Herman de Coninck, Hans Andreus, Wystan Hugh Auden, Raymond Queneau, Anaïs Nin, David Foster Wallace, Chuck Palahniuk, Laure Limongi, Ha Jin, Ingomar von Kieseritzky, Ishigaki Rin, José Zorrilla y Moral, Justus van Effen

De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007 en ook mijn blog van 21 februari 2008.

Ligstoel
Voor Jan Fabre

Het is een soort niets dat ik zoek. Wat je overhoudt
als je uit de kom van je beide handen hebt willen drinken:
je beide handen. Geuren lanterfanten door de tuin.
Ik heb een ligstoel onder me waarin ik zo laag als ik maar

in mezelf kan liggen, op mijn rug, het onderste wat ik heb, lig.
Hoe is dit liggen? Zoals je een cognac afmeet door het glas
horizontaal te leggen, zo is dit liggen, ik heb niet veel van mezelf
nodig om vol te zijn, wat ik nodig heb is vooral: weinig.

Er is te weinig weinig. De vergevensgezindheid
van het niets waarin wij, als we eveneens
niets zouden zijn, zouden passen.

De lucht is zo blauw als vergeetachtigheid.
De lucht is zo blauw als blauwsel waarmee destijds
linnen werd gewassen om witter te zijn.

 

Wiskunde

 

Nee, zo stoer hoeft niet, tenslotte
moet ik het nu weer allemaal zelf doen. Ik trek mij af.
Het lijkt wel een hele bewerking, een
aftrekking inderdaad, ik trek mij af
van wat ik was met jou,
ik hou alleen mezelf over.

 

November

Er hangen nog twee blaren
aan mijn esdoorn. Duizend andere zijn
rood geworden, alvorens dood.
Vergeten te kijken.

Vergeten gelukkig te zijn.
Nochtans had ik een tuin
waarin een stoel, en die stoel
had mij, en ik had een hand

en die hand had een glas
en mijn mond had meningen.
Alles had.
Alles had ons.

DeConinck

Herman de Coninck  (21 februari 1944 – 22 mei 1997)

 

De Nederlandse dichter en prozaschrijver Hans Andreus werd geboren in Amsterdam op 21 februari 1926. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007 en ook mijn blog van 21 februari 2008.

Dooi

 

Al plassen en wakken

tussen het riet.

 

Een laatste schaatser buigt

af naar de andere oever

grijzer nog dan het meer,

 

op weg naar huis en koffie

of op zoek

naar beter ijs.

 

 

 

Ik loop waar ik val

 

Ik loop waar ik val en mij op moet rapen.

Geen boom en geen struik en geen horizon.

Er hangen alweer stormen voor de zon.

Ik wou dat ik één uur, één uur kon slapen.

 

Heet mij toch welkom, wereld van vandaag.

Of van vandaag niet dan misschien van morgen.

Ik ga in mijn splinters en onweer verborgen

en ga alleen en weet niet wat ik vraag.

 

Maar ik wil de moed hebben tot het laatste,

niet meer aan mij denken of aan die ander

of aan wat mijn woorden aan zon terugkaatsten.

 

 

’s Nachts


De regen van noem mij desnoods geen regen
wordt door geen oor wordt door de huid gehoord.
Booglamplicht geeft waarom daarom zijn zegen;
de hemel zwijgt en zwijgt van enzovoort.

 

En niemand komt niemand dan niemand tegen.
En iemand zegt ik ben een iemandswoord.
En iemand zegt ik ben maar ben verzwegen.
De hemel zwijgt en zwijgt want enzovoort.

 

En wij wijzelf gaan wonderlijke wegen:
wij varen om de tropen van de noord
figuurlijk zelfs met ons figuur verlegen.

 

En staan op straat en lopen toch weer door ’t
noem mij desnoods noem mij desnoods dan regen.
De hemel zwijgt en zwijgt en enzovoort.

 

Andreus

Hans Andreus (21 februari 1926 – 9 juni 1977)
Dichtersstaking’. Van links naar rechts: Hans Andreus, Louis Lehmann, Gerrit Kouwenaar, Sybren Polet, Simon Vinkenoog, Jan G. Elburg en Cees Nooteboom, Amsterdam, 1958

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Wystan Hugh Auden werd geboren in York op 21 februari 1907. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007 en ook mijn blog van 21 februari 2008.

 

Base Words Are Uttered

  

Base words are uttered only by the base

And can for such at once be understood,

But noble platitudes:–ah, there’s a case

Where the most careful scrutiny is needed

To tell a voice that’s genuinely good

From one that’s base but merely has succeeded.

 

 

Ganymede

  

He looked in all His wisdom from the throne

Down on that humble boy who kept the sheep,

And sent a dove; the dove returned alone:

Youth liked the music, but soon fell asleep.

 

But He had planned such future for the youth:

Surely, His duty now was to compel.

For later he would come to love the truth,

And own his gratitude. His eagle fell.

 

It did not work. His conversation bored

The boy who yawned and whistled and made faces,

And wriggled free from fatherly embraces;

But with the eagle he was always willing

To go where it suggested, and adored

And learnt from it so many ways of killing.

 

 

The Novelist

  

Encased in talent like a uniform,

The rank of every poet is well known;

They can amaze us like a thunderstorm,

Or die so young, or live for years alone.

They can dash forward like hussars: but he

Must struggle out of his boyish gift and learn

How to be plain and awkward, how to be

One after whom none think it worth to turn.

 

For, to achieve his lightest wish, he must

Become the whole of boredom, subject to

Vulgar complaints like love, among the Just

 

Be just, among the Filthy filthy too,

And in his own weak person, if he can,

Must suffer dully all the wrongs of Man.

 

auden

W. H. Auden (21 februari 1907 – 29 september 1973)

 

De Franse schrijver Raymond Queneau werd geboren op 21 februari 1903 in Le Havre. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007 en ook mijn blog van 21 februari 2008.

Uit: Exercices de style

 

A 12h17 dans un autobus de la ligne S, long de 10 mètres, large de 2,1, haut de 3,5, à 3 km 600 de son point de départ, alors qu’il était chargé de 48 personnes, un individu de sexe masculin, âgé de 27 ans 3 mois 8 jours, taille 1 m 72 et pesant 65 kg et portant sur la tête un chapeau haut de 17 centimètres, dont la calotte était entourée d’un ruban long de 35 centimètres, interpelle un homme âgé de 48 ans 4 mois 3 jours, taille 1 m 68 et pesant 77 kg, au moyen de quatorze mots dont l’énonciation dura 5 secondes et qui faisait allusion à des déplacements involontaires de 15 à 20 millimètres.

 

Litotes.

 

Nous étions quelques-uns à nous déplacer de conserve. Un jeune homme, qui n’avait pas l’air très intelligent, parla quelques instants avec un monsieur qui  se trouvait à côté de lui, puis il alla s’asseoir. Deux heures plus tard, je le  rencontrai de nouveau ; il était en compagnie d’un camarade et parlait chiffons.

 

Raymond_Queneau

Raymond Queneau (21 februari 1903 – 25 oktober 1976)

 

De Franse schrijfster Anaïs Nin werd geboren op 21 februari 1903 in Neuilly. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007  en ook mijn blog van 21 februari 2008.

Uit: Journal 1931 ~ 1934

June est venue chez moi lundi. Je voulais en finir avec les mystères, avec le suspense. Je lui ai demandé avec une cruauté et une brutalité qui auraient pu être celles de Henry (l’écrivain Henry Miller) : “Est-ce que vous aimez les femmes ? Avez-vous regardé en face votre attirance pour les femmes ?”

Sa réponse fut si calme : “Jean (son ancienne amie) était trop masculine. J’ai fait face à mes sentiments. J’en suis pleinement consciente. Mais je n’ai encore jamais rencontré personne avec qui j’aurais désiré les vivre jusqu’au bout. D’ailleurs je ne sais pas au juste ce que je veux vivre jusqu’au bout.”

Puis elle s’est dérobée à mes questions (…). Ses mains tremblaient. Elle était agitée. J’avais honte d’avoir été aussi directe. J’étais intensément nerveuse. Elle me dit qu’au restaurant elle avait voulu regarder mes pieds nus dans les sandales mais n’avait pu s’y résoudre. Je lui dis que j’avais eu peur de regarder son corps, malgré l’envie que j’éprouvais. Nous parlions à bâtons rompus, de façon chaotique (…). Notre nervosité était insupportable.

Je vis alors la beauté de son corps que je n’avais pas osé regarder, je vis sa plénitude, sa densité, et sa richesse me submergea.

Lorsqu’elle était en bas sur le divan, l’échancrure de sa robe noire laissait voir la naissance de sa gorge admirable. Je tremblais. J’avais conscience de mes sentiments et de nos désirs inarticulés. Elle tenait des propos sans suite mais je savais maintenant qu’elle parlait pour couvrir une conversation plus profonde, parlait à l’encontre de ce que nous ne pouvions exprimer.“

 

Nin

Anaïs Nin (21 februari 1903 – 14 januari 1977)

 

De Amerikaanse schrijver David Foster Wallace werd geboren op 21 februari 1962 in New York. Hij debuteerde in 1987 met The Broom of the System. In 1996 vestigde hij zijn reputatie met het postmoderne en complexe Infinite Jest, een boek van ruim 1.000 pagina’s barstensvol donkere humor, dat ‘verslaving’ als rode draad had. Vergelijkingen met Thomas Pynchon, Jorge Luis Borges en Don De Lillo werden gemaakt. Een van de handelsmerken van Foster Wallace bleek trouwens het gebruik van voetnoten: Infinite Jest bevatte achteraan liefst 100 pagina’s met voetnoten. Time Magazine plaatste het boek in zijn lijst van 100 beste Engelstalige romans van de periode 1923-2005. Wallace publiceerde ook talloze korte verhalen, onder meer in Esquire, Harper’s, The New Yorker en de Paris Review. Ze werden gebundeld in Girl With Curious Hair en Brief Interviews With Hideous Men. Hij schreef ook essays, gebundeld in onder
meer A Supposedly Fun Thing I’ll Never Do Again en Consider the Lobster.

Uit: Infinite Jest

“I am seated in an office, surrounded by heads and bodies. My posture is consciously congruent to the shape of my hard chair. This is a cold room in University Administration, wood-walled, Remington-hung, double-windowed against the November heat, insulated from Administrative sounds by the reception area outside, at which Uncle Charles, Mr. deLint and I were lately received.

I am in here.

Three faces have resolved into place above summer-weight sportcoats and half-Windsors across a polished pine conference table shiny with the spidered light of an Arizona noon. These are three Deans–of Admissions, Academic Affairs, Athletic Affairs. I do not know which face belongs to whom.

I believe I appear neutral, maybe even pleasant, though I’ve been coached to err on the side of neutrality and not attempt what would feel to me like a pleasant expression or smile.

I have committed to crossing my legs I hope carefully, ankle on knee, hands together in the lap of my slacks. My fingers are mated into a mirrored series of what manifests, to me, as the letter X. The interview room’s other personnel include: the University’s Director of Composition, its varsity tennis coach, and Academy protector Mr. A. deLint. C.T. is beside me; the others sit, stand and stand, respectively, at the periphery of my focus. The tennis coach jingles pocket-change. There is something vaguely digestive about the room’s odor. The high-traction sole of my complimentary Nike sneaker runs parallel to the wobbling loafer of my mother’s half-brother, here in his capacity as Headmaster, sitting in the chair to what I hope is my immediate right, also facing Deans.”

Wallace

David Foster Wallace (21 februari 1962 – 12 september 2008)

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Chuck Palahniuk werd geboren op 21 februari 1962 in Pasco, Washington.. Nadat David Fincher in 1999 zijn debuutroman Fight Club uit 1996 verfilmde, met in de hoofdrollen Brad Pitt en Edward Norton, werd de voormalige Amerikaanse truckmonteur Palahniuk in één klap beroemd.  Inmiddels is Palahniuk een cult-held en de trots van Portland, Oregon, de stad waar hij sinds 1980 woont. Na Fight Club publiceerde hij nog vijf andere romans (Survivor, Invisible Monsters, Choke, Lullaby en Diary). Ook van deze boeken zijn de filmrechten verkocht.

 

Uit: Fight Club

 

“This week the insomnia is back. Insomnia, and now the whole world figures to stop by and take a dump on my grave.

My boss is wearing his gray tie so today must be a Tuesday.

My boss brings a sheet of paper to my desk and asks if I’m looking for something. This paper was left in the copy machine, he says, and begins to read:

“The first rule of fight club is you don’t t
alk about fight club.”

His eyes go side to side across the paper, and he giggles.

“The second rule of fight club is you don’t talk about fight club.”

I hear Tyler’s words come out of my boss, Mister Boss with his midlife spread and family photo on his desk and his dreams about early retirement and winters spent at a trailer park hookup in some Arizona desert. My boss, with his extra-starched shirts and standing appointment for a haircut every Tuesday after lunch, he looks at me, and he says:

“I hope this isn’t yours.”

I am Joe’s Blood-Boiling Rage.

Tyler asked me to type up the fight club rules and make him ten copies. Not nine, not eleven. Tyler says, ten. Still I have the insomnia, and can’t remember sleeping since three nights ago. This must be the original I typed. I made ten copies, and forgot the original. The paparazzi flash of the copy machine in my face. The insomnia distance of everything, a copy of a copy of a copy. You can’t touch anything, and nothing can touch you.

My boss reads:

“The third rule of fight club is two men per fight.”

Neither of us blinks.

My boss reads:

“One fight at a time.”

I haven’t slept in three days unless I’m sleeping now. My boss shakes the paper under my nose. What about it, he says. Is this some little game I’m playing on company time? I’m paid for my full attention, not to waste time with little war games. And I’m not paid to abuse the copy machines.”

 

Palahniuk

Chuck Palahniuk (Pasco, 21 februari 1962)

 

De Franse schrijfster Laure Limongi werd geboren op 21 februari 1976 in Bastia (Corsica). Naast boeken schrijft zij ook regelmatig artikelen en kritieken voor bladen als La Revue Littéraire, Les Lettres Françaises en CCP. Tegenwoordig woont zij in Parijs.

Uit: Je ne sais rien d’un homme quand je sais qu’il s’appelle Jacques

« … Certains jours, Jack aimerait écrire «une littérature qui se voit de loin». Il pense que ce serait utile, un peu comme les panneaux de signalisation, dans la rue. Sa contribution à l’ordre universel. Une clarification de la lecture du monde. La grammaire l’aiderait à tracer des droites et des angles droits, bannisant les courbes, les mouvements désordonnés. Il rêve de grandes pages A4 noircies en Times corps 11 sans trous, sans détours, avec de jolies marges, des points, des virgules, des paragraphes. Et même des guillemets. Ainsi les énoncés ne seraient-ils plus équivoques et peut-être l’angoisse moindre. Jack pense aussi que ça pourrait l’aider à cerner ses «je» et peut-être même à n’en garder qu’un. Mais Jack se moque gentiment de lui : «Encore une bonne résolution, sans doute». Et arrêter de fumer et aller à la piscine et ne pas laisser traîner le courrier… Il proteste. Il s
’agit de plan, de lieux communs, de contraintes. Un peu comme jouer aux échecs, distraire son ennui. Rien que de très accessible. Et dire : «qu’il était bleu le ciel» et «verte la vallée», etc. Ça n’a rien de démesuré, ça n’a rien de honteux. Jack se tord de rire en le traitant de gros sentimental.“

 

laure-limongi

Laure Limongi (Bastia 21, februari 1976)

 

De Chinees-Amerikaanse schrijver Ha Jin werd geboren op 21 februari 1956 in Jinzhou, China. Ha Jin was soldaat in het Chinese Volksleger. Hij leerde zichzelf Engels door naar de Amerikaanse radio te luisteren. In 1985 emigreerde hij naar de VS. Hij studeerde Amerikaanse literatuur en promoveerde aan Brandeis University. Momenteel doceert hij creative writing aan de Emory University in Atlanta. Ha Jin publiceerde twee dichtbundels, twee verhalenbundels en twee romans. Zijn werk werd bekroond met vele literaire prijzen.

Uit: Waiting

“The next summer Lin and Shuyu went to the divorce court again. The day before setting out for Wujia Town, he had talked with her, promising to take good care of her and their daughter after the divorce, so she had agreed to it. He told her that all he wanted was a home in the city.

They waited almost an hour in the courtroom before the judge appeared. He was a tall police officer who had just been promoted to the position; he was so corpulent that he had no neck. Having sat down on a scarlet leatherette chair, the judge licked his buck teeth, then peered at the couple with one eye open and the other shut, as though aiming a gun. His broad, greasy face reminded Lin of the day statue of a local god in the Divine Horse Shrine west of Goose Village. With his left hand picking a wart under his nostril and with his right forefinger pointing at Lin, the judge ordered, “Now, present your case.”

Lin began with a slight stammer: “Respectable Judge, I–I came here today to beg you to allow me to divorce my wife. We have been separated for six years, and there’s no love between us anymore. According to the Marriage Law, every citizen has the freedom to choose a wife or a hus-“

ha_jin202

Ha Jin (Jinzhou, 21 februari 1956)

 

De Duitse schrijver Ingomar von Kieseritzky werd geboren op 21 februari 1944 in Dresden. Hij stamt uit een Baltische adelijke familie. Voordat hij in 1971 zelfstandig schrijver werd was hij requisteur en boekhandelaar in o.a. Berlijn en Göttingen. Kieseritzky schrijft aan de ene kant experimenteel proza, maar heeft aan de andere kant ook meer dan honderd hoorspelen op zijn naam staan.

Uit: Da kann man nichts machen

 „Kurz hinter der Station Pardubice fand der Schaffner des Vindobona, Vicovic, in der Toilette des leeren Wagens 265 einen mittelgroßen Herrn, der, tot, mit herabgelassenen Hosen extrem bequem zurückgelehnt, auf dem rauchfarbenen Klosettdeckel saß. Er sah so friedlich aus wie ein schlafender Säugling und zeigte ungerührt seine beiden häßlichen, keulenartigen Knie. Vicovic bewaffnete seine Augen mit einer Sonnenbrille; sofort wurde die enge Kabine schön, der Spiegel erstrahlte in einem rostigen Gold.
Gottlob hatte sich dieser stille Passagier keiner letzten Lockerung überlassen; da kannte Vicovic ganz andere Fälle – unreinliche Selbstmorde, Herzinfarkte mit Entleerung, aber auch triviale Alkoholiker, die sich ungeniert erleichtert hatten. Dieser Herr roch nicht schlecht, ja, er war von begrüßenswerter Geruchlosigkeit, was eine Bearbeitung dieses Falls auf engstem Raum zu einem Kinderspiel machte.
Personalien sind immer interessant; der stille Herr hieß (so sagte der Paß in der Brieftasche)
Randolf v. K. und war (nach der Fahrkarte 2. Klasse zu schließen) auf dem Weg von Berlin nach Wien. Der Mann sah leidend aus, als habe er eine langwierige Kur überstanden. Sein Kopf mit dünnen Haaren ruhte auf dem Spülkasten und folgte getreulich jedem Schwanken des Zuges. Sein Mund war leicht geöffnet. Er noch nach einem süßen Tonicum, das Vicovic an Orangenlikör erinnerte; vielleicht eine Medizin, die wohlschmeckend war.“

 

Kieseritzky

Ingomar von Kieseritzky (Dresden, 21 februari 1944)

 

 

De Japanse dichteres Ishigaki Rin werd geboren op 21 februari 1920 in Tokio. Zij werkte tot aan haar pensioen bij een bank en bvleef ongetrouwd. Als lid van een literaire kring van haar bank begon zij met het schrijven van gedichten. In 1959 verscheen haar eerste bundel. Voor haar tweede bundel, die in 1968 verscheen kreeg zij de prijs voor de beste dichtbundel van het jaar.

 
 

Nameplates

 

When you live in a place

you’d best provide the nameplate yourself.

 

When you abide in a space

the nameplate another affixes

never works out.

 

I went to the hospital and

they added “Ms” to the card on the sickroom door

“Ms Ishigaki Rin”

 

At a hotel

they put no name on the room

but when I get in the cremation oven

and they slam the door, the tag they hang will say

“Ishigaki Rin, Esquire.”

And much they’ll care what I think then.

 

“Ms” or “Esquire”

neither fits.

 

When you live somewhere

you’d best hang out the nameplate yourself.

 

And to the space where your spirit dwells

a nameplate must never be affixed

by any other hand.

Ishigaki Rin: that will do.

 

Ishigaki

Ishigaki Rin (21 februari 1920 – 26 december 2004)

 

De Spaanse dichter en schrijver José Zorrilla y Moral werd geboren op 21 februari 1817 in Valladolid. Toen hij 22 was trouwde hij met een Ierse weduwe die al een zoon had. Een gemeenschappelijk kind stierf al vroeg. Voor haar jaloezie vluchtte Zorrilla twee maal naar Frankrijk waar hij in contact kwam met Alexandre Dumas, Théophile Gautier, Alfred de Musset, George Sand en Victor Hugo. Later ging hij naar Mexico waar hij van 1854 tot 1866 leefde onder de protectie van keizer Maximiliaan die hem tot theaterdirecteur benoemde. Zijn bekendste stuk is Don Juan Tenorio dat in Spanje nog steeds tijdens Allerzielen wordt opgevoerd.

 

Uit: Don Juan Tenorio

The Inn of Cristófano Buttarelli. A door at the back leads out to the street: tables, jugs and other utensils appropriate for such a place.

 

SCENE I

 

(Don Juan, masked, seated at a table, writing. Buttarelli and Ciutti, to one side, waiting. As the curtain rises, in the background one can see through the door at the back people wearing masks, students, people with torches, musicians, etc.)

           

DON JUAN: How they shout those devils!

Let me be damned by forked lightning

if when this letter I’m writing

is done, I don’t end their revels!

(He continues writing.)

BUTTARELLI: (To Ciutti) A good Carnival.

CIUTTI: (To Buttarelli) A good harvest

for re-filling the coffers.

BUTTARELLI: Hey! No fun and plenty of bother

running around in Seville’s dust.

And you don’t catch such good fish here,

since these inns don’t find favour

with gentlemen who are wealthy:

or even, at times, the masses.

CIUTTI:  But today…

BUTTARELLI:  Is not in the reckoning.

Good work’s already been done.

CIUTTI:  Shhh! Talk a little less loud then,

or my master will soon be beckoning.

BUTTARELLI:  So you’re his servant?

CIUTTI:  For a year.

BUTTARELLI:  And how’s it been?

CIUTTI:  No abbot to equal me’s been seen,

I’ve all I ever could want.

Good women and good wine,

free time, and a full pocket,

BUTTARELLI:  My God, what a racket!

 

zorrilla

José Zorrilla y Moral (21 februari 1817 – 23 januari 1893)

 

De Nederlandse schrijver Justus van Effen werd geboren in Utrecht op 21 februari 1684. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

 

Uit: Zelfkennis en critiek

 

„En wat de schare onzer Poëten of Rijmkunstenaars betreft, hun omzichtig zwoegen had althans dit goede gevolg, dat de rhythmische toonval voor goed dien stempel van keurigheid en vloeiendheid kreeg, dien hij niet meer kon verliezen, en waardoor een passend kleed vaardig werd, waarin de dichterlijke gedachte zich kon hullen, zoo zij later weer eens bij ons ontkiemde.

Zoo de geestelooze rijmelarij geen diepen en vooral geen blijvenden indruk kon maken, toch heeft de kunstarmoede, die men voor hooge kunstontwikkeling aanzag, geruimen tijd op onzen smaak en onze letterkundige critiek den nadeeligsten invloed geoefend. Dat was de treurige nasleep van die camaraderie, die ‘cabale’, welke alles ophemelde en voor alles een lofgalm of een ‘wierookdampje’ overhad.“

 

VanEffen

Justus van Effen (21 februari 1684 – 18 september 1735)
Justus van Effen, gravure door J.C.G. Fritzsch, 1735

Herman de Coninck, Hans Andreus, W. H. Auden, Raymond Queneau, Anaïs Nin, Rosalía de Castro, Justus van Effen

De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

Nog een geluk dat

Zoals met de gek uit het grapje
die zich voortdurend met een hamer
op het hoofd sloeg, en naar de reden gevraagd, zei:
“Omdat het zo prettig is, als ik ermee ophou”-
zo is het een beetje met mij. Ik ben ermee opgehouden
je te verliezen. Ik ben je kwijt.

Misschien is dat geluk: een geluk bij een ongeluk.
Misschien is geluk: Nog een geluk dat.
Dat ik aan jou kan terugdenken, bv.,
in plaats van aan een ander.

 

 

Sneeuwstorm

 

In mijn streek zegt men ‘ver’ in de zin van
‘bijna’. Het is al ‘ver’ winter.
En zo ver is het inderdaad. Sneeuw is eeuwig leven
op een wit blad zonder letters geschreven,

niets is nog hier, alles is ginder.
Zoals dat boerderijtje, tien vadem
onder de sneeuw. Sneeuw doet het landschap
wat longen doen bij het inhouden van adem,

wat ik doe door niet te zeggen
hoe ik me tastend op alle plaatsen
en duizend keer per minuut en amechtig

en toch zoekend en bijna plechtig,
en lief en definitief, op jou wil neerleggen
als sneeuw, van de eerste vlok tot de laatste.

 

 

Vingerafdrukken op het venster

Ik denk dat poëzie iets is als vingerafdrukken
op het venster, waarachter een kind dat niet kan slapen
te wachten staat op de dag. Uit aarde komt nevel,

uit verdriet een soort ach. Wolken
zorgen voor vijfentwintig soorten licht.
Eigenlijk houden ze het tegen. Tegenlicht.

Het is nog te vroeg om nu te zijn. Maar de rivieren
vertrekken alvast. Ze hebben het geruis
uit de zilverfabriek van de zee gehoord.

Dochter naast me voor het raam. Van haar houden
is de gemakkelijkste manier om dit alles te onthouden.
Vogels vinden in de smidse van hun geluid

 

coninck

Herman de Coninck  (21 februari 1944 – 22 mei 1997)

 

De Nederlandse dichter en prozaschrijver Hans Andreus werd geboren in Amsterdam op 21 februari 1926. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

Liggen in de zon

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato

de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht

ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo

ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.

 

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen

lig zacht te zingen antwoord op het licht

lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen

te zingen van het licht dat om en op mij ligt.

 

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder

te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil

ik weet alleen het licht van wonder boven wonder

ik weet alleen maar alles  wat ik weten wil.

 

 

 

Liedje

Alle roekoemeisjes
van vanavond
alle toedoemeisjes
van vannacht
wat zeggen we daar nu wel van?

 

Niets.
We laten ze maar zitten
maar zitten maar liggen maar slapen
maar dromen van jaja.

 

 

Laatste gedicht

 

Dit wordt het laatste gedicht wat ik schrijf,

nu het met mijn leven bijna is gedaan,

de scheppingsdrift me ook wat is vergaan

met letterlijk de kanker in mijn lijf,

 

en, Heer (ik spreek je toch maar weer zo aan,

ofschoon ik me nauwelijks daar iets bij voorstel,

maar ik praat liever tegen iemand aan

dan in de ruimte en zo is dit wel

 

de makkelijkste manier om wat te zeggen),-

hoe moet het nu, waar blijf ik met dat licht

van mij, van jou, wanneer het vallen, weg in

 

het onverhoeds onnoemelijke begint ?

Of is het dat jij me er een onverdicht

woord dat niet uitgesproken hoeft voor vindt ? 

 

andreus

Hans Andreus (21 februari 1926 – 9 juni 1977)

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Wystan Hugh Auden werd geboren in York op 21 februari 1907. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007. 

‘Op het feestje’

Het kletsen kent geen ritme, rijm of maat;
en toch hoort niemand proza in zijn praat.
De grondtoon onder al wat wordt ontvouwd
Zeurt monotoon dat men geen mens vertrouwt.
De namen van wie in de mode zijn
Blijken, ontcijferd, boodschappen van pijn.
Ik ben geen open boek waar je in kijkt.
Ik ben meer mij dan jij op iemand lijkt.
Is er geen hond die luistert naar mijn lied?
Ik ben wel bij je, maar daar blijf ik niet.
Een
schril en angstig huilen om gehoor
Snijdt door het volle penthouse, maar in koor
Praat iedereen slechts in zijn eigen oor.

 

 

Zet stil die klokken

Zet stil die klokken. Telefoon eruit.
Verbied de honden hun banaal geluid.
Sluit de piano’s, roep met stille trom
de laatste tocht van deze dode om.

Laat een klein vliegtuig boven ’t avondrood
de witte boodschap krassen: Hij is Dood.
Doe crêpepapier om elke duivenkraag
en hul de landmacht in het zwart, vandaag.

Hij was mijn Noord, mijn Zuid, mijn West en Oost,
hij was al mijn verdriet en al mijn troost,
mijn nacht, mijn middag, mijn gesprek, mijn lied,
voor altijd, dacht ik. Maar zo was het niet.

Laat in de sterren kortsluiting ontstaan,
maak ook de zon onklaar. Begraaf de maan.
Giet leeg die oceaan en kap het woud:
niets deugt meer, nu hij niet meer van mij houdt.

 

Vertaling door Willem Wilmink

 

auden

Wystan Hugh Auden (21 februari 1907 – 29 september 1973)

 

De Franse schrijver Raymond Queneau werd geboren op 21 februari 1903 in Le Havre. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

Uit: L’instand fatal

 

Si tu t’imagines
si tu t’imagines
fillette fillette
si tu t’imagines
xa va xa va xa
va durer toujours
la saison des za
la saison des za
saison des amours
ce que tu te goures
fillette fillette
ce que tu te goures

Si tu crois petite
si tu crois ah ah
que ton teint de rose
ta taille de guêpe
tes mignons biceps
tes ongles d’émail
ta cuisse de nymphe
et ton pied léger
si tu crois petite
xa va xa va xa va
va durer toujours
ce que tu te goures
fillette fillette
ce que tu te goures

les beaux jours s’en vont
les beaux jours de fête
soleils et planètes
tournent tous en rond
mais toi ma petite
tu marches tout droit
vers sque tu vois pas
très sournois s’approchent
la ride véloce
la pesante graisse
le menton triplé
le muscle avachi
allons cueille cueille
les roses les roses
roses de la vie
et que leurs pétales
soient la mer étale
de tous les bonheurs
allons cueille cueille
si tu le fais pas
ce que tu te goures
fillette fillette
ce que tu te goures

 

Queneau

Raymond Queneau (21 februari 1903 – 25 oktober 1976)

 

De Franse schrijfster Anaïs Nin werd geboren op 21 februari 1903 in Neuilly. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

Uit: The Diaries

 

December 31 1919 *New Years Eve*

What a quiet way to await the beginning of another year! There must be many other things to think about that are more important than the passage of time, since so many other things stir our enthusiasm and drive us to act. That proves that Time doesn’t rule through the power of the Inevitable, and that the Inevitable isn’t Life.
There are the bells, the whistles. Happy New Year! Happy New Year!
JANUARY 16 1920
I am almost at the end of another notebook. But oh! how few adventures I will have written if nothing else happens before the last page! To be sure Maman is definately leaving for Cuba, but that is rather sad, and I always feel gloomy when she is going away.

Also, if I write so much everyday, I will not be able to tell you in here about my 17th birthday! I ought to shorten my chats, but I was born with a terribly long pen instead of a long tongue, and the dozens of letters I write seem like a drop in the water–I always want to write more!

If only you had a tongue, my little diary! You know that there was a sculptor who created a statue that came to life, and people made a snow-child that also came to life! From one moment to the next, I expect a little movement, a smile. I created you. Oh, become somebody!”

 

nin

Anaïs Nin (21 februari 1903 – 14 januari 1977)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 21 februari 2007.

De Spaanse dichteres Rosalía de Castro werd geboren op 21 februari 1837 in  Santiago de Compostela.

De Nederlandse schrijver Justus van Effen werd geboren in Utrecht op 21 februari 1684.

 

Herman de Coninck, Hans Andreus, W.S. Auden, Rosalía de Castro, Raymond Queneau, Anaïs Nin, Justus van Effen

De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zijn ouders hadden er een katholieke boekhandel, wat hem (en zijn zus) in staat stelde al op jonge leeftijd van de wereldliteratuur te snoepen. Hij doorliep de humaniora aan het Sint-Romboutscollege in zijn geboortestad en schreef toen al voor het schoolkrantje. Hij was al op zijn 15de vastberaden om schrijver te worden. Hij studeerde daarom Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit Leuven waar hij meewerkte aan het studentenblad Universitas. In 1966 werd hij licentiaat in de Letteren. Hij woonde daarna 5 jaar in Heverlee. Uiteindelijk vestigde hij zich in de wijk Zurenborg te Berchem bij Antwerpen. Van 1966 tot 1970 was Herman de Coninck actief als leraar, deze periode werd echter onderbroken door zijn legerdienst in 1967. In 1970 nog werd hij redacteur bij het Vlaamse weekblad Humo, waar hij tevens, samen met Piet Piryns, interviews maakte.

Februari

De berken staan grauwwit
als dunne aspergeachtige damesbenen
voor het eerst zonder nylons.
Het kreupelhout schuurt knisperig
als een huig-r langs onze kleren;
het kreupelhout waaraan als nevel
de sluiers van door en door luchtig geklede
voor te lompe liefde voortvluchtige,
altijd een beetje te licht lachende minnaressen
zijn blijven hangen.

Het is niet meteen duidelijk of we mekaar
zo stevig vastpakken uit kou of uit liefde
maar misschien is dat hetzelfde.
Want koud is het hier
als in een soort kathedraal, het soort,
diepvriesreligie dat 2000 jaar lang Christus
koel heeft bewaard. En de zon schijnt
als het lichtje in een koelkast.

En de mist ’s avonds lijkt op het soort vaagheid
dat ontstaat in het hoofd van een seniele god
die niets meer, laat staan een landschap,
kan onthouden. Kijk maar waar ie nou weer
Leuven anno 1975 heeft verloren gelegd.

 

Ter ere van de goedertieren maan
(Vrij, respectievelijk zeer vrij, naar Edna St. Vincent Millay)

8

Nee, liefde is niet blind. Ik zie ook met één oog
je lelijkheid en andermans verfijnde charme.
Ik ken zelfs alle sproeten op je armen
en hoe je ogen veel te ver uiteenstaan, en je wenkbrauwen te hoog

om mooi te zijn. Nee, liefde is niet doof,
ik hoor ook met één oor je domme conversatie
en voel met handen, huid en haar je povere bibberatie
die grote passie moet verbeelden, hier in mijn alkoof.

En toch hou ik van jou veel meer dan omgekeerd.
En dat dit liefde zijn zou, heb ik nooit beweerd.
Dit is veeleer een soort eenrichtingsverkeer

waarin steeds ik het wijf ben, jij de heer.
En dat de wereld daarmee lacht, kan mij niet raken.
En als ik al te lijden heb, zijn dat mijn eigen zaken.

coninck
Herman de Coninck  (21 februari 1944 – 22 mei 1997)

 

De Nederlandse dichter en prozaschrijver Hans Andreus (Ps. van Johan Wilhelm van der Zant)werd geboren in Amsterdam op 21 februari 1926. Na hbs en toneelschool enkele maanden werkzaam als corrector. In 1950 vertrok hij voor vijf jaar naar het buitenland: Parijs, Rome en een reis door Italië. Teruggekeerd verkoos hij de vrijheid van het schrijverschap – dat voor hem als elk ander vak een métier betekende – boven een vast beroep. Zijn werk is zeer gevarieerd: gedichten, hoorspelen, televisie- en reclameteksten, chansons, romans, een novelle en tal van kinderboeken.

De verste grenzen en onbegrensd hierin een mens,
dat is mijn basiliek.
Ik snijd de profielen der doden;
ik verstoor het evenwicht en ik herstel het;
ik weet dat degeen die een pijl is van mildheid,
doel treft. In grove trekken
is dit mijn erfenis. Ik schuw de secte
en zie de anderen. Uit noodzaak

onderzoek ik het heelal.

Maar moeilijker dan dit te verstaan
is te verstaan de stem die men altijd opnieuw moet kiezen.
En moeilijker dan leven
is niet af te wijken van die stem
en het geduld te leren.

 

VOOR EEN DAG VAN MORGEN

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man alleen maar een vrouw,
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

Andreus

Hans Andreus (21 februari 1926 – 9 juni 1977)

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Wystan Hugh Auden werd geboren in York op 21 februari 1907. Auden groeide op in Birmingham en studeerde aan Gresham’s School en de Universiteit van Oxford, waar hij tweemaal redacteur was van de bloemlezingen onder de titel Oxford Poetry en zich ontwikkelde tot een van de linksgeoriënteerde dichters van die tijd. Zijn eerste bundel, Poems (1928), werd gedrukt door zijn vriend en collega-dichter Stephen Spender. Na zijn jaren in Oxford woonde hij een jaar in Berlijn, waar hij in de tijd van de Weimar Republiek meer ruimte vond voor het tonen van zijn homoseksualiteit. Na zijn terugkeer naar Engeland gaf hij les aan twee jongensscholen (1930-1935). Hij vestigde zijn naam als scherp, geestig en maatschappijkritisch dichter met The Orators (1932) en groeide verder in die rol tijdens zijn werk als leraar. In 1935 trouwde Auden onverwacht met Erika Mann, de dochter van de Duitse schrijver Thomas Mann. Dit huwelijk was bedoeld om Erika van een Engels paspoort te voorzien. Het echtpaar woonde niet samen, maar bleef wel levenslang bevriend en ze zijn nooit gescheiden. In 1939 emigreerde Auden samen met zijn vriend Christopher Isherwood naar de Verenigde Staten. In 1945 werd hij Amerikaans staatsburger. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verschoof Audens belangstelling van het marxisme naar het protestantisme, zoals met name duidelijk wordt in zijn New Year Letter (1941). Dit had grote invloed op zijn werk. Voor The Age of Anxiety (1947) ontving hij de Pulitzerprijs. Van 1956 tot 1961 was Auden professor in de poëzie in Oxford. Voor deze baan was zijn aanwezigheid in Oxford slechts voor een korte periode per jaar nodig. In zijn laatste levensjaar verhuisde hij terug naar Oxford. Hij stierf in Wenen in 1973 en is ook begraven in Oostenrijk.

 

As I Walked Out One Evening

 

As I walked out one evening,

  Walking down Bristol Street,

The crowds upon the pavement

  Were fields of harvest wheat.

 

And down by the brimming river

  I heard a lover sing

Under an arch of the railway:

  “Love has no ending.

 

“I’ll love you, dear, I’ll love you

  Till China and Africa meet,

And the river jumps over the mountain

  And the salmon sing in the street,

 

“I’ll love you till the ocean

  Is folded and hung up to dry

And the seven stars go squawking

  Like geese about the sky.

 

“The years shall run like rabbits,

  For in my arms I hold

The Flower of the Ages,

  And the first love of the world.”

 

But all the clocks in the city

  Began to whirr and chime:

“O let not Time deceive you,

  You cannot conquer Time.

 

“In the burrows of the Nightmare

  Where Justice naked is,

Time watches from the shadow

  And coughs when you would kiss.

 

“In headaches and in worry

  Vaguely life leaks away,

And Time will have his fancy

  To-morrow or to-day.

 

“Into many a green valley

  Drifts the appalling snow;

Time breaks the threaded dances

  And the diver’s brilliant bow.

 

“O plunge your hands in water,

  Plunge them in up to the wrist;

Stare, stare in the basin

  And wonder what you’ve missed.

 

“The glacier knocks in the cupboard,

  The desert sighs in the bed,

And the crack in the tea-cup opens

  A lane to the land of the dead.

 

“Where the beggars raffle the banknotes

  And the Giant is enchanting to Jack,

And the Lily-white Boy is a Roarer,

  And Jill goes down on her back.

 

“O look, look in the mirror?

  O look in your distress:

Life remains a blessing

  Although you cannot bless.

 

“O stand, stand at the window

  As the tears scald and start;

You shall love your crooked neighbour

  With your crooked heart.”

 

It was late, late in the evening,

  The lovers they were gone;

The clocks had ceased their chiming,

  And the deep river ran on.

 

auden2

Wystan Hugh Auden (21 februari 1907 – 29 september 1973)

 

De Spaanse dichteres Rosalía de Castro werd geboren op 21 februari 1837 in  Santiago de Compostela. Zij woonde afwisselend in Madris en Simancas. Castro had een wankele gezondheid. Zij was zeer huiselijk en wijdde zich vol overgave aan haar kinderen en haar man. Vanuit zichzelf streefde zij niet naar bekendheid of roem. Haar man overtuigde haar ervan haar gedichten te publiceren. Zij debuteerde met de bundel La Flor. Haar laatste werk was  Follas novas uit 1880. De volgende twee gedichten komen uit de bundel ‘En las orillas del Sar’. De vertaling is van Elly de Vries.

 

Ik weet niet wat ik eeuwig zoek

op de aarde, in de lucht en in de hemel;

ik weet niet wat ik zoek, maar het is iets

wat ik verloor, ik weet niet wanneer, en wat ik niet vind,

ook al droom ik dat het onzichtbaar woont

in alles wat ik maar aanraak en zie.

Geluk, ik zal je niet weervinden

op de aarde, in de lucht en in de hemel,

hoewel ik weet dat je bestaat

en geen ijdele droom bent!

 

*

 

Asgrauw de wateren, de naakte

bomen en de asgrauwe bergen,

vaalgrijs de mist die ze versluiert en vaalgrijs

de wolken die langs de hemel drijven;

triest heerst op de aarde het grijs,

de kleur van de ouden.

Van tijd tot tijd weerklinkt het doffe

geruis van de regen, en de wind

die waait door het woud,

die fluit of klinkt als gekreun,

zo vreemd, zo diep, zo vol van smart,

dat het lijkt op een roep om de doden.

Gevolgd door de hofhond, die huivert van kou,

loopt de boer, gebukt

onder zijn juk, door het bergland;

het veld ligt verlaten,

en slechts in de zwarte plassen

van het weidse weiland strijkt

in het intense groen een witte meeuw

neer terwijl de raven krassen.

En vanuit mijn venster,

onder de geseling van de elementen,

luister ik verheugd en verzonken

naar dit valsgestemd concert,

eenstemmig met mijn ziel…

O winter, o mijn vriend!

Wees welkom, welkom, honderdvoudig!

Mijn sombere en strenge metgezel.

Ben je dan niet de gelukkig voorbode

van de milde maart en de vrolijke april?

O, mocht de trieste winter van mijn leven

net als jij van bloemen en van zefiers,

een voorbode van de prachtige,

eeuwige lente van mijn dromen zijn!…

 

DeCastro

Rosalía de Castro (21 februari 1837 – 15 juli 1885)

 

De Franse schrijver Raymond Queneau werd geboren op 21 februari 1903 in Le Havre. Hij begon zijn schrijverscarrière als surrealist, was met Georges Perec na de Tweede Wereldoorlog de drijvende kracht achter de ‘werkplaats van potentiële literatuur’ OuLiPo; hij zou zijn hele leven de vrijheid, de gecontroleerde waanzin en de (formele) vernieuwing in de literatuur praktiseren. Raymond Queneau publiceerde in 1937 de satirische sleutelroman Odile, over zijn breuk met de surrealisten-voorman André Breton, en werkte jarenlang aan een encyclopedie over literaire gekken waarvan gedeelten terechtkwamen in de autobiografische ‘roman in verzen’ Chène et chien en in de roman Les enfants du limon. In Nederland is hij vooral bekend dankzij Rudy Kousbroeks vertaling van Exercices de style (1947), waarin hij op 99 manieren een simpel verhaaltje over een dubbele ontmoeting vertelt; in de rest van de wereld berust zijn faam in de eerste plaats op Zazie dans le métro (1959), over een eigenwijs provinciemeisje dat met haar oom als toerist door Parijs zwerft en commentaar levert op de pretenties van de volwassen wereld.

 

Uit: Zazie dans le métro

 

« Doukipudonktan, se demanda Gabriel excédé. Pas possible, ils se nettoient jamais. Dans le journal, on dit qu’il y a pas onze pour cent des appartements à Paris qui ont des salles de bain, ça m’étonne pas, mais on peut se laver sans.

Tous ceux-là qui m’entourent, ils doivent pas faire de grands efforts. D’un autre côté, c’est tout de même pas un choix parmi les plus crasseux de Paris. Y a pas de raison. C’est le hasard qui les a réunis. On peut pas supposer que les gens qui  attendent à la gare d’Austerlitz sentent plus mauvais que ceux qu’attendent à la gare de Lyon. Non vraiment, y a pas de raison. Tout de même quelle odeur.

Gabriel extirpa de sa manche une pochette de soie couleur mauve et s’en tamponna le tarin.

“Qu’est-ce qui pue comme ça ?” dit une bonne femme à haute voix. Elle pensait pas à elle en disant ça, elle était pas égoïste, elle voulait parler du  parfum qui émanait de ce meussieu.

“Ça, ptite mère, répondit Gabriel qui avait de la vitesse dans la repartie, c’est  Barbouze, un parfum de chez Fior.

– Ça devrait pas être permis d’empester le monde comme ça, continua la rombière sûre de son bon droit.

– Si je comprends bien, ptite mère, tu crois que ton parfum naturel fait la pige à celui des rosiers. Eh bien, tu te trompes, ptite mère, tu te trompes.

– T’entends ça ?” dit la bonne femme à un ptit type à côté d’elle, probablement  celui qu’avait le droit de la grimper légalement. “T’entends comme il me manque de respect, ce gros cochon ?”

Le ptit type examina le gabarit de Gabriel et se dit c’est un malabar, mais les  malabars c’est toujours bon, ça profite jamais de leur force, ça serait lâche de leur part. Tout faraud, il cria :

“Tu pues, eh gorille.”

 

queneau1

Raymond Queneau (21 februari 1903 – 25 oktober 1976)

 

De Franse schrijfster Anaïs Nin werd geboren op 21 februari 1903 in Neuilly. Zij werd voornamelijk bekend om haar dagboeken die een periode van veertig jaar beslaan, beginnend op haar twaalfde. Nin verhuisde met haar moeder naar New York. Ze werkte onder andere als model. In 1923 trouwde ze met Hugh Parker Guiler en ze verhuisden naar Parijs waar ze als schrijfster onder andere werkte met D.H. Lawrence.

Nin was bevriend met veel bekende personen, zoals Henry Miller, Gore Vidal en Lawrence Durrell. De stukken in haar dagboek ‘The Journal of Love’ uit 1931-1932 over haar gepassioneerde affaire en vriendschap met de Amerikaanse schrijver Henry Miller en diens vrouw werden in 1990 door Philip Kaufman verfilmd onder de titel Henry & June.

Nin was een van de meer bekende literaire schrijvers van Erotica. Zij schreef een groot aantal erotische werken, waarvan The Delta of Venus het bekendst is.

 

Uit: Little Birds

 

“Manuel and his wife were poor, and when they first looked for an apartment in Paris, they found only two dark rooms below the street level, giving on to a small stifling courtyard. Manuel was sad. He was an artist, and there was no light in which he could work. His wife did not care. She would go off each day to do her trapeze act for the circus.

In that dark under-the-earth place, his whole life assumed the character of an imprisonment. The concierges were extremely old, and the tenants who lived in the house seemed to have agreed to make it an old people’s home.

So Manuel wandered through the streets until he came to a sign: For Rent. He was led to two attic rooms that looked like a hovel, but one of the rooms led to a terrace, and as Manuel stepped out onto this terrace he was greeted with the shouts of schoolgirls on recess. There was school across the way, and the girls were playing in the yard under the terrace.

Manuel watched them for a few moments, his face glowing and expanding in a smile. He was taken with a slight trembling like that of a man anticipating great pleasures. He wanted to move into the apartment immediately, but when evening came and he persuaded Therese to come and inspect it, she saw nothing but two inhabitable rooms, dirty and neglected. Manuel repeated, “But there is light, there is light for painting, and there is a terrace.” Therese shrugged her shoulders and said, “I wouldn’t live here.”

 

Anais2

Anaïs Nin (21 februari 1903 – 14 januari 1977)

 

De Nederlandse schrijver Justus van Effen werd geboren in Utrecht op 21 februari 1684. Samen met Willem Jacob ’s Gravesande en Prosper Marchand richtte hij in 1713 het tijdschrift Journal littéraire de la Haye op. Hij was meerdere malen huisleraar en in 1715 maakte hij deel uit van een gezantschap naar London om de kroning van George I van Engeland bij te wonen. Daar maakte hij kennis met de Engelse auteurs. Hij vertaalde Jonathan Swift en Daniel Defoe naar het Nederlands. Omstreeks 1720 reisde hij naar Zweden. In 1727 promoveerde Van Effen in de Rechten. Van Effen was in 1731 de oprichter van het weekblad Hollandsche Spectator, dit in navolging van het Engelse blad The Spectator. Hierin schreef hij aanschouwelijke en moraliserende schetsen over de meest uiteenlopende onderwerpen van het Hollandse leven van zijn tijd.

 

Uit: De Hollandsche Spectator

 

“Onder de menschen die hun werk schynen te maken, van zich een eeuwige gelukzaligheid te bezorgen, vind ik driederley slag. Zommige zyn fyn, en niet godvrugtig; andere fyn, en godvrugtig teffens; andere wederom godvrugtig, en niet fyn. Hoewel het woord fyn, hier ter plaatze niet zeer dubbelzinnig is, vind ik egter raadzaam omstandiglyk de betekenis welke ik aan het zelve hegte, uit te leggen. De Fynigheid openbaard zich, met de zelfde natuur, dog, onder verscheidene gedaantens in alle bekende Religien, zo wel de Heidensche, en Mahometaansche, als in alle de takken des Christelyke Godsdienst. Wat onze Gereformeerde aangaat ik verstaa door een fyn perzoon iemand, die zich van de gemeene hoop zyner medeburgeren afzonderd, onder voorgeven van zich van alles, dat niet direct tot uitwerking zyner zaligheid diend, volmaakt te ontledigen.”

 

effen

Justus van Effen (21 februari 1684 – 18 september 1735)