Klaus Ebner, Philip Larkin

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Klaus Ebner werd geboren op 8 augustus 1964 in Wenen. Zie ook alle tags voor Klaus Ebner op dit blog.

Uit: Fünfzig

„Fünfzig. Eine runde Zahl, die ich ständig vor mich hinsage. Es ist schon absurd; und das Wort – fünfzig – bleibt stets vage. Auch auf Papier: eine Fünf und eine Null. Dabei sage ich immer: Ich bin ein Null. Allein der Gedanke, dass es heute so weit ist, jagt mir einen Schauer über den Rücken … niemand hat mich gefragt, ob ich so weit bin, ob ich für diese Zahl bereit bin, die im Grunde bloß eine Nummer ist. Sie lähmt meine Sinne, und das degradiert mich zu einer Lach­nummer. Und wen kümmerts? (Niemanden. Außer … mich selbst.) Morgens wollte ich weder aus dem Bett noch etwas essen, doch ich empfand eine Genugtuung darüber, dass Angritt vor mir aufgestanden war und alles Notwendige erledigt hatte (was immer sie für notwendig hält). Alle Glieder fühlten sich so schwer an, als müsste ich mich gegen einen unsicht­baren Widerstand zur Wehr setzen. Nur nicht hoch­kommen, nur nicht hinaus, nur nichts Vernünftiges anfangen. Ich bekämpfte eine körperliche Regung, obwohl mir klar war, dass ich mit einem mentalen Hemmnis rang. Kurz nach Mittag soll es losgehen. (Puh, das ist sehr bald!) Dabei hatte ich schon vor Monaten gebeten, von einer Feier Abstand zu nehmen – fehlt mir doch jede Idee, was ich feiern soll oder was die Familie und meine Freunde mit mir zu feiern hätten. Mein Wunsch, was sage ich: meine Forderung wurde ignoriert, und Angritt legte sich gewaltig ins Zeug, alle einzuladen, den Tagesablauf präzise festzulegen, die Stube in unserem Lieblingsgasthof zu reservieren, kurzum, alles zu organisieren und es dann auf ihre Art perfekt zu inszenieren. Selbstredend eigentlich. Wenn sie etwas anpackt, dann macht sie keine halben Sachen. Ursprünglich hätte es ja eine Überraschung werden sollen, doch wie könnte der eigene Geburtstag jemanden überraschen? Jene vielleicht, die mit einer Uhr nichts anzufangen wissen, die ihre Tage völlig unbedarft genießen, sich kaum umblicken oder zur Seite schauen und dermaßen konzentriert ihrem Weg folgen, dass Einschnitte wie runde Jubiläen an ihnen vorbeiziehen, ohne Aufmerksamkeit zu erregen oder gar Schrammen zu ver­ursachen. Der Einschnitt; ja, von dem höre ich so oft, aber vielleicht liegt das nur daran, dass mir tatsächlich vorkommt, etwas würde zerschnitten: abgetrennt von allem, was bisher war und Bedeutung hatte. Journalisten, Kolumnisten, Ratgeber; die ganze Gesellschaft spielt auf den neuen Lebensabschnitt an. Lebensabschnitt … ein grässliches Wort. Man muss sich damit abfinden, nur mehr Lebensabschnittspartner zu sein. Eine Herabwürdigung ist das, und wen wunderts, wenn einer im Hinterkopf die Uhr nicht nur ticken, sondern so laut pochen hört, dass sich über kurz oder lang Panik breitmacht.“

 


Klaus Ebner (Wenen, 8 augustus 1964)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

In de wei

Nauwelijks zichtbaar is het span
Waar ’t in de koele schaduw staat,
Tot wind hun staart en manen spreidt;
De ene graast, en stapt wat dan,
—’t Lijkt of de ander ‘m gadeslaat—
En staat weer stil in naamloosheid.

Toch maakt, terug vijftien jaar, een reeks
Van races, hoogstens twee dozijn,
Nog zwak van eeuwige roem gewag,
Hun naam, in handicaps en stakes,
Gegrift in bekers, fraai en fijn
Maar nu vertraagd, na n’ hoogtij junidag—

’t Gewambuisd starten; in de lucht
Getallen; parasols in ’t veld,
Veel auto’s leeg in hete staat,
Het gras bezaaid: dan luid gerucht
Dat klinkt tot het zich tanend meldt
In ’n laatste-nieuws rubriek op straat.

Plaagt terugzien, als een vlieg, hun oor?
Zij schudden ’t hoofd. De schaduw lengt
Zomer na zomer sloop reeds heen:
Publiek, het starthek, ’t kretenkoor—
Alleen nog ’t gras dat ze niet krenkt
Hun naam staat nog geboekt, alleen

Hun nu ontgaan; plaats rust in ’t veld
Of draf geeft hen nog wel plezier,
Geen kijker ziet ze huiswaarts gaan,
Noch stopwatch die benieuwd voorspelt:
Slechts ’n rijknecht, met zijn hulp, gespt hier
Bij avond nog de leidsels aan.

 

Vertaald door Cornelis W. Schoneveld

 


Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)

 

Zie voor meer schrijvers van de 8e augustus ook mijn blog van 8 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 8 augustus 2019 en ook mijn blog van 8 augustus 2017 en ook mijn blog van 8 augustus 2015 deel 2.

Robert Seethaler, Philip Larkin

De Oostenrijkse schrijver en acteur Robert Seethaler werd geboren op 7 augustus 1966 in Wenen. Zie ook alle tags voor Robert Seethaler op dit blog.

Uit: Der Trafikant

„An einem Sonntag im Spätsommer des Jahres 1937 zog ein ungewöhnlich heftiges Gewitter über das Salzkammergut, das dem bislang eher ereignislos vor sich hin tröpfelnden Leben Franz Huchels eine ebenso jähe wie folgenschwere Wendung geben sollte. Schon beim ersten fernen Donnergrollen war Franz in das kleine Fischerhaus gelaufen, das er und seine Mutter in dem Örtchen Nußdorf am Attersee bewohnten, und hatte sich tief ins Bett verkrochen, um in der Sicherheit seiner warmen Daunenhöhle dem unheimlichen Tosen zuzuhören. Von allen Seiten rüttelte das Wetter an der Hütte. Die Balken ächzten, draußen knallten die Fensterläden, und auf dem Dach flatterten die vom dichten Moos überwachsenen Holzschindeln im Sturm. Von Böen getrieben, prasselte der Regen gegen die Fensterscheiben, vor denen ein paar geköpfte Geranien in ihren Kübeln ersoffen. An der Wand über der Altkleiderkiste wackelte der eiserne Jesus, als könnte er sich jeden Augenblick von seinen Nägeln losreißen und vom Kreuz springen, und vom nahen Ufer war das Krachen der Fischerboote zu hören, die von den aufgepeitschten Wellen gegen ihre Uferpflöcke geschleudert wurden. Als sich das Gewitter endlich ausgetobt hatte und sich ein erster zaghafter Sonnenstrahl über die rußschwarzen, von Generationen schwerer Fischerstiefel ausgetretenen Dielen bis an sein Bett heranzitterte, rollte sich Franz in einem kleinen Wohligkeitsanfall zusammen, nur um gleich darauf seinen Kopf unter der Decke hervorzustrecken und sich umzuschauen. Die Hütte war stehen geblieben, Jesus hing noch immer am Kreuz und durch das mit Wassertropfen besprenkelte Fenster leuchtete ein einzelnes Geranienblütenblatt wie ein zartroter Hoffnungsschimmer. Franz kroch aus dem Bett und ging zur Kochnische, um einen Topf Kaffee mit fetter Milch aufzukochen. Das Brennholz unter dem Herd war trocken geblieben und flammte auf wie Stroh. Eine Weile starrte er in das helle Flackern hinein, als mit einem jähen Kracher die Tür aufflog. Im niedrigen Türrahmen stand die Mutter. Frau Huchel war eine schmale Frau in den Vierzigern, immer noch ganz ansehnlich, wenngleich auch schon etwas ausgemergelt wie die meisten Einheimischen, denen die Arbeit in den umliegenden Salzminen, den Viehställen oder den Küchen der Sommerfrischlerwirtshäuser zugesetzt hatte.“

 


Robert Seethaler (Wenen, 7 augustus 1966)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

Naar de kerk

Zodra ik zeker weet, dat ik alleen ben
stap ik hier binnen, trek de deur achter me dicht.
Alweer zo’n kerk met rijen banken, oude steen,
overal boekjes; bloemen, afgeknipt
voor zondag, nu verkleurd; glimmende dingen,
daar, waar het heilige gebeurt; een orgeltje;
een oude stilte, vol tastbare spanning
die, God weet al hoe lang, hier hangt. Ik heb geen hoed
maar haal beleefd de fietsklem van mijn broek

en loop naar voren, strijk over het doopvont.
Het dak ziet er, van onderaf gezien, goed uit.
gerestaureerd? Geverfd? Ik weet het niet, hoe het komt.
Ik ga de preekstoel op. Ik declameer
een paar loodzware verzen, en besluit
met tot zover. Ik klink toch harder dan ik dacht.
De echo doet me na, en ik loop naar de uitgang,
teken het boek, doneer een klein bedrag,
ik weet niet goed meer waar ik hier voor kwam

en toch kwam ik hier weer. Zoals in feite vaak
en altijd weer zonder idee, uiteindelijk,
niet wetend waar te kijken, met de vraag,
als kerken ooit volledig uit de tijd zijn,
wat wij met die gebouwen doen, houden we dan
sommige kathedralen open voor publiek,
met al dat heiligs mooi tentoongesteld,
en sloopt de regen en het vee de andere –
wil niemand dan nog op die onheilsplaatsen komen?

Of komen in de nacht dan vreemde vrouwen
hun kinderen een steen aan laten raken
om zo van kanker te genezen; zouden ze
een dode rond zien lopen, ’s avonds laat?
Iets van de kracht zal wel blijven bestaan
in spelletjes en schijnbaar onlogische namen;
maar bijgeloof, net als geloof, dat blijft niet duren,
wat blijft, als ook het ongeloof voorbijgegaan is?
Gras, onkruid op de tegels, een paar muurtjes, lucht

en elke week iets minder van de vorm,
een minder duidelijke functie. Wie,
vraag ik me af, is dan de laatste die hier komt,
voor wat dit was. Iemand, misschien, die
wat op het hout klopt, weet dat dit het koor heet?
Een zuiplap, zoekend naar antiek,
een kerstliefhebber, die nog hoopt
op het geluid van orgels en de lucht van wierook?
Of iemand namens mij, meer zoals ik,

die hier verveeld en ondeskundig komt, maar weet
wat het gehalte geest is op dit kruispunt, deze grond,
die hier, gemengd met stadsstof, zuinig is geweest,
die heeft bewaard wat nu alleen nog voorkomt
in afscheid, trouwerijen en geboortes,
in dood en denken aan de dood – omdat daarvoor
dit ding gebouwd is? Ik heb geen idee
wat deze opgetuigde klamme huls nog waard is,
ik sta hier graag in stilte, en alleen.

Een serieus gebouw op serieuze grond,
hier hangt de lucht van al onze obsessies
die hier, als noodlot aangekleed, tot rust komen.
En dat is dan toch iets dat niet verdwijnt,
want steeds is er weer iemand die zichzelf verrast
met de behoefte voortaan serieus te zijn,
zijn aandacht zal op deze grond worden gericht:
hij hoorde, dat dit goede grond voor wijsheid was,
alleen al door de vele doden die hier liggen.

 

Vertaald door Menno van der Beek

 


Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e augustus ook mijn blog van 7 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 7 augustus 2017 en ook mijn blog van 7 augustus 2011 deel 1 en ook deel 2.

Kjell Westö, Philip Larkin

De Finse schrijver Kjell Westö werd geboren op 6 augustus 1961 in Helsinki. Zie ook alle tags voor Kjell Westö op dit blog.

Uit:  Das Trugbild (Vertaald door Paul Berf)

(Mittwoch, der 16. November)
ALS FRAU WIIK an diesem Morgen nicht zur Arbeit erschien, reagierte er zunächst gereizt. Möglicherweise hing seine Gereiztheit aber auch noch ein wenig mit seiner misslungenen Fahrt nach Kopparbäck am Vorabend zusammen. Um Jary nicht zu verletzen, hatte er seine Gedanken für sich behalten und anschließend die ganze Nacht grübelnd wach gelegen. Schließlich war er zwei Stunden früher als üblich in die Kanzlei gegangen. Er war schlichtweg übermüdet. Das Clubtreffen am Abend empfand er als Bürde, und auf seinem Schreibtisch türmte sich die Arbeit. Drei neue Klienten innerhalb von zwei Wochen, ein komplizierter Fall vor dem Amtsgericht, unbezahlte Rechnungen, unklare Formalitäten bezüglich Rolles Ausscheiden, Briefe, die diktiert und ins Reine geschrieben und versandt werden mussten: Ohne Frau Wiik kam er nicht weitet Er war bereits um halb acht ins Büro gekommen. Sonst war er nur selten vor neun da, weil er lieber bis in den späten Abend hinein arbeitete. Dennoch wusste er, dass Frau Wiik stets um Punkt acht eintraf, auch samstags. Sein Ärger hielt sich, während er darauf wartete, dass sie auftauchte, und rumorte selbst dann noch in ihm, als es halb neun wurde und ihm der Gedanke kam, dass er sie vielleicht anrufen und sich erkundigen sollte, ob sie sich das Bein gebrochen oder eine Mandelentzündung zugezogen und ihre Stimme verloren hatte oder etwas in der Art. Als er ihre Nummer das erste Mal wählte, war er unkonzentriert. Während er darauf wartete, dass sie an den Apparat ging, dachte er an das abendliche Treffen und an Dinge, die er mit den anderen hinter verschlossenen Türen besprechen wollte. So würde er Arelius bitten, es künftig zu unterlassen, seine politischen Ansichten in Gegenwart seiner Mutter Esther zu kritisieren. Aber vor allem musste er mit Lindemark über Jogi Jary sprechen: Es musste doch irgendetwas geben, was sie tun konnten. Als Frau Wiik sich nicht meldete, dachte er, dass sie sicher auf dem Weg ins Büro war. Jeden Moment würde er ihre Schritte auf der Treppe und ihren Schlüssel im Schloss hören.
Als Frau Wiik sich nicht meldete, dachte er, dass sie sicher auf dem Weg ins Büro war. Jeden Moment würde er ihre Schritte auf der Treppe und ihren Schlüssel im Schloss hören. Doch sie kam nicht Und als er drei Mal angerufen hatte und sie nicht an den Apparat gegangen war, machte er sich allmählich Sorgen. 

 


Kjell Westö (Helsinki, 6 augustus 1961)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

Doorgaan met leven

Doorgaan met leven – dat is: herhaling van de gewoonte
waarmee je je zaakjes bedisselt –
is bijna altijd verliezen of tekortkomen.
Het wisselt.

Dit verlies aan belangstelling, haren, initiatief –
ja, als het pokeren was kon je vragen om
andere kaarten en een full house krijgen!
Maar het is schaken.

Je beheert iets duidelijks, een soort ladingsbrief,
als je al je gedachten bent langsgegaan.
Iets anders, wat dan ook, behoort voor jou
niet te bestaan.

En wat brengt het op? Dat wij op den duur
min of meer het stempel herkennen dat onze
gedragingen kenmerkt, ze thuis kunnen brengen.
Maar zeggen,

op die groene avond dat ons doodgaan begint,
wat het allemaal inhield, brengt ons niet verder.
Het sloeg alleen maar één keer op één mens,
en die ligt op sterven.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 


Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)

 

Zie voor de schrijvers van de 6e augustus ook mijn blog van 6 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 6 augustus 2019 en ook mijn blog van 6 augustus 2017 en mijn blog van 6 augustus 2016 en ook mijn blog van 6 augustus 2015 en ook mijn blog van 6 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Martin Piekar, Conrad Aiken

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

ZUM WELTUNTERGANG ist niemand zu spät
sage ich dem schild: :das ende ist nah
wir lesen & schreiben vom weltuntergang voll zuversicht
sodass er nicht eintritt
die stimme in meinem kopf wird mich noch verrückt machen
: es wird alles gut werden — nein — es wird
alles gut werden — nein
wir leben von der zukunft her, tod & bonbons
im nachhinein verteilt
der dackel, der vor einer metzgerei bellt & heult
schreie sind einsame orte
nur dunkelheit kann stets begleiten
kümmere dich nicht um den weltuntergang
kümmere dich um die weit, um deinen tod
sei ein märtyrer für deine sache & stirb nicht

 

IM DUNKEL EINES UBAHNTUNNELS
da sage ich: ich will wieder träumen
ein junger, der gegen die schienen haust
: geh, sagt er, geh weiter, bis du kannst
dort wird ein dich dich führen ein ausgang dich führen,
wo es so farblos sein wird

 

DIE WÄNDE GEHEN AUFEINANDER WIE VERLORENE
die bilder sind betten aus hornhaut & ich dazwischen
graffiti besetzen ubahntunnel
weil sie das angesicht der kameras fürchten
öffentlichkeit als reines synonym für kameras
ich bin ein canunodell wo immer ich langgehe
ich wandel in ubahntunnel
wie die graffiti ihre wände tragen
& immer wieder höre ich eine spraydose
in einem anderen korridor
hier, die bilder brechen, die bilder brechen auf
sind das gegenteil hohlwachsender früchte
die graffiti meiden fenster
betrachten mich wie einen spiegel
& flüstern: wir gehören niemandem
denn niemand hat uns erschaffen
ich spüre die not eines besetzten hauses
unvergällte luft hinterlässt eine wunde leben
der schweiß einer abgelegten maske, die ich nie trug
mein gesicht gehört mir sowieso nicht
graffiti kosen mich, verkatert vom träumen
drücke ich mein gesicht in die wand

 

i am sic, zegt ze & trekt een reepje huid van haar onderarm
een lappendeken wil ze genoemd worden en ze bouwt Theseus’ schip
een keer per week verdooft ze zichzelf tot helderheid
& verwisselt ze de ene huidflap voor de andere
ze wil weten hoe vaak ze haar huid moet verwisselen
om zich in een nieuwe te voelen
ze vraagt of ik weet hoe het is
om in deze vallende droom geboren te worden
hier onder een brug, altijd onder een brug
nemen we het bloed stollend waar
ze snijdt nog een stuk van haar kuit
ik zoek niet naar iets onder de huid, zegt ze
de autoriteit van weefsel herken je al bij een blik
zegt ze & naald & draad
we fascineren elkaar totdat ik door het oog van de naald ga
velen denken dat ik op zoek ben naar insecten of chips
maar mij gaat het alleen om huid
ze leunt tegen de pilaar, esthetisch als iemand die uitgeput is van sporten
en naait zichzelf dicht, , i am sic, zegt ze
weet je, ik ben uit geen enkele droom ooit ontwaakt

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

SIX SONNETS

I

BROAD on the sunburnt hill the bright moon comes,
And cuts with silver horn the hurrying cloud;
And the cold Pole Star, in the dusk, resumes
His last night’s light, which light alone could shroud.
And legion other stars, that torch pursuing,
Take each their stations in the deepening night,
Lifting pale tapers for the Watch, renewing
Their glorious foreheads in the Infinite.
Never before had night so many eyes!
Never was darkness so divinely thronged,
As now—my love! bright stall—that you arise,
Giving me back that night which I had wronged.
Now with your voice sings all that immortal host,
That god of myriad stars whom I thought lost.

II
What music’s devious voice can say, beguiling
The flattered spirit, your voice can richlier say,
Moving the happy creature to such smiling
As the young sun brings flowers at break of day.
Nor can the southwest wind, who turns green boughs,
And sings in watery reeds, outvie your voice—
No, though the whole wide world of birds he rouse,
And boughs and birds, together, all rejoice.
Not water’s self, shy singer among stones,
Vowelling softly of his secret love,
Can murmur to green roots such undertones,
Nor with low laughter have such power to move.
No rival—none. There is no help for us.
Be it confessed—I am idolatrous.

  


Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e augustus ook mijn blog van 5 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 5 augustus 2018 en ook mijn blog van augustus 2017 en ook mijn 2 blogs van 5 augustus 2011.

Stefan van Dierendonck, Martin Piekar

De Nederlands schrijver en gewezen priester Stefan Clemens Maria (Stefan) van Dierendonck werd geboren in Gemert op 4 augustus 1972. Zie ook alle tags voor Stefan van Dierendonck op dit blog.

Uit: En het regende brood

“Onmiddellijk na de lauden riep de abt me bij zich, keek me aan vanachter zijn massief eiken bureautafel, de handen op een dichtgetapete doos. Hij kwam er net bovenuit. Naar mij toegekeerd stond met grote zwarte halen de adressering: Pater Johannes Beckers, Abdij Sint-Benedictusberg, Vaals, Paesi Bassi. Een slang schoot eruit, dook mijn borstkas binnen en slingerde zich rond mijn hart. Ademen ging ineens zwaar, mijn blik vluchtte weg voor de ogen van de abt, naar alle hoeken van de kloostercel. Ik wist dat hij mijn emoties registreerde en evalueerde, maar ik kon het niet helpen. Ik had het handschrift herkend. `Waarde broeder, enige tijd geleden is dit pakket met de post gekomen. Zoals je ziet is het aan jou gericht.’ Ik knikte. De abt ging verder. `Je weet dat het volgens onze regel niet is toegestaan om zonder toestemming van de abt brieven, gewijde voorwerpen of anderszins kleine geschenken aan te nemen. Je weet ook dat ik verantwoordelijkheid draag voor het geestelijk welzijn van allen die aan mijn zorg zijn toevertrouwd. Het is mijn opdracht om de broeders te sterken in hun roeping, in hun toewijding aan God en aan Zijn Kerk, in hun liefde voor het Hogere.’ Opnieuw een pauze, waarin hij wachtte op mijn instemming. `Het is geen eenvoudige opdracht, kerkelijk leiderschap. Christus spreekt nog over een enkel verloren schaap waar de herder naar op zoek gaat. Onze schapen hebben meer van rabiate wolven, zijn minder geïnteresseerd in eeuwig geluk of in devotie dan in een snelle bevrediging van lichamelijke behoeften. Je begrijpt wat ik bedoel; tenslotte heb je het grootste deel van je leven in de wereld gewerkt. Ik heb daar altijd respect voor gehad, dat weet je. Na zo veel jaren in de felle zon komt de rust van het klooster je toe.’ `Dank u,’ bracht ik uit. `De overgang naar het geregelde kloosterleven was niet eenvoudig voor je. Hoe bevalt het werken in de tuinen?’ Ik keek naar mijn veranderde handen, het verse eelt, de kloven waar de aarde diep in was doorgedrongen, mijn rouwnagels.”

 


Stefan van Dierendonck (Gemert, 4 augustus 1972)

 

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

Bastaard I

– bij: Swans reflecting Elephants, Salvador Dali, olieverf op doek, 1937

Ik voel me een bastaard tussen woestijn
en oase. Dus half om half,
dus geen van beide;
maar toch geen wisselkind.
Als ik op het schilderij zou staan, zou ik
een zwart shirt
dragen
in plaats van het witte, maar ik
zou net zo kijken als
Edward James:
het schilderij uit.
Ik zou de roeiboot niet zien,
vastgelopen in de woestijn.
Ik zou
de fractale maan niet zien,
die alleen maar aan de hemel vastgepind lijkt.
Ik zou de irritatie niet zien
die ontspringt aan de rivier van dromen.
Ik zou de kastelen
van mensen niet zien.
Ik zou
de wolken, de zielen, de dood
achter me niet zien. Ik zou niet zien dat een olifant
ook een zwaan kan zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)
Swans reflecting Elephants door Salvador Dali, 1937

 

Zie voor de schrijvers van de 4e augustus ook mijn blog van 4 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 4 augustus 2019 en ook mijn blog van 4 augustus 2017 en ook mijn blog van 4 augustus 2013 en mijn drie blogs van 4 augustus 2011 en mijn blog over Robert Beck.

Marica Bodrozić, Mirko Wenig

De Duitse dichteres en schrijfster Marica Bodrozić werd geboren op 3 augustus 1973 in Zadvarje in het toenmalige Joegoslavië. Zie ook alle tags voor Marica Bodrozić op dit blog.

Uit: Das Herzflorett

„So sehr Pepsi die Stille im Dorf liebt, so sehr sehnt sie sich nach Menschen. Sie will weg von den Verwandten, bei denen sie in der träumerischen Herzegowina wie ein Waisenkind behandelt wird und nie genug zu essen bekommt, manchmal gar nichts, dann will sie auch weg vom Hof des Großvaters, aus dem dalmatinischen Süden in den europäischen Norden will sie gehen und sich endlich richtig sau essen an etwas Köstlichem, nicht nur an etwas knabbern, das von jemandem übrig geblieben ist. Sie hält das Leben mit ihren weit entfernten Eltern für etwas Wertvolles. Die beiden wohnen in Hessen, einer Gegend im Norden, so haben sie es ihr erzählt. Als Pepsi in der Schule das Alphabet lernt, übt sie es jeden Tag. Sie hat nur noch einen Gedanken, den sie als dringliche Aufforderung empfindet. Kurz nach ihrem neunten Geburtstag ist sie bereit und erfragt am anderen Dorfende bei ihrer Tante Rosa die Adresse der Eltern. Sie schreibt ihnen einen langen Brief. Ich hungere hier, niemand gibt mir etwas ab, schreibt sie gleich am Anfang, ihr müsst mich holen, mich und meine Geschwister, wir sollen alle zusammenleben. Gleich nach der Geburt waren Pepsi, ihre Schwester und ihr Bruder im Alter zwischen acht und zehn Wochen bei Verwandten untergebracht worden. Für die Geburt im Süden kam ihre Mutter aus Hessen, brachte ihre Kinder zur Welt und fuhr alsbald, um ihre Arbeit nicht zu verlieren, wieder in den Norden. Von Besuch zu Besuch vergaß Pepsi dann jedes Mal, wie ihre Mutter aussah. Nur ihr langes samtschwarzes Haar behielt sie in Erinnerung, das Haar, das auch ihrem Vater auf der Stelle ans Herz gewachsen war, als er sie in einer Kirche in Hessen entdeckte, während das Vaterunser gesprochen wurde. Bald darauf heirateten sie und dachten jedes Jahr, dass genau dieses Jahr ein gutes Jahr für eine Rückkehr in den Süden wäre. Aber dieses ersehnte gute Jahr kam nie. Und Pepsi erlebte sie nur als Menschen, die zu Besuch kamen und jedes Mal eine neue Krankheit mitbrachten, ein neues Leiden, eine neue Angst vor dem Sterben. Die Bora wehte wuchtig, als sie durch die wilden Gärten ging und den Brief wie eine ihr schon versprochene Zukunft zum Postmann trug. Ihre Haare flogen einen Moment so auf, als würde die Zeit anhalten, diesen Augenblick in ihr festhalten und damit, allein durch dieses kleine Innehalten, auf etwas Zukünftiges verweisen, das schon um sie wusste, sie erwartete, ohne ihr Genaueres darüber zu sagen.“

 


Marica Bodrozić (Zadvarje, 3 augustus 1973)

 

De Duitse dichter Mirko Wenig werd geboren op 3 augustus 1977 in Gera. Zie ook alle tags voor Mirko Wenig op dit blog.

 

Nachtelijke wandeling

Ze wonen in industriële barakken, klimmen over hekken
en garagedaken, bijten ratten dood.
Ze vechten met katten om voedsel.

Maar deze vos, mijn eigen
vos met luizen, was te oud om te jagen. Zijn rug
krommend, zijn vacht bedekt met bedwantsen, zo
sloop hij ’s nachts naar de vuilnisbak, stootte
hem om en vrat. Langzaam slechts,
kwam ik dichterbij, wilde hem
niet laten schrikken.

Ik keek naar hem. De vos vrat zoals
een dier vreet, snel en haastig, zonder
veel gedoe. Toen rende hij weg
en verdween in de struiken.

Verder gebeurde
er niets. Ik ging naar huis. Dat ik me
een weg door stenen vrat, aan de tepels van de nacht
zoog, zou gelogen zijn. Het regende niet. Wolken?
Die waren er niet.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Mirko Wenig (Gera, 3 augustus 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e augustus ook mijn blog van 3 augustus 2023 en ook mijn blog van 3 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 3 augustus 2016 en mijn blog van 3 augustus 2015 en eveneens van 3 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Jussi Adler-Olsen, Conrad Aiken

De Deense schrijver Carl Henry Valdemar Jussi Adler-Olsen werd geboren op 2 augustus 1950 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jussi Adler-Olsen op dit blog.

Uit: De vrouw in de kooi (Vertaald door Kor de Vries)

“Carl deed een stap naar de spiegel toe en liet een vinger over zijn slaap glijden, daar waar de kogel hem had geschampt. De wond was genezen, maar het litteken was duidelijk te zien onder zijn haar, als iemand tenminste zou willen kijken. Wie zou dat in godsnaam willen? dacht hij terwijl hij zijn gezicht bestudeerde. Nu was te zien dat hij was veranderd. De rimpels rond zijn mond waren dieper geworden, de randen onder zijn ogen donkerder, en zijn blik liet een innerlijke onverschilligheid zien. Carl Mørck was niet langer zichzelf, de ervaren rechercheur die voor zijn werk leefde en ademde. Niet meer de lange, elegante Jut die wenkbrauwen liet fronsen en lippen uiteen deed wijken. wat moest hij daar in godsnaam ook mee? Hij knoopte zijn overhemd dicht, trok zijn jas aan, goot het laatste restje koffie naar binnen en trok de voordeur hard achter zich dicht, zodat de overige bewoners van het huis begrepen dat ze nu uit de veren moesten zien te komen. Zijn blik viel op het naambordje op de deur. Nu werd het hoog tijd het te vervangen. Het was al lang geleden dat het lang geleden was dat Vigga was verhuisd. En hoewel ze nog niet waren gescheiden, die race was gelopen. Hij draaide zich om en liep in de richting van het paardenpad. Als hij over twintig minuten de trein haalde, dan kon hij ruim een halfuur bij Hardy in het ziekenhuis zijn, voor hij door moest naar het bureau. Hij zag de kerk rood uitsteken boven de kale bomen en probeerde zichzelf eraan te herinneren hoeveel mazzel hij ondanks alles had gehad. Slechts twee centimeter naar rechts en Anker had nog steeds geleefd. Slechts een centimeter naar links, dan was hij zelf gedood. Een paar grillige centimeters die hem hadden gescheiden van de tocht langs de groene weilanden en de koude graven een paar honderd meter voor hem. Carl probeerde het te begrijpen, maar dat was moeilijk. Hij wist niet veel over de dood zelf. Alleen dat hij zo onvoorspelbaar kon zijn als een blikseminslag, en zo onmetelijk stil als hij was ingetreden.
Hij wist daarentegen alles over hoe heftig en zinloos het was om dood te gaan. Dat wist hij écht.”

 


Jussi Adler-Olsen (Kopenhagen, 2 augustus 1950)

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

Improvisaties: Licht en Sneeuw: 03

De eerste klok is zilver,
En duisternis ademend denk ik alleen aan de lange zeis van de tijd.
De tweede klok is karmozijnrood,
En ik denk aan een feestnacht, met vuurpijlen
Die de hemel doorboren met rood, en een zachte tinteling van sterren.
De derde klok is saffraan en traag,
En ik aanschouw een lange zonsondergang boven de zee
Met muur aan muur kasteelachtige wolken en glinsterende balustrades.
De vierde klok is bronskleurig,
Ik loop langs een bevroren meer in het doffe licht van de schemering:
Gedempte scheuren lopen door het ijs,
Bomen kraken, vogels vliegen.
De vijfde klok is koud, helder azuurblauw,
Delicaat getint met groen:
Een gouden ster hangt erin te smelten,
En daarheen, slaperig, ga ik.
De zesde klok is alsof een kiezelsteen
In een diepe zee ver boven me is gevallen…
Klankkringen verdwijnen langzaam in de stilte.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e augustus ook mijn blog van 2 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 2 augustus 2018 en ook mijn blog van 2 augustus 2017 en ook mijn blog van 2 augustus 2011 deel 2.

Augustus (Adriaan Morriën), Mehis Heinsaar, Alfred Lord Tennyson

Bij het begin van augustus

 


Augustus, weg door de velden door Swetlana Romanuk, 2019

 

 

Augustus

De open hemel en het toegenegen
stadspark waardoor wij naar de vijver gaan;
hoe dikwijls hebben wij hier reeds gestaan
of ginder in het zachte gras gelegen.

Dan kwam zo stil de milde avond aan
en schudde aan de boom waarbij wij zwegen:
het is je tijd – ik liet haar los, wij keken
naar ’t water met de moegezwommen zwaan.

Tussen de stammen scheen de groene maan,
de wind blies zacht verlangen door de blaren,
zij kamde loom de bloesem uit haar haren.

En ik die heel de avond lag gebogen
over haar mond, het wonder van haar ogen,
moest zoet besneeuwde donkre wegen gaan.

 


Adriaan Morriën (5 juni 1912 – 7 juni 2002) 
De Vissershaven in IJmuiden, de geboorteplaats van Adriaan Morriën

 

De Estse schrijver Mehis Heinsaar werd geboren op 1 augustus 1973 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Mehis Heinsaar op dit blog.

 

Ode aan de merel

Maar het meest
bewonder ik de merel
zoals hij steevast
naast de noten zingt,
als een doezelend neuriënde halfgod
of een van regen en zon
volgelopen draaiorgel
opent hij zijn snavel
voor het zoveelste maffe drinklied

terwijl de mees, de leeuwerik en de vink
hun Strauss ten beste geven
in het ritme van ochtendgloedwalsen,
met een beproefde kwaliteit –
als welgetemperde klavieren,
en er zelfs slapend spelend
nooit één keer naast zitten…

Maar nog meer
houd ik toch van de merel,
die halfzotte drinkebroer in monnikspij
die door een dief gepikte trompet
die alsmaar malle melodietjes
uit zijn mouw blijft schudden,
gewijd aan de revolutie
van de luiwammesen,

hoor dan toch,
hoor dan!
alleen maar kwarttonen en halve
geen enkele hele,

o, ik kan mijn leven lang
blijven luisteren
naar dat gesjeesde
wonderkind!

 

Vertaald door Frans van Nes

 


Mehis Heinsaar (Tallinn, 1 augustus 1973)

 

De Engelse dichter Alfred, Lord Tennyson werd geboren op 6 augustus 1809 in Somersby, Lincolnshire, England. Zie ook alle tags voor Alfred Tennyson op dit blog.

 

Voorbij de havenmond

Glinstert de avondster,
ik moet de haven uit!
En laat de zandbank zwijgen als de ster,
wanneer ik zeewaarts stuit.

’t Is zulk getij dat slaapt en toch beweegt,
zonder geluid en schuim,
wanneer wat kwam vanuit de diepste zee
keert terug in ’t ruim.

Schemer en avondbel,
en duisternis daarna!
En schrei geen zoute tranen van vaarwel,
wanneer ik ga;

al draagt vanuit de grens van Plaats en Tijd
de vloed mij van de grond,
ik hoop mijn Loods te zien die naast mij schrijdt
voorbij de havenmond.

 

Vertaald door H. F. H. Reuvers

 


Alfred, Lord Tennyson (6 augustus 1809 – 6 oktober 1892)
Portret door Samuel Laurence, ca. 1840

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 1 augustus 2019 en ook mijn blog van 1 augustus 2017 en ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 3.

Cees Nooteboom, Jill McDonough

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

Uit: Rituelen

“Op de dag dat Inni Wintrop zelfmoord pleegde stonden de aandelen Philips 149,6o. De slotkoers van Amsterdamse Bank was 375 geweest en Scheepvaart Unie was gezakt naar 141,50. Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil. En dat is wat hij zich herinnerde, áls hij zich iets herinnerde, de koersen, en dat de maan in de gracht geschenen had, en dat hij zich had opgehangen in zijn wc omdat hij in zijn eigen horoscoop in Het Parool voorspeld had dat zijn vrouw ervandoor zou gaan met een ander en dat hij, Leeuw, dan zelfmoord zou plegen. Het was een volmaakte voorspelling. Zita ging ervandoor met een Italiaan en Inni pleegde zelfmoord. Een gedicht van Bloem had hij ook nog gelezen, maar hij wist niet meer welk. De hond, dat eigenwijze dier, liet het wat dat betreft afweten. Het was zes jaar daarvoor, op de trappen van het Paleis van Justitie aan dezelfde Prinsengracht, dat hij de nacht voor zijn huwelijk net zulke echte tranen gehuild had als Zita toen hij haar ontmaagdde in een kamer vol kikkers en reptielen in de Valeriusstraat. En om dezelfde reden. Duistere voorgevoelens, en een peilloze angst om iets, wat dan ook, al was het maar door een teken of ceremonie, aan zijn leven te veranderen. Hij hield veel van Zita. In het geheim, alleen tegen zichzelf, noemde hij haar de prinses van Namibië. Ze had dan ook groene ogen en glanzend rood haar en de matte witroze huid die daarbij hoort, allemaal kenmerken van de hoogste Namibische adel, en ze beschikte over een stille, terughoudende verbazing die in alle provincies van Namibië als de ware deugd van de aristocratie wordt beschouwd. Zita hield misschien nog veel meer van Inni. Het was alleen maar omdat Inni niet van zichzelf hield dat alles was misgegaan. Er waren natuurlijk ook mensen die beweerden dat het kwam doordat ze alle twee zulke idiote namen hadden, maar zowel Inni (Inigo, naar de beroemde Engelse architect) als Zita (de moeder van de prinses van Namibië was een aanhangster van het Huis van Habsburg) wist dat de vreemde geluiden die hun namen vormden hen uittilden boven en afzonderden van de rest van de wereld, en ze konden dan ook uren in bed doorbrengen met Inni Inni Zita Zita, en bij bijzondere gelegenheden ook met fluwelen varianten, Zinnies, Itas, Inizitas, Zinnininitas, Itizitas, koppelingen van namen en lichamen die ze op zulke momenten wel altijd hadden willen laten voortduren, maar er is nu eenmaal geen grotere vijandschap dan tussen het geheel van de tijd en elk willekeurig, afzonderlijk deel ervan, dus dat ging niet.”

 


Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Jill McDonough werd geboren in Hartford, Connecticut in 1972 en groeide op in North Carolina. Zie ook alle tags voor Jill McDonough op dit blog.

 

12-uursdiensten

Een dronepiloot werkt een dienst van twaalf uur en gaat dan naar huis
naar het echte leven. Hij doucht, eet zijn avondeten, speelt videogames.
Twaalf uur later komt hij terug, geeft high-fives en neemt de drone

over van andere piloten, die Homeland kijken, afwassen en hopen dat ze
niet dromen in alle schermen, slechte kills, allemaal slow-motion freeze-frames.
Een dronepiloot werkt een dienst van twaalf uur en gaat dan naar huis.

Een kleine kamer, een pilotenstoel, de microfoon en koptelefoon
vullen zijn gedachten, brengen hem ergens anders heen. Weer een dag,
weer een dollar: zweven en verplaatsen, twaalf uur boven de huizen van vreemden.

Ga even langs de winkel, het is Muzak, haal de Cheerios,
ga naar de sportschool als je geluk hebt. Ga terug naar je baby’s, speel
met Barbies, speel met blokken. Twaalf uur later, kom terug. Neem de drone over.

De geur van verbrande koffie in de lounge, de verschuivende killzone.
Een missie die op het laatste moment wordt afgebroken, en de majoor die je
naam vergeet.
Een dronepiloot werkt een dienst van twaalf uur en gaat dan naar huis.

Het gebeurt in onze naam, maar we hoeven het niet te weten. Ons eigen
leven, onze diensten, onze uren, ketsten de hele dag af op de schermen.
Een dronepiloot werkt een dienst van twaalf uur en gaat dan naar huis;
Verfrist door twaalf vrije uren komt er een ander binnen die onze drone overneemt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jill McDonough (Hartford, Connecticut, 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e juli ook mijn blog van 31 juli 2018 en ook mijn blog van 31 juli 2017 en ook mijn blog van 31 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Patrick Modiano, Thomas Rosenlöcher

De Franse schrijver Patrick Modiano werd geboren in Boulogne-Billancourt op 30 juli 1945. Zie ook alle tags voor Patrick Mondiano op dit blog.

Uit: De straat van de donkere winkels (Vertaald door Edu Borger)

“Ik ben niets. Niets dan een lichte gestalte, die avond, op het terras van een café. Ik wachtte tot de regen op zou houden, een stortbui die was begonnen op het moment dat Hutte me verliet. Een paar uur eerder waren we voor het laatst in de vertrekken van het Kantoor bijeen geweest. Hutte zat zoals altijd achter het massieve bureau, maar hij had zijn jas aangehouden zodat je echt de indruk kreeg dat het om een afscheid ging. Ik zat tegenover hem in de voor cliënten bestemde leren fauteuil. De opaalglazen lamp verspreidde een fel licht dat me verblindde. `Nou, je ziet het, Guy… Het is afgelopen…,’ zei Hutte met een zucht. Er slingerde een dossier op het bureau. Misschien dat van het donkerharige mannetje met zijn ontstelde ogen en zijn bolle gezicht dat ons had opgedragen zijn vrouw te volgen. ’s Middags zocht ze een ander donker mannetje met een bol gezicht op, in een gemeubileerd hotel in de rue Vital in de buurt van de avenue Paul-Doumer. Hutte streek peinzend over zijn baard, een peper-en-zout-kleurige baard, die, hoewel hij kort was, een groot deel van zijn wangen overwoekerde. Zijn grote, lichte ogen staarden in de verte. Links van het bureau de rieten stoel waarin ik zat wanneer er gewerkt moest worden. Over de helft van de wand achter Hutte waren donkerkleurige planken bevestigd: er stonden rijen van allerlei adresboeken en telefoongidsen van de laatste vijftig jaar op. Hutte had me vaak gezegd dat het onvervangbaar gereedschap was waar hij nooit afstand van zou doen. En dat die adresboeken en telefoongidsen de kostbaarste en aangrijpendste bibliotheek vormden die je maar kon hebben, want op die bladzijden waren heel wat verdwenen wezens, zaken en werelden geregistreerd waar zij als enige getuigenis van aflegden. Wat gaat u met al die adresboeken doen?’ vroeg ik aan Hutte, terwijl ik met een breed armgebaar naar de boekenplanken wees. Die laat ik hier, Guy. Ik blijf deze etage huren.’
Hij wierp een snelle blik om zich heen. De twee klapdeuren, die toegang gaven tot het zijkamertje, stonden open en je zag de versleten fluwelen canapé, de schoorsteenmantel en de spiegel waarin het beeld van de rijen telefoongidsen en adresboeken en het gezicht van Hutte weerkaatst werden. Dikwijls wachtten onze cliënten in dat vertrek. Een Perzisch tapijt beschermde het parket. Bij het venster hing een icoon aan de muur. `Waar denk je aan, Guy?’ `Aan niets. Dus u houdt de huur aan?”

 


Patrick Modiano (Boulogne-Billancourt, 30 juli 1945)

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog.

 

Hofstede

Stap het erf op. De ploeg,
overwoekerd, zakt in de aarde, de wagen
valt onmerkbaar uit elkaar, de paarden
knikken in hun graven.
Vul je zakken, de perenboom
zal spoedig omgevallen zijn, het huis,
aardehongerig, zakte al door de knieën.
Klim door de gebroken muren,
ontsteek een vuur in de verbrijzelde haard,
wees niet bang, hij die naast je hurkt,
hurkt daar om met je te zwijgen,
terwijl de hemel boven jullie staat,
voor de schedeldaken een dak.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Thomas Rosenlöcher (Dresden, 29 juli 1947) 

 

Zie voor nog de schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2024 en ook mijn blog van 30 juli 2020 en eveneens mijn blog van 30 juli 2019 en ook mijn blog van 30 juli 2017 en ook mijn blog van 30 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.