Cri Stellweg

De Nederlandse schrijfster en columniste Margaretha Hendrika (Cri) Stellweg (alias Saartje Burgerhart) werd geboren in Nijmegen op 23 maart 1922. Zie ook mijn blog van 27 november 2006.

 

Uit: Ontbijten in je eentje

„Het eensgezinde bundeltje handen vlak voor haar ogen op het kussen. Het is het eerste beeld in de eerste bewust beleefde seconden na het ontwaken. Alsof die twee elkaar toevallig hebben ontmoet. De linker ligt als een klein dier in de kom van de rechter, de duimen kruisen elkaar. Een paar handen die elkaars gezelschap hebben gezocht en gevonden, ongezien, ongeweten, in het donker van het nachtelijk bed.
Ook ligt haar lichaam vaak in een krul alsof het zich gevoegd heeft naar dat van een ander. Voor wat? Warmte? Troost? Nabijheid? Zij verbaast zich erover. Ik sliep, wist van niks, maar mijn lichaam wilde en deed het. Zonder mij mezelf de hand geven, in een krul om een ander lichaam gaan liggen dat er niet is. Raar. Gewenning, denkt ze, zegt ze, tegen het met grijs ochtendlicht gevulde dakraam. Een halve eeuw een gedeeld bed gekend, wat wil je.
Nu ze de handen heeft losgeknoopt, de benen rechtuit heeft gelegd en de rug gekanteld, kijkt ze rond, komt eruit, doet de paar stappen naar het elektrische kookplaatje, zet de fraaie wit geëmailleerde ketel met het vergulde deksel en fluitje (dat allang niet meer fluit) erop en wacht in bed tot de pluim stoom uit de ketel ontsnapt. Het dekseltje begint te klepperen. Dit is een mooi moment van de dag, vooral als het regent, de regen op het dakraam. Of waait, de wind rond het pannendak. De kop warme geurige thee vlakbij het gezicht. Geborgenheid is dat, veiligheid, denkt ze. Zegt ze. Soms. Tegen zichzelf.“

 

Cri Stellweg (23 maart 1922 – 26 november 2006)

Gary Whitehead, Yōko Tawada, Mitch Cullin, Steven Saylor, Nils-Aslak Valkeapää

De Amerikaanse dichter Gary Joseph Whitehead werd geboren op 23 maart 1965 in Pawtucket, Rhode Island. Zie alle tags voor Gary Whitehead op dit blog.

The Compass of Small Tongues

At the feast of dragonflies the sunlight, invited first,
bursts out of a grin the pond water makes when water-
snakes come up for air. They could be turtles surfacing,

their little yellow eyes breaking out of black skin
like seeds. But they are snakes, two of them, and they ride
side by side, sister ships, into the one dimension—

shimmering, yes, as though afraid—the two of us paint
on the still pond. Mystery and wonder, they break us
into light and ripples; into damsel and widow skimmer;

into dust falling on water; into mayflies who,
living just a day, learn nothing of love or what it means
to live as a winged thing, or to consume food

in the open air. And the pond grins wider—the maker—
till the parts of ourselves we thought we knew turn to grass
on the other side. But we have known each other

longer, and will survive this summer as we have
all these seasons, these days, these snakes that break us.
Let the mayflies lift off by the thousands, hatching

dreams of being. Let the damselfly be a dragon
in the fantasy that this pond won’t drain when weeks
go by without rain. Only in the drought of us

do we know where the snakes go when they dive deep.
We see the dried mud, the boredom of weeds; we smell
the stench of dead nymphs. But who can say where snakes go

when water is high and they plunge, as they do now,
again, because we are here together, or why, when
the surface stills and the dragonflies forget their wings

for a moment, we take shape long enough to see ourselves
in the water, mysterious and wondrous, before we sink
into the particular creatures we are, and move on?

Gary Whitehead (Pawtucket, 23 maart 1965)

Lees verder “Gary Whitehead, Yōko Tawada, Mitch Cullin, Steven Saylor, Nils-Aslak Valkeapää”

Federica de Cesco, Roger Martin du Gard, Hamvas Béla, Daniel Biga, Ceija Stojka

De Zwitserse schrijfster Federica de Cesco werd geboren op 23 maart 1938 in Pordenone, Zie alle tags voor Federica de Cesco op dit blog.

 

Uit: Die goldene Kriegerin

„Je nach Licht und Jahreszeit verändern sich die Wälder. Unsere Dichter haben schöne Worte für den Frühlingsabend, für den blanken Sommermond, für das rote Herbstlaub oder die Schneeflocken im Wind. Ich war eine schlechte Dichterin und noch immer macht mich der Anblick schöner Dinge sprachlos.
Verglichen mit meinen Geschwistern war ich eigentlich die Dümmste. Und weil ich nicht wollte, dass sie über mich lachten, unterdrückte ich rücksichtslos jeden Impuls, meine Gefühle zu zeigen, und sei es auch nur in der Dichtkunst. Unsere Lehrer verglichen mich kopfschüttelnd mit meiner Schwester Yamabuki, die Unvergessliche. Ich nahm den Tadel demütig hin, bewunderte stillschweigend Yamabukis mühelose Gabe, Gedichte zu verfassen. Man musste sie selbst gehört haben, um den Eindruck zu verstehen, den sie auf uns machte. Obschon meine Schwester weder Gegenwart noch Zukunft kennt, ist ihre Schönheit immer noch lebendig.
Auch ich gehöre ja der Vergangenheit an. Die Bauern, die in den Bergwäldern leben, erkennen mich nicht, wenn ich ihnen helfe, Reisig zu sammeln. Sie staunen, wenn ich – eine alte Frau – schwer beladen mit ihnen wandere und sie bis in ihre Dörfer begleite, wo ich ihr einfaches Mahl teile. Ich pflege ihre Tiere, wenn sie krank oder verletzt sind, helfe den Stuten, wenn sie ihre Fohlen zur Welt bringen. Manchmal setze ich mich zu den Frauen, die ihren Webstuhl ans Fenster rücken und das Schiffchen werfen: Meine Hände sind stark und flink und draußen singt die Nachtigall zum Klang der surrenden Räder und dem Stampfen. Ich bringe den Männern bei, sich ihre Schwerter zu schmieden. Die Männer hämmern das Eisen, wie ich es ihnen sage, und das Werk gelingt. Ich lehre sie auch, mit ihren Waffen umzugehen, damit sie Räuber und Plünderer verjagen können, denn wir leben in unruhigen Zeiten.“

 

Federica de Cesco (Pordenone, 23 maart 1938)

Lees verder “Federica de Cesco, Roger Martin du Gard, Hamvas Béla, Daniel Biga, Ceija Stojka”

Madison Cawein

De Amerikaanse dichter Madison Julius Cawein werd geboren in Louisville, Kentucky, op 23 maart 1865, als het vijfde kind van William en Christiana (Stelsly) Cawein. Zijn vader produceerde gepatenteerde medicijnen, gemaakt van kruiden. Cawein ontwikkelde een liefde voor de lokale natuur als kind. Na zijn afstuderen van de middelbare school, werkte Cawein in een biljartcentrum in Louisville en als kassier in in Waddill’s New-market, die ook dienst deed als het goklokaal. Hij werkte er zes jaar, spaarde zijn loon op, om zich daarna helemaal op het schrijven te kunnen richten. Zijn productie bestond uit zesendertig boeken en 1.500 gedichten. Hij verwierf al snel de bijnaam de “Keats van Kentucky“. Hij was zo populair dat hij in 1900 aan de Louisville Courier-Journal kon vertellen dat zijn inkomsten uit poëzie in tijdschriften ongeveer $ 100 per maand bedroeg. In 1912 Cawein werd gedwongen om zijn oude huis in Louisville, St James Court, evenals een deel van zijn bibliotheek te verkopen, dit na het verliezen van geld in de 1912 beurscrash. In 1913, een jaar voor zijn dood, publiceerde Cawein een gedicht genaamd “Waste Land” in een Chicago magazine waarvoor Ezra Pound werkte als redacteur. Geleerden hebben vastgesteld dat dit gedicht een inspiratie vormde voor het gedicht The Waste Land van TS Eliot‘s, dat gepubliceerd werd in 1922 en wordt beschouwd als de geboorte van het modernisme in de poëzie. Op het verband tussen zijn werk en Eliot werd gewezen door de Canadese academicus Robert Ian Scott in The Times Literary Supplement in 1995. Ondanks een internationale faam tijdens zijn leven raakte hij, mede doordat hij zich niet vernieuwde, langzaam in de vergetelheid.

The “Kentucky”

(Battleship, launched March 24, 1898.)

 

I

Here’s to her who bears the name

Of our State;

May the glory of her fame

Be as great!

In the battle’s dread eclipse,

When she opens iron lips,

When our ships confront the ships

Of the foe,

May each word of steel she utters carry woe!

Here’s to her!

 

II

Here’s to her, who, like a knight

Mailed of old,

From far sea to sea the Right

Shall uphold.

May she always deal defeat,–

When contending navies meet,

And the battle’s screaming sleet

Blinds and stuns,–

With the red, terrific thunder of her guns.

Here’s to her!

 

III

Here’s to her who bears the name

Of our State;

May the glory of her fame

Be as great!

Like a beacon, like a star,

May she lead our squadrons far,–

When the hurricane of war

Shakes the world,–

With her pennant in the vanward broad unfurled.

Here’s to her!

 

Madison Cawein(23 maart 1865 – 8 december 1914)