80 Jaar Yvonne Keuls, Ronald Giphart, Jón Kalman Stefánsson, Frank Martinus Arion, Hans Henny Jahnn

80 Jaar Yvonne Keuls

De Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls werd geboren op 17 december 1931 in Batavia, toen nog een onderdeel van Nederlands-Indië. Yvonne Keuls viert vandaag haar 80e verjaardag. Tijdens een feestelijke bijeenkomst ter ere van deze tachtigste verjaardag in het Letterkundig Museum werd bekend dat zij in 2012 de Haagse Cultuurprijs ontvangt. De Haagse Cultuurprijs is bedoeld als bekroning op een Haagse cultuurcarrière. Zie ook alle tags voor Yvonne Keuls op dit blog.

Uit: De moeder van David S.

“Het begon met wierook.
Josientje zei: ‘Mamma, Davids kamer stinkt zo. Het stinkt helemaal naar mijn kamer door. En zijn gordijnen zijn almaar dicht en dan brandt hij kaarsjes en als ik naar binnen wil dan zegt hij dat ik weg moet gaan.’
David weer. Er was iets met hem de laatste tijd. Hij isoleerde zich, zijn schoolvriendjes kwamen niet meer over de vloer, hij had alleen nog maar contact met Bernard, een jongen van 18 jaar, die wat verder in de straat woonde.
‘Zit Bernard nog op school?’ vroeg ik.
‘Wat geeft dat nou of die op school zit?’
‘Ik mag het toch wel vragen?’
‘Ach mens, je zeurt.’
Josientje duwde tegen mijn arm. ‘Mamma, gá nou,’ riep ze, ‘zeg nou dat ik dat gestink niet wil.’
Ik opende zacht zijn deur. David merkte het niet, hij zat op zijn matras – het bed was naar de kelder verhuisd – voorover gebogen naar de kaarsjes te staren.
Nergens een schoolboek te zien, muziek van Frank Zappa. Weer dat gevoel van: er is iets mis, maar wát?’
‘David,’ zei ik, ‘David’.
Hij keek langzaam en wazig op maar zei niets. ‘David, kom je in de kamer, iets drinken?’

 

Yvonne Keuls (Batavia, 17 december 1931)

 

De Nederlandse schrijver Ronald Giphart werd geboren op 17 december 1965 in Dordrecht. Zie ook alle tags voor Ronald Giphart op dit blog.

Uit: Ik ook van jou

“Zonder verwondering of onbehagen kijkt ze me aan.
‘Hoi.’
‘Hoi’, zeg ik, ‘ik, eh, ik dacht…’
Ze minlacht me toe en wacht af.
‘Ik, eh…’
‘Wil je soms bij me in bed komen liggen?’
Ik knik.
Als een kind, een jongetje, goddomme. Het zijn geen leuke momenten als je erachter komt dat je toch niet zo sterk bent als je denkt dat je bent. Als blijkt dat je lul je geleidelijke hond is en dat je wil om tijd te besteden aan Belangrijke Zaken (schrijverschap, kunst, ‘goede boeken’) het af moeten leggen tegen de drang je kloten te legen. Ik schaam me. Mea Culpa, Reza.
(…)

“Fräser gaat tijdens het praten even verzitten en drukt met zijn dikke reet de versnelling uit de stand. De motor ronkt, de wagen schudt en we maken een kleine manoeuvre over de vluchtstrook. Weer in zijn baan doet Fräser Michel Vaillant na: ‘VROOOO! VROOOOAAAAH!’ ‘Goh’ zegt hij opgewekt, ‘als ik in dit tempo met een forse haal het stuur omgooi, overleven we het niet. Waren we gewoon dood, waren we gewoon van alle problemen af. Soms vraag ik me weleens af: wat is het nut van onze droevige zoektocht naar schoonheid in deze door lelijke en domme mensen verpeste wereld? Ronald, als dat soort gedachten bij me opkomen, schiet ik – gek genoeg – altijd even een snackbar in, en dan ben ik er altijd weer zo weer over heen. Lekker: even me onderdompelen in srompzinnigheid. Het klinkt vreemd, maar ik ben een zelfkweller. Ik kan ontluisterend vrolijk worden van het kijken naar afzichtelijke mensen. Sterker nog: ik ben een stille misantroop. Iemand die op een afgeladen marktplein even de pas inhoudt om zich te verkneukelen met de gedachte: Wat een rotwereld! Wat een lelijkheid! Wat een klatergoud! Wat een stank en een lawaai! Wat een gelul! Slaap je?’ Ik zeg niets Fräser zegt: ‘O.’ en daarna: ‘Jammer.”

 

Ronald Giphart (Dordrecht, 17 december 1965)

 

De IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson werd geboren in Reykjavík op 17 december 1963. Zie ook alle tags voor Jón Kalman Stefánsson op dit blog.

Uit: Heaven and Hell (Vertaald door Philip Roughton)

“It’s about time, the boy answers, a bit winded after the hike. Two hours since they set out. They finished their coffee and cakes in the German Bakery, made three stops and then plodded out of the Village, a two-hour trudge through deep snow. Their feet are wet, of course they are wet, we were always wet those years, death will dry them, the old folk said when someone complained sometimes the old folk know less than nothing. The boy adjusts his bag, heavy from what we cannot do without, Barður adjusts nothing, he just stands and watches, whistles a bit of a blurred melody, appears not to be tried at all, damnit, says the boy, I’m panting like an old dog but it’s as if you haven’t taken a single step today. Barður looks at him with those brown, austral eyes of his and grins. Some of us have brown eyes, fishermen come here from distant places and have done so for hundreds of years because the sea is a treasure chest. They come from France, Spain, many of them with brown eyes, and some leave the colour of their eyes behind with a woman, sail away, return home or drown.”

 

Jón Kalman Stefánsson (Reykjavík, 17 december 1963)

 

De Antilliaanse dichter en schrijver Frank Martinus Arion werd geboren op 17 december 1936 op Curaçao. Frank Martinus Arion overleed op 27 september jongstleden. Zie ook alle tags voor Frank Martinus Arion op dit blog.

 

Uit: Stemmen uit Afrika

De negerman, hij strijdt
immer slechts voor wat hij had:
de vrijheid van ‘t gaan,
het kiezen van zijn graf.

hij strijdt en wankelt;
weerloos, hulpeloos omdat
de wapens van de nieuwe
wereld hem zo vreemd zijn.

de lans die hij hanteert – de oude
eerlijkheid misschien –
doorsteekt hemzelve, voor hij
anderen een steek heeft toegebracht.

En hij heeft geen legers.
O hij strijdt alleen in
het hete vuur, op de kronkelwegen
van het lot, en blijft
dus keusloos-nederlaag-gedoemd.

*

Eens zijn alle negers
tamtammend uitgevaren
uit hun zwart-ompaalde negorijen

hun prauwen schoten
over de rivieren,
dwalend door ‘t woud.

eens, maar eens is ver
en eens is langgeleden.

nu gaan zij als karbouwen.
mak-geslagen, lam.
beroofd van hun tam-tam
en slepen stenen aan
waar anderen bouwen.

 


Frank Martinus Arion (Curaçao, 17 december 1936)

 

De Duitse schrijver Hans Henny Jahnn werd geboren op 17 december 1894 in Hamburg.Zie ook alle tags voor Hans Henny Jahn op dit blog.

Uit: Fluss ohne Ufer

“Ich hatte keine rechte Hilfe bei meinem Unterfangen. Die Erde unter meinen Füßen sang nicht mit. Das Meer vor mir, dessen Wellen im Sand auslaufen, gab mir nur einen verworrenen Schwall. Mir lagen die Melodien der tausend Volkslieder nicht im Ohr. Ich war auf mich allein gestellt, als wäre ich ein Mensch am Anfang der Zeiten gewesen. Schwerfällig ausgerüstet mit einer Flöte, die nur fünf Töne gibt.”

(…)

“Er war seines Eigenwertes, der Dichtigkeit seines Körpers und der Gewissheit seiner Erlebnisse so wenig sicher, dass er das fadenscheinige Gewebe der Vergangenheit, das Fragwürdigste einer fragwürdigen Existenz, abzuschütteln fähig schien, und die Trümmer, dies Ich, das flüchtig aus der Spreu ein Dasein zusammenblies, unausweichlich dem Schicksal der beiden jungen Menschen [d. h. Elenas und Gustavs] verhaftet zu fühlen.”

(…)

“Ich fuhr ein wenig später über die unvergleichlichen Hügel […]. In der Ferne, tief unten, lag das Meer, bleich, grau, ausdruckslos, nur ein unbestimmtes nebliges Schimmern, weniger, ein Dunst. Es hatte nur seinen Geruch, der sich unbegreiflich mit dem von Moor und nassem sterbenden Laub mischte. Kein Tier am Boden zeigte sich mir; nur am Himmel schwamm die schöne gebrochene Linie verspäteter ziehender Wildgänse, die beinahe flüsternde, verhaltene Schreie ausstießen.”



Hans Henny Jahnn (17 december 1894 – 29 november 1959)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e december ook mijn vorige blog van vandaag.