Orhan Pamuk, Nikki Giovanni

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: Ik heet Karmozijn (Vertaald door Margreet Dorleijn en Hanneke van der Heijden)

“Na twaalf jaar kwam ik Istanbul, de stad waar ik geboren en getogen ben, binnen als een slaapwandelaar. Over stervenden zeggen ze wel dat het aardse leven trekt, maar mij trok de dood. Toen ik terugkwam in de stad dacht ik aanvankelijk dat er behalve de dood niets te vinden was; later liep ik er ook de liefde tegen het lijf. Maar liefde, dat was op dat moment, toen ik voor het eerst weer voet zette in Istanbul, net zo ver weg en vergeten als mijn herinneringen aan die stad. Twaalf jaar daarvoor was ik er verliefd geworden op mijn nichtje, toen nog een kind. Slechts vier jaar na mijn vertrek uit Istanbul, toen ik over de eindeloze steppen, door de besneeuwde bergen en in de troosteloze steden van Perzië rondzwierf, brieven vervoerde en belastingen inde, kwam ik tot de ontdekking dat ik het gezicht van mijn jonge geliefde, die in die stad was achtergebleven, langzamerhand aan het vergeten was. Ik raakte in paniek en probeerde het me uit alle macht voor de geest te halen, maar ik begreep wel dat een gezicht, al is het van iemand van wie je nog zo veel houdt, geleidelijk uit je geheugen wordt gewist als je het niet meer ziet. In het zesde jaar dat ik reizend en als secretaris in dienst van de pasja’s in het oosten doorbracht, drong het tot me door dat het gezicht dat me bijstond niet dat van mijn geliefde in Istanbul was. En ik wist ook dat ik het gelaat dat ik me in dat jaar verkeerd herinnerde later, in het achtste jaar, nogmaals vergeten was en me weer compleet anders had voorgesteld. Toen ik twaalf jaar later, op mijn zesendertigste, naar mijn stad terugkeerde, was ik me er pijnlijk van bewust dat het gezicht van mijn geliefde me intussen allang ontschoten was. In die twaalf jaar waren de meeste vrienden, familieleden en kennissen uit onze wijk gestorven. Ik ging naar de begraafplaats, die uitkeek over de Gouden Hoorn, en bad voor mijn moeder en voor mijn ooms die tijdens mijn afwezigheid overleden waren. De geur van de modderige grond vermengde zich met mijn herinneringen; iemand had aan de rand van het graf van mijn moeder een kruik gebroken, en om de een of andere reden moest ik huilen toen ik naar de scherven keek. Of het was om de doden, om het feit dat ik na zoveel jaren vreemd genoeg nog steeds aan het begin van mijn leven stond, of, precies het tegenovergestelde, omdat ik voelde dat ik aan het einde van mijn levensreis gekomen was, ik weet het niet. Het begon zacht te sneeuwen. Ik volgde, afwezig, de enkele sneeuwvlokken die door de wind werden voortgejaagd, ik was in de ongewisse loop van mijn eigen leven zo verdwaald, dat ik niet gemerkt had dat in een duister hoekje van de begraafplaats een donkere hondengestalte zat die naar me keek.”

 

Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Egotrippen (er kan een reden zijn waarom)

Ik ben geboren in congo
Ik liep naar de vruchtbare halve maan en bouwde
….de sfinx
Ik ontwierp een piramide zo sterk dat een ster
….die slechts om de honderd jaar gloeit
….naar het centrum valt en goddelijk perfect licht geeft
ik ben slecht

Ik zat op de troon
….en dronk nectar met allah
Ik kreeg het warm en stuurde een ijstijd naar Europa
….om mijn dorst te lessen
Mijn oudste dochter is nefertiti
….de tranen van mijn bevallingspijnen
….schiepen de nijl
Ik ben een mooie vrouw

Ik staarde naar het bos en brandde
….de Sahara woestijn uit
….met een pakje geitenvlees
….en een verandering van kleding
Ik ging er in twee uur doorheen
Ik ben een gazelle zo snel
….zo snel dat je me niet kunt vangen

….Voor een verjaardagscadeau heb mijn zoon Hannibal
toen hij drie werd een olifant gegeven
….Hij gaf me Rome voor moederdag
Mijn kracht stroomt altijd door

Mijn zoon Noah bouwde nieuw/ark en
Ik stond trots aan het roer
….terwijl we zeilden op een zachte zomerdag
Ik veranderde mezelf in mezelf en was
….jezus
….mannen zingen mijn liefdevolle naam
….Allemaal lofzangen Allemaal lofzangen
Ik ben degene die zou redden

Ik zaaide diamanten in mijn achtertuin
Mijn darmen leveren uranium
….de vijlsels van mijn vingernagels zijn
….halfedelstenen juwelen
….Op reis naar het noorden
werd ik verkouden en snoot
mijn neus en schonk olie aan de Arabische wereld
Ik ben zo hip dat zelfs mijn fouten correct zijn
Ik zeilde naar het westen om het oosten te bereiken en moest
….de aarde rond toen ik ging
….Het haar van mijn hoofd werd dunner en er werd goud gelegd
….dwars over drie continenten

Ik ben zo perfect, zo goddelijk, zo etherisch, zo surrealistisch
Ik kan niet worden begrepen
….behalve met mijn toestemming

Ik bedoel . . . Ik . . . kan vliegen
….als een vogel in de lucht. . .

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2020 en eveneens mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.

Maria (Jacobus Revius), Thomas Mann, Nikki Giovanni

 

Bij het feest van Maria, Moeder van de Kerk

Prettige Pinksterdagen!

 

Maria omringd door de apostelen tijdens het “Pinksterwonder”, Meester van het Heilige Altaar van Salem, eind 15e eeuw

 

Maria

Gezegend is de maagd de kroon van alle maagden,
De tempel van Gods Zoon en wezenlijke kracht,
De schone dageraad waardoor ons nu toe-lacht
De Zonne waar zo dik de Vaderen naar vraagden.

Gelukkig, meer als die die ooit de Heer behaagden,
De zuster van haar kind, de dochter van haar dracht,
De bruid van die ze zelf ter wereld heeft gebracht
In wiens ontvangenis beid’ aard’ en hemel waagden.

Wel zalig zijn voorwaar haar ongeraakte borsten
Waarnaar de bronne zelf des levens plach te dorsten:
Wel zalig is de schoot daarin hij heeft gerust:

Maar zalig bovenal zijn zulke die haar leven
(Gelijk Maria dee) tot zijne dienst begeven
En hebben in zijn woord haar hertelijke lust.

 

Jacobus Revius (november 1586 – 15 november 1658)
De Lebuinuskerk in Deventer, de geboorteplaats van Jacobus Revius

 

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Joseph und seine Brüder

„In Wirklichkeit war das Gemüt des Mondwanderers auf keine Weise geschaffen, politische Verheißungen zu empfangen oder hervorzubringen. Nichts beweist, daß er das Amurruland auch nur von vornherein als zukünftiges Gebiet seines Wirkens ins Auge gefaßt habe, als er die Heimat verließ; ja, der Umstand, daß er versuchsweise auch das Land der Gräber und der stutznäsigen Löwenjungfrau erwanderte, scheint das Gegenteil zu beweisen. Wenn er aber des Nimrods großmächtiges Staatswesen im Rücken ließ und auch das hochangesehene Reich des Oasenkönigs mit der Doppelkrone sogleich wieder mied, um ins Westland zurückzukehren, das heißt in ein Land, dessen zersplittertes Staatsleben es zu politischer Ohnmacht und Abhängigkeit hoffnungslos bestimmte, so zeugt dies für nichts weniger als für seinen Geschmack an imperialer Größe und seine Anlage zur politischen Vision. Was ihn in Bewegung gesetzt hatte, war geistliche Unruhe, war Gottesnot gewesen, und wenn ihm Verkündigungen zuteil wurden, woran gar kein Zweifel statthaft ist, so bezogen sich diese auf die Ausstrahlungen seines neuartig-persönlichen Gotteserlebnisses, dem Teilnahme und Anhängerschaft zu werben er ja von Anbeginn bemüht gewesen war. Er litt, und indem er das Maß seiner inneren Unbequemlichkeit mit dem der großen Mehrzahl verglich, schloß er daraus auf seines Leidens Zukunftsträchtigkeit. Nicht umsonst, so vernahm er von dem neuerschauten Gott, soll deine Qual und Unrast gewesen sein: Sie wird viele Seelen befruchten, wird Proselyten zeugen, zahlreich wie der Sand am Meer, und den Anstoß geben zu Lebensweitläufigkeiten, die keimweise in ihr beschlossen sind, – mit einem Worte, du sollst ein Segen sein. Ein Segen?

Jozef wordt door zijn broers herkend door Baron François Pascal Simon Gérard, 1789

Es ist unwahrscheinlich, daß mit diesem Wort der Sinn desjenigen richtig wiedergegeben ist, das zu ihm im Gesicht geschah und das seiner Lebensstimmung, der Empfindung seiner selbst entsprach. In dem Worte »Segen« liegt eine Wertung, die man fernhalten sollte von Bezeichnungen des Wesens und der Wirkung von Männern seiner Art: von Männern also der inneren Unbequemlichkeit und der Wanderung, deren neuartige Gotteserfahrung die Zukunft zu prägen bestimmt ist. Einen reinen und unzweifelhaften »Segen« bedeutet das Leben solcher Männer selten oder nie, mit denen eine Geschichte beginnt, und nicht dies ist es, was ihr Selbstgefühl ihnen zuflüstert. »Und sollst ein Schicksal sein« – das ist die reinere und richtigere Übersetzung des Verheißungswortes, in welcher Sprache es immer möge gesprochen worden sein; und ob dies Schicksal einen Segen bedeuten möge oder nicht, ist eine Frage, deren Zweitrangigkeit aus der Tatsache erhellt, daß sie immer und ohne Ausnahme verschieden wird beantwortet werden können, obgleich sie natürlich mit Ja beantwortet wurde von der auf physischem und geistigem Wege wachsenden Gemeinschaft derer, die in dem Gotte, welcher den Mann von Ur aus Chaldäa geführt, den wahren Baal und Addu des Kreislaufs erkannten und auf deren Zusammenhang Joseph sein eigenes geistiges und körperliches Dasein zurückführte.“

 

Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Nikki-Rosa

jeugdherinneringen zijn altijd vervelend
als je zwart bent
je herinnert je altijd dingen zoals wonen in Woodlawn
zonder toilet binnenshuis
en als je beroemd wordt of zo
praten ze nooit over hoe blij je was om
je moeder
helemaal voor jezelf te hebben en
hoe goed het water voelde toen je in bad ging
in van een van die
grote kuipen waar mensen in Chicago in barbecueën
en op de een of andere manier als je over thuis praat
komt nooit over hoe goed je
hun gevoelens begreep

terwijl de hele familie bijeenkomsten over Hollydale bijwoonde
en hoewel je het je herinnert
begrijpen je biografen nooit
de pijn van je vader wanneer hij zijn aandelen verkoopt
en er weer een droom verloren gaat
En hoewel je arm bent, is het geen armoede die
je stoort
en hoewel ze veel vochten
is het niet het drinken van je vader dat het verschil maakt
maar alleen dat iedereen samen is en jij
en je zus fijne verjaardagen hebben en heel goede
kerstdagen

en ik hoop echt dat geen enkele blanke ooit een reden heeft
om over mij te schrijven
omdat ze nooit begrijpen
dat Zwarte liefde Zwarte rijkdom is en zij zullen
waarschijnlijk praten over mijn moeilijke jeugd
en nooit begrijpen dat
ik al die tijd best gelukkig was

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn blog van 6 juni 2020 en eveneens mijn blog van 6 juni 2019 en ook mijn blog van 6 juni 2015 deel 2.

Dolce far niente, Marge Piercy, Louis Couperus, Nikki Giovanni

 

Dolce far niente

 

Gorse and Wild Roses, Sannox door Nancy Turnbull, z.j.

 

More Than Enough

The first lily of June opens its red mouth.
All over the sand road where we walk
multiflora rose climbs trees cascading
white or pink blossoms, simple, intense
the scene drifting like colored mist.

The arrowhead is spreading its creamy
clumps of flower and the blackberries
are blooming in the thickets. Season of
joy for the bee. The green will never
again be so green, so purely and lushly

new, grass lifting its wheaty seedheads
into the wind. Rich fresh wine
of June, we stagger into you smeared
with pollen, overcome as the turtle
laying her eggs in roadside sand.

 

Marge Piercy (Detroit, 31 maart 1936)
Zomers tafereel in Detroit

 

De Nederlandse schrijver Louis Couperus werd op 10 juni 1863 geboren in Den Haag. Zie ook alle tags voor Louis Couperus op dit blog.

Uit De lof der luiheid

“Maar slapen is het onbewuste! Wat ik wil, is bewust te rusten, bewust rustig te zijn, lui te zijn zonder geheimzinnige, pijnlijke zenuwwroeging; lang, als Orlando, lui te kunnen neêrliggen, zonder dadelijk te denken: ja, nu rust ik…. maar wat zal ik straks doen?
Wat ik heerlijk vind, is wakker te worden en dan nog lang na te liggen. Maar meestal word ik te laat wakker, als dezen morgen, en klopt Salvatore en komt met scheerwater binnen, en zegt:
– De signore is al naar zee, en heeft gevraagd of de signorino ook gauw kwam, zoodra hij wakker was. De signore heeft den signorino niet wakker willen maken.
De signorino, dat ben ik. Hoewel ik ouder ben dan Orlando, blijf ik voor de bedienden, de signorino. Let wel, dat ze nooit Orlando den signorino hebben genoemd – misschien, toen zijn vader nog leefde. Maar ik heb dien tijd nooit gekend. Ik ben echter dadelijk de signorino geweest en zal dien blijven, al wordt ik zestig jaar. Nu is het ook om verschil te maken, dat zij mij zoo noemen, en dan ook nog uit sympathie. Het woord beteekent zoo wel meneertje als jongenheer.
Orlando heeft gevraagd of ik dadelijk kwam, maar daar ik scheerwater heb gekregen, scheer ik mij even. Dat is het eenige toilet, dat ik maak. In pyama haast ik naar buiten, de brokkelsteenen trap af, naar de zee, langs agave en cypres. De morgen is nog koel, al heb ik ook de eerste parelen frischheid voorbij laten gaan.
Daar zie ik Orlando! Hij zwemt al. Hij zwemt met de rustige gratie, waarmeê hij alles doet, geheel naakt: dit is zijn strand, niemand stoort hem hier. Zoo als hij zwemt, is het als of hij, zwemmende, rust; als of hij zwemmende lui is. Of het hem nooit vermoeien zal, of het zijn natuur is te zwemmen: zóo zijn armen te bewegen en beenen, is hem nauwlijks krachtinspanning, schijnt het, – is even kalm wat spelen in het water. Als ik de lof der luiheid wil zingen, moet ik een indruk geven kunnen van het zwemmen van Orlando. Het is niet zwemmen: het is harmonisch zich in het water bewegen, met de beweging vereischt aan dat element. Als ik flaneer langs de straat, kan ik wel tegelijkertijd lui zijn, niet waar? Nu, zoo flaneert Orlando al zwemmende.
O, zoo zal ik nooit zwemmen. Nu ben ik naakt in de zee geloopen, maar ik spat, ik plas, ik sla met mijn armen, ik trap met mijn beenen, ik proest. Dat alles vermoeit, na een pooze. Toch heb ik Orlando bereikt, en wij drijven naast elkaar, op den rug. Ik kijk in den hemel, en voel mij, naast hem, kalm worden.”

 

Louis Couperus (10 juni 1863 – 16 juli 1923)
Standbeeld op het Lange Voorhout in Den Haag.

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Knoxville Tennessee

Van de zomer hou ik altijd
Het meest
Je kunt verse maïs eten
Uit papa’s tuin
En okra
En groenten
En kool
En veel
Barbecue
En karnemelk
En zelfgemaakt ijs
Bij de picknick van de kerk
En luisteren naar
Gospelmuziek
Buiten
Op de wijdingsdag
Van de kerk
En naar de bergen gaan met
Je grootmoeder
En op blote voeten lopen
En het warm hebben
Altijd
Niet alleen als je naar bed gaat
En slaapt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juni ook mijn blog van 10 juni 2020 en eveneens blog van 10 juni 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Orhan Pamuk, Nikki Giovanni

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: De vrouw met het rode haar (Vertaald door Hanneke van der Heijden)

“Niet drie maar vijf volle dagen later kwam meneer Hayri met zijn kleine vrachtwagen langs. Hij wist dat we nog steeds geen water hadden gevonden, maar hij deed alsof het hem niet uitmaakte. Hij had ook zijn vrouw meegenomen en zijn zoon, die een paar jaar jonger was dan ik. Wandelend over het terrein liet hij ze zien waar de werkplaatsen voor het verven en wassen van textiel zouden komen als er eenmaal water gevonden was. Kijkend op de tekeningen en de afstanden met zijn passen metend wees hij vervolgens de plek aan waar de toekomstige opslagloods zou komen, waar het directiekantoor en waar de kantine voor het personeel. Zijn zoon stond met nieuwe voetbalschoenen aan zijn voeten en onder zijn arm de plastic voetbal die hij uit de wagen had gehaald, naar zijn vader te luisteren.
Wat later trapten vader en zoon in een hoek van het terrein een balletje, met een paar stenen hadden ze de plaats van een doel gemarkeerd, nu namen ze om de beurt strafschoppen. De moeder spreidde onder mijn walnotenboom een kleed uit en begon daarop het voedsel uit te stallen dat ze in een mand had meegebracht. Ze stuurde Ali naar ons om te zeggen dat we allemaal voor het middageten werden verwacht, wat mijn baas een ongemakkelijk gevoel gaf. Hij besefte dat deze pontificale en onnodige picknick de plechtigheid was die meneer Hayri eerder bedacht had om te vieren dat er water was. Meneer Hayri had duidelijk veel over die dag gefantaseerd. Mijn baas kwam met tegenzin met ons mee, ging aan de rand van het kleed zitten en nam van ieder gerecht, de hardgekookte eieren, de tomatensalade met ui, de gevulde pastei, één klein hapje.
Na het eten ging de zoon van meneer Hayri naast zijn moeder liggen en viel in slaap. De dikke, sterke en goedlachse vrouw stak een sigaret op en las de krant Goedemorgen, het krantenpapier ritselde in de wind.
Ik zag dat mijn baas meneer Hayri nog eens meenam naar de plek waar wij het zand stortten, en liep naar hen toe. Al die tijd is er geen water in de put gekomen, stond op het droeve gezicht van de eigenaar van het terrein te lezen, op korte termijn zal dat ook niet gebeuren, misschien komt dat water wel nooit.
‘Meneer Hayri, met permissie, geef ons nog drie dagen…’ zei mijn baas.
Hij had het heel deemoedig en zachtjes gezegd. Ik geneerde me er getuige van te zijn dat mijn baas in deze situatie was beland, ik werd kwaad op meneer Hayri. De textielondernemer liep terug naar de walnotenboom, overlegde even met zijn vrouw en zoon en kwam toen terug.”

 

Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

De wetten van beweging

(voor Harlem Magic)

De wetten van de wetenschap leren ons dat een pond goud evenveel weegt als
als een pond meel maar dat als je het in de natuurlijke staat
van een onbepaalde hoogte laat vallen het ene
de bodem zou bereiken en het andere zou wegwaaien

Bewegingswetten vertellen ons dat je een inert object moeilijker kunt
voortstuwen dan dat je een object, dat in de verkeerde richting gaat,
kunt laten omkeren. Beweging is energie – traagheid – apathie.
Apathie staat gelijk aan vijandigheid. Vijandigheid – geweld. Geweld,
zijnde energie, is zijn eigen deugd. Bewegingswetten leren ons dat

Zwarte mensen niet minder in de war zijn vanwege onze
Zwartheid dan wij verstrooid zijn vanwege onze
machteloosheid. De mens, zo wordt ons verteld, is het enige dier dat
lacht met zijn lippen. De ogen zijn echter de spiegel van
de ziel

Het probleem met liefde is niet wat we voelen, maar wat we
hadden willen voelen toen we begonnen te voelen dat we iets zouden moeten
voelen. Net zoals publiciteit geen productie is: verleiding
is niet verleidelijk

Als ik een wens mocht doen, zou ik alle kennis van de wereld
wensen. Zwart is misschien mooi zegt Professor Micheau,
maar kennis is macht. Elk gewenst object werd
gekocht en verkocht – elk verwaarloosd object daalt in waarde.
Het is tegen de aard van de mens om in een van beide categorieën te zitten

Als wit Zwart definieert en goed het kwaad definieert, dan definiëren
mannen vrouwen of definiëren vrouwen wetenschappelijk gesproken
mannen. Als zoet het tegenovergestelde is van zuur en hitte de
afwezigheid van kou dan is liefde de tegenstelling van pijn en
schoonheid is in het oog van de toeschouwer.

Soms wil ik je aanraken en aangeraakt worden
op mijn beurt. Maar jij denkt dat ik naar je grijp en ik denk dat jij
me ontwijkt en mama zei altijd om uit te kijken voor mannen zoals jij

Dus ik ga de straat op met mijn lippen rood geverfd en mijn
ogen zorgvuldig afgeschermd om de wereld te verleiden mijn onwillige
minnaar

En jij zoekt met een goed gevoel het gezelschap van je mannen op
doet je voor als een man omdat je weet dat zolang je heel
heel stil zit de bewegingswetten van kracht zullen zijn

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2020 en eveneens mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.

Thomas Mann, Nikki Giovanni

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Der Tod in Venedig

„Ob er nun aus dem Innern der Halle durch das bronzene Tor hervorgetreten oder von außen unversehens heran und hinauf gelangt war, blieb ungewiß. Aschenbach, ohne sich sonderlich in die Frage zu vertiefen, neigte zur ersteren Annahme. Mäßig hochgewachsen, mager, bartlos und auffallend stumpfnäsig, gehörte der Mann zum rothaarigen Typ und besaß dessen milchige und sommersprossige Haut. Offenbar war er durchaus nicht bajuwarischen Schlages: wie denn wenigstens der breit und gerade gerandete Basthut, der ihm den Kopf bedeckte, seinem Aussehen ein Gepräge des Fremdländischen und Weitherkommenden verlieh. Freilich trug er dazu den landesüblichen Rucksack um die Schultern geschnallt, einen gelblichen Gurtanzug aus Lodenstoff, wie es schien, einen grauen Wetterkragen über dem linken Unterarm, den er in die Weiche gestützt hielt, und in der Rechten einen mit eiserner Spitze versehenen Stock, welchen er schräg gegen den Boden stemmte und auf dessen Krücke er, bei gekreuzten Füßen, die Hüfte lehnte. Erhobenen Hauptes, so daß an seinem hager dem losen Sporthemd entwachsenden Halse der Adamsapfel stark und nackt hervortrat, blickte er mit farblosen, rot bewimperten Augen, zwischen denen, sonderbar genug zu seiner kurz aufgeworfenen Nase passend, zwei senkrechte, energische Furchen standen, scharf spähend ins Weite. So – und vielleicht trug sein erhöhter und erhöhender Standort zu diesem Eindruck bei – hatte seine Haltung etwas herrisch Überschauendes, Kühnes oder selbst Wildes; denn sei es, daß er, geblendet, gegen die untergehende Sonne grimassierte oder daß es sich um eine dauernde physiognomische Entstellung handelte: seine Lippen schienen zu kurz, sie waren völlig von den Zähnen zurückgezogen, dergestalt, daß diese, bis zum Zahnfleisch bloßgelegt, weiß und lang dazwischen hervorbleckten.
Wohl möglich, daß Aschenbach es bei seiner halb zerstreuten, halb inquisitiven Musterung des Fremden an Rücksicht hatte fehlen lassen; denn plötzlich ward er gewahr, daß jener seinen Blick erwiderte und zwar so kriegerisch, so gerade ins Auge hinein, so offenkundig gesonnen, die Sache aufs Äußerste zu treiben und den Blick des andern zum Abzug zu zwingen, daß Aschenbach, peinlich berührt, sich abwandte und einen Gang die Zäune entlang begann, mit dem beiläufigen Entschluß, des Menschen nicht weiter achtzuhaben. Er hatte ihn in der nächsten Minute vergessen. Mochte nun aber das Wandererhafte in der Erscheinung des Fremden auf seine Einbildungskraft gewirkt haben oder sonst irgendein physischer oder seelischer Einfluß im Spiele sein: eine seltsame Ausweitung seines Innern ward ihm ganz überraschend bewußt, eine Art schweifender Unruhe, ein jugendlich durstiges Verlangen in die Ferne, ein Gefühl, so lebhaft, so neu oder doch so längst entwöhnt und verlernt, daß er, die Hände auf dem Rücken und den Blick am Boden, gefesselt stehen blieb, um die Empfindung auf Wesen und Ziel zu prüfen.“

 

Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Suikerspin op een regenachtige dag

Nu niet kijken
ik vervaag langzaam
in het grijs van mijn ochtenden
Of het blauw van elke nacht
Komt het doordat mijn nagels
blijven breken
Of misschien door de likdoorn
op mijn tweede kleine teen
Er ploffen steeds dingen open
op mijn gezicht of uit mijn leven
Het lijkt niet uit te maken wat
ik ook probeer ik word moeilijker
te houden
Ik ben geen gemakkelijke vrouw
om te willen
Ze hebben gevraagd
aan de psychiaters. . . psychologen. . .
politici en maatschappelijk werkers
waar dit decennium om bekend
zal staan.
Het lijdt geen twijfel . . . het is
eenzaamheid

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn blog van 6 juni 2020 en eveneens mijn blog van 6 juni 2019 en ook mijn blog van 6 juni 2015 deel 2.

Louis Couperus, Nikki Giovanni

De Nederlandse schrijver Louis Couperus werd op 10 juni 1863 geboren in Den Haag. Zie ook alle tags voor Louis Couperus op dit blog.

Uit: Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan…

“- Het huis is te klein, vooral als je gauw met een familie begint, zei mama, en toch dacht zij:
– Blijven wij samen, dan verlies ik Lot niet heelemaal, maar ik zal nooit met een schoondochter overweg kunnen – vooral niet als er kinderen komen.
– Een familie?
– Kinderen…
– Kinderen?
– Ja… dat komt toch wel voor.
– De familie heeft al lang genoeg geduurd. Ik denk niet gauw met kinderen te beginnen.
– En als je vrouw jou niet bij zich heeft, wat heeft ze dan, als ze geen kinderen heeft? Het is waar, jullie zijn beiden zoo knap… Ik ben maar een domme vrouw; mijn kinderen hebben me dikwijls getroost…
– Als u ze bederven kon…
– Dat hoef jij me niet te verwijten.
– Ik verwijt u niets.
– Samen wonen, Lot, zei mama Ottilie treurigjes, met een opslag van de blauwe kind-oogen, met de vleistem van een kind. Ik zoû wel willen, als Elly wil, en wat gemakkelijk belooft te zijn. Ik zal me heel eenzaam voelen zonder jou. Maar als er bezwaren waren, dan zoû ik eens kunnen gaan naar Engeland. Daar heb ik toch ook mijn twee jongens. En Mary komt dit jaar uit Indië terug.
Lot fronste de brauwen, en voelde aan zijn blond haar: het zat heel netjes, met een scheiding.
– Of ik zoû anders… Ottilie eens in Nice kunnen gaan opzoeken.
– Neen mama! zei Lot, bijna driftig.
– Waarom niet? riep mevrouw Steyn de Weert heftiger. Ze is toch mijn kind?
– Ja… gaf Lot toe, al weêr kalmer. Maar…
– Wat dan? Ze is toch mijn kind?
– Maar het is heel onverstandig als u naar Ottilie toe gaat.
– Al hebben we wel eens gekibbeld…
– Het is onmogelijk; u kan niet met haar overweg. Als u naar haar toegaat, trouw ik niet. Trouwens, Steyn heeft toch ook meê te praten!
– Ik hoû zoo van Nice, zei mevrouw Steyn de Weert, en hare kindstem klaagde bijna. De winters zijn er zoo heerlijk… Maar het is misschien wel moeilijk voor me… er heen te gaan… omdat Ottilie zoo doet… Als het kan, woon ik ook liever met jou, Lot. Als Elly maar wil… Misschien een beetje een grooter huis…? Zouden we dat kunnen betalen? Alleen met Steyn blijven doe ik niet. Dat staat vast. Dàt staat vast.”

 

Louis Couperus (10 juni 1863 – 16 juli 1923) Borstbeeld in Den Haag.

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

Skydiven

Ik hang aan de rand
van dit universum
zing vals
praat te hard
omarm mezelf
om de val op te vangen

Ik zal vallen
in het diepe heelal
om nooit in deze vorm
of met dit gevoel
terug te keren naar de aarde

Het is niet tragisch

Ik zal spiraalvormig
door dat zwarte gat gaan
huid ledematen verliezen
terwijl interne organen
mijn naakte ziel
schroeien

Landen
in de volgende Melkweg
met alleen mijn essentie
mezelf omarmen
als

ik droom over jou

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juni ook mijn blog van 10 juni 2019 deel 1 en eveneens deel 2.  

Orhan Pamuk, Nikki Giovanni

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: Dat vreemde in mijn hoofd (Vertaald door Hanneke van der Heijden en Margreet Dorleijn)

‘Om beter verslag te kunnen doen van het leven en de dromen van Mevlut zal ik ergens midden in zijn verhaal beginnen en eerst vertellen hoe onze held in juni 1982 een meisje schaakte uit het naburige dorp Gümüşdere (dat gelegen is in het district Beyşehir in de provincie Konya). Het meisje, dat Mevlut vier jaar daarvoor op een trouwerij in Istanbul had gezien, had ermee ingestemd met hem weg te lopen. Mevlut zag haar voor het eerst in 1978 in de wijk Mecidiyeköy, op de bruiloft van Korkut, de oudste zoon van Mevluts oom van vaderskant. Mevlut heeft het altijd ongelooflijk gevonden dat het beeldschone meisje, een kind nog (ze was dertien), dat hij op die bruiloft in Istanbul zag, ook wat voor hem voelde. Ze was de zus van de vrouw van Korkut, Mevluts neef, en ze was voor het eerst van haar leven in Istanbul, vanwege de bruiloft van haar zus. Drie jaar lang schreef Mevlut haar liefdesbrieven. Ze beantwoordde die niet, maar Süleyman, Korkuts broer, die haar de brieven bezorgde, moedigde Mevlut aan en zei dat hij moest blijven schrijven.
Ook bij het schaken van het meisje hielp Süleyman zijn neef: hij reisde samen met Mevlut van Istanbul terug naar het dorp waar hij zijn jeugd had doorgebracht, hij bestuurde de auto, een kleine vrachtwagen van het merk Ford. De twee vrienden maakten in het geheim een plan voor de schaking. Volgens dat plan zou Süleyman op een uur afstand van het dorp Gümüşdere in het vrachtwagentje op Mevlut en het geschaakte meisje wachten, vervolgens zou hij met de twee geliefden door de bergen naar het noorden rijden – iedereen zou er namelijk van uitgaan dat ze richting Beyşehir gingen – en ze dan afzetten op het treinstation van Akşehir.
Mevlut had het plan een keer of vijf nagelopen en was vooraf in het geheim twee keer poolshoogte gaan nemen bij de koude bron, de smalle beek, de beboste heuvel, de achtertuin van het meisje en andere belangrijke locaties. Een halfuur tevoren was hij uit de door Süleyman bestuurde vrachtwagen gestapt en de aan de straatweg gelegen begraafplaats van het dorp op gelopen, had naar de grafstenen gekeken en gebeden, en God gesmeekt dat alles goed mocht gaan. Hij durfde het zichzelf niet toe te geven, maar hij vertrouwde Süleyman niet helemaal. Stel, dacht hij, dat Süleyman niet met de auto naar de bron komt waar we hebben afgesproken? Hij verbood zichzelf daar bang voor te zijn, het zou hem maar in de war maken.
Mevlut droeg een nog nieuwe terlenka broek en een blauw overhemd die hij in een winkel in Beyoğlu, in het centrum van Istanbul gekocht had toen hij nog op de middelbare school zat en met zijn vader yoghurt verkocht; zijn schoenen had hij vóór hij in dienst ging bij het staatswarenhuis Sümerbank aangeschaft.”

 

Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

The Song of the Feet

It is appropriate that I sing
The song of the feet

The weight of the body
And what the body chooses to bear
Fall on me

I trampled the American wilderness
Forged frontier trails
Outran the mob in Tulsa
Got caught in Philadelphia

And am still unreparated

I soldiered on in Korea
Jungled through Vietnam sweated out Desert Storm
Caved my way through Afghanistan
Tunneled the World Trade Center

And on the worst day of my life
Walked behind JFK
Shouldered MLK
Stood embracing Sister Betty

I wiggle my toes
In the sands of time
Trusting the touch that controls my motion
Basking in the warmth of the embrace
Day’s end offers with warm salty water

It is appropriate I sing
The praise of the feet

I am a Black woman

 

Love is

Some people forget that love is
tucking you in and kissing you
‘Good night’
no matter how young or old you are
Some people don’t remember that
love is
listening and laughing and asking
questions
no matter what your age
Few recognize that love is
commitment, responsibility
no fun at all
unless

Love is
You and me

 

Ik schreef een goede omelet

Ik schreef een goede omelet … en at
een warm gedicht … na van je gehouden te hebben
Knoopte ik mijn auto dicht … en reed mijn
jas naar huis … in de regen …
na van je gehouden te hebben
Ik ging op rood … en stopte op
groen … drijvend ergens tussen …
hier zijn en daar zijn …
na van je gehouden te hebben
Ik rolde mijn bed … sloeg
mijn haar terug… een beetje
in de war, maar … het kan me niet schelen …
Ik deed mijn tanden uit … en gorgelde mijn
jurk … toen stond ik
… en ging liggen …
Om te slapen…
na van je gehouden te hebben

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.

Thomas Mann, Nikki Giovanni

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Joseph und seine Brüder

„Darum auch hatte sich Charran, noch in dem Machtbereiche des Nimrod gelegen, in Wahrheit nur als »Stadt des Weges« erwiesen, nämlich als eine Station, aus welcher der Mondmann über ein kleines sich wieder gelöst hatte, nebst Sarai, seiner Eheschwester, und allen seinen Verwandten und seiner und ihrer Habe, um als ihr Führer und Mandi seine Higra mit unbestimmtem Ziele fortzusetzen. So war er nach dem Westlande gekommen, zu den Amurru, die Kenana bewohnten, wo damals Männer von Chatti die Herren waren, hafte in Etappen das Land durchzogen und war tief in den Süden vorgestoßen, unter andere Sonne, in das Land des Schlammes, wo das Wasser verkehrt geht, ungleich dem Wasser von Naharina, und man stromab nach Norden fährt; wo ein altersstarres Volk seine Toten anbetete und für den Ur-Mann und seine Not nichts zu suchen und auszurichten gewesen war. Er war ins Westland zurückgekehrt, dem Mittellande eben, das zwischen dem des Schlammes und Nimrods Gebieten gelegen war, und hafte in dessen Süden, der Wüste nicht fern, in bergiger Gegend, wo es wenig Ackerbau, aber reichliche Weide gab für sein Kleinvieh und wo er sich mit den Einwohnern rechtlich vertrug, eine Art von oberflächlicher Seßhaftigkeit gefunden. Die Überlieferung will wissen, daß ihm sein Gott, der Gott, an dessen Wesensbild sein Geist arbeitete, der Höchste unter den anderen, dem ganz allein zu dienen er aus Stolz und Liebe entschlossen war, der Gott der Äonen, dem er Namen suchte und hinlängliche nicht fand, weshalb er ihm die Mehrzahl verlieh und ihn Elohim, die Gottheit, versuchsweise nannte: daß also Elohim ihm ebenso weitreichende wie fest umschriebene Verheißungen gemacht hatte, des Sinnes nicht nur, er, der Mann aus Ur, solle zu einem Volke werden, zahlreich wie Sand und Sterne, und allen Völkern ein Segen sein, sondern auch dahingehend, das Land, in dem er nun als Fremder wohne und wohin Elohim ihn aus Chaldäa geführt hätte, solle ihm und seinem Samen zu ewiger Besitzung gegeben werden in allen seinen Teilen, — wobei der Gott der Götter ausdrücklich die Völkerschaften und gegenwärtigen Inhaber des Landes aufgeführt hätte, deren »Tore« der Same des Ur-Mannes besitzen solle, das heißt: denen der Gott im Interesse des Ur-Mannes und seines Samens Unterwerfung und Knechtschaft bündig zugedacht habe. Das ist mit Vorsicht aufzunehmen oder jedenfalls recht zu verstehen. Es handelt sich um späte und zweckvolle Eintragungen, die der Absicht dienen, politische Machtverhältnisse, die sich auf kriegerischem Wege hergestellt, in frühesten Gottesabsichten rechtlich zu befestigen.“

 

Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955) Hier aan zijn bureau in Pacific Palisades, Californië.

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

Ik ben niet eenzaam

ik ben niet eenzaam
nu ik helemaal alleen slaap
je denkt dat ik bang ben
maar ik ben een grote meid
ik huil niet of zo

Ik heb een geweldig
groot bed om in rond te woelen
en veel ruimte
en ik droom geen
nare dromen meer
zoals vroeger
waarin jij mij
verliet

Nu je weg bent
droom ik niet
en het maakt niet uit
wat je denkt
ik ben niet eenzaam
nu ik helemaal alleen
slaap

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn blog van 6 juni 2019 en ook mijn blog van 6 juni 2015 deel 2.

Orhan Pamuk, Monika Mann, Nikki Giovanni, Harry Crews, Louise Erdrich, Mascha Kaléko, Jan Engelman, Gwendolyn Brooks, Elizabeth Bowen

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: Istanbul. Herinneringen en de stad (Vertaald door Hanneke van der Heijden)

“Terwijl ik luisterde naar de verhalen van mijn vader, die hij soms onderbrak om me te wijzen op een mooi uitzicht, of op mooie vrouwen die over het trottoir liepen, en naar zijn wijze raad over het leven, die hij er terloops en ontspannen tussendoor vlocht, keek ik op die loodgrijze winterochtenden naar de Istanbulse beelden die aan de voorruit voorbijtrokken. Ik keek naar de voertuigen die over de Galatabrug reden, de achterbuurten, toen nog omgeven door houten huizen die later gesloopt zouden worden, de smalle steegjes, de drommen mensen onderweg naar een voetbalwedstrijd of een sleepboot met een iele schoorsteen die met kolen beladen sloepen over de Bosporus voorttrok, terwijl ik ondertussen aandachtig luisterde naar de wijze levenslessen van mijn vader, naar zijn woorden, die bijvoorbeeld suggereerden dat je je eigen intuïtie, preoccupaties en obsessies nauwlettend moet volgen, of dat het leven in feite heel snel voorbijgaat en dat het goed is te weten wat je wilt, of dat je eigenlijk alleen door schijven of tekenen een bepaalde diepte in het leven kunt bewerkstelligen, en ik voelde hoe die woorden zich in mijn  hoofd met de beelden verenigden. Na een tijdje gebeurde het dan dat de muziek waar ik naar luisterde, de Istanbulse beelden die aan de voorruit voorbijtrokken, de sfeer van sommige met straatkeien geplaveide stoepen en steegjes, waarvan mijn vader vroeg of we die in zouden slaan terwijl hij de auto er al glimlachend indraaide, zich allemaal in mijn hoofd samenvoegden en me lieten voelen dat we nooit een antwoord zullen krijgen op onze levensvragen, maar dat het goed is om ze toch te stellen, dat het doel en het geluk in het leven op plekken liggen die wij niet precies kunnen onderscheiden, of die we gewoon niet willen zien, maar dat er nog iets anders is dat minstens even belangrijk is als al deze zorgen, namelijk de beelden die we door de ramen van de auto, het huis of de boot zien als we over deze bekommernissen piekeren of als we in het leven genot of diepte najagen want in de loop van de tijd zal het leven net als muziek, tekeningen of verhalen met dalingen en stijgingen ten einde komen, maar de beelden van de stad die aan onze ogen voorbijtrekken zullen ons zelfs jaren later nog als uit dromen afkomstige herinneringen blijven vergezellen.”

Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

De Duitse schrijfster Monika Mann werd als vierde kind van Thomas Mann geboren op 7 juni 1910 in München. Zie ook alle tags voor Monika Mann op dit blog.

Uit: Das fahrende Haus

„Wenn man auf eine kurze Frage eine lange Antwort gibt, so ist das verdächtig oder zumindest sonderbar. Frägt man dich, wie du heißt, so ist die Antwort ein Name, sonst nichts. Man frägt mich, welcher Nationalität ich bin, und ich antworte – ich bin amerikanischer, ursprünglich deutscher, zwischenhinein auch tschechischer und ungarischer und demnächst wohl wieder deutscher Nationalität. – Es ist eine viel zu lange Antwort, als daß sie einen nicht verwundert, ja argwöhnisch lassen sollte. Und wirklich, man schaut mich mit großen Augen an, als wolle man sagen – Teufel, dahinter muß eine Geschichte stehen! – Mit Gott, hier ist sie denn! Das heißt, eine Geschichte ist es eigentlich nicht, sonderneine persönliche Erfahrung, entsprungen dem Geist der Zeit – pointenlos in ihrer Wirrheit und Verworrenheit, Traurigkeit und dennoch gut, ja strahlend. Einst ließ man ein Wort ins Gebet einfließen für das Vaterland, daß es erhalten bleiben möge im Kriege zwischen den Völkern: Heute läßt man ein Wort ins Gebet einfließen für die Welt, daß sie erhalten bleiben möge im Kriege gegen sich selbst. Unsere Gedanken, Träume und Gebete, mögen sie intim sein, sind heute mondial gefärbt. Einst war der Gipfel von Scherz, seinen Hund, angetan miteinem karierten Mäntelchen und Federhut, in einen Fesselballon zu setzen, mochten Gebell und Gewinsel den blauen Äther entzücken! Heute setzt man seinen Hund, mit allerlei sphärischen Schinken ausstaffiert, in einen Sputnik und gibt ihn der Frau Erde auf ihrer Rundreise als Begleiter mit. Möchte mein Hündchen mir dann erzählen, wie der Mond von hinten aussieht, ich sehe immer nur sein unheimlich Gesicht! So scherzt sich’s also in unserer Zeit, und es vergeht einem fast das Lachen. Man schämt sich fast vor seinem Hund, dem kosmischen Haustier.“

Monika Mann (7 juni 1910 – 17 maart 1992)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

Uit: On My Journey Now

“When swimming pools were segregated, that made it harder for African Americans to learn to swim. But of course Africans could swim; many lived near the Atlantic Ocean, and they would swim. In some cases when they jumped overboard, they were shot in the back and wounded and they died, and in other cases they made it. Most ended up in the belly of a shark. The sharks, too, changed their patterns. They began to follow the ships west, feeding on the bodies of the dead or dying Africans.
So the slavers waited, got to that fourth and fifth day, and then there was a calm among the Africans, and they talked about that. There was a calm because they could look out, and although they couldn’t see the land, they could see the heat coming off the land. They could see that shimmer, and it’s the most fantastic thing to travel to Africa by boat, because you see the heat before you see the land.
And so, by that sixth or seventh day, or maybe around the eighth day, they could no longer see the land or the heat, and so there is going to be a restlessness, because people are beginning to feel lost, because now they’re thinking, “Well, this is farther out.” So now we have the Africans in a position of not really being able to see anything familiar. But of course they followed the clouds, and we do know that clouds above land are different from clouds over water, so they could see that land had to be that way. And so we’re going to have a serious problem somewhere around the tenth day. And those who study this – I’m just a poet, but the people who study slavery – say that those ships’ captains knew that this was going to be the day that, I don’t want to say all hell is going to break loose, but the day they really have to tighten up, because now the people realize they will not know how to get home.

Fare you well, fare you well, fare you well, everybody.
Fare you well, fare you well, whenever I do get a-home.

What those captured people had – which is why I so admire those people – was a tone, a voice, a moan. They made a decision, because they had to decide: Do we shut ourselves down, or do we continue forward?”

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)
Cover

 

De Amerikaanse schrijver Harry Crews werd geboren op 7 juni 1935 in Bacon County, Georgia. Zie ook alle tags voor Harry Crews op dit blog.

Uit: Classic Crews: A Harry Crews Reader

“And you thought the rain would hurt you if you walked home in it?” “It’s raining, Dad,” he said, exasperated now. “I’ll tell you what,” I said. “You go out there and stand in it and we’ll see how bad it hurts you.” He walked out into the rain and stood looking at me. “How long do I have to stand here?” “Only until we see if it hurts you. Don’t worry, I’ll tell you when you are about to get hurt.” I went back inside. So far, pretty shitty, but it gets worse. When I went back inside, I sat down in a recliner, meaning to stay there only a minute. But I hadn’t reckoned with the liquor and the rain on the roof. I woke with a start and looked at my watch. It was a quarter of nine. I went outside and there the boy stood, his blond hair plastered and every thread on him soaked. He didn’t look at all sad or forlorn; what he did look was severely pissed. “Come on in,” I said. And then: “Where do you want to eat?” “I don’t want to eat.” “How do you feel?” I asked. He glared at me. “Well, I’m not hurt.” We sat there on the top of Springer Mountain and looked at each other with the rain falling around us. I’d forgotten entirely about my feet and the tent and the fire. My throat felt like it was closing up and I had to speak to keep breathing. “I wanted to apologize, but I had done such a sorry-asked thing that I couldn’t bring myself to do it. But at the time, it didn’t seem like it’d do any good.” “It probably wouldn’t have,” he said. “Then.” “Well, I’m sorry. I was wrong. I should have said so, but… ,” I’d run out of words. He said, “I know. And I was only down the block. I’ve thought about it. I could have called. But, shit, I was only a little kid.”

Harry Crews (7 juni 1935 – 28 maart 2012)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Louise Erdrich werd geboren op 7 juni 1954 in Little Falls, Minnesota. Zie ook alle tags voor Louise Erdrich op dit blog.

Uit: The Plague of Doves

“The out-house drama, always the first in the momentous day, was filled with the sort of detail that my brother and I found interesting. The out-house, well-known to us although we now had plumbing, and the horror of the birds’ death by excrement, as well as other features of the story’s beginning, gripped our attention. Mooshum was our favorite indoor entertainment, next to the television. But our father had removed the television’s knobs and hidden them. Although we made constant efforts, we never found the knobs and came to believe that he carried them upon his person at all times. So we listened to our Mooshum instead. While he talked, we sat on kitchen chairs and twisted our hair. Our mother had given him a red coffee can for spitting snoose. He wore soft, worn, green Sears work clothes, a pair of battered brown lace-up boots, and a twill cap, even in the house. His eyes shone from slits cut deep into his face. The upper half of his left ear was missing, giving him a lopsided look. He was hunched and dried out, with random wisps of white hair down his ears and neck. From time to time, as he spoke, we glimpsed the murky scraggle of his teeth. Still, such was his conviction in the telling of this story that it wasn’t hard at all to imagine him at twelve.
His big brother put on his vestments, the best he had, hand-me-downs from a Minneapolis parish. As real incense was impossible to obtain, he prepared the censer by stuffing it with dry sage rolled up in balls. There was an iron hand pump and a sink in the cabin, and Mooshum’s brother, or half brother, Father Severine Milk, wet a comb and slicked back his hair and then his little brother’s hair. The church was a large cabin just across the yard, and wagons had been pulling up for the last hour or so. Now the people were in the church and the yard was full of the parked wagons, each with a dog or two tied in the box to keep the birds and their droppings off the piled hay where people would sit. The constant movement of the birds made some of the horses skittish. Many wore blinders and were further . . .”

Louise Erdrich (Little Falls, 7 juni 1954)
Cover

 

De Duitstalige dichteres Mascha Kaléko (eig. Golda Malka Aufen) werd geboren op 7 juni 1907 in Krenau of Schidlow in Galicië in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije, nu Polen. Zie ook alle tags voor Mascha Kaléko op dit blog.

Rezept

Jage die Ängste fort
Und die Angst vor den Ängsten.
Für die paar Jahre
Wird wohl alles noch reichen.
Das Brot im Kasten
Und der Anzug im Schrank.

Sage nicht mein.
Es ist dir alles geliehen.
Lebe auf Zeit und sieh,
Wie wenig du brauchst.
Richte dich ein.
Und halte den Koffer bereit.

Es ist wahr, was sie sagen:
Was kommen muß, kommt.
Geh dem Leid nicht entgegen.
Und ist es da,
Sieh ihm still ins Gesicht.
Es ist vergänglich wie Glück.

Erwarte nichts.
Und hüte besorgt dein Geheimnis.
Auch der Bruder verrät,
Geht es um dich oder ihn.
Den eignen Schatten nimm
Zum Weggefährten.

Feg deine Stube wohl.
Und tausche den Gruß mit dem Nachbarn.
Flicke heiter den Zaun
Und auch die Glocke am Tor.
Die Wunde in dir halte wach
Unter dem Dach im Einstweilen.

Zerreiß deine Pläne. Sei klug
Und halte dich an Wunder.
Sie sind lang schon verzeichnet
Im grossen Plan.
Jage die Ängste fort
Und die Angst vor den Ängsten.

Mascha Kaléko (7 juni 1907 – 21 januari 1975)
Cover

 

De Nederlandse dichter Johannes Aloysius Antonius Engelman werd geboren in Utrecht op 7 juni 1900. Zie ook alle tags voor Jan Engelman op dit blog.

Over het gras

Over het gras en over het water
dwaal ik achter de beminde
die ik vroeg en die ik later,
die ik nimmer, nimmer vinde.

Smalle schelpen zijn haar handen
om een eeuwge zee te horen,
in zijn wieg en broze wanden
zingt haar hart mijn wee verloren.

Handen die mijn hoofd niet koelen
met hun sneeuw, de lichte, zachte.
Hartklop die ik niet zal voelen
onder stergoud, al de nachten.

Over het gras en over het water
dwaal ik achter de beminde,
tot ik aanzie – later, later,
in een licht dat mij hervinde.

 

Bij de rozen

‘Zij zijn voor sterven en vergaan geboren,’
zo dacht ik vluchtig toen ik bij de rozen was.
Maar schrok, en hoorde dreunen in mijn oren:
wat is u zelve, ijdel mens, beschoren,
zo kort als gij hier wandelt bij de rozen op het gras?

Jan Engelman (Utrecht 7 juni 1900 ;Amsterdam 20 maart 1972)
Portret door Charley Toorop, 1936

 

De Amerikaanse dichteres Gwendolyn Brooks werd geboren op 7 juni 1917 in Topeka, Kansas. Zie ook alle tags voor Gwendolyn Brooks op dit blog.

The Rites For Cousin Vit

Carried her unprotesting out the door.
Kicked back the casket-stand. But it can’t hold her,
That stuff and satin aiming to enfold her,
The lid’s contrition nor the bolts before.
Oh oh. Too much. Too much. Even now, surmise,
She rises in the sunshine. There she goes,
Back to the bars she knew and the repose
In love-rooms and the things in people’s eyes.
Too vital and too squeaking. Must emerge.
Even now she does the snake-hips with a hiss,
Slops the bad wine across her shantung, talks
Of pregnancy, guitars and bridgework, walks
In parks or alleys, comes haply on the verge
Of happiness, haply hysterics. Is.

 

Boy Breaking Glass

To Marc Crawford
from whom the commission
Whose broken window is a cry of art
(success, that winks aware
as elegance, as a treasonable faith)
is raw: is sonic: is old-eyed première.
Our beautiful flaw and terrible ornament.
Our barbarous and metal little man.

“I shall create! If not a note, a hole.
If not an overture, a desecration.”

Full of pepper and light
and Salt and night and cargoes.

“Don’t go down the plank
if you see there’s no extension.
Each to his grief, each to
his loneliness and fidgety revenge.
Nobody knew where I was and now I am no longer there.”

The only sanity is a cup of tea.
The music is in minors.

Each one other
is having different weather.

“It was you, it was you who threw away my name!
And this is everything I have for me.”

Who has not Congress, lobster, love, luau,
the Regency Room, the Statue of Liberty,
runs. A sloppy amalgamation.
A mistake.
A cliff.
A hymn, a snare, and an exceeding sun.

Gwendolyn Brooks (7 juni 1917 – 3 december 2000)
Standbeeld in Chicago

 

De Ierse schrijfster Elizabeth Bowen werd geboren op 7 juni 1899 in Dublin. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bowen op dit blog.

Uit: Friends and Relations

“Janet, the bride’s younger sister, knew that Cousin Richard would be certain, sooner or later, to say ‘Pass along the car, please.’ She supposed that one did not mind? She supposed that someone was bound to be humorous at a wedding? Might not her Wolf Cubs be better? She proffered two. Several had been already allotted to laying down duck-boards or directing cars round the corner where they could park. But Mrs Studdart thought no, on the whole. The little boys’ boots … Besides, one did not want friends to feel like traffic, in any way `directed’. Also one could not disappoint Cousin Richard, who had Janet said: ‘Just as you think, of course.’ Young Mr and Mrs Tilney, between her train and the lilies, with a background of pleasant outdoor sunshine, now stood waiting for their photograph by the world to be taken, for the curtain to rise. In the hall, first guests from the church could be heard arriving; Lady Elfrida Tilney tittering in the porch. Their two heads turned, rather beautifully apprehensive; they had an instant for conversation. Edward: ‘This morning, I wanted to ring you up.’ Out of her bride’s formality, fall of tulle and lace, came the gay little scoffing laugh. ‘Oho!’ she remarked. `But mother kept saying, “Now I expect you will ring up Laurel?” So I went out and bought some labels.’ `Labels?’ `For my things.’ `Oh, labels. Well, that’s one conversation we’ll never have.’ They’re coming —’ `No, that’s the ices going round to the marquee. Edward …’ But his emotions were quite at a standstill. He had at any time more address than an occasion required. Edward was determined that his wedding, like the execution of Julien Sorel, should go off simply, suitably, without any affectation on his part. Laurel went on: ‘I suppose we can’t possibly …’ But at this point Lady Elfrida brought in the Daubeneys; remarking with the keenest sense of effect: ‘My daughter-in-law.’ Laurel amazed the Daubeneys with a lovely, composed smile. After the Daubeneys, guests began to come through on a strong current. Edward remained throughout wonderfully self-possessed; perhaps because of this he did not make an entirely good impression. Lady Elfrida, in claret-coloured georgette, also overacted a little. Besides being a divorcée, which should but does not subdue, she was the bridegroom’s mother — and one apt to play always a little too gracefully a losing game. The Tilney connection (here to shower on Edward for his marriage as well as his mother a loving depreciation), bright woof to a sober warp, shuttled their way to and fro through the Studdart connection. Impervious to strangers, signalling, smiling, these bright friends distinguished each other; where two or three met intimacies flowered and branched.”

Elizabeth Bowen (7 juni 1899 – 22 februari 1973)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.

Orhan Pamuk, Monika Mann, Nikki Giovanni, Harry Crews, Louise Erdrich, Mascha Kaléko, Jan Engelman, Gwendolyn Brooks, Elizabeth Bowen

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: The Red-Haired Woman (Vertaald door Ekin Oklap)

“The settlement was fifteen minutes on foot from our well. It was the town of Öngören, population 6,200, according to the blue sign with enormous white letters marking the entrance. After two days of ceaseless digging, two meters, we took a break on the second afternoon and went down to Öngören to acquire more supplies.
Ali took us to the town carpenter first. Having dug past two meters, we could no longer shovel out the earth by hand, so like all welldiggers, we had to build a windlass. Master Mahmut had brought some lumber in the landowner’s pickup, but it wasn’t enough. When he explained who we were and what we were up to, the inquisitive carpenter said, “Oh, you mean that land up there!”
Over the following days, whenever we went down to the town from “that land up there,” Master Mahmut made a point of dropping by the carpenter; the grocer, who sold cigarettes; the bespectacled tobacconist; and the ironmonger, who stayed open late. After digging all day, I relished going to Öngören with Master Mahmut for an evening stroll by his side, or to sit in the shade of the cypress and pine trees on some little bench, or at a table outside some coffeehouse, on the stoop of some shop, or in the train station.
It was Öngören’s misfortune to be overrun by soldiers. An infantry battalion had been stationed there during World War II to defend Istanbul against German attacks via the Balkans, and Russian attacks via Bulgaria. That purpose, like the battalion itself, was soon forgotten. But forty years later, the unit was still the town’s greatest source of income, and its curse.
Most of the shops in the town center sold postcards, socks, telephone tokens, and beer to soldiers on day passes. The stretch known among locals as Diners’ Lane was lined with various eateries and kebab shops, also catering to the military clientele. Surrounding them were pastry shops and coffeehouses that would be jammed with soldiers during the day—especially on weekends—but in the evenings, when these places emptied out, a completely different side of Öngören emerged. The gendarmes, who patrolled the area vigilantly, would have to pacify carousing infantrymen and break up fistfights among privates, in addition to restoring the peace disturbed by boisterous civilians or by the music halls when the entertainment got too loud.“

 
Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

De Duitse schrijfster Monika Mann werd als vierde kind van Thomas Mann geboren op 7 juni 1910 in München. Zie ook alle tags voor Monika Mann op dit blog.

Uit: Das fahrende Haus

„Fast ohne Unterbrechung zwölf Jahre in einem Land gelebt zu haben – soll ich sagen, daß es die besten Jahre waren? –, reichen aus, ihm Treue und Verbundenheit zu bewahren fürs Leben.
Ein Gesetz der Vereinigten Staaten von Amerika jedoch erlaubt ihrem naturalisierten Bürger nicht mehr als fünf Jahre seiner ununterbrochenen Abwesenheit. Überschreitet er diese Frist, verliert er die Staatsbürgerschaft. Wer aber will den Kontinent so mir nichts, dir nichts wechseln, noch dazu um eines Gesetzes willen, das unserer Zeit entwachsen, nicht würdig scheint? Denn in Europa leben, heißt nicht, fern von Amerika leben, heißt nicht, das verlernen und vergessen, was man in der Neuen Welt gelernt und erfahren und sich errungen hat. Die Länder Europas, sind sie nicht so etwas wie amerikanische Provinzen (nicht zu ihrer Schande sei’s gefragt!), und sind die Vereinigten Staaten Amerikas nicht so etwas wie europäische Ableger? Leben wir nicht in einer Welt, die immer mehr zusammenrückt, die unvermeidlich, bei allem Zaudern und Widerstand sich vereinheitlicht und vereinigt? Während ich meine amerikanische Staatsbürgerschaft niederlege, lese ich Emerson und Whitman, schreibe ich meine «Amerikanische Novelle», denk’ ich an zwölf, wenn nicht immer leichte, so doch helle Jahre in New York und Los Angeles, New England, Vermont und Maine . . . Ja, es ist vor allem Amerikas Licht, das so unvergeßlich ist. Der Himmel der Neuen Welt ist heller als der Himmel der Alten Welt. (Ein grüner Baum wirkt dort dunkler als hier, zuweilen fast schwarz gegen das lichte Blau.)”

 
Monika Mann (7 juni 1910 – 17 maart 1992)
Thomas en Monika Mann, rond 1940

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

A Historical Footnote to Consider Only When All Else Fails
(For Barbara Crosby)

While it is true
(though only in a factual sense)
That in the wake of a
Her-I-can comes a
Shower
Surely I am not
The gravitating force
that keeps this house
full of panthers

Why, LBJ has made it
quite clear to me
He doesn’t give a
Good goddamn what I think
(else why would he continue to masterbate in public?)

Rhythm and Blues is not
The downfall of a great civilization
And I expect you to
Realize
That the Temptations
have no connection with
The CIA

We must move on to
the true issues of
Our time
like the mini-skirt
Rebellion
And perhaps take a
Closer look at
Flour power

It is for Us
to lead our people
out of the
Wein-Bars
into the streets
into the streets
(for safety reasons only)
Lord knows we don’t
Want to lose the
support
of our Jewish friends

So let us work
for our day of Presence
When Stokely is in
The Black House
And all will be right with
Our World

 
Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

De Amerikaanse schrijver Harry Crews werd geboren op 7 juni 1935 in Bacon County, Georgia. Zie ook alle tags voor Harry Crews op dit blog.

Uit: Classic Crews: A Harry Crews Reader

“He was smiling, but he’d said it with just the finest edge of contempt, which is the way you are supposed to say it, and I scrambled to follow him, my heart lifting. Byron had heard me ask him much the same thing many times before, because if you change a couple of words, the question will serve in any number of circumstances. And now, in great high spirits, he was giving it back to me. …
“Dad, you remember about the time with the rain?”
“The time about the rain? Hell, son, we been in the rain a lot together.” I was wet and my feet hurt. I wanted to get the tent up and start a fire.
He cut his eyes toward me. Drops of rain hung on the ends of his fine lashes. He was suddenly very serious. What in the hell was coming down here? What was coming down was the past that is never past and, in this case, the past against which I had no defense except my own failed heart.
“We weren’t in it together,” he said. “You made me stand in it. Stand in it for a long time.”
Yes, I had done that, but I had not thought about it in years. It’s just not the sort of thing a man would want to think about. Byron’s mother had gone North for a while and left me to take care of him. He was seven years old and just starting in the second grade. I had told him that day to be home at six o’clock and we should go out to dinner. Truthfully, we’d been out to eat every night since Sally had been gone, because washing dishes is right up at the top of the list of things I won’t do. It had started misting rain at midday and had not stopped. Byron had not appeared at six, nor was he there at 6:45. That was back when I was bad to go to the bottle, and while I wasn’t drunk, I wasn’t sober, either. Lay it on the whiskey. A man will snatch at any straw to save himself from the responsibility of an ignoble action. When he did come home at 7:15, I asked him where he’d been.
“At Joe’s,” he said. But I had known that. I reminded him of when we had said we were going to dinner. But he had known that.
“It was raining,” he said.
I said, “Let’s go out and look at it.”
We went out into the carport and watched the warm spring rain.”

 
Harry Crews (7 juni 1935 – 28 maart 2012)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Louise Erdrich werd geboren op 7 juni 1954 in Little Falls, Minnesota. Zie ook alle tags voor Louise Erdrich op dit blog.

 

The King of Owls

It is said that playing cards were invented in 1392 to cure the French king, Charles VI, of madness. The suits in some of the first card packs consisted of Doves, Peacocks, Ravens, and Owls.

They say I am excitable! How could
I not scream? The Swiss monk’s tonsure
spun till it blurred yet his eyes were still.
I snapped my gaiter, hard, to stuff back

my mirth. Lords, he then began to speak.
Indus catarum, he said, presenting the game of cards
in which the state of the world is excellent described
and figured. He decked his mouth

as they do, a solemn stitch, and left cards
in my hands. I cast them down.
What need have I for amusement?
My brain’s a park. Yet your company

plucked them from the ground and began to play.
Lords, I wither. The monk spoke right,
the mealy wretch. The sorry patterns show
the deceiving constructions of your minds.

I have made the Deuce of Ravens my sword
falling through your pillows and rising,
the wing blades still running
with the jugular blood. Your bodies lurch

through the steps of an unpleasant dance.
No lutes play. I have silenced the lutes!
I keep watch in the clipped, convulsed garden.
I must have silence, to hear the messenger’s footfall

in my brain. For I am the King of Owls.
Where I float no shadow falls.
I have hungers, such terrible hungers, you cannot know.
Lords, I sharpen my talons on your bones.

 
Louise Erdrich (Little Falls, 7 juni 1954)

 

De Duitstalige dichteres Mascha Kaléko (eig. Golda Malka Aufen) werd geboren op 7 juni 1907 in Krenau of Schidlow in Galicië in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije, nu Polen. Zie ook alle tags voor Mascha Kaléko op dit blog.

Langschläfers Morgenlied

Der Wecker surrt. Das alberne Geknatter
Reißt mir das schönste Stück des Traums entzwei.
Ein fleißig Radio übt schon sein Geschnatter.
Pitt äußert, daß es Zeit zum Aufstehn sei.

Mir ist vor Frühaufstehern immer bange.
… Das können keine wackern Männer sein:
Ein guter Mensch schläft meistens gern und lange.
– Ich bild mir diesbezüglich etwas ein …

Das mit der goldgeschmückten Morgenstunde
Hat sicher nur das Lesebuch erdacht.
Ich ruhe sanft. – Aus einem kühlen Grunde:
Ich hab mir niemals was aus Gold gemacht.

Der Wecker surrt. Pitt malt in düstern Sätzen
Der Faulheit Wirkung auf den Lebenslauf.
Durchs Fenster hört man schon die Autos hetzen.
– Ein warmes Bett ist nicht zu unterschätzen.
… Und dennoch steht man alle Morgen auf.

 
Mascha Kaléko (7 juni 1907 – 21 januari 1975)
Cover

 

De Nederlandse dichter Johannes Aloysius Antonius Engelman werd geboren in Utrecht op 7 juni 1900. Zie ook alle tags voor Jan Engelman op dit blog.

Gebed in ’t Duister

Heer, behoed haar in de wereld
die ik lang mijn eigen noem.
In haar ogen staat bepereld
met uw eigen dauw de bloem

van een onverwelkbaar minnen
uit de grond der ziel geteeld.
En geen stervling zal bezinnen
op het eeuwig Aanvangsbeeld

lijk uw knecht, die hare leden
in het schemerlicht onthult,
die zich, stamelend gebeden,
aan háár wil alleen vervult.

Lang voor ’t eerste dagegloren,
lang na Venus’ gouden schijn
kniel ik, uwe stem te horen
uit die weelde, uit die pijn,

uit die tuin, bedekt, bedwereld
met een bloesem van Voorheen.
Heer, behoed haar in de wereld,
doe uw mantel om ons heen!

 

Klein Air

Morgen drink ik rode wijn,
morgen zal mijn lief hier zijn.
In de warme lampeschijn
zal zij liggen, bleek en fijn.
Wilder dan een springfontein
breek ik uit, en ben weer klein
bij haar leden, zoet satijn,
diepe bedding, dieper pijn.
Morgen drink ik rode wijn,
morgen zal mijn lief hier zijn.

 
Jan Engelman (Utrecht 7 juni 1900 ;Amsterdam 20 maart 1972)
Engelman helemaal links tijdens de uitreiking van de ANWB-prijs 1958

 

De Amerikaanse dichteres Gwendolyn Brooks werd geboren op 7 juni 1917 in Topeka, Kansas. Zie ook alle tags voor Gwendolyn Brooks op dit blog.

Speech To The Young : Speech To The Progress-Toward

Say to them,
say to the down-keepers,
the sun-slappers,
the self-soilers,
the harmony-hushers,
“even if you are not ready for day
it cannot always be night.”
You will be right.
For that is the hard home-run.

Live not for battles won.
Live not for the-end-of-the-song.
Live in the along.

 

The Good Man

The good man.
He is still enhancer, renouncer.
In the time of detachment,
in the time of the vivid heather and affectionate evil,
in the time of oral
grave grave legalities of hate – all real
walks our prime registered reproach and seal.
Our successful moral.
The good man.

Watches our bogus roses, our rank wreath, our
love’s unreliable cement, the gray
jubilees of our demondom.
Coherent
Counsel! Good man.
Require of us our terribly excluded blue.
Constrain, repair a ripped, revolted land.
Put hand in hand land over.
Reprove
the abler droughts and manias of the day
and a felicity entreat.
Love.
Complete
your pledges, reinforce your aides, renew
stance, testament.

 
Gwendolyn Brooks (7 juni 1917 – 3 december 2000)
In 1996

 

De Ierse schrijfster Elizabeth Bowen werd geboren op 7 juni 1899 in Dublin. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bowen op dit blog.

Uit: Friends and Relations

“Now the service was over the afternoon steadily brightened. The open-sided marquee was not, after all, to prove a fiasco. Laurel and Edward, obedient to Mrs Studdart’s instructions, took up their position in the morning-room. A playing-card, overlooked, lay face down on the carpet. Edward stooped for it – ‘Don’t!’ she cried, ‘leave it!’ her heart in her mouth. Better not – Finding themselves still alone Edward and she kissed hastily, with a feverish calm. They had all time, but only the moment. Then Laurel arranged her train in a pool, as she had seen brides do. Mrs Studdart, coming in shortly afterwards, re-arranged it.
‘You might hold your lilies,’ said Mrs Studdart, who had discovered the sheaf on a hall table specially cleared for the top-hats.
‘Oh, Mother, I can’t; they’re heavy.’
‘But don’t you think it would be nice, Edward, if she were to hold her lilies?’
‘I don’t know,’ said Edward. ‘Do people generally?’
‘They’d be such a strain on one arm all the time. You see I can’t change them; I must keep my right arm for shaking hands.’
‘And shake hands lightly,’ said Mrs Studdart, ‘don’t grip.’
‘Did I look …?’
‘Lovely, lovely,’ said Mrs Studdart. She was looking round distractedly for a vase and soon found one, a kind of Italian urn in which she arranged the lilies beside the bride.
The house might have been designed for such an occasion. The position of the morning-room was admirable; it had two doors so that the guests could circulate through a chain of rooms. Each, having saluted the bridal pair, was to pass on through the dining-room; through the French window and out by duck-boards into the open- sided marquee. (This was the best of a summer wedding; to make this possible he and she had devoured each other nervously throughout the endless winter of their engagement.) In the dining-room Cousin Richard was to be posted to head the guests off through the window. He would be shot, he said, if he let one past him into the hall.
‘I shall depend upon you, Richard,’ said Mrs Studdart. (He had been in the Colonies.) ‘For if the two streams mix in the hall and people get squeezed back into the drawing-room and have to pass Laurel all over again, there will be the most shocking confusion.’

 
Elizabeth Bowen (7 juni 1899 – 22 februari 1973)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.