Tsead Bruinja, Judith Beveridge

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

 

Het geld het fruit en de familie

als ze nat van de regen thuiskomt op de dag dat haar vakantiegeld net binnen is
jij je hand op haar heupen legt en de kleine huidplooi zachtjes in de
muis van je hand kruipt je tegen haar billen duwt je haar het hematasje
uit handen neemt het op tafel legt
en haar voorzichtig naar de trap manoeuvreert

dat ze dan een beetje tegensputtert
dat je haar in haar nek zoent
aan haar bloesje frunnikt

en je vader belt zonder zijn naam te zeggen

een stem waar je al tweeëndertig jaar naar luistert
maar die je niet meteen herkent

vijftien jaar oud

zes uur ’s ochtends en over een uur de bus
een oud washandje of een sportsok
in een broodtrommel
onder het bed
de wehkamp

wat je ruikt is niet de vis die rot
maar de vis die fermenteert

dat ze lacht naar haar portemonnee naast de fruitschaal

en ik me als een kat
in mijn nekvel
gegrepen voel

door het geld het fruit
en de familie

 

Alarm

iemand sprak hem aan en de aap lachte minzaam voordat hij
iets terug zei minzaam alsof hij een marmot aan fred oster gaf

het is eigenlijk gewoon sjoelen met de ogen dicht dit praten
wachten op de bus met je rug naar de weg

elk schijfje als een man in een druk café blij
dat hij de wc bereikt heeft

een vuilnisman parkeert zijn truck
naast de pianozaak

een nieuwe minnaar een huis waar je hopelijk
een stoel of bank in verschuiven mag

dan een gezicht met een lui half dichtgeknepen en een gewoon oog
drie tempi die in dat orkest een andere maat de mond die rustig spreekt
het ene oog dat normaal knippert en het andere dat onregelmatig

hun opstelling is kortom
een fiasco

hier moeten wel twee mensen spreken denk je
hier moeten wel twee ongelijke stellingen worden geuit
terwijl je mond en ogen aan elkaar probeert te verbinden

denk erom wat je met je jassen doet

en in de straat weer dat autoalarm

 

Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Australische dichteres en schrijfster Judith Beveridge werd geboren in 1956 in Londen, Engeland. Zie ook alle tags voor Judith Beveridge op dit blog.

 

De saffraanplukkers

Het is noodzakelijk om 150.000 krokussen te plukken
om één kilo saffraan te verkrijgen.

Binnenkort hurkt ze weer boven elke krokus,
voelt hoe de weegschaal, bepaald door het lot, door tegenslag
een ontzagwekkend zware last is: een tegenwicht

tegen de tijd. Binnenkort werpt de zon zijn schaduwen
op de gezichten van haar kinderen. Zij kent
vergelijkingen: hoeveel stigma’s brengen elke dag in balans

met de volgende; hoeveel dagen delen
die ene maaltijd op; hoeveel rondjes van een glanzende
tafel moet de zon afleggen voordat genoeg geel

een lepelvol zwaar maakt. Ze spreidt een doek uit,
roept naar de concurrerende nullen van haar kinder-
monden. Een schortvol wordt haar standaard –

en die paarse velden van oneerlijke equivalentie.
Altijd dat gewicht in haar schort: de onopdeelbare
honger die nooit de lichtheid van bloemen heeft.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Judith Beveridge (Londen, 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 17 juli 2023 en ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.

Wiel Kusters, Connie Wanek, Ralf Thenior

De Nederlandse dichter, schrijver en letterkundige Wiel Kusters werd geboren in Spekholzerheide op 1 juni 1947. Zie ook alle tags voor Wiel Kusters op dit blog.

 

Parabel

Nog geen dag of drie logé geweest
of heel mijn heimwee vierde feest.

Mijn tante was mijn moeder niet,
terwijl ze op haar leek.

Mijn vader zag ik nergens meer,
mijn oom leek op mijn neef.

Ik wist nu niet wie wie nog was
en sliep niet meer voor straf.

De huiswei bood nog apppels aan
de ochtend van vertrek.

Ik raapte ze voor thuis en dacht:
Kijk, Mam, ik heb iets meegebracht.

Mijn koffertje was bijna leeg,
want tante hield de vuile was.

De appels rolden bonkend rond.

In de bus was ik beschaamd:
te vroeg ging ik naar huis.

Mijn koffertje lag in het rek.
Het wegdek had een zere plek –

daar lag mijn koffer op de grond.
Appels door de hele bus.

Ik raapte ze beschaamd weer op,
iemand lachte, iemand riep.

Ze rolden steeds bij mij vandaan
als ik mij bukte in een bocht

of snel en langzaam de chauffeur
mij heen en weer bewoog.

Misschien dat dit het leven was,
misschien ook wel de dood.

Ik wist dat niet, ik was pas acht,
ik had nog niet veel nagedacht.

De appels rolden door het stof
en ik hoorde daar bij, mijn god.

Ik werd er kotskotsmisselijk van.
De chauffeur gaf vrolijk gas.

 

Ballon

We kochten een ballon,
een zilveren, met gas.
Hij wilde hoog en hoger.
Jij hield hem vast.

Naar bed. Maar de ballon moet mee.
Het touwtje los. Daar zweeft hij,
mooi gezicht. Het is alsof je slaapt.
Je slaapt.

 

De kolenman

Zijn hoofd is een vaas.
Zijn ziel is een kind.

Zijn borst is van leem.
Zijn adem is wind.

Zakken vol steen.
Gruis draagt de wind.

Hij sjouwt door mijn droom
En noemt mij zijn kind.

 

Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1 juni 1947)

 

De Amerikaanse dichteres Connie Wanek werd geboren op 1 juni 1952 in Madison, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Connie Wanek op dit blog.

 

Amaryllis

A flower needs to be this size
to conceal the winter window,
and this color, the red
of a Fiat with the top down,
to impress us, dull as we’ve grown.

Months ago the gigantic onion of a bulb
half above the soil
stuck out its green tongue
and slowly, day by day,
the flower itself entered our world,

closed, like hands that captured a moth,
then open, as eyes open,
and the amaryllis, seeing us,
was somehow undiscouraged.
It stands before us now

as we eat our soup;
you pour a little of your drinking water
into its saucer, and a few crumbs
of fragrant earth fall
onto the tabletop.

 

Radiator

Mittens are drying on the radiator,
boots nearby, one on its side.
Like some monstrous segmented insect
the radiator elongates under the window.

Or it is a beast with many shoulders
domesticated in the Ice Age.
How many years it takes
to move from room to room!

Some cage their radiators
but this is unnecessary
as they have little desire to escape.

Like turtles they are quite self-contained.
If they seem sad, it is only the same sadness
we all feel, unlovely, growing slowly cold.

 

Connie Wanek (Madison, 1 juni 1952)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Ogenblik in de lente

Op deze smerige jasmouw
fladdert haar hand neer
en vliegt meteen weer op –
een vleugje vingertop
heeft de stof aangeraakt.

De woorden, doorzichtige
vissen, borrelen op uit een
bron, die niet
zal opdrogen.

 

Vertaald door Tsead Bruinja

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e juni ook mijn blog van 1 juni 2020 en eveneens mijn blog van 1 juni 2019 en ook mijn blog van 1 juni 2018.

Tsead Bruinja, Martin R. Dean

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

 

Zin in braderie

troep kijken
troep kopen

waarom schrijft niemand

we verlangen naar een psychedelische erotische filmhemel
waarin we perfecte lichamen mogen uitkiezen
per standje een aparte set spieren
inclusief atletisch uithoudingsvermogen

dan weer een neger
dan weer een chinees
te zijn

door de week en in het weekend een dagje alleskoopparadijs
waarbij steeds nadat we denken aan de limiet van onze goldcard beland te zijn
er weer krediet blijkt op te staan

krediet dat voelt als een beloning
dat voldoening geeft aan het uitgeven

een hemel waarin we geen ruimtegebrek hebben
voor onze aankopen

waarom plakken we achter eerlijkheid een aangeharkte schijndroom
en geen geile lava van zelfverheerlijking

paddestoelenliften
waarop we elkaar tijdens het neuken
eindeloos omhoog krikken

dit is geen terechtwijzing
dit is geen terechtwijzing
dit is geloof

grote woorden waar we bang voor moeten zijn

dacht het niet

roep de macht uit over je eigen woordenboek
voel je niet schuldig als je de agenten
een grote mond geeft

neem de verantwoordelijkheid voor je geluk
geen gevangenen

zoek je eye candy
dan krijg je

this site is still under construction

 

Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

 

De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken Aargau. Zie ook alle tags voor Martin R. Dean op dit blog.

Uit: Warum wir zusammen sind

“Irma liebte diese Stunde zwischen Tag und Nacht, in der von den Dingen ein geheimnisvolles Licht ausging. Matti war nach zwei Runden auf dem Eis mit der Schwiegermutter nach Hause gegangen, und in der Zwischenzeit war Evelyne eingetroffen. Im Eisprinzessinnenkleid stand sie neben ihr, die sich in ihrem eleganten Hosenanzug gerade etwas steif vorkam. Sie war es gewöhnt, dass die kokette Evelyne sie ausstach. Marc hatte einmal gesagt, dass man ihre Sinnlichkeit entdecken musste, während Evelyne die ihre verschwenderisch verströmte.
Bei den Vogels ist Feuer unterm Dach, sagte Evelyne und zündete sich eine Zigarette an. Vergnügt blies sie Wölkchen in die kalte Luft. Annette hat rausgekriegt, dass Anatol ein Verhältnis mit dem kroatischen Hausmädchen hat.
Kaum zu glauben, sagte Irma.
Manchmal ist er einfach am Nachmittag mit ihr im Schlafzimmer verschwunden, wenn Annette nicht da war.
Und wie hat Annette reagiert?
Annette hätte sich am liebsten in ihrem Atelier eingeschlossen und einfach weitergemalt. Es ist ja auch nicht das erste Mal, dass Anatol fremdgeht.
Die Frau ist mir ein Rätsel, sagte Irma.
Ich glaube, jetzt ist ihr doch der Kragen geplatzt. Aber es wäre schade, wenn sie heute Abend nicht dabei wären. Haben sonst alle zugesagt?
Finn kommt, sagte Irma. Mit Bea. Sie wusste, dass Evelyne einmal in den hageren Finn verliebt war, der seit Jahren an einer Dylan-Biografie arbeitete. Wahrscheinlich stieg ihr Puls noch immer, wenn sie ihn traf.
Und Axel bringt seine neue Flamme mit, ergänzte Irma.
Axel lässt nichts anbrennen, lachte Evelyne.
Selbst Moritz und Mila sind mit von der Partie.
Ich frage mich, ob bei denen immer noch alles so harmonisch ist, sagte Evelyne. Wenn’s da mal kracht, möchte ich nicht dabei sein. Neulich habe ich Mila mit einem anderen Mann in einem Restaurant gesehen.“

 

Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juli ook mijn blog van 17 juli 2021 en ook mijn blog van 17 juli 2020 en eveneens mijn blog van 17 juli 2019 en ook mijn blog van 17 juli 2017 en eveneens mijn blog van 17 juli 2016 deel 2.

Ralf Thenior, Buddy Wakefield

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Kind und Spiegel

Das Kind lächelt sich an,
was auch das Kind im Spiegel kann.
Ich starr dich nieder, denkt das Kind
und senkt den Blick ganz tief ins
andere Auge ein; das Lächeln zer-
schmilzt wie die Haut des Gesichts
zerschmilzt wie Frühlingsschnee,
unter den Wangen blüht eine blasse
Blume aus Äderchen fein, die blühen
und verblühen rot, ein Loch dieser
offene Mund – ein Knochenschädel
taucht im Spiegel auf. Das Kind
schreit. Der Spiegel zerbricht.
Weinend rennt das Kind zur Mutter,
birgt seinen Kopf in ihrem Schoß.
Schon sind die Tränen getrocknet.
Doch das Gesehene bleibt

 

Lebenslärm

Tellergeklapper, Geflüster
bei offenem Fenster, Balkontür weit offen.
Kind logolallt, ein Schrei verhallt,
freudig (endlich! ) Leka nosht! Iyi akshamlar!
Fai var mi? Keine zweite Wirklichkeit,
alles eins zu eins. Welches Salatöl?!,
ein leiser Streit, friedlicher Abend.
So ist jede Begegnung in Echtzeit
beglückend, man lebt und sieht andere leben.
(unterdrückt) So wie ich kann, bin ich hier weg!
Andele, andele! wie das Kleinkind den Hund
lockt: Schango, Tjango, Dlango, Du Rango …
Hr. Dingsbums in seinen freudlosen vier Wänden
schweigend lötet er Drähte zusammen.

 

Zielsverhuizing

Half slapend, de dageraad brak aan,
Zag ik een ziel voor me in de lucht
compact, licht en gelig –
liggend zweefde ze in de ether
langzaam en gestaag omhoog naar de hemel.
Verrast dacht ik in mijn droom,
totaal niet bang, zou die van mij zijn
of die van een vriend, van een vriendin,
van een vijand die op dit uur
afscheid wil nemen van mij en de wereld.
Waar je ook vliegt, kleine ziel,
moge jouw reis gemakkelijk zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

De verheerlijking van de champignon

Waarom was je ze niet?
Bekijk ze eens goed, onbevlekt,
echte gekweekte, bijna kiemvrij,
waarschijnlijk al robotoogst,
untouched van aarde naar consument,
waarvan ik de steel afsnijd,
daarna gaan de hoedjes in plakken
(Als ik gemeen zou zijn
kreeg ze van mij de Venus van Willendorf
als kerstkado)
opgediend in hete olijfolie
met een klontje boter,
en veel uien en knoflook.
En de steeltjes gooi je weg?
Geen denken aan. Ik snijd alleen
de aarde van de stomp af,
dan worden de stelen gehalveerd en ook
bij de geglaceerde uien met knoflook gevoegd
en omdat het goed is voor je hart
niet met zout maar met peper gekruid
vers uit de molen
daarbij een half bekertje zure room
en een bord warme bulgur.
Ik trek de Primitivo alvast open!

 

Vertaald door Tsead Bruinja

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

De Amerikaanse (slam) dichter Buddy Wakefield werd geboren op 4 juni 1974 in Shreveport, Louisiana. Zie ook alle tags voor Buddy Wakefield op dit blog.

 

In Landscape

Speak your piece from the I can do anything.
Say it clearly.
Follow through
on runways,
in turbulence.
There is a book
living inside your chest
with dilated instructions
on how to make a safe landing.
It was written
for crash landers.
Thank you.
I am coming home to listen.
It is time.
Please
forgive me my distractions.
There’s a freckle on your lip.
It is a national archive.
Give it to my ear
so you can see what I mean.
Here hold my breath
I will be right back.
There are gifts
hidden beneath these lungs.
Slide your hand over my mouth
and I will speak them
in hang glider,
in hilltop,
from the loyalty of a landscape,
silk in a sandpaper offering plate,
the jacket on a handsome man.
That lip
Sweet Grape, you cannibal,
kiss my eyes
until they see what it is that I wish to write down:
Your name.
Film strips of prayer.
Ribbons of a garden in stereo.
Driftwood welded to the guesthouse.
Ringfinger wrapped in a horseshoe nail.

 

Buddy Wakefield (Shreveport, 4 juni 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juni ook mijn blog van 4 juni 2020 en eveneens mijn blog van 4 juni 2019 en ook mijn blog van 4 juni 2018 en ook mijn blog van 4 juni 2017 deel 2.

Tsead Bruinja, Steffen Popp

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

 

U treft mij op een moment

ik wilde net gaan zitten aan de ongelakte tafel
in de woonkamer van mijn appartement in amsterdam-west
het is de donderdagmiddag vlak voor de deadline van dit gedicht
de kozijnen in de erker druppelen na van de aanhoudende regen
de waarde van mijn woning keldert omlaag
maar mijn buurman houdt het droog
handdoeken vangen de ellende op

tussen de wolken door valt zonlicht
op de rossige haartjes van mijn bovenarm
thee schommelt in het glas heen en weer
mijn pen krast inmiddels driest in het papier

ver weg bijna aan het eind van zijn leven
speelt andrés segovia op mijn stereo albeniz
ik kan niet horen of hij last heeft van spataderen
of er lange grijze haren uit zijn oren groeien
of dat hij bij het spelen rare bekken trekt
zoals heavy metalgitaristen doen bij een solo

een spotlight gericht op de tong uit hun mond
op een uitgeprint A4’tje naast mijn notitieboek lees ik
dat ik iets specifieks ga zeggen over een tentoonstelling
iets over een onderlaag die onbedekt wordt gelaten soms
maar ik schrijf even niet

ik kijk naar een verwelkte witte roos
die weken geleden na een optreden
in een wijnfles werd gezet door mijn geliefde
alle blaadjes zitten er nog aan

bruine randen hebben ze gekregen
het is een cliché dat weet ik maar het is zo
en met de liefde gaat het goed
dus beticht mij niet
van goedkope symboliek

dan moet er nog een doorkijkje komen naar een bijbels tafereel
in deze tekst waar ik nu toch al zoveel wit mee heb bedekt
misschien iets over koning salomo of het gelaat van mozes
dat glansde toen hij de berg afkwam

maar dan denkt u dat ik mij vereenzelvig
met iemand die god heeft gezien en toch ook weer niet
en dat zet u weer op een afstand

terwijl ik wil dat u voelt dat u er bij bent
bij mijn milde paniek in de lekkende woonkamer
de rossige haartjes op mijn onderarm
ver weg vanuit de juiste hoek belicht

 

een koor zingt

een koor zingt
en het erbarmen maakt de lucht om ons heen
zo dik als stroop

dan stopt de plaat
alle ingewanden
vallen uit het lied

waar wij naar kijken
alsof onze eerste kribbe
een gitaarkoffer was

 

Een kwal licht op in zee

voor Tonnus Oosterhoff

een kwal licht op in zee
roep niet

een stoel staat leeg in de kamer
kan niet tegelijk op de stoel en de bank

we gaan naar de brug naar
geleidelijk een nieuwe toonsoort

kom je de zon roept
ja ik ga mee

‘hello texas’

de bureaustoel roept ook
armleuning trekt ze
een bedelkleed aan

het licht helpt met een stralend
gezicht witgoud bladerhuis
naar de ondergang

binnenzon is ook goed
het kussen zacht genoeg
voor dijend zitvlees

veert het
ja alles veert

dag
dag

 

Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Silvae (uitgedund)

Hars loopt uit de bomen, zoals altijd
staan de bossen, groen en van hout
voor mijn raam, en overal op aarde
waar geen veld is, geen tuin
                              geen huis als het mijne.

Soms een dier, aan de onderkant van het blad
een reebruine schietschijf met weinig
rake schoten uit het vorige jaar –
                                       twee oeroude paarden
slepen ontworteld hout, tegen de schemering
komen de jagers, men ziet hun gele
                                           sportschoenen oplichten.

 

Vertaald door Alfred Schaffer en Gregor Seferens

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juli ook mijn blog van 17 juli 2021 en ook mijn blog van 17 juli 2020 en eveneens mijn blog van 17 juli 2019 en ook mijn blog van 17 juli 2017 en eveneens mijn blog van 17 juli 2016 deel 2.

Wout Waanders, Martin R. Dean, Rainer Kirsch, Tsead Bruinja, Thé Lau, Eelke de Jong, Alie Smeding, Donald Davie, Dolce far niente

 

Dolce far niente – Bij de Nijmeegse Vierdaagse

 

Vierdaagse wandelaars door Ingrid Claessen, 2013


‘s nachts de was

achter het raampje van de wasmachine
zie ik een hoodie, trui, spijkerbroek,
roze rok, ondershirt, wandelsok,
een partyblouse en een uniform,
een overhemd met een vlek
van lippenstift.

alles draait,
wordt helder en zacht.

van technofeest tot loopafstand
en alles wat daar tussen zit,
alle stoffen van de stad
komen samen op een rotonde in de nacht
en niemand volgt een wasvoorschrift.

 

Wout Waanders (’s-Hertogenbosch, 1989)
Vierdaagse wandelaars op Roze Woensdag (de dag van Wijchen)


De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken Aargau. Zie ook alle tags voor Martin R. Dean op dit blog.

Uit: Warum wir zusammen sind

“Wie eine große Träne, die aus dem Winterhimmel gefallen war, lag die Kunsteisbahn vor ihr. Es war der letzte Tag des Jahres. Als Irma eintraf, zogen gerade noch einige Jugendliche ihre Runden, während die Eisreinigungsmaschine am Rand des Feldes bereits wartete. Nur noch wenige Stunden trennte sie vom nächsten Jahrtausend. Seit Wochen waren die Zeitungen voll von Weltuntergangsängsten, verbreitet von Sektenanhängern im Schwarzwald und neurotischen Durchschnittsbürgern, von all den Bangen, Verzagten, Aufgeregten und Paranoikern, die sich Erlösung erhofften.
Auch Geschäftemacher witterten ihre Stunde und boten Kreuze aus Plexiglas feil, Leuchtreklamen gegen die Angst vor der Apokalypse, und gerne wurde die Bibel zitiert: »Und da geschah ein großes Erdbeben, und die Sonne wurde finster wie ein schwarzer Sack, und der ganze Mond wurde wie Blut, und die Sterne des Himmels fielen auf die Erde.«
Die Spekulanten, Banker und Börsianer fürchteten sich dagegen vor dem weltweiten Ausfall der Computer. Auch Irmas Freundin Bea, die bei einem Lokalsender arbeitete, sagte einen Zusammenbruch der Kommunikationsnetze voraus, was Marc für unwahrscheinlich hielt. Die Nachbarn horteten Vorräte an stillem Wasser und Benzin, weil für den Tag danach ein Zusammenbruch der Wasser- und Treibstoffversorgung vorausgesagt wurde. Hochschwangere gingen die Treppen rauf und runter, um ein Millenniumskind zu gebären.
Irma war allein. Sie bereute es, Marc nicht in seinem Büro abgeholt zu haben, denn er war noch immer nicht da. Es war nicht das erste Mal, dass sie auf ihn wartete. Sie setzte sich auf die Bande der Eisbahn und schaute der ruhig kreisenden Maschine zu. Welche Entschuldigung er wohl diesmal hatte?
Sie ärgerte sich, aber sie wollte ihm keine Vorhaltungen machen, nicht hier und vor den Freunden, die bald eintreffen würden. Sie schnallte sich die Schlittschuhe um und glitt mit einem leichten Beinschwung aufs Eis. Wenn das Vorankommen doch immer so mühelos wäre! Aber hatte sie bis jetzt nicht die richtigen Entscheidungen getroffen? Den schüchternen Architekturstudenten Marc geheiratet, ein Kind bekommen, ihre Karriere als Romanistin an der Uni abgebrochen, um Übersetzerin zu werden. Und richtig war auch gewesen, dass sie sich die Idee zu dieser besonderen Silvesterfeier von Alice nicht hatte ausreden lassen.
In diesem Augenblick tauchte Matti, ihr achtjähriger Sohn, an der Hand seiner Großmutter am Rand des Eisfeldes auf und rief nach ihr.“

 

Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)


De Duitse dichter en schrijver Rainer Kirsch werd geboren op 17 juli 1934 in Döbeln. Zie ook alle tags voor Rainer Kirsch op dit blog

Uit: De redding van de Saragossazee (Vertaald door J.F. Vogelaar)

“Denk je dat ik van alles afzie, zei de hekst. Ze richtte zich op, het leek alsof ze met de rechterarm op een golf steunde. Als ik tegen de zon in moet kijken kan ik je ogen niet zien, zei de jongeman, maar in je woorden bespeur ik iets van teleurstelling. De heks zweeg. Affaires stel ik mij zo voor, zei de jongeman, ben je daarom vrijwillig heks geworden? Ieder kiest wat hij wordt, zei de heks, wist je dat niet? De zon stond nu gunstiger, de jongeman zag hoe de heks het haar als een zeil in de wind of als een roer in de golven hing.
Een sprookje zonder trompetten dat is toch niets, zei de rode walvis. We zullen lang moeten zwemmen, zei de ander. Hij blies een fontein de hoogte in en zweeg. Ook ik heb een tijdlang overwogen de weg over land te nemen, zei de rode walvis. Vergeet niet, zei de ander, dat ons oponthoud ons van pas zal komen. De Saragossazee is onveilig, zei de rode walvis, we kunnen ons in de diepgang vergissen. We mogen onszelf later niets te verwijten hebben, zei de groene walvis, kom laten we gaan zwemmen.
Ze waren goed vooruitgekomen, de jongeman zag vliegende vissen en ook leek het schip gevolgd te worden door dolfijnen. Hij zei: trompetten in de lucht, of een kasteel. De soldaten blazen de ophaalbrug op, de held echter, zeven speren in zijn schild, rent ermee dwars door de vijandelijke linies en komt bij de tent van de vijandelijke koning, vervaardigd van witte zijde, met de stompe kant van de speren scheurt hij de tent open, met de rechterhand trekt hij de koningsdochter van haar legerstede, zo werden vroeger slagen gewonnen. Wat zijn nou verhalen, zei de heks. Ik begrijp het, zei de jongeman, jij bent hier om mij te betoveren. Dat geklets over staartvinnen, zei de heks, op de hele weg ben ik nog geen drie zeemeerminnen tegengekomen. Om betoverd te kunnen worden moet je bang zijn of het zelf willen. Geen van beide is zelfs maar in de verste verte het geval, zei de jongeman. De heks strekte haar linker arm en haalde het schip in. Een zwerm vliegende vissen daalde neer, de zon verdween.”

 

Rainer Kirsch (17 juli 1934 – 14 september 2015)


De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

Al zijn honden heten fikkie

al zijn honden heten fikkie
behalve onze Astrid
alle ziekten waar ze aan
stierven Kanker

koeien die opgegeven waren
werden beter bij hem
al moest hij er de hele nacht
bij blijven

voor haar kon hij niets anders
doen dan de dokter betalen
en haar naam in
comateuze oren roepen

 

Graat

de brug zien
en hem wegdenken

aan de overkant
een wuivende vriend

zonder telefoon
zonder adres

weg als je je omdraait

buigen het water
zien en weg denken

dan vissen nummeren
en opbergen

niet de vriend vergeten
maar meenemen
en begraven

diep in het zand

je door een ander laten dragen

nieuwe vriend kiezen

bruggetje bedenken

 

Vier en een half volt legotreintje

vier en een half volt legotreintje
verdwijnt in de groene tunnel
van papier-maché

twee jongensbenen in de lange
blauwe broekspijpen
van een jeans

de moeder als man in uniform
de vader als vrouw thuis

wie speelt voor god
wie kiest het scharnier

hij trekt de stekker uit de houder
en legt zijn tong tegen de polen

vier en een half volt tong
trekt zich terug

in de mond van een tunnel
de tong als mond

praliné

 

Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)


De Nederlandse muzikant en schrijver Thé (Matheus Josephus) Lau werd eboren in Bergen op 17 juli 1952. Zie ook alle tags voor Thé Lau op dit blog.

Uit: Juliette, een liefde in snapshots

“De
weg naar het dorp was de fameuze Laan Zonder Einde, waar verscholen
achter hoge hekken en hagen de rijken in statige huizen woonden, waarvan
de achtertuin direct toegang gaf tot het Grote Bos, dat op zijn beurt
doorliep tot in het duingebied. De weg zelf was vrij smal, en pijnbomen
kromden zich er als een erehaag overheen. Op dit uur was er nauwelijks
verkeer en Robbie, dromerig in de frisse ochtendlucht, minderde gas en
reed stapvoets door naar de ingang van het Spaansche Woud, dat eigenlijk
geen woud of bos was, maar een reusachtig park, sinds mensenheugenis
het Versailles van de enclave. Het was een oase van groen, doorsneden
met brede grachten, slootjes, zandlanen en modderige ruiterpaden.
Terwijl hij langzaam doorreed leek het alsof het naakte lichaam van Elsa
hem volgde. Het ene moment hield ze zich schuil in de struiken langs
het pad, dan weer zat ze hoog boven hem gehurkt op een boomtak en even
verder rees ze als een goudgelokte nimf op uit het zwarte water van een
sloot. Straks, thuis, zou hij haar meteen gaan schetsen. Eerst haar
fijne gezicht, dan haar weelderige lichaam Hij kon niet anders dan de
film van afgelopen nacht keer op keer afspelen. Het beeld van de
bewegingen, en het geluid. Hij zag voor zich hoe ze zich had uitgekleed,
hem even een blik had gegund op haar lichaam, in bed was gestapt en het
dek voor hem omhoog had gehouden. Hij herinnerde zich hoe ze haar armen
om hem heen had geslagen en haar borsten tegen hem had aangedrukt. Door
haar handen geleid was hij in haar binnengedrongen. Maar van de
vrijpartij die volgde, waarin hij was ontmaagd, kon hij zich weinig
herinneren. Het was als de branding: je kijkt een half uur lang in
trance naar de golven maar je kunt je er naderhand niet een voor de
geest halen.
Robbie passeerde het Ravenhof met zijn reusachtige
roodbruine pannendak, en nog steeds vervuld van de ervaring van
afgelopen nacht wierp hij een afwezige blik op het statige herenhuis,
waaromheen het Spaansche Woud ooit was aangelegd. Zonlicht spikkelde het
water van de gracht en vlekte op het pad. Terwijl hij de uitgang
naderde begon het beeld van Elsa’s gezicht te vervagen en denkend aan de
tekening die hij wilde maken gaf Robbie gas.”

 

Thé Lau (17 juli 1952 – 23 juni 2015)


De Nederlandse schrijver Eelke de Jong werd geboren in Apeldoorn op 17 juli 1935. Zie ook alle tags voor Eelke de Jong op dit blog.

Uit: Paris mon amour

“Deze vriendin woonde bij haar ouders en stond vrijwel niets toe, een kus, de armen om elkaar geslagen, te verwaarlozen gestreel, dat was in grote lijnen alles, om bijvoorbeeld een zoen, waarbij je elkaars tongen probeerde te omstrengelen, de ander in theorie zou kunnen laten stikken door hem in haar keelgat te duwen, moest gevochten worden. Ze had weinig vertrouwen. Dan begon ze vreselijk te hijgen, me weg te duwen, maar wist ik veel.
Op een avond trof ik ergens op het trottoir een Duits meisje, dat wel alles wilde toestaan en zo gezegd zo gedaan op een houten bankje in een plantsoen hier of daar haar vochtige kruisje opzij geduwd en gevingerd.
Een jaar later ontmoette ik in de zomer in Amsterdam een Française, die behoorlijk wat meegaander was als dat meisje uit Versailles. Lerares in Metz was ze, getrouwd maar alleen op reis, schreef gedichten, stuurde me later een met de hand geschreven bundeltje vol romantische klaagliederen, de velletjes met een draadje rode wol aan elkaar genaaid.
Mireille heette ze, dezelfde naam als m’n correspondentievriendin met wie ik niet meer correspondeerde sinds ze een onvriendelijke aanmaning gestuurd had om m’n schuld terug te betalen. Mireille uit Metz leende ik op mijn beurt geld om haar nog wat langer in Amsterdam te kunnen houden, kleine sommetjes, want ik had het niet breed. Ze was ontstellend mager, herinner ik me, wat maar al te pijnlijk was voor onze bekkens. ‘k Woonde toen in het huis van een vriend, die met z’n vrouw op reis was naar Parijs, paste tegelijk op de katten, die kort na elkaar twee nesten wierpen. Op laten ruimen door de dierenbescherming. Kort daarop verloor de ene kat, die nog dagen naar haar jongen bleef zoeken, al heur haar. Toen m’n vriend en z’n vrouw terugkwamen was ze kaal met uitzondering van wat franje onder de buik, en kwam om van de kou.
Een andere keer was ik met iemand, aan wie ik me graag had willen uitleveren, wat niet wederkerig was, in Parijs. We sliepen in twee bedden, een verloren weekend vol vergeefse toenaderingspogingen en te weinig geld om er nog iets leuks van te maken. Zelfs niet genoeg om het hotel te betalen, zodat we met achterlating van een deel van de bagage moesten vluchten.”

 

Eelke de Jong (17 juli 1935 – 1 augustus 1987)
Rijk de Gooijer, Peter van Straaten en Eelke de Jong in 1980


De Nederlandse schrijfster Alie Smeding werd geboren in Enkhuizen op 17 juli 1890. Zie ook alle tags voor Alie Smeding op dit blog.

Uit: Liefde

“Op handen en voeten schuifelt de kleine Lied Ulen over de zachte zanderige grond van de verwilderde boschtuin. Ze likt aan een groene eikel en probeert de gladde bast van een wilde kastanje af te pellen, maar dat lukt haar niet. Met veel moeite wurmt ze zich door een gat in dik prikkerig gebladerte heen en kijkt van dichtbij een wit dier in de oogen, en tuurt naar het hooge witte huisje, waar de duiven wonen. Er staan mannen op een veld en er loopen paar-den en er is een vrouw met een bandjesmuts. De mannen bij de paarden zeggen. ,.. .. ruzie … daor gunder hebt ze weer ruzie.” Lied Ulen brabbelt dat na. „L-lusle.” Het is een bekend woord’ Ze probeert het ook goed te zeggen: .,R-ru-ru-sie ” In-eens roept ze het zoo hard en duidelijk over het land heen of Vader het haar voorzegt: ..R-ruziet R-ruzie!” De mannen bij de paarden lachen. Maar de vrouw met de bandjesmuts lacht niet. „A-ah meen hef poesenelleken, kom mit.” Een paar han-den tillen haar door het gat in de bladeren. En Lied vergeet de vrouw met de bandjesmuts al gauw. Ze zuigt op een gal-appeltje, en speelt een beetje met de zaadballetjes van de wilde komkom-mer. Dan zit ze ook weer voor het huls, op de groote steen, bij het hek. Binnen-in het huis is de ruzie en de ruzie schreeuwt hard achter de open ramen. „Vade”, roept Lied klagelijk, „Moeder Ze zet de voeten vaster neer op de grond. „R-ruzie”, zegt ze, „r-ruzie!” En dan ineens is Vader er. Lied kijkt naar hem op en ze kent hem. Ze ziet toch alleen maar zijn jas met de ruitjes, het blinkende balletje aan zijn horlogeketting, zijn snorharen die als twee zachte veertjes boven zijn tanden hangen en het witachtige van zijn gezicht Uitnoodigend slaat ze met haar hand op de leege helft van de steen. „Vade.” Zij zegt: „Vade.” En Moeder zegt: „Man.- En zij zegt ook wel. „Vade-man ” Maar hij komt niet bij haar zitten Hij veegt met zijn zak-doek haar gezicht af „Dag hart.” Het maakt een boel geluid als hij het hek dicht doet. Dan loopt hij op het pad. „Dag hermelijntjer Ze drukt haar ge-zicht zoo ver mogelijk tusschen de hekspijlen door: „Dag Vade-mant” En in de bladeren ergens roept Vader: „Dag hermelijntje! Dag hermelijnr Ze staat ook voor het keukenraam Moeder wascht borden en kopjes af en alles wat Moeder af-wascht geeft een schreeuw. „Moeder, roept ze, „Moeder En ze kijkt naar haar op en ze kent haar. Ze ziet dan toch alleen maar de streepjes in haar schort, het glazen hondje onder haar kin, de blin-kende spelden in haar krullend haar en het zoet-achtige rood in haar wangen. „Moede! Wede! Weder’ En Moeder zegt hard achter de ruiten:
.,Stil.” Dat is of er een eetbord aan stukken valt. Lied stapt achteruit in een kuil en valt op de grond en huilt. Maar Moeder komt niet bij haar om over de zeere plek heen te strijken en haar op te tillen. De eetbordjes schreeuwen harder dan zij zelf.”

 

Alie Smeding (17 juli 1890 – 5 juli 1938)
Enkhuizen


De Engelse dichter en criticus Donald Alfred Davie werd geboren op 17 juli 1922 in Barnsley, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Donald Davie op dit blog.

 

The Nonconformist

X, whom society’s most mild command,
For instance evening dress, infuriates,
In art is seen confusingly to stand
For disciplined conformity, with Yeats.

Taxed to explain what this resentment is
He feels for small proprieties, it comes,
He likes to think, from old enormities
And keeps the faith with famous martyrdoms.

Yet it is likely, if indeed the crimes
His fathers suffered rankle in his blood,
That he find least excusable the times
When they acceded, not when they withstood.

How else explain this bloody-minded bent
To kick against the prickings of the norm;
When to conform is easy, to dissent;
And when it is most difficult, conform?

 

No Epitaph

No moss nor mottle stains
My parents’ unmarked grave;
My word on them remains
Stouter than stone, you told me.

“Martyred to words”, you have thought,
Should be your epitaph;
At other times you fought
My self-reproaches down.

Though bitterly once or twice
You have reproached me with how
Everything ended in words,
We both know better now:

You understand, I shall not
If I survive you care
To raise a headstone for
You I have carved on air.

 

Donald Davie (17 juli 1922 – 18 september 1995)


Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juli ook mijn blog van 17 juli 2018 en ook mijn blog van 17 juli 2017 en eveneens mijn blog van 17 juli 2016 deel 2.

Tsead Bruinja nieuwe Dichter des Vaderlands

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja is de nieuwe Dichter des Vaderlands. De komende twee jaar zal Bruinja gedichten schrijven bij nationale gebeurtenissen en optreden als ambassadeur van de poëzie. Hij volgt Ester Naomi Perquin op. Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

sarah & veronica (kollum drachten en afrika)

de jongen van twaalf achter het klasraam weet hoe sarah krijst

sarah is veertig en kaal
sarah heeft een mes in de tas
krijst
sarah van de drie bulten bij het park
sarah heeft een mes in de tas
jakkert een brief op de post
brief uit de tas
krijst

in de studio wordt daar een beat ondergezet met veel galm op de snare
door een drummer die zich grasmaaiend naar het einde snuift
de lamp boven beiden en schijnt op het dorre gras

sarah

ijstaart in de piepschuim doos
en je tantes vieze poedel
de lekkere wijven van veronica
de vale reigers van veronica
een handvol rijst voor de girokinderen
en voor de vliegen op hun ogen
uit afrika

zien ze het niet geef hen dan
de lekkere wijven van veronica
de vale reigers van veronica

een
icoon

 

Adem

voor wie na dit lichaam
verschijnt en in zijn bed
klimt vannacht

kruip dicht tegen haar aan
kruip dicht tegen hem aan

houd jezelf vast en
luister naar je adem

loop desnoods naar het
koude raam en bevochtig

voor wat na dit lichaam
verdwijnt en geen meer

havent

ik dank je alvast

voor wat na dit lichaam
verdwijnt en geen meer
havent

ik dank je alvast
voor de weg die je was

en blaas
voor wie hier na
voor wat hier na komt

adem

 
Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

Lewis Caroll, Martin R. Dean, Rainer Kirsch, Eelke de Jong, Alie Smeding, Tsead Bruinja, Thé Lau, Lilian Loke

 

Dolce far niente

 


Rode boten in Argenteuil door Claude Monet, 1872

 

A Boat Beneath a Sunny Sky

A boat beneath a sunny sky,
Lingering onward dreamily
In an evening of July —

Children three that nestle near,
Eager eye and willing ear,
Pleased a simple tale to hear —

Long has paled that sunny sky:
Echoes fade and memories die:
Autumn frosts have slain July.

Still she haunts me, phantomwise,
Alice moving under skies
Never seen by waking eyes.

Children yet, the tale to hear,
Eager eye and willing ear,
Lovingly shall nestle near.

In a Wonderland they lie,
Dreaming as the days go by,
Dreaming as the summers die:

Ever drifting down the stream —
Lingering in the golden gleam —
Life, what is it but a dream?

 

 
Lewis Caroll (27 januari 1832 — 14 januari 1898)
De Ring ‘O’ Bells Pub in Daresbury, de geboorteplaats van Lewis Caroll

 

De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken Aargau. Zie ook alle tags voor Martin R. Dean op dit blog.

Uit:The Guyana Knot (Vertaald door Nadia Lawrence)

« Now I couldn’t leave my escapology exercises alone. Barely awake out of my deep sea sleep, I had to drag the heavy trunk out from under the bed. No day without practice. To brighten up my previous appearance in Gera, which is in what used to be East Germany, I tried again to get out of the Butcher’s Knot. This made people think of oven roasts and corned beef, so it got a lot of applause. It is also called the Jam Knot. I wriggled across the floor of my room, lashed a double loop around my legs, and tied up the top half of my body alternately with Bowline and Packer’s Knots. And for my arms, which have to be free so I can tie myself up, I have two artificial ones from shop window dummies that I tie to my torso. The pressure of the ropes immediately brought to mind a vivid memory of the hard floor of what were once the Russian barracks in Gera. Applied the Barrel Knot (relatively compact, doesn’t come undone and doesn’t cramp you) out of which tangle I freed myself in approximately a quarter of an hour. Too long for a Roman audience! I got pointlessly sweaty with the Swivel Hitch: the climate here doesn’t permit violent exertion. All the northern sorts of knots have to be dropped. Thought of the southern Trumpet Hitch, a Single-Strand Stopper, with which I tied myself to a chair leg so as not to escape too quickly.
It’s five o’clock in the afternoon. I stand at the bull’s eye and watch the play of the birds. In tight formation they climb over St. Peter’s, fly like bullets from the treetops and rise in flocks over the gardens. In the air the group forms the wildest, most exuberant shapes, runs away like a stream, falls and splashes and trickles on, forms soft waves pushed by the wind, is pulled away by a flying formation at the tip, a loose amoeba mass. Shortly after, it shapes itself into an arrow, shoots straight down towards a dome, a tower, and, just before hitting it, broadens into a wide sheet, an ever-turning mobile, a fluttering flag, which straightaway dissolves and disintegrates into hundreds of delicate spots, the grain pattern of the sky like black raindrops held lightly in the hand and dripping downwards, and then, over a little wood, a hidden garden, vanish from my sight.
But my world is not really the study, it’s the circus. Already, as a child, I played hooky from school on hot June mornings, to watch our national circus arrive at the village’s disused railway station. Scarcely had I seen the train of red and white carriages standing on the tracks in the siding, when the big doors opened and dark-skinned circus hands in light red livery pulled the animals into the open. Spitting lamas and sleepwalking zebras were dragged along the narrow ramp.”

 

 
Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)

 

De Duitse dichter en schrijver Rainer Kirsch werd geboren op 17 juli 1934 in Döbeln. Zie ook alle tags voor Rainer Kirsch op dit blog

 

Lied der Kinder
für Herburger

Hu, auf zu den Sternen!
Im Weltall ist es kalt.
Man sieht keine Fernen.
Es lebt kein Wald.

Man denkt, man steht still.
Dabei rast man in Eile.
Man wollte, was man will.
Das ist die Langeweile.

Auf einem Stern steigt man aus.
Die Erde ist weit weg.
Der Stern sieht grau aus.
Er ist aus Eisen und Dreck.

Der Weltmolch sagt: Ich fresse
Die Langeweile und die Geschwindigkeit.
Ich verdaue und presse
Heraus kommt die Zeit.

Zwischen hinten und vorn
Denkt man sich eine Mitte.
Was ist, ist schon verlorn.
Ach, hätte man das Dritte.

Durch die schmale, die Spalte
Rutscht man, kann sein, zurück.
Die Erde wäre die alte.
Das wäre Glück.

 

Uitstel

Opdat wij later kunnen spreken, zwijgen we.
We leren onze kinderen te zwijgen, zodat
Zij later kunnen spreken.
Onze kinderen leren hun kinderen zwijgen.
We zwijgen en leren alles
Dan sterven we.
Ook onze kinderen sterven. Dan
Sterven hun kinderen, Nadat
Zij onze achterkleinkinderen alles hebben geleerd
Ook het zwijgen zodat zij
Op een dag kunnen spreken.
Dit, zeggen we, is niet de tijd om te spreken.
Dat leren we onze kinderen
Zij hun kinderen
Zij die van hun.
Ooit, denken we, moet toch de tijd
komen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 
Rainer Kirsch (17 juli 1934 – 14 september 2015)

 

De Nederlandse schrijver Eelke de Jong werd geboren in Apeldoorn op 17 juli 1935. Zie ook alle tags voor Eelke de Jong op dit blog.

Uit: Paris mon amour

“Nagedacht of ik gisteravond in het café niet te aanhalig geweest was. Dat bier maakt me praatziek, overschreeuwerig, opdringerig, slachtoffer van een verhitte vertrouwelijkheid. Wie weet.
Onderaan de dijk lagen bergjes geel zand, ’n stuk of 20 keurig gerangschikte, anderhalve meter hoge hopen, vorige week aangevoerd door een truck. Vanmorgen zaten er kraaien op de heuveltjes en een kraai bovenop een ijzeren paaltje.
Op de andere dijk zag ik een bejaard echtpaar naar boven klimmen. Vooraf dalfde een grote zwarte hond. De vrouw trok de man mee omhoog, hield zijn uitgestrekte hand tussen elleboog en zij geklemd, hij kroop meer.
Laat d.w.z. ’n uur of 1 ontbeten, t.w. een soepkom met yoghurt uit de ijskast en een paar eetlepels boekweitvlokken, tarwekiemen en bramenjam. Bodempje van beton in m’n maag, straks waarschijnlijk weer ’t zuur. En stukjes gelezen van Malsen in ‘Paris Saloon’, treurige Casanova in een wereldje van keutelende misfits. En eigen séjours in Parijs herinnerd. De eerste keer was ’t najaar ’54.
En niet veel meer gedaan dan alsmaar rondgeslenterd, alsmaar over de trottoirs van de boulevards en de Seinekades en de straatjes daartussen, alsmaar en alsmaar in regen en zonneschijn rondgelopen. En blaren verzorgd in een kamertje in de Rue Jacob, meer alkoof je eigenlijk, doolhof van smalle gangetjes en trapjes bij een waaklampje, voor de wc moest je je bukken.
’t Raampje van de wc keek uit op een binnenplaats. Op een avond zag ik aan de overkant een naakt meisje op een bed liggen in de lichtkring van een lamp, de dekens opengeslagen, de rest van de kamer in het donker, haar hoofd weggesneden door het raamkozijn. Aan haar bewegingen te zien lag ze een boek te lezen. En ik zat op de wc en spoot m’n zaad in de afvoerpijp.
Ik had een vriendin in Parijs, gevonden in het correspondentiehoekje van het christelijk-nationaal weekblad De Spiegel, waar ze thuis op geabonneerd waren, een 10 jaar ouder, tamelijk mollig kantoormeisje, dat forensde uit Versailles en me geld begon te lenen om m’n verblijf te kunnen rekken. Dacht er zelfs over om me in Parijs te vestigen, maar het beursje van de typiste raakte leeg en wie niet werkt zal niet eten, zo was het toen ook, en ik wist niet waarmee aan te vangen.”

 

 
Eelke de Jong (17 juli 1935 – 1 augustus 1987)

 

De Nederlandse schrijfster Alie Smeding werd geboren in Enkhuizen op 17 juli 1890. Zie ook alle tags voor Alie Smeding op dit blog.

Uit: De zondaar

“Het barsch-bevelende hoornsignaal van een vrachtauto, dreef Dirk naar de krap-afgepaste veiligheid van een trottoir, en bijna botste hij dan eerst nog tegen een achteloos-fietsende slagersjongen aan.
Hij kreeg er een knorrige glimlach bij. ‘Soeskop,’ misprees hij, ‘ja, wie loopt er nou midden op de straat, je ben niet in je dorp…’
Zijn wrevel vloeide meteen al weer weg. ‘Waar dacht hij ook weer aan daarnet?, wat was ’t…?’
Het glimpte nog als wat warms na in zijn hoofd. ‘Over de boerderij?, nee, of over Moeder…?’ De drukte om hem heen onderschepte het.
Toen zag hij ook de stad weer: rijen van grauwe lange buurten, schemerige stegen en vieze sloppen.
‘Jazzes,’ mokte hij, ‘wat toch ’n steenmop, hè?’ Een verlegen minachting vloog naar zijn jonge lichte oogen, maar ook een ijle angst. En ongedurig woelden zijn vingers rond in de dingen van zijn jaszakken: stompjes potlood, staafjes krijt, stuf…
‘Nou,’ zei hij bij zichzelf, ‘maar ik ken m’n werk best ân, geen-een zal zeggen dat ik m’n werk niet ân ken.’ Toch moest hij telkens slikken, en om zijn mond kwam een koud gevoel.
‘Wees maar niet ongerust,’ bemoedigde hij, ‘’t eenigste is, je moet nog wennen, als je hier eerst maar gewend ben, dan zal je ’s zien… je moet ook denken: alles is zoo anders, geen mensch die je nou nog bij je voornaam noemen zal, natuurlijk niet, nou was ’t altijd: Meneer Hartsen of Meester.’
Hij kreeg er een schrale glimlach van. ‘Menéer…’ Maar zijn schuw-waarnemende oogen dwaalden toch onrustig van de steile huizen-complexen, naar de menschen die hij elke ochtend opnieuw tegenkwam.
Vluchtig keken ze, onverschillig-terloops, en zonder een blik van herkenning. Enkel maar vreemden.”

 

 
Alie Smeding (17 juli 1890 – 5 juli 1938)

 

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

 

ik zei ik zie de roos

ik zei ik zie de roos
als een wrak
in aanbouw

ze zwierde aan de kroonluchters
boven de romige hapjes

met een vorkje porde ik van alle kanten
in het gebakje

vat vol ongenoegen dat ik ben
inclusief slenterhart dat al twee dagen
zijn plek niet meer kent

en ik maar denken
ik liet haar gaan maar niet zonder
slag of stoot geen letter hortte uit mijn mond
ik snotterde alleen rook

toen ze zei dag ik hou van je
riep ik heel hard tegen het plastic ivoor
dag telefoon
dahaaaaag

 

De wagen van de deen

weet jij wie er vandaag onder de wagen
van de deen gaat liggen

onder de bedrijfswagen

wie er in de bedrijfswagen mag

de bootvluchteling

mag de bootvluchteling
in de bedrijfswagen

onder de wagen
is het beschutter

daar houden die mensen van

je zult het zien
met de wagen van die deen
gaat heintje van hiernaast
de pui rammen

van de bootvluchteling

had hij maar met zijn jatten
van de vrouw van de deen
af moeten blijven

maar met zijn nieuwe wagen

ja….joh

je moeder en een halfnaakte bosuil

 

 
Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

 

De Nederlandse muzikant en schrijver Thé (Matheus Josephus) Lau werd eboren in Bergen op 17 juli 1952. Zie ook alle tags voor Thé Lau op dit blog.

Uit: Juliette, een liefde in snapshots

“Maar makkelijke score of niet, Robbie was voor het eerst met een vrouw naar bed geweest en teder betastte hij de plek waar Elsa had gelegen. Toen zijn vingertoppen in de plooien van het laken niets meer van haar voelden klom hij uit het bed, kleedde zich aan en liep naar de tafel bij het raam van het tuinhuisje. Ze had een bordje en een mok voor hem klaargezet. Op het bord lag een briefje:
‘Ik ben naar het paviljoen om schoon te maken. In de keuken is brood, en koffie en filters, als je wilt. Kijk maar. Kus. Elsa.’
Ze had een krullerig meisjeshandschrift, en onder haar naam had ze een hartje getekend. Het was aandoenlijk, en in strijd met haar nymfomane reputatie. Robbie tekende er een hartje naast en liep naar buiten.
Hij keek nieuwsgierig om zich heen. Wat vannacht in duisternis gehuld was geweest bleek een groot, met hoge bomen en krakkemikkige bouwsels bezaaid terrein. Drie schuren stonden her en der verspreid rond een grote boerderij met een aangevreten rieten dak. Van een ervan hingen de deuren in hun hengsels. In hun schaduw was een roestige tractor te zien, en eromheen slingerde gereedschap. Naast Elsa’s huisje stond een half ingestort kippenhok.
Het geheel maakte de indruk van een machine die krakend en piepend tot stilstand was gekomen.
Robbie stak het erf over en opende het hek. Hij keek naar zijn witte Puch, die ertegenaan stond, en dacht aan zijn vader. Wat zou hij van deze eerste verovering hebben gevonden? Het antwoord zou Robbie nooit krijgen. Zijn vader had vorig jaar een beroerte gekregen en was zittend aan de schildersezel overleden.
Robbie stapte op en startte de brommer.
Na een paar minuten kwam hij bij de splitsing van de weg naar het dorp, dat hij ‘de enclave’ noemde, en de Zeeweg. In de volksmond heette het punt ‘de Bourgondiër’, omdat er ten tijde van de Franse Revolutie door Franse, Britse en Russische troepen slag was geleverd. De Fransen hadden gewonnen.”

 

 
Thé Lau (17 juli 1952 – 23 juni 2015)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijfster Lilian Loke werd geboren in 1985 in München. Zie ook alle tags voor Lilian Loke op dit blog.

Uit: Gold in den Straßen

„Hat gerade die Scheidung hinter sich, das alte Haus an die Exfrau abgetreten, will jetzt was nach ganz eigenem Geschmack, – Groß, ehrwürdig, mit Seele! Vernunftehen und Vernunftimmobilien seien was für Arme, hat er geschäkert. Eigentlich ist Brink Falbers Kunde, aber die vier Häuser, die Falber bislang für ihn ausgesucht hat, waren Brink noch nicht einmalig, außergewöhnlich genug, die fand er regelrecht tot. Herr Falber hat noch nicht verstanden, was ich eigentlich suche!, lamentierte Brink vor einigen Wochen, stand mit Falber im Empfangsbereich des Maklerbüros, machte Meyer zum Publikum, als er zurückkam von einem Außentermin, fasste ihn sanft, aber bestimmt am Oberarm, hielt ihn auf. Meyer ist es mittlerweile gewohnt, von Leuten ungefragt angefasst zu werden, nimmt es hin wie ein unanständiges, aber schmeichelhaftes Kompliment, – Ihr Chef ist ein guter Mann, deklarierte Brink, Herr Falber wurde mir ja wärmstens empfohlen, aber ich bitte Sie, Herr …? Meyer stellte sich vor, Brink drückte ihm schmerzhaft die Hand, – Herr Meyer, tun Sie mir den Gefallen, helfen Sie Ihrem Chef, ich fürchte, Herr Falber hat kein Gespür für mich … Dann warf Brink einen Blick auf seine massive Armbanduhr, – So, ich muss! Herr Falber, wir sprechen – und Sie, junger Mann, Sie bringen mir ein bisschen Bewegung in die Sache, nicht? Falber nahm die Spitze gelassen, Meyer könne sich ruhig umhören, sagte er, als Brink aus der Tür war. Wenn Meyer für den Kerl tatsächlich was finde, mache er drei Kreuze. Drei Wochen später, auf einer von Frau Scherings Benefizgalas in der Alten Oper, stieß Meyer auf die Villa in Kronberg, allerdings war die alles andere als ein Wohnjuwel. Seinen Rat brauche sie, deklarierte seine Tischnachbarin, als er wie beiläufig fallenließ, er sei im Immobiliengeschäft. Sandra Götz, Chefeinkäuferin für Peek & Cloppenburg, überblond, überhungert, nicht mehr taufrisch, aber scheckheftgepflegt, wollte das Haus ihres Vaters verkaufen, – Gott hab ihn selig, aber das Haus ist ein Albtraum, klagte die Götz, einen absurd eklektizistischen Geschmack habe ihr Vater gehabt, Tudor-Style-Leuchter, altdeutsche Essgruppe, ein Gussofen aus dem späten 19ten, dunkle Holzvertäfelungen en masse und diese Tapisserien nach Louis Schlag-mich-tot, die ihr Vater gesammelt habe. Nicht zu sprechen von den Badezimmern, handgemalte Lindwürmer auf roten Kacheln, französische Spezialanfertigung.“

 

 
Lilian Loke (München, 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juli ook mijn blog van 17 juli 2017 en ook mijn blog van 17 juli 2016 deel 2.

 

Tsead Bruinja

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zijn eerste twee bundels gaf hij in eigen beheer uit. Zijn bundel “Dat het zo hoorde” werd genomineerd werd voor de Jo Peters Poëzieprijs. Met het collectief Gewassen (2001-2004), met onder anderen dichter Sieger MG en videokunstenaar Alan D. Joseph won hij in 2002 het Hendrik de Vriesstipendium. Bruinja stelt bloemlezingen samen (o.a. de befaamde Kutgedichten en de bloemlezing Droom in Blauwe regenjas – nieuwe Friese dichters), recenseert, presenteert, interviewt en treedt op in binnen en buitenland (o.a. in Indonesië, Nicaragua en Zimbabwe). Zijn meest recente bundels zijn “Overwoekerd”, in 2012 genomineerd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs, en “Angel”. Die laatste verscheen als krant en werd op website De Contrabas als gratis download binnen een maand 2000 keer gedownload. Sinds 2008 schrijft Bruinja één keer per maand een gedicht bij de actualiteit voor het EO radio 1 programma Dit is de dag. In datzelfde jaar maakte zanger en caberetier Herman van Veen schilderijen bij zijn werk die geëxposeerd werden in het Natuurmuseum Fryslân te Leeuwarden. Eind 2008 werd Bruinja genomineerd als Dichter des Vaderlands voor de periode 2009-2013. Bruinja werd tweede. In 2013 verscheen het boek “Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers” met etsen van Mirka Farabegoli en de debuut cd van klassiek saxofoniste Femke IJlstra.

 

appels kopen

kruimelig rijp verdriet spiegelt haar
in de bakken van de marktkoopman

delicaat is zij die van appels houdt
hij ziet dat hij ziet haar weerbarstig

lachend om zijn zoetzure grappen
`t liefst trekt hij een knipmes nu

en toont haar de helften ruwe pit
ze twijfelt voor wat lijkt een vruchtloos uur

krap aan haalt ze de laatste bus

als zij naar het danshuis gaat
draagt ze een mand vol rode wangen

daar aan haar zongekleurde armen
bedelen kindmannen hangend
om watervrucht mee naar dakhuis dak

maar zij komt voor het dansen
als zij komt
komt ze voor het dansen

als zij komt gaat alles dansen
mag een gospelgilletje over komen varen
uit het zuiden van tabak ver amerika

mijn slotheupen willen wiegen
zich in haar leegte wagen
tot dageraad me komt breken
en zij weer naast me slaapt

 

herhaald verzoek

ik kijk om me heen
en er is niets nieuws niets ouds
dat ik open kan doen

jij klopt aan

en er zijn cafés er zijn boeken
die ik open kan doen

er zijn tafels
waar mensen aan zitten

misschien staat er in hun agenda
één verjaardag die het onthouden
waard is

en ik heb de meest waardeloze knieën

en ik vraag je

elke ochtend dat jij je ogen open doet
om de wereld nieuw te maken

vraag ik je weer

 

 
Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)