Eva Gerlach, Johannes Bobrowski, Yasmin Namavar

De Nederlandse dichteres en vertaalster Eva Gerlach (pseudoniem van Margaret Dijkstra) werd geboren in Amsterdam op 9 april 1948. Zie ook alle tags voor Eva Gerlach op dit blog.

 

Tuin

De snoepfabriek was eindelijk verdwenen.
Dat jaar zaten de vogels op de muur
met flarden van het krimpfolie waar de stenen
voor een kantoorpand in werden verstuurd.

Door transparante nesten zag je in mei
de eieren glanzen: een mooi voorjaar. – ’t Duurde
tot juni eer het plastic brak en wij
een vogelkerkhof bouwden naast het schuurtje.

 

Je kunt het niet ontkennen

je kunt het niet ontkennen, zij was hier,
zij heeft over een muur van tijd gekeken
en deze code gehanteerd als teken
van eeuwigheid. Een omtrek gaf zij prijs
en zij heeft hem verscheurd noch opgegeten.

Haarfijn sluitend levert hij bewijs
dat zij bestond. Dat zij hier heeft gezeten
met mij en haar spoor trok op dit papier.

 

Ontferm U onzer

Mijn oma Joaquim (‘God, kom’) was haar bril kwijt.
Waar zij ook zocht, niet waar ik hem had verstopt,
in het bordedoosje bij de wisser en het krijt;
dat leverde per week een kwartje op,

ik denk nog altijd dat zij niets vermoedde.
Toen kreeg zij staar, wou niet geopereerd,
werd blind en vroeg mij dikwijls met warm weer
voor de zon te gaan staan, dan kon zij mij bijna zien.

Haar liefde meer dan ik verdien
nu zij, het gezicht herkregen door familiedwang,
mij beverig tegemoetkomt over de gang
met een blaadje waarop in het dunne visitekopje

het djokjalepeltje rinkelt. ‘Hier kintie.’ Kon
ik haar maar in veiligheid brengen, behoeden
voor doofheid, jicht, bronchitis, Parkinson.
Haar God komt eenmaal, maar Hij neemt de tijd.

 


Eva Gerlach (Amsterdam, 9 april 1948)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Kindertijd

Toen hield ik van
de wielewaal –
het klokkenspel, boven
opklonk het, neerzonk het
door het bladerhuis,

als we hurkten aan de bosrand,
aan een grashalm regen
rode bessen; met zijn
karretje trok de grijze
jood voorbij.

’s Middags dan onder de elzen
in zwartschaduw stonden de dieren,
verjoegen met toornige staartslag
de vliegen.

Dan viel de stromende, brede
regenvloed uit de open
hemel; naar al het donker
smaakten de druppels,
als aarde.

Of de jongens kwamen
het oeverpad langs met de paarden,
op de glanzende bruine
ruggen reden zij lachend
boven de diepte.

Achter de heining
wolkte bijengegons.
Later, door ’t struikgewas bij de rietplas,
streek zilver de ritsel
van angst.
Dichtgroeiden, een haag
in het duister venster en deur.

Dan zong in haar geurende
kamer grootmoeder. De lamp
zoemde. Naar binnen traden
de mannen, zij riepen de honden
over hun schouder toe.

Nacht, lang vertwijgt in het zwijgen –
tijd, ontglijdender, bitterder
durende van vers tot vers:
kindertijd –
toen ik hield van de wielewaal.

 

Vertaald door C. O. Jellema

 


Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichteres en schrijfster Yasmin Namavar werd geboren in 1983 in Amstelveen. Namavar is van Iraans – Nederlandse afkomst en werkt als psychiater. Ze schrijft poëzie en proza. Gedichten en essays van haar hand verschenen eerder in De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, Poëziekrant, Trouw en Medisch Contact, en op diverse online platforms. Ze was finalist bij de El Hizjra Literatuurprijs 2022. In november 2024 verschijnt haar essay De dagen van binnen in de bundel Over ziek zijn, een verzameling essays van verschillende schrijvers.

 

Berm

ik kniel voor de bloemen, de velgen
gebukt onder het lichaam
als ik opkijk
ligt er een kind tussen mijn benen
hoog boven mij trekken de brandganzen voorbij
Spitsbergen, Groenland, Nova Zembla

nu buig ik voor je fluwelen wimpers
je bloesem van het ogenblik
erfelijk is jouw dood en in mijn navel
ligt een bromvlieg
glanzend groen knisperend
mottige vlinders klapperen hun vleugels
zachtjes kriebelen aan mijn huig

een vrouw ligt kokhalzend op de asfaltweg

 

Donker

ik draai een gloeilamp in de tijd
op mijn handen en knieën zoek ik basmatirijst
mijn kruin richting je schort
je gouden armbanden in het donker
onder mijn bed vind ik
stof en zuurdesembrood

het brons van mijn haar vlecht je
na al die jaren nog steeds op een klein krukje
in de keuken, de radio aan

schrik je
van de snoek in mijn schoot, het brood in mijn strot

ik kan alleen luisteren naar je hartslag als je stil bent
en bang, heel bang

 


Yasmin Namavar (Amstelveen, 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook mijn blog van 9 april 2020 en eveneens mijn blog van 9 april 2019 en ook mijn blog van 9 april 2018 en ook mijn blog van 9 april 2017 deel 2.

Hanz Mirck, Johannes Bobrowski, Gerard Reve

De Nederlandse dichter Hanz Mirck werd geboren op 8 april 1970 te Zutphen. Zie ook alle tags voor Hanz Mirck op dit blog.

Tijdsgeest

We gingen aan boord van een boot
in het land van onze vader
De mensen zagen dat we vreemden waren
en spraken spottend over ons
want wij kwamen te laat
waar was jij, broertje?

Onze vader sprak vreemde talen
maar zweeg. Tegen hen dat hij verstond,
tegen ons dat hij verstond
Nog vaart hij
tussen de oude en de nieuwe wereld
geen van beide oevers begrepen

 

Bericht van een enig kind

Ben jij het gekleurde en ik het zwarte broertje
of andersom? Je bent jonger, ouder
Wie van ons zal de dikste zijn?

Anders en toch hetzelfde
hetzelfde en toch anders
anders en toch anders
hetzelfde en toch – hoe

is het, elkaars broer te zijn
hoe is het, dat samen niet te weten
hoe het is dat jij onze vader niet kent
twee weten meer niet dan één

Als jij me met je speelgoed laat spelen
als ik je over onze vader mag vertellen
als we ons elkaar herinneren
zal ik jou vertellen

 

(Trekt u van te voren uw winterhandschoenen uit; dunne mag u aanhouden.)

Kwam op me af,
liet het hoofd kort voorover vallen,
tilde het weer op en toonde me de tanden

Rechterhand ter hoogte
van het middel, de vingers boven de pink
Zo verwachtend de blik – ik
bracht mijn arm maar in dezelfde houding

Greep nu met deze hand – God weet
wat die al eerder deed – mijn hand beet
Sprak een woord (nooit van gehoord)
op herkennende toon, en bewoog tegelijkertijd,
ritmisch, mijn hand heen en weer,
ging daarbij na of ik dit overnam
(dat wil zeggen: of ik mijn arm ook
afwisselend omhoog en omlaag bewoog);

toen liet ze weer
los

 


Hanz Mirck (Zutphen, 8 april 1970)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Landweg

De vuurpadden, wij hoorden
hen donker, de wind
ging langs de kalmoesoever, ik was
oud als een rook
tussen morgen en avond
– kalmoes de morgen, vuurpad de avond,
middag de kaarsrechte straatweg, de boom
zamelt de schaduw rondom zijn voet.

Voor de berg (de vogels
trokken erover) het witte huis,
met de weg kwam het bos
en week terug, om het drasland
liep de dag, een slang,
geritsel vloog door het gras.

Ik heb het marmer gezien,
een gedenkplaat onder de beuken,
wij reden voorbij, de paarden
schichtig, een schot heeft de steen
getroffen, we spreken erover,
we wijzen elkaar op de plek,
we zeggen: de beuken, we zeggen:
het deugt niet, de varens halen
ons gaandeweg in.

 

Vertaald door C.O. Jellema

 


Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)
Borstbeeld van Johannes Bobrowski in de naar hem genoemde bibliotheek in Treptow-Köpenick, Berlijn.

 

Herinnering aan Gerard Reve

Vandaag is het precies 19 jaar geleden dat de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve overleed. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

 

Een zoeker

Ik sta op de rand der wereld
en roep: ‘Waar zijt Gij?’
De echo antwoordt: ‘ Zijt gij? Gij?’

 


Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e april ook mijn blog van 8 april 2020 en eveneens mijn blog van 8 april 2019 en ook mijn blog van 8 april 2018 deel 2.

Özcan Akyol, William Wordsworth

De Nederlandse schrijver en columnist Özcan Akyol werd geboren in Deventer op 7 april 1984. Zie ook alle tags voor Özcan Akyol op dit blog.

Uit: Afslag 23

“Ik ademde niet anders dan normaal, maar op die ochtend voelde het als een weldaad – de koele lucht van onze buurt in mijn longen, plus een mix van knoflook en allerlei soorten brandstof. Ik werd er emotioneel van, serieus. Meer wil ik er niet over zeggen. Behalve dat ik best een poos wilde huilen. Hard en lang. Alleen lukte het niet. Het lukt me nog steeds niet.
‘Je mag op de bel drukken.’
Ik deed het om van ze af te zijn, ze werkten me behoorlijk op de zenuwen.
‘O, jij bent er weer,’ prevelde mijn moeder. Ze trok de deur wagenwijd open. Op haar kruin lag paars haar, dat ze altijd met henna verfde. Haar wallen waren donkerder dan normaal.
Ik verwachtte een boze preek in het Turks. Deze keer bleef ze opvallend apathisch.
‘Goedemorgen, mevrouw. We hebben uw zoon thuisgebracht. Hij heeft ons ontzettend goed geholpen en daarom is zijn voorarrest omgezet in de uiteindelijke straf.’
Ze staarde die sukkel schaapachtig aan. ‘Wat zegt hij?’
‘Ik heb verteld dat mijn ouders geen Nederlands spreken. Jullie luisteren nooit. Ik zei toch dat mijn broer en ik altijd moeten tolken als ze ergens een afspraak hebben, in het gemeentehuis, op school, of bij de huisarts… Dat staat in die stapels verklaringen die ik ondertekende, verdomme, op bijna elke bladzijde. Neem me een keer serieus.’
In de verte, vanuit de dakkapellen, scholden mijn jeugdvrienden de rechercheurs uit, zonder zichtbaar te zijn. Zij werden de achterblijvers genoemd, oftewel: de gasten die als twintigers nog steeds bij hun ouders woonden. Iemand riep op gedempte toon over mijn begeleiders dat ze de hoeren van justitie waren, hij zong de tekst als een voetbalhooligan.
Ik moest daar, hoe stom ook, een beetje om grinniken. Het was een kinderachtige zenuwlach, iets wat ik niet onder controle kreeg, maar ik vond het serieus grappig. Als politieagent kon je beter niet in onze wijk komen. De oom van Nihat, een jongen uit de buurt, werkte bij het korps, en toen dat bekend werd durfde niemand nog met hem om te gaan. We wisten niet of we hem konden vertrouwen. Eigenlijk werd hij verstoten.
Een show maakten ze er niet van. Dat moet ik toegeven.”

 


Özcan Akyol (Deventer, 7 april 1984)

 

De Engelse dichter William Wordsworth werd geboren op 7 april 1770 in Cockermouth, Cumberland. Zie ook alle tags voor William Wordsworth op dit blog.

 

Een slaap verzegelde mijn ziel

Een slaap verzegelde mijn ziel,
Deed sterflijke’ angst vergaan;
Zij scheen een ding, dat gansch ontviel
Den greep van ’t aardsch bestaan.

Zij hoort niet meer, zij ziet noch roert,
Bevangen in dien droom,
In aarde’s omloop meegevoerd
Met rots, en steen, en boom.

 

Vertaald door J. C. Bloem

 


William Wordsworth (7 april 1770 – 23 april 1850)
Portret door Henry Edridge, 1804

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e april ook mijn blog van 7 april 2021 en ook mijn blog van 7 april 2020 en eveneens mijn blogs van 7 april 2019.

Uljana Wolf

De Duitse dichteres Uljana Wolf werd geboren op 6 april 1979 in Berlijn. Zie ook alle tags Uljana Wolf op dit blog.

 

muttertask, mythen, tank

es ist eine milch, die nacht auszählt. wie zählt milch?
es ist weißes wedeln von zehen, ganz seeanemone.

auch finger wedeln, farnen ähnlich. wie sind finger?
transparente unterwasserkämme, finden dein haar

auch diese zeilen, prä-greifen. einfach aus der luft?
wie groß die sein muss. es ist darin das gleißende

der flieger richtung queens, durchs fenster, ins bett
der infantin. woher kommt die infantin? vom mond

der meere auszählt. darum weiß sie viel von schlaf
milch, von aquarien. darum verschwinden, wenn du

sie geschnitten hast, die schnipsel ihrer fingernägel
winzig, wie geblinzelt, ins licht der queensmaschinen.

 

 

muttertask, timing, schlamm

du probst jetzt fadenspiele mit der brut, lernst
übergaben, fusslig vergarnen, doch kommst du

oft nur bis zur dritten figur: tolpatsch, schlackern
die finger dir – das timing ist verzerrt, und zwar

wie ärztin angemerkt, seit deinen tagen noch im
schlamm der dinge (erinnere, wenn du kannst:

dein haar war schlamm, dein hirn war schlamm
ohren, bauch, auch hobbitzehen, herzschlag –

schlamm), wo seltsam vögel du gebarst, und
zwar, wie ärztin verstand, am laufenden band:

moddermaden, butterbirds, aus erde schwarz
torfgeschlüpft, manche getupft, motyl schmotyl

bam, bam, bam, bam, bis wimmliges feld dein
körper wurde, fest aus mimikry und raupenkot

und aus der höhe dem betrachtenden ein bild
sich darbot wie die wobbelige unterseite eines

gobelins: umgeflippt, mit flatternden schnüren.
nur du weißt, wie sie sich verbinden zu figuren.

 

 

sliepen de ovens

I
berlijn

toen we wakker werden met nesten
in ons haar die we nacht noemden

sloegen de herstellende vaders
schoffelhandig alle kleppen dicht

zonder ons in hun vergeten
mee te nemen sliepen de ovens

II
glauchau

toen we ziek waren van roet
en stortgoed uit archieven

betrokken we met onze grootvaders
het gesloten seinhuis

zagen de oude wisselwachters
hun handen aan de hendels leggen

door de dode wissels
ging een rilling als op reis

 

Vertaald door Annelie David

 


Uljana Wolf (Berlijn, 6 april 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e april ook mijn twee blogs van 6 april 2019.

Hugo Claus, Algernon Swinburne

De Vlaamse schrijver Hugo Claus werd in Brugge geboren op 5 april 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Claus op dit blog.

Uit: Het verdriet van België

Dondeyne had een van de zeven Verboden Boeken onder zijn schort verstopt en Louis meegelokt. Zij zaten onder de slingerplanten van de grot van Bernadette Soubirous. Dondeyne’s Boek was ABC, een weekblad van de socialisten dat vast en zeker op de Index van het Vaticaan stond en dat hij van zijn broer gekregen had toen hij in het ziekenhuis lag. Hij was daar vandaan gekomen met een scharlaken oor, waar hij vaak aan trok. Overdag lag het Boek onder zijn kast, met zijn bottines ervoor. De vier pagina’s die nu ontbraken lagen glanzend, ongekreukt maar gerafeld aan de randen, onder het blauwe pakpapier in de lade van Dondeyne’s lessenaar. Voor alle veiligheid had hij het papier vastgeprikt met punaises -duimspijkers moet je zeggen, eiste Louis’ Peter, maar Louis zei het nooit, hij werd al genoeg uitgelachen om zijn uitspraak. De opengevouwen bladzijden glommen in de zon en waren in het midden deerlijk gespleten door de schaduw en de gekartelde scheur. Louis zou nooit zijn eigen Verboden Boeken vaneenrijten, zelfs niet in het dreigendste gevaar om ontdekt te worden. Maar Dondeyne was een Hottentot. De vier Apostelen hadden zeven Verboden Boeken. Vlieghe had er drie, Liefde in den mist, een programma van de operette ‘Rose-Marie’, en het gevaarlijkste, een levensbeschrijving van G.B. Shaw, de ketter en vrijmetselaar. Byttebier had Vertellingen van de Zuidzee en een foto van Deanna Durbin in onderjurk, erg genoeg om als Boek beschouwd te worden. Het Boek van Louis zou hem misschien niet in opspraak hebben gebracht als de Zusters het gevonden hadden, hij had het ook openlijk tussen de beduimelde, lekker ruikende Davidsfondsboeken die hij na het Paasverlof had meegebracht kunnen schuiven, maar was het opzet al niet voldoende als je heimelijk een boek, in je tabbaard gewikkeld, binnensmokkelde, binnen de hoge muren van het Gesticht? Het heette De Vlaamsche Vlagge, het was door Papa zelf ingebonden in een roodbruin kartonnen omslag, je kon het bindwerk van Papa meteen herkennen, want hij hakte de randen, onder de snijmachine als een guillotine, onmeedogend dicht bij de tekst af. In De Vlaamsche Vlagge ging het over opstandige seminaristen aan het einde van de vorige eeuw die, aangewakkerd door langharige priesters met pince-nez, tegen de Belgische, dus Vlaamsvijandige ministers en bisschoppen complotteerden in het holst van de nacht, in een geheim verbond, De Swigende Bede. Louis had het boek thuis uit de boekenkast gestolen omdat hij Papa had horen beweren dat de pastoors, die deze teksten bij hun parochianen vonden, onmiddellijk met de ban van de Heilige Kerk dreigden.”

 


Hugo Claus (5 april 1929 – 19 maart 2008)

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Bij de Noordzee (Fragment)

Dood is dwangvorst, gescepterd met ijzer,
De zee mint hem innig en trouw;
Bij hun liefdetaal grammer en grijzer
Worstelt branding in jammer en rouw;
En zijn siersel zweeft zwaar over ’t kustoord
Waar zij ’t stormschuim geplengd heeft voor hem;
Eén in doemzucht, in roofgier en lustmoord,
Vermengt zich hun stem.

Van zijn rijksroem geniet zij bezeten,
En haar luister maakt hem woest en trots;
Door haar duister weerdaavren zijn kreten,
Bij zijn adem juicht hoog haar geklots;
– ‘Zo uw almacht voor immer mij stom sloeg
Waar mijn heiligste hunkring voldaan!’ –
– ‘’t Waar mijn leen, wat ik eindlijk weerom vroeg,
Mijn liefste oceaan!’ –

Jaar op jaar ontwaakte ten leven,
Eeuw op eeuw zeeg neer in de dood,
En geen prooi, tot verzwelging gegeven,
Blust of lest ooit haar dorstende nood;
En de roep harer hongrende reeuwsheid
En zijn schreeuw naar verdelging en moord,
Of ’t gehuil van een wolf door de sneeuw schreit,
Brult rusteloos voort.

’t Ligt omgord noch omboord met granieten,
’t Is van fortwerk noch vestwal omwand,
Doch rifgruwlen van wreedst bloedvergieten
Blijven zwak bij ’t verraad van dit zand;
Bij de duizenden, weerloos verslagen: –
Naar dees banken versleurd en verstouwd
Heeft het schip, in d’opstandige vlagen,
Geen kans van behoud.

Geen kans weer bij vloed vrij te spoelen
Van de gronden der onheilskust,
Los uit waatren die botsen en woelen:
Geen kans dan een toevalsrust
Van de wind, langs de grafmoerassen,
Waar, nauw voor de golfslag bewaard,
Lijken, dicht als de sprieten der grassen,
In ’t slib zijn vergaard.

 

Vertaald door Hendrik de Vries

 


Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)
Portret door Dante Gabriel Rossetti, 1862

 

Zie voor de schrijvers van de 5e april ook mijn blog van 5 april 2023 en ook mijn blog van 5 april 2020 en eveneens mijn blog van 5 april 2019 en ook mijn blog van 5 april 2018 en eveneens mijn blog van 5 april 2016.

Hanneke Hendrix, Maya Angelou

De Nederlandse schrijfster en hoorspelmaker Hanneke Hendrix werd geboren in Tegelen op 4 april 1980. Zie ook alle tags voor Hanneke Hendrix op dit blog.

Uit: The Dyslexic Hearts Club (Vertaald door David Doherty)

“You could point to moments earlier in my life when it all started to go wrong. But the more I think about it, the more I believe things really began to change the first time I saw Anna. That stuff about everyone sharing the blame is Mat soft talk from women’s magazines, if you ask me. I don’t buy it. Life is what happens to you. They’ll tell you a person always has a choice, bat that’s not true. We’re all just muddling along. There is no plan. The only clear sight is hindsight. At first I lay for what seemed like ages in a room of my own. They kept it dark. Machines beeped. Cool hands touched me. Theo I was moved. In silene they wheeled me down corridors, bumping me into a wall here, a door-post there. I counted the lights on the ceiling as I rattled along—twenty-one till I came to a halt and they turned my bed. A man in a police uniform sitting beside the door gave me a quick wave. I tried to guess his age bat couldn’t. Instead of waving back, I turned my head away and dosed my eyes. The orderlies rolled me roughly into the mom and when I opened my eyes again I was looking at a white curtain. As if I wasn’t there, they hooked me up to a bunch of machines and left. The curtain stayed closed, the door clicked shut, and that’s when I heard it: there were other people in here with me. Someone across from me and someone over to the right, each breathing heavily in their own way. Apart from that it was quiet. None of the hustle and bustle I had heard outside the room, no nurses chatting, no trolleys trundling past, no soles squeaking on linoleum. Nothing. I must have dozed off, because suddenly I was jolted awake by a loud voice beside me. Anna van Veen?’ said a nurse, sliding open my curtain an inch or two. ‘Mrs Van Veen? Can you hear me?’ I nodded and lifted my hand to feel my head. ‘Mrs Van Veen?’ the nurse shouted a second time. Her voice was piercing as well as loud. ‘How are you feeling?’ ‘Fine: I croaked. I felt my side. Apart from a collapsed lung and assorted cuts and burns, things were looking up. The nurse ran her hands gingerly through my hair, examined the skin behind my ears, checked my bandages and the machine with the tube that burrowed into my body.”

 


Hanneke Hendrix (Tegelen, 4 april 1980)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Glorie valt

Glorie valt om ons heen
terwijl we
een klaagzang van
verlatenheid aan het kruis
snikken
en haat is de ballast van
de rots
die op onze nekken
en onder onze voeten rust.
We hebben
gewaden van zijde geweven
en onze naaktheid
met tapijtwerk bekleed.
Van kruipend op de
bodem van deze
duistere planeet
stijgen we boven de
vogels en
door de wolken
en banen we ons een weg van haat
en blinde wanhoop en
brengen we afschuw
aan onze broeders en vreugde aan onze zusters.
We groeien ondanks de
afschuw die we
voeden
met onze eigen
morgen.
We groeien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e april ook mijn blog van 4 april 2023 en ook mijn blog van 4 april 2020 en eveneens mijn blog van 4 april 2019 en ook mijn blog van 4 april 2017 en ook mijn blog van 4 april 2015 deel 2.

Rose Styron

De Amerikaanse dichteres, journaliste en mensenrechtenactiviste Rose Burgunder Styron werd geboren op 4 april 1928 in Baltimore, Maryland, waar ze haar jeugd doorbracht. Als dochter van B.B. Burgunder (vader) en Selma Kann (moeder), was haar familie van Duitse afkomst, hoewel het werd omschreven als een seculier, niet-religieus Joods gezin. Ze bezocht de Quaker Friends School of Baltimore basisschool.  Burgunder studeerde aan Wellesley College, waar ze in 1950 afstudeerde met een Bachelor of Arts-diploma. Zij won de Wellesley’s John Masefield-prijs voor “het beste gedicht geschreven door een lid van de eindexamenklas”. Vervolgens behaalde ze haar Master of Fine Arts aan de Johns Hopkins University, waar ze haar toekomstige echtgenoot, romanschrijver William Styron, ontmoette toen ze een lezing bijwoonde die hij gaf. Burgunder zei dat deze eerste ontmoeting voor haar niet memorabel was. Tijdens het voorjaarssemester van 2009 was Styron Fellow aan het Harvard Kennedy School Institute of Politics. Rose Styron sloot zich in 1970 aan bij Amnesty International USA, na het bijwonen van een schrijversconferentie in Moskou en Tasjkent. Ze was voorzitter van de Freedom-to-Write Committee van PEN en de Robert F. Kennedy Human Rights Award, en was bestuurslid van de Academy of American Poets, de Association to Benefit Children en het Brain and Creativity Institute van de University of Southern California. Styron is fellow aan het Kennedy Institute of Politics en was lid van de Council on Foreign Relations.Styrons memoires uit 2023, “Beyond This Harbor”, gaan deels over haar werk als activist, waarbij ze de wereld rondreisde om gewetensgevangenen te bevrijden. Styron is auteur van vier dichtbundels. Ze wist al sinds haar negende dat poëzie haar diepste roeping was. Zij heeft als vertaler aan twee bundels Russische poëzie gewerkt en heeft aan diverse andere schrijfprojecten meegewerkt. Deze omvatten interviews, boekrecensies en essays voor American Poetry Review, The Paris Review, Ramparts en The New York Times. Als journalist heeft Styron artikelen over mensenrechten en buitenlands beleid gepubliceerd in diverse tijdschriften, kranten en vakbladen. Als “handhaver van de nalatenschap van haar man”, na de dood van William Styron in 2006, redigeerde ze The Selected Letters of William Styron, een project dat twee jaar duurde. Daarna kon zij eindelijk een nieuwe bundel met haar eigen gedichten samenstellen, “Fierce Day”, gepubliceerd in 2015. Het was haar eerste nieuwe dichtbundel sinds “By Vineyard Light” die in 1995 verscheen. Ze zegt: ” In 1952, tijdens een fellowship aan de American Academy in Rome, hernieuwde Burgunder een vluchtige kennismaking met een jonge romanschrijver, William Styron, die net de Prijs van Rome had gewonnen voor zijn roman Lie Down in Darkness. Bij hun eerste date werden ze begeleid door Truman Capote. Voordat de date voorbij was, vertelde Capote Styron dat hij met deze vrouw moest trouwen. Ze trouwden in het voorjaar van 1953 in Rome. Samen kregen ze vier kinderen: dochter Susanna Styron is filmregisseur; dochter Paola is een internationaal geprezen moderne danseres; Dochter Alexandra Styron is schrijfster, bekend van de roman All The Finest Girls uit 2001 en haar memoires Reading My Father, gepubliceerd in 2011; en zoon Thomas is hoogleraar klinische psychologie aan de Yale University.

 

SQUIBNOCKET

A score of terns. Another score
come whirling, whisking off the shore
this solstice daybreak where the sun
now rising wands them one by one—
white, winged, airborne, gowned
for ceremony, orange-beaked, ebony-armed
to catch the dazzling fish that live
beneath the water where I dive
silver around me—
thieved

secrets, love, last long.

 

ICE

The tanagers turn south.
The chill rain sets tiaras in the trees.

I think of you as snow in sun,
a bell for clear blue soaring.

Let me be. I do not find
your image on the wind.

 

TODAY

You would have loved today,
sharp winter sunshine, new windows,
too cold to take a walk.
Cardinals in the empty branches.
Eider ducks on the Sound-edge sand.
No place to go. Books
open to their final chapters. Mozart
by the fire, lighting
our endless world. The house
straightened at last.

 


Rose Styron (Baltimore, 4 april 1928)

Charles Ducal, Algernon Swinburne

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

Vader

Onder de lakens werd alles vergroot.
De hoeve werd door moerassen omslopen,
tegen de poort lag de waakhond gedood,
een vreemde hand brak grendels en sloten.

Wij bleven wakker tot wij hem hoorden.
Hij kwam uit een donker van regen en mist
op hoefslagen die de verbeelding doorboorden.
Hij kwam in de kamer, zonder gezicht,

veegde een kruis op al die daar lagen.
Onder de lakens werd alles herleid.
In zijn hok lag de waakhond te slapen,
de poort bleef open, wagenwijd.

 

Narcissus

Hij liep. Iemand schreef dat hij liep.
Toen hij het water bereikte om er zich
voor de laatste keer te bewonderen
was het, terwijl hij viel en zonk,
toch een troost dat hij ook werd bewonderd
door iemand die schreef dat hij viel en verdronk.

Stiekem kroop hij aan de overkant uit het water.
Zijn kleren waren gelukkig nog droog.
Door niemand gevolgd
liep hij zich snel uit het oog.

 

Godsdienst

Het was, in de woekering van talen
die mij ontnuchterde na Gods dood,
vreemd je mooi te zien en onbeschadigd,
alsof het toch de wereld was die loog

en niet mijn hand die je bewaren wou,
voor later, in een goed gemaakt beeld
dat, onaangetast door de eeuw, ligt te
slapen, en Gods instemming heeft.

Ach, ik weet wel dat ik je mooi loop te
praten, verslaafd aan een ouderwets rijm,
dat sterkere dichters hebben verlaten,
die buiten de godsdienst zijn.

 


Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Bij de Noordzee (Fragment)

Een land, onvertrouwd als een doemdroom,
Een zee, wereldvreemd als de dood,
Woestenij, met het sneeuwschuim tot bloemzoom,
Grauwe gaard, waar geen rooz’ ooit sproot,
Onder zwerkgezwoeg, dreigend en plechtig,
Maar met moerplanten machtloos en teer,
Waar ’t aardrijk verplet ligt, amechtig
Van moeizaam verweer.

Wijd flakkren der zwaluwen vluchten,
Wijd verward zwalkt het vlechtsel van wier,
Over vaagten, vaalzwart als de luchten
Die opstreven bij stormgetier;
Dicht verweven als ’t web dat een dwaalgeest
Sluw om ’t hart van een zondeslaaf spint,
Eer wat rest van zijn jeugds ijdel praalfeest
Vervliegt op de wind.

Verre vlakte, die vormloos ter neer ligt,
Voor geen kudden tot schuilplaats noch steun.
Vooglen schaduwen schielijk als ’t weerlicht,
Schudden hoog met gehuil en gekreun;
Achtloos krijten hun zwervende jachten,
En het land luistert stil en gedwee,
Kent slechts twee nimmer stervende machten:
Dood zelf, en de zee.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 


Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)

 

Zie voor de schrijvers van de 3e april ook mijn blog van 3 april 2020 en eveneens mijn blog van 3 april 2019 en ook mijn blog van 3 april 2017 en ook mijn blog van 3 april 2016 deel 2.

Thomas Glavinic, Algernon Swinburne

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook alle tags voor Thomas Glavinic op dit blog.

Uit: Der Kameramörder

„Ich wurde gebeten, alles aufzuschreiben.
Meine Lebensgefährtin Wagner Sonja und ich nutzten die Osterfeiertage zu einem Ausflug in die westliche Steiermark. Wir leben in Oberösterreich, in der Nähe von Linz. Da meine Lebensgefährtin aus Graz-Umgebung stammt, haben wir in der Steiermark einige Bekannte. Am Gründonnerstag fuhren wir zu Hause ab. Nachmittags waren wir in
der Nähe von Graz in einem Lokal mit verschiedenen Freunden verabredet. Anläßlich dieses Treffens sprach meine Lebensgefährtin in einem übertriebenen und schadhaften Ausmaß alkoholischen Getränken zu (ca. 1 l Weißwein, 6 x 2 cl Tequila, ? Bier).
Spätnachts, um etwa 5 Uhr früh, hatte ich mich um die Unterkunft zu kümmern u. mußte meine Lebensgefährtin zu Bett geleiten. Der Tag darauf war Karfreitag. Nachdem meine Lebensgefährtin aus ihrem Alkoholschlaf erwacht war, fuhren wir das nicht mehr weite Stück zu unseren Freunden Heinrich und Eva Stubenrauch, wohnhaft Kaibing 6,
8537 Kaibing. Es war ca. 15.00 Uhr, als wir dort eintrafen. Man begrüßte uns herzlich. Eine Jause wurde uns gerichtet und, weil schönes Wetter herrschte, auf einem großen Holztisch im Freien serviert.
Wir brachten unser Erstaunen zum Ausdruck, daß der Hof mit mind. 25– 30 Katzen übersät war. Heinrich erklärte uns, die Tiere seien unfreiwilliger Besitz des benachbarten Bauern. Dessen Haus war ca. 20 m entfernt. Er habe an die Stubenrauchs vermietet. Meine Lebensgefährtin sagte, die Luft und die Landschaft seien herrlich und die Jause tue ihrem beeinträchtigten Kopf gut. Ich mußte 8 x Wespen von meiner Limonade verscheuchen. Nach der Jause war es ca. 16.00 Uhr und fast so heiß wie im Sommer. Meine Lebensgefährtin äußerte den Wunsch spazieren zu gehen, da dies ihrem Zustand
Vorteile verschaffen könne. Weil in der näheren Umgebung von Heinrichs und Evas Haus keine optimalen Wanderbedingungen bestehen, fuhren wir ca. 5 km mit dem Auto der Stubenrauchs zu einem Parkplatz an der Landstraße. Dahinter erstreckt sich
ein weites Feld mit Getreide und Mais. Heinrich scherzte, dies sei die größte von Hügeln nicht unterbrochene Fläche der Region. Wir wanderten auf den Wegen zwischen den Feldern. Dabei unterhielten wir uns über allgemeine Dinge (Befinden, Neuigkeiten u. dgl.). Insekten schwirrten durch die Luft.“

 


Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Het lied van liefdes afnemend getij

Tussen de westerzon en ’t zeegetij
Raakten der minne hand en lippen mij;
Van zoet kwam bitter, van de dag kwam nacht,
En lang verlangen korte vreugde bracht:
Ach, liefde, en wat werd er van u, van mij,
Tussen de zeeduinen en ’t zeegetij?

Tussen het zeespoor en het zeegetij
Werd blijdschap droefnis, droefenis werd mij;
Min werd tot tranen, tranen werden vlam,
En dood geluk tot nieuwe hartstocht kwam;
Der minne taal en streling leek het mij
Tussen het zeezand en het zeegetij.

Tussen zonsondergang en ’t zeegetij
Waakte de minne één uur van min met mij;
Dan, langs de algouden water-paden heen
Repte zij zich naar dagen van ’t verleên;
Ik zag haar komen, zag haar gaan van mij
Tussen het zeeschuim en het zeegetij.

Tussen het zeestrand en het zeegetij
Min beving sluimer, sluimer beving mij;
En de eerste ster zag twee tot één vergaan
Tussen de zon en ’t zwijgen van de maan;
De tweede ster geen liefde zag, maar mij
Tussen de zeekust en het zeegetij.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 


Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e april ook mijn blog van 2 april 2022 en ook mijn blog van 2 april 2020 en eveneens mijn blog van 2 april 2019 en ook  mijn blog van 2 april 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

April (Chris van Geel), Jay Parini

 

Bij het begin van april

 


April Sunshine door Victor Elford, ca. 1971

 

 

April, vroeg

Lang voor de zon opkomt, in licht
nog nat van nacht, niet één geluid
hetzelfde, ziedend fluiten zij
elkander moord en doodslag toe,
de veren die hun messen slijpen,
de snavels die de zon aanvuren,
de vogels die van licht bedaren.

 


Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)
Amsterdam, de geboorteplaats van Chris van Geel, in april

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en essayist Jay Parini werd geboren in Pittston op 2 april 1948. Zie ook alle tags voor Jay Parini op dit blog.

 

De discipline van het zien

Hoe kun je beginnen te zeggen wat hier is?
In het noorden van New Hampshire worden de bossen ruw
met jackpijnboom, dwergeik, distel;
granietranden schilferen in zonlicht,
en de grond is zanderig, wortels
als oude handen die opzwellen bij de knokkels.
De lucht is wit en meren zijn blauwer:
stukken oude lucht die op aarde zijn gevallen.
De wind lijkt vandaag veel te sterk
terwijl witte pijnbomen op enorme hoogte ruisen,
een verheven, weelderig, diep keelachtig gesnor;
de brede effecten ervan zijn allemaal te zien,
als je het oog maar kunt trainen om te kijken,
je goed kunt concentreren op wat zich presenteert
in de tijd, in smaak en kleur,
die verschuiving van heuvel naar vallei vormt
en voortdurende transcriptie vereist.
Het is altijd moeilijk om een bewegend landschap
vast te houden, in de geest te plaatsen,
waar taal zich voedt met de gegeven wereld.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jay Parini (Pittston, 2 april 1948)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e april ook mijn blog van 1 april 2020 en eveneens mijn twee blogs van 1 april 2019 en ook mijn blog van 1 april 2018 deel 2.