Christopher Brookmyre, Jennifer Egan, Aart G. Broek, Alice Sebold, Anne Fried, Julien Green, Willem Brandt

De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

Uit: Country of the Blind

“A speculative early spin on the story was that their loathing of the wealthy must have become intensified during their embittered prison terms, and that – whether entirely for their own motives or willingly assisting someone else’s – they had meted out terrible revenge upon their perceived oppressors murdering Voss, an international icon of arrogant, even decadent – and some would say thuggish – tycoonery. This seemed to be borne out the police’s revelation that while the bodyguards had been shot (once each, middle of the forehead – very quick, very clean, very efficient), Voss and his wife had been tied up and their throats cut. It hadn’t taken a pathologist to work out that Helene had been murdered in front of Voss before they dispatched him too.
It had been a particularly cruel and vicious crime, undoubtedly evidencing a heartless brutality borne of violent, furious hatred. And there had been something sickeningly demonstrative about it, thrusting its depravity before the public and forcing them to look at it. It seemed to crave their disgust, to solicit their repulsion, while at the same time its very publicness sought to rob Voss of his aura the posthumous humiliation of such a sordid and conspicuous death. Death often built legends, lent greater stature to mere men and granted them the immortality of public mythology. But murder could be insult through injury, a faultless disgrace in an irredeemable theft of dignity, which burnt the oil portrait of a proud man and replaced it in the public eye with a grainy police b/w of a withered corpse, helpless and bested no worthy foe, but some – and extension any – rogue whelp.
Nicole couldn’t help but feel a sense of déjà vu as she remembered Robert Maxwell’s watery demise, the unreality, the impropriety of death paying a visit to one of the untouchable Three Rs: Rupert, Robert and Roland. Maxwell had seemed a figure so proverbially larger-than-life, a looming presence in and behind the media, and a figure she had, young in years, grown used to assuming would always be there. Someone the everyday realities of life wouldn’t touch, whose very irritatingness seemed to guarantee he would be around forever so you’d better get used to it, like the common cold or washing powder ads.
She remembered how the radio bulletin had sounded like a joke. Rich tycoons don’t fall off boats; if they do, they turn up later, safe and sound, then write a book about it and bore us all on chat shows, telling the world how the publicity – sorry – their lives flashed before them. Even while he was missing, those uncertain hours of anxious speculation and dismal journalism, she had assumed Maxwell would be found boomingly alive, having spent the whole time enjoying the amorous advances of a short-sighted minke whale. But no, the only whale they found was the dead one floating off the Tenerife coastline, and the colossus had indeed been felled.”

 
Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

 

De Amerikaanse schrijfster Jennifer Egan werd geboren in Chicago op 6 september 1962. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Jennifer Egan op dit blog.

Uit: Bezoek van de knokploeg (Vertaald door Ton Heuvelmans)

“De laatste deed op internet tweehonderdzestig dollar en ze had hem tijdens een contractbespreking gejat van de advocaat van haar vorige baas. Sasha stal niets meer uit winkels – die kille, fantasieloze spullen brachten haar niet meer in verleiding. Ze stal alleen nog maar van mensen.
‘Oké,’ zei ze. ‘Te stelen.’
Sasha en Coz hadden dat gevoel dat ze kreeg een ‘persoonlijke uitdaging’ genoemd, in die zin dat het meenemen van de portemonnee een manier was voor Sasha om haar stoerheid, haar individualiteit te bevestigen. Wat hun te doen stond was de dingen in haar hoofd zo te reorganiseren dat niet het meenemen van de portemonnee de uitdaging was, maar het níét meenemen. Dat zou de remedie zijn, hoewel Coz nooit woorden als ‘remedie’ gebruikte. Hij droeg snelle sweaters en liet zich door haar Coz noemen, maar hij was ouderwets ondoorgrondelijk, zozeer zelfs dat Sasha niet wist of hij homo of hetero was, of hij beroemde boeken had geschreven, of dat hij (zoals ze soms vermoedde) zo’n ontsnapte gevangenisboef was die doet alsof hij chirurg is en zijn operatiegereedschap achterlaat in het hoofd van zijn patiënten. Op die vragen had ze natuurlijk via Google binnen een minuut een antwoord kunnen vinden, maar het waren zinvolle vragen (volgens Coz), en tot dusver had Sasha de verleiding kunnen weerstaan.
De divan waar ze op lag in zijn spreekkamer was van blauw leer en erg zacht. Coz was dol op zijn divan, zei hij, omdat het hen allebei ontsloeg van de noodzaak van oogcontact. ‘Hou je niet van oogcontact?’ had Sasha gevraagd. Het leek haar raar voor een therapeut om dat toe te geven.
‘Ik vind het erg vermoeiend,’ zei hij. ‘Op deze manier kunnen we allebei kijken waar we naar willen kijken.’
‘En waar ga jij naar kijken?’
Hij glimlachte. ‘Je ziet zelf wel wat voor opties ik heb.’

 

 
Jennifer Egan (Chicago, 6 september 1962)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Aart G. Broek werd op 6 september 1954 geboren in Maasland. Zie ook alle tags voor Aart G. Broek op dit blog.

Uit:Benoem Zwarte Piet voor het leven (Opiniestuk in The Post)

“Ook al hebben we nog nooit een paard op het dak gezien, wij vertellen onze kinderen dat de schimmel dat kan, zelfs met de Sint op zijn rug. Zijn knecht is Zwarte Piet, geen Chinese lijfeigene, Hindoestaanse landarbeider, islamitische eunuch, Limburgse mijnwerker of Drentse veensteker. Die knecht draagt het kostuum van een lakei, is ongehuwd, strooit met snoepgoed, en heeft een zak met cadeaus.
(…)

Waar die Zwarte Piet oorspronkelijk mogelijk vandaan komt, interesseert ons eigenlijk maar matig. Het zou ooit een slaaf kunnen zijn geweest, die door een islamitische slavenopkoper van een Afrikaanse slavenhandelaar werd gekocht en na een erbarmelijke tocht door wouden en woestijnen bij de bisschop van Myra terechtkwam (al dan niet als cadeau van parochianen). We weten het niet. Het sinterklaasfeest is in de eerste plaats grotesk en interactief (straat)toneel.
We maken ons bij het sinterklaasfeest ook nauwelijks druk over zaken als vrouwenemancipatie, duurzaamheid, tandzorg en gezondheid, geschiedenis, waarheid en verdichting, dierenleed, seksuele moraal, religieuze kinnesinne en wat dies meer zij.
Over discriminatie op grond van huidskleur zouden wij ons, zo begrijp ik van de spraakmakende tv-elite, echter wél en heel nadrukkelijk druk moeten maken. Wij zouden Zwarte Piet moeten uitzwaaien: weg met die man uit het Sinterklaasfeest. Niet te handhaven. Dat begrijp ik niet. Hij lijkt mij een aanstelling voor het leven waard. Juist om onze diversiteit te bewaren.“

 
Aart G. Broek (Maasland, 6 september 1954)

 

De Amerikaanse schrijfster Alice Sebold op 6 september 1962 in Madison, Wisconsin. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Alice Seebold op dit blog.

Uit: The Almost Moon

“Mother, it’s Helen,” I said.
“I know who you are!” she barked at me.
Her hands clasped the curved ends of the armrests, and I could see how hard she pressed, her anger flaring up and out at me like involuntary claws.
“That’s good,” I said.
I stood there a moment longer, until it felt like an established fact. She was my mother and I was her daughter. I thought we could go forward from this into our usual unpleasant encounter.
I walked over to the windows and began to draw up the metal blinds by the increasingly threadbare cloth tape that bound them. Outside, the yard of my childhood was so overgrown it was difficult to make out the original shapes of the bushes and trees, those places I had played with other children until my mother’s behavior began to garner a reputation outside our house.
“She steals,” my mother said.
My back was to her. I was looking at a vine that had crawled into the huge fir tree in the corner of the yard and consumed the shed where my father had once done carpentry. He had always been happiest inside that space. On my darkest days, I had come to imagine him there, laboriously sanding the round wooden globes that had replaced all his other projects.
“Who steals?”
“That bitch.”
I knew she was talking about Mrs. Castle. The woman who daily made sure my mother had woken up. Who brought her the Philadelphia Inquirer and not infrequently cut flowers from her own yard and placed them in plastic iced-tea pitchers that wouldn’t shatter if my mother knocked them over.
“That’s not true,” I told her. “Mrs. Castle is a lovely woman who takes good care of you.”
“What happened to my blue Pigeon Forge bowl?”

 
Alice Sebold (Madison, 6 september 1962)

 

De Duitse schrijfster Amelie Fried werd geboren op 6 september 1958 in Ulm. Zie ook alle tags voor Amelie Fried op dit blog en ook mijn blog van 6 september 2010.

Uit: Eine windige Affäre

„Nach diesem Gespräch rief Michael fast täglich an, um sich nach meinem Befinden zu erkundigen und mir die aktuellen Meldungen aus der Welt der Windkraftgegner mitzuteilen. Offenbar recherchierte er regelmäßig im Internet und trug Informationen zusammen, die mich von der Gefährlichkeit meiner Aufgabe überzeugen und zur Rückkehr bewegen sollten. »Ganz bei euch in der Nähe, bei Palanga, hat es Anschläge auf Anlagen gegeben!«, teilte er mir mit.
»Das weiß ich doch«, gab ich zurück. »Ich weiß sogar, wer es war.« Am nächsten Tag sagte er: »Bei Riga war eine Schlägerei zwischen Windkraftbefürwortern und -gegnern mit fünf Verletzten!« Ich musste mir das Lachen verkneifen. »Michael, das ist Hunderte Kilometer entfernt.« Dann dehnte er das Gefahrengebiet bis an die Grenzen der ehemaligen Sowjetunion aus: »Ein Windkraftbetreiber aus Sibirien ist entführt und eine Woche lang eingesperrt worden!« »Ich hab’s gelesen«, sagte ich geduldig. »In Wirklichkeit ist er Bankdirektor und hat Kundengelder veruntreut.
Das Windrad betreibt er nur nebenbei.« Als er merkte, dass er mir keine Angst machen konnte (jedenfalls nicht mehr, als ich schon hatte), setzte er die Kinder auf mich an. Die Mama-ich-hab-so-Heimweh-nachdir-Anrufe von Pablo häuften sich. Und von Svenja bekam ich ständig Facebook-Nachrichten à la: »Ich hab dich sooo lieb, Mama, wann kommst du denn wieder nach Hause???« Natürlich blieb dieser emotionale Dauerbeschuss nicht ohne Wirkung auf mich.
Auch ich hatte Sehnsucht nach zu Hause, war erschöpft und zeitweise ziemlich mutlos. Außerdem hatte ich mich schon mal wohler gefühlt als hier, wo gerade ein Mordanschlag auf mich verübt worden war. Aber ich wollte nicht zulassen, dass Michael mir die Verantwortung für mein Handeln aus der Hand nahm. Seine Angst um mich sollte ebenso wenig den Ausschlag für eine so schwerwiegende Entscheidung geben wie meine persönlichen Befindlichkeiten. In manchen Momenten wünschte ich mir allerdings insgeheim, die Baudema-Sache würde platzen – dann wäre das Projekt gescheitert, ohne dass ich Schuld daran hätte. Dann wieder hoffte ich, es würde funktionieren – schließlich wollte ich den Erfolg.“

 
Amelie Fried (Ulm, 6 september 1958)

 

De Frans – Amerikaanse schrijver Julien Green werd geboren op 6 september 1900 in Parijs. Zie ook ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Julien Green op dit blog.

Uit:Erinnerungen an glückliche Tage (Vertaald door Elisabeth Edl)

“Wenn ich auf meine Kindheit zurückblicke und jene Zeit mit dem Verhalten heutiger Kinder vergleiche, wird mir klar, daß die Jungen und Mädchen von 1940 gefunden hätten, daß wir leicht zu unterhalten waren und vielleicht auch ein bißchen dumm. Irgendwie gelang es uns, ohne Radio und ohne Kino glücklich zu sein! Wir spielten Verstecken und Reise nach Jerusalem, tauschten Briefmarken und zerbrachen uns die Köpfe über japanischen Geduldsspielen. Meine Schwester Retta, die fast zwölf war, setzte sich manchmal ans Fenster, zählte alle Fahrzeuge auf der Straße und machte sich in winziger Schrift Notizen auf der ersten Seite eines großen Schreibhefts, das eigens dafür gekauft worden war. Sie hatte sich vorgenommen, es vollzuschreiben, kam über die erste Seite aber nie hinaus, weil sie es schon nach einer Stunde langweilig fand, Trambahnen, Omnibusse, Wagen, mit einem Wort, alles, was fuhr, zusammenzuzählen. Wäre dieser Versuch, den Verkehr in der Rue de Passy zu beschreiben, fortgesetzt worden, dann wüßte ich heute, daß am 23. April 1908 zwischen zwei und drei Uhr nachmittags fünfzehn Mietdroschken unsere ehemalige Straße hinauf- oder hinuntergerollt sind. Das erinnert mich an den Irrsinn von Statistiken. Sicher könnte ein Schriftsteller sich fragen, welche Gründe es gab für diese Ausfahrten, und sich leichtfertige Paare ausdenken, die in den Bois de Boulogne fuhren, oder griesgrämige Juristen, die zu ihren düsteren Büros im Madeleine-Viertel eilten. Als ich Tr e i b g u t schrieb, habe ich daran gedacht.Retta war ein stilles und nachdenkliches Kind mit einem schönen, ernsten Gesicht, unergründlichen schwarzen Augen und dichtem schwarzen Haar, das ihr über die Schultern fiel.
Keines ihrer Geschwister hatte das Gefühl, sie gut zu kennen, denn sie war wortkarg und vertraute nie irgendwem ein Geheimnis an, doch sie war so hübsch anzusehen und von so sanftem Wesen, daß sie immer viele Freunde hatte. Das merkwürdigste an ihr war ein unheimlicher Sinn für Humor, aber davon will ich später erzählen.“

 
Julien Green (6 september 1900 – 13 augustus 1998)
Cover 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en vrijmetselaar Willem Brandt (pseudoniem van Willem Simon Brand Klooster) werd geboren in Groningen op 6 september 1905. Zie ook alle tags voor Willem Brandt op dit blog.

Spleen

Niemand ter wereld is zo zeer alleen
dan wie de eenzaamheid der tropen kende,
en toen de steven zich naar Holland wendde
in Amsterdam komt en hij kent niet een.

Want die hij kent herkennen hem niet meer,
zij gaan gehaast achter hun eigen zorgen;
ik zie je nog wel, morgen, overmorgen,
de andre keer is steeds een andre keer.

Voortlevend in een hoed, een regenjas,
marcheert men doelloos door de volle straten;
de jungle is niet zo volstrekt verlaten
als dit verkeer achter onbreekbaar glas.

God geve ons gezichten en een stem.
als op de Dam nu eens wat apen stoeiden,
de leguanen door de grachten roeiden
en een krokodil stond op de tram.

 

Later

De aarde wordt te oud en ijziger,
haar korst zakt rimpelig in onderzeese
troggen ineen, snel bezig te vergaan.

De majesteit der bergen niets dan vlucht
voor het gewelf der uitgebluste vuren,
wanhoopssein aan steeds doodswittere maan.

Later worden wij weergevonden, kille
afgietsels van vreemde oerreptielen.

Vliesvleugeligen trof men zelden aan.

 
Willem Brandt (6 september 1905 – 29 april 1981)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e september ook mijn blog van 6 september 2015 deel 2.