The Visitation (Malcolm Guite), Paolo Giordano, Jens Fink-Jensen

 

Bij de vierde zondag van de Advent

 

De Visitatie door Frans Francken II, 1618

 

The Visitation

Here is a meeting made of hidden joys
Of lightenings cloistered in a narrow place
From quiet hearts the sudden flame of praise
And in the womb the quickening kick of grace.
Two women on the very edge of things
Unnoticed and unknown to men of power
But in their flesh the hidden Spirit sings
And in their lives the buds of blessing flower.
And Mary stands with all we call ‘too young’,
Elizabeth with all called ‘past their prime’
They sing today for all the great unsung
Women who turned eternity to time
Favoured of heaven, outcast on the earth
Prophets who bring the best in us to birth.

 

Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)
Molete Baptist Church, Ibadan, Nigeria

 

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: In tijden van besmetting (Vertaald door Pietha de Voogd)

“De corona-epidemie maakt een goede kans om de belangrijkste gezondheidsdreiging van onze tijd te
worden. Niet de eerste, niet de laatste, en misschien niet eens de huiveringwekkendste. Waarschijnlijk heeft ze tegen de tijd dat ze is uitgewoed niet meer slachtoffers gemaakt dan andere epidemieën, maar drie maanden na de uitbraak heeft ze al een record gebroken: sars-CoV-2 is het eerste nieuwe virus dat zich zo snel over de wereld heeft verspreid. Andere virussen die er sterk op lijken, zoals zijn voorganger sars-CoV, zijn in korte tijd tot staan gebracht. Weer andere, zoals hiv, hebben jarenlang in het geniep op ons liggen loeren. Maar sars-CoV-2 is driester. Zijn
brutaliteit maakt ons iets duidelijk dat we al wisten maar nog niet zo goed konden inschatten: op hoeveel niveaus we, overal, met elkaar verbonden zijn, en de complexiteit van de wereld waarin we leven, zijn sociale, politieke, economische, maar ook interpersoonlijke en psychische samenhang.
Ik schrijf dit op een uitzonderlijke 29ste februari, een zaterdag in dit schrikkeljaar. Het aantal bevestigde besmettingen in de wereld heeft de vijfentachtigduizend overschreden, waarvan tachtigduizend alleen al in China, en het aantal doden nadert de drieduizend. Deze merkwaardige boekhouding klinkt nu al drie maanden als ondertoon mee in mijn leven.
Ook op dit moment heb ik de interactieve kaart van de Johns Hopkins University weer voor me. De verspreidingsgebieden worden aangegeven met een rode cirkel die scherp afsteekt tegen de grijze ondergrond: alarmerende kleuren die wel wat terughoudender hadden mogen worden uitgekozen. Maar goed, virussen zijn natuurlijk rood, en noodsituaties ook. China en Zuidoost-Azië zijn onder één grote vlek verdwenen, maar de hele wereld zit onder de rode vlekken, en die rash wordt gegarandeerd steeds ernstiger.
Italië heeft zich, tot verrassing van velen, ontpopt als kampioen in de wedstrijd om welk land het griezeligst is. Maar dat is puur toeval. In een paar dagen tijd kunnen andere landen er zomaar slechter aan toe zijn dan wij.”

 

Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

Boven het stervende land

Onder:
Verscheurde berglandschappen
Met strepen sneeuw

Tussen twee lagen plexiglas:
Een vlieg opgegroeid en gestrand
In eindeloze ketens van afscheid
En aankomsten waar ik zelf
De zwakste en brekende schakel ben

Boven:
Vorstheldere zon en wazige dromen
Verwachting zekerheid

Vanbinnen:
Verlangen. Bijna voordat
Het afscheid in mij is neergedaald.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2018 en eveneens mijn blog van 19 december 2015 deel 2.

Johannes in der Wüste (Friedrich Treitschke), Susanna Tamaro, Helen Dunmore

 

Bij de 3e zondag van de Advent

 

Johannes de Doper in de wildernis door Guernico, 1652

 

Johannes in der Wüste

Und muss es sein: für Gott und Wahrheit sterben!
Ich bin bereit! bin fest und froh entschlossen.
Ein Dämmerschein, auf Erden ausgegossen.
Sollt’ ich der nahen Sonne Seher werben.«

»Vereinigt sind viel tausend Himmelserben.
Das Wasser, so der hohlen Hand entflossen,
Befruchtete des Lebensbaumes Sprossen;
Nun scheu’ ich nicht den Henkertod, den herben.”

Der Täufer betet in der Wüstenei,
Die Zukunft legt er in des Höchsten Hände,
Und fürchtet nicht und suchet nicht sein Ende.

Und wie er betet, wird die Seele frei.
Sie fühlt zum Quell des Lichtes sich erhoben;
Ein Quell des Lichtes strömt herab von oben.

 

Friedrich Treitschke, (29 augustus 1776 – 4 juni 1842)
Kerstmarkt in Leipzig, de geboorteplaats van Friedrich Treitschke

 

De Italiaanse schrijfster Susanna Tamaro werd geboren in Triëst op 12 december 1957. Zie ook alle tags voor Susanna Tamaro op dit blog.

Uit: Der Tannenbaum

„Als dann die Tage allmählich länger wurden, verwandelte sich der prasselnde Regen in milde Niederschläge, und morgens bedeckte Tau die Wiesen und Blumen mit einem Mantel aus leuchtenden Tropfen.
Der Sonnenuntergang fand schier kein Ende. Mit seinem rosigen Licht streichelte er alle Dinge, als wollte er die Herrlichkeit der Welt bezeugen.
Zuletzt kam der Sommer mit seiner zufriedenen Ruhe, und im Unterholz reiften die Heidelbeeren.
Die Vögel hatten ihre Nester verlassen, um dem Abenteuer des Lebens entgegenzufliegen, und auch die Jungen in der Erde machten sich auf ihren wackeligen Pfötchen auf.
Die Zeit der Stille und des Ausruhens war gekommen.
Dann, eines Morgens, lag auf den höchsten Gipfel Schnee. Er bedeckte die Felsen, die Schluchten und die dunklen, niedrigen Latschenkiefern.
Die Luft roch nun anders, die Schwalben des nahen Bauernhofs begannen sich im Flug zu sammeln, um in wärmere Länder zu ziehen, und auf dem weichen, mit Nadeln übersäten Waldboden wuchsen bald Pilze in allen Formen und Farben.
Als der König der Hirsche auf die Lichtung herunterkam, um die Thronanwärter herauszufordern, waren die Lärchen schon flammend gelb, und mitten auf der Lichtung war eine winzige Tanne gewachsen.
Sie war noch so klein und biegsam, dass sie sich kaum vom Gras unterschied.
Nur deshalb gelang es ihr, die furiosen Turniere der Hirsche zu überleben.
Das erste Schauspiel ihres sehr langen Lebens.
—————

Jeder weiß, dass das Leben der Bäume nicht besonders aufregend sein kann. Naturgemäß sind sie gezwungen, immer am selben Ort zu bleiben, sie können nicht entscheiden, eine Reise zu machen, neue Länder zu erforschen oder sich auf die Suche nach einer verwandten Seele zu begeben.
Wo der Himmel sie wachsen lässt, müssen sie für immer bleiben. Um Liebe zu finden und Nachwuchs zu zeugen, müssen sie auf den Wind vertrauen, auf die Insekten oder die Gefräßigkeit der Vögel. Um zu wachsen und weiterzuleben, müssen sie auf das Wasser warten, das ihnen der Himmel schickt.
Nur im Tod unterscheiden sich ihre Leben. Manche werden von winzigen Käfern von innen heraus zerfressen und sinken in sich zusammen wie ein nasser Lappen, andere werden von Schimmel, Pilzen oder Parasiten befallen, die ihre Wurzeln zerstören. Manche sterben in einem Waldbrand, andere fallen unter dem Kreischen der Säge.
Nur die langlebigsten, großen und einsamen Bäume genießen das Privileg, von einem Blitz getroffen zu werden.“

 

Susanna Tamaro (Triëst, 12 december 1957)

 

De Britse dichteres en schrijfster Helen Dunmore werd geboren op 12 december 1952 in Beverley, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Helen Dunmore op dit blog.

 

Litanie

Voor de tijd die nodig is voordat een blauwe plek vervaagt
voor het zware gewicht bij het uit bed komen,
voor het grijze haar, voor de vermoeide korrel van de huid,
voor de spider naevus en de drinkersneus
voor de woordenschat van palliatie en Macmillan
voor vrienden die de beste begrafenislezingen kennen,

voor de alledaagsheid van pijn, voor geduldig wachten
voordat je de apotheker kunt vragen naar je medicatie
voor elastische zwachtels en ulcusverbanden,
voor het weten wat te zeggen
als je vriendin zegt hoeveel ze hem nog steeds mist,
voor het nodig hebben van een jas, ook al is het warm,

voor de tijd die een wond nodig heeft om te genezen,
voor het vreemde medelijden dat je voelt
voor de afwijzing op de wezenloos stellige gezichten
van de jongeren die alles bezitten en weten,
voor het naakte vlees van de volgende generatie,
voor het woord ‘generatie’, dat vroeger niets betekende.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Helen Dunmore (12 december 1952 – 5 juni 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e december ook mijn blog van 12 december 2020 en eveneens mijn blog van 12 december 2018 en ook mijn blog van 12 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Advent (Inge Lievaart), Rainer Maria Rilke

 

Bij de Tweede Advent

 

De Annunciatie door Nicolas Poussin, 1657

 

Advent


Ik wou mijn hart versieren
dat het Hem waardig werd:
met glinsterende deugden
vond Hij de deur versperd.

Toen wou ik het ontruimen
dat Hij het leeg aantrof:
vergeefs, de bezem van ’t berouw
verdichtte slechts het stof.

Ten einde raad besloten
om dan maar niets te doen:
zag ik mijn deur-van-wacht-maar-af
voorbijgaan als toen.

Geen deugdelijk berouwen,
noch deugdelijke daad
of deugdelijk onthouden
gaf recht op zijn gelaat.

Maar toen ik moest erkennen:
‘Ik heb voor U slechts schuld,
geen plaats, geen eer, geen liefde’:
heeft Hij mijn hart vervuld.

 

Inge Lievaart (14 april 1917 – 15 oktober 2012)
De Maartenskerk in Oosterend (Texel), de geboorteplaats van Inge Lievaert

 

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke werd als René Karel Wilhelm Johann Josef Maria Rilke op 4 december 1875 in Praag geboren. Zie ook alle tags voor Rainer Maria Rilke op dit blog.

 

De Boodschap aan Maria

Niet dat een engel binnentrad (daarom)
ontstelde haar. Zo min als andren om
een zonnestraal of maneschijn bij nacht
die in hun kamer stoornis heeft gebracht,
opvliegen -, werd zij wegens de figuur
waarin deze engel ging, gram te moede;
het ontging haar haast, hoe de weg naar hier
hard voor englen is. (O als wij bevroedden
hoe rein ze was. Werd een hinde op ’t zicht
van haar gelaat, die eens in ’t bos haar boeide,
niet zo diep geraakt, dat op de stond hier,
en zonder paar, uit haar de eenhoorn groeide,
het dier uit licht, het reine dier -.)
Niet dat hij binnentrad, maar dat hij dicht,
als van een jongeling het aangezicht,
zo bij haar bracht; dat zijn blik en degeen
waarmee zij keek, zo in elkander sloegen
als was daarbuiten alles eensklaps heen
en, wat miljoenen zagen, wilden, droegen,
in haar bijeengegaard: die twee alleen;
zien en ’t geziene, oog en oogverblijden
nergens anders dan op deze plaats -: zie,
dat veroorzaakt schrik. En zij schrokken beiden.

Dan zong de engel haar zijn melodie.

 

Vertaald door Jozef van Acker

 

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Italiaanse uitgave van Rilkes gedichten

 

Zie voor de schrijvers van de 5e december ook mijn blog van 5 december 2018.

Advent (Inge Boulonois), Erwin Mortier

 

Bij de Eerste Advent

 

Kerstmarkt in Wenen door Helen Bellart, 2013

 

Advent

Natuur maakt zich weer op, verft bruin
wat naar omlaag moet tussen bomen
die hun jas van hout weer dichtknopen
en traag naar binnen keren. Vallend blad

dat aan de tongen van de wind kleeft,
rochelt over het terras, rolt perken in,
het draaihek van de weken door
waarna het tot zichzelf verzacht.

Maar dennen, sparren houden hun groen
hoog alsof het vastgenageld is,
de bessen van de hulst zijn onderweg
naar koningsrood terwijl de Schoonvrucht
paarse trosjes aan zijn takken gordt.

De wind keert naar het oosten.
De stilte wacht en wacht
op wie verdween om weer te komen

 

Inge Boulonois (Alkmaar, 23 september 1945)
Alkmaar in de Adventstijd

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: De onbevlekte

“Vannacht heb ik gedroomd dat hij weer thuis was.
Ik stond in de achterkeuken aan het fornuis. Op de pot met aardappelen danste het deksel. De kat loerde naar het spek op het aanrecht. Rond mijn kuiten jengelden mijn dochters, nijdig van de honger.
Ik hoorde hem bij de achterdeur de aarde uit de zolen van zijn schoeisel trappen, het gestamp van een kalf dat de kracht in zijn poten beproeft.
Hoelang al had ik dat niet meer gehoord? Zijn tomeloosheid, zijn jeugd, die ik nimmer heb getemperd, die ik zelfs heb aangevuurd.
Het kan niet, dacht ik, maar hij stond al in de lage nauwe hal tussen de achterkeuken en de rest van het huis, met zijn struise lijf tussen de muren en de zoldering geprangd.
‘Andrea,’ zei hij toen hij me zag. ‘Mijn zuster en mijn moeder.’
Ik omarmde hem, zoende hem. Op zijn wangen proefde ik aarde. In zijn haar, zijn stugge blonde lokken, koekten kluiten uitgedroogde modder.
Ik zei, zo luchtig als ik maar kon, dat het eten bijna klaar was.
Hij schudde het hoofd.
‘Ik wil me wassen,’ zei hij.
Ik warmde ketels water en vulde de zinken badkuip.
Toen hij uit zijn kleren stapte, eerst de veters van zijn laarzen losmaakte, dan zijn sokken uittrok, en dan zijn broek, draaide ik me om.
Mijn dochters joelden toen hij zich neerliet in de kuip en speelden met hun vingers in het lauwe water. Hij nam hun handen, zacht en mollig als speldenkussens, tussen zijn duim en wijsvinger.
Hij bleef maar over hun handpalmen wrijven.
‘De kinders die ik nooit heb gezien,’ zei hij.”

 

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e november ook mijn blog van 28 november 2020 en eveneens mijn blog van 28 november 2018 en eveneens mijn blog van 28 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Maria Verkündigung (Johannes Rothensteiner), Kenneth Rexroth

Bij de 4e zondag van de Advent

 

De Annunciatie door Mathieu Le Nain, ca. 1650

 

Maria Verkündigung

Das Mondlicht ruht wie Schnee so bleich
Auf Dach und First in stiller Stunde,
Und durch den weiten Traumbereich
Geht weihevoll geheime Kunde:
Mir ist, als stünde still die Zeit,
Und dort sei Nazareth am Hügel,
Und jenes Haus, mondglanzbeschneit,
Es lausche bang dem Klang der Flügel.

So kehrt im Sternenlauf zurück
Die ewig gnadenreiche Stunde,
Da Erdenleid und Himmelsglück
Versöhnt sich küßten Mund an Munde,
Die Stunde, da beim Engelsgruß
Des Vaters Wort ist Fleisch geworden,
Und Stern an Stern zum Friedensschluß
Rauschten in mächtigen Akkorden.

Mir ist, als stünde still die Zeit,
Versenkt in ihrer Andacht Schauer,
Als öffne sich der Himmel weit
Dem Sehnenden aus Angst und Trauer;
Wie einst im Kinderparadies
Vermeint das Auge durchzudringen,
Bis wo am Thron gebeugten Knies
Die Seraphim ihr Loblied singen.

Lebendig webt und wogt die Nacht
Von ungeahnten Heimlichkeiten;
Ein neues Leben ist erwacht;
Der Himmel ruht am Herz der Zeiten.
O wundervoll Mysterium
In dieses Lebens Nacht und Trauer;
Wie fühlt die Seele freudig stumm
Der Ewigkeit verhaltne Schauer!

Sternbilder zittern tief im Blau
Gleichwie der Harfen goldne Saiten;
Und, o! die wunderholde Frau,
Die Auserwählte aller Zeiten!
Es steigt ein süß-geheimes Graun
Aus meines Herzens tiefster Fülle;
Mir ist, als sei zum lichten Schaun
Erblüht des Glaubens Knospenhülle,

Als sei die Zeitlichkeit verrauscht
Und Erdenglück und -weh versunken;
Denn meine ganze Seele lauscht
Nur himmelan, vor Freude trunken.
Die Nacht der Schatten ist vorbei;
Es ruht beseligt das Verlangen,
Und was der Friede Gottes sei,
Ist leis dem Herzen aufgegangen.

 

Johannes Rothensteiner (21 januari 1860 – 26 september 1936)
Kerstsfeer in St. Louis (Missouri), de geboorteplaats van Johannes Rothensteiner

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

Ademtocht en engelen: Alleen deze nacht

Maanlicht nu boven Malibu
De winternacht de paar sterren
Ver weg miljoenen kilometers
De zee gaat maar door
Voor altijd over de hele aarde
Ver zo ver als je lippen dichtbij zijn
Gevuld met hetzelfde licht als je ogen
Liefje liefje liefje
De toekomst is allang voorbij
En het verleden zal nooit gebeuren
We hebben alleen dit
Ons ene voor eeuwig
Zo klein zo oneindig
Zo kortstondig zo onmetelijk
Onvergankelijk als onze handen die elkaar raken
Zo onsterfelijk als de door vuur verlichte wijn die we drinken
Almachtig als deze enkele kus
Die geen begin heeft
Die nooit
Nooit zal
Eindigen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

Zie voor de schrijvers van de 20e december ook mijn blog van 20 december 2018 en ook mijn blog van 20 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

St. John Baptist (Thomas Merton), Kenneth Patchen

Bij de 3e zondag van de Advent

 

De prediking van Johannes de Doper door Mattia Preti, ca. 1665.
Fine Arts Museums of San Francisco

 

St. John Baptist

I
When, for the fifteenth year, Tiberius Caesar
Cursed, with his reign, the Roman world,
Sharing the Near-East with a tribe of tetrarchs,
The Word of God was made in far-off province:
Deliverance from the herd of armored cattle,
When, from the desert, John came down to Jordan.

But his prophetic messages
Were worded in a code the scribes were not prepared to understand.
Where, in their lexicons, was written: “Brood of vipers,”
Applied, that is, to them?

“Who is this Lamb, Whose love
Shall fall upon His people like an army:
Who is this Savior, Whose sandal-latchet
This furious Precursor is afraid to loose?”

His words of mercy and of patience shall be flails
Appointed for the separation of the wheat and chaff.
But who shall fear the violence
And crisis of His threshing-floor
Except the envious and selfish heart?
Choose to be chaff, and fear the Winnower,
For then you never will abide His Baptism of Fire and Spirit.
You proud and strong,
You confident in judgment and in understanding,
You who have weighed and measured every sin
And have so clearly analyzed the prophecies
As to be blinded on the day of their fulfillment:
Your might shall crumble and fall down before Him like a wall,
And all the needy and the poor shall enter in,
Pass through your ruins, and possess your kingdom.

This is the day that you shall hear and hate
The voice of His beloved servant.
This is the day your scrutiny shall fear
A terrible and peaceful angel, dressed in skins,
Knowing it is your greedy eyes, not his, that die of hunger.
For God has known and loved him, from his mother’s womb,
Remembering his name, filling his life with grace,
Teaching him prophecy and wisdom,
To burn before the Face of Christ,
Name Him and vanish, like a proclamation.

II
Tell us, Prophet, Whom you met upon the far frontier
At the defended bridge, the guarded outpost.

“I passed the guards and sentries,
Their lances did not stay me, or the gates of spikes

Or the abysses of the empty night.
I walked on darkness

To the place of the appointed meeting:
I took my sealed instructions,
But did not wait
For compliment or for congratulation from my hidden Captain.
Even at my return
I passed unseen beside the stern defenders
In their nests of guns,
And while the spies were trying to decode some secret
In my plain, true name.
I left them like the night wind.”

What did you learn on the wild mountain
When hell came dancing on the noon-day rocks?

“I learned my hands could hold
Rivers of water
And spend them like an everlasting treasure.
I learned to see the waking desert
Smiling to behold me with the springs her ransom,
Open her clear eyes in a miracle of transformation,
And the dry wilderness
Suddenly dressed in meadows,
All garlanded with an embroidery of flowering orchards
Sang with a virgin’s voice,
Descending to her wedding in these waters
With the Prince of Life.
All barrenness and death lie drowned
Here in the fountains He has sanctified,
And the deep harps of Jordan
Play to the contrite world as sweet as heaven.”

But did your eyes buy wrath and imprecation
In the red cinemas of the mirage?

“My eyes did not consult the heat of the horizon:
I did not imitate the spurious intrepidity
Of that mad light full of revenge.
God did not hide me in the desert to instruct my soul
In the fascism of as asp or scorpion.
The sun that burned me to an Arab taught me nothing:
My mind is not in my skin.
I went into the desert to receive
The keys of my deliverance
From image and from concept and from desire.
I learned not wrath but love,
Waiting in darkness for the secret stranger
Who, like an inward fire,
Would try me in the crucibles of His unconquerable Law:
His heat, more searching than the breath of the Simoon,
Separates love from hunger
And peace from satiation,
Burning, destroying all the matrices of anger and revenge.
It is because my love, as strong as steel, is armed against all hate
That those who hate their own lives fear me like a sabre.”

III
St. John, strong Baptist,
Angel before the face of the Messiah
Desert-dweller, knowing the solitudes that lie
Beyond anxiety and doubt,
Eagle whose flight is higher than our atmosphere
Of hesitation and surmise,
You are the first Cistercian and the greatest Trappist:
Never abandon us, your few but faithful children,
For we remember your amazing life,
Where you laid down for us the form and pattern of
Our love for Christ,
Being so close to Him you were His twin.
Oh buy us, by your intercession, in your mighty heaven,
Not your great name, St. John, or ministry,
But oh, your solitude and death:
And most of all, gain us your great command of graces,
Making our poor hands also fountains full of life and wonder
Spending, in endless rivers, to the universe,
Christ, in secret, and His Father, and His sanctifying Spirit.

 

Thomas Merton (31 januari 1915 – 10 december 1968)
Detail van het altaarretabel (het grootste in Frankrijk) in de kerk Saint-Pierre te Prades, de geboorteplaats van Thomas Merton.

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Patchen werd geboren op 13 december 1911 in Niles, Ohio. Zie ook alle tags voor Kenneth Patchen op dit blog.

 

Schepping

Waar de doden ook zijn, ze daar zijn en
Niets meer. Maar jij en ik kunnen verwachten
Engelen te zien in het weidegras die lijken
Op koeien –
En waar we ook zijn in het paradijs
in een gemeubileerde kamer zonder bad en
zes verdiepingen hoog
Is alles God! Wij lezen
Elkaar voor, genietend van het geluid van de s’en
Die uitglijden over de f’s en veel is goed
Genoeg om het haar op ons hoofd overeind te laten staan, zoals Rilke en Wilfred Owen

Elke persoon die van een andere persoon houdt,
Waar ook ter wereld, is bij ons in deze kamer –
Ook al zijn er slagvelden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kenneth Patchen (13 december 1911 – 8 januari 1972)

 

Zie voor nog meer de schrijvers van de 13 december ook mijn blog van 13 december 2018 en ook mijn blog van 13 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Advent Calendar (Rowan Williams), Julia Kasdorf

Bij de 2e zondag van de Advent

 

De Annunciatie door Hendrick ter Brugghen, ca. 1624

 

Advent Calendar

He will come like last leaf’s fall.

One night when the November wind
has flayed the trees to bone, and earth
wakes choking on the mould,
the soft shroud’s folding.

He will come like frost.
One morning when the shrinking earth
opens on mist, to find itself
arrested in the net
of alien, sword-set beauty.

He will come like dark.
One evening when the bursting red
December sun draws up the sheet
and penny-masks its eye to yield
the star-snowed fields of sky.

He will come, will come,
will come like crying in the night,
like blood, like breaking,
as the earth writhes to toss him free.
He will come like child.

 

Rowan Williams (Swansea, 14 juni 1950)
Swansea in de kersttijd

 

De Amerikaanse dichteres Julia Mae Spicher Kasdorf werd geboren op 6 december 1962 in Lewistown, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Julia Kasdorf op dit blog.

 

Wat ik van mijn moeder heb geleerd

Ik heb van mijn moeder geleerd hoe ik de levenden
lief moet hebben, om voldoende vazen bij de hand te hebben
voor het geval je je naar het ziekenhuis moet haasten
met gesneden pioenrozen uit het perk, de zwarte mieren
nog plakkend aan de knoppen. Ik heb geleerd om potten te bewaren
groot genoeg om er fruitsalade in te conserveren voor een heel
rouwend huishouden, om ingemaakte peren en perziken
in blokjes te verdelen, om door donkerrode druivenschillen te snijden
en de kweekzaadjes met een mespunt eraf te schrapen.
Ik heb geleerd om een opgebaarde te bezoeken, ook al kende ik
de overledene niet, om de vochtige handen te drukken
van de levenden, om in hun ogen te kijken en medeleven
te betuigen, alsof ik toen al het verlies begreep.
Ik heb geleerd dat alles wat we ook maar zeggen niets betekent,
wat iemand zich zal herinneren, is dat we kwamen.
Ik leerde te geloven dat ik de kracht had om vreselijke pijnen
te verzachten, significant als een engel.
Als een dokter leerde ik uit andermans
lijden mijn eigen bruikbaarheid te maken, en als je eenmaal
weet hoe je dit doet, kun je nooit weigeren.
Aan elk huis dat je betreedt, moet je genezing
aanbieden: een chocoladetaart die je zelf hebt gebakken,
de zegen van je stem, je kuise aanraking.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Julia Kasdorf (Lewistown, 6 december 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e december ook mijn blog van 6 december 2018 en ook mijn blog van 6 december 2017

Advent (Patrick Kavanagh), Mario Petrucci

Bij de 1e zondag van de Advent

 

Quincy Market at Twilight door Laura Lee Zanghetti, 2012

 

Advent

We have tested and tasted too much, lover-
Through a chink too wide there comes in no wonder.
But here in the Advent-darkened room
Where the dry black bread and the sugarless tea
Of penance will charm back the luxury
Of a child’s soul, we’ll return to Doom
The knowledge we stole but could not use.

And the newness that was in every stale thing
When we looked at it as children: the spirit-shocking
Wonder in a black slanting Ulster hill
Or the prophetic astonishment in the tedious talking
Of an old fool will awake for us and bring
You and me to the yard gate to watch the whins
And the bog-holes, cart-tracks, old stables where Time begins.

O after Christmas we’ll have no need to go searching
For the difference that sets an old phrase burning-
We’ll hear it in the whispered argument of a churning
Or in the streets where the village boys are lurching.
And we’ll hear it among decent men too
Who barrow dung in gardens under trees,
Wherever life pours ordinary plenty.
Won’t we be rich, my love and I, and
God we shall not ask for reason’s payment,
The why of heart-breaking strangeness in dreeping hedges
Nor analyse God’s breath in common statement.
We have thrown into the dust-bin the clay-minted wages
Of pleasure, knowledge and the conscious hour-
And Christ comes with a January flower.

 

Patrick Kavanagh (21 oktober 1904 – 30 november 1967)
De Round Tower in Inniskeen, de geboorteplaats van Patrick Kavanagh

 

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook alle tags voor Mario Petrucci op dit blog.

 

BROOD
(Southwell Workhouse)

Wij zijn mannen half-
gebakken – zwaaiend met
loodzware mokers

boven onze hoofden
op elleboogstokken
van brood. Uur

na uur: mannen
van bloem. Gered door
een snufje zout.

Hier omdat
we ons broodje
zouden moeten gebruiken. Omdat

mannen van vuur ijzer
eten. Roest. Hele
landen. Maar wij

zweven door dagen
op korsten. Van dageraad
tot schemer elk vlot

hetzelfde. Zoals
wij. Elke snee zijn
we – op drift

op een bakje pap.
Ontbijt. Middagmaal.
Avondmaal. Eén brandstof.

En wanneer we eindelijk
opstijgen naar de hemel
dan denk ik

dat we gedwongen worden
om Zijn velden te maaien
goddelijk met tarwe –

bergen te verzetten
van heilige gist – en
terug te reiken naar beneden

om daar (een voor
één) elke grijze wolk van deeg
te kneden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e november ook mijn blog van 29 november 2018 en eveneens mijn blog van 29 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

The Christmas Tree (Robert W. Service)

Bij de vierde zondag van de Advent

 

 
Am stillen Herd door Maximilian Schaefer, 1894

 

The Christmas Tree

In the dark and damp of the alley cold,
Lay the Christmas tree that hadn’t been sold;
By a shopman dourly thrown outside;
With the ruck and rubble of Christmas-tide;
Trodden deep in the muck and mire,
Unworthy even to feed a fire…
So I stopped and salvaged that tarnished tree,
And thus is the story it told to me:

“My Mother was Queen of the forest glade,
And proudly I prospered in her shade;
For she said to me: ‘When I am dead,
You will be monarch in my stead,
And reign, as I, for a hundred years,
A tower of triumph amid your peers,
When I crash in storm I will yield you space;
Son, you will worthily take my place.’

“So I grew in grace like a happy child,
In the heart of the forest free and wild;
And the moss and the ferns were all about,
And the craintive mice crept in and out;
And a wood-dove swung on my highest twig,
And a chipmunk chattered: ‘So big! So big!’
And a shy fawn nibbled a tender shoot,
And a rabbit nibbled under my root…
Oh, I was happy in rain and shine
As I thought of the destiny that was mine!
Then a man with an axe came cruising by
And I knew that my fate was to fall and die.

“With a hundred others he packed me tight,
And we drove to a magic city of light,
To an avenue lined with Christmas trees,
And I thought: may be I’ll be one of these,
Tinselled with silver and tricked with gold,
A lovely sight for a child to behold;
A-glitter with lights of every hue,
Ruby and emerald, orange and blue,
And kiddies dancing, with shrieks of glee –
One might fare worse than a Christmas tree.

“So they stood me up with a hundred more
In the blaze of a big department store;
But I thought of the forest dark and still,
And the dew and the snow and the heat and the chill,
And the soft chinook and the summer breeze,
And the dappled deer and the birds and the bees…
I was so homesick I wanted to cry,
But patient I waited for someone to buy.
And some said ‘Too big,’ and some ‘Too small,’
And some passed on saying nothing at all.
Then a little boy cried: Ma, buy that one,’
But she shook her head: ‘Too dear, my son.”
So the evening came, when they closed the store,
And I was left on the littered floor,
A tree unwanted, despised, unsold,
Thrown out at last in the alley cold.”

Then I said: “Don’t sorrow; at least you’ll be
A bright and beautiful New Year’s tree,
All shimmer and glimmer and glow and gleam,
A radiant sight like a fairy dream.
For there is a little child I know,
Who lives in poverty, want and woe;
Who lies abed from morn to night,
And never has known an hour’s delight…”

So I stood the tree at the foot of her bed:
“Santa’s a little late,” I said.
“Poor old chap! Snowbound on the way,
But he’s here at last, so let’s be gay.”
Then she woke from sleep and she saw you there,
And her eyes were love and her lips were prayer.
And her thin little arms were stretched to you
With a yearning joy that they never knew.
She woke from the darkest dark to see
Like a heavenly vision, that Christmas Tree.

Her mother despaired and feared the end,
But from that day she began to mend,
To play, to sing, to laugh with glee…
Bless you, O little Christmas Tree!
You died, but your life was not in vain:
You helped a child to forget her pain,
And let hope live in our hearts again.

 


Robert W. Service (16 januari 1874 – 11 september 1958)
Preston, Lancashire, de geboorteplaats van Robert W. Service, in de Adventstijd

 

Zie voor de schrijvers van de 23e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

 

John (Lucille Clifton)

Bij de derde zondag van de Advent

 


Het getuigenis van Johannes de Doper door Annibale Carracci, ca. 1600

 

john

somebody coming in blackness
like a star
and the world be a great bush
on his head
and his eyes be fire
in the city
and his mouth be true as time

he be calling the people brother
even in the prison
even in the jail

i’m just only a baptist preacher
somebody bigger than me coming
in blackness like a star

 

 
Lucille Clifton (New York, 27 juni 1936)
Adventstijd in New York, de geboorteplaats van Lucille Clifton

 

Zie voor de schrijvers van de 16e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.