Sophie Hannah, Thomas Frahm

De Britse dichteres en schrijfster Sophie Hannah werd geboren in Manchester op 28 juni 1971. Zie ook alle tags voor Sophie Hannah op dit blog.

 

Leaving And Leaving You

When I leave you postcode and your commuting station,
When I left undone all the things we planned to do
You may feel you have been left by association
But there is leaving and leaving you.

When I leave your town and the club that you belong to,
When I leave without much warning or much regret,
Remember, there’s doing wrong and there’s doing wrong to
You, which I’ll never do and I haven’t yet,

And when I have gone, remember that in weighing
Everything up, from love to a cheaper rent,
You were all the reasons I thought of staying,
And none of the reasons why I went

And although I leave your sight and I leave your setting,
And our separation is soon to be a fact,
Though you stand beside what I’m leaving and forgetting,
I’m not leaving you, not if motive makes the act.

 

Symptoms

Although you have given me a stomach upset,
Weak knees, a lurching heart, a fuzzy brain,
A high-pitched laugh, a monumental phone bill,
A feeling of unworthiness, sharp pain
When you are somewhere else, a guilty conscience,
A longing, and a dread of what’s in store,
A pulse rate for the Guinness Book of Records –
Life now is better than it was before.

Although you have given me a raging temper,

Insomnia, a rising sense of panic,
A hopeless challenge, bouts of introspection,
Raw, bitten nails, a voice that’s strangely manic,
A selfish streak, a fear of isolation,
A silly smile, lips that are chapped and sore,
A running joke, a risk, an inspiration –
Life now is better than it was before.

Although you have given me a premonition,
Chattering teeth, a goal, a lot to lose,

A granted wish, mixed motives, superstitions,
Hang-ups and headaches, fear of awful news,
A bubble in my throat, a dare to swallow,
A crack of light under a closing door,
The crude, fantastic prospect of forever –
Life now is better that it was before.

 

Sophie Hannah (Manchester, 28 juni 1971)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Kleinsteedse carrière

De geest van de weide waar ik als kind op speelde
gaat naar de sociale dienst.
Word ik een zacht ei?
Of gaat de herinnering ervandoor
aan brandende bladeren waarin
de wens gloeide?

We leefden in het reservaat.
Maar we waren niet genoeg Indiaan om te ontaarden
na de eerste glazen cola met rum.
We hebben steunsel gemaakt uit fijne stof
om onze lichamen,
zetten ze behoedzaam in de auto en reden
naar onze kantoren waar de plannen
al klaar lagen voor mensen zoals wij.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juni ook mijn blog van 28 juni 2020 en eveneens mijn blog van 28 juni 2019 en ook mijn blog van 28 juni 2018 en ook mijn blog van 28 juni 2014 deel 2.

Lucille Clifton

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

if mama / could see

if mama
could see
she would see
lucy sprawling
limbs of lucy
decorating the
backs of chairs
lucy hair
holding the mirrors up
that reflect odd
aspects of lucy.

if mama
could hear
she would hear
lucysong rolled in the
corners like lint
exotic webs of lucysighs
long lucy spiders explaining
to obscure gods.

if mama
could talk
she would talk
good girl
good girl
good girl
clean up your room.

 

asper texas 1998
for j. byrd

i am a man’s head hunched in the road.
i was chosen to speak by the members
of my body. the arm as it pulled away
pointed toward me, the hand opened once
and was gone.

why and why and why
should i call a white man brother?
who is the human in this place,
the thing that is dragged or the dragger?
what does my daughter say?

the sun is a blister overhead.
if i were alive i could not bear it.
the townsfolk sing we shall overcome
while hope bleeds slowly from my mouth
into the dirt that covers us all.
i am done with this dust. i am done.

 

slaveships

loaded like spoons
into the belly of Jesus
where we lay for weeks for months
in the sweat and stink
of our own breathing
Jesus
why do you not protect us
chained to the heart of the Angel
where the prayers we never tell
and hot and red
as our bloody ankles
Jesus
Angel
can these be men
who vomit us out from ships
called Jesus Angel Grace of God
onto a heathen country
Jesus
Angel
ever again
can this tongue speak
can these bones walk
Grace Of God
can this sin live

 

Eva denkt

het is een wild land hier
broeders en zusters koppelen
klauw en vleugel
en betasten elkaar

ik wacht
terwijl de tweevoeter uit klei
in zijn borst rommelt
op zoek naar taal om

mij te roepen
maar hij is traag
vanavond als hij slaapt
zal ik onze namen
in zijn mond fluisteren

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juni ook mijn blog van 27 juni 2020 en eveneens mijn blog van 27 juni 2019 en ook mijn blog van 27 juni 2016 en eveneens mijn blog van 27 juni 2015 deel 2.

Rob van Essen, Lucille Clifton

De Nederlandse schrijver en vertaler Rob van Essen werd op 25 juni 1963 geboren in Amstelveen. Zie ook alle tags voor Rob van Essen op dit blog.

Uit: Een man met goede schoenen

“In de Rijnstraat (bij de Albert Heijn)
Ik had mijn boodschappen op de band van kassa 4 gelegd en stond onder het wachten gedachteloos om me heen te kijken. Eerst zag ik het niet, of beter: ik zag het wel, maar registreerde het niet; maar opeens was het alsof ik mezelf op de schouder tikte en zei: kijk dan nog eens goed! Pas toen viel het me op: de man die bij kassa 5 zijn boodschappen op de band had gezet, had precies hetzelfde gekocht als ik. De boodschappen stonden zelfs min of meer in dezelfde volgorde. Een bakje blauwe bessen. Een doosje kastanjechampignons. Een literpak biologische milde magere yoghurt. Drie bananen. Een pak rijstwafels. Een fles appelsap. Een doosje brillendoekjes, niet de oranje, maar de blauwwitte, die beter zijn. En ik zag dat hij, net als ik, op het laatste moment nog een Bros-reep uit het snoepvak achter de band had gepakt en bij zijn boodschappen had gelegd. Hij ving mijn blik. We keken elkaar recht in de ogen, we waren even lang. Hij was van mijn leeftijd, en zijn bril leek sterk op die van mij. Ook hij droeg een lange jas, alleen was die niet donkerblauw, zoals de mijne, maar donkerbruin. We droegen allebei de sjaal met sneeuwkristallenmotief die een paar jaar geleden door de Hema werd verkocht. Ik maakte een gebaar naar mijn boodschappen en wilde een opmerking maken, maar een vreemde beklemming zorgde ervoor dat ik geen woord kon uitbrengen. Bovendien waren wij nu allebei aan de beurt, en gingen we op zoek naar onze portemonnee. Onze boodschappen werden over de scanner gehaald, de piepjes klonken vrijwel gelijktijdig, toen ze waren opgehouden, rekenden we hetzelfde bedrag af. Nadat we onze boodschappen hadden ingepakt (we hadden allebei een plastic Albert Heijn-zak met feestdagen-opdruk) liepen we naast elkaar naar buiten. Weer ving hij mijn blik, weer wilde ik iets zeggen, weer lukte het niet. Nadat de winkeldeuren achter ons waren dichtgeschoven, sloeg ik rechts af; hij liep naar links. Na een paar passen hield ik stil. Ik keek om en zag dat hij ook omkeek, met zijn hoofd een beetje schuin, zoals ook ik mijn hoofd een beetje schuin hield. We maakten allebei een kleine beweging, alsof we naar elkaar toe wilden lopen, maar we bleven staan, blijkbaar beseften we allebei dat we door moesten lopen in de gekozen richting, hij richting Victorieplein, ik richting Van Woustraat — alsof er een evenwicht verstoord zou worden als een van ons op de ander zou aflopen, een evenwicht waarvoor wij verantwoordelijk waren en dat op meer betrekking had dan onze levens alleen. Ik keerde me om en terwijl ik doorliep, bedwong ik de neiging om een blik over mijn schouder te werpen om te controleren of ook hij zijn weg vervolgde. Er vormden zich ideeën in mijn hoofd die ik niet helemaal tot het einde kon doordenken. De wereld bestond uit twee helften die even langs elkaar waren geschuurd, zonder dat dat de bedoeling was geweest; dimensies waren doorbroken en tijd en ruimte hadden zich door een kleine onoplettendheid in de kaart laten kijken.”

 

Rob van Essen (Amstelveen, 25 juni 1963)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

Gedaantewisselaar gedichten

1
de legende wordt gefluisterd
in de vrouwentent
hoe de maan als ze vol
opkomt
sommige mannen in zichzelf volgt
en ze daar verandert
het seizoen is kort
maar vreselijke gedaantewisselaars
ze dragen vreemde handen
ze lopen door de huizen
’s nachts hun dochters
kennen ze niet

2
wie is er om haar te beschermen
uit de handen van de vader
niet de ramen die zien en
niets zeggen niet de maan
dat vreselijke oog niet de vrouw
die ze zal worden met haar
tong vol littekens hoe hoe hoe klaagt
de uil in de avond hoe
zal ze beschermd worden dit mooie kleine meisje

3
ligt het kleine meisje
stil genoeg
gesloten genoeg
hard genoeg
loopt gedaantewisselaar vanavond
misschien niet rond
de volle maan vindt hem
hier misschien niet
met zijn haar
dat overeind staat
dat op-
stijgt

4
het gedicht aan het einde van de wereld
is het gedicht dat het kleine meisje ademt
in haar kussen dat ene
dat ze niet kan vertellen dat ene
er is niemand om dit gedicht te horen
is een politiek gedicht is een oorlogsgedicht is een
universeel gedicht maar gaat niet over
deze dingen dit gedicht
gaat over één mensenhart dit gedicht
is het gedicht aan het einde van de wereld

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e juni ook mijn blog van 25 juni 2020 en eveneens mijn blog van 25 juni 2019 en ook mijn blog van 25 juni 2018 en ook mijn blog van 25 juni 2017 deel 2.

Matthijs Kleyn, Lucille Clifton

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Matthijs Leonard Kleyn werd geboren in Leiden op 24 juni 1979. Zie ook alle tags voor Matthijs Kleyn op dit blog.

Uit: Cesar

“M’n vriendin begint te lachen, voor het eerst vandaag. Haar blik verraadt dat ze weet wat ik denk omdat ze het zelf ook denkt. Dat alle buren direct meeleven, geeft haar het gevoel dat we er niet alleen voor komen te staan. Ze pakt m’n arm vast en lacht door haar tranen heen. Ik heb nog nooit iemand zien lachen terwijl ze huilt, maar ik heb dan ook nooit eerder iemand bezwangerd.
Bij de wc-deur wacht ik tot Bente klaar is, ik probeer me voor te stellen hoe een vrouw eruitziet als ze op iets probeert te plassen. Ze wil nog steeds niet dat ik erbij ben als ze op de wc zit, terwijl ik er geen enkel probleem mee heb om naast haar m’n broek open te doen voor wat dan ook. Het zal wel zijn doordat ze nog verliefd op me is, dat vertel ik mezelf althans. Maar ik ben ook verliefd op haar, en toch kan ik in haar bijzijn plassen. Misschien test ik stiekem hoeveel ze van me houdt. Als ze bij me blijft na het aanschouwen van het meest dierlijke dat ik kan doen, dan zal ze wel echt heel veel van me houden. Ik hoop dat ik ooit naast haar mag staan als ze plast, dan kan ik haar daarna laten voelen hoe ontzettend gek ik op haar ben.
‘Thijs,’ hoor ik zacht.
Met een ruk trek ik de wc-deur open.
Steeds doe ik er een nieuwe laag verf op. Heel soms spiek ik naar Bente. De tafel was een half uur geleden al klaar, ze heeft hem wit geverfd. En toch begon ze direct erna opnieuw. Ik kijk naar de plinten en de hoeken, ik kan het niet opbrengen om nog een laag op de muren te smeren. Warme lucht blijft door de balkondeuren het huis in stromen, ik vermoed dat de muren eerder droog zijn dan m’n rug. Als ik de roller in de emmer gooi, lijkt Bente uit haar trance te schieten. Ze kijkt me lang aan, zo lang dat ik er verlegen van word. Het meisje waar ik al verliefd op ben sinds ze zich aan me voorstelde, draagt ineens iets van mij in haar lijf. Ik loop naar haar toe en pak haar bij haar schouders.
‘Ja, hè,’ zegt ze.
‘Ja,’ antwoord ik.
Ze drukt haar gezicht tegen mijn borst en lijkt voor het eerst sinds de twee streepjes uit te ademen. Ik wil haar fijn drukken en optillen zoals ik altijd doe, maar ik besef dat dat nu niet meer kan.”

 

Matthijs Kleyn (Leiden, 24 juni 1979)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

Johannes

iemand komt in het zwart
als een ster
en de wereld zal een grote struik
op zijn hoofd zijn
en zijn ogen zullen vuur zijn
in de stad
en zijn mond zal waar zijn als de tijd

hij zal de mensen broer noemen
zelfs achter tralies
zelfs in de gevangenis

ik ben maar een doopprediker
er komt iemand groter dan ik
in het zwart als een ster

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook mijn blog van 24 juni 2020 en eveneens mijn blog van 24 juni 2019 en ook mijn blog van 24 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

David Leavitt, Lucille Clifton

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

Uit: Shelter in Place

“Would you be willing to ask Siri how to assassinate Trump?” Eva Lindquist asked.
It was four o’clock on a November afternoon, the first Saturday after the 2016 presidential election, and Eva was sitting on the covered porch of her weekend house in Connecticut with her husband, Bruce; their houseguests, Min Marable, Jake Lovett, and a couple named Aaron and Rachel Weisenstein, both book editors; Grady Keohane, a bachelor choreographer who had a place down the road; and Grady’s houseguest, his cousin Sandra Bleek, who had recently left her husband and was staying with him while she got herself sorted out. Not sitting on the porch was Eva’s younger friend Matt Pierce—younger in that he was thirty-seven.
He was in the kitchen, preparing a second batch of scones after having had to throw away the first, to which he had forgotten to add baking powder.
A benevolent autumn sunset illuminated the scene, which was one of comfort and ease, the porch warm from the woodstove and the guests snug on the white wicker chairs and sofa, the cushions of which Jake, Eva’s decorator, had covered in a chintz called Jubilee Rose. On the white wicker table, a pot of tea, cups, saucers, a bowl of clotted cream, and a bowl of homemade strawberry jam awaited the tardy scones.
Eva repeated her question. “Who here would be willing to ask Siri how to assassinate Trump?”
At first no one answered.
“I’m only asking because since the election, I’ve been possessed by this mad urge to ask her,” Eva said. “Only I’m afraid that if I do, she’ll pass it straight on to the Secret Service and they’ll arrest me.”
“Darling, I hardly think—” Bruce said.
“Why not?” Eva said. “I’m sure they can do it.”
“What, listen in on what we say to our phones?” Sandra said.
“I’m not saying they can’t do it,” Bruce said, “I’m just saying that in all probability, the Secret Service has better things to do than monitor our conversations with Siri.”
“Hello, am I the only person here who remembers Watergate?” Grady Keohane said. “Am I the only person here who remembers phone tapping?”
“Can cell phones be tapped?” Rachel Weisenstein said. “I thought only landlines could be tapped.”
“What century are you living in?” Aaron asked his wife.
“I mean, if we were terrorists, maybe,” Bruce said. “If we were an ISIS cell or something. But a bunch of white people drinking tea on a covered porch in Litchfield County? I don’t think so.”
“In that case, do it.” Eva handed him her phone. “Ask her.”
“But I don’t want to assassinate Trump,” Bruce said.
“See? You’re chicken,” Min Marable said. “Cluck, cluck, cluck.”
Suddenly Aaron had one of his famous tantrums. “You people,” he said. “Will you just listen to yourselves? I mean, look what’s happening to you. Is this really happening? Don’t we have a First Amendment in this country? Don’t we have the right to say whatever we damn please?”

 

David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

Ik word beschuldigd van een hang naar het verleden

Ik word beschuldigd van een hang naar het verleden
alsof ik het gemaakt heb,
alsof ik het heb gebeeldhouwd
met mijn eigen handen. dat deed ik niet.
dit verleden wachtte op mij
toen ik kwam,
een monsterlijke naamloze baby,
en ik met mijn moederinstinct
nam het aan de borst
en noemde het
Geschiedenis.
ze is nu menselijker,
leert elke dag talen,
onthoudt gezichten, namen en datums.
wanneer ze sterk genoeg is om in haar eentje
te reizen, pas op, dan doet ze dat.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn blog van 23 juli 2020 en eveneens mijn blog van 23 juni 2019 en ook mijn blog van 23 juni 2018 deel 1 en ook deel 2.

Jaap Robben, Anne Carson

De Nederlandse dichter, schrijver en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

 

Buurmeisje

Ik durf niet
met haar te praten
omdat ze dan misschien
aan mijn lippen
zou kunnen zien
dat die elke dag met haar
een uurtje willen kussen.

We slapen wel al naast elkaar
in één enorm bed
ook al staat daar nog
een muurtje tussen.

 

Het begin en het eind van alles

Uit de dakgoot
valt een druppel
middenin
een volle emmer.

Een kring rolt naar de rand,
rimpelt terug
en verdwijnt weer
in zichzelf.

 

Zij, ik en men

Jij was altijd ergens.

Nu ben je voor sommigen
de reden om door te lopen
omdat zij hopen dat jij wacht
achter elke volgende straathoek.

*

De boeken die ik van je leende,
schuif ik alfabetisch
tussen de mijne.

Onwennig staan ze daar,
drie nieuwe tegels
die pas voor de volgende bewoner
bij de stoep gaan horen.

 

Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

Apostelstad

Na je dood.
Waaide het elke dag.
Elke dag.
Hield ons tegen als een muur.
Wij liepen.
Zijwaarts tegen elkaar schreeuwend.
Over de weg.
Het was nutteloos.
De ruimtes tussen ons.
Werden hard.
Het zijn lege ruimtes.
En toch zijn ze solide.
En zwart en zwaar.
Als openingen tussen de tanden.
Van een oude vrouw.
Je wist dat jaren geleden.
Toen ze mooi.
Was, de zenuwen in haar rond wervelden als paleisvuur.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn blog van 22 juni 2020 en eveneens mijn blog van 22 juni 2019 en ook mijn blog van 22 juni 2018 en ook mijn blog van 22 juni 2014 deel 1.

Solstice (Emery George), Anne Carson

 

Bij de zomerzonnewende

 

Max Pechstein, Sonnenuntergeng an der See, 1921

 

Solstice

When the music, warm of a summer’s gleaming,
dies away, tuned with the revolving seasons,
when the trees, rich orchards and leaves arc showing
polychrome lesions;

when the light moves: glorious sun reflected,
colors stir bright, deeper than eyes had caught them
in the green; black earth is a source of sunlight
deep into autumn;

when you then feel chill and the days grow weaker,
as the elm trees worship a light departing,
when the hoar frost pinches the leaves; your eyes are
no longer smarting;

when the sky grows pale with receding mornings;
on the pool float leaves of a flagstone pavement;
white the sky; strong branches are silhouetted
—sculptural moment—:

 

Emery George (Boedapest, 8 mei 1933)
Boedapest

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

Kort praatje over groot en klein

Grote dingen zijn wind, kwaad, een goed vechtpaard,
voorzetsels, onuitputtelijke liefde, de manier waarop mensen
hun koning kiezen. Kleine dingen zijn vuil,
de namen van filosofiescholen, humeur en
geen humeur hebben, de juiste tijd. Er
zijn doorgaans meer grote dingen dan
kleine dingen, er zijn echter meer kleine dingen
dan ik hier heb geschreven, maar het is
ontmoedigend om ze op te noemen. Als ik
bedenk dat je dit leest, wil ik niet
dat je gevangen wordt genomen,
afgescheiden door prikkeldraad bekleed met glas
uit je leven zelf, zoals een zekere Elektra.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2020 en eveneens mijn blog van 21 juni 2019 en ookmijn blog van 21 juni 2014 deel 1, en deel 2 en eveneens deel 3.

Yesterday (W. S. Merwin), Vikram Seth, Anne Carson

 

Bij Vaderdag

 

The Foundation door Cbabi Bayoc, 2012

 

Yesterday

My friend says I was not a good son
you understand
I say yes I understand

he says I did not go
to see my parents very often you know
and I say yes I know

even when I was living in the same city he says
maybe I would go there once
a month or maybe even less
I say oh yes

he says the last time I went to see my father
I say the last time I saw my father

he says the last time I saw my father
he was asking me about my life
how I was making out and he
went into the next room
to get something to give me

oh I say
feeling again the cold
of my father’s hand the last time
he says and my father turned
in the doorway and saw me
look at my wristwatch and he
said you know I would like you to stay
and talk with me

oh yes I say

but if you are busy he said
I don’t want you to feel that you
have to
just because I’m here

I say nothing

he says my father
said maybe
you have important work you are doing
or maybe you should be seeing
somebody I don’t want to keep you

I look out the window
my friend is older than I am
he says and I told my father it was so
and I got up and left him then
you know

though there was nowhere I had to go
and nothing I had to do

 

W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)

 

De Indische dichter en schrijver Vikram Seth werd geboren op 20 juni 1952 in Kolkata. Zie ook alle tags voor Vikram Seth op dit blog.

 

Round And Round

After a long and wretched flight
That stretched from daylight into night,
Where babies wept and tempers shattered
And the plane lurched and whiskey splattered
Over my plastic food, I came
To claim my bags from Baggage Claim

Around, the carousel went around
The anxious travelers sought and found
Their bags, intact or gently battered,

But to my foolish eyes what mattered
Was a brave suitcase, red and small,
That circled round, not mine at all.

I knew that bag. It must be hers.
We hadnt met in seven years!
And as the metal plates squealed and clattered
My happy memories chimed and chattered.
An old man pulled it of the Claim.
My bags appeared: I did the same.

 

Distressful Homonyms

Since for me now you have no warmth to spare
I sense I must adopt a sane and spare

Philosophy to ease a restless state
Fuelled by this uncaring. It will state

A very meagre truth: love like the rest
Of our emotions, sometimes needs a rest.

Happiness, too, no doubt; and so, why even

Hope that ’the course of true love’ could run even?

 

How Rarely These Few Years

How rarely all these few years, as work keeps us aloof,
Or fares, or one thing or another,
Have we had days to spend under our parents’ roof:
Myself my sister, and my brother.

All five of us will die; to reckon from the past
This flesh and blood is unforgiving.
What’s hard is that just one of us will be the last
To bear it all and go on living.

 

Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

Boek van Jesaja, deel I

1.
Jesaja werd boos wakker.
Klapperend aan Jesaja’s oren zwarte vogelgezang nee het was woede.
God had de oren van Jesaja gevuld met angels.
Ooit waren God en Jesaja vrienden.
God en Jesaja spraken altijd ’s nachts, Jesaja haastte zich de tuin in.
Ze spraken onder de Tak, de nacht stroomde naar beneden.
Van de voetzool tot het hoofd zou God Jesaja laten rinkelen.
Jesaja had God liefgehad en nu veranderde zijn liefde in pijn.
Jesaja wilde een naam voor de pijn, hij noemde het zonde.
Nu was Jesaja een man die geloofde dat hij een natie was.
Jesaja noemde de natie Juda en de zonde Juda’s toestand.
Binnenin Jesaja zag God de wereldkaart branden.
Jesaja en God zagen de dingen anders, ik kan je alleen hun daden vertellen.
Jesaja sprak het volk toe.
De broosheid van de mens! riep Jesaja.
De natie bewoog zich in zijn bolster en sliep weer.
Twee plakken bloederig vlees lagen als vleugels op zijn ogen gevouwen.
Als een hard glanzend schilderij sliep de natie.
Wie kan een nieuwe angst uitvinden?
Toch heb ik de zonde uitgevonden, dacht Jesaja, terwijl hij met zijn hand over de knoppen ging.
En dan, vanwege een grote aantrekkingskracht tussen hen…
waar Jesaja de rest van zijn leven (voor en tegen) tegen vocht —
Verbrijzelde God Jesaja’s onverschilligheid.
God waste het haar van Jesaja in vuur.
God nam zijn intrek.
Van onder zijn vleesvleugels luisterde de natie.
Jij, zei Jesaja.
Geen antwoord.
Ik kan je niet horen, sprak Jesaja sprak opnieuw onder de Tak.
Licht bleekte de nachtruimte open.
God arriveerde.
God sloeg Jesaja als glas door elke holte van zijn natie.
Leugenaar! zei God.
Jesaja legde zijn handen op zijn jas, hij legde zijn hand op zijn gezicht.
Jesaja is een kleine man, zei Jesaja, maar geen leugenaar.
God beheerste zich.
En dat was dus hun contract.
Broos aan beide kanten, niet liegen.
Jesaja’s vrouw kwam naar de deuropening, de deurposten waren verschoven.
Wat is dat geluid? zei de vrouw van Jesaja.
De vreze des Heren, zei Jesaja.
Hij grijnsde in het donker, ze ging weer naar binnen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juni ook mijn blog van 20 juni 2020 en eveneens mijn blog van 20 juni 2019 en ook mijn blog van 20 juni 2015 deel 2.

Salman Rushdie, Karin Fellner

De Indisch-Britse schrijver en essayist Salman Rushdie werd geboren in Bombay op 19 juni 1947. Zie ook alle tags voor Salman Rushdie op dit blog.

Uit: Quichot (Vertaald door Martine Vosmaer enKarina van Santen)

“Er woonde eens, op een reeks tijdelijke adressen her en der in de Verenigde Staten van Amerika, een reiziger van Indiase komaf, gevorderde leeft ij d en afnemende geestelijke vermogens, die, vanwege zij n liefde voor hersenloze televisie, een veel te groot deel van zij n leven in het gele licht van smakeloze motelkamers had doorgebracht met onmatig tv-kijken, en als gevolg daarvan een merkwaardige vorm van hersenbeschadiging had opgelopen. Hij verslond ochtendprogramma’s, dagprogramma’s, latenightshows, soaps, sitcoms, vrouwenfilms op Lifetime, ziekenhuisdrama’s, politieseries, vampier- en zombieseries, de ware belevenissen van huisvrouwen uit Atlanta, New Jersey, Beverly Hills en New York, de relaties en ruzies van hotelketenerfgenames en zelfbenoemde sjahs, de capriolen van mensen die beroemd waren geworden door vrolijke naaktheid, de vijftien minuten roem van jonge mensen met veel volgers op de sociale media vanwege hun door plastische chirurgie verkregen derde borst, of hun na een ribverwijdering verworven taille waarmee ze het onmogelijke figuur van de barbiepop van Mattel probeerden te imiteren, of, nog eenvoudiger, vanwege hun talent om grote karpers te vangen in schilderachtige decors gekleed in niets meer dan een minimale string-bikini; naast zangwedstrijden, kookwedstrijden, wedstrijden voor ondernemingsplannen, wedstrijden om in de voetsporen van topmanagers te treden, wedstrijden tussen op afstand bediende monstertrucks, modewedstrijden, wedstrijden om de liefde van vrij gezellen, mannen en vrouwen, honkbalwedstrijden, basketbalwedstrijden, voetbalwedstrijden, worstelpartij en, kickbokspartij en, extreme sporten, en natuurlijk, missverkiezingen. (Hij keek niet naar ijshockey. Voor mensen met zij n etnische overtuiging en tropische jeugd was hockey, dat in de VS ‘veldhockey’ werd genoemd, een sport die op gras werd gespeeld. Hockeyen op ij s was, in zij n ogen, het absurde equivalent van schaatsen op een grasveld.)Omdat hij bij na volledig opging in de stof die hem geboden werd, via, in de oude tij d, de kathodestraalbuis, en in de nieuwe tijd van flatscreens, via lcd, plasma en organische licht-emitterende diodeschermen, viel hij ten prooi aan die steeds vaker voorkomende psychische stoornis waarbij de grens tussen waarheid en leugens vloeiend en vaag is geworden, zodat hij nu en dan merkte dat hij niet in staat was het een van het ander te onderscheiden, realiteit van ‘reality’, en zichzelf begon te beschouwen als een vanzelfsprekende burger (en potentiële bewoner) van die denkbeeldige wereld achter het scherm waaraan hij zo verknocht was, en die hem, en dus iedereen, dacht hij , de morele, sociale en praktische richtlijnen bood waar alle mannen en vrouwen zich aan zouden moeten houden.”

 

 Salman Rushdie (Bombay, 19 juni 1947)

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren op 18 juni 1970 in München. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog.

 

Toch een rimpel in de tijd verder

Steppe, gewatteerde grassen zover het oog reikt
kafjes, blaadjes knopen en vachtdragers in marstempo
geuren, een golf, het zachte op en neer
van kudden, kafnaalden, bloed
en een hoop mieren op
de stervende schouder
van een gnoe – dat ben jij.

Gnoe dus jij – door het gras, met je neusgaten trilt
vooruit en alle verwanten, zwaden
zoemende zwaden rond je kromme bulten. Bij jou
ontstaat een keelgeluid, rauw, anderen volgen
langbenig, rood getint, over droge aarde het spoor
in het gesis van de stengels. Stil.
Nu til je een hoef op.
Nu druk je hem in deze oever.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

Zie voor de schrijvers van de 19e juni ook mijn blog van 19 juni 2020 en eveneens mijn blog van 19 juni 2019 en ook mijn blog van 19 juni 2018.

Marije Langelaar, Karin Fellner

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Marije Langelaar werd geboren op 18 juni 1978 in Goes. Zie ook alle tags voor Marije Langelaar op dit blog.

IJmuiden

Komen samen deze cellen met een vorm van ambitie
glijden slanggelijk een buis door die ons klemt
hier moeten we wennen zoveel keren willen we vluchten!
In plaats daarvan spreken we ons moed in, een oor wordt
gevormd, we zullen horen! We dragen ogen we zullen
zien, we knipperen plichtsgewijs, de vingers groeien we
zullen tasten. Vreugdevol worden we en vol
verwachting.
We komen naar buiten, slaan een kreet nog schriller dan
het licht. We zijn blind, doof, stom en lam tegelijk.
Horrific thoughts enter dan zijn we een van hen. Ze
vieren onze komst uitbundig. Noemen ons baby. Het zit
ons niet mee trekken ons terug ergens ver in de hersens zo veel
humptiedumptie kunnen we niet aan.
We laten ons volgieten met al hun gedachten, ze hijsen
ons in broekpakken, luiers, we kirren en het is slechts bij
flitsen ineens voor de zee van IJmuiden, dat we ons
vaaglijk herinneren waren wij niet eens zo’n zee die
opspringt aan rotsen, die fonkelt.

 

Zand

Ik werd wakker dat jaar aan het strand
mijn vogellichaam
sterk vermagerd.

Ik schrok van mijn vriend die naast mij lag.
Volledig van zand.
Begon hem zachtjes te graven.

Hij bood geen enkele weerstand
kwam enkele keren klaar maar totaal
misplaatst ik voelde me eenzaam
ondertussen.

Ik riep er dieren bij en kinderen:
zij groeven mee, werktuigelijk of
vastbesloten sommige uit innerlijke roeping.

Wij vonden vele zaken, voorwerpen, substanties,
het allervieste en eveneens een woord
tussen de zandhersens geklemd, licht trillend.
Ik nam het tussen mijn vingers
we vormden een kring en bekeken het woord
dat zich nog in zo’n oertoestand bevond.
Het was nog onuitgesproken, ongevormd maar het was bijna
op een zinuiglijk niveau konden we het tasten.
Ik hield zijn handen, in hoeverre dat kon, toen we allen
gezamenlijk het woord,
dat hij zo ziep verborgen en in oerprincipiële toestand
bij zich had
begonnen uit te spreken.
En hoe langzaam herhalend en de honden die blaften
ondersteunend en het waaide onafgebroken
zijn ogen begonnen te glanzen en
toen eindelijk werd hij wakker.

 

Marije Langelaar (Goes, 18 juni 1978)

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren op 18 juni 1970 in München. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog.

 

neem deze kapseizende dagen

neem deze kapseizende dagen
in de holle vorm van de stad
strijken uren de zeilen
het reservoir is leeg
in het broze wad heeft iemand
de stop eruit getrokken en weg
kolkt de zee van de dag in
eergisteren. we’re closed.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2020 en eveneens mijn blog van 18 juni 2019 en ook mijn blog van 18 juni 2016 deel 2.