H.H. ter Balkt, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

Oud gereedschap mensheid moe

Oud gereedschap ver van huis
bedenkt geen rondeel om te klagen.
Oud gereedschap huilt niet in het donker

lange weg, lange lange weg
en zingt geen blues want heeft geen stem.

Vlashekel, wan, geen achterban
van dichtkunst, geen plantage, borst
van essehout om aan te rusten.
Oud gereedschap mensheid moe, eeuwen
van huis, zoekt geen plankier
van zangen, van stof, van twist.

Lange weg, lange lange weg
oud gereedschap zingt niet de blues.
Regen geen rum slijpt zijn lemmet en steel,
zijn afgeknapte spaak die hakkelt.

O het is een wintertij weg,
lange lange weg, weg lang als een lemmet
weg langer dan de weg van de weegschaal
en van de heldere sterren.

De sterren zeggen
dat de tijd daar is, dat het oude gereedschap
dat datgene, doorgesleten in de handpalm
van die de lange lange weg maakte,
zich gereedhoudt.

De sterren zeggen
in de naam van wie naamloos stierven
in de naam van wie akkergrond werden
in hun akker, van wie afgrond werden
De sterren zeggen dat de stap aanrukt

over de lange lange weg
over de weg die de blues uitklaagt.
De sterren zeggen, de hand is op komst
van wie oud gereedschap opneemt en gebruikt
doodgewone ploegschaar, vlashekel, wan:
ze vertellen dat hij komt.

Oud gereedschap mensheid moe
ver van huis, oud gereedschap dat je heersers
overleefde, oud gereedschap ver van huis,

het is tijd voor andere meesters
het is tijd voor de eenvoudige beweging

van de bijlslag recht in het gezicht
van die alles in vuur hebben gezet
langs de weg. Langs de lange lange weg.

 

De hooikeerder

Door revoluties weggemaaid
staat hier de hooikeermachine.
Hij was mooi blauw en rood, bestreed
het gele lekker ruikende hooi.

Nu weggedragen op vleugels
van stormvogel roest wordt hij meer
en meer stof van de schuur. Antieke
vriendelijke machine; huisdier.

Terwijl hij zo machtig roffelde
achter de paardebil, charge
op charge uitvoerde, in galop
voortrazend over het weiland.

 

De cirkelzaag

Hoed je voor de teven
van de vrede, het leven
beneden, in de bossen en
steden, is een krijsende bede
om onvrede, onvrede, onvrede
.

 

H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Mussen tussen dorre bladeren

De mussen
bij de ijzeren hekpaal
nauwelijks te zien

door de dorre bladeren
waar ze half
onder schuil gaan –

ze warrelen de bladeren
op – vechten
en tjilpen

schel
zoeken
en

pikken het scherpe
zand voor
een goede vertering

en liefde’s
duistere en onverzadigbare
eetlust

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
Portret door Hugo Gellert, ca, 1930

 

Zie voor de schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2020 en evenens mijn blog van 17 september 2018.

Breyten Breytenbach, William Carlos Williams

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

Als van vleugels

Allerliefste, ik stuur je een palmtortel
want niemand zal een boodschap die rood is neerschieten.
Ik werp mijn palmtortel hoog in de lucht en ik
weet dat alle jagers zullen denken dat het de zon is.
Kijk, mijn tortel komt op en mijn tortel gaat onder
en waar hij vliegt daar schitteren oceanen
en bomen worden groen
en hij kleurt mijn boodschap zo rood over je vel

Want mijn liefde reist met je mee,
mijn liefde moet als een engel bij je blijven,
als vleugels, wit als een engel.
Je moet van mijn liefde blijven weten
als van vleugels waarmee je niet kunt vliegen

 

Vertaald door Adriaan van Dis

 

(de reis van de nachttovenaar)

“When I was learning Shona in Bukera I unexpectedly saw
some ladies bathing in the Merahari River.
Fortunately I have poor eyesight.” – Ngomakurtra

je zegt dat poëzie een schaduwspel is?
dat betekenis altijd op het punt staat te vertrekken
en het gedicht als een afgeworpen vervelling achterlaat?

luister: jij bent een maanbevlekte boodschapper
moe van sommen te maken in het bouwvallige huis
vol vogels die met hun snavels als scharen
de bloederige lakens om de doden
los proberen te scheuren

jij bent hier om aan die gestalte
tussen vreemden op de gang
die zo lang al wist dat het hart onderweg is
naar een verre aankomst –
om aan die man met zijn etterende gezicht
weerspiegeld in het glas
zijn hoed te overhandigen

mag ik deze regels weer voor je vertalen?
jij bent dus hier om een hoed te overhandigen
aan die gestalte daar
met zijn etterende gezicht in het kijkglas
die man die al zolang weet
dat het hart op pad is naar een vreemde begeerte
tussen vreemden en vogelpoep op de gang

je bent hier niet om de maan te vernielen

ik wil samen met je reizen
met je boodschappentas vol versregels als afgetelde kralen
wanneer jij spiegelbang door de doolhof loopt
het marmer overal bevlekt met tranen
voor gesneuvelden
met kromsnavelkraaien in donkere bomen
ik wil je laten zien hoe de maan beweegt als een spiraal

om bij jou uit te komen als een droom
in de nacht of als een rakelingse vogel
boven sombere boomtoppen
zodat je niet bang hoeft te zijn
en nooit meer verdriet zult hebben
als mijn hart omlaag stort
als de vreemde met het etterende gezicht
op je schiet

heeft de dood je geveld?
zeg je dan dat poëzie een schaduwspel is?

kom: ik pluk de volgorde uit de hemel
terwijl kralen van maantranen door je vingers glijden
kom ik pak de hoed van de glinsterende rots
af en buk mij
om de afwezigheid te strelen

kijk: ik ben de boodschapper die jou komt berichten
dat de vlucht een spiraal is
al die marmeren gedenkstenen bevlekt met woorden van rouw
tot hier op het eiland waar vreemden
met etterende gezichten de kralen verkwanselen
die als wolkenpatronen geborduurd zullen worden op vlaggen

om als je terug bent uit de dood
aan jouw mensen in de gang te berichten
dat een gedicht altijd het verhaal vertelt
van een vervelde betekenis

 

Vertaald door Laurens Vancrevel

 

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Valse vrede

waar een zwaar
ijzergevlochten hek
met zigzagpunten bezet, een langgerekt
sintelterrein aan de rivier omheint –

Aan één kant een betonnen
afvalschacht, kleine houten deksels
verspreid in ’t rond – op
rioolputten, naar alle waarschijnlijkheid –

Door het midden een looppad
aan één kant verfraaid door
een bloeiende paardebloem – en
een witte vlinder –

De zon blakert nog steeds
het geblakerde gras. Langs
het hek, van het water gescheiden
leunt de fletsbleke straat –

Drie huizen vol scheuren –
een wilg, twee kippen, een
jongetje met een eigengemaakte handkar
loopt voorbij en zwaait met een zweep –

Hortsik! Geen ander verkeer of
enig op komst.
Daar te blijven, te improviseren en
te ontspannen! Door het hek

achter het terrein en het
blinkende water, klinkt de schaftfluit
maar niemand gaat
dan de kinderen uit school –

 

Vertaald door J. Bernlef

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2021 en ook mijn blog van 16 september 2020 en eveneens mijn blog van 16 september 2019 en ook mijn blog van 16 september 2018.

Chimamanda Ngozi Adichie, William Carlos Williams

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

Uit: Een halve gele zon (Vertaald door Rob van Essen)

“Meester was een beetje gek, tuft had veel te tang in het buitenland met zijn neus in de boeken gezeten, praatte in zichzelf op kantoor, zei lang niet altijd iets terug als je hem groette en had veel te veel haar. Ugwu’s tante vertelde hem dit met gedempte stem terwijl ze over het pad liepen. ‘Maar hij is een goed mens,’ voegde ze eraan toe. ‘Zolang jij je werk goed doet, zul je goed eten. Je zult zelfs elke dag vlees krijgen.’ Ze stopte om te spugen; het speeksel schoot met en zuigend geluid uit haar mond en landde op het gras.
Ugwu geloofde niet dat er mensen waren die elke dag vlees aten, zelfs deze meester niet bij wie hij zou gaan wonen. Maar hij sprak zijn tante niet tegen, omdat de verwachting zijn keel dichtsnoerde en hij volledig in beslag werd genomen door de vraag hoe zijn nieuwe !even, zo ver van zijn dorp vandaan, eruit zou zien. Ze hadden al een hele tijd gelopen sinds ze op het motorpark uit de vrachtwagen waren geklommen, en de middagzon brandde in zijn nek. Hij had er geen last van. Ook als het twee keer zo heet was geweest, had hij nog uren door kunnen lopen. Hij had nog nooit zoiets gezien als de straten die zich voor hem uitstrekten nadat ze door de toegangspoort het universiteitsterrein waren op gelopen; ze waren zo gelijkmatig geteerd dat hij er graag zijn wang tegenaan had gelegd. Hij zou zijn zusje Anulika nooit kunnen beschrijven hoe de bungalows er hier uitzagen, hoe ze geschilderd waren in de kleur van de lucht en als vriendelijke, goedgeklede mannen naast elkaar stonden, en hoe de heggen die hen van elkaar afscheidden aan de bovenkant zo recht waren afgeknipt dat ze leken op tafels die met bladeren waren bedekt.
Zijn tante begon sneller te lopen. Haar slippers maakten klapperende geluiden die echoden in de verlaten straat. Ugwu vroeg zich of ook zij door haar dunne zolen heen kon voelen dat het teer onder hun voeten steeds heter werd. Ze kwamen langs een bordje met de tekst ODIM STREET en Ugwu zei geluidloos ‘street’, zoals hij altijd deed als hij een Engels woord zag dat niet te lang was. Toen ze een compound op liepen, rook hij een zoete, zware geur, die volgens hem afkomstig was van de witte bloemen die in trossen op de struiken bij de ingang groeiden. De struiken hadden de vorm van kleine heuvels. Het gazon glinsterde. Boven het gras fladderden vlinders.

“lk heb hem gezegd dat je snel leert, osiso-osiso,’ zei zijn tante. Ugwu knikte aandachtig, ook al had ze hem dit al zo vaak gezegd, ongeveer net zo vaak als ze hem verteld had waaraan hij zijn buitenkans te danken had: toen ze verleden week de gang van de wiskundefaculteit veegde, had ze Meester horen zeggen dat hij een huisbediende nodig had om bij hem schoon te maken, en ze had onmiddellijk gezegd dat ze kon helpen, voordat zijn typiste of zijn kantoorbediende aan kon bieden iemand mee te nemen.
`Ik zal snel leren, tante,’ zei Ugwu. Hij staarde naar de auto in de garage. Om de blauwe carrosserie liep een smalle strook metaal, als een halsketting.
“En onthoud, als hij je roept, antwoord je met: “Ja meneer.”
“Ja meneer!’ herhaalde Ugwu.
Ze stonden voor de glazen deur. Ugwu bedwong de neiging om zijn hand uit te strekken en de betonnen muur aan te raken, om te zien hoe anders hij aanvoelde dan de lemen muren van de hut van zijn moeder waarin nog vage sporen van knedende vingers zichtbaar waren.”

 

Chimamanda Ngozi Adichie (Enugu, 15 september 1977)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

De laatste woorden van mijn engelse grootmoeder

1920

Naast haar op een tafeltje
vlak bij het gore, slonzige bed
stonden wat vuile borden
en een glas melk –

Rimpelig en bijna blind
lag ze te snurken
wakkerschrikkend om op
boze toon eten te eisen,

Geeme iets te eten –
Ze laten me verhongeren –
Ik voel me best ik ga niet
naar het ziekenhuis. Nee, nee, nee

Geef me iets te eten
Laat mij je naar het ziekenhuis
brengen, zei ik,
en wanneer je weer goed bent

kun je doen wat je wilt.
Ze glimlachte, Ja
eerst doe jij wat jij wilt en
dan kan ik doen wat ik wil –

Oh, oh, oh! riep ze
toen de broeders haar
op de draagbaar tilden –
Noemen jullie dit

’t iemand naar de zin maken?
Haar geest was helder nu –
O jullie denken slim te zijn
jullie jongelui,

zei ze, maar ik zeg jullie
jullie weten niets.
Toen vertrokken we.
Onderweg

passeerden we een lange rij
iepen. Ze keek er een tijdje naar
door het raam van de
ziekenwagen en zei,

Wat zijn al die
wazige dingen daarginds?
Bomen? Nou, ik hoef ze
niet meer en draaide haar hoofd opzij.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e september ook mijn blog van 15 september 2021 en ook mijn blog van 15 september 2020 en eveneens mijn blog van 19 september 2018 en ook mijn blog van 19 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Jenny Colgan, William Carlos Williams

De Schotse schrijfster Jenny Colgan werd geboren op 14 september 1972 in Prestwick, Ayrshire. Zie ook alle tags voor Jenny Colgan op dit blog.

Uit: The Bookshop on the Shoeek.

“So, tell me about the crying?” The woman sat, kind but formal, behind the tatty scuffed old NHS desk. A poster on the wall suggested a confusing acronym that you would have to remember if you thought you were having a stroke. The idea that you would have to remember an acronym while also having a stroke was making Zoe very anxious, even more than being there in the first place. There was a dirty Venetian blind just about covering a bunker window that only looked out onto another red brick wall, and coffee-stained rough carpet tiles. “Well, mostly Mondays,” Zoe said, taking in the woman’s lovely shiny dark hair. Her own was long and dark too, but currently tied roughly with something she hoped was a hair tie and not, for example, an elastic band dropped by the postman. “And, you know. When the tube is late or I can’t get the buggy in the carriage. Or someone tuts because I’m trying to get the buggy in because if I don’t take the buggy I’ll be an hour late even though he’s too big for it and I know that, thanks, so you can probably stop with the judgemental looks. Or when I’m caught up at work and I can count every minute of how much it’s going to cost me by the time I’ve picked him up and it makes the entire day’s work worthless.
Or when I think maybe we’ll take the bus and we just arrive at the stop and he shuts the doors, even though he’s seen me, because he can’t be arsed with the buggy. Or when we run out of cheese and I can’t afford to get more. Have you seen the price of cheese? Or. The woman smiled kindly while also looking slightly anxious. “I meant your son, Mrs O’Connell. When does he cry?” “Oh!” said Zoe, startled. They both looked at the dark-haired little boy, who was cautiously playing with a farm set in the corner of the room. He looked up at them warily. “I … I didn’t realise,” said Zoe, suddenly thinking she was about to cry again. Kind Dr Baqri pushed over the box of tissues she kept on the desk, which did the opposite of helping. . . . and it’s “miss”,’ said Zoe, her voice wobbling. “Well, he’s fine … I mean, a few tears but he doesn’t . .”Now she knew she really was going to go. “He doesn’t . make a sound.”

***************

At least, thought Zoe, after she’d cleaned herself up, slightly gone again, then pulled herself back from the brink as she realised to her horror that the NHS appointment they had waited so many months for was nearly up and she had spent most of it in tears and looking full of hope and despair at Dr Baqri, Hari now squirming cheerfully in her lap. At least Dr Baqri hadn’t said what people always said . . “Einstein, you know . . .” began Dr Baqri, and Zoe groaned internally. Here it came: . . didn’t talk till he was five.” Zoe half-smiled. “I know that, thanks,” she said through gritted teeth. “Selective mutism … has he suffered any trauma?” Zoe bit her lip. God, she hoped not. “Well, his dad . . . comes and goes a bit,” she said, and then slightly pleadingly, as if wanting the doctor to approve of her, added, “Th-that’s not unusual though, is it? You like seeing Daddy, don’t you?” At the mention of his father, Hari’s little face lit up as it always did, and he poked a chubby finger enquiringly into her cheek.”

 

Jenny Colgan (Prestwick, 14 september 1972)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Het tulpenbed

De meizon – die
alle dingen imiteren-
die kleine blaadjes lijmt aan
de houten bomen
scheen vanaf de hemel
door blauwwazige wolken
op de grond.
Onder de lommerrijke bomen
waar de straten in de voorsteden
zich kruisten,
met huizen op elke hoek,
waren verwarde schaduwen begonnen
zich samen te voegen
met de rijbaan en de grasvelden.
Met uitstekende precisie
richtte het tulpenbed
binnen het ijzeren hek
zijn opzichtige
geel, wit en rood op,
omzoomd door gras,
in rust.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2020 en eveneens mijn blog van 14 september 2018 en ook  mijn blog van 14 september 2017 en ook mijn blog van 14 september 2015.

H.H. ter Balkt, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

Altijd

Altijd de verweekte kalfshersenen van de regen
als het gezijk van een oude dichter die de sloot niet inklimt.
Altijd de losse draadjes van machientjes en de kloterige plons
van raketten (plas-plas) in dezelfde verrotte zee.

Altijd de afdruk van voetstappen in sneeuw of modder, &
de herfst die zijn grijnzend smoelwerk uit de groene boom steekt.
& altijd Celsius met de koude kwikzak in de maand januari
als de steden huilen: Haal ons van de landkaarten moedertje.

Altijd dezelfde klaagzangen om dezelfde schurftige wereld,
altijd dezelfde slechte dichters terwijl de goeden ondergespit zijn
en ah! ah! owee! altijd dezelfde droevige opeenvolging
van gezichten en gezangen op de stenen akkers en op die van zand.

 

Het bonenstro

Bonenstro, dat rookt zo mooi
onder de hoge bomen; en zijn
gedopte peulen smoken ook.
Zijn boon, tot roem gekomen,
wordt beloond; maar opgestookt
rookt roemloos het bonenstro,
zo hoog als nooit de bonen komen

 

De vlier

Hoe de vlier hard kraakte
wanneer de winter zijn merg
verstijfde, het riet brak; de vogels
naar het zuiden (sommige)
afreisden: staat dat niet in het boek
het oude geschrift van de grondmist?

Hoe de ezelskop in Samaria,
stad van de tranen, 75 zilver-
stukken kostte, toen de honger
de stad opvrat, lange tijd her,
staat dat niet geboekstaafd
in het oude boek van de Koningen?

Die bij Warschau stond en Athene,
wuifde bij slagvelden, huisde
in duister, verrees op Golgotha;
de wijze onuitroeibare, zuur & loog
ten spijt, wordt niet hoog: maar vijf
meter, dat is hoog genoeg om te zien.

Kwetsbaarder dan hij staat er
geen boom in de bossen: december
vindt zijn knoppen nauwelijks
bedekt, en zijn roomwit merg trekt
tal van verslinders, daarom bewaakt
het bos hem als de draak de schat…

Zo is het nòg wel, en sombere
holten staat de vlier in de bossen,
nog altijd; in nacht en ontij; tover
gleed van zijn bessen heen, nochtans
hij staat er en draagt zijn bloesem
of er nooit nee nooit iets was gebeurd.

Vliertje, vlier, jij trilde
onder de eerste voetstappen, de mensen
goten sindsdien hun holten met stikstof
vol, en gesternte, helder vroeger, schijnt
troebeler, grijnzender, over de steden:
maar vliertje, vlier, blijf jij bij mij.

 

H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Danse Russe

Als ik wanneer mijn vrouw slaapt
en de baby en Kathleen
ook slapen
en de zon een vlammend-witte schijf is
in zijden mistflarden
boven glanzende bomen, –
als ik in mijn noordelijke kamer
dans, naakt en grotesk
voor mijn spiegel
mijn hemd zwaaiend boven mijn hoofd
en zachtjes tot mijzelf zing:
`Ik ben eenzaam, eenzaam.
Tot eenzaamheid ben ik geboren,
en beter kan het niet!’
Als ik mijn armen bewonder, mijn smoel,
Mijn schouders, flanken, billen
tegen de lange gele schaduwen, –

Wie zal dan zeggen dat ik niet
de gelukkige genius ben van mijn gezin?

 

Vertaald door Arnold Heumakers

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

Zie voor de schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2020 en evenens mijn blog van 17 september 2018.

H.H. ter Balkt, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

Uit: Laaglandse hymnen

1.

‘9-keto-trans-2’
Estetica, stekeblind, ging van huis;
er vond een grote bijentelling plaats
in herberg ‘De Uitgehongerde Bij’,
ook wel genoemd Q’s ijzige droomdoos.
‘De Rustende Jager’ heet nu ‘Intensz’;
leven kan niet vroeg genoeg óndergaan,
was ook het credo voor het koude brein
waarin wij schaterend herschapen zijn.
Red de bijenkoningin van de wet
die nu rondgaat in de gedaante van
velerlei vermomming en stofwolk; keer
Cycloon van Borculo, even terug, blaas
de knekelhuizen weg van de akkers,
ach poëzie, kom in Laagland terug.

2.

‘9-keto-trans-2’
Alleen op daken is de bij veilig,
bijvoorbeeld in Amsterdam of Berlijn;
maar niet in Gent, daarginds niet want daarzo
kantelt de stoorzender Q de raten.
Scheef, scheef, alles schuin, schuin de raten; in
blauw tl-licht bungelt een lamp; een zak
infuusvloeistof voedt niets meer en leidt dan
nergens heen, ja, namens de wetenschap.
De bijenhersentjes moesten sterven,
rolwagens met lucht aan boord toeren rond.
‘Contemporary art’, roepen gidsen
en suppoosten op verlaten velden
en in leegstaande zalen waar het geil
van hofnarren een vale huifkar verft.

3.

‘9-keto-trans-2’
Alsof sculpturen kunnen groeien!
Het zijn de schuttingbouwers die bouwen,
zogenaamd dan, eerder nog bouwt de wind
of ’t veld waar de paasvuurstapels staan.
Wassenbeeldenmuseum van koud gips
legt het af tegen één levende bij;
op het stoppelveld vloeit de gentiaan;
leven en dood zijn niet kaartje egaal.
Zelfs van de Skythen zijn de zeisen stil
neergevallen, en om de dooie dood
zijn wij, gelukkig maar, nog niet ons brein.
Q’s knekelhuis spreidt zijn duistere gloed
spoorslags in ’t rond, oh keto-trans
maar de wind zingt boven ’t arme brein.

 

H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

Blizzard

Snow:
years of anger following
hours that float idly down —
the blizzard
drifts its weight
deeper and deeper for three days
or sixty years, eh? Then
the sun! a clutter of
yellow and blue flakes —
Hairy looking trees stand out
in long alleys
over a wild solitude.
The man turns and there —
his solitary track stretched out
upon the world.

 

Danse Russe

If I when my wife is sleeping
and the baby and Kathleen
are sleeping
and the sun is a flame-white disc
in silken mists
above shining trees,—
if I in my north room
dance naked, grotesquely
before my mirror
waving my shirt round my head
and singing softly to myself:
“I am lonely, lonely.
I was born to be lonely,
I am best so!”
If I admire my arms, my face,
my shoulders, flanks, buttocks
against the yellow drawn shades,—

Who shall say I am not
the happy genius of my household?

 

Donderdag

Ik heb mijn droom gehad – net als anderen –
en er kwam niets van terecht, zodat
ik nu zorgeloos
met de voeten op de grond geplant blijf
en omhoog kijk naar de lucht –
ik voel mijn kleren om mij heen,
het gewicht van mijn lichaam in mijn schoenen,
de rand van mijn hoed, lucht die in en uit stroomt
langs mijn neus – en besluit niet meer te dromen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

Zie voor de schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2018.

Breyten Breytenbach, William Carlos Williams

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

Uit: Een seizoen in het paradijs (Vertaald door Adriaan van Dis)

“Ik getuig voor God en mensdom dat ik heb gedaan wat ik kon doen. De mens is zwak. Nu staat Ashoop weer ergens te treuzelen. En stel je nou voor dat iets op het allerlaatste moment misloopt. Als alles nu in duigen stort? Stel dat een aardbeving de startbaan splijt of dat een doof musje zich nestelt in een van de straalmotoren of dat de Sovjetters en de Amerimoordenaars besluiten om juist deze morgen hun uitstaande geschillen te beslechten?
Maar uiteindelijk. Les passagers pour Nice, Kinshasa, Johannesbourg sont invités… De balans slaat door, we gaan het onvermijdelijke in, we worden van de ene in de andere werkelijkheid geschonken. In een afgeschut hokje worden we gevisiteerd door agenten die duidelijk hun handen kennen. Camera in de lucht, de lens naar boven gericht, en druk op het knopje. Sluiterklik. Zeker bang dat het schiettuig is. En aan boord. Ventilatie. Riemen vast. Laatste psalm.

Ik voel kriebels tussen de schouderbladen waar de vleugels groeien. De dag daagt over Parijs: grijze gebouwen, grijze rook uit de grijze schoorstenen, opgenomen in de grijze lucht. De zon hangt groot en rood en onwerkelijk even boven de horizon van het stadsgroen, zoals een zon op een grijze foto.
Wanneer ieders oren flink zijn dichtgeklapt, rolt het vliegtuig naar voren, en plotseling springen we bijna loodrecht op in de lucht. De huisjes en straatjes met de eerste vroege-ochtend mieren vallen verschrikkelijk snel onder ons weg, worden irreëel en potsierlijk. Over de vlucht zelf valt niet veel te zeggen. Mensen die gehypnotiseerd worden, die met open ogen zwijmelen als levende lijken, ondergaan waarschijnlijk dezelfde ervaring als wij vandaag beleven. Je bent voorbestemd. En afgesteld, als een bom met een ingebouwd mechanisme die jou richt op een doel waar je op een vooraf bepaald ogenblik zult ontploffen. Je eet, je probeert te lezen, je kijkt zonder enige belangstelling uit het raampje, je denkt, je slaapt, je sluit je ogen en ziet alles, het zal nooit weer donker worden, je schrikt wakker en beseft dat je niet hebt geslapen, je leest, je eet, de zon is in je hoofd maar het is een zilverkleurig object, heel licht, van metaal gemaakt, zonder enige hitte, de zon is een vis in de lucht. Nice? Een vliegveld, winkels, passagiers met bontjassen en geïllustreerde tijdschriften, glanzende vloeren, douaniers met kepie’s. Pas boven de Sahara word je weer door de opwinding gepakt. Hoe grandioos en eindeloos is zo’n land! We vliegen hoger dan de vlieswolken maar we zien van de rotsformaties en zandkolken onder ons elke rif en rib en duin en versteende tuin, de subtiele kleurnuances van okergeel over grijs naar baksteenrood. Afrika! Afrika heeft een andere dimensie. Het heeft iets dat zich helemaal niet stoort aan de mens en zijn kleine futiliteiten, iets dat absoluut los staat, en onaantastbaar. Europa is een getemd, bijna zwakzinnig beest, als een koe met puistjes of een kat met verrotte tanden. Maar Afrika is eeuwig. In Afrika is de mens een zwerver, een bezetter, een vergankelijk fenomeen. De Europeaan heeft zijn grond naar behoefte bevuild; de Afrikaan moest zich zelf bij Afrika aanpassen. Niet om bezit te nemen, maar om geduld te worden – of om er deel van te kunnen uitmaken. Wat telt een leeftijd in Afrika? Het is een lange snoer kralen van oerouders tot nageslachten, een kralensnoer dat klikt en klakt, dat makkelijk breekt en uit elkaar spaten in het zand verdwijnt, en de kralen zijn in ieder geval alleen maar besjes van de boom of van klei. De mens was altijd in Afrika. De Afrikaan hoeft niet te weten waar hij vandaan komt of waar hij naar toe gaat. Hij hoeft het niet te weten want hij heeft nog nooit onder de waan geleden dat hij het niet weet.”

 

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Een soort lied

Laat de slang wachten onder
haar groen
en het schrijven
van woorden traag en snel zijn, fel
in het toeslaan, stil in het wachten,
slapeloos.

– om de mensen en de stenen
te verzoenen in de metafoor.
Componeer. (Geen ideeën
dan in dingen) Vind uit!
Steenbreek is mijn bloem, ze splijt
rotsen.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963) Cover

 

Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2019 en ook mijn blog van 16 september 2018.

Lucebert, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter en schilder Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook alle tags voor Lucebert op dit blog.

wij zijn gezichten

wij zijn gezichten
wij hebben het licht gestolen
van de hoogbrandende ogen
of gestolen van de rode bodem

ik ben vuur
veel vuur
golven van vuur
vissen die stil zijn als het gezicht dat
alleen is
ik ben
veel van steen en vaag als
vissen in watervallen
ik ben alleen alleen beenlicht en
steendood

wij zijn gezichten
open en rood zijn wij
licht zijn wij
open
wij zijn
ontplofbaar

ik weet niet wat
steen werd
ik weet wel wat dood is

dood is ik word
ik word recht weer
wordt geroofd en ben weer
echt licht

 

Het rila klooster

Eindelijk eens een klooster met een zebrahuid
En met een buik vol vallende tandenknarsende engelen
Jammer dat in dit mooiste klooster dat ik ooit zag
Geen lieve nonnen maar slechts luizige popen wonen

Maar buiten het klooster dicht bij de woeste
Bergbeek de herberg van de gesnorde Yoegoslaaf
Die laat ons Raki drinken Raki Raki Raki
Zelfs Sonja Prins wordt dronken en die kan wat aan

Des anderen daags word ik met Raki wakker
Met Raki in mijn maag mijn hart mijn neus mijn strot
‘Mijn god ik ga dood’ fluister ik uit ’t bed
‘Geef mij papier ik moet mijn liefste ’t laatste schrijven’
Maar Redeker geeft geen gehoor, die snurkt en rakiet door

 

Bellevue

dorre schimmen door de gangen
cafeïne-vrij na tienen
schrijden naar steenkoude bedden

met het zacht geweld van het beproefd geduld
eerst nog het haar verzorgd en voeten en tanden
en brieven geschreven aan familieleden

en steeds ’s avonds in de vijver
het slordige maangezicht en het slecht
passend pak van de romantische tourist

die opziet naar de rozenpmzoomde torenvensters met meestal praktische verlangens
‘morgen zet ik mijn thee zélf’

en ’s ochtends door de bleke kamers
sluipt de hotelsloof gebogen
over een bhk puur stof

 

Lucebert (15 september 1924 – 10 mei 1994)
Portret door René Wong, 1964

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

De Rode Kruiwagen

er hangt zoveel af
van

een rode krui-
wagen

glanzend van regen-
water

naast de witte
kippen

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963) Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn blog van 15 september 2018.

Theodor Storm, William Carlos Williams

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook alle tags voor Theodor Storm op dit blog.

Uit: Wenn die Äpfel reif sind

„Der Junge renkte sich fast den Hals aus, um das alles zu betrachten. Dabei schienen ihm allerlei Gedanken zu kommen; denn er verzog den Mund bis an die Ohren und stellte sich breitspurig auf zwei gegenüberstehende Äste, während er mit der einen Hand das geschädigte Kleidungsstück zusammenhielt.
“Nun, wird´s bald?” fragte der andere.
“Es wird schon”, sagte der Junge.
“So komm herunter!”
“Es ist nur”, erwiderte der Junge, und biß in einen Apfel, daß der Jäger es unten knirschen hörte, “es ist nur, daß ich just ein Schuster bin!”
“Was denn, wenn du kein Schuster wärst?”
“Wenn ich ein Schneider wäre, würde ich mir das Loch von selber flicken.” Und er fuhr fort seinen Apfel zu verspeisen.
Der junge Mann suchte in seiner Tasche nach kleiner Münze, aber er fand nur einen harten Doppeltaler. Schon wollte er die Hand zurückziehen, als er von unten her ganz deutlich ein Klinken an der Gartentür vernahm. Auf dem Kirchturm drüben schlug es eben zwölf. ? Er fuhr zusammen. “Dummkopf!” murmelte er und schlug sich vor die Stirn. Dann griff er wieder in die Tasche und sagte sanft: “Du bist wohl armer Leute Kind?”
“Sie wissen schon”, sagte der Junge, “´s wird alles sauer verdient.”
“So fang und laß dir flicken!” Damit warf er das Geldstück zu ihm hinauf. Der Junge griff zu, wandte es prüfend im Mondschein hin und wider und schob es schmunzelnd in die Tasche.
Draußen auf dem langen Steige, an dem der Apfelbaum in den Rabatten stand, wurden kleine Schritte vernehmlich und das Rauschen eines Kleides auf dem Sande. Der Jäger biß sich in die Lippen; er wollte den Jungen mit Gewalt herunterreißen; der aber zog sorgsam die Beine in die Höhe, eins ums andere; es war vergebene Mühe. “Hörst du nicht?” sagte er keuchend. “Du kannst nun gehen!”
“Freilich”, sagte der Junge, “wenn ich den Sack nur hätte!”
“Den Sack?”
“Er ist mir da vorher hinabgefallen.”
“Was geht das mich an?”
“Nun, lieber Herr, Sie stehen just da unten!”
Der andere bückte sich nach dem Sack, hob ihn ein Stück vom Boden und ließ ihn wieder fallen.
“Werfen Sie dreist zu!” sagte der Junge, “ich werde schon fangen.”
Der Jäger tat einen verzweifelten Blick in den Baum hinauf, wo die dunkle, untersetzte Gestalt zwischen den Zweigen stand, sperrbeinig und bewegungslos. Als aber draußen die kleinen Schritte in kurzen Pausen immer näher kamen, trat er hastig auf den Steig hinaus.
Ehe er sich´s versah, hing ein Mädchen an seinem Halse.“

 

Theodor Storm (14 september 1817 – 4 juli 1888)
Standbeeld in Heiligenstadt

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

De jager

In de flitsen en zwarte schaduwen
van juli
lijken de dagen, in elkaars armen geklemd,
stil
zodat eekhoorns en gekleurde vogels
op hun gemak over
de takken en door de lucht gaan.
Waar zal een schouder splijten of
een voorhoofd open gaan en de overwinning zijn?
Nergens.
Beide kanten worden ouder.
En je mag er zeker van zijn
dat geen enkel blad zichzelf optilt
vanaf de grond
en weer vast gaat zitten aan een takje.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963) Portret door Emmanuel Romano, 1959

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2018 en ook  mijn blog van 14 september 2017 en ook mijn blog van 14 september 2015.

April (William Carlos Williams)

Bij het begin van de maand april

 

April Morning In Carl Schurz Park door Peter Salwen, 2017

 

April

If you had come away with me
into another state
we had been quiet together.
But there the sun coming up
out of the nothing beyond the lake was
too low in the sky,
there was too great a pushing
against him,
too much of sumac buds, pink
in the head
with the clear gum upon them,
too many opening hearts of lilac leaves,
too many, too many swollen
limp poplar tassels on the
bare branches!
It was too strong in the air.
I had no rest against that
springtime!
The pounding of the hoofs on the
raw sods
stayed with me half through the night.
I awoke smiling but tired.

 

April

Als je met me mee was gekomen
naar een andere staat
waren we samen stil geweest.
Maar de daar opkomende zon
uit het niets achter het meer stond
te laag in de lucht,
er werd te veel
tegen geduwd,
te veel van sumakknoppen, roze
in het hoofd
met de heldere gom erop,
te veel opengaande harten van lila bladeren,
te veel, te veel gezwollen
slappe populierkwastjes op de kale takken!
Het was te sterk in de lucht.
Daar had ik geen rust voor de lente!
Het beuken van de hoeven op de
rauwe graszoden
bleef de hele nacht bij me.
Glimlachend maar moe werd ik wakker.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963) Portret door Hugo Gellert, ca. 1930

 

Zie voor de schrijvers van de 1e april ook mijn twee blogs van 1 april 2019 en ook mijn blog van 1 april 2018 deel 2.