Pé Hawinkels, Stephan Reich

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

Het uiterlijk van de Rolling Stones (Fragment)
Een lyrisch-episch leerdicht

Nu moet hij altijd wandelen. Nu wordt van hem
Verwacht dat hij het laagland dwars & delicaat
Doorkruist. Vol onbegrip voor zijn martyrium
Wuift het riet, onnut & dor als winterboeketten,
Naar hem als naar een anachronisme;
Vlijmsnel schiet het daglicht als een passerende snoek
Naar het Westen, waar de nerveuze keizer hof houdt,
Marionet & voetveeg van hem, in de abyssus
Van wiens muil plaats zat is voor de zwarte keizer,
Zijn onderhorigen en zijn antipoden, van wie
Men op een plaats als deze steeds de verpauper-
De prins der Pyrenaeën noemt. Aan het hof,
Het enige dat beter eeuwen interesseren kan, neemt de invloed
Van de elfendertig intriganten toe. Neemt toe,
En wie, in ’t hart gegrepen door een humide
Aantrekkingskracht in de manège strelen wil
Wat de nooit bereden paarden in hun neusgaten hebben,
Een edel beven, komt op de koffie:
Die randen snijden, wat het riet niet langer deed,
Zijn ruw & scherp als likzout onder vele rundertongen,
Waarop de myriaden van papillen ieder ogenblik
Tot kraaloogjes kunnen uitbotten.
Mijn pooiertje wordt ziek bij de gedachte, maar,
Onder de bedreven vingers van de enige coiffeur,
Die niet hoeft te ademen of eten maar
Z. bitterder betalen laat dan onverschillig wie
In zijn dienst betaald kan worden,
Verandert dat, en is het ziek met hem,
Is niet hìj meer ziek, maar hij deeltje van
Een ziekte die hèm onberoerd laat, maar
Met listen en met lagen huig doet zwellen,
Okselklieren opzet, de liezen corrumpeert
Van het avonduur, dat, met een mauve spoeling in
Het haar – de avond heeft de haren telkens anders –
De vervolmaking wacht.
Een zwaluw is het dan, die voor
De finishing touch zorgt, met opengesperde kaakjes
De atmosfeer schoonveegt en verdwijnt,
Verdwijnen, weet U wel, maar niet zonder sporen na
Te laten die te velen van de slaap beroven.
Wie heeft er in dit teken ooit ’t geduld,
De deemoed opgebracht om alle soorten bloesem met
Zijn eigen oogwit te vergelijken, om de iris
Te bedekken, en z. zo een indruk te verwerven
Van het toekomstig dodenmasker? Zijn keuze zal
Tenslotte vallen op een snipper van een keukenrol.
Want wij sterven als gloeilampen, die, men weet het,
Onmogelijk onverslijtbaar geproduceerd kunnen worden:
Men moet ook om de toekomst denken. En,
Voor wie dit te kras geformuleerd vindt,
De schildersleerling heeft zoiets nooit gezegd.
Hij zwijgt, staat stralend naar de aanstromende massa’s
Gekeerd in de ingang van Barnum & Bailey
Tot de oneindige, oneindigste macht.

 

Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse dichter en schrijver Stephan Reich werd geboren in 1984 in Kassel. Zie ook alle tags voor Stephan Reich op dit blog.

 

urban legend

’s nachts, zeggen ze, krabbelen spinnen, arachne,
over je tongstyx, god

zit in jou & in het vuil van je lakens, aan een zijden draadje eet
je gemiddeld 8 in de loop van het jaar als

scheermesjes in appels, van mond
tot mond, arachne, laat geschiedenis zich doorgeven

als een ziekte, een legende, voor elk van de poten,
de korte, een mogelijk einde, een fantasie

van constante transformatie de verdubbelde puls in de
maag het tintelen dat niet kan worden verpopt, arachne:

naai je mond dicht.
span er een net voor.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stephan Reich (Kassel, 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e september ook mijn blog van 29 september 2020 en eveneens mijn blog van 29 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Philip Huff, Albert Vigoleis Thelen

De Nederlandse schrijver Philip Huff werd geboren op 28 september 1984 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Philip Huff op dit blog.

Uit: Wat je van bloed weet

“Je wordt wakker in je broertjes bed. Je arm, die uitgestrekt onder zijn rug ligt, slaapt nog. Dit is je eerste indruk van de dag. Dan: je mond is droog en het voelt alsof iemand op je borstkas zit. Daarna: de stilte. Je houdt je adem in. Je luistert aandachtig, anticiperend op mogelijke geluiden, terwijl het stof danst en glinstert. De klokken van de kerk in het midden van het dorp luiden. Verder hoor je niets. Je ademt uit en draait je op je zij. De indrukken worden onderdeel van een reeks. Alexander, met zijn korte, krullende haar, zijn duim in zijn mond, ligt naast je te slapen, eindelijk rustig, zijn knuffellam met glimmende ogen en bruine hoefjes in zijn duimhand. Voorzichtig trek je je arm onder hem vandaan. Je drukt je lippen op zijn wang – nog altijd zacht. Zijn haar ruikt naar boter. Je stapt uit bed, pakt je nieuwe jojo van de vloer – een cadeau van je oom en je mooiste bezit -, loopt naar de deur en luistert nog eens goed, maakt dan het haakje los. Op de gang: scherven van een vaas. Op de Lichtgroene vloerbedekking is het restant van een vochtvlek te zien, de bloemen liggen verspreid op de grond. Je moet zo lang plassen dat je denkt dat het eeuwig zal duren. Het haalt iets van de druk van je borst, maar je mond is nog steeds droog. Je neemt enkele slokken water uit de kraan. Daarna ga je op je tenen staan om door het wc-raampje naar bulten te kijken. Je wist het al: zijn auto staat niet op het pad.
Het bed is leeg. De donsdeken ligt aan één kant opengeslagen, het onderlaken is gerimpeld. Je moet uitkijken met je blote voeten: op de vloer ligt een kapotgeslagen lijst, veel glas. De foto is van het huwelijk. Je vader en moeder lachend op de bumper van een oldtimer. Je vader houdt je zus vast, haar ogen bijna helemaal gesloten door haar wangen die door een glimlach omhoog worden geduwd. Ze is vijfjaar oud op die foto – drie jaar jonger dan jij nu bent, en bijna een jaar ouder dan je broertje. Emil ie zit al op de middelbare school en is tweedejaars a.. Ze heeft je vannacht wakker gemaakt om naar de wc te gaan, zodat je niet in bed plaste. Daarna heeft ze je in Alexanders bed gelegd. Vanochtend vroeg is ze naar de hockey gefietst. Je ziet jezelf weer in de spiegel van de klerenkast. Dunne armen, een ronde buik. Twee knokige knieën. Kleine voeten die nog steeds te dicht bij je hoofd voelen. Je hoofd, dat wel groot is. Je ademt diep in, trekt je schouders recht en stoot je borst vooruit. Dat is al beter. De deur van de klerenkast is niet helemaal dicht. Je trekt hem verder open. Een brede rij jasjes – grijs, donkerblauw, lichtbruin – met daaronder schoenen in dezelfde kleurschikking. Op de planken: polo’s, truien en shirts. Aan de binnenkant van de deur hangen dassen, naast elkaar, op elkaar, over elkaar. Je pakt een zwarte met diagonale grijze en gele strepen. De stof glijdt door je vingers. Je doet de deur dicht, ziet jezelf in de spiegel en hangt de das om je nek. Je kunt hem niet strikken, dus vouw je hem twee keer om jezelf heen. Met de das omloop je de gang in.”

 

Philip Huff (Zwolle, 28 september 1984)

 

De Duitse dichter, schrijver en criticus Albert Vigoleis Thelen werd geboren in Süchteln op 28 september 1903. Zie ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voorAlbert Vigoleis Thelen op dit blog.

 

Vergeet-ze-niet

Huil niet omdat je niet kunt huilen
over de heilige stormen van de wereld:
de openbare overlast in de Hof van Eden,
de goddelijke zondvloed,
Sodom en Gomorha
de ondergang van Atlantis met man en muis,
de ondergang van de Titanic met man en muis,
de ondergang van 2367 talen
inclusief hun sprekers
de uitbarsting van de Krakatau,
de syfilis
van de Boerenoorlog,
mond- en klauwzeer,
cycloon en orkaan,
tyfoon en tornado,
het bioscoopongeval in Harburg,
loden daken, gecapitonneerde cellen, gaskamers,
een gewurgde bruid,
een leven barende pausin,
mijngas,
een goddeloze god
en je huilt nog steeds niet?
Denk dan aan de ui,
allium cepa;
ze lost het raadsel van de tranen voor je op
en evenzeer de traan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Albert Vigoleis Thelen (28 september 1903 – 9 april 1989)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e september ook mijn blog van 28 september 2020 en eveneens mijn blog van 28 september 2018 en ook mijn blog van 28 september 2017 en eveneens mijn blog van 28 september 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Kay Ryan

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27 september 1945 in San Jose, California. Zie ook alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

A Certain Kind of Eden

It seems like you could, but you can’t go back and pull
the roots and runners and replant.
It’s all too deep for that.
You’ve overprized intention,
have mistaken any bent you’re given
for control. You thought you chose
the bean and chose the soil.
You even thought you abandoned
one or two gardens. But those things
keep growing where we put them—
if we put them at all.
A certain kind of Eden holds us thrall.
Even the one vine that tendrils out alone
in time turns on its own impulse,
twisting back down its upward course
a strong and then a stronger rope,
the greenest saddest strongest
kind of hope.

 

THE EGYPTIANS

Novelty had not yet
replaced seasons in
the ancient pantheon
of the Egyptians. With
the available majesty
of the Nile rising
up the legs of the ibis
and flooding the fields
of papyrus, why court
oddity?
There was active
distaste among even
maize slaves and stone
masons for changes
other than the seasons.
Take Death: too sudden;
thus steps taken such as
the preparations of
Tutankhamen. No Egyptian
liked surprises or the
vagaries of hope, knowing
the water one crosses
shapes to the boat.

Oh the brave and confident, the
habitual people of Egypt
who filled Heaven with Earth
by the cubit.

 

Crocodile Tears

The one sincere
crocodile has
gone dry eyed
for years. Why
bother crying
crocodile tears.

 

WOLK

Een blauwe vlek
kruipt over
de diepe massa
van het wintergroen.
Van binnenuit het bos
lijkt het op
een interne
zaak, iets
dat alles te maken heeft
met bomen, een kleur
doorgegeven van de één
aan de ander, een
vereiste
waaraan zij zich
onverschrokken onderwerpen
zoals soldaten of
moedige mensen
die ouder worden.
Dan komt de zon
terug en
is ’t geheel en al voorbij.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e september ook mijn blog van 27 september 2020 en eveneens mijn blog van 27 september 2018 en eveneens mijn blog van 27 september 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Niccolò Ammaniti, Dannie Abse

De Italiaanse schrijver Niccolò Ammaniti werd geboren in Rome op 25 september 1966. Zie ook alle tags voor Niccolò Ammaniti op dit blog.

Uit: Zo God het wil (Vertaald door Etta Maris)

“Wakker worden! Wakker worden, tering nog aan toe!”
Cristiano Zena opende zijn mond en klampte zich aan de matras vast alsof er een gapend gat onder zijn voeten was.
Een hand omklemde zijn keel. “Wakker worden! Je weet toch dat je maar één oog dicht mag hebben als je slaapt? Ze grijpen je altijd in je slaap.”
“Het is niet mijn schuld. De wekker…” mompelde het jongetje, en hij bevrijdde zich uit de wurggreep. Hij tilde zijn hoofd op van het kussen.
Maar het is nacht, dacht hij.
Buiten was het pikdonker, behalve de gele kegel van de straatlantaarn waarin sneeuwvlokken als watten wegzakten.
“Het sneeuwt,” zei zijn vader, die midden in de kamer stond.
Een lichtstreep drong binnen vanuit de gang en tekende de contouren van het kale achterhoofd van Rino Zena, zijn haviksneus, zijn snor en sikje, zijn hals en gespierde schouders. Waar zijn ogen hoorden te zijn, had hij twee zwarte gaten. Zijn bovenlijf was bloot.
Daaronder droeg hij een legerbroek en met verf besmeurde werkschoenen.
Hoe kan het dat hij het niet koud heeft, vroeg Cristiano zich af terwijl hij zijn hand uitstrekte naar de lamp naast het bed.
“Niet aandoen. Daar heb ik last van.”
Cristiano rolde zich op in de warme wirwar van dekens en lakens. Zijn hart bonkte nog steeds. “Waarom heb je me wakker gemaakt?”
Toen zag hij dat zijn vader een pistool in zijn hand had. Wanneer hij dronken was, haalde hij dat vaak tevoorschijn en doolde dan door het huis terwijl hij het pistool op de televisie, de meubels, de lampen richtte.
“Hoe kun jij slapen?” Rino draaide zich om naar zijn zoon.
Hij had een dikke stem, alsof hij een handvol gips had ingeslikt.
Cristiano trok zijn schouders op. “Ik slaap…”
“Heel knap.” Zijn vader haalde een bierblikje uit zijn broekzak, maakte het open, dronk het in één teug leeg en veegde zijn baard af met een arm, drukte het blikje vervolgens in elkaar en gooide het op de grond. “Hoor je hem niet, dat rotbeest?”

 

Niccolò Ammaniti (Rome, 25 september 1966)

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

Röntgenfoto

Sommigen jagen op zeebodems, sommigen suizen naar een ster
en, moeder, sommigen keren geobsedeerd elke steen om
of openen graven om dat sterrenlicht binnen te laten.
Er zijn mannen die alles zouden openen.

Harvey, de bloedsomloop,
en Freud, de omloop van onze dromen,
waren eervol nieuwsgierig en worden geëerd
zoals alle ontdekkingsreizigers. Mannen die mannen zouden openen.

En die anderen, moeder, met ziektes
als grote straten die naar hen vernoemd zijn: Addison,
Parkinson, Hodgkin – artsen die snel
en als eerste bij elke bittere sterfbedscène zouden arriveren.

Ik ben hun treuzelaar-medebroeder, half bang,
onwetend. Als jongen was het zo: je weet hoe
mijn kleine hand nooit een wekker uit elkaar
zou halen of een omgekomen muis zou villen.

En deze grotere hand is net zo. Hij steekt nu
uit een witte mouw om je röntgenfoto, moeder, omhoog
te houden tegen het gloeiende scherm. Mijn ogen kijken
maar willen het niet; Ik wil het nog steeds niet weten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor de schrijvers van de 25e september ook mijn blog van 25 september 2021 en ook mijn blog van 25 september 2019 en ook mijn blog van 25 september 2018 en eveneens mijn blog van 25 september 2016 deel 2.

Joke van Leeuwen, Dannie Abse

De Nederlandse dichteres, schrijfster, illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Service compris

Weer liep een stoet van lijken
door de nacht, wereldwijd uitgezonden
en herhaald en herhaald en
herhaald, waarna een man in schone
kleren wat hij dacht.

We hielden onze hoofden
achterover. Het toestel hing
te hoog. Wit licht weerkaatste
in de glazen op de toog, waarachter
zwarte obers lachten: laatste ronde
maar bleven schenken, onbetaald.

 

Raad eens

Raad eens wie er is. Hij zet zijn schoen
tussen de deur. Die kunt u laten staan
zegt hij aan wie hem vraagt wat hij
komt doen. Dan legt hij er een
stuiver in en zingt
haast zuiver
bijna plechtig
helemaal gratis dit lied:
Een ting drie ting pling pling zeven
waar is heregotje gebleven
hij is niet hier hij is niet daar
hij is niet.

 

Binnen

Die wachtte was te goed in doodverzinnen.
Weghelften weg, begroeide grond verschoven,
meren gezwollen, als bij wie ver, met
tijdelijke namen, in de slaap verrast.

Die wachtte dacht een strand, had zich
in zand verpakt, nat zand dat plakte,
hoofd eruit, een hand om plat te slaan,
dat elke vrouw beschreven in een mal.

Pak dit maar uit. Stel maar die vraag.
Een mal? Maar alles druk met scheppen, innen,
spetten, mobiel bellen, nieuwer weer
voorspellen en daar was het al.

Die komen moest kwam lachend, natte voeten,
tas vol groeten, wakker en verwacht.
Ik ben het. Ben je boven?
Nam die verdampte vast.

 

Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

De oude goden

De goden, zo oud als de nacht, vallen ons niet lastig.
Arme huilende Venus! Haar schaamhaar is grijs,
en haar magische liefdesgordel heeft zijn veer verloren.
Neptunus vraagt zich af waar hij zijn drietand heeft gelaten.
Mars is gaga – illusoire gieren op de vleugel.

Pluto opgegraven, knipoogt. Mijn soort wereld, denkt hij.
Ontvoering en verkrachting, zoals mijn voorpagina handig
brutaal uitbaat- maar hij ziet er niet uit wanneer
andere verontruste goden hun hoofd schudden tut tut,
opschepperig reageren, saai anekdotisch.

Diana is hem gesmeerd, uit angst voor astronauten.
Saturnus, met de Tijd om handen, staart naar niets en
niets staart terug. Sippe Bacchus praat tot vervelens toe
over cirrose en kleine kale Cupido hannest
met pijlen, kan zich niet herinneren aan welke kant het hart is.

Alle oude goden zijn verzwakt,
louter speelgoed voor dichters. Enkelen, duf of dwaas,
dartelen over Parnassische klaver. Zeker, soms
sterft zomerlicht in een kamer – maar alleen
een bebaard profiel in een wolk drijft over.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e september ook mijn blog van 24 september 2020 en eveneens mijn blog van 24 september 2019 en ook mijn blog van 24 september 2017 deel 2.

Jaap Harten, Dannie Abse

De Nederlandse dichter en schrijver Jacobus Cornelis (Jaap) Harten werd geboren in Blaricum op 22 september 1930. Zie ook alle tags voor Jaap Harten op dit blog.

 

Soldaten als een leuke stunt

Toen ik nog een fluit in de bergen
was, zilver en duisternis
bij steenresten achterlatend
en vaak sprekend met het dier Koekoek
of de krolse kooiwachter
groen en geel van nijd –

leefde ik bij brood alleen
of nog minder,
overdag plantte ik een jonge
totempaal voor vrijheid,
was ik grenspost in niemandsland,
kroop ik met het graan uit de aarde.

Natuurlijk kende ik
mijn erfvijand, drong ik binnen
in zijn kamp met populaire
wapenrustingen, helmen van regen
voor de zomerdag en
soldaten groen tot over hun oren.

Zij leerden een zwart liedje
tiktak, met de haan van een geweer,
tik: leven, tak: dood,
voor muzieknoten namen zij kogels
die het zeker ver zouden brengen en nu al
het land deden trillen als een duivenhart.

 

Noemen

Ik noem deze wereld
van plant tot dier
van steen tot olijf
van metaalblauwe golfslag
tot de boot van Odysseus.

En ik zing wel niet
als de sirenen
mijn taal te gekloofd
en hard van kou –
maar ik voer in dit land
van populieren en mest
hetzelfde gevecht
om muziek u te slingeren
in het fijngebouwde oor.

Maar wie in de morse steden
slaat acht op het vers?
Men eet, scheert zich,
tikt op de termometer
en herkauwt resten
nieuws uit het dagblad.
Men hoort zelfs de echo niet
van de harpslag der goden.

Maar de dichters gaan door
een magische cirkel te trekken
om de wereld van alledag
en tellen na de arbeid hun verzen
als een boer zijn veestapel.

Zij brengen tekens aan
op het gezicht van de woedende aarde.

 

Jaap Harten (22 september 1930 – 2 december 2017)

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

FOTO EN GELE TULPEN

Een beetje dichterbij alsjeblieft. En een beetje dichterbij
lopen we naar het raam, naar de gepolijste tafel.
Objecten worden professioneel: mannequins die zichzelf gladstrijken
voor een publiek. Alleen de tulpen
stellen vragen aan de camera met gele bezweringen.

Glimlachen alsjeblieft. En dus glimlachen we. Pose die
er nooit was, tijd die er nooit kon zijn!
En de langhalzige tulpen die kronkelig uit de vaas komen
buigen zich over de gepolijste tafel in trance
door hun eigen opgezwollen en smoezelige reflecties.

Hou dat vast. Onze twee lachende gezichten betrapt
op een tak van stilte overwegen verlegen ledigheid.
Binnenkort zullen de tulpen, als gele zwanen,
hun hoofd in de gepolijste tafel dompelen,
ons verschrikkend, en dus glimlachen we echt.

Dank je. En later, volgend jaar of nog later,
zullen we hem in handen houden, deze meest droevige getuige,
en glimlach alsjeblieft en kom een beetje dichterbij
naar een tijd die er nooit twee keer was, naar een plaats
die nooit genoeg kan worden bedankt, zodat

we nu wel nooit meer zulke tulpen als tulpen zullen zien,
maar eerder als stralende zwanen,
zeilend door een geel interieur van lucht
waar gezichten en fantasieën voor altijd zullen worden gevangen
in die kleine zwarte kist die ons eerbiedig draagt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e september ook mijn blog van 22 september 20919 en ook mijn blog van 22 september 2018 deel 1 en deel 2.

Xavier Roelens, Owen Sheers

De Vlaamse dichter Xavier Roelens werd op 21 september 1976 in Rekkem (Menen) geboren. Zie ook alle tags voor Xavier Roelens op dit blog.

Uit: Stormen olievlekken motetten

iii
wat de zee opwerpt is wat we oprapen voor onze uitzet:
een bloempot, een breezer, een gloeilamp, een tetrabrik
met frambozensmaak, een plastic zak, een fles ketchup,
een ijzersponsje, brandhout in cellofaan, een schroefdop,
een jerrycan, bekers, een vuilniszak om alles te bewaren
en voor ‘s middags wier op een bedje van tamponhoesjes

wat de zee verzwijgt op zolder ingeduffeld tot wandaad
rusten onze slapen tegen elkaar in een afzetgebied
nemen onze lusten een onzichtbare hand te grazen
geen koehandel geen doelgroep zijn wij
wij schitteren in knulligheid leren we van ruis
te houden vandaag zijn wij twee dolfijnen

de sneeuw die we smelten op ons dak
sijpelt aan de voordeur tot ijs

ii

uit de trevifontein stijgt stank van muntstukken;
een in flarden aan elkaar genaaide profeet wenst dat geen vreemde mogendheid
zijn geboorteland binnenvalt deze zomer;
zijn geluiden absorberen permanent metalen zoals lood, koper en aluminium;
het neusje van de zalm dat de vent is, huilt dat het nog goed komt tussen hem en
haar;
hij bevochtigt wat plooibaar aan hem is: oksel, binnenelleboog, binnen elleboog,
halsputje, oogholte, binnenelleboog, oksel, halsputje;
hij vermindert chloor en kalk voor een heerlijke, natuurlijke smaak,
puur en helder gefilterd;
het 5 km lange droomstrand met zijn exotische palmbomen doet
zich als absoluut highlight kennen en biedt optimale omstandigheden voor
ultimatief badplezier;
we zijn allemaal toeristen bij zijn welzijn;
een hand, losgeslagen van haar alledaagse, functionele context, op zoek naar
het vergetene, het afwezige, het anders onzichtbare, het sociaal plooibare;
Onder plaatselijke verdoving wordt de zwelling geopend en de aanwas
verwijderd, waarna pijn en zwelling snel afnemen;
Door de tropische warmte gaan de poriën wijd openstaan;
zij ligt met haar ene been uit de bank na te hijgen van de opgedane indrukken;

 

Xavier Roelens (Rekkem, 21 september 1976)

 

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

 

De zingende mannen

Het zijn de zingende mannen. Elke stad heeft ze,
zingend voor hun avondeten of gewoon voor de lol.

Hoeken en open deuren zijn goede plaatsen om ze aan te treffen,
aan de randen van de dingen, neuriënd, neuriënd.

Of uit volle borst zingend om de maan op te slokken,
de pezen in hun nek maken valleien in hun stoppels

en de liedjes uit het geheugen,
uit een tijd dat ze niet slechts de zingende mannen waren,

maar levens hadden waarin ze, als ze geluk hadden, een beetje muziek
persten, tussen de geliefden, de kinderen, de vrouwen door.

Maar nu zijn het alleen nog de liedjes die overblijven
om ze geketend te houden aan de aarde,

’s werelds grootste groep, die liefdesballaden op de veerboot van Staten Island meeneemt,
slavenliedjes in New Jersey, folk in Moskou, blues in Leeds

en natuurlijk hier, aan de rand van de metro,
opera zingend op de trappen van Balham-station,

de solo’s weergalmend tot aan de controlepoortjes van de Greyhound haltes
en perfect gekleed— een gouden blikje Extra,

de baard over zijn kin gekrabbeld, vuil als nerven in het hout,
terwijl hij daar zit, benen gespreid, en de forenzen welkom heet.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e september ook mijn blog van 21 september 2021 en ook mijn blog van 21 september 2020 en eveneens mijn blog van 21 september 2019 en ook mijn blog van 21 september 2018.

Owen Sheers, Joseph O’Connor

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

 

Last Act

Don’t be surprised it has taken so long
to show you these:
the gaps like missing teeth
in the face of my speech,
the silent mouthing 0,
the stuck record of my tongue
and the countdown through the page
to the zero of the word
failing to catch. Because
isn’t this always the last act?
The drawing back of the curtain
to show the parts we’ve played.
The previous scenes stacked in the wings
and at the centre, under the spotlight,
the actor, bowing as himself
for the first time all night.

 

Marking Time

That mark upon your back is finally fading
in the way our memory will,
of that night our lust wouldn’t wait for bed
so laid us out upon the floor instead
where we worked up that scar —
two tattered flags flying from your spine’s mast,
a brand-burn secret in the small of your back.

I trace them now and feel the disturbance again.
The still waters of your skin broken, the volte engaging
as we make our marks like lovers who carve trees,
the equation of their names equalled by an arrow
that buckles under time but never leaves,
and so though changed, under the bark, the skin,
the loving scar remains.

 

The Singing Men

They are the singing men. Every city has them,
singing for their supper or just for the hell of it.

Corners and doorways are good places to find them,
on the edges of things, humming, humming.

Or full-throated, singing to swallow the moon,
the tendons in their necks making valleys in their stubble

and the songs from memory,
from a time when they weren’t just the singing men

but had lives, in which, if they were lucky, they’d squeeze
a little music in, between the lovers, the kids, the wives.

But now it’s just the songs that are left
to keep them threaded to the earth,

the world’s greatest group, toting love ballads on the Staten Island ferry,
slave songs in New Jersey, folk in Moscow, blues in Leeds

and of course here, on the edge of the underground,
singing opera on the steps of Balham tube,

his solos resounding down to the ticket barriers’ greyhound stalls
and his costume perfect — one gold can of Extra,

beard scribbled over his chin, dirt like grain in the wood,
as he sits there, legs open, welcoming the commuters home.

 

Bomen

Je zegt me dat je een eik hebt geplant
In het midden van het bovenste veld.

Als ik vraag hoe lang het duurt voordat
hij zal zijn uitgegroeid, knik je met je hoofd

en zegt ‘wel even’
en ik besef dat ik dat had kunnen weten.

Je plantte tenslotte bomen voor onze aankomsten,
één voor elk van ons in het noorden, zuiden en westen van het huis,

en nu heb je deze geplant —
een vingerdikke jonge boom, door de wind in een lange boog getrokken,

geladen met de belofte van wat hij zal worden,
afgetekend tegen een rood wordende lucht

die de ondergang of opkomst van een zon zou kunnen zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

De Ierse schrijver Joseph Victor O’Connor werd geboren op 20 september 1963 in Dublin. Zie ook alle tags voor Joseph O’Connor op dit blog.

Uit: De verkoper (Vertaald door Aad van der Mijn)

“Proloog. Glen Bolcain Dalkey Avenue November 1994.

Lieveling, als ik in mijn dagboek die laatste, vreselijke maanden van vorig jaar opsla, lees ik weer dat ik Donal Quinn voor het eerst heb gezien op die ochtend in oktober in zaal 29 van de Four Courts, waar het stonk naar schimmel en oude, stoffige, in leer gebonden boeken. Ik was verbaasd toen hij binnenkwam. Ik had waarschijnlijk verwacht dat iedereen toch minstens stil zou worden en op zou kijken op het moment dat de drie bewakers hem de zaal in brachten en naar de beklaagdenbank leidden; maar zo was het niet, er werd gewoon doorgepraat. De gerechtsbeambten en de advocaten gingen verder met het uitwisselen van paperassen en dikke mappen, de eerstaanwezende advocaat verboog met zijn tanden al grinnikend een paperclip, de agenten in de zaal lachten zachtjes, knikten of liepen drukdoende en gewichtig heen en weer alsof zij door een belangrijk persoon opgemerkt wilden worden. Daar kwam hij, brutaal haast en met een houding alsof de hele zaak van hem was, terwijl de potige mannen in donkere uniformen meer een vorstelijk gevolg dan een stel gevangenbewaarders leken. De eerwaarde Seánie legde zijn vingertoppen op de bovenkant van mijn pols en zei dat ik moest proberen kalm te blijven. Het eerste wat me geloof ik aan hem opviel toen hij de treden van de beklaagdenbank op liep, was dat hij zo klein was. Hij had tengere handen en bevallige voetjes. Hij bewoog snel en schoksgewijs, als een schuw wintervogeltje. Hij droeg een blauwe das met een vaag zwart-wit ruitjesmotie zo’n pak uit een winkelketen dat er in de etalage mooi uitziet,  maar dat bij daglicht goedkoop, kleurloos en slobberig blijkt te zijn, en verder een paar versleten sportschoenen, wat mij onder deze omstandigheden een beetje vreemd voorkwam. Hij had bakkebaarden. Zijn armen waren kort en dik. Hij had iets weerzinwekkend efficiënts over zich. Hij had zo voor een bokser kunnen doorgaan. Zijn haar was veel lichter van kleur dan het op de krantenfoto’s leek: rossig, slecht geknipt in een ouderwets bloempotmodel en al wat dun op de kruin. Het leek of hij het zelf had geknipt. Hij reageerde nauwelijks toen de drie andere beklaagden werden binnengebracht en naast hem in de beklaagdenbank werden gezet. Ik heb hem geen moment naar de juryleden — acht mannen en vier vrouwen — zien kijken. Hij zat er verveeld bij, met afhangende schouders en zijn hoofd een beetje schuin, de lusteloosheid in persoon. Het had bijna een hele week onafgebroken geregend, maar toch was het warm voor oktober. In de rechtszaal hing een benauwde, bedompte lucht, het leek een plek die in feite al niet meer van deze wereld was. De gezette gerechtssecretaris zat achter zijn lessenaar voor de rechter hevig te zweten, en ik kreeg de stellige indruk dat de gerechtsdienaren bij de zijdeur gewoon zaten te slapen. Ik herinner me dat een van de advocaten aan de rechter vroeg of er iets gedaan kon worden aan wat zij de atmosfeer in de rechtszaal noemde en de rechter begreep niet meteen wat zij bedoelde.

 

Joseph O’Connor (Dublin, 20 september 1963)

 

Zie voor de schrijvers van de 20e september ook mijn blog van 20 september 2021 en ook mijn blog van 20 september 2020 en eveneens mijn blog van 20 september 2019 en ook mijn blog van 20 september 2018.

Crauss

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook alle tags voor Crauss op dit blog.

 

bunte socken tragen heisst, schüchtern sein und es zuletzt
auf englisch versuchen: weann. g colourful socks.

bunte socken tragen, heisst: oranges haar haben, gehänselt werden als kind,
aber aus rache eines von der schaukel beissen.

bunte socken tragen, heisst: dosenwerfen statt schieszbude, sticket statt fuszball,
und einen vater, der sich vergebens die stimme aufrauht.

bunte socken tragen, heisst: sportjäckchen lieben als reminiszenz
an Äonen, in denen alles am leib strotzte vor buntheit.

bunte socken tragen, heisst wippend zu gehen (immer weniger),
und einen zug soldaten aus dem takt bringen. angekoffert werden dafür.

bunte socken tragen heisst: in der schlafanzughose auf reisen zu gehen
und einen vater, der im erdboden versinkt.

bunte socken tragen, heisst: lieber füsze statt fieslinge. füszlinge verabscheuen.
heisst: püttsocken tragen. getragen. grau und robust und unendlich haltbar,
weil sie von einem jungen sind, den ich sehr liebte.

bunte socken tragen, heisst: mit jennifer rush an die liebe zu glauben.

bunte socken tragen, heisst: den mut haben sich zu erinnern
an das erste wiesenprickeln unter den füszen, im bauch, in den lenden.

bunte socken tragen, heisst sich viel zu lang für jung genug halten
und letztlich zu scheissen darauf, wie sich poor, putte und ewiger puer wohl reimen.

bunte socken tragen, heisst jäger sein. wie wild. fänger sein. und bauer zugleich.
heisst: bekennen statt erkannt sein. stark.

 

DIE FRAU DIE NEBEN MIR WOHNT

die frau die neben mir wohnt
heisst rouge und hat eine katze.
ich höre sie tanzen wenn ich noch schlafe
die katze verkriecht sich dann unter dem bett.
das weiss ich weil rouge mir erzählt hat davon:
ich habe noch nüsse die kannst du
mir knacken. und manchmal nimmt
die frau die neben mir wohnt
mich mit auf die felder. dann hat sie
die dicken stiefel unter dem rock an und singt
und es schallt und schwebt ihr vibrusto
dass der mais wieder grün wird
und die häschen sich fürchten.
die katze beriecht uns wenn wir
nach haus kommen und putzt uns
die flausen vom bein. abends steht nochmal
die frau die neben mir wohnt
vor meiner tür einen teppich
um ihren leib eine decke ums herz rum
geschlungen: ich kann noch nicht
schlafen und meine katze
hat flausen ums maul und willst du
mich küssen. und manchmal küsse ich sie.

 

DIE FEHLENDEN SZENEN

nie hast du mich mal gefragt
warum ich so spät erst & wen ich
da mitbring & warum denn das bier
schon wieder nicht zieh doch
die gardinen ruhig auf die nachbarn
haben den fernseher wrack — ach
hättest du mal jetzt ist es so weit.

 

stromingen

de laatste radioberichten waren een gejammer
de muziek was een low pass van bericht
en storingen de dag was een aanwakkerende
wind een ruwe zee maar je hebt nu
wat je wenste: een bestaan
uit de eerste hand. boven sneeuwbanken
het land in glijd je geruisloos men zal
erg bezorgd zijn, slechts één zal het weten
je gaat op hem af naar een huisje in het oosten
je draait aan het stuurwiel
en zwaai iets naar links. de lucht
is edelsteen helder en daaronder begint het te dagen
nog denk je een lied, nog denk je je ouders
en stromingen wiegen je zachtjes je glijdt
het land in. één slechts zal weten
wat vanaf de kust niemand vermoedt
één keer nogr zie je tussen het waaien door
een hand die naar je zwaait een man een schuilplaats
glinsterend roepen
voordat het vliegtuig ziakt
voordat de instrumenten vijfhonderd voet
voor de snelheid vierhonderd
de hoogteroeren bevriezen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Crauss (Siegen, 19 september 1971)Crauss.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e september ook mijn blog van 19 september 2021 en ook mijn blog van 19 september 2020 en eveneens mijn blog van 19 september 2018 en ook mijn blog van 19 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Michael Deak, Owen Sheers

De Nederlandse dichter, journalist en docent Michael Deak (pseudoniem van Simon Kapteijn) werd geboren op 18 september 1920 in Alkmaar.  Zie ook alle tags voor Michael Deak op dit blog.

 

Vraag om antwoord

Als je dit leest – in het geheim wellicht,
want liefdes rijkste is zonder rijk gebleven –
moet je maar denken dat dit klein gedicht
alleen voor jou vanavond is geschreven.

En sidderen straks je spiegelborsten even,
op vingertoppen uit hun kleed gelicht,
dan is ’t van zonden, allereerst bedreven,
die je mij schenken zou om dit gedicht.

Ik wil wel weten wat een lied aanricht
in ’t meisjeshart met zijn verborgen leven,
en waar de brand woedt die ik heb gesticht.

Schrijf mij vannacht een brief van geen gewicht,
wat woorden die op de avondwind aandreven:
een billet doux dat ons tot niets verplicht.

 

Odysseus

Odysseus op de rede van een bed
en zonder zeil en zonder z’n gezellen,
met enkel avonturen te vertellen
en door de ziekte Circe zeer besmet.

De nacht is een zwart venster met één ster
en ’t eiland is zo ver en onbevaren
en elke droom bedrog die doortocht ware
en elke dag de dag van maanden her.

Soms spoelen hoge meisjesstemmen aan
die in het voorjaar zijn op drift geraakt –
dan gaat de wind geruisloos over zee.

En helder treedt in een kristallen traan
die van heur haren het hecht vlechtwerk slaakt,
eeuwig en eenzaam als Penelope.

 

Lorelei

…………………voor Li

Lilorelei, brocaten siergewaden
benijden het geheimere batist:
uw heupvaas stemt een streelhand tot verraden,
jaloerser hand tot zijn batisten list,

strelenderwijs, o hand op heterdaden,
die wil onder brocaat zijn uitgewist
om met een vingerlid het rag te raden
waarin de spin over het spel beslist.

Lilorelei, ik zie wat gij niet ziet:
de vijver en de vis erin geschapen
en man en muis en wier en waterkant.

Elkander is een land zonder verschiet
als heup en hand niet meer onenig slapen
zó weelderig en warm en clairvoyant.

 

Michael Deak (18 september 1920 – 5 september 2016)

 

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

 

Kielwater

Hij kijkt me recht in de ogen,
negentig jaar oud,
dubbelgevouwen in zijn favoriete stoel,

en zegt dat hij dit niet wil,
zichzelf te zien sterven, de dokter verder
te zien peilen naar de diepte van zijn gehavende longen.

Hij, die zelf zoveel jaren de borst
van anderen tegen het licht heeft gehouden
om de stormen te voorspellen die zich daar verzamelden,

de rukwinden en depressies
die de twee bleke oceanen vervuilden,
stijgend en dalend in de romp van de ribbenkast.

Hier is dan de oude vloek
van te veel kennis, drijfhout
verzameld langs de kust van een eeuw.

Hij nestelt zich in de stoel
en ik zeg wat ik wil, maar mijn woorden zijn gesproken
tegen een kustwind in lang nadat het schip is weggevaren.

Later brengt hij me naar de deur
en terwijl hij in de opening staat om me uit te zwaaien
weten we allebei dat er al een overlijden is geweest,

een dat kielwater heeft achtergelaten als van een groot schip,
dat de zee kilometers aan weerszijden verstoort,
maar dat het water direct achter zijn achtersteven achterlaat,

vreemd tot bedaren gekomen, gekeerd, vers,
en hoe dan ook nieuw,
als de eerste zee die er ooit was

of er ooit zal zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn blog van 18september 2020 en ook mijn blog van 18 september 2018 en ook mijn blog van 18 september 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en eveneens deel 3.