Philip Huff, Ellis Peters, Ben Greenman, Thijs Zonneveld, Albert Vigoleis Thelen, Robert Thomas

De Nederlandse schrijver Philip Huff werd geboren op 28 september 1984 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Philip Huff op dit blog.

Uit:Het verdriet van anderen

“Bakkers schrijfstijl – de stem van zijn verteller – biedt zo minimaal mogelijk verwoord verdriet, zo direct mogelijk gedeelde wijsheid, en is daarmee oer-Nederlands, zoals een soort ingetogen en in zichzelf gekeerd protestantisme Hollands is. De woorden zijn evenwichtig en tegelijkertijd is deze verteller uit balans. De scène gaat zo verder: ‘“Wat doe je?” vroeg hij. – “Je gaat verhuizen,” zei ik. – “Ik wil hier blijven.” – “Nee.”’
Ook hier is veel verdriet voelbaar, net als woede, en erkenning van dat verdriet en van die woede: ‘Hij mocht zijn bed houden.’
Aan de andere kant van vaders bed, vertelt de verteller, ligt nog steeds een kussen, al is die kant al tien jaar onbeslapen. Oftewel: Helmers moeder, de vrouw van zijn vader, is al tien jaar dood. Al tien jaar en er is niets veranderd. Maar niet alleen in het leven van Helmers vader gebeurt weinig: Helmer zit aan het einde van het korte eerste hoofdstuk in de keuken te wachten tot de verf in vaders nieuwe kamer boven droog is.
Tweede hoofdstuk, enkele dagen later: ‘Het regent en de harde wind heeft de laatste bladeren uit de es geblazen. November is niet kraakfris en stil meer. De ouderlijke slaapkamer is nu mijn slaapkamer.’ Helmer heeft zijn kinderkamer eindelijk verlaten.
Helmer is een melkveehouder, met wat schapen, en twee ezels, die meer als huisdieren functioneren. Twee melkrijders komen er langs op de boerderij: een oudere, die stuurs is en vloekt, en over een paar jaar met pensioen gaat (en daar niet op kan wachten), en het leven áchter hem ziet liggen, en een jongere, tot wie Helmer zich aangetrokken voelt. In deze twee karakters wordt, in het kort, de worsteling van de hoofdpersoon gevangen.
Dit is de wereld van Helmer, waar onrustige koeien en melkrijders voor de enige opwinding zorgen in een landschap dat kaal en vlak is, gebukt gaat onder een grote hemel, in een Nederland dat sinds de jaren vijftig niet meer leek te bestaan. Maar bijna zestig jaar later vindt de lezer het, haast onveranderd en onaangedaan, dit prachtige, tijdloze, Noord-Hollandse akker-gras-en-wilgenlandschap.
De visie van Helmer op het leven wordt direct duidelijk: wat is het leven anders dan doorknauwen. Soms gebeurt dat door middel van wat Coetzee Bakkers ‘laconieke humor’ noemde: grappen, om erdoorheen te komen, of de wereld op afstand te houden, en soms door het verdriet te tonen door het niet te benoemen. Het verdriet én de humor: deze tegelijkertijd kalme en gegriefde blik op de wereld manifesteert zich in het boek door de stem van de verteller.”

 
Philip Huff (Zwolle, 28 september 1984)

 

De Engelse schrijfster Ellis Peters werd op 28 september 1913 als Edith Pargeter geboren in Horsehay. Zie ook ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voor Ellis Peters op dit blog.

Uit:Das Erbe des Baumeisters (The Green Branch, vertaald door Marcel Bieger en Barbara Röhl)

“Der Knabe, der in der Baumkrone hockte, kniff die Lider zusammen und spähte gen Osten in die aufgehende Sonne
Aus der bewaldeten Flußniederung unter ihm leuchteten Lichtpunkte wie Messer auf und stachen ihm in die Augen. Die flach einfallenden langen Sonnenstrahlen, welche durch den Morgennebel drangen, hatten soeben das steile, tief eingeschnittene Tal erreicht und trafen auf das tanzende Wasser zwischen den Bäumen. Langsam hob der Junge den Blick und betrachtete über das gleißende Licht hinweg den stumpfen Felsvorsprung, auf dem sich die Mauern der halb vollendeten Feste erhoben. Über die Weiden, auf denen kein einziges Schaf zu erblicken war, breitete sich weit und bunt das Lager der königlichen Truppen aus.
Dort fühlten die Engländer sich in ihrer Überzahl sicher genug, ihre Banner zu zeigen, aber jedesmal wenn sie es wagten, in die Wälder einzudringen, kam das Aufblitzen eines scharlachroten Stücks Stoff oder einer Helmzier sie teuer zu stehen. Allein in der vergangenen Woche hatten die Waliser über vierzig von ihnen in Rufweite ihres eigenen Lagers getötet. Harry selbst hatte zwei Männer mit einem Pfeilschuß erledigt, als sie im Morgengrauen zu ihren Kaninchenschlingen geschlichen kamen und zu hungrig waren, um Vorsicht walten zu lassen. Die Armee des Justitiars darbte. Das wenige Fleisch, das die Soldaten in den letzten drei Wochen gekostet hatten, war bestenfalls das ihrer eigenen Pferde. Beim Heranrücken der Engländer hatte die Bevölkerung die Dörfer verlassen und Rindvieh, Schweine und Schafe in die Wildnis gescheucht. Selbst das Wild in den Wäldern hatte man planmäßig nach Westen getrieben, damit es dem Feind nicht zur Nahrung dienen konnte.
Unablässig peinigten die grellen Lichtreflexe die Augen des Knaben. Ein ungutes Gefühl beschlich ihn plötzlich. Er wandte seine Aufmerksamkeit von dem Flickenteppich aus Zelten und Pavillons ab und ließ den Blick über das dahinter liegende zurückweichende breite Tal schweifen. Gesäumt wurde es von tief eingeschnittenen Hügeln, deren dunkle blaue Schatten im kräftiger werdenden Tageslicht intensiver wurden. Genauer betrachtete der Knabe jetzt die Spur, welche die blinkenden Lichtschafte tief unter seinem Ausguck durch die Bäume webten.
Das Herz des Jungen tat einen Satz. Die Strahlen, die sich auf der Wasseroberfläche brachen, schienen den Bachlauf verlassen zu haben und wandten sich hügelaufwärts zum Sattel des Höhenzugs hinauf, als schlängele ein silbriges Reptil sich durch die Wälder an der Flanke des Gwernesgob.”


Ellis Peters (28 september 1913 – 14 oktober 1995)
Cover biografie

 

De Amerikaanse schrijver en uitgever Ben Greenman werd geboren op 28 september 1969 in Chicago. Zie ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voor Ben Greenman op dit blog.

Uit: What He’s Poised to Do

“He does not like the fact that thinking of his son makes his heart sink. He takes a postcard from the desk and writes to his son. The man takes the postcard and puts it in the outer pocket of his suitcase, aware that he will never mail it. The next day, he does not see the young woman from the bar. He does not see her the day after that, either. He is busy with work, and when he is not working he is walking up and down the city streets. He looks into the faces of the people he passes and tries to guess if they have ever betrayed someone they loved, or been betrayed by someone they loved. He supposes that most have, and this cheers him a bit, not for any reason other than the fact that it locates him. He returns to the hotel after the second day of working and walking and writes his wife a postcard. This one has a more optimistic message than the first: that, although he is not ready to talk on the telephone, he is ready to think about it, and that this is progress. He ends on a romantic note.
He takes that postcard downstairs to mail it. The young woman from the bar is now working at the reservations desk. She pretends not to know him. At first, he is offended, and then he comes to understand that it is a game. She calls him sir, stiffly, and he hands her the postcard face down, suddenly concerned that she might try to read it. She tells him that she would be happy to be of service. She calls him sir again, with no additional warmth. He returns to his room. An hour later, there is a knock at his door. He opens it to find the young woman there. This time, she undoes her skirt herself. The next morning, he remembers that she did not call out his name, but that she looked at him as if she was thinking of doing so. He remembers that she recited a series of names: her father’s name, her husband’s name, her son’s name. He is surprised to find that it is the same as his son’s name. He keeps this information to himself.”

 
Ben Greenman (Chicago, 28 september 1969)
Cover

 

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Thijs Zonneveld werd geboren op 28 september 1980 in Sassenheim. Zie ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voor Thijs Zonneveld op dit blog.

Uit: Peter (Column)

“En toen, na een WK dat eindeloos lang maar uren te kort duurde, kreeg Peter Sagan het woord. Hij had het kunnen hebben over zijn verpletterende zege, over zijn vernietigende demarrage, over de revanche na honderd miljoen tweede plaatsen.
Maar hij begon over de vluchtelingencrisis.
Als je me zou vragen wat hij precies zei, dan zou ik je het antwoord schuldig moeten blijven. Eén ding weet ik wel: het was prachtig. Heel even heb ik overwogen om het interview terug te kijken, maar ik heb het niet gedaan. Ik hoef niet precies te weten wat hij zei.
Het ging er niet om wát hij zei, het ging erom dát hij het zei. In Richmond stond een jonge sporter voor een microfoon die net de grootste overwinning van zijn carrière had behaald na een jaar waarin alles nét niet lukte, waarin hij onder druk werd gezet door zijn megalomane teameigenaar, waarin hij aan zichzelf twijfelde en waarin hij werd overreden door een motor. Hij had alle recht om in een sorbet van narcisme en euforie springen, maar dat deed hij niet. Hij richtte de aandacht op iets anders. De vluchtelingen, mensen, de vluchtelingen.
Peter Sagan sprak zijn eigen regering toe, die alleen maar oorlogsvluchtelingen accepteert als ze toevallig christelijk zijn; hij sprak het fort Europa toe, dat alleen maar bezig is met opvanggetallen en spreidingsstatistieken in plaats van met mensen; hij sprak ons allemaal toe.
In zijn hoofd waren zijn zinnen ongetwijfeld beter verwoord en meer gepolijst, maar dat maakte niet uit. Hij zei het zoals het is: verwarrend, overweldigend, nauwelijks in woorden te vertalen.“

 
Thijs Zonneveld (Sassenheim, 28 september 1980)
Peter Sagan

 

De Duitse dichter, schrijver en criticus Albert Vigoleis Thelen werd geboren in Süchteln op 28 september 1903. Zie ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voor Albert Vigoleis Thelen op dit blog.

 

Vergiß-sie-nicht

Weine nicht, weil du nicht weinen kannst
über die heiligen Wetterschläge der Welt:
Das öffentliche Ärgernis im Garten Eden,
die göttliche Sintflut,
Sodom und Gomorha,
der Untergang der Atlantis mit Mann und Maus,
der Untergang der Titanic mit Mann und Maus,
der Untergang von 2367 Sprachen
benebst deren Sprechern,
der Ausbruch des Krakatau,
der Lues,
des Burenkriegs,
der Maul- und Klauenseuche,
Zyklon und Orkan,
Taifun und Tornado,
das Kino-Unglück in Harburg,
Bleidächer, Gummizellen, Gaskammern,
eine erwürgte Braut,
eine lebendgebärende Päpstin,
schlagende Wetter,
ein gottloser Gott –
und du weinst immer noch nicht?
Sei dann eindächtig der Zwiebel,
alium cepa:
sie löst dir das Rätsel der Tränen
und die Träne dazu.

 

Spiegelschrift

Das ungeschriebene Buch
ist die einzige Lektüre
des Analphabeten
Wo er es aufschlägt
erkennt er sich selbst
in archetypischer Nacktheit
und vom Scheitel zur Sohle
ist jedes Wort
an ihm wahr.

 
Albert Vigoleis Thelen (28 september 1903 – 9 april 1989)
Getekend portret door Peter K. Kirchhoff, 1989

 

De Franse schrijver, regisseur en acteur Robert Thomas werd geboren op 28 september 1927 in Gap. Zie ook alle tags voor Robert Thomas op dit blog.

Uit:Huit femmes

“ACTE PREMIER
Matinée d’hiver, un rayon de soleil un peu pâle fait jouer les vitraux. Atmosphère chaude et provinciale. Le feu pétille. Une pendule sonne dix coups, quelque part dans la maison.
On voit la grand-mère se glisser dans le salon et atteindre la bibliothèque. Elle se déplace dans un fauteuil à roulettes… (Note de l’auteur : ce fauteuil est facultatif). Elle regarde à gauche et à droite, puis fait jouer un déclic dans les livres, déclenchant la porte d’une cachette. Mais elle entend du bruit, elle referme tout et se sauve. Madame Chanel descend l’escalier, écoute à la porte du père.
Soudain, on entend à l’extérieur un klaxon de voiture. Madame Chanel descend et court à la baie en s’essuyant les mains à son tablier.
Madame CHANEL (folle de joie) – La voilà ! La voilà ! (Elle fait de grands signes vers le parc, puis revient crier au bas de l’escalier.) Voilà Suzanne qui arrive ! Voilà Suzon ! Le mauvais temps n’a pas retardé le train ! (En haut des marches apparaît Louise, la bonne, un plateau à la main.) Voilà Mademoiselle !
LOUISE – Oui ! Oui ! J’ai entendu !
Madame CHANEL – Ah ! si vous saviez comme ça me fait plaisir de retrouver ma Suzon… C’est moi qui l’ai élevée… Il y a dix ans, nous étions deux amies inséparables…
LOUISE – Je sais…
Madame CHANEL – Mais les années vous poussent et voilà que ma Suzon a dépassé vingt ans ! Depuis qu’elle est partie dans ce collège anglais, je ne la vois plus que deux fois l’an. Quel beau Noël nous allons avoir !
LOUISE (sans conviction). – Oui…
Ça va !”

 
Robert Thomas (28 september 1927 – 3 januari 1989)
Scene uit een opvoering in Parijs, 2012

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e september ook mijn blog van 28 september 2014 deel 1 en eveneens deel 2.