us to live. She worked as a nurse’s aide at the Elms, an old folks’ home in Westerly where my great-aunt Mildred lived, and didn’t make any money. Fridays she’d come home and change, brushing her hair out, making up her face, using too much perfume. She’d been a cheerleader and could dance. She dieted, or tried to. Facing the narrow mirror on her closet, she complained that nothing fit her anymore. I used to look like you, she told Angel, like a threat, and it was true, in her old pictures they could have been twins. If she’d wanted to, she said, she could have married a doctor, but they were all assholes. Your father was sweet.
We knew our father was sweet. What we didn’t understand was when he’d become an asshole, or why. My grandmother had never liked him because his family was Portuguese. He’d tricked my mother into turning Catholic and then abandoned her. Never trust a Port-a-gees, she said, like it was a joke. I had his dark hair and eyes, so what did that make me?”

 

Stewart O’Nan (Pittsburgh, 4 februari 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e februari ook mijn blog van 4 februari 2019 en eveneens mijn blog van 4 februari 2018 deel 1 en ook deel 2.

Georg Trakl, Ferdinand Schmatz

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

Der Spaziergang

1

Musik summt im Gehölz am Nachmittag.
Im Korn sich ernste Vogelscheuchen drehn.
Holunderbüsche sacht am Weg verwehn;
Ein Haus zerflimmert wunderlich und vag.

In Goldnem schwebt ein Duft von Thymian,
Auf einem Stein steht eine heitere Zahl.
Auf einer Wiese spielen Kinder Ball,
Dann hebt ein Baum vor dir zu kreisen an.

Du träumst: Die Schwester kämmt ihr blondes Haar,
Auch schreibt ein ferner Freund dir einen Brief.
Ein Schober fliegt durchs Grau vergilbt und schief
Und manchmal schwebst du leicht und wunderbar.

2

Die Zeit verrinnt. O süßer Helios!
O Bild im Krötentümpel süß und klar;
Im Sand versinkt ein Eden wunderbar.
Goldammern wiegt ein Busch in seinem Schoß.

Ein Bruder stirbt dir in verwunschnem Land
Und stählern schaun dich seine Augen an.
In Goldnem dort ein Duft von Thymian.
Ein Knabe legt am Weiler einen Brand.

Die Liebenden in Faltern neu erglühn
Und schaukeln heiter hin um Stein und Zahl.
Aufflattern Krähen um ein ekles Mahl
Und deine Stirne tost durchs sanfte Grün.

Im Dornenstrauch verendet weich ein Wild.
Nachgleitet dir ein heller Kindertag,
Der graue Wind, der flatterhaft und vag
Verfallne Düfte durch die Dämmerung spült.

3

Ein altes Wiegenlied macht dich sehr bang.
Am Wegrand fromm ein Weib ihr Kindlein stillt.
Traumwandelnd hörst Du wie ihr Bronnen quillt.
Aus Apfelzweigen fällt ein Weiheklang.

Und Brot und Wein sind süß von harten Mühn.
Nach Früchten tastet silbern deine Hand.
Die tote Rahel geht durchs Ackerland.
Mit friedlicher Geberde winkt das Grün.

Gesegnet auch blüht armer Mägde Schoß,
Die träumend dort am alten Brunnen stehn.
Einsame froh auf stillen Pfaden gehn
Mit Gottes Kreaturen sündelos.

 

Zang van een gevangen merel

Donkere adem in de groene takken.
Blauwe bloemen zweven rond het gezicht
Van de eenzame, zijn gouden tred
Sterft weg onder de olijfboom.
Fladdert de nacht op met dronken vleugels.
Zo stilletjes bloedt ootmoed,
Dauw, die langzaam druipt van de bloeiende doorn.
Van stralende armen de barmhartigheid
Omarmt een brekend hart.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)
Borstbeeld door Hans Pacher bij het Trakl-Haus in Salzburg

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Zie ook alle tags voor Ferdinand Schmatz op dit blog.

 

proloog bij een toneelstuk voor architecten

wat zich hier inzingt:
woord voor woord –
om te tonen: beeld voor beeld –
als stukwerk werkstuk wordend
neemt het zich in het Nu Niets voor –
dan poort te zijn naar ´t huis
van  spreken, teken – wilden, zachten ook,
zoals in iedereen die durft,
in kijkt en benoemt wat in het woord de plek bouwt,
in beelden niet altijd wat het in zijn schild voert toont – als zin
kerft het van binnen meer dan buiten steen en teer –
de huid is niet de grens van wat hier binnen ruimte is, voorbeeld: de leegte, en ze
vult meteen, verenigt fijn en grof, fluist´rend geheim,
vloeide over, maar houdt vol in, ontnuchtert nooit –
want wat het zo noch anders zeggen kan
zal zich dan juist laten zien als plan, maar zonder plan
in ´t stuk, dat zoekt zijn heil
(en lof) vooral in het gebruik.

 

Vertaald door Tonnus Oosterhoff

 

Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook mijn blog van 3 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Candlemas (John Henry Newman), Günter Eich

 

Bij Maria Lichtmis

 

Presentatie van Christus in de tempel door Fra Angelico, 1438 (San Marco klooster in Florence)

 

Candlemas

The Angel-lights of Christmas morn,
Which shot across the sky,
Away they pass at Candlemas,
They sparkle and they die.

Comfort of earth is brief at best,
Although it be divine;
Like funeral lights for Christmas gone,
Old Simeon’s tapers shine.

And then for eight long weeks and more
We wait in twilight grey,
Till the high candle sheds a beam
On Holy Saturday.

We wait along the penance-tide
Of solemn fast and prayer;
While song is hush’d, and lights grow dim
In the sin-laden air.

And while the sword in Mary’s soul
Is driven home, we hide
In our own hearts, and count the wounds
Of passion and of pride.

And still, though Candlemas be spent
And Alleluias o’er,
Mary is music in our need,
And Jesus light in store.

 

John Henry Newman (21 februari 1801 – 11 augustus 1890)
De St. Mary Aldermary Church in Londen, de geboorteplaats van John Henry Newman

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

Inventarisatie

Dit is mijn muts,
dit is mijn jas,
hier is mijn scheerset
in een linnen zak.
Conservenblikje:
mijn bord, mijn beker,
ik heb in het vertinde blik
mijn naam gekrast.
Gekrast hier met deze
kostbare nagel,
die ik voor hebzuchtige
ogen verberg.
In mijn broodzak zitten
een paar wollen sokken
en een paar dingen die
die ik niemand vertel,
zo dient hij als kussen
voor mijn hoofd ’s nachts.
Het karton hier ligt
tussen mij en de
aarde.
De potloodstift
is mij het dierbaarst:
Overdag schrijft hij
verzen voor me
die ik ’s nachts heb bedacht.
Dit is mijn notitieboekje,
dit is mijn tentdoek,
dit is mijn handdoek,
dit is mijn draad.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Eich (1 februari 1907 – 20 december 1972)

 

Zie ook alle tags voor Maria Lichtmis op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Februari (Paul van Ostaijen), Hugo von Hofmannsthal

 

Bij februari

 

Een februaridag door Rowland Hilder, z.j.

 

Februari

Dat is het eerste van de lente in de havenstad: een volle bries van de stroom,
zo vol als het gelaat van een boerejongen die in een mondharmonika blaast
een bries die over de stad vaart en even onvermoeid is als die dorpsmuzikant.
De wind die de eerste maal dit jaar een zelfstandige vreugde heeft gevonden.
Enkel wind te zijn, tomeloos, mateloos, ongebonden.
Wind te zijn, te waaien in de boom,
in al de bomen. Geen enkele vertoont groen
en toch is geen enkele nog winterdood. Tijd van blijde boodschap,
zelfstandige tijd die een eigen leven scheppen gaat:
een eigen geboorte, een eigen leven, oogst en dood.
Wind te zijn: de kerktorens, de oude heksen, te buigen, te dwingen tot kinderspel.

Wind te zijn, even dwaas tegenover de jonkvrouwelijke kathedraal.
En zó’n goddelijk genot met de ernst te zwetsen:
de hoed van een parlementslid vijftig meter ver te dragen
of legendarisch akelig te doen achter schilden en uithangborden.

Een grote dag die de kristelijke liefde bezingt in een nog heidense roes.
Als gister misschien schijnen bomen even dood. Maar de lucht is de millionnaire trilling van leven daarrond.
Geen winteravond meer, doch elk gerucht vergaat in vreugde-echo.
Zo’n dwaas geluk kent een knaap die plots te zwemmen gevat heeft, of fiets te rijden.
Er is nog niets tastbaars veranderd. Dat is juist het grote van het genot.
Gister: alexandrijnen over wintermajesteit. En nu:
de lach van een volksjongen die van een vlondertje het water invalt, het goede, warme water, –
en daarom lacht.
Nergens is er één detailbewijs van de nakende lente. Enkel de algemene adem.
De jongen die blaast in een mondharmonika! De wind van de stroom.
Over de stad, het land in. De kleine dorpen schommelend. Over de bergen!
Broedergroet aan het volk van over de grenzen
De wind van onze haven die al de volkeren verfrist.
De muziek van de wind: de bassen onderlijnen door een Internationale!
Morgen zullen de mannelijke cello’s het lied hervatten.

 

Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)
De Keyserleiin in Antwerpen, de geboortestad van Paul van Ostaijen

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

Glückliches Haus

Auf einem offenen Altane sangen
Greise orgelspielend gegen Himmel,
Indes auf einer Tenne, ihm zu Füßen,
Der Schlanke mit dem bärtigen Enkel focht,
Daß durch den reinen Schaft des Oleanders
Ein Zittern aufwärts lief; allein ein Vogel
Still in der Krone blütevollem Schein
Floh nicht und äugte klugen Blicks herab.
Auf dem behauenen Rand des Brunnens aber
Die junge Frau gab ihrem Kind die Brust.

Allein der Wandrer, dem die Straße sich
Entlang der Tenne ums Gemäuer bog,
Warf hinter sich den einen Blick des Fremden
Und trug in sich – gleich jener Abendwolke
Entschwebend über stillem Fluß und Wald –
Das wundervolle Bild des Friedens fort.

 

Gute Stunde

Hier lieg ich, mich dünkt es der Gipfel der Welt,
Hier hab ich kein Haus, und hier hab ich kein Zelt!

Die Wege der Menschen sind um mich her,
Hinauf zu den Bergen und nieder zum Meer:

Sie tragen die Ware, die ihnen gefällt,
Unwissend, daß jede mein Leben enthält.

Sie bringen in Schwingen aus Binsen und Gras
Die Früchte, von denen ich lange nicht aß:

Die Feige erkenn ich, nun spür ich den Ort,
Doch lebte der lange Vergessene fort!

Und war mir das Leben, das schöne, entwandt,
Es hielt sich im Meer, und es hielt sich im Land!

 

Schneeglöckchen

Schneeglöckchen, ei, bist du schon da?
Ist denn der Frühling schon so nah?
Wer lockte dich hervor ans Licht?
Trau doch dem Sonnenscheine nicht!

Wohl gut er’s eben heute meint,
Wer weiß, ob er dir morgen scheint?
„Ich warte nicht, bis alles grün;
Wenn meine Zeit ist, muss ich blühn.”

 

Dageraad

Nu ligt en trilt aan vale horizon,
Verzonken in zichzelf, de donderbui.
Nu denkt de zieke: ‘Dag! Nu zal ik slapen!’
En doet de hete ogen dicht. Nu strekt
De vaars op stal naar frisse morgenlucht
De brede neus. Nu, in het stille bos,
Richt de landloper, ongewassen, zich
Uit ’t zachte bed van lang verwelkt blad op,
Grijpt met brutaal gebaar zomaar een steen,
Gooit die naar ’n duif die nog slaapdronken vliegt,
En huivert zelf wanneer de steen zo dof
En zwaar op aarde valt. Nu rent het water,
Als wilde het de nacht die wegsloop na,
Het duister in, snel, onverschillig, wild,
Als koude luchtvlaag voort, terwijl daarboven
De Heiland en zijn moeder zachtjes, zachtjes,
Op ’t brugje met elkander spreken; zachtjes,
En toch zijn hun luttele woorden eeuwig
En onverwoestbaar als de sterrenhemel.
Hij draagt zijn kruis en zegt alleen maar: ‘Moeder!’
En kijkt haar aan, en: ‘Ach, mijn lieve zoon!’
Zegt zij. – Nu heeft de hemel met de aarde
Een stom, beklemmend tweegesprek. Dan gaat
Een rilling door het oude, zware lijf:
Zij maakt zich op een nieuwe dag te leven.
Nu klimt het schimmig ochtendlicht. Nu glipt
Er iemand blootsvoets uit een vrouwenbed,
Snelt als een schaduw, klautert als een dief
Zíj́n kamer door het venster binnen, ziet
Zich in de spiegel, is plotseling bang
Voor deze bleke, nachtdoorwaakte vreemde,
Als had hij zelf de brave jongen die
Hij was in deze nacht vermoord, als kwam
Hij nu zijn handen wassen in de kan
Als om het offer dat hij bracht te honen;
Daarom misschien was de hemel zo drukkend
En alles in de lucht zo wonderlijk.
Nu knarst de staldeur. En nu is het dag.

 

Vertaald door Nina Brunt

 

Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn blog van 1 februari 2022 en ook mijn blog van 1 februari 2019 en ook mijn blog van 1 februari 2015 deel 2.

Anton Korteweg, Hasso Krull

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

old time religion

in die dierbare tijden hadden we inderdaad
geen gebrek aan zingende zusjes en brabbelende broers.

zo werden we ondermeer bezocht door Piet Sybrandi
– de nederlandse Pat Boone -,
in staat binnen vijf minuten
een ruwhouten kruis in elkaar te zetten,
dit tijdens een zgn. jeugddienst.

en de drie gebroeders Spaargaren, Zeeuwen,
voerden de kruisvlag in top van hun opvouwbaar orgeltje.
één van hen speelde, twee zongen
– eerste en tweede stem –
dat het langs de wolken ruiste;

verwekten hierdoor in iedere keel een brok
vlak naast het pepermuntje.

God ziet alles.

 

Men verplaatst zich

Men verplaatst zich, maar
nooit even snel, in
tegengestelde richting.

Nooit met eenzelfde zakdoek
mooi symmetrisch wuivend –
even wit, even droog.

Eén blijft er staan,
verwijdert zich.

Bij gebrek aan wie verliet
langzaam kleiner wordend.

 

Hou toch op!

Of het al niet erg genoeg is,
heb je mensen, om de paar jaar
kraaien ze om het hardst: ik ben
aan een nieuwe uitdaging toe.

Alsof, als ze daarop ingingen,
het beste in hen waar we al
zo lang op zaten te wachten
vanzelf naar boven kwam dan.

En alsof, was dat al het geval,
dat voor iemand anders dan voor
henzelf ook maar van het minste
belang zou kunnen zijn.

 

Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Alle mensen zijn zwanger, sprak Diotima

Alle mensen zijn zwanger, sprak Diotima,
hun lijf is zwanger en zwanger is hun geest,
o, wat willen ze uit alle macht graag baren.
Schoonheid is baren. Geboorte is waarlijk schoon.
 
Zo sprak Diotima tegen Socrates. Socrates vertelde
het verhaal verder op het feest van Agatothon. Dat hoorde
de jonge Aristodemos, en hij vertelde het later door
aan Apollodoros, die het zijn vrienden vertelde.
 
De kleine Plato speelde buiten met kevers.
Waar komen al die kevers vandaan, dacht hij,
misschien uit een hele grote kever
hoog in de hemel? Die we niet zien?
 
’s Avonds legde zijn moeder hem in de kamer te slapen.
Bij Agathon begon een homofeest,
en omdat niemand meer kon drinken, gingen ze discussiëren:
laat ons vandaag spreken over de liefde. Spreken over de schoonheid.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn blog van 31 januari 2019 en ook mijn blog van 31 januari 2017 en ook mijn blog van 31 januari 2016 deel 2.

Bernard Dewulf, Maik Lippert

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog. Bernard Dewulf is op 23 december 2021 overleden.

 

Kinderspel

Zij speelden niet, zij trouwden
in de spiegel op de gang.
Ring en zoen en eerste dans,
hen bond een feit van glas.
Zij dachten dat dit alles was.

En trouwden niet, maar spelen
ieder met een ander toen. Zij
zagen zich voor later staan, nu
zien zij zoveel minder meer.
Zij denken juist, net omgekeerd.

 

Alice na wonderland

De kamer geurt naar zeer oud zweet,
Alice is uit wonderland opgestaan.
Het duizelt in haar hoofd van avontuur,
zij krijgt haar sloffen weer niet aan,

kamt een stuk of wat haren plat
en stapt uit haar kleed. Alles schudt.
De spiegel is mist, haar adem is zuur.
Uit haar lichaam ontsnapt de nacht.

Het meisje Alice is terug in de tijd.
Zij kijkt door de sleet op haar ogen
en ziet aan de kant van haar droom
een vrouw, lelijk van werkelijkheid.

 

Zo

Het laatste is aanwezigheid.
Dat stoel en kast stoel en kast
staan te zijn, eindelijk poten.
Dat zij ’s ochtends lippen zet,
ogen lijst, haren – klaar
voor een dag in hun bestaan.
Dat in hun grote verstomming
de bomen, in leegte de tuin, en
dan ineens en hardop de bloemen.
Dat theepot en hemel, mijn hand,
dat alles zo onnodig, zo oneindig
bedreven wil zijn in er zijn.

 

Bernard Dewulf (30 januari 1960 – 23 december 2021

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

zomer betekent voor jou beenhaar
gilletteren
je strekt je dijen uit
ik moet aan kippenvleugels denken
als je de pluisjes wegveegt
bij het open raam
in de condenssporen
hemel lach je
daarbij
haat ik het felle
zonlicht en het bruin
het liefst heb ik jou
zeg ik
maan-bleek
in de halo
van panthenol en antioxidanten

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn blog van 30 januari 2019 en ook mijn blog van 30 januari 2016 deel 2.

Hans Plomp, Maik Lippert

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

 

Bokkesprongetjes

Wat je hebt, kan je verliezen,
wat je niet hebt, kan je winnen.

Een vrouw is wat je in haar ziet
wie dat niet weet, bemint haar niet.

Wat je eet, verandert in jezelf
wat je ziet, verandert in jezelf
wat je zegt, ben je zelf.

An apple a day, keeps the doctor away,
lang leve de ddt.

De weg omhoog is de weg omlaag
(Het hangt er vanaf welke kant je opgaat)

Een + een = drie
het wonder der konseptie.

Steek de draak met haat
en doodt de tijd met liefde,
anders doodt hij jou.

 

Toen Orpheus stierf

Ontwaarde hij
links naast de woning van Pluto
een bron
onder een sierlijke cipres

Drink daar niet,
het is vergetelheid
waarin je wegzinkt,

Ga op zoek
naar het meer van herinneringen
daar is nog een bron
bewaakt door wezens.

Zeg hun
dat de aarde je genoeg is,
dat je terug wilt naar de oersprong.

Zeg hun: ‘Ik ben uitgedroogd
en wil alles weten,
geef me water
uit de bron van de herinnering’.

Ze geven je te drinken
en je zal ontwaken
als een god onder de goden.

 

De grootste tovenaar

De grootste tovenaar
is wie zichzelf betovert,
een wereld schept
van vrienden
waar kinderen graag komen.

De grootste tovenaar
is wie een wereld schept
vol werkelijkheden,
een rijkdom
niet door geld.

De grootste tovenaar
is wie een leven schept
waarin het mooiste
van zichzelf en anderen
tot bloei kan komen.

 

Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

Wending

Ik heb niets na te laten
Behalve beschreven papier,
Bestanden die op een USB-stick passen
Welk voorrecht heb ik
Vanwege leeftijd, eventuele eerdere ziekten,
Boven anderen
Het virus is slechts een symptoom
Op Facebook
Las ik over een zelfhulpgroep
Voor autisme
Eindelijk is normaal
Wie sociale contacten mijdt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn blog van 29 januari 2019 en ook mijn blog van 29 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Ramsey Nasr, Maik Lippert

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

Het dooit onder de korven

(bij het tienjarig jubileum van het literaire tijdschrift Awater)

(naar Martinus Nijhoff)

4. 
Nogmaals, de opdracht is helder als zat.
Men pakke een torenspits, een kwast
en smeren die hap: kind kan de was.
Ieder doet tien liter nectar per dag
en denkt eraan: altijd van u af.

Hebt u de kerk en de zendmast gehad
smeert dan goed door op rotonde, parkeervak
een afslag, de voetbalstip in het gras –
hun vallen op geometrische vormen.
Zorgt dat morgen dit hele dorp plakt.

Ja zo doen wij dat. Wij gaan stap voor stap
ons vaderland met koninginnenpap
volsauzen. Wij hebben lang genoeg gewacht.
Laat dijken geuren, zoet als het graf.
’t Is tijd om hun neer te swaffelen.

Verblindt hun met bloemen, kleurig en strak
liggen Hollandse bollen in slagorde.
Maakt dat hun landen, zwaait! lacht!
Maakt ons onmisbaar van bovenaf.
En zoekt ten allen tijden contact.

Laat het volk zoemen als een moeras
ontsteekt de broeikassen op volle kracht
opdat wij die kutgoden eerste klas
met de stront in hun ogen zullen verrassen.
Dat hun neerstorten – recht op ons af.

5. 
Ze gingen ons het dooien leren. Praten
als normale mensen. Hier op aarde
zou men het licht van ons af schrapen.
Hier leren goden zich te gedragen.

We moesten in plassen nederdalen
mochten geen enkele afstand laten.
Het was de totale thuiskomst. Naakt
vloeiden ze door onze ijzige navels.

Het dooit, alle maanden, alle uren
gaapt het heelal als een glazen oog.
Ivoren korven hangen leeg en verlaten.
Teken noch taal scheiden ons nu.

Broederlijk dalen wij af naar de bron.
En het smeltwater stroomt, lager en lager
tot waar geen enkele moeder of vader
geen vallende sneeuw ons nog halen komt.

 

Wiegelied

(bij de discussie over de verblijfsvergunning van Mauro Manuel)

slaap zacht mijn land
vannacht ga ik niet weg

de hoeken van je dromen
zal ik kraken voor ons twee

mijn tongval modderzacht
haakt zich reeds vast, daar

zal ik wachten, daar alleen
in vaste slaap je opzoeken

onderduiken samen fluisteren
voetballen uren achtereen

en dan gehakt met jus en prei
deze nacht stelen we tijd

zullen wij slapen, thuis
als vroeger zonder schaamte

blijven we jong, blijven
ademen niet weggaan

geen ontwaken
eenzaam land en ik

gaan roerloos varen
bijna onbemand, dus slaap

uit alle macht slaap zoet
in mij, alleen de nacht

biedt plaats genoeg
voor ons vrije zwarte gat

 

Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

CLOSTRIDIUM BOTULINUM

Voor het eerst hoorde ik waarschijnlijk in groep 8
iets over raadselachtige
vissterfte in de zomer
verboden mestafvoer
van varkensmesterijen in naburige plaatsen
ik zag scheuren en vogelsporen
in rottingsslib
rond het uitdrogende oog
van het stuwmeer
in een plas een dode
kroeskarper met ontblote
kieuwen
ik rende over de stangenweg naar huis
met dit beeld voor ogen

van de aanblik van uitgescheurde kieuwen
word ik vandaag nog wakker
hoor je naast me in mijn slaap
jammeren
ook jij droomt nog steeds
van school
van eindeloze examens
ik weet
en stel mijzelf ermee gerust
dat rond onze ogen
jaarringen groeien
zonder botox-injecties

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn blog van 28 januari 2019 en ook mijn blog van 28 januari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.