Frans Kellendonk, Dionne Brand, Henk van Zuiden, Shobhaa Dé, Max Gallo

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

Uit: Letter & Geest

“Een brein lijkt evenzeer op een bibliotheek. Zoals dit een opbergplaats is voor taal, is de taal zelf weer een opbergplaats voor gewaarwordingen. […]
Klip klap klip klap klip klap, gaat het jakobsladdertje. Een brein in een brein om een brein is hij, een bibliotheek in een bibliotheek om een bibliotheek, een ondoordringbaar solipsistisch systeem, een huiveringwekkende parodie op Plato’s grot, waar de schimmen die je ziet door jezelf geworpen worden, waar niets verwijst naar de zekerheid van transcendente ideeën, noch van de knie die over een straatsteen schaaft, de tong die, uitgesproken, in een kus een andere tong ontmoet. Inderdaad, Van Uffel, er is geen grotere eenzaamheid dan die van de taal.
(…)

Mandaat ziet zijn cycloop met teleurgestelde schokjes, snikkend als het ware, ineenkrimpen tot een dwerg, terwijl in het enige oog van de voormalige reus een dikke, heldere traan opwelt, een traan waarin het troosteloze hok een ogenblik binnenstebuiten wordt gekeerd, de tegelwanden de buitenmuren worden van een futuristisch bol gebouwtje, dat dan wordt uitgerekt tot een lange, ijle, naalddunne minaret.
(…)

Het [geheugen] is onverstoorbaar in de weer geweest met het schuurpapier der vergetelheid, met plamuur en beits, en wanneer zijn gedachten afdwalen naar al die mensen die hij nooit meer zal zien, tweeënhalf uur nadat hij voor het laatst zijn stoel onder zijn bureau heeft geschoven, merkt hij dat ze getransfigureerd zijn. Ze zijn verheerlijkt. Hij ziet ze als het ware in een kring zitten. Ze houden elkaar hun gezichten toegewend en Mandaat begrijpt dat ze iets met elkaar hebben, iets waar hij nooit bij zal kunnen en dat zich veruiterlijkt in een glimlach die niet slechts in elk van hen is, maar ook tussen en boven hen allen te zamen. […] Ze vormen een Gemeenschap der Heiligen. Ze maken allen deel uit van hetzelfde Mystieke Lichaam.”

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

 

De Canadese dichteres en schrijfster Dionne Brand werd geboren op 7 januari 1953 op Trinidad. Zie ook alle tags voor Dionne Brand op dit blog.

 

XIV i

I know you don’t like poems, especially mine

and especially since mine never get told when

you need them, and I know that I live some

inner life that thinks it’s living outside but

isn’t and only wakes up when something knocks

too hard and when something is gone as if gazing

up the road I miss the bus and wave a poem at

its shadow. But bus and shadow exist all the same

and I’ll send you more poems even if they arrive

late. What stops us from meeting at this place

and imagining ourselves big as the world and broad

enough to take it in and grow ancient is fear and

our carelessness, and standing in the thrall

of the wicked place we live in and not seeing

a way out all the time and never clearly all at once

and not at the same time and abandoning each other

to chance and small decisions, but if I ever thought

that I could never recover the thought struggling

to live through my imperfect mouth and life and way,

if I thought that I could do nothing about the world

then . . . well, and we’ve hung on to old hurts as if

that was all there was and as if no amount of sadness

would be enough for our old, insistent,

not becoming selves; and as if sadness should not end,

so for this I’ll send you more poems even if they

only wave and even if I only look up late to see

your shadow rushing by.

 

Dionne Brand (Trinidad, 7 januari 1953)

 

De Nederlandse dichter, bloemlezer Henk van Zuiden werd geboren in Apeldoorn op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Henk van Zuiden op dit blog.

Dag mevrouw spreeuw

Sorry dat ik uw nest verstoor.
Bent u alleen thuis?
U kunt beter even gaan zitten.
Er heeft vanochtend een ongeval
plaatsgevonden waarbij iemand
betrokken was die mogelijk van
uw familie is.
Hij droeg dit briefje bij zich.
Kent u het zangschrift?
Zou u nu met ons mee kunnen,
om te kijken of de veren
her en der, misschien-
Nee het lijfje , nee,
maar wel een vleugel, of dat,
wat vliegen mogelijk maakte.

II
Zeer tot onze spijt.
Dit gebeurt nu dagelijks.
Ze kijken niet meer uit waar ze
vliegen, zien ze een vertrouwde
vlucht aan overkant, dan vergeten
ze jachtige broodmensen.
Wat wij nu graag zouden willen
weten of spreeuwtje met ruzie
is weggevlogen, of hij misschien
ongelukkig was, het zou
namelijk ook een wanhoopsduik
geweest kunnen zijn.
Ik zeg met nadruk kunnen zijn.
Al hebben we een licht vermoeden
dat hij slachtoffer is geworden van
metalen pletvogel.

Wel, kop op vrouwtje,
er is nog lente genoeg,
laat uw vleugels niet hangen,
u kunt toch aan nieuw
nest beginnen?

Henk van Zuiden (Apeldoorn, 7 januari 1951)

 

De Indiase schrijfster en columniste Shobhaa Dé werd geboren op 7 januari 1947 in Maharashtra. Zie ook alle tags voorShobhaa Dé op dit blog.

 

Uit: Sethji

“Amrita swiftly shut the door behind her after making sure the room was empty. Sethji looked at his beautiful daughter-in-law and touched her upper arm lightly. She reminded him of the lotus blossoms that she daily offered to the marble goddesses in the family temple in the courtyard. Amrita had obviously left her puja halfway this morning. Sethji inhaled deeply. Amrita exuded such a special fragrance, he could recognise it anywhere. He shut his eyes briefly and the image of her naked body flashed before him. He didn’t want her to break the spell. Sethji reached out in an attempt to enfold her in his arms. The heady aroma of sandalwood paste, rose petals, joss sticks, pure ghee, incense and kumkum filled the room. Amrita looked like the goddesses she worshipped so faithfully at dawn each day.

She was clad in a freshly starched white sari with tiny embroidered rosebuds scattered over it. As always, the neckline of her choli was low and deep. The cut so impeccable she didn’t require a bra to hold her shapely breasts in position. Sethji yearned to pull her on to the bed in the corner of the room. She appeared so chaste with her long and lustrous hair covering half her back, the parting in her hair filled with sindoor, the keys to various cupboards and the heavy iron tijori of the house anchored at her narrow waist in a heavy silver bunch. Sethji imagined Amrita’s ankles which were always hidden from his view. The soft tinkle of the gold anklets she wore always alerted him that she was approaching. He loved the way the ankle bone jutted out provocatively. He loved the arrangement of her toes—especially the way the smallest one looked all twisted up and out of alignment.”

 

Shobhaa Dé (Maharashtra, 7 januari 1947)

 

De Franse schrijver, historicus en politicus Max Gallo werd geboren in Nice op 7 januari 1932. Zie ook alle tags voor Max Gallo op dit blog.

 

Uit: Napoleon (Vertaald door Manfred Flügge)

“Am Dienstag, dem 15. September, wacht er im Morgengrauen nicht minder wütend und besorgt auf. Während er sich ankleidet, hört er sich die Rapporte über die nächtlichen Ereignisse an. Der Basar hat gegen elf Uhr Feuer gefangen. Der von lauter Galerien mit Läden umgebene große Platz ist vollständig zerstört worden, ohne daß man in der Nacht den Brand bekämpfen konnte.Er befragt ausführlich Marschall Mortier und General Durosnel. Ihre Mienen sind von Erschöpfung gezeichnet. Ihre Gesichter und Hände sind noch immer verrußt. Sie hätten keine Pumpen gefunden, erzählen sie. Einwohner und Soldaten hätten die Läden und Häuser geplündert. Zwei weitere Feuersbrünste seien in entlegenen Vororten ausgebrochen.Sollten die Russen es wagen, Moskau in Asche zu legen? Er malt sich einen Augenblick lang diese Möglichkeit aus, weist sie aber von sich. Gewiß haben die Biwakfeuer der Soldaten die Holzhäuser in Brand gesetzt. Neue Patrouillen müssen ausgesandt werden. Marschall Mortier, der die Junge Garde befehligt, wird Durosnel als Gouverneur der Stadt ablösen.Napoleon kann es kaum erwarten, die Stadt zu besichtigen. Aber gleich in den ersten Straßen lassen ihn die Stille und Leere ungehalten und ängstlich werden. Er sieht nur einige Silhouetten hinter den Fensterkreuzen mancher Häuser und torkelnde Männer, die sich beim Nahen der Kavalkade auf und davon machen. Wo sind die Menschenmengen von Mailand, Wien, Berlin?Von ferne sieht er den Kreml. Er gibt seinem Pferd die Sporen, um schneller dorthin zu gelangen. Zum ersten Mal, seit er in Rußland ist, empfindet er ein Gefühl der Befriedigung. Er reitet den Festungsgürtel ab. Er betritt diese Stadt im Herzen der Stadt. Er betrachtet lange die Kirchtürme mit ihren Kuppeln. Er könnte mit der Armee hier im Zentrum des russischen Reiches bleiben.”

 


Max Gallo (Nice, 7 januari 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e januari ook mijn blog van 7 januari 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.