Paolo Giordano, Jens Fink-Jensen

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: Tasmanië (Vertaald door Manon Smits)

“In november 2015 belandde ik in Parijs om de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties bij te wonen. Ik zeg ‘belandde’, maar dat betekent niet dat ik die situatie niet zelf had opgezocht. Integendeel, de milieukwestie speelde al tijden een hoofdrol in mijn gedachten en alles wat ik las. Maar als er geen klimaatconferentie was geweest, had ik waarschijnlijk wel een ander excuus verzonnen om op pad te gaan, een gewapend conflict, een humanitaire crisis, wat dan ook, zolang ik maar kon opgaan in iets anders en groten dan mijn eigen zorgen. Misschien is dat wel het hele eiereneten, en is de obsessie van sommige mensen met dreigende rampen, die belangstelling voor tragedies die we aanzien voor onbaatzuchtigheid en die denk ik de kern van dit verhaal zal vormen, niet meer dan dat: de behoefte om bij elke lastige stap in ons leven iets nóg lastigers te vinden, iets nóg urgentere en dreigendere waarmee we ons persoonlijk lijden kunnen verzachten. En misschien heeft het wel helemaal niks met onbaatzuchtigheid te maken. Het was een vreemde tijd. Mijn vrouw en ik hadden meerdere pogingen gedaan om een kind te krijgen, we hadden wel drie jaar doorgezet en ons aan steeds vernederender medische behandelingen onderworpen. Of preciezer gezegd: vooral zij had zich aan die behandelingen onderworpen, want waar het mij betrof ging het er vanaf een bepaald moment voornamelijk om de rol van gekwelde toeschouwer te spelen. Ondanks onze blinde vastberadenheid en een behoorlijke financiële investering had het plan niet gewerkt. De injecties gonadotrofine niet, de ivf-behandelingen niet en evenmin drie wanhopige reizen naar het buitenland waarover we tegen niemand een woord hadden gezegd. De goddelijke boodschap die deze herhaalde mislukkingen bevatten was duidelijk: dit is gewoon niet voor jullie weggelegd. Aangezien ik weigerde dat te accepteren, had Lorenza ook voor mij besloten. Op een nacht, toen haar tranen al waren opgedroogd of zonder dat ze überhaupt had gehuild (dat zal ik nooit weten), deelde ze me mee dat ze niet meer van plan was om. Ze bezigde die onafgemaakte uitdrukking, ik ben niet meer van plan om. Ik draaide me op mijn zij, waarmee ik haar op mijn beurt de rug toekeerde, en voelde de stijgende woede opkomen over een keuze die me oneerlijk en eenzijdig leek.”

 

Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

De zee van dromen

1
De zee heeft vlam gevat
Drijvend goud spoelt aan op het strand
De parasols openen zich uit om dit wonder te bedekken
Zo goed als ze kunnen

Binnenkort zal de zon verdwijnen in de golven
Het vuur zal uitdoven
En het goud zal gevonden worden
In de dromen van duizenden

2
De zee knaagt aan de kust
Zand dat van de klif naar beneden tuimelt
Ingekapselde tijd verpulverd
Versteende massa gebroken

Een glimp van de eeuwigheid Zo kort
Dat alles wat ik op tijd kan zeggen
Is
ik ben hier

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2018 en eveneens mijn blog van 19 december 2015 deel 2.

St. John in the Wilderness (Letitia Elizabeth Landon), Yvonne Keuls, Jens Fink-Jensen

 

 

Johannes de Doper door Joseph-Marie Vien, 1716

 

St. John in the Wilderness

“And the same John had his raiment of camel’s hair, and a leathern girdle about his loins, and his meal was locusts and wild honey.” ⁠
Matthew iii. 4.

Afar, he took a gloomy cave,
    For his accustomed dwelling-place,
As dark, as silent as the grave,
    As unfamiliar with man’s face;

The stern and knotted trees grew round,
    Blasted, and desolate, and grey,
And ‘mid their sullen depth was found
    A home for birds and beasts of prey.

Morning broke joyless, for the land
    Knew no green grass, nor fragrant flower,
The barren rock, the burning sand,
    Blessed not the sunshine, nor the shower.

Yet there the prophet dwelt alone,
    Far from the city and the plain;
For him in vain their glory shone,
    For him their beauty spread in vain.

He left his youth and life behind;
    Each idol of the human heart,
Pleasures and vanities resigned,
    Content to choose the better part.

Methinks, when hope is cold or weak,
    And prayers seem but unwelcome tasks,
And worldly thoughts and feelings seek
    To fill the hours religion asks;

If when the light of faith is dim,
The spirit would but ponder thus—
How much there was required of him,
How little is required of us!

All-Merciful, did we declare,
The glories which to Thee belong,
All life would pass in thankful prayer,
All breath in one triumphant song.

 

Letitia Elizabeth Landon (14 augustus 1802 – 15 oktober 1838)
Chelsea, de geboorteplaats van L. E. Landon in de kersttijd

 

De Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls werd geboren op 17 december 1931 in Batavia, toen nog een onderdeel van Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Yvonne Keuls op dit blog.

Uit: Zoals ik jou ken, ken jij mij

“Een jaar later, op een zaterdagmiddag in mei 1965, werden Hella en ik aan elkaar voorgesteld. David Koning, hoofd van de afdeling Drama van de NCRV-televisie, had haar uitgenodigd voor een lunch in De Posthoorn, dat Haagser dan Haagse café-restaurant op het Voorhout. Hij wilde haar zijn nieuwe plannen voorleggen, een schrijfopdracht verlenen, haar overhalen om mee te doen aan zijn projecten. Hij dacht dat dat de beste methode was om deze prachtige vrouw regelmatig te kunnen zien. Want dat was wat hij wilde, haar zoveel mogelijk zien, haar om zich heen hebben. Daarom bood hij haar al die kansen. David, een man van bijna vijftig, was verliefd op de vrouw die hij openlijk `een klassieke schoonheid’ en ‘de Bloem van Nederland’ noemde. Hij was wel vaker verliefd. Hij was eigenlijk altijd verliefd. Tegenwoordig zou hij een womanizer worden genoemd. Zijn verliefdheden waren hevig, maar vooral van korte duur. Ze veroorzaakten meestal een hoop misère. Davids jachtterrein was tevens zijn werkplek, met als gevolg dat producties gestopt moesten worden wanneer zijn liefde voor een belangrijke medewerkster voorbij was. Stefan Felsenthal — regisseur, dramaturg en rechterhand van David — werd dan ingeschakeld als pseudo-psychotherapeut of in ieder geval als puinruimer. Aan hem de taak om te voorkomen dat de dame in kwestie te veel heisa maakte. Stefan hevelde haar soms over naar een andere omroep, maar ze kon ook in België belanden, bij de BRT. Daar werd dan door Hubert van Herreweghen, de pionier van de Vlaamse televisie maar vooral een groot vriend van David, een aantrekkelijke baan voor haar gecreëerd. Davids liefde voor de Bloem van Nederland was echter niét van korte duur. Hij vertoonde zich regelmatig met haar op recepties en bijeenkomsten en gedroeg zich dan opvallend hoffelijk. Hij hielp haar trap op, trap af, zorgde ervoor dat hij op straat aan de buitenkant, langs de stoeprand, liep, waarbij hij doorlopend in de pas springend om haar heen draaide, wat er nogal potsierlijk uitzag. Onder alle omstandigheden bleef Hella echter gereserveerd-vriendelijk, geen moment was bij haar iets van intimiteit te bespeuren. Hella had vast allang begrepen dat David haar adoreerde, of — laat ik maar zeggen — gewoon wilde hebben. Ze was natuurlijk gevleid. David Koning was niet de eerste de beste. Ze wilde het spel tot op zekere hoogte meespelen, maar ze wist dat ze niet op zijn avances kon en wilde ingaan. Ze zou haar carrière nooit in de waagschaal stellen. Ze was ambitieus, had een naam als schrijfster én ze was de vrouw van een alom gerespecteerd rechter.”

 

Yvonne Keuls (Batavia, 17 december 1931)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

Het Drakendal

In dit dal
Waar draken en monsters
Ooit volwassenen en kinderen aten
Valt nu de regen met bakken uit de hemel
In een regenwoudduisternis
Bij het vallen van de avond

De donder dreunt
Heen en weer geworpen
Tussen de rotswanden
Sommige herten staan als versteend
Nog steeds met overgeërfde
Drakenangst in de ogen

Terwijl de bliksem
In de boomtoppen slaat
En onze kleine menselijke familie
Over wankele hangbruggen
En brullende beken
In ganzenpas marcheert

Aan het einde van het dal
treffen we onze auto aan
Omringd door pauwen
Die genieten ervan dat het stof
Na maanden van droogte
Eindelijk is weggespoeld

Opgelucht dat alles goed ging
Rijden we over de bergen naar huis
En zien een vuurkolom
Achter ons omhoogschieten
Als een afscheidsgroet van
Ontwakende grotten van de nacht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e december ook mijn blog van 17 december 2018 en eveneens mijn blog van 17 december 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Adriaan van Dis, Jens Fink-Jensen

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Naar zachtheid en een warm omhelzen

“MIDDEN IN DE NACHT KRUIPT hij bij mij in bed, een jongen van een Jaar of negen. Ik duw hem weg, maar hij blijft me lastigvallen. Hij roept oude geluiden op, telt terug, laat de gordijnen wiegen. En dan moet ik met hem mee naar een stad die geen naam mag hebben. Keer op keer lopen we daar. We staan stil voor een hoog huls, hij opent de deur, dwingt me in een spiegel te kijken, wijst op een bloedvlek in het marmer en laat een trap kraken – zo helder en zo levensecht, dat ik geschrokken het licht aan moet doen om te weten waar ik ben. Ik ken die jongen. HIJ doet zijn best om op mij te lijken, met dat kuiltje in zijn kin. Of is hij een verzinsel? We gebruiken dezelfde woorden, delen dezelfde angsten, aangewakkerd door berichten over een nieuwe oorlog. Bang, altijd bang geweest.
We hebben aan de tijd gewrikt en besloten samen op een doordeweekse dag naar dat hoge huis te gaan. Zou het er nog staan? Een trein bracht ons tot over de grote rivieren. De weg van het station naar de lommerrijke woonwijk konden we dromen, maar we verdwaalden in de straten achter het park waar ooit bommen vielen en kogelhulzen tussen de puinhopen lagen. En die grote brand… was die nu wel of niet om de hoek? We versnelden onze pas. Gevaarlijk terrein. Na een flauwe bocht doemde het huls op waar de Jongen maandenlang logeerde. Het leek te wenken. HIJ wilde ernaartoe rennen, maar ik ben een stijve man, een bezemsteel, en zag ook niet zo goed, er zat een lelijke pleister naast mijn rechteroog: zonschade. Oude sproeten plagen mij. We keken op naar de gevel en maakten een kleine buiging. Ik nam foto’s met mijn mobiele telefoon, ging aan de overkant van de straat zitten en probeerde te kijken met de blik van een negenjarige. Wakker en fel. Het huls groeide. Een bejaarde dame liep voorbij en nam mij onderzoekend op. ‘Ik maak een foto van het huis van mijn grootvader,’ zei Ik. Ze vroeg naar zijn naam. ‘Van Dis, hij was een herenboer…’ ‘0, maar die heb ik nog gekend. Ik ben hiernaast geboren.’ Ze wees me op een litteken uit het verleden: een gebarsten steen In de gevel van de overburen – een afgeketste kogel. Nooit hersteld. Aan die barst kleefde nog een heel verhaal. Ik keek rond, verkende… De oude voordeur glansde nog voornaam, maar zonder de koperen trekbel. Hé, was de muur van de moestuin niet langer? Zeker, haar ouders hadden de helft van de tuin kunnen kopen en lieten er een dubbele garage bouwen. De walnotenboom overleefde het niet. Maar het kelderraam zat er nog.”

 

Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

Het zo volkomen onnodige

Vandaag wil ik eindelijk
Iets totaal onnodigs doen

Op dit papier schrijven
Dat ik van je hou

Het over de rand van de afgrond gooien
En zien hoe het verandert in meeuwengekrijs

Dansend van nooit eerder gezien geluk
Tussen zeeschuim en kliffen

Vandaag wil ik eindelijk
Dat voor jou doen

Waar je nooit om hebt gevraagd
En wat je altijd al gewenst hebt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e december ook mijn blog van 16 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Paolo Giordano, Jens Fink-Jensen

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: In tijden van besmetting (Vertaald door Pietha de Voogd)

“De woorden ‘in Italië’ betekenen niet zoveel meer in deze crisis; grenzen, regio’s, wijken bestaan niet meer. Wat we nu meemaken is van een aard die identiteit en cultuur overstijgt. Aan deze besmetting kunnen we afmeten hoezeer onze wereld is geglobaliseerd, verweven is geraakt, een onontwarbare kluwen is geworden. Dat weet ik allemaal best, maar toch kan ik het niet helpen dat ik, net als iedereen, huiver als ik die rode schijf op Italië zie. Vanwege de door de overheid opgelegde voorzorgsmaatregelen gingen afspraken die ik de komende dagen had niet door, en zelf heb ik ook een paar afspraken afgezegd. Ik bevind me ineens in een onverwachte leegte. Een toestand die velen met mij delen: ons dagelijks leven staat in de pauzestand, ons ritme is onderbroken, zoals in een liedje, wanneer de drums stoppen en de muziek lijkt te vertragen. Scholen dicht, weinig vliegtuigen in de lucht, eenzaam echoënde voetstappen in de gangen van de musea, overal stiller dan normaal. Ik heb besloten deze leegte te gebruiken om te schrijven. Om mijn bange voorgevoelens in bedwang te houden en een betere manier te vinden om over dit alles na te denken. Soms kan schrijven dienen als ballast om met beide benen op de grond te blijven staan. Maar er is nog een andere reden: ik wil niet missen wat deze epidemie ons over onszelf vertelt. Zodra we onze angst overwonnen hebben, verdampt in een mum van tijd ook ons bewustzijn — zo gaat het altijd met ziektes. Als jullie deze bladzijden lezen, zal de situatie al anders zijn. Er zullen andere getallen zijn, de epidemie heeft zich verder uitgebreid, ze zal elke uithoek van de beschaafde wereld hebben bereikt of ze is tot staan gebracht, maar dat doet er niet toe. De overwegingen waartoe deze besmetting ons noopt, zullen nog steeds waardevol zijn. Want wat er nu gebeurt is geen toeval, en ook geen ramp. Het is ook absoluut niet nieuw: het is eerder gebeurd en zal weer gebeuren.

——–

Ik herinner me nog hoe ik in de onderbouw van de middelbare school soms middagen lang bezig was om wiskundige uitdrukkingen te vereenvoudigen. Een enorme reeks symbolen uit het boek overschrijven om die dan, stap voor stap, te herleiden tot een beknopt, begrijpelijk resultaat: o, a2. Buiten werd het don-ker en het landschap week voor de reflectie van mijn door de lamp verlichte gezicht. Het waren vredige middagen. Bubbels van orde in een tijd dat alles bin-nen en buiten mij — vooral binnen — in een chaos leek te veranderen. Lang voordat ik ging schrijven was wiskunde voor mij dé manier om mijn angsten onder controle te krijgen.”

 

Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

Herboren

1
Ik verstopte me in de woestijn
Om de zee te vergeten

Maar de wind ruist als de zee
En spoelt de geborgenheid weg

Kleine korreltjes pijn
Doordringen mijn herinnering

Net voor de volgende stilte
Het volgende weerzien met het licht

2
Ik zwem in zwarte golven
De hele nacht hebben ze de duisternis verstopt

Ongezien ga ik aan land op het strand
En voel mij zwak als het maanlicht

In dit licht verdwenen de zandkastelen
En al het mislukte begin

Gisteren was ik een kind, vannacht een vis
Vandaag wat voetafdrukken in het zand.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2018 en eveneens mijn blog van 19 december 2015 deel 2.

Adriaan van Dis, Jens Fink-Jensen

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: KliFi

“SPELING IN DE HEL
Oktober was een wrede maand geweest. Een orkaan verraste Nederland. Jákob maakte de ontwrichting van nabij mee, hij hoorde de rivier buiten zijn oevers razen en zat dagen in het donker. Pas na het luwen van het ergste onweer zag hij de schade in zijn toch al verwaarloosde streek. Zijn terp bleef gespaard, maar nog geen kwartier rijden van zijn huis was een dijk doorgebroken en een heel dorp weggespoeld, een dorp dat iedereen De Kuil noemde en dat op geen enkele kaart stond. Geen landelijk journaal of grote krant besteedde er aandacht aan. Als de drenkelingen niet voor zijn deur hadden gestaan, als het leger niet gewonden en lijken naar zijn erf had gebracht en er geen tenten in zijn uitzicht zouden zijn geplaatst, als de soldaten niet zo bruut waren opgetreden, als hij niet zelf iemand miste die door het water gegrepen was — ach, dan was zijn sluimerende woede mogelijk niet gewekt. Maar nu kon hij niet anders: deze leugen moest worden bestreden. De ontheemden raakten hem: hun verzet, hun overlevingsdrang en aanstekelijke getiktheid. Zijn verontwaardiging dreef hem naar zijn schrijftafel. Nederland mocht hier niet van wegkijken. Hij dacht aan een pamflet: Aanklacht moest de titel zijn — hoewel, dat riekte te veel naar J’accuse. Hij koos voor minder pretentie: KliFi. Een naam die de jeugd moest aanspreken én een steek onder water naar de klimaatontkenners. Al schrijvend had hij het niet kunnen laten ook zijn pl te spuwen over het veranderende Nederland. Liep het geestelijk klimaat niet evenzeer gevaar? Niet zo slim misschien want de president had lange tenen en de tijd was er niet naar, maar Jákob was het aan zichzelf verplicht, aan zijn achtergrond, zijn ouders. Hij moest het loodzware zwijgen doorbreken.
En nu was het boekje af en lispelde Poema in zijn nek, het monster met de denkbeeldige viltstift en schaar. Zoek speling in de het Kijk er nog eens naar. Herschrijf, dat hoort erbij. Jákob boog zich voor de zoveelste keer over zijn typoscript. Poema negeren was misschien beter geweest, maar het kietelde zijn ijdelheid om met een kwaaie lezer in gesprek te gaan.
Misschien moest hij om te beginnen de titel veranderen: KliFi. Geen mens begreep dat het de afkorting voor KlimaatFictie was. Bovendien schrok het woord ‘klimaat’ veel lezers af. Ook Poema zeurde er voortdurend over: Je wilt toch serieus genomen worden, of schrijf je sciencefiction? Om de president te paaien zou hij een citaat uit een van zijn redevoeringen als motto kunnen opnemen — een vals compliment aan een man die de opwarming van de aarde afdeed als fictie: HET LITERAIR GENEUZEL EN NAVELSTAREN LIG-GEN ACHTER ONS. HET IS DE TAAK VAN ONZE SCHRIJVERS DE WERKELIJKHEID ON-DER OGEN TE ZIEN EN DEZE MET VERBEEL-DING TE BESCHRIJVEN. DE TIJD IS RIJP VOOR EEN NIEUW SOCIAAL REALISME. (Redevoering LXVII)
Jákob had het nog maar net opgetikt of hij voelde een * op zijn schouder: Titel akkoord. Hij veerde ervan op — zie je wel: als je het uitlegt, kom je verder. Wat was er realistischer dan een ramp en werkelijker dan de opwarming van de aarde? Hij schonk zich een stevige Laphroaig in en herlas zijn eerste hoofdstuk.”

 

Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)
Portret door Jopie Roosenburg-Goudriaan, 1995

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

Kafka’s graf

Een glanzende steen
Onder zwarte monolieten

Rij na rij
Van met klimop bedekte vergetelheid

400 meter langs de grens
Naar een doolhof van dood

Ik heb een kleine steen gelegd
Op de rand van je graf

Zonder de rituelen te kennen
Kom ik dichterbij

Een andere wereld
Jouw verdwenen wereld

400 meter van de ingang
Naar een plek dichter bij de dood

En weer 400 meter terug
Naar mijn leven onder de levenden

Vijf metrostations
In een tunnel onder de Styx.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e december ook mijn blog van 16 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

The Visitation (Malcolm Guite), Paolo Giordano, Jens Fink-Jensen

 

Bij de vierde zondag van de Advent

 

De Visitatie door Frans Francken II, 1618

 

The Visitation

Here is a meeting made of hidden joys
Of lightenings cloistered in a narrow place
From quiet hearts the sudden flame of praise
And in the womb the quickening kick of grace.
Two women on the very edge of things
Unnoticed and unknown to men of power
But in their flesh the hidden Spirit sings
And in their lives the buds of blessing flower.
And Mary stands with all we call ‘too young’,
Elizabeth with all called ‘past their prime’
They sing today for all the great unsung
Women who turned eternity to time
Favoured of heaven, outcast on the earth
Prophets who bring the best in us to birth.

 

Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)
Molete Baptist Church, Ibadan, Nigeria

 

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: In tijden van besmetting (Vertaald door Pietha de Voogd)

“De corona-epidemie maakt een goede kans om de belangrijkste gezondheidsdreiging van onze tijd te worden. Niet de eerste, niet de laatste, en misschien niet eens de huiveringwekkendste. Waarschijnlijk heeft ze tegen de tijd dat ze is uitgewoed niet meer slachtoffers gemaakt dan andere epidemieën, maar drie maanden na de uitbraak heeft ze al een record gebroken: sars-CoV-2 is het eerste nieuwe virus dat zich zo snel over de wereld heeft verspreid. Andere virussen die er sterk op lijken, zoals zijn voorganger sars-CoV, zijn in korte tijd tot staan gebracht. Weer andere, zoals hiv, hebben jarenlang in het geniep op ons liggen loeren. Maar sars-CoV-2 is driester. Zijn brutaliteit maakt ons iets duidelijk dat we al wisten maar nog niet zo goed konden inschatten: op hoeveel niveaus we, overal, met elkaar verbonden zijn, en de complexiteit van de wereld waarin we leven, zijn sociale, politieke, economische, maar ook interpersoonlijke en psychische samenhang.
Ik schrijf dit op een uitzonderlijke 29ste februari, een zaterdag in dit schrikkeljaar. Het aantal bevestigde besmettingen in de wereld heeft de vijfentachtigduizend overschreden, waarvan tachtigduizend alleen al in China, en het aantal doden nadert de drieduizend. Deze merkwaardige boekhouding klinkt nu al drie maanden als ondertoon mee in mijn leven.
Ook op dit moment heb ik de interactieve kaart van de Johns Hopkins University weer voor me. De verspreidingsgebieden worden aangegeven met een rode cirkel die scherp afsteekt tegen de grijze ondergrond: alarmerende kleuren die wel wat terughoudender hadden mogen worden uitgekozen. Maar goed, virussen zijn natuurlijk rood, en noodsituaties ook. China en Zuidoost-Azië zijn onder één grote vlek verdwenen, maar de hele wereld zit onder de rode vlekken, en die rash wordt gegarandeerd steeds ernstiger.
Italië heeft zich, tot verrassing van velen, ontpopt als kampioen in de wedstrijd om welk land het griezeligst is. Maar dat is puur toeval. In een paar dagen tijd kunnen andere landen er zomaar slechter aan toe zijn dan wij.”

 

Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

Boven het stervende land

Onder:
Verscheurde berglandschappen
Met strepen sneeuw

Tussen twee lagen plexiglas:
Een vlieg opgegroeid en gestrand
In eindeloze ketens van afscheid
En aankomsten waar ik zelf
De zwakste en brekende schakel ben

Boven:
Vorstheldere zon en wazige dromen
Verwachting zekerheid

Vanbinnen:
Verlangen. Bijna voordat
Het afscheid in mij is neergedaald.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2018 en eveneens mijn blog van 19 december 2015 deel 2.

A. M. Homes, Jens Fink-Jensen

De Amerikaanse schrijfster Amy Michael Homes werd geboren op 18 december 1961 in Washington DC. Zie ook alle tags voor A. M. Homes op dit blog.

Uit: Dagen van inkeer (Vertaald door Gerda Baardman en Monique ter Berg)

Ze is aan de telefoon. Hij ziet haar in de badkamerspiegel, een headset op haar hoofd alsof ze een luchtverkeersleider of een agent van de geheime dienst is. ‘Weet je het zeker?’ fluistert ze. ‘Ik kan het gewoon niet geloven. Ik wil het niet geloven. Als het zo is, is het verschrikkelijk… Natuurlijk weet ik niets! Als ik iets wist, zou ik het je zeggen… Nee, hij weet ook niets. Als hij het wist, zou hij het zeggen. We hebben beloofd dat we niets voor elkaar geheimhouden.’ Ze zwijgt, luistert
even. ‘Ja, natuurlijk, geen woord.’
‘Tom,’ roept ze. ‘Tom, ben je zover?’
‘Bijna,’ zegt hij.
Hij bekijkt zichzelf in haar make-upspiegel. Hij trekt zijn wenkbrauwen omhoog, ontbloot zijn tanden, glimlacht. En dan glimlacht hij nog eens, nog breder, zodat je zijn tandvlees ziet. Hij kantelt zijn hoofd naar links en naar rechts, kijkt waar de schaduwen vallen. Hij doet het licht aan en draait de spiegel in de vergrootstand. Er komt een dunne zilveren naald in beeld; een close-up van huid, de glanzende punt van de naald omgeven door een halo van licht. Zijn ogen knipperen. De naald gaat erin; hij houdt de spuit met vaste hand vast. Hij injecteert een beetje hier, een beetje daar; een kwestie van bijwerken, een rimpelvuller. Later, als iemand zegt: ‘Wat zie je er goed uit,’ zal hij glimlachen en zijn gezicht zal zachtjes plooien, maar er zullen geen rimpels verschijnen.
‘Op doktersvoorschrift,’ zal hij zeggen. Hij doet de dop weer op de injectiespuit, stopt hem in het zakje van zijn overhemd, klapt de toiletbril omhoog en doet een plas.
Als hij uit de badkamer komt, zit zijn vrouw Sandy in de slaapkamer te wachten. ‘Wie had je aan de telefoon?’
‘Sara,’ zegt ze.
Hij wacht, weet dat ze meer vertelt als hij zwijgt.
‘Susie heeft Sara gebeld, ze is bang dat Scott een verhouding heeft.’
‘Scott is wel de laatste van wie ik dat zou denken,’ zegt hij gemeend.
‘Ze weet niet of hij een verhouding heeft, ze vermoedt het alleen maar.’ Sandy stopt een omslagdoek in een tas en geeft hem zijn camera. ‘Die moet je niet vergeten,’ zegt ze.
‘Dank je,’ zegt hij. ‘Ben je zover?’
‘Kijk even naar mijn rug,’ zegt ze. ‘Ik voel iets.’ Ze draait zich om en trekt haar blouse omhoog.
‘Je hebt een teek,’ zegt hij en hij plukt hem van haar af.
Ergens in het zomerhuis gaat een harde zoemer af. ‘De handdoeken zijn klaar,’ zegt ze.
‘Moeten we wijn meenemen?’ vraagt hij.
‘Ik heb een fles champagne en wat sinaasappelsap ingepakt. Het is tenslotte zondag.’

 

A. M. Homes (Washington DC, 18 december 1961)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

In mijn kasteel

Nu ben ik in mijn kasteel
Deze geheime plek in de bergen
Die alleen jij mijn liefste kent

Met de steen met het gat
Waar een hele zee
Doorheen gespoeld is
En die een prinses
Aan haar vinger heeft gehad
Voordat zij een
Van de duizenden kikkers werd
In een fontein
Met zingend water

Als ik hem heb geschreven
Deze weemoedige brief

Wil ik de zee drinken
Met de kikker trouwen
En door het gat glippen
De betoverde steen in
Om thuis te komen bij jou.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e december ook mijn blog van 18 december 2018 en eveneens mijn blog van 18 december 2016 deel 2.

90 Jaar Yvonne Keuls, Jens Fink-Jensen

De Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls werd geboren op 17 december 1931 in Batavia, toen nog een onderdeel van Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Yvonne Keuls op dit blog. Yvonne Keuls viert vandaag haar 90e verjaardag.

Uit: Rapport Tommie

“In het Jan Rap Opvanghuis begeleidde ik in 1973 en 1974 een aantal jongens die mij, geheel los van elkaar, hun trieste levensgeschiedenis vertelden. Ze hadden hun jeugd doorgebracht in kindertehuizen en observatietehuizen en waren daar volgens eigen zeggen misbruikt door groepsleiders en oudere medebewoners. Zelfs de kinderrechter, met wie ze inmiddels te maken hadden gekregen, had zijn oog op hen laten vallen, helaas echter met de bedoeling om zijn eigen pedofiele neigingen ruim baan te geven. Een van hen vertelde dat hij soms op zaterdagen werd opgehaald door de chauffeur van de kinderrechter en naar het Paleis van Justitie werd gebracht. Daar gebeurde ‘van alles’ zei hij, maar hij wilde niet zeggen wat precies. In de loop der jaren groeiden de jongens uit van slachtoffertjes tot zelfbewuste jochies die zich in bovengenoemde tehuizen en in hun relatie met de kinderrechter een machtspositie hadden veroverd. Zij verkochten hun seksuele
diensten voor steeds meer geld en wanneer daar problemen door ontstonden, dreigden ze regelmatig ‘alles naar buiten te brengen’. Chanteren werd voor hen een aantrekkelijke levenswijze.
Natuurlijk was ik geschokt door de mededeling dat een kinderrechter tot hun clientèle behoorde, maar toen mij duidelijk werd dat die kinderrechter niemand minder was dan de Haagse kinderrechter mr. R. was ik verbijsterd. Deze man zat in het bestuur van het Jan Rap Opvanghuis waar ik als staflid werkte. Ik kende hem als een gevoelig, betrokken mens. Hij zette zich volledig in voor de opvang, psychische steun en resocialisering van jongeren die om welke reden dan ook tussen wal en schip terecht waren gekomen. Met deze man stond ik op vriendschappelijke voet; ik had
bijna dagelijks met hem te maken. De verhalen van de jongens kon, of wilde, ik niet geloven. Toen ik uiteindelijk toch de moed kon opbrengen om mr. R. met de verhalen te confronteren, was ik makkelijk door hem te overtuigen. Deze jongens waren crimineeltjes, ze waren gewend te liegen en te bedriegen en mensen in een kwaad daglicht te plaatsen. ‘Ik ben toch een aimabel man,’ zei
hij – en dat moest ik inderdaad toegeven – ‘ik heb ze moeten straffen voor diverse vergrijpen en daarom nemen ze wraak op mij door zulke verhalen te vertellen.’ Ik behield mijn twijfel, maar de
betreffende jongens verlieten ons opvanghuis en daarmee verloor ik de directe aanleiding om de zaak verder te onderzoeken.
Het opvanghuis ging ter ziele, door wanbeleid van diverse gemeentelijke instanties, maar helaas ook door toedoen van de bevlogen maar vaak ondeskundige medewerkers. Mijn frustraties hierover heb ik kunnen omzetten in het boek Jan Rap en z’n maten vervolgens in de gelijknamige toneelproductie (1977). Deze trok een jong publiek waardoor ik in aanraking kwam met een groot  aantal jongeren die in de problemen waren gekomen door het gebruik van drugs.”

 

Yvonne Keuls (Batavia, 17 december 1931)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

Of is het de wind?

Je ogen – zo vochtig
Of is het de wind?
Hier waar we staan
In woorden – zo serieus
En om ons heen kijken
Door het uitgestrekte land

Ik zeg – vergeet de uitgestrektheid
Denk aan de reis
Afscheid is ook aankomst
Verlangen is ook liefde
Vertel me – huil je?
Of is het de wind?

ik zou het gevoel hebben
Dat we elkaar verharden
Door de oneindige uitgestrektheid
Deze bekende stemmen
Deze rustgevende bezweringen
Of is het de wind.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e december ook mijn blog van 17 december 2018 en eveneens mijn blog van 17 december 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Adriaan van Dis, Jens Fink-Jensen

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog. Adriaan van Dis viert vandaag zijn 75e verjaardag.

Uit: Vijf vrolijke verhalen (gutmensch)

…….“Ina Carelsen knipte sinds begin jaren negentig met regelmaat een oorlog uit de kranten: kindsoldaten in Mozambique, gebombardeerde scholen in Afghanistan, aanslagen in Sri Lanka, etnische zuiveringen in Nagorno-Karabach… Dat was in haar werkende leven wel anders geweest. Toen ze nog schooljuf was, bladerde ze vaak vluchtig door het nieuws. Ze wilde zichzelf en haar leerlingen behoeden voor het boze buiten. Haar stem had zich aan de toon van kinderen aangepast, net alshaar handschrift: ze zette een nulletje boven de i.
Rond en zacht wilde Ina leven. Beschermd. Eenmaal met pensioen en verhuisd naar het platteland, raakte zij betrokken bij de interkerkelijke werkgroep Met Hart en Handen. Niet dat ze gelovig was, maar waar geen kabeltelevisie werd aangelegd, kwam nog wel de kerk aan huis, met een collectebus. En omdat ze niemand kende en bij het nieuwe dorp wilde horen, liet ze zich overhalen ook langs de deuren te gaan. Ze liep langs brede erven en blaffende honden. Rammelend voor verre ellende, die het een paar munten te bestrijden was – vaak met een fotomapje zielig kijkende kinderen in de hand. Ja, de wereld was gemeen en god wat had ze lang haar ogen ervoor gesloten.
Toen haar heup opspeelde, kreeg Ina het verzoek kranten voor de werkgroep te knippen. Bij voorkeur aansprekende oorlogen, waar je goed voor collecteren kon. Haar man Jan knipte uit aardigheid mee. Eén krant bleek niet genoeg. Nog een abonnement erbij. En hoe meer ze knipten,
hoe betrokkener ze raakten. Verbaasd over hun eigen gulheid gireerden ze voor kaarsen in Soweto en bunsenbranders in Malawi. Een spatje in de vlam, maar wie goed doet, goed ontmoet. Dikker was hun bijbel niet. Al knippend vergrootten ze hun wereld. En zo stuitten ze steeds vaker op Somalië. Een land dat ze hadden moeten opzoeken.
In de Hoorn van Afrika werd een koude oorlog uitgevochten. Krijgsheren, bewapend door Oost en West, speelden bevolkingsgroepen tegen elkaar uit. En weer keek de wereld weg van de vluchtelingenstromen, weer reageerde Europa met bureaucraten achter loketten. In Nederland gingen de eerste stemmen op dat ‘die vluchtelingen’ de huizen van ‘onze kinderen’ inpikten.
Ina wilde fatsoenlijker zijn: ze hing een fluorescerend plakkaat in de buurtsuper: wij openen ons huis voor vluchtelingen. u ook ?
Geen enkele reactie. Ja, de nieuwe buren mopperden: ‘Het is al gehorig genoeg.’ Niet één vluchteling belde aan.
Een jaar later kwam het rijk met een plan de al jaren leegstaande streekschool als asielzoekerscentrum in te richten – nog geen tien minuten lopen van de Carelsens. Het dorp was faliekant tegen.
Protestborden in de tuinen. De Carelsens waren voor en voerden het woord op de zoveelste hoorzitting. Ina sprak over noaberschap. Ze werd uitgelachen: wat wist ze daarvan? Stadse lui mochten zo’n woord helemaal niet gebruiken. Hun plakkaat vonden ze verscheurd in de brievenbus terug.”

 

Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

De Visser

Elke dag
Sinds hij werd geboren
Aan een oude kust
Heeft hij de oceaan gezien
Als zilveren dienblad
Terwijl de avond komt

De zon die splijt
Als een lichtgevende sinaasappel
Bij een bergtop
Terwijl de ooievaars wegvliegen
En de vissen opduiken
Om goedenacht te kussen

Elke nacht
Heeft hij gedroomd
Over die beelden
Terwijl de maan stilte zong
En de bomen fluisterden
In de duisternis boven de wereld

Elk jaar heeft hij geleefd
Om deze beelden
Door te geven
Iemand te hebben
Met wie hij kon delen deze
Oneindige momenten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e december ook mijn blog van 16 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Paolo Giordano, Jens Fink-Jensen

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: De hemel verslinden (Vertaald door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd)

‘Het doet pijn als hij zijn arm optilt. ’s Avonds maakt Floriana kompressen met appelazijn voor hem.’
‘Ik denk trouwens dat je het mis hebt, het was niet mijn vader die die steen gooide. Het moet Cosimo zijn geweest.’
Het leek of Bern niet naar me luisterde, hij ging helemaal op in het kikkers vangen. Hij droeg een broek die ooit blauw geweest moest zijn, en had geen schoenen aan. Toen zei hij ineens: ‘Jij durft, zeg.’
‘Hoezo?’
‘Meneer Cosimo beschuldigen om je vader vrij te pleiten. Daarvoor betalen jullie hem niet genoeg, volgens mij.’
Er viel weer een kikker in de emmer. Het waren er nu een stuk of twintig, ze bliezen zich op en liepen weer leeg.
Ik wilde hem afleiden van mijn leugen van daarnet en daarom vroeg ik: ‘Waarom zijn je vrienden er niet?’
‘Omdat het mijn idee was om het zwembad te gebruiken.’
Ik voelde aan mijn haar: het gloeide. Ik had voorover kunnen buigen om mijn hand in het water te steken en mijn hoofd nat te maken, maar er zaten nog kikkers in het zwembad.
Bern ving er eentje en hield het schepnet onder mijn neus: ‘Wil je hem aanraken?’
‘Ik pieker er niet over!’
‘Dat dacht ik al,’ zei hij met een vals lachje. En toen, langs zijn neus weg: ‘Vandaag is Tommaso naar zijn vader in de gevangenis.’
Hij wachtte op het effect van deze mededeling. Ik zei niets.
‘Hij heeft zijn vrouw met een houten sandaal doodgeslagen. Daarna wilde hij zich aan een boom ophangen, maar de politie kreeg hem op tijd te pakken.’
De kikkers sloegen onrustig tegen de emmer. Die hele berg glibberige beesten: ik moest er bijna van overgeven.
‘Dit sta je nu te verzinnen, hè?’
Bern hield zijn schepnet in de lucht. ‘Absoluut niet.’
Eindelijk ving hij de laatste kikker, die het langst uit zijn handen had weten te blijven. Hij bukte om het net niet te hoog te hoeven optillen.
‘En jouw ouders?’ vroeg ik.
De kikker sprong omhoog en vluchtte naar het diepste punt van het zwembad.
‘Verdorie, zie je nou wat je doet? Je bent een warbol.’
Ik verloor mijn geduld. ‘Wat betekent dat, warbol? Dat woord bestaat niet eens! Ik heb je broer, of je vriend of wat het ook is, geen pijn gedaan, hoor!’
Ik wilde meteen weglopen, maar toen keek Bern me voor het eerst echt aan. Er stond oprechte spijt op zijn gezicht te lezen, en tegelijkertijd ook een soort naïviteit. Weer die verlammende, licht loensende blik.”

 

Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

Egyptische goden

Ik ben in een zaal
Vol Egyptische goden
Sommige blokkeren de uitgang
Want het is na sluitingstijd
En de goden verbergen zich
In een slaap van zwart marmer

Hoe vaak ik ook probeer
De hele nacht door te slapen
Ik word wakker van de stappen
Van wie vergeten waren
Mij naar buiten te laten
Voordat de nacht binnensloop.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2018 en eveneens mijn blog van 19 december 2015 deel 2.