Wiel Kusters, Connie Wanek, Ralf Thenior

De Nederlandse dichter, schrijver en letterkundige Wiel Kusters werd geboren in Spekholzerheide op 1 juni 1947. Zie ook alle tags voor Wiel Kusters op dit blog.

 

Parabel

Nog geen dag of drie logé geweest
of heel mijn heimwee vierde feest.

Mijn tante was mijn moeder niet,
terwijl ze op haar leek.

Mijn vader zag ik nergens meer,
mijn oom leek op mijn neef.

Ik wist nu niet wie wie nog was
en sliep niet meer voor straf.

De huiswei bood nog apppels aan
de ochtend van vertrek.

Ik raapte ze voor thuis en dacht:
Kijk, Mam, ik heb iets meegebracht.

Mijn koffertje was bijna leeg,
want tante hield de vuile was.

De appels rolden bonkend rond.

In de bus was ik beschaamd:
te vroeg ging ik naar huis.

Mijn koffertje lag in het rek.
Het wegdek had een zere plek –

daar lag mijn koffer op de grond.
Appels door de hele bus.

Ik raapte ze beschaamd weer op,
iemand lachte, iemand riep.

Ze rolden steeds bij mij vandaan
als ik mij bukte in een bocht

of snel en langzaam de chauffeur
mij heen en weer bewoog.

Misschien dat dit het leven was,
misschien ook wel de dood.

Ik wist dat niet, ik was pas acht,
ik had nog niet veel nagedacht.

De appels rolden door het stof
en ik hoorde daar bij, mijn god.

Ik werd er kotskotsmisselijk van.
De chauffeur gaf vrolijk gas.

 

Ballon

We kochten een ballon,
een zilveren, met gas.
Hij wilde hoog en hoger.
Jij hield hem vast.

Naar bed. Maar de ballon moet mee.
Het touwtje los. Daar zweeft hij,
mooi gezicht. Het is alsof je slaapt.
Je slaapt.

 

De kolenman

Zijn hoofd is een vaas.
Zijn ziel is een kind.

Zijn borst is van leem.
Zijn adem is wind.

Zakken vol steen.
Gruis draagt de wind.

Hij sjouwt door mijn droom
En noemt mij zijn kind.

 

Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1 juni 1947)

 

De Amerikaanse dichteres Connie Wanek werd geboren op 1 juni 1952 in Madison, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Connie Wanek op dit blog.

 

Amaryllis

A flower needs to be this size
to conceal the winter window,
and this color, the red
of a Fiat with the top down,
to impress us, dull as we’ve grown.

Months ago the gigantic onion of a bulb
half above the soil
stuck out its green tongue
and slowly, day by day,
the flower itself entered our world,

closed, like hands that captured a moth,
then open, as eyes open,
and the amaryllis, seeing us,
was somehow undiscouraged.
It stands before us now

as we eat our soup;
you pour a little of your drinking water
into its saucer, and a few crumbs
of fragrant earth fall
onto the tabletop.

 

Radiator

Mittens are drying on the radiator,
boots nearby, one on its side.
Like some monstrous segmented insect
the radiator elongates under the window.

Or it is a beast with many shoulders
domesticated in the Ice Age.
How many years it takes
to move from room to room!

Some cage their radiators
but this is unnecessary
as they have little desire to escape.

Like turtles they are quite self-contained.
If they seem sad, it is only the same sadness
we all feel, unlovely, growing slowly cold.

 

Connie Wanek (Madison, 1 juni 1952)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Ogenblik in de lente

Op deze smerige jasmouw
fladdert haar hand neer
en vliegt meteen weer op –
een vleugje vingertop
heeft de stof aangeraakt.

De woorden, doorzichtige
vissen, borrelen op uit een
bron, die niet
zal opdrogen.

 

Vertaald door Tsead Bruinja

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e juni ook mijn blog van 1 juni 2020 en eveneens mijn blog van 1 juni 2019 en ook mijn blog van 1 juni 2018.

Wiel Kusters, Connie Wanek, Ralf Thenior

De Nederlandse dichter, schrijver en letterkundige Wiel Kusters werd geboren in Spekholzerheide op 1 juni 1947. Zie ook alle tags voor Wiel Kusters op dit blog.

 

S. Vestdijk: de glanzende kiemcel, p. 74

Als Vestdijk het niet doet, doe ik het zelf.
Met die gedachte slaap ik in, een varen
rust niet harder in zijn laag. Versteende aren
onder mij. Versteend geruis. Een schelf
van steen waarin ik mij met gruis bedelf,
de slaap. Zo slapen is bedaren.

De schedel is ons zekerste gewelf,
al breekt hij ooit: de druk der jaren,
ook bij jou. Kijk, met naden
ligt de mijne hier gesierd,
goed zichtbaar in mijn droom:

Ik haal, hoewel bedolven, adem
en waar mijn schedel kiert
verschijnen wolkjes. Damp of stoom.

 

Doodstil

Ik ging eens niet op reis,
bleef zitten in mijn stoel.
Mijn reis ging razendsnel.
Ik was nog niet vertrokken
of ik was al weer thuis.

Ik ging eens niet graag dood,
bleef zitten tot ik stierf.
Mijn dood was een soort dood.
Ik was nog niet geboren
of ik was nog steeds in leven.

 

Dochter in de trein

‘Ga nu maar vast,
wacht nou maar niet.’

Tot je trein vertrekt
wil ik naar jou zwaaien,
lang daarna nog
breeduit waaien
in de bomen
langs het spoor
(of anders wel
in wapperend wasgoed).

Ik ga maar vast
en wacht maar niet.

‘Kom heelhuids aan,
daarginds en hier.
Ga maar blijf
op jouw manier.’

 

Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1 juni 1947)

 

De Amerikaanse dichteres Connie Wanek werd geboren op 1 juni 1952 in Madison, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Connie Wanek op dit blog.

 

Daisies

In the democracy of daisies
every blossom has one vote.
The question on the ballot is
Does he love me?

If the answer’s wrong I try another,
a little sorry about the petals
piling up around my shoes.

Bees are loose in the fields
where daisies wait and hope,
dreaming of the kiss of a proboscis.
We can’t possibly understand

what makes us such fools.
I blame the June heat
and everything about him.

 

Butter

Butter, like love,
seems common enough
yet has so many imitators.
I held a brick of it, heavy and cool,
and glimpsed what seemed like skin
beneath a corner of its wrap;
the decolletage revealed
a most attractive fat!

And most refined.
Not milk, not cream,
not even creme de la creme.
It was a delicacy which assured me
that bliss follows agitation,
that even pasture daisies
through the alchemy of four stomachs
may grace a king’s table.

We have a yellow bowl near the toaster
where summer’s butter grows
soft and sentimental.
We love it better for its weeping,
its nostalgia for buckets and churns
and deep stone wells,
for the press of a wooden butter mold
shaped like a swollen heart.

 

Connie Wanek (Madison, 1 juni 1952)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Eenvoudige dingen

Er gebeuren elke dag eenvoudige dingen
om mij heen; gefluisterd Turks
in de gang, voorbij wankelende paraplu’s,
een knoop wordt aangenaaid,
een maaltijd smaakt goed, gedichten,
langzaam word ik dikker.

Prijs voor de aanblik van de eenvoudige dingen
is een grote inspanning of een borrel
of een pil of een joint.
En dan zitten we daar en
zien de eenvoudige dingen.

Waarom probeert de huisbewaarster
haar invloedssfeer te vergroten?
Waarom spreek ik zo vaak defensief
om de anderen niet dichterbij te laten komen?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e juni ook mijn blog van 1 juni 2020 en eveneens mijn blog van 1 juni 2019 en ook mijn blog van 1 juni 2018.

ALL SAINTS’ DAY (Connie Wanek), Ilse Aichinger  

 

Bij Allerheiligen

 

Angels and Saints door Scott Hahn, 2014

 

ALL SAINTS’ DAY

It happens that the world has run out of patience.
Sleet coats a smashed pumpkin,
and the wraith hanging in an immature maple

must be lowered, washed and dried, and spread
again across the child’s bed.
A north wind strips the popple of its costume, and flagellates

its bare limbs. The hills wear coarse gray, for penance,
before they’re cowled in white.
And all the candy energy abroad last night,

the candle flame that lit up a malicious grin,
the brass of car horns,
the pillowcases bulging with extorted chocolates—

all is surrendered. The soul is a cold cell in November,
with one supernal window –
admitting a wan light accessible only to those

who have given up the ghost.

 

Connie Wanek (Madison, 1 juni 1952)
Saint Raphael’s Cathedral in Madison, Wisconsin, de geboorteplaats van Connie Wanek

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Het land uit

Boeken uit vreemde boekerijen,
de aangesterkte duiven.
Kwam het op de oorden aan
die we te verlaten
in staat zijn,
met hun frambozestruiken,
de doeken
die zich in de wind al plooien,
ze veranderen in stilte achter onze rug,
terwijl wij blijven,
op de warme ruggen
van de tuinen, stenig
of van zand.

 

Vertaald door Lucas Hüsgen

 

Ilse Aichinger (1 november 1921 – 11 november 2016)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2018 en ook mijn blog van 1 november 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook mijn blog van 1 november 2009.

Connie Wanek

De Amerikaanse dichteres Connie Wanek werd geboren op 1 juni 1952 in Madison, Wisconsin, en groeide op in Las Cruces, New Mexico. In 1989 verhuisde ze met haar gezin naar Duluth, Minnesota. Ze verdeelt nu haar tijd tussen Minnesota en New Mexico. Haar werk verscheen in Poetry, The Atlantic Monthly, The Virginia Quarterly Review, Quarterly West, Poetry East, Prairie Schooner, en Missouri Review. Ze heeft vier dichtbundels gepubliceerd, één boek met kort proza, en was co-editor (met Joyce Sutphen en Thom Tammaro) van de uitgebreide historische bloemlezing van vrouwelijke dichters uit Minnesota, genaamd “To Sing Along the Way” (New Rivers Press, 2006). ). Ted Kooser, Poet Laureate of the United States (2004-2006), benoemde haar in 2006 tot Witter Bynner Fellow van de Library of Congress.

 

Monopoly

We used to play, long before we bought real houses.
A roll of the dice could send a girl to jail.
The money was pink, blue, gold, as well as green,
and we could own a whole railroad
or speculate in hotels where others dreaded staying:
the cost was extortionary.

At last one person would own everything,
every teaspoon in the dining car, every spike
driven into the planks by immigrants,
every crooked mayor.
But then, with only the clothes on our backs,
we ran outside, laughing.

 

After Us

I don’t know if we’re in the beginning
or in the final stage.
— Tomas Tranströmer

Rain is falling through the roof.
And all that prospered under the sun,
the books that opened in the morning
and closed at night, and all day
turned their pages to the light;

the sketches of boats and strong forearms
and clever faces, and of fields
and barns, and of a bowl of eggs,
and lying across the piano
the silver stick of a flute; everything

invented and imagined,
everything whispered and sung,
all silenced by cold rain.

The sky is the color of gravestones.
The rain tastes like salt, and rises
in the streets like a ruinous tide.
We spoke of millions, of billions of years.
We talked and talked.

Then a drop of rain fell
into the sound hole of the guitar, another
onto the unmade bed. And after us,
the rain will cease or it will go on falling,
even upon itself.

 

Connie Wanek (Madison, 1 juni 1952)