Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu, Steve Erickson, Arto Paasilinna, Michel Leiris

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

Want wat dood is is dood,
maar wat vermoord is leeft voort,
leeft voortaan minder gestoord
dan wat onbestorven leeft.
De daad die men naliet heeft
meer kwaad dan de daad gedaan.
Om gestorven dood te gaan
is genade, maar wee hem die
als in dubbele agonie
levens- en stervenspijn
tegelijk voelt: hij moet het ravijn
des doods over zonder brug.

Hij liep betrekkelijk vlug,
de man, maar niet vlug genoeg
of ieder raam besloeg
door de adem uit de mond
die zich sperde, maar woorden niet vond
al sperde hij zich nog zo wijd.
En tegelijkertijd
met dit onnoemlijk wee
bracht de muziek met zich mee,
– let wel, in een straat die liefst niet
rept, als het kan, van verdriet,
die, integendeel, opgewekt,
zich slechts het leed aantrekt
dat een ander ondergaat, –
let wel, in zulk een straat,
toen daar achter raam aan raam
de stamelingen tezaam
een infernale taal
aanhieven, – nog eenmaal,
geen kreet brak uit dan gesmoord, –

 

Twee reddeloozen

Zij gaat ’s nachts vaak naar de haven
Waarheen ze vroeger met mij ging,
Aan de eeuwige zee, aan de sterren,
Vraagt ze waarom het voorbij ging –

En de wind en de lichten der schepen
Zeggen dat al wat voorbijgaat
Op een reis is zonder thuisreis
Naar een einde waar niemand ons bijstaat –

In mijn hooge verlichte venster
Tusschen schoorsteene’ en torenklokken
Heb ik tegenover den hemel
Een eenzame voorpost betrokken.

In alles te kort geschoten,
Staar ik bij het raam op de stad
En vraag: was ik grooter geworden
Wanneer ik had liefgehad?

 

 
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Hier met Adriaan Roland Holst (links)

 

De Nederlandse schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer werd geboren in Enschede op 20 april 1940. Zie ook alle tags voor Jan Cremer op dit blog.

Uit: Ik Jan Cremer

“Volgende week moet ik met ss `Constantine’ op transport. Heen en terug naar Marseille. Bewakingsdienst doen. Ik kan altijd zien hoe dat afloopt. Ik verlang erg naar Holland. Ik weet wat ik riskeer, maar dat heb ik er voor over. Al zou ik mijn hele verdere leven Holland niet meer uitmogen. Dan ga ik een boek schrijven. Of weer schilderijen maken. En tentoonstellingen. Hoe zou het met mijn vrienden gaan, en met iedereen die ik ken. Ik zie mezelf alweer staan. Aan de tapkast: ‘Twee pils Jopie!’ We hebben nu weer wat nieuws. In de ‘guerrilla’ krijgen we messen, alleen maar messen. Messen om je kuiten gebonden, messen op je onderarm, bovenarm, borst en achter in de nek. Daarmee moet je ‘de vijand’ overvallen. Door moerassen sluipen of door zand, onder water zwemmen. De muskieten word ik ook gek van. In de barak hadden we wandluizen. We hebben allemaal onze ijzeren matrassen af moeten branden met benzine. Je mag er niet roken want de beddepoten staan in blikken petrolie.

 

 
Jan Cremer: Tulipano Silvana I

Geef mij dan die muskieten maar, al krijg je er de zenuwen van. En het is zo muf en warm slapen in die klamboe. Duizenden zoemende muskieten als torpedobootjes om je vesting houden je wakker. Ze komen op bloed af. Ik heb gisteren mijn duim verwond met de pal van de 105-submachinegun. Het was een klein wondje maar erg venijnig. Ik geloof niet meer in die oorlogsfilms waar dappere zwaargewonde mannen als helden doorvechten. Zelfs als ze dodelijk verwond zijn. ’n Klein wondje kan een soldaat al tot overgave dwingen. In de praktijk. Ik loer naar een uitweg. Ik voel me niet thuis tussen het oorlogvoerend personeel. Tussen de woestijnsoldaten. Maar waar voel ik me dan wel thuis?”

 

 
Jan Cremer (Enschede, 20 april 1940)
Hier met zijn hond Nozem en C.B. Vaandrager (links) in 1962

 

De Nederlandse dichter en vertaler Jean Pierre Rawie werd geboren op 20 april 1951 in Scheveningen. Zie ook alle tags voor Jean Pierre Rawie op dit blog.

 

Credo

Ik heb je terugkeer uit de tijd
met zoveel ongeduld verbeid,
met zoveel stelligheid bezworen,
dat als er voor dit rijk gemis
in wat ik schrijf geen plaats meer is
ook ik niet voortkan als tevoren.

Wanneer ik ons van het geloof
dat mij in leven houdt beroof,
kan niets je aan de dood ontwringen:
je bent een handvol woelig stof,
een schap bedorven aarde, – of
je bent de zin van alle dingen.

Alleen wat soms in een gedicht
bestaat aan wankel evenwicht
kan het behoud zijn van ons beiden,
kan maken dat van woord tot woord
ik jou, jij mij nog toebehoort,
tot onze parallellen snijden.

 

Adressen

In het verhaal van mijn twee steden
is het vooral in deze stad
dat mij meteen weer is ontgleden
wat ik het meest heb liefgehad.

Mijn Amsterdamse perioden
meet ik als vanzelfsprekend af
aan onvergetelijke doden
om wie ik onvergeeflijk gaf.

En altijd loop ik in den blinde
door de bekende buurten rond
om iets van vroeger te hervinden
wat ik ook vroeger nergens vond,

maar mij zal nimmermeer gebeuren,
aan deze gracht, in gene straat,
dat een van de vertrouwde deuren
als vroeger voor mij opengaat,

want achter deze gevels is er
in leven geen die op mij wacht;
De Houtmankade, Roemer Visscher,
Constantijn Huygens, Brouwersgracht.

 

 
Jean Pierre Rawie (Scheveningen, 20 april 1951)

 

De Britse schrijver en journalist Sebastian Faulks werd geboren op 20 april 1953 in Newbury. Zie ook alle tags voor Sebastian Faulks op dit blog.

Uit: Devil May Care

“At one minute to nine, a white Sunbeam Alpine drew up with a squeak alongside him. The hood was down, and in the driving seat, in dark glasses and a distractingly short red linen dress, was Scarlett Papava.
“Hop in, James. You can push the seat back if you like.”
Before he had time to settle himself, she let in the clutch, and the little car sped off toward the Place de la Concorde.
Bond smiled. “Are we in a hurry?”
“I think so,” said Scarlett. “If we can manage to get you a game with Dr. Gorner, you’ll need to be at your best. I suggest you have a little warm-up first. He’s rather competitive.”
Scarlett swept onto the Champs-Élysées and sank her right foot. “You have to take these chaps on,” she said. “These French drivers, I mean. Play them at their own game. There’s no point in being a shrinking violet.”
“Why did you go for the Alpine, not the Tiger?” said Bond.
“My father found it for me. Secondhand. The Tiger’s bigger, isn’t it?”
“It has a V-8 engine,” said Bond, “but the Sunbeam chassis can’t really handle that much torque. Anyway, you don’t need it. Not the way you drive.”
At the Étoile, where a dozen streams of traffic merge and battle for survival, Scarlett gave no quarter, and a few terrifying seconds later, in a barrage of hooting, they were on their way down the Avenue de Neuilly. A small smile of triumph flickered round Scarlett’s lips as the wind blew back her dark hair.
The Club Sporting was hidden off a discreet, sandy avenue in the Bois. Bond and Scarlett walked across from the car park, through the hissing lawns where hidden sprinklers played, and up the steps into the enormous modern clubhouse.
“Wait here,” said Scarlett. “I’ll be back in a moment.”
Bond watched the slim legs, bare to mid-thigh, as she walked away, with a slight rolling dip of the hips, toward the secretary’s office. It was the walk of a confident girl, he thought, athletic and sure of herself.”

 

 
Sebastian Faulks (Newbury, 20 april 1953)
Cover

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jozef Hugo Maria Deleu werd geboren in Roeselare op 20 april 1937. Zie ook alle tags voor Jozef Deleu op dit blog.

 

Nachtwerk

De oude zon krast in mijn hoofd
de kleine naampjes van de dood.
En van de vogel die nog rood
van vuur en warme dromen hoog
genesteld zat, resteert alleen
een bleke vlam, het boeiend
en vergeten hart dat klopt
en nog maar even wacht.
Straks val ik in de nacht.

Van de tortels in het gras
en van het kind dat ik ooit was
vergeet ik ’t slaan en zelfs de lach.
Het vuur geraakt verteerd,
een droom kan men niet eten
als men in ’t donker ligt te zweten
tussen dood en leven.

Ik kan zo denken aan de dag,
mijn vrouw proberen te begeren
en tasten in haar slapend vlees
naar de bronnen van het leven.
Maar ik denk mezelf niet vrij
van het krassen in mijn hoofd,
van de vlam die stil uitdooft
in de glorie van de dood.

 

Dochter
voor marjolein

hij hoort
haar kijken
door het raam

als hij verdwijnt
in de nacht
draagt zij

zijn hart

 

 
Jozef Deleu (Roeselare, 20 april 1937)

 

De Amerikaanse schrijver, essayist en criticus Steven Michael Erickson werd geboren op 20 april 1950 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Steven Erickson op dit blog.

Uit: Zeroville

“11.
The clerk says, “Hey, man, have you seen Easy Rider? I usually don’t go to movies. I’m into the Music.”
“What?”
“The Music.” The clerk turns up the radio. There’s a song playing about a train to Marrakesh: “All aboard the train,” the singer sings. It’s horrible; they’ve forgotten A Place in the Sun for this? Vikar also suspects there’s something narcotics-related about the song.
“Montgomery Clift’s ghost lives in this hotel,” Vikar says.
“No,” the clerk answers, “that’s that D.W. guy.”
“D.W.?”
“It’s in the brochure. He died here or something, busted.” He adds, “I don’t mean busted like by the cops-I mean broke. His ghost rides up and down the elevators trying to figure out where to go.”
“D.W. Griffith?”
“I think that’s him,” the clerk nods, impressed, “yeah, D. W. Griffin.” He looks at the register. “Room 939 is available, that’s in the other corner at the other end of the hall, so it’s like Room 928 except backward.”
“All right.”
“By now,” the clerk shrugs, “they may have changed around all the numbers anyway.”
“The ninth floor is probably still the ninth floor,” says Vikar.
The clerk seems slightly stunned by this. “Yeah,” he allows, a sense of revelation sweeping over him, “the ninth floor is probably still the ninth floor.” In the register Vikar signs Ike Jerome, which is not an alias. No one, including himself, calls him Vikar yet. He pays cash; the clerk gives him the key and Vikar heads to the elevator. “That was heavy, man,” the clerk calls after him, “that thing about the ninth floor.”

 

 
Steve Erickson (Los Angeles, 20 april 1950)
Scene uit de gelijknamige film uit 2017 met o.a. James Franco als Vikar

 

De Finse schrijver Arto Paasilinna werd geboren op 20 april 1942 in Kittilä in Lapland. Zie ook alle tags voor Arto Paasilinna op dit blog.

Uit: Der wunderbare Massenselbstmord (Vertaald door Regine Pirschel)

„Onni Rellonen wanderte durch die dörfliche Landschaft. Vom Gesang der Vögel begleitet, schritt er über den kiesbestreuten Zufahrtsweg, überquerte das Nachbargrundstück, passierte Äcker, eine Scheune, einen Kuhstall und ein Bauerngehöft. Hinter einem kleinen Waldstreifen begann ein neues Feld. Onni erinnerte sich, dass am Waldrand eine alte, verfallene Scheune stand. Dort könnte er sich erschießen, es wäre ein stiller Ort und die richtige Umgebung, seine Tage zu beenden.
Hätte er einen Abschiedsbrief auf dem Tisch zurücklassen sollen? Um was zu schreiben? Adieu, liebe Kinder, versucht klarzukommen, euer Vater hat seinen Entschluss gefasst …? Und an seine Frau gerichtet: Tadle mich nicht …?
Onni Rellonen stellte sich die Reaktion seiner Frau vor, während sie die Worte las. Ihr Kommentar wäre vielleicht:
»Krmh.«
Das Feld roch nach saftigem Gras, der Bauer hatte am vergangenen Tag Grünfutter gemäht. Die Landleute arbeiten – ihr Vieh zwingt sie dazu – auch am Mittsommerabend. Die Hummeln summten, die Schwalben zwitscherten unter dem Dach der alten Scheune. Vom See klang das Kreischen der Möwen herüber. Mit Eiseskälte im Herzen schritt Onni Rellonen auf die Scheune zu, ein altes graues Gebäude, das zu nichts anderem mehr taugte, als sich darin das Leben zu nehmen. Das Gebäude näherte sich, stand viel zu plötzlich vor ihm, sein Leben endete schneller als gedacht.
Onni Rellonen brachte es nicht fertig, schnurstracks durch die klaffende Doppeltür zu treten, die wie der schwarze Höllenschlund auf ihn wartete. Er verlängerte unwillkürlich sein Leben, umrundete das Gebäude wie ein verwundetes Tier, das sich seinen letzten Ruheplatz sichert. Er spähte durch die Ritzen zwischen den morschen Balken ins Innere, und es graute ihn. Aber der Beschluss war gefasst, er musste die Runde vollenden und dann eintreten, musste dem Tod ins Auge sehen, die Waffe abfeuern. Eine kleine Bewegung am Abzug: die letzte Geschäftsoperation, und der Saldo stünde auf null, der allerletzte Saldo von Leben und Tod. Es schauderte ihn.“

 

 
Arto Paasilinna (Kittilä, 20 april 1942)

 

De Franse dichter, schrijver en etholoog Michel Leiris werd geboren in Parijs op 20 april 1901. Zie ook alle tags voor Michel Leiris op dit blog.

Uit: L’âge d’homme

« Mon activité principale est la littérature, terme aujourd’hui bien décrié. Je n’hésite pas à l’employer cependant, car c’est une question de fait : on est littérateur comme on est botaniste, philosophe, astronome, physicien, médecin. A rien ne sert d’inventer d’autres termes, d’autres prétextes pour justifier ce goût qu’on a d’écrire : est littérateur quiconque aime penser une plume à la main. Le peu de livres que j’ai publiés ne m’a valu aucune notoriété. Je ne m’en plains pas, non plus que je ne m’en vante, ayant une même horreur du genre écrivain à succès que du genre poète méconnu.
Sans être à proprement parler un voyageur, j’ai vu un certain nombre de pays: très jeune, la Suisse, la Belgique, la Hollande, l’Angleterre; plus tard la Rhénanie, l’Égypte, la Grèce, l’Italie et l’Espagne; très récemment l’Afrique tropicale. Cependant je ne parle convenablement aucune langue étrangère et cela, joint à beaucoup d’antres choses, me donne une impression de déficience et d’isolement.
Bien qu’obligé de travailler (à une besogne d’ailleurs peu pénible, puisque mon métier d’ethnographe est assez conforme à mes goûts) je dispose d’un certain confort; je jouis d’une assez bonne santé; je ne manque pas d’une relative liberté et je dois, à bien des égards, me ranger parmi ceux qu’il est convenu d e nommer les « heureux de la vie ». Pourtant, il y a peu d’événements dans mon existence que je puisse me rappeler avec quelque satisfaction, j’éprouve dé plus en plus nettement la sensation de me débattre dans un piège et — sans aucune exagération littéraire — il me semble que je suisrongé.
Sexuellement je ne suis pas, je crois, un anormal — simplement un homme plutôt froid — mais j’ai depuis longtemps tendance à me tenir pour quasi impuissant. Il y a beau temps, en tout cas, que je ne considère plus l’acte amoureux comme une chose simple, mais comme un événement relativement exceptionnel, nécessitant certaines dispositions intérieures ou particulièrement tragiques ou particulièrement heureuses, très différentes, dans l’une comme dans l’autre alternative, de ce que je dois regarder comme mes dispositions moyennes.”

 

 
Michel Leiris (20 april 1901 – 30 september 1990)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijves van de 20e april ook mijn blog van 20 april 2014 deel 2 en ook deel 3.