Dannie Abse, Lodewijk van Deyssel, Fay Weldon, György Faludy

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook mijn blog van 22 september 2010 en eveneens alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

A Heritage

A heritage of a sort.

A heritage of comradeship and suffocation.

The bawling pit-hooter and the god’s

explosive foray, vengeance, before retreating

to his throne of sulphur.

Now this black-robed god of fossils

and funerals,

petrifier of underground forests

and flowers,

emerges with his grim retinue

past a pony’s skeleton, past human skulls,

into his half-propped up, empty, carbon colony.

Above, on the brutalised,

unstitched side of a Welsh mountain,

it has to be someone from somewhere else

who will sing solo

not of the marasmus of the Valleys,

the pit-wheels that do not turn,

the pump-house abandoned;

nor of how, after a half-mile fall

regiments of miners’ lamps

no longer, midge-like,

rise and slip and bob.

Only someone uncommitted,

someone from somewhere else,

panorama-high on a coal-tip,

may jubilantly laud

the re-entry of the exiled god

into his shadowless kingdom.

He, drunk with methane,

raising a man’s femur like a sceptre;

she, his ravished queen,

admiring the blood-stained black roses

that could not thrive on the plains of Enna.




I went to her funeral.

I cried.

I went home that was not home.

What happened cannot keep.

Already there’s a perceptible change of light.

Put out that light. Shades

lengthen in the losing sun.

She is everywhere and nowhere

now that I am less than one.

Most days leave no visiting cards behind

and still consoling letters make me weep.

I must wait for pigeon memory

to fly away, come back changed

to inhabit aching somnolence

and disguising sleep.

(ii) Winter

What is more intimate

than a lover’s demure whisper?

Like the moment before Klimt’s The Kiss.

What’s more conspiratorial

than two people in love?

So it was all our eager summers

but now the yellow leaf has fallen

and the old rooted happiness

plucked out. Must I rejoice when

teardrops on a wire turn to ice?

Last night, lying in bed,

I remembered how, pensioners both,

before sleep, winter come,

your warm foot suddenly

would console my cold one.


Dannie Abse (Cardiff, 22 september 1923)


De Nederlandse schrijver Lodewijk van Deyssel werd geboren op 22 september 1864 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 22 september 2010 en eveneens alle tags voor Lodewijk van Deyssel op dit blog.

Uit: Het leven van Frank Rozelaar

„17 Oktober 1897

Eer-gisteren heb ik in den tuin naar boven gekeken en voor ’t eerst weêr iets moois gezien: lucht van een bizonder fijn licht blaauw en bleek-groen, met heele mooye blank-roode wolkjes er bij. Daar onder verhief zich het goud-bronzen eikgewas.

Ik stond aan den voorkant van mijn witte huis, onder de warande met zijn purper-rooden wingerd.

Het was juist alsof deze plek een beroemde plaats was, waarvan gezegd wordt, dat men in dít seizoen dáar moet zijn, wijl het dan nergends elders zóo mooi is.

Gisteren was ik om den zelfden tijd op een wijden heibaan in het bosch, waar veel lucht zichtbaar is. Het was vijf, zes uur ’s middags, zons-ondergang. Práchtig, weêr. Dit lijkt mij het mooiste wat men in het Landschap zien kan. De Rhijnval te Schaff hausen is niet mooyer; ook de Golf van Napels kán niet mooyer zijn.

Ik ben gedrukt, in een ebbe van mijn Leven, ik heb dus tot heden geen diepe aandoeningen van de herfst mogen ontvangen; maar met gevoelige verstandelijkheid vond ik het prachtig.

De herfst is mooyer dan de zomer. Ik meen dit nu zoo-maar, zonder geestelijke bedoeling. In de herfst zijn het licht en de kleuren zóo anders dan in den zomer, dat de natuur eenvoudig gezegd kan worden in een hoogeren toestand te zijn.

Zij is in haar grootste mooiheid even als een Heilige die den dood nadert.

Duidelijk heb ik gisteren beseft dat de natuur in een hoogeren toestand is.

Er is een léven in, een langzaam bewégen van lichten en kleuren, een weidsch Tooneelspel der Schoonheid. Het is zóo mooi, dat men zelf niet zóo leelijk of zóo elders met zijn gedachten kan zijn, dat men het níet mooi zoû vinden.

Het is mooyer dan een ten-toon-stelling van de beste schilderten.

Het is of de heele natuur samen-gesteld is uit schildersontroeringen.

Het is éen groot schilderij, waarin men zelf staat.“


Lodewijk van Deyssel (22 september 1864 – 26 januari 1952)

Hier met P. C. Boutens (rechts)


De Britse schrijfster
Fay Weldon werd geboren op 22 september 1931 in Alvechurch, Engeland. Zie ook mijn blog van 22 september 2010 en eveneens alle tags voor Fay Weldon op dit blog

Uit: Darcy’s Utopia

“Lack of money causes misery, anxiety, early death: the cramping of personality, the limiting of human potential. Lack of money prevents us eating properly when we are children, ruins our health, rots our teeth, makes our parents quarrel and take to drink, stops us having the clothes we want, the friends we like, the parties we long for, stops us having the tuition which would enable us to get an education – makes us end up street sweepers and not doctors; induces women to have babies because there is no money for travel or entertainment, or to leave the parental home any other way: lack of money humiliates us all our lives: lack of money makes us live with husbands or wives we no longer love: lack of money makes us age earlier than we need: makes our hands rough with toil and our brows creased with anxiety: keeps us weeping by day and sleepless by night: the terror in our lives is the bill through the door which can’t be paid: our lives close in the knowledge of failure – we failed to make enough money. We never did what we wanted with our lives. How could we? We didn’t have the money.”


Fay Weldon (Alvechurch, 22 september 1931)


De Hongaarse dichter en schrijver György Faludy werd geboren op 22 september 1910 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 22 september 2009 en ook mijn blog van 22 september 2010



Between clouds I looked up at the sky and down on the ground:
snow clouds, snow cover, the same above as below.
The freeze was sitting everywhere, busy at work:
its huge green needle had the whole Bering Sea to sew.

After landing we hunted Japanese soldiers for seven days.
I shared my army ration with seals at the watering hole.
I didn’t question the wisdom of it. I only saw Eskimos
and a painted top hat on the top of a totem pole.

In the hammock of fog, I was bundled up in fur coats
that swallowed up the body like the snow a heavy gun:
that’s how I lived from day to day. I hadn’t even thought
of you till yesterday evening when the patrol was done.

The light! The light! I heard the cook from the kitchen,
and when I stepped outside, there it was above the ice:
like a fluffy muslin curtain it billowed, swayed, and swung,
swimming closer and away, reminding me of something nice,

but what? I stood there pondering. Ruffled shadows were
rocking the light. With my hand on the doorknob behind,
I stared entranced. A hard voice from inside woke me up:
The door! Suddenly you spread your skirt over my mind.


Jewish Saying

A Hassidic rebbe was heard to say:

Good thing God doesn’t live

on earth. He’d get his windows

smashed every day.


György Faludy(22 september 1910 – 1 september 2006)


Zie voor nog meer schrijvers van de 22e september ook mijn vorige blog van vandaag.