Ad Zuiderent, Linda Pastan

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

Gedicht in zand

Wie is de gelukkige? Die zonder
pennestreek of ademstoot zich afstaat
aan de luwe eenzaamheid, besloten
tot een eigen oase? Die zijn verhaal
als plakkerige handen afveegt aan
het stof om zich heen, in de woestijn
zichzelf aanboort; iemand die roept?
Of, onder het gehoor van samoem en
sirocco, jij in de duistere wind,
je huid droog, je adem al sneller, en
je vinger klaar om in wat je aanwaait
te schrijven dat je gewassen wilt worden.
Wie is dat? Wie is de gelukkige?

 

Water

Wolken hangen als een koets met zwartbepluimde paarden
boven de bergkam boven het dal van Skjåk
lekt de zon uit een haren vergiet

Groeit het oevergras, waar geen water is?
Stofwolken waarschuwen de tegenligger
voor een bocht in het pad door de pas
dalen zij gevolgd door een vuurkolom snachts

De violist voorop speelt met bonthulzen
om de vingers tegen de kou valt geen vuist
te maken geen muziek verbergt de stomme lippen

Is er een oever, waar geen water is?
Zacht regent gruis uit hun voetstappen
iedereen sluit zich aan de ogen
op een kier om de levensgeesten te luchten

De veerman van Skjåk neemt hen op
de schouders in de bestofte bedding zij blijven staan
tot ook de kluiten zijn neergedaald om hen heen
hangen de pluimen als uitgebluste wolken

 

Vuur

Onder het rookgat brandt al een vuur
voor de midzomernacht buiten de tent
zwerven gedachten van mannen als vlammen
over de stoffige toendra

Waar is de weg naar de plaats waar
het licht zich verdeelt in warmte en
dood door verstikking? Wie in de nacht
passeert kan uit de dwaallichten geen wijs
en rijdt maar noordwaarts

Als dode bomen groeien de rendieren
uit hun kracht zij bieden geen verzet
aan droogte of bedwelming met hun gewei
blijven zij hangen in de rode gloed

Wie in de nacht passeert ruikt meer
dan onraad offermalen aan de zon
as regent op de weg naar de plaats waar
het vuur zich verdeelt in tongen en rook

 

Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

 

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Wachtend op mijn leven

Ik wachtte tot mijn leven zou beginnen,
jarenlang staande bij bushaltes
kijkend naar de verte in een bocht,
denkend dat elke bus de verkeerde bus was;
of verloren in boeken waar ik naartoe zou reizen
zonder bagage van de ene pagina
naar de andere; waar het enige briesje
het geritsel was van het omslaan van pagina’s,
en levens opkwamen en ten onder gingen
in de gewelddadige kleuren van zonnen.

Soms hoestte en hoestte mijn leven:
een stilstaande auto die werd ingehaald,
en ik zou iemand in mijn armen houden,
ook al was het altijd iemand anders die ik wilde.
Of ik stapte in een willekeurige bus, verdrongen
door dijen en ellebogen die wisten
waar ze heen gingen; verzamelde restjes
van gesprek, ze vastleggend als vogelgezang
in mijn notitieboekje, waar ik ooit heen zou gaan
op zoek naar mijn leven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (27 mei 1932 – 30 januari 2023) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2019 en ook mijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.

Linda Pastan

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

ALL WE HAVE TO GO BY

As if I had dreamed the snow
into falling,
I wake to a world
blanked out
in its particulars,
nearly erased.

This is the silence
of absolute whiteness—the mute
birds nowhere
in sight, the car
and animal tracks
filled in,

all boundaries,
as in love,
ambiguous.
Sometimes all we have
to go by
is the weather:

a message
the snow writes
in invisible ink,
what the sky means
by its litmus colors.

Now my breath
on the chilly window
forms a cloud
which may turn
to rain later,
somewhere else.

 

The Answering Machine

I call and hear your voice
on the answering machine
weeks after your death,
a fledgling ghost still longing
for human messages.

Shall I leave one, telling
how the fabric of our lives
has been ripped before
but that this sudden tear will not
be mended soon or easily?

In your emptying house, others
roll up rugs, pack books,
drink coffee at your antique table,
and listen to messages left
on a machine haunted

by the timbre of your voice,
more palpable than photographs
or fingerprints. On this first day
of this first fall without you,
ashamed and resisting

but compelled, I dial again
the number I know by heart,
thankful in a diminished world
for the accidental mercy of machines,
then listen and hang up.

 

THE DOGWOODS

I remember, in the week
of the dogwoods, why sometimes
we give up everything
for beauty, lose our sense
and our senses, as we do now
for these blossoms, sprinkled
like salt through the dark woods.

And like the story of pheasants
with salt on their tails
to tame them,
look how we are made helpless
by a brief explosion
of petals
one week in April.

 

Ik ben met je getrouwd

Ik ben om allemaal verkeerde redenen met je getrouwd,
gecharmeerd door je gevaarlijke familiegeschiedenis,
door de onschuldige spieren, uitpuilend als verborgen
wapens onder je shirt, door je onnozele dassen,
de kleuren van geschilderde stukjes zonsondergang.
Ik was ook gecharmeerd van jouw aannames
over mij: mijn sereniteit – die spiegel die wacht om te
barsten, mijn flitsende acrobatiek met messen in de keuken.
Hoe mis we het allebei hadden over elkaar,
en hoe gelukkig we zijn geweest.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (27 mei 1932 – 30 januari 2023)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook mijn blog van 27 mei 2023 en ook mijn blog van 27 mei 2020 en eveneens mijn blog van 27 mei 2019 en ook mijn blog van 27 mei 2018 deel 2.

Alan Hollinghurst, Maxwell Bodenheim

De Britse schrijver Alan Hollinghurst werd geboren op 26 mei 1954 in Stoud, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Alan Hollinghurst op dit blog.

Uit: Kind van een vreemde (Vertaald door Ton Heuvelmans en Edzard Krol)

“Ze had ruim een uur in de hangmat poëzie liggen lezen. Het was niet eenvoudig: ze dacht de hele tijd aan George, die terug zou komen met Cecil, en ze gleed steeds verder naar beneden, hoewel ze zich er half tegen verzette, totdat ze in een hoopje lag en het boek moeizaam boven haar hoofd moest houden. Het licht werd zwakker, en de woorden begonnen over de bladzijde te dansen. Ze wilde naar Cecil kijken, hem een poosje goed in zich opnemen voordat hij haar zag, aan haar werd voorgesteld en zou vragen wat ze las. Maar hij had waarschijnlijk zijn trein gemist of in ieder geval zijn aansluiting: ze zag hem in gedachten ijsberen over het lange perron van Harrow & Wealdstone en spijt krijgen dat hij was gekomen. Vijf minuten later, toen de ondergaande zon de lucht roze kleurde boven de rotstuin, begon het erop te lijken dat er iets ergers was gebeurd. Plotseling stelde ze zich voor, serieus en tegelijk opgewonden, dat er een telegram werd bezorgd, en hoe het nieuws werd doorverteld, zag ze voor zich hoe ze tamelijk hysterisch huilde, en hoe ze vele jaren later aan iemand de situatie zou beschrijven, nog steeds zonder precies te weten wat het slechte nieuws was geweest. In de zitkamer werden de lampen ontstoken en door het open raam hoorde ze haar moeder praten met mevrouw Kalbeck, die op de thee was gekomen en die de gewoonte had te blijven plakken omdat ze thuis niemand had. De lichtgloed op het pad maakte de tuin plotseling eenzamer. Daphne liet zich uit de hangmat glijden, deed haar schoenen aan en vergat haar boeken. Ze liep naar het huis, maar er was iets aan het tijdstip wat haar weerhield, een glimp van geheimzinnigheid die haar tot dusver was ontgaan: ze werd erdoor aangetrokken, over het gazon, voorbij de rotstuin, waar de vijver, die het silhouet van de bomen weerspiegelde, zo diep was geworden als de witte lucht. Het was het langgerekte, stille moment waarop de hagen en border vaag en schemerig werden, maar alles wat ze aandachtig bekeek —een roos, een begonia, een glanzend laurierblad — leek zichzelf met een onzichtbare, kleurige trilling terug te geven aan de dag. Ze hoorde een zacht, vertrouwd geluid, het bonken van het kapotte hek tegen de paal achter in de tuin; en dan een onbekende, wat nerveuze stem, gevolgd door het lachen van George. Hij was met Cecil blijkbaar langs de andere kant gekomen, door de priorij en de bossen. Daphne rende de smalle, half verborgen trap in de rotstuin op, en van boven af kon ze hen net ontwaren in het struikgewas beneden. Ze hoorde niet echt wat ze zeiden, maar ze reageerde verontrust op de stem van Cecil, die zo snel en beslissend zeggenschap leek te nemen over hun tuin en hun huis en over het hele komende weekend. Het was een ietwat opgewonden stem die het kennelijk niets uitmaakte door wie hij werd gehoord, maar er klonk ook iets spottends en superieurs in door. Ze keek naar het huis achter haar, de donkere massa van dak en schoorstenen die afstaken tegen de lucht, de verlichte ramen onder de lage dakranden, en ze dacht aan maandag en aan het leven dat ze maar al te graag weer zouden oppakken nadat Cecil was vertrokken.”

 

Alan Hollinghurst (Stoud, 26 mei 1954)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Maxwell Bodenheim werd geboren op 26 mei 1892 in Hermanville, Mississippi. Zie ook alle tags voor Maxwell Bodenheim op dit blog.

 

Achterveranda’s van een Flatgebouw

Een hemel die nooit zon, maan of sterren heeft gekend,
Een lucht die lijkt op een dood, vriendelijk gezicht
Zou de kleur van jouw ogen hebben,
O dienstmeisje, dat zingt van perenbomen in de zon
En het gele fruit schilt dat je ooit hebt geplukt
Toen je lavendelwitte ogen nog leefden.
Op de veranda erboven zitten twee vrouwen
Met gezichten in de kleur van droge bruine aarde;
Ze breien grijze rozetten en knabbelen op koekjes.
En op de veranda boven hen staan drie kinderen
Die somber elkaars voorhoofd kussen,
En een grote verpleegster met een enorme rode waaier. . . .
De dood van de middag is voor hen
Niet meer dan het langer worden van blauwzwarte schaduwen op bakstenen muren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maxwell Bodenheim (26 mei 1892 – 6 februari 1954)
Portret door Michael Sweeney, z.j.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e mei ook mijn blog van 26 mei 2020 en eveneens mijn blog van 26 mei 2019 en ook  mijn blog van 26 mei 2018.

Egyd Gstättner, Theodore Roethke

De Oostenrijkse schrijver en essayist Egyd Gstättner werd geboren op 25 mei 1962 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Egyd Gstättner op dit blog.

Uit: Der große Gogo

„Jetzt geht’s los! Das Spiel meines Lebens! Es ist ein Wunder, und die Knie sind weich. Dieser Tag wird mein Leben in zwei Hälften teilen: in die vor und die nach dem Spiel. Wenn man neunundzwanzig Jahre alt und einen Meter und achtundsechzig groß ist und einberufen wird, trotzdem einberufen wird, für sein Land zu spielen, Für sein Land zu kämpfen, sein Land zu repräsentieren, vor den Augen aller, mit dem Bundesadler auf der Brust, obwohl man nicht bei einem der Hauptstadtdubs spielt, bei Rapid, dem regierenden Meister, oder bei der Austria, die im Europacupfinale in Paris gewesen ist, sondern bei einem Club aus der Provinz, mit dem man eben erst aus der Zweiten Liga aufgestiegen ist, dann kommt das einem Wunder gleich. Der Kurt Tschabuschnig hat mir am Telefon erzählt, es hätten viele Leute in der Redaktion angerufen, um zu erfahren, ob ich aufgestellt worden sei. Immerhin war ich erst der dritte Kärntner seit dem Krieg, der von einem Kärntner Verein aus ins Nationalteam einberufen worden ist. Nicht als Legionär, sondern als Kärntner Kärntner! Tschabuschnig verwendete das Wort historisch. Der Krieg war vor meiner Zeit gewesen, ich müsste nachrechnen: Siebenunddreißig Jahre ist der her. Wenn man schließlich nicht nur einberufen, sondern tatsächlich auch aufgestellt worden ist, dann ist das ein Wunder, und es ist vielleicht kein Wunder, dass die Knie trotz der neunundzwanzig Jahre schlottern.
Heute ist der größte Tag meines Lebens: so viel steht fest. Die Schuhe ordentlich geschnürt. abgeklatscht. bei der Kabinentür hinaus gleich noch einmal auf die Toilette. der Polster am Pissoir neben mir, auch kein Wunder, ein paar Augenblicke noch, dann geht es los, ein paar Schritte den Gang ins Freie hinaus, das Klacken der Stollen, ein kühler Abend, November eben, aber das Stadion ist voll und hell erleuchtet, irgendwo auf der Haupttribüne in meinem Rücken Gudrun, wie gut, dass sie da Ist, das hilft mir sehr, das gibt mir Sicherheit. Gut, das. ihre Direktorin ein Einsehen hatte und ihr für morgen freigegeben hat. Gudruns Schüler sitzen jetzt auch alle vor dem Fernseher, genauso wie die Männer aus der Firma. jedenfalls alle, die das zweite Programm empfangen können: das erste Spiel meiner Karriere, das zur Gänze im Fernsehen übertragen wird, live! FS2. FS1 zeigt Das Urteil einen Film mit Sophia Loren und Jean Gabin. Aber die sind keine Konkurrenz. Der vom hohen Weltraumspaziergang der beiden Columbia-Astronauten Joseph Allen und William Lenoir war wegen einer Panne im Raumanzug Allens endgültig abgesagt worden. Der Ausstieg ins All hatte abgesetzt werden müssen, weil Lenoir unter Übelkeit litt. Bundeskanzler Kreisky sah keinen Anlass, die Nationalratswahlen im kommenden Jahr vom 24. April auf den 6. März vorzuverlegen, an dem die Deutschen wählen würden. Die Österreicher hätten politische Entscheidungen immer unabhängig von Deutschland getroffen, sagte Kreisky und ergänzte, diese Art von Anschluss lehne er ab.“

 

Egyd Gstättner (Klagenfurt, 25 mei 1962)

 

De Amerikaanse dichter Theodore Huebner Roethke werd geboren in Saginaw, Michigan op 25 mei 1908. Zie ook alle tags voor Theodore Roethke op dit blog.

 

Het voorteken

Wandelend over dit veld denk ik aan
Dagen van een andere zomer.
O, dat was lang geleden! Ik volgde
Mijn vader pal op de hielen,
Twee passen tegen één;
We kwamen bij een rivier.
Hij dompelde zijn hand in het water:
Het vloeide over en onder
Haren op een smal polsgewricht;
Zijn spiegelbeeld kwam telkens terug, –
Glinsterend in de rimpeling.
Maar toen hij opstond ging dat gezicht
Verloren in een raadsel van water.

 

Vertaald door Ria Loohuizen

 

Theodore Roethke (25 mei 1908 – 1 augustus 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e mei ook mijn blog van 25 mei 2020 en eveneens mijn blog van 25 mei 2019 en ook mijn blog van 25 mei 2017 en ook mijn blog van 25 mei 2015 deel 2.

Michael Chabon, Joseph Brodsky

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook alle tags voor Michael Chabon op dit blog.

Uit:  Manhood for Amateurs  (The Losers’ Club)

“I typed the inaugural newsletter of the Columbia Comic Book Club on my mother’s 1960 Smith Corona, modelling it on the monthly “Stan’s Soapbox” pages through which Stan Lee created and sustained the idea of Marvel Comics fandom in the six-ties and early seventies. I wrote it in breathless homage, rich in exclamation points, to Lee’s prose style, that intoxicating smart-ass amalgam of Oscar Levant, Walter Winchell, Mad magazine, and thirty-year-old U.S. Army slang. Doing the typeset and layout with nothing but the carriage return (how old-fashioned that term sounds!), the tabulation key, and a gallon of Wite-Out, I divided my newsletter into columns and sidebars, filling each one with breezy accounts of the news, proceedings, and ongoing projects of the C.C.B.C. These included an announcement of the first meeting of the club. The meeting would be open to the public, with the price of admission covering enrolment. For a fee of twenty-five dollars, my mother rented me a multipurpose room in the Wilde Lake Village Center, and I placed an advertisement in the local newspaper, the Columbia Flier. On the appointed Saturday, my mother drove me to the Village Center. She helped me set up a long conference table, surrounding it with a dozen and a half folding chairs. There were more tables ready if I needed them, but I didn’t kid myself. One would probably be enough. I had lettered a sign, and we taped it to the door. It read: COLUMBIA COMIC BOOK CLUB. MEMBERSHIP/ADMISSION $1. Then my mother went off to run errands, leaving me alone in the big, bare, linoleum-tiled multipurpose room. Half the room was closed off by an accordion-fold door that might, should the need arise, be collapsed to give way to multitudes. I sat behind a stack of newsletters and an El Producto cash box, ready to preside over the fellowship I had called into being. In its tiny way, this gesture of baseless optimism mirrored the feat of Stan Lee himself. In the early sixties, when “Stan’s Soap-box” began to apostrophize Marvel fandom, there was no such thing as Marvel fandom. Marvel was a failing company, crushed, strangled, and bullied in the marketplace by its giant rival, DC. Creating “The Fantastic Four”—the first “new” Marvel title—with Jack Kirby was a last-ditch effort by Lee, a mad flapping of the arms before the barrel sailed over the falls. But in the pages of the Marvel comic books, Lee behaved from the start as if a vast, passionate readership awaited each issue that he and his key collaborators, Kirby and Steve Ditko, churned out. And in a fairly short period of time, this chutzpah—as in all those accounts of magical chutzpah so beloved by solitary boys like me—was rewarded. By pretending to have a vast network of fans, former fan Stanley Leiber found himself in possession of a vast network of fans. In conjuring, out of typewriter ribbon and folding chairs, the C.C.B.C., I hoped to accomplish a similar alchemy. By pretending to have friends, maybe I could invent some. This is the point, to me, where art and fandom coincide. Every work of art is one half of a secret handshake, a challenge that seeks the password, a heliograph flashed from a tower window, an act of hopeless optimism in the service of bottomless longing.”

 

Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)

 

De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

Voor een tiran

Hij kwam hier vaak: nog niet in rijbroek, nee,
maar in een zware jas; gereserveerd, gebogen.
Daarna heeft hij door vaste klanten van ’t café
te arresteren met cultuur voorgoed gebroken.
Op die manier nam hij als ’t ware wraak
(niet op hen, maar op de Tijd) voor geldgebrek,
vernederingen, slechte koffie, menig kaartgevecht
dat hij, verveeld, verloren had in deze zaak.

De Tijd heeft deze wraak wel moeten slikken.
Nu is het hier weer druk, er klinkt gelach
en platen dreunen. Maar voordat je wilt gaan zitten,
dwingt iets je rond te kijken: Wie heeft dit bedacht?
Plastic en nikkel overal – niet echt zoals het hoort;
pasteitjes smaken naar bromide natron.
Soms zit hij hier, voor sluitingstijd, na het theater,
maar anoniem, dus niemand die hem stoort.

Wanneer hij binnenkomt, staan allen op, als afgericht.
Een paar uit dienstbetoon, de rest van puur geluk.
Met een vermoeid gebaar vanuit het polsgewricht
geeft hij de avond z’n gezelligheid weer terug.
Hij drinkt z’n koffie – beter dan voorheen – en
neemt wat ongemak’lijk plaats. Hij eet een broodje
dat zo geweldig smaakt, dat zelfs de doden
‘o heerlijk’ zouden roepen, waren ze verrezen.

 

Vertaald door Peter Zeeman

 

Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e mei ook mijn blog van 24 mei 2020 en eveneens mijn blog van 24 mei 2018 en ook mijn blog van 24 mei 2015 deel 2.

Jan Baeke, Jane Kenyon

De Nederlands dichter Jan Baeke werd geboren in Roosendaal op 23 mei 1956. Zie ook alle tags voor Jan Baeke op dit blog.

 

Ik heb het raam dichtgedaan

Ik heb het raam dichtgedaan om de zomer niet te horen
maar de zon brandt door de muren
en de vliegen draaien hun motoren klem in de gordijnen.

Een hond en een kind kunnen blij en slapen
tot het gisteren wordt.
Auto’s die nog stilstaan. Adem, zonder te bewegen.
Het glas in mijn hand bevat schommelend water.

Maar de zomer is een luid blaffende hond.
De zomer is een optocht van geluiden
en de vliegen raken niet op.
Het raam heeft geen enkele functie.

 

Vuur en het hart

Het hart is in de bergen.
We hadden niet moeten gaan.

We waren slaperig geworden, ondanks de kou
en zichtbaar
maar wat je ziet is niets vergeleken
met de verstikkende rook van het vuur
dat uit de schuren naar buiten slaat
met de uitlopers van het hart, slingerend door het dal
wegen versperrend, zich vertakkend in alle woorden
die wij met elkaar wisselen.

Dicht bij het vuur
vertakken zich ook onze woorden
dringen binnen in de slaap van de zwaarste
buigen zich over de oudste
kruipen als nachtvlinders over het gras
dwalen door de nacht, met het hart op de lippen
en vallen uitgeput neer in de uitgebrande bankstellen
aan de voet van de berg.

 

Voltige

Het touw brak. De hemel verliet mij
en wierp zich – of was ik het? –
tussen de leeuwen en de duiven
die niet stopten
die doorgingen alles te verwoesten
zoals de trapezewerkers hun zachte vlees.

Boven alles uit
klonk de juiste muziek
Het is die muziek
zeggen de heiligen van de trapeze
die wij opvouwen en meenemen
tussen balen stro geklemd
en verdeeld over diverse wonden.

 

Jan Baeke (Roosendaal, 23 mei 1956)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

De blauwe waterbak

Als primitieven hebben we de kat begraven
met haar waterbak. Met blote handen
schraapten we zand en grind
terug in het gat.
Het viel met een sissend geluid
en een klap op haar zij,
op haar lange rode vacht, de witte veren
tussen haar tenen en haar
lange, om niet te zeggen haar adelaarsneus.

We stonden op en veegden elkaar schoon.
Er zijn smarten die scherper zijn dan deze.

De rest van de dag werkten we in stilte,
aten, staarden en sliepen. Het stormde
de hele nacht; nu klaart het op, en een roodborstje
mummelt vanaf een druipende struik
zoals de buurman die het goed bedoelt
maar altijd het verkeerde zegt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn blog van 23 mei 2020 en eveneens mijn blog van 23 mei 2019.

Erik Spinoy, Jane Kenyon, Neige Sinno

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Schloss Schönbrunn

III. In medias res

Noem dat dan verblinding, die

Blik die niets aan toeval overlaat,
Die struiken leest, de optelsom van
Bomen maakt. Noem het een denkbeeld,
En bedrog – het wordt door namen

Niet geraakt. Het was alsof je
Vleugels kreeg en, op de vleugelslag
Van geest en ogen, wildernissen oversteeg.
Tenslotte zag je nog slechts tuinen,

Slechts bedoeling, en waartoe. De
Vraag naar hoe bleek opgeheven. Want wat
Daar ging, het was de zon – maar waar
Ze ging, bewoog ze slechts voor mij. En ook,

Niet ik was het die verderliep. Gazons, het kiezelpad,
Zij trokken aan mijn oog voorbij.

 

IV. A rebours

Een panorama als een droom – het bracht

Je terug tot wie je altijd was geweest, en
Naar een tijd die, zonder voorbehoud, al zijn
Gedachten, beelden en beweging nog niet in
Zichzelf, maar in de hele wereld vond. Ze waren

Als vanzelf ontstaan, van geen bepaalde
Plaats vandaan en toch, ze waaiden door het
Blikveld zoals door de herfst gebladerte en
Kranten – net zo onafscheidelijk.

Het woord was nog slechts vlees geweest, de zon
Aldus genoemd omdat zij warmte geeft en
Licht, en enkel voor jezelf zijn door
Je vader opgelegde herendienst verricht.

Een roos was een roos was een roos. De taal
Een etymologie.

 

V. Pathétique

De loden jassen van het zwijgen

Dichtgeknoopt. De handdruk van
De takken, het welzijn van de
Steen, de ijslaag op de ogen van
De vijvers niet meer aangeraakt. En

Vooral dit: de blokken van de bouwdoos
Het verlangen opgeborgen. Je werd een
Middelpunt van onbeweeglijkheid. Een
Engel die de mantel van zijn blikken

Over alles had gespreid. En tenslotte zou je
Marmer zijn, en marmer kijken. En wat je
Zag, het zouden louter spiegels blijken
Van een eeuwig beeld -. Van enkel op de

Trappen staan. Van enkel blank en gaaf en
Geen verwering.

 

Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Geluk

Er is gewoon geen verklaring voor geluk,
of de manier waarop het opduikt als een verloren zoon
die terugkeert naar het stof aan je voeten
nadat hij ver weg een fortuin had verkwist.

En hoe kun je niet vergeven?
Je maakt een feest ter ere van wat
verloren was gegaan, en neem het beste kledingstuk
van zijn plaats dat je voor een gelegenheid hebt bewaard
die je je niet kon voorstellen, en je huilt dag en nacht
omdat je weet dat je niet in de steek werd gelaten,
dat geluk zijn meest extreme vorm bewaarde
voor jou alleen.

Nee, geluk is de oom die je nooit hebt
gekend, die een eenmotorig vliegtuig
de met gras begroeide landingsbaan opstuurt,
de stad in lift, en bij elke deur gaat vragen
totdat hij je halverwege de middag slapend aantreft,
zoals je zo vaak doet tijdens de onbarmhartige
uren van je wanhoop.

Het komt naar de monnik in zijn cel.
Het komt naar de vrouw die de straat veegt
met een berkenbezem, naar het kind
wiens moeder bewusteloos is door de drank.
Het komt naar de minnaar, naar de hond die op
een sok kauwt, naar de dealer, naar de mandenmaker,
en naar de bediende die blikjes wortelen opstapelt
in de nacht.
Het komt zelfs tot aan de rots
in de eeuwige schaduw van dennenbomen,
naar de regen die op open zee valt,
naar het wijnglas, moe van het torsen van de wijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

De Franse schrijfster Neige Sinno werd geboren op 22 mei 1977 in Vars in de Hautes-Alpes. Zie ook alle tags voor Neige Sinno op dit blog.

Uit: Triste Tigre

“La mère, je crois, était secrétaire du truc de cheminées, un peu femme au foyer, un peu dans l’ombre du père. Rien de spécial, ni riches ni pauvres, des Parisiens de la petite classe moyenne. Aucun des fils n’a fait d’études, ils sont partis de la maison avant d’avoir passé le bac. L’aîné pour travailler dans le commerce, le deuxième dans l’armée et mon beau-père pour faire son service militaire dans les Alpes. Il ne retourna jamais à Paris. Les parents étaient plutôt sévères, et avaient élevé leurs enfants à l’ancienne, avec justice et discipline. Il était fier de cette éducation un peu à la dure, ainsi que de son passage chez les scouts, comme de tout ce qui avait trait à la formation qu’il avait reçue. Tout avait contribué à faire grandir sa force et son envie de vivre, de connaître, de conquérir.
J’ai du mal à l’imaginer dans la banlieue parisienne. Je l’ai toujours vu dans la montagne, en vêtements de sport, en habits de chantier. Il a pourtant été un jour vêtu comme un petit citadin qui va à l’école religieuse, la chemise repassée, les chaussures cirées, les cheveux plaqués, jusqu’à ses dix-huit ans. Après, il est parti à Briançon où il a découvert l’escalade, la haute montagne, le parapente, une vie plus libre, plus sauvage, sans chemises, sans plus jamais attendre le métro ni se faire la raie sur le côté, sans messe le dimanche, une vie de grand air et de lumière.
En 1983, quand il rencontre ma mère, il a vingt-quatre ans. Ils sont ensemble dans une formation pour accompagnateurs en moyenne montagne. Il est grand, sportif, sympathique. Dans le groupe, il aime bien prendre les situations en main, diriger les opérations quand une urgence se présente, quand on affronte un moment difficile, une paroi dangereuse, si un accident a lieu. Il est charismatique, il a beaucoup d’amis, il plaît aux filles.”

 

Neige Sinno (Vars, 22 mei 1977)

 

Zie voor meer schrijvers van de 22e mei ook mijn blog van 22 mei 2020 en eveneens mijn blog van 22 mei 2018.

International Booker Prize 2024 voor Jenny Erpenbeck

International Booker Prize voor Jenny Erpenbeck

De Duitse schrijfster en filmregisseur Jenny Erpenbeck heeft gisteren de International Booker Prize gekregen voor haar roman “Kairos”. De roman vertelt een destructief liefdesverhaal in de laatste dagen van de DDR. Ook haar vertaler Michael Hofmann ontving de onderscheiding.  Erpenbeck is de eerste Duitse vrouw die de prijs wint en Hofmann is de eerste mannelijke vertaler die de prijs ontvangt. Het prijzengeld van 50.000 pond (zo’n 58.000 euro) wordt gelijkelijk verdeeld tussen Erpenbeck en Hofmann. Zie ook alle tags voor Jenny Erpenbeck op dit blog.

Uit: Kairos

„Kairos, der Gott des glücklichen Augenblicks, habe, so heißt es, vorn über der Stirn eine Locke, einzig an der kann man ihn halten. Ist aber der Gott erst einmal auf seinen gefl ügelten Füßen
vorübergeglitten, präsentiert er einem die kahle Hinterseite des Schädels, blank ist die und nichts daran ist mit Händen zu greifen.
War der Augenblick ein glücklicher, in dem sie damals, als neunzehnjähriges Mädchen, Hans traf? An einem Tag Anfang November setzt sie sich auf den Fußboden und beginnt, Blatt für Blatt, Mappe für Mappe, den Inhalt des ersten, dann des zweiten Kartons durchzusehen. Im Grunde genommen ist es ein Trümmerfeld. Die ältesten Aufzeichnungen sind aus dem Jahr 86, die jüngsten von 92. Briefe findet sie und Durchschläge von Briefen, Notizen, Einkaufszettel, Jahreskalender, Fotos und Negative von Fotos, Postkarten, Collagen, hier und da einen Zeitungsartikel.
Ein Stück Zucker aus dem Café Kranzler zerbröselt ihr in den Händen. Gepresste Blätter fallen zwischen Seiten heraus, Passfotos sind mit Büroklammern an Seiten geheftet, in einer Streichholzschachtel steckt ein Büschel Haare.
Auch sie hat einen Koffer mit Briefen, Durchschlägen von Briefen und Erinnerungsstücken, Flachware das meiste davon, wie das in der Sprache der Archive heißt. Hat ihre Tagebücher und Kalender. Am nächsten Tag steigt sie auf die Bücherleiter und holt den Koffer aus dem obersten Fach, staubig ist der, außen und innen. Vor langer Zeit haben die Papiere, die aus seinen Kartons
und die aus ihrem Koffer, einen Dialog miteinander geführt. Jetzt führen sie einen Dialog mit der Zeit. In so einem Koffer, in so einem Karton, liegen Ende, Anfang und Mitte gleichgültig miteinander im Staub der Jahrzehnte, liegt das, was zum Täuschen geschrieben wurde, und das, was als Wahrheit gedacht war, das Verschwiegene und das Beschriebene, liegt all das, ob es will oder nicht, eng ineinander gefaltet, liegt das sich Widersprechende, liegen der stummgewordene Zorn ebenso wie die stummgewordene Liebe miteinander in einem Umschlag, in ein und derselben Mappe, ist Vergessenes genauso vergilbt und zerknickt wie das, woran man sich noch, dunkel oder auch hell, erinnert. Katharina ¬muss, während ihre Hände beim Durchsehen der alten Mappen auch staubig werden, daran denken, wie ihr Vater bei ihren Kindergeburtstagen immer als Zauberer auftrat. Einen ganzen Stoß Spielkarten hatte er in die Luft geworfen und dann aus den herumfliegenden Karten doch die eine herausgezogen, die sie oder eines der anderen Kinder sich vorher gemerkt hatte.“

 

Jenny Erpenbeck (Berlijn, 12 maart 1967)

Amy Waldman, Robert Creeley

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Amy Waldman werd geboren op 21 mei 1969 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Amy Waldman op dit blog.

Uit: A Door in the Earth

“They left the foothills behind. Taking hairpin turns, they wound along a canyon lined with towering cliffs of schist, and amidst the powerful  sensation of  being constricted by these mountains, Parveen briefly  forgot  her physical torments But then she noticed that the so-called road had dwindled to nothing more than a one-car-wide dirt  lane hewn from the rock face. When she dared to look out the left window, she saw nothing; it was  as if they were aloft. In fact, they were inching above  a crag that fell steeply to a river below. She gripped the armrest, envisioning the car plummeting off the edge and tumbling down to the water. It was a sullen green, the canyon in gloom even though the day was sunny. Only over the opposite cliff face was there a startling strip of blue sky. She was chilled, hungry, and stiff. Knots ridged her back. As the road twisted, she scanned for signs of the village, but the only evidence of habitation she saw was, high on a pinnacle  of rock, a nest.
“How much longer?” she shouted to the driver, Issa.
He didn’t respond, nor, by now, did she expect him to. From the time he’d collected her in Kabul, he’d kept music blaring— mostly Bollywood soundtracks to which he sang along in a surprisingly pleasing falsetto—which made him deaf to Parveen’s queries. His  conversation was saved  for  her cousin Fawad, a college student who was acting as her chaperone and to whom Issa had offered the front seat. Parveen he treated as a package he was tasked to deliver.
He wasn’t what she had expected. Issa was Crane’s right hand in Afghanistan. The memoir described him as  an impish do- gooder who’d abandoned  a career as an antiquities smuggler to help save Afghan mothers. When Crane had sought to build a clinic in the village to which Parveen was now headed, Issa was relentless in his efforts to help, dogged in his negotiations with bureaucrats, bandits, and the Taliban, saying and doing what- ever it took to save more women’s lives, in part because his own mother had died giving birth to him. As a boy, Crane wrote, Issa had slept with her shawl;  as a man,  he still dreamed of her touch. Long before Parveen met him, she’d pitied the motherless boy within,  though this was too personal a topic to broach. It was odd to know more about someone from a book than from what he chose to share, which was almost nothing.
Instead of puckishness, Issa had inert eyes and a dour mouth; his fertile  mustache, black and thick,  was by far the liveliest thing on his face. When they met, he’d grunted a greeting, then scanned her clothing—a red tunic as long and loose  as a dress, a pair of jeans, and a navy-blue head scarf—as if it were a puzzle he couldn’t solve.”

 

Amy Waldman (Los Angeles, 21 mei 1969)

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Ik ken een man

Zeg ik tegen mn
maat, want ik
klets altijd, – John, zeg

ik, da’s niet zn
naam, het is donker
om ons, wat

kunnen we er aan
doen, of anders, kopen we &
waarom niet, een verdomd grote slee,

rij, zegt ie, in
jezusnaam, kijk
uit wat je doet.

 

Vertaald door Arie Altena

 

Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e mei ook mijn blog van 21 mei 2021 en ook mijn blog van 21 mei 2020 en eveneens mijn blog van 21 mei 2019 en ook mijn blog van 21 mei 2018.

Pfingsten (Gustav Falke), Robert Creeley

 

 

Cheese Rolling on Cooper’s Hill, Gloucestershire door Charles March Gere, 1948. Kaasrollen is een traditioneel onderdeel van de vieringen met Pinksteren in Gloucestershire .

 

Pfingsten

Pfingsten, das heißt: das Neuste vom Schneider,
Helle Hosen und weiße Kleider,
Neue Sonnenschirme und neue Hüte
Mit Bändern und Blumen, jeder Güte.

Pfingsten, das heißt: sich drängen und stoßen,
Und quetschen und schieben, die Kleinen und Großen,
Besetzte Bahnen, Tramways und Breaks,
Heißt: Schinken und Spargel und Rührei und Steaks,
Maibowle, Bier, frohe Gesichter
Und ab und zu ein lyrischer Dichter.

Pfingsten heißt auch: Fiedel und Flöte,
Ein Zitat aus Reineke Fuchs von Goethe,
Heißt Tanz und Predigt, heißt Kirche und Schenke.
Was heißt Pfingsten nicht alles, wenn ichs bedenke.

Eins noch vor allem, vom ganzen Feste
Ist das das Schönste, ist das Beste:
Das junge lachende Maienlaub,
Hell wimpelnd über Lärm und Staub,
Des Lebens grüne Standarte. Hurra!
Freue dich, Mensch! Pfingsten ist da!

 

Gustav Falke (11 januari 1853 – 8 februari 1916)
De Dom van Lübeck, de geboorteplaats van  Gustav Falke

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Gewoon vrienden

Uit de eindeloos deinende tafel,
zeeschelpen, en stevig,
zag ik een gezicht verschijnen
dat me lieverd noemde.

Bemind te zijn is de halve winst,
dacht ik.
Te zijn
moet beter zijn dan niet.

Maar wat zeg je als je oud bent?
Zeg maar niks,
zei ze.
Dat was donderdag.

Vrijdagavond ging ik weg
en ben niet meer terug geweest.
Alles is water
als je lang genoeg kijkt.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)
In 196

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e mei ook mijn blog van 20 mei 2023 en ook mijn blog van 20 mei 2020 en eveneens mijn blog van 20 mei 2019.