Mario Petrucci, Jean-Philippe Toussaint

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook alle tags voor Mario Petrucci op dit blog.

 

THE CONFESSION OF BORISLAV HERAK

(Herak was tried in 1992 for war crimes committed against Moslems in and around Sarajevo. The Sonja Cafe was an improvised prison for Moslem women, frequented by Herak.)

When I joined the nationalist volunteers

they gave me a woman, a television and video.
At the Sonja Cafe, Miro took me to the women.
Emina, Sabina, Amela, Fatima – we had them all.
There were always more arriving. It was easy.

You just picked up a key and went to a room.
I remember Fatima. A nice woman –
about thirty years old. We gave her tea.
Me and Miro took her in the car. Later
we stopped by a small bridge and I told her

to get out. She walked about three steps
from us, with her back to me – she did not turn –
and I shot her. I went to her just to be sure.
In the torchlight, something pink slid
from just above her neck. She did not move.

*

I helped to carry the thirty men
from Donja Bioca, the holes in their chests
rimmed with purple. We swung them, arms and legs,
into the incinerator. Even within the flames
some of them moved. One even turned

his head, looked at me.
I remember most the little girl in red
at Ahatovici. Her brothers and sisters, aunts
and friends, all shuffled backwards, made
little cries, before we fired.

*

One day, Sreten took me to the compound.
He showed me how to wrestle pigs to the ground
hold their heads back by their ears
and slit their throats. It was easy.

Sreten is sixty-five. Next day we tried it again
on three prisoners. It was just a short cut –
and they were dead. They did not squeal.
They just gurgled through the black slots

above the small of their chests. Here.
They did not squeal, like pigs.
Except Osman. I have pictures
in my mind, and they return each night.

Osman, whose throat I cut, he is always
there. He says – Please don’t kill me
I have a wife and two small children. Please.
He speaks through the wound.

*

Now there are trials. Many words, journalists
with their microphones. I am on the television.
They will stand me in front of a wall
and shoot me. My father is ashamed. I say –

That’s OK old man, you just stay and wait
for the shells to kill you. I tell the priest –
If there were a God, I would not have been
caught. I am sorry. I did what I did.

You would have done the same.

 

Eind september

(naar Bertolt Brecht, ‘Lente 1938’)

Er was dauw geweest. Misschien lichte regen.
En een vlek trok mijn aandacht naar dat streepje licht
door mijn keukenraam. Dichterbij. Ik zag

tangpoten elke draad afmeten. Die
pauze van de buik voordat deze inzakt
om elke schakel te puntlassen. Ik nam een stoel mee buiten

om op staan. Uitgestrekt. Ik wilde leven.
Ik kon met mijn vingertop over het fluwelen bruin
van zijn rug strijken, tegen het dons, en nog eens

totdat het midden in de lucht bevroor, acht poten uitgestrekt,
nog steeds als een kind dat ontwaakt uit een trance van spel.
Daar – hetzelfde wezen waar ik mijn pantoffel voor op zou heffen,

over het tapijt zou jagen om in een vlek te eindigen.
Ik zou het niet in mijn hand willen hebben. In mijn haar.
Toch ging het – hij – tot het uiterste om mug en bromvlieg

te strikken, datgene wat een soep zou bederven
of bloed. Uren. Voor één keer nam ik
de tijd. Zag het doel compleet, zijn radii,

hoog gespannen tussen raam en waslijn.
Ik dacht aan de rotatie van cellen die zo’n wonder
kunnen verrichten. Ik dacht aan dichters wier woorden

ontoereikend zijn. De spin doet het gewoon. Leest hoeken –
maar niet deze vreemde donder, zijn opgeblazen tongen
van vogels. Overal. Vogels die op zoek zijn naar spinnen.

Ik was bang dat er iets onwetend door dat zuurverdiende web
zou scheren. Een gierzwaluw misschien,
onmogelijk laat. Ik zag spinnenprooi. Hangend daar

in zijn stukje onveilige lucht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

 

De Belgische schrijver Jean-Philippe Toussaint werd op 29 november 1957 geboren in Brussel. Zie ook alle tags voor Jean-Philippe Toussaint op dit blog.

Uit: Naakt (Vertaald door Marianne Kaas)

“Afgezien van de spectaculaire kant van sommige van de door Marie in het verleden gecreerde jurken — de sorbetjurk, de jurk van aspalathos en rozemarijn, de jurk van zeegorgoon die werd opgeluisterd met halssnoeren van zee-egels en oorhangers van venusschelpen — waagde Marie zich soms, in het grensgebied van de mode, op een experimenteel terrein dat verwantschap vertoonde met de meest rigoureuze experimenten in de hedendaagse kunst. Op grond van een theoretische reflectie op het begrip haute couture als zodanig, was ze uitgekomen bij de oorspronkelijke betekenis van het woord couture',naad’, in de zin van het aaneenvoegen van materialen door middel van verschillende technieken, de stiksteek, de rijgsteek, de haak of verbinding, die het mogelijk maken stoffen samen te voegen op het lichaam van de modellen, ze nauw te laten aansluiten op de huid en onderling met elkaar te verbinden, met als uiteindelijk resultaat dat ze dat jaar in Tokio een naadloze haute- couturejapon presenteerde. Met de honingjapon bedacht Marie een jurk die, door niets vastgezet, zich helemaal vanzelf om het lichaam van het model sloot, een jurk in levitatie, een lichte, stromende, smeltende, langzaam vervloeiende jurk die als stroop was, gewichtsloos zwevend in de ruimte en dicht, dichter kon niet, tegen het lichaam van het model, want het lichaam van het model was de jurk zelf. De jurk van honing was voor het eerst gepresenteerd in het Spiral-gebouw in Tokio. Het was de apotheose van de recentste herfst-wintercollectie van Marie. Aan het slot van de show trad de laatste mannequin tevoorschijn uit de coulissen, gekleed in die japon van amber en licht, alsof haar lichaam integraal ondergedompeld was geweest in een reusachtige pot honing voordat ze de catwalk opkwam. Naakt, en in honing, druipend, zo liep ze over het podium, heupwiegend op de maat van het strakke ritme van de muziek, hooggehakt, glimlachend, met in haar gevolg een zwerm bijen die haar zwevend in de lucht al zoemend begeleidde, aangetrokken door de honing, als een langgerekte en abstracte wolk van gonzende insecten die haar bij haar optreden vergezelden en samen met haar aan het uiteinde van de catwalk omkeerden in een dwarrelende zwenking, als een wild uitwaaierende, kronkelende en levende sjaal, wemelend van vliesvleugeligen die ze met zich meevoerde op het moment waarop ze het toneel verliet.
Dat was, althans, de grondgedachte. In de praktijk hadden de moeilijkheden zich opgestapeld, en de presentatie van de honingjurk in het Spiral-gebouw in Tokio had maanden werk vereist, het samenstellen van een klein gespecialiseerd team dat zich uitsluitend aan het ontwikkelen van het honingjurkproject had gewijd.”

 

Jean-Philippe Toussaint (Brussel, 29 november 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e november ook mijn blog van 29 november 2018 en eveneens mijn blog van 29 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.