Maria Barnas, Rita Dove

De Nederlandse schrijfster, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas werd geboren in Hoorn op 28 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Maria Barnas op dit blog.

 

De dood en de honden

Hoor je de vogels?
Ze zingen dat de dood een vriend is
om de tuin te leiden met een melodie

De zon van vijven legt zilver
op de huizen en aan een open raam
een streep licht op een voorhoofd

slaapwit. De straten rollen zich om
een bedroevende hond. Hij is dood
Het land van reigers huivert

Een vrouw likt honing van een lepel
De zoete stad bolt op en krimpt
in de palm van haar hand

Ze vraagt: ‘Hond ben je nu gelukkig?’

Hond: ‘Vraag het de mensen.’

Vrouw: ‘Die met de gebroken enkels?
Of die met de zilveren heup
Of het kind met het elastiek om de tanden
Of die met de kronen om het hoofd
die doornen in mijn oog moet ik raad vragen?’

Hond: ‘Laat me met rust
Ik hoor vogels liegen.

 

White Horse Hill

Op de heuvel staat een paard van krijt

Ik luister naar herinneringen
die niet meer om mijn vingers passen

Raak ik ze kwijt of verliezen ze mij

Met mijn oor tegen de aarde
hoor ik het naderen

Het gaat niet voorbij

 

Siem

Het is hier groen, het rimpelende water, de bomen en de banken
en een stengel met een kleine paarse bloem. Hij weet het niet
zeker. Thuis heeft hij een witte zwaan in de keuken van porselein.
Rozen van plastic in een rode vaas, een blauwe bloem
op zijn beker, de koffie is altijd warm. En kringen
op het tafelkleed. Soms komt Nora binnen. Ze is wit en breekbaar.

Vroeger werkte hij onder de grond, in de mijnen.
Je kon er alles denken, zo zwart. Niemand die het zag.
De een zocht er een zin om Nora mee uit te vragen,
de ander een ring die hij verloor tijdens het graven.
Hij zocht er het einde van de dag en een familie
die op hem wachtte. Met een hond aan een riem
en een kleine moeder met brood en limonade.

Hij zou wel willen weten waar ze zijn gebleven, de mensen
die liedjes kenden omdat er een verjaardag was.
Ze trekken hun schoenen aan, halen bloemen met een strik
en een glimlach uit zijn uitgestrekte handen, leggen koekjes
op een schaal en spugen koffie en limonade in kopjes en glazen.
Ze staan op en deinzen naar de voordeur die hen slaat
in het gezicht. Wat nu? De waterlelies zijn bij elkaar gewaaid

tegen de rand van de vierkante vijver. Een enkele bloem
steekt onder het hoge blad vandaan. Hij ziet het wel,
hoe de groene struik groot als een klein huis, voorzichtig
in het bad van de waterlelies kruipt. Het fonteinwater suist
en slaat een zwart wak in de kroosgroene vijver

Hij schrijft je een kaart met een vierkante vijver.
Hij gooit een stok in het vreemde, groene meer
en dan verschijnen er zwanen. Het water stijgt
de papieren boten wijken.

 

Maria Barnas (Hoorn, 28 augustus 1973)

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

Kanarie

Billie Holidays gloeiende stem
heeft even veel schaduwen als lichten,
een droevige kandelaber tegen een glimmende piano,
de gardenia haar handtekening onder dat vernielde gezicht.

(Nu kook je, drummer bij bass,
magische lepel, magische naald.
Neem de hele dag als je moet
met je spiegel en je armband van lied.)

Feit is, de uitvinding van overwonnen vrouwen
is geweest liefde aan te scherpen in dienst van de mythe.

Als je niet vrij kan zijn, wees een mysterie.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

Zie voor de schrijvers van de 29e augustus ook mijn blog van 29 augustus 2020 en eveneens  mijn blog van 29 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 29 augustus 2017 en ook mijn blog van 29 augustus 2016 en ook mijn blog van 29 augustus 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Gethsemane (Mary Oliver), Seamus Heaney

 

Bij Witte Donderdag

 

Jezus wast de voeten van de apostelen door Duccio di Buoninsegna, 1308-11

 

Gethsemane

The grass never sleeps.
Or the roses.
Nor does the lily have a secret eye that shuts until morning.
Jesus said, wait with me. But the disciples slept.
The cricket has such splendid fringe on its feet,
and it sings, have you noticed, with its whole body,
and heaven knows if it ever sleeps.
Jesus said, wait with me. And maybe the stars did, maybe
the wind wound itself into a silver tree, and didn’t move,

maybe, the lake far away, where once he walked as on a
blue pavement, lay still and waited, wild awake.
Oh the dear bodies, slumped and eye-shut, that could not
keep that vigil, how they must have wept,
so utterly human, knowing this too
must be a part of the story.

 

Mary Oliver 10 september 1935 – 17 januari 2019)
St. Andrew Church in Maple Heights, Ohio, de geboorteplaats van Mary Oliver

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

De rugwaartse blik

Wankeling in lucht,
alsof een taal hier
te kort schoot, kunst-
greep van vleugels.

Het geblaat van de snip,
de nestgrond ontvluchtend
naar een dialect,
naar varianten,

transcripties gonzend
op de natuurmonumenten –
kleine geit van de lucht,
van de avond,

kleine geit van de vorst.
Zijn staartveren zijn ’t die,
elegiëen trommelend
in de slipstroom

van wilde gans
en gele roerdomp,
zich een weg wentelend
door de gewelven

waarop wij teren, zijn vlucht
door sluipschutters schuilhoek,
over schemerige schansen
en wallen van aarde,

verdwijnen tussen
de resten, glimmend
in de nissen
van een veldwerkersarchief.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e april ook mijn blog van 14 april 2020 en eveneens mijn blog van 14 april 2019.

Nachoem Wijnberg, Seamus Heaney

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

Niet als een vogel

In vrouwen zijn
kleineren vrouwen,
soms grotere vrouwen
en nog grotere vrouwen in die vrouwen.

De mannen
laten zien aan wie niet kan
door te doen alsof zij bijna niet kunnen
tussen schaduwen stil zitten.

Zij laten zien aan wie kan vliegen,
niet als een vogel
maar als een vogel die uit een vogel
gehaald wordt en weer teruggezet.

 

Eerst dit dan dat

Allebei de schoenen?
Een schoen doe je uit
als een vrouw bij je op bezoek komt
en je niet met haar wilt trouwen.

Eerst stilte, dan uitleg;
eerst duidelijk, dan verbazend;
eerst de rechterschoen, dan de linkerschoen,
dan de linkersok, dan de rechtersok.

Is er iemand die daarover geen gedicht zou willen schrijven?
Er is nog iets wat ik niet moet vergeten te doen, maar ik hoef er nu niet aan te denken.

 

Het paard

Een rechtvaardig man kwam op een paard aan.
Hij sliep met alle vrouwen uit een dorp
zonder te letten op een gezicht of een hand.
Het paard stond over hem als hij in een veld
met een vrouw lag. Als hij in een huis
verdween wachtte het paard voor de ingang.

Als men het paard alleen zag wierp men
scherpe stenen en zand naar hem. Het voedsel
nam men weg dat de man voor het paard neerlegde.
De huid van het paard ging kapot en het paard
werd steeds magerder. Ten slotte kon het paard
niet meer rechtop staan met de man in het zadel.

Daarom liepen zij voortaan naast elkaar
door het dorp. Zelfs de jongere vrouwen
deden het hinken en angstig kijken van het paard na.

 

Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

Spitten

Tussen mijn vinger en mijn duim
rust de gedrongen pen, knus als een buks.

Onder mijn raam een helder raspend graven
als de spa zinkt in grinderige aarde:
mijn vader die spit. Ik kijk ernaar

tot zijn gespannen romp zich laag over
de bloembedden buigt, twintig jaar verder weer
opduikt, ritmisch bukkend tussen aardappelrijen
waar hij spitte.

De lompe schoen op het ijzer genesteld, de steel
stevig kantelend over binnenkant knie.
Hij ontwortelde hoog loof, begroef de scheprand diep
om nieuwe aardappels rond te strooien die wij raapten,
genietend van hun koele hardheid in onze handen.

Mijn god, kon die ouwe een spa hanteren.
Net als zijn ouwe.

Mijn grootvader stak meer turf op een dag
dan alle andere mannen op Toners veld.
Eens bracht ik hem melk in een fles,
morsig gekurkt met papier. Hij strekte zich
om hem leeg te drinken, ging toen meteen weer aan ’t werk,
afgepast stekend en snijdend, plaggen over
zijn schouder gooiend, omlaag en omlaag
naar de goede turf. Spittend.

De koude geur van teelaarde, het zuigen en kletsen
van slappen turf, het straffe snijden van een scheprand
door levende wortels, worden wakker in mijn hoofd.
Maar ik heb geen spa om zulke mannen op te volgen.

Tussen mijn vinger en mijn duim
rust de gedrongen pen.
Ik zal ermee spitten.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)
Portret door B. Mullan, 2020

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e april ook mijn blog van 13 april 2019 en ook mijn blog van 13 april 2018 en ook mijn blog van 13 april 2014.

Karl Heinrich Waggerl, Emily Dickinson

De Oostenrijkse schrijver Karl Heinrich Waggerl werd geboren op 10 december 1897 in Bad Gastein. Zie ook alle tags voor Karl Heinrich Waggerl op dit blog.

Uit: Die stillste Zeit im Jahr

„Aber in meinem Bubenalter war es keineswegs die stillste Zeit. In diesen Wochen lief die Mutter mit hochroten Wangen herum, wie mit Sprengpulver geladen, und die Luft in der Küche war sozusagen geschwängert mit Ohrfeigen. Dabei roch die Mutter so unbeschreiblich gut, überhaupt ist ja der Advent die Zeit der köstlichen Gerüche. Es duftet nach Wachslichtern, nach angesengtem Reisig, nach Weihrauch und Bratäpfeln. Ich sage ja nichts gegen Lavendel und Rosenwasser, aber Vanille riecht doch eigentlich viel besser, oder Zimt und Mandeln.
Mich ereilten dann die qualvollen Stunden des Teigrührens. Vier Vaterunser das Fett, drei die Eier, ein ganzer Rosenkranz für Zucker und Mehl. Die Mutter hatte die Gewohnheit, alles Zeitliche in ihrer Kochkunst nach Vaterunsern zu bemessen, aber die mußten laut und sorgfältig gebetet werden, damit ich keine Gelegenheit fände, den Finger in den köstlichen Teig zu tauchen. Wenn ich nur erst den Bubenstrümpfen entwachsen wäre, schwor ich mir damals, dann wollte ich eine ganze Schüssel voll Kuchenteig aufessen, und die Köchin sollte beim geheizten Ofen stehen und mir dabei zuschauen müssen! Aber leider, das ist einer von den Knabenträumen geblieben, die sich nie erfüllt haben.
Am Abend nach dem Essen wurde der Schmuck für den Christbaum erzeugt. Auch das war ein unheilschwangeres Geschäft. Damals konnte man noch ein Buch echten Blattgoldes für ein paar Kreuzer beim Krämer kaufen. Aber nun galt es, Nüsse in Leimwasser zu tauchen und ein hauchdünnes Goldhäutchen herumzublasen. Das Schwierige bei der Sache war, daß man vorher nirgendwo Luft von sich geben durfte. Wir saßen alle in der Runde und liefen braunrot an vor Atemnot, und dann geschah es eben doch, daß jemand plötzlich niesen mußte. Im gleichen Augenblick segelte eine Wolke von glänzenden Schmetterlingen durch die Stube. Einerlei, wer den Zauber verschuldet hatte, das Kopfstück bekam jedenfalls ich, obwohl es nur bewirkte, daß sich der goldene Unsegen von neuem in die Lüfte hob. Ich wurde dann in die Schlafkammer verbannt und mußte Silberpapier um Lebkuchen wickeln, um ungezählte Lebkuchen.
Kurz vor dem Fest, sinnigerweise am Tag des ungläubigen Thomas, mußte der Wunschzettel für das Christkind geschrieben werden, ohne Kleckse und Fehler, versteht sich, und mit Farben sauber ausgemalt. Zuoberst verzeichnete ich anstandshalber, was ja ohnehin von selber eintraf, die Pudelhaube oder jene Art von Wollstrümpfen, die so entsetzlich bissen, als ob sie mit Ameisen gefüllte wären. Darunter aber schrieb ich Jahr für Jahr mit hoffnungsloser Geduld den kühnsten meiner Träume, den Anker-Steinbaukasten, ein Wunderwerk nach allem, was ich davon gehört hatte. Ich glaube ja heute noch, daß sogar die Architekten der Jahrhundertwende ihre Eingebungen von dorther bezogen haben.“

 

Karl Heinrich Waggerl (10 december 1897 – 4 november 1973)

 

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

I Years had been from Home

‘k Was jaren weg van huis geweest.
Toen stond ik er, de deur was dicht;
ik durfde hem niet open doen
omdat een onbekend gezicht

mij niet-begrijpend aan kon zien
en vragen wat ik wou.
Ik zocht een leven dat misschien
daar niet meer wezen zou.

Ik keek van raam naar raam,
zocht stunt’lig naar een woord.
De stilte van een oceaan
sloeg stuk tegen mijn oor.

Ik lachte met een lach van hout.
Dat angst voor deuren heeft
die dood en dreiging heeft aanschouwd
maar nimmer heeft gebeefd!

Ik legde op de klink
een aarzelende hand,
omdat zo’n deur soms openspringt;
en wie houdt dan nog stand?

Ik trok mijn vingers trug
als waren ze van glas.
Ik hield mijn beide oren vast,
nam als een dief de vlucht.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e december ook mijn blog van 10 december 2018 en ook mijn blog van 10 december 2017 deel 3.

Jostein Gaarder, Philip Larkin

De Noorse schrijver Jostein Gaarder werd geboren op 8 augustus 1952 in Oslo. Zie ook alle tags voor Jostein Gaarder op dit blog.

Uit: The Orange Girl (Vertaald door James Anderson)

“But Georg, a new dilemma can emerge here, and one that possibly isn’t so difficult — or malignant —as the first one. If you answer that, despite everything, you would have chosen to live, even if only for a short while, then I don’t really have any right to wish I hadn’t been born. So there can be a kind of balancing of accounts, one item can mitigate the other. Of course that’s what I’m hoping for. Indeed, that’s why I’m writing. You can’t give me a direct answer to the great question I’ve posed. But you can reply indirectly. You can answer in the way you choose to live this life you began when Veronika and I and a disobedient hospital doctor drank your health in champagne. That champagne doctor was a good omen for you, I’m certain of it.
Now you can lay aside this greeting from me. Now it’s your turn to live.
As for me, I’m being admitted to hospital tomorrow. That was the important appointment. Mum will be taking you to nursery school from now on. I had to write that too. And I must add: I can’t promise that I’ll ever return to Humleveien. Georg! I have one final question: can I be certain that there is no life after this one? Can I be totally sure that I won’t be somewhere else when you come to read this letter? No, I can’t completely exclude the possibility. Because the world exists, the limits of probability have already been exceeded. Do you know what I mean by that? I’m already so full of amazement that there is a world, that I have no room for more amazement should there turn out to be another one afterwards.

I remember how, a couple of days ago, you and I killed a couple of hours with a computer game. Perhaps the game amused me more than it did you; I desperately needed a little respite from all my thoughts. But each time we ‘died’ in that game, a new screen immediately came up, and we were off again. How can we know that there isn’t a ‘new screen’ for our souls as well? I don’t think there is, I really don’t. But the dream of something unlikely has its own special name. We call it hope.
I REMEMBERED THAT NIGHT OUT ON THE PATIO! It had penetrated my marrow, been etched on my heart. And reading about it now made the hairs on the back of my neck stand up more than once. Until then I’d sort of forgotten everything, because I’d never have remembered that starry night if I hadn’t read about it, but now I recalled it almost too vividly. PERHAPS THIS IS THE ONLY GENUINE MEMORY I HAVE OF MY FATHER. I couldn’t remember him at Fjellstolen. However hard I tried, I couldn’t bring back any of the walks around Lake Sognsvann, either. But I remembered that enchanted night on the patio. That is, I remembered it in a totally different way. I remembered it like a fairytale, or like some motley-coloured dream. I had woken up. Then Dad came in from the conservatory and lifted me high in the air. He said we were going out to fly. We were going to look at the stars, he said. We were going out to fly through space.”

 

Jostein Gaarder (Oslo, 8 augustus 1952)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog

 

Aubade

Ik werk de hele dag, word ’s avonds halfdronken,
ontwaak om vier uur in het donker. Ik staar.
Om de gordijnen wordt het licht ten slotte.
Tot dan zie ik wat ik als echt ervaar:
de rusteloze dood, opnieuw een etmaal nader,
die maakt dat ik slechts denken kan aan waar
en hoe, wanneer ik zelf zal sterven.
Vruchteloze vragen – toch speelt de vrees
om dood te gaan en dood te wezen
opnieuw, vervult me met ontzetting.

Heel je verstand staat stil. Niet uit wroeging
om dingen niet gedaan, om liefde niet gegeven,
tijd niet benut, ook niet uit spijt omdat
één leven er zo lang over kan doen om uit
een fout begin verlost te raken, of zelfs dat niet,
maar om totale leegte voor altijd,
de zekere vernietiging voor eeuwig waarnaar
wij toegaan. Niet meer hier zijn.
Nergens meer zijn.
Niets is erger, niets méér waar.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)
Standbeeld in Kingston upon Hull, waar Larkin meer dan 30 jaar woonde.

 

Zie voor meer schrijvers van de 8e augustus ook mijn blog van 8 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 8 augustus 2019 en ook mijn blog van 8 augustus 2017 en ook mijn blog van 8 augustus 2015 deel 2.

Nachoem Wijnberg, Seamus Heaney

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

Het lawaai in het atelier van Rodin

Zijn leerlingen maken uitsluitend handen
en leggen die in kasten, naar soort gerangschikt,
en hijzelf kneedt de restlichamen van klei
waar hij de voorbereide handen aan bevestigt.
Hij buigt openingen uiteen en bevochtigt de klei
met speeksel uit zijn mond, om tijd te winnen.
Hij loopt tussen de stapels klei en de op lakens
knielende modellen terwijl de leerlingen toekijken
en handen vasthouden die grijpen en loslaten.

 

Marcel Proust

Marcel Proust kwam tenslotte
hij droeg meerdere lagen kleren
zijn gezicht is nu bijna kleurloos
deze man is zo plotseling oud geworden
schoonheid ligt misschien in herhaling
voordat hij kwam belde zijn huishoudster
driemaal om te vragen of een bepaalde thee
voor hem gereedstond

vraag hem niet zijn jas uit te trekken
hij heeft vrijwel geen tijd meer, laat hem
zijn handschoenen verwarmen aan het glas thee.

 

Bekrachtiging

Om de overeenkomst waarde te geven
betasten de twee mannen elkaars testikels
elk van hen zoekt onder het lichtgekleurde kleed
van de ander met de vingers van zijn rechterhand
naar het behaard en ineengekrompen geslachtsdeel
van de ander, zo wordt deze overeenkomst meer
dan een willekeurige afspraak tussen vreemden

nadat de zon ondergaat zijn zij als mannen
die zonder dwang water verdeeld hebben.

 

Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

De reis terug

Larkins schim verraste mij. Hij citeerde Dante:
‘Het daglicht week, de schemering verscheen
Die alle aardse schepselen bevrijdde
Van dagelijkse zorgen; ik alleen

Moest mij op de beproeving voorbereiden
Van deze reis en van het medelij

En er was niets veranderd, waar spitsuur-bussen

De afgematten en belasten door de stad droegen.
Ik had een wijze koning kunnen zijn die uittrok
Bij de kerstverlichting – behalve dat het

Meer voelde als de voorspelde reis terug
Naar de binnenlanden van het alledaagse.
Nog mijn oude zelf. Toe aan een borrel.

Een negen-tot-vijf-man, die poëzie had gezien.’

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e april ook mijn blog van 13 april 2019 en ook mijn blog van 13 april 2018 en ook mijn blog van 13 april 2014.

Jan Eijkelboom, Elisabeth Borchers

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

 

In het park

Zoals de schemering de stammen
vervaagt maar zelf nog vager is
zo hangt een dunne groene mist
tussen de nog te volgen takken.

Geen mens dan wij. Hoor onze stappen:
zoals gewoonlijk doelgericht
en tegelijk zo vederlicht.
Zin om te leven klinkt erin
en ook iets van de nieuwe plicht
om oude onrust af te vlakken.

Maar ’t is mij liever als verwarring
ons straffe lopen onderbreekt.
Hoor hoe een haan de maan toeschreeuwt.
Zie uit die boom zijn pluimstaart hangen.

 

Genezen

Toen uit het schimmenrijk
ik was teruggekomen
vielen de blaadren van de bomen,
stond hun skelet alweer te kijk.

Tegen een mast van roestvrij staal
klepperen hel twee nylon koorden,
geluid dat je als kind nooit hoorde.
Toen stond er nog een houten paal
en woei de wind ook uit een noorden
dat minder kil leek, minder schraal.

Toch dreven op het water schotsen
wanneer het later winter werd.
De haven werd ermee versperd
als nu mijn schrijftafel met
slordige papieren rotsen
vol dreiging, woede en verwijt,
die ik weer slim en koel bestrijd.

Ik ben, kortom, geheel terug.
God hielp mij toch de brug weer over,
de ijzige bedoening in
van leven-met-een-zin.

 

Meeuw

Een onverzettelijke speelbal, rijdt de meeuw
op golf na golf, de snavel in de wind,
zoals een kind hem op papier verzint.

Zijn oog kijkt roerloos om zich heen,
naar voren en tegelijk opzij.
De broodheer ziet hij ook meteen.

Zwijgend of krijsend, in de lucht
zie ik hem later
zoals hij toch maar liever is:

tegen de wolken als een vis
in het doorzichtigst water.

 

Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Zie ook alle tags voor Elisabeth Borchers op dit blog.

 

Maart

Er komt een tijd
dat het slecht afloopt
met de sneeuwman.

Hij verliest zijn zwarte hoed
hij verliest zijn rode neus,
en de bezem valt uit zijn hand.
Kleiner wordt hij van dag
tot dag.

Naast hem groeit iets groens
en nog iets groens
en nog iets groens.

De zon jaagt
vogels voor zich uit.
Die wensen de sneeuwman
een goede reis.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elisabeth Borchers (27 februari 1926 – 25 september 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn blog van 1 maart 2020 en ook mijn romenu blog van 1 maart 2019  en ook mijn blog van 1 maart 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Elma van Haren, Rita Dove

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook alle tags voor Elma van Haren op dit blog.

 

Alles wat je wil

Er ritselen grote brede rode heggen,
waar je u tegen wilt zeggen.

Er wiegen zwoele kakmadammen,
wiens ravenzwarte suikerspinnenragebol
je graag dooreen wil kammen

Er deinen dikke donkerblauwe bloemen,
die de stralen van de zon verkoelen

en er stappen stoere lange blonde mannen,
die je zus geniepig in haar zijdezachte
ijzersterke kousennet wil vangen.

Er knisperen zachte truien knuffelhonden,
kleine dorpen, vreemd verlangen
Lutjebroek, België en Londen
met hun glinsterende lichten
landerijen, vergezichten
dwergen en zwaargewichten
wolleweien kromgewrichten
losbollen en love-berichten
hartenzeer en bliksemschichten
knolrapen en burenplichten
en nog veel meer van die woorden;
woorden waar je nooit van hoorde,
maar die je, als je heel goed zoekt
ongetwijfeld vinden moet.

Want het mooie ervan is,
dat alles wat er bestaat,
loopt of ligt of zit
speelt rent of praat
treurt lacht zeurt
of bloeit loeit en geurt
zomaar midden op de straat.

En zie je het niet zitten
midden op de straat,
kijk dan in je eigen kop.
Dan zul je het daar vinden,
schoongewassen vuilbesmeurd
met alles eraan vastgemaakt
en het topje er bovenop.

En heeft zowel de straat
als je kop het niet paraat,
dan wil ik voor honderd euro
met je wedden,
dat het in je woordenboek
zwart op wit allemaal beschreven staat.

 

Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

DE NARCIS

Ik herinner me mijn voet in zijn frivole slipper,
een angstige vogel… niet de aarde opengeritst

maar de manier waarop ik mijn eigen vingers kon zien en mijzelf
horen gillen toen de bloesem verkoold werd.

En hoewel niets de duik
kon kuisen, deze man
onvermurwbaar als een mes dat zich nestelt

in de nederigste spleet, bevond ik mij
in het hart van een kalmte zo puur dat het haat was.

Het mysterie is, dat je angst kan opeten
eer angst jou opeet,

dat je kan leven voorbij het sterven –
en een koningin worden
die door niets wordt verrast.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

Zie voor de schrijvers van de 29e augustus ook  mijn blog van 29 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 29 augustus 2017 en ook mijn blog van 29 augustus 2016 en ook mijn blog van 29 augustus 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Jan Eijkelboom, Franz Hohler

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

Wie schrijft geschiedenis

–je liep daar naast mij
in je gouden jack. —
(21 november 1981)

Ligt er ergens nog dat jack, van goud
dat toen al was gaan slijten?
Door barsten zag je mosgroen leer.

Hoe anders liep ik naast je
dan toen ik tussen andere soldaten
marcheerde met mijn schietgeweer.

Andere oudgedienden
schreven toen in de lucht:
Ga toch in Moskou demonstreren.

Wie schrijft geschiedenis?
Niet zij die met hun lichtste voeten
meelopen in bevlogen stoeten.

Maar ook niet de benarde heren
die vanuit burcht of binnenhof
een vloedgolf denken te dicteren.

Een dagje mensenzee. Of was het meer?
Een ommekeer of nieuwe wijn
voor oude poëzie? Ik weet alleen:

Gelukkig liepen wij toen, daar,
verliefd op honderdduizend mensen
en ook nog op elkaar.

 

Noordereiland

Toen in die hoek
waar eerdere wind dood blad had vergaard
bracht onverhoeds een stormvlaag werveling teweeg
die als een bruine tol de lucht inging.

En uit de top daarvan
ontsprong vervolgens een fontein, een zwerm
voorheen verscholen, luid
kwetterende mussen.

Ze leken meer te twisten dan te zingen.
Toch hoorde ik in al dat leven
de leeuwerikjes van de winter.

 

Hooglied

In de verte ben ik al bij je,
toch wil ik steeds naar je toe,
tegen je aan gaan staan,
bij je naar binnen gaan.
En ook dat is nog niet genoeg.

Door je heen wil ik gaan,
mij omkeren en dan
je prachtige hoofd
half naar mij omgedraaid
op je prachtige rug zien staan.

Ingres heeft dat geschilderd
en die is toch al tijden lang dood.
Zelf kan ik nooit meer sterven
en jij blijft voor eeuwig mooi bloot.

 

Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

 

De Zwitserse dichter, schrijver, cabaretier en liedjesmaker Franz Hohler werd geboren op 1 maart 1943 in Biel. Zie ook alle tags voor Franz Hohler op dit blog

Aanvulling bij de spreeuwenbomen

Wat de twee
dinsdag gevelde
schijncipressen betreft
in het centrum van Örlikon

jullie kennen ze misschien
de bomen
op elk waarvan zich
de spreeuwen verzamelen voor vertrek

zo kan ik jullie
na gesprekken met alle betrokkenen
zeggen:

Niemand kan het helpen
iedereen handelde slechts
in opdracht van
of omdat het niet anders kon
en het was in elk geval
de meest verstandige oplossing.

Ik zal het
in de herfst
aan de spreeuwen uitleggen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Franz Hohler (Biel, 1 maart 1943)

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn romenu blog van 1 maart 2019  en ook mijn blog van 1 maart 2018 en ook mijn blog van 1 maart 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Dolce far niente, Simon Vestdijk, Jan Eijkelboom, Peter Pessl

Dolce far niente

 


March Morning door John Atkinson Grimshaw, 1867

 

Maart

Dit is een duivelskind, deze maand Maart.
Men kan dit in een stormnacht goed bemerken:
Hij buitelt door de schoorsteen op de haard
En blaast de torenhanen van de kerken!

Nochtans, al wat hij roert is slechts zijn staart,
Waarmee hij wind maakt als met vogelvlerken,
En van zijn hoef is enkel ’t boerenpaard
De drager, dat de akker gaat bewerken.

Rust en beweging is deze maand eigen:
Wildheid der luchten, en op aarde ’t wachtend
Verlangen naar wat eerlang komen gaat.

En drooggewaaide stoepen langs de straat
Zijn nooit zo helderblauw en kalm en smachtend
Als wanneer buien in de hemel dreigen.

 

 
Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)
Harlingen, de geboorteplaats van Simon Vestdijk

 

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog

Gered

Op een nacht lag ik wakker en hoorde
mijn hart niet meer slaan.
Ik ging dood dus niet uitverkoren
of wedergeboren. Ontdaan
dacht ik: voor eeuwig verloren.
Ik had, als ik kon, wel op willen staan
maar waarom zou ik mijn ouders storen?
Het was gedaan, het was gedaan.

‘k viel in slaap onder stil geschrei,
was bevreemd toen het ochtend werd.
angst begon later te tanen,
vooral toen de meester eens zei:
bekeringen gaan gepaard met tranen.
Ik had gehuild, was dus gered.

 

Misschien is dit het laatste

Misschien is dit het laatste
dat zal blijven, flarden landschap
meestal niet huis te brengen
maar autonoom van helderheid.

Platanen in hun blote bast
langs een herkende weg
– maar waar, waar ook alweer –
in een bestofte hitte
die lijkt op ongevraagd geluk.

Zich zomaar in den vreemde thuis
te voelen, en dat bewaard
voor wel een tel of zes,
zeg zeven.

 

Ansicht

Een plein zo bleek van licht,
je denkt dat, weliswaar zeer dun,
maar dat er sneeuw op ligt.

Dan zie je mensen zonder jas,
wel met een hoed, maar
van dat splinterwitte stro,
tegen het zonnesteekgevaar.
Zoals in trams het spuwen was verboden.

Er kijken van dit kiekje louter doden
in de nog ongewone lens.
Zwart doek lag over ’t hoofd
van de gebogen mens die dacht:
er staat nu wat er staat.

’t Is het moment dat blijft.
De eeuwigheid is wat vergaat.


Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

 

De Oostenrijkse schrijver en radiokunstenaar Peter Pessl werd geboren op 1 maart 1963 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Peter Pessl op dit blog.

Uit: Formiert aus Luft, Aufzeichnungen aus dem Himalaya, Teil 3

Überaus „nicht mehr“,
„nicht mehr über Strömungs-Störungsreste hinaus“,
gab sich der kleine, retardierende Siedlungskern,
der vorzeiten Vorhut einer zinnoberrot-weissen Grotten- und Königsstadt gewesen war, und dessen meiste, nach Jahrhunderten stetiger Zerstreuung, Minderung Inversion verbliebene Einwohner, beim Einmarsch der chinesischen Truppen über die nahen Pässe des Himalaya ins indische Garhwal,
nach Kinnaur geflüchtet waren
(und zwar ohne Wiederkehr).

Tagelang sah ich nur „auf“ und „vor“
(wenige mittelbare Einzelheiten fielen mir auf).
Wochen später notierte ich: „Genaugenommen zwei
und zwei leichte Wüstentage, zählten wir doch die schlaflosen Nächte mit ein“, folgten wir dem Sutlej-Canyon,
(eine arschglatte Militärpiste benützten wir sicher nicht),
dessen Abbrüche Einrisse (wirre) Konglomerate
(leicht) hunderte Meter, auch senkrecht, abfielen:

„An einer Spick
und Spina,
an einer Klause sah ich,
dass der Fluss (in der Hypertiefe)
nur mehr Mühle war,


Peter Pessl (Frankfurt am Main, 1 maart 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn blog van 1 maart 2018 en ook mijn blog van 1 maart 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.