Allerzielen, Frances Bellerby, Désanne van Brederode, E. du Perron, Kees van den Heuvel, Odysseas Elytis

 Bij Allerzielen

 


All Souls’ Day door Jakub Schikaneder, 1888

 

All Souls’ Day

Let’s go our old way
by the stream, and kick the leaves
as we always did, to make
the rhythm of breaking waves.

This day draws no breath –
shows no colour anywhere
except for the leaves – in their death
brilliant as never before.

Yellow of Brimstone Butterfly,
brown of Oak Eggar Moth –
you’d say. And I’d be wondering why
a summer never seems lost

if two have been together
witnessing the variousness of light,
and the same two in lustreless November
enter the year’s night…

The slow-worm stream – how still!
Above that spider’s unguarded door,
look – dull pearls…Time’s full,
brimming, can hold no more.

Next moment (we well know,
my darling, you and I)
what the small day cannot hold
must spill into eternity.

So perhaps we should move cat-soft
meanwhile, and leave everything unsaid,
until no shadow of risk can be left
of disturbing the scatheless dead.

Ah, but you were always leaf-light.
And you so seldom talk
as we go. But there at my side
through the bright leaves you walk.

And yet – touch my hand
that I may be quite without fear,
for it seems as if a mist descends,
and the leaves where you walk do not stir.

 


Frances Bellerby (29 augustus 29 1899 – 1975)

 

De Engelse dichteres en schrijfster Mary Eirene Frances Bellerby werd geboren op 29 augustus 1899. Zie ook alle tags voor Frances Bellerby op dit blog.

 

De Nederlandse schrijfster Désanne van Brederode werd op 2 november 1970 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Désanne van Brederode op dit blog.

Uit: Stille zaterdag

“Sara Mijland is dood. Geschept door een personenauto. De bestuurder overschreed de toegestane maximumsnelheid niet. Het betrof een oudere heer die zich altijd zo getrouw aan de verkeersregels hield dat hij zelf al een paar maal ternauwernood aan een ongeluk was ontkomen – maar dat begrepen krantenlezers en kijkers van het Journaal pas een paar dagen na Sara’s overlijden, toen een zoon en een zus van de geschokte dader namens hem hun verklaringen aan de pers aflegden, in het bijzijn van een woordvoerder van de politie, die nog eens bevestigde dat de heer G. nog nooit was beboet wegens wegmisbruik.
Sara Mijland overleed op zaterdagmiddag 3 april 2010, rond kwart over drie in de middag, midden op straat, op nog geen zeven meter afstand van het zebrapad waar ze geen gebruik van had gemaakt. Aanvankelijk werd aangenomen dat ze haast had. Haar echtgenoot betwijfelde dit. Sara had hun huis verlaten met de opmerking dat ze nog een boodschap moest doen, en hij had zich herinnerd dat ze eerder die dag, bij het inruimen van de ijskast, had gezegd dat ze het bestelde paasbrood nog bij de bakker moest ophalen; de winkel ging om vier uur dicht. ‘Toch is er geen brood bij haar gevonden,’ zei Johan Mijland, ‘en van het personeel heeft niemand haar gezien.’

Daarna had de camera een neutraler, kalmer beeld gezocht. In plaats van een net niet huilende man: een donkerblauw, met etnische motieven versierd, waarschijnlijk Marokkaans vaasje, op een lichtblauw geverfd dressoir. Er stonden al bijna uitgebloeide witte rozen in. Ze waren misschien nog door Sara zelf gekocht.”
 


Désanne van Brederode (Utrecht, 2 november 1970)

 

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Charles Edgar (Eddy) du Perron werd geboren op 2 november 1899 in Jatinegara (West Java). Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor E. du Perron op dit blog.

 

Uit: Het Land van Herkomst

« Met Wijdenes denk ik soms: ‘Waarom in godsnaam trakteer je mij op die faciele paradoxen, alsof ik je niet beter kende en alsof ik de bourgeois was die erdoor moet worden geteisterd?’ Door hem tegen te spreken op een koppig andere toon, door de boutadetoon te negéren, krijg ik hem dan meestal – al is het na enig herstemmen – op de toonhoogte van zijn geschreven woord. Het zou inderdaad jammer zijn als ik moest erkennen dat zijn brieven een levender aanwezigheid vertegenwoordigden dan hij zelf.

– Je snapt toch wel, zegt hij, dat ik de zwakke kanten van Nietzsche ook door heb. Zijn Eeuwige Terugkeer mag dan diep zijn, tenslotte beschouw ik het als kul, als teosofie. Zijn Uebermensch is misschien zijn allerzwakste kant, omdat hij hier een mythe heeft gekreëerd met het gezicht van iemand die een recept geeft; resultaat: der schöne Adolf, Uebermensch voor iedere ongelikte lummel die er nooit aan getwijfeld heeft dat in hemzelf dit wonderwezen stak. Vertel Jan Rap dat de zin van het leven losbarsten zal uit Janus Opperrap en je stuurt hem naar huis met het gevoel dat hij het altijd wel gedacht heeft. Maar ik begrijp niet dat ze niet aan hun eigen woede tegen Nietzsche kunnen merken dat hij dàt nu juist niet gezegd heeft.

Heverlé heeft de gewoonte naar stopwoorden te zoeken bij de mensen; soms vindt hij bijna onmerkbare, bewerend dat die de belangrijkste zijn; hij houdt vol dat ieder mens ze heeft. Bij Wijdenes is het dan: ‘Ik begrijp niet’, aan het begin van een zin geplaatst, en tekenend inderdaad. Haastig uitgesproken, met een iets hoger geluid.

– Ze hebhen geen woede, vervolgt hij, omdat ze hem niet kennen; ze hebben Zarathustra als een opera aangehoord en aan het drama van zijn brieven komt dit hele ras eigenlik niet toe. Voor een volk is een groot man trouwens altijd alleen de grote akteur. Als er één ding is dat in hem anders niet te miskennen valt, dan is het dat hij zelf het type is van de eersterangsmens »

 

E. du Perron (2 november 1899 – 14 mei 1940)
Cover biografie

 

De Nederlandse dichter en vertaler Kees van den Heuvel werd geboren op 2 november 1960 in Mill. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Kees van den Heuvel op dit blog.

Bezwaarschrift

Geachte Heer, ik ben bepaald niet blij
Met wat als onrecht uitpakt naar mijn smaak
Omdat ik diep in de problemen raak
Dankzij Uw jongste ethische reveil
Ik die aan diefstal, af en toe een kraak
Verduistering en zakkenrollerij
En beun er soms met fraude nog wat bij
Niks groots, maar toch een leuke eenmanszaak
Dat zijn van nu af illegale dingen
Zo komt die Mozes mij vandaag vertellen
Vanwege nieuwe regels van de kerk
En daardoor zit ik eensklaps zonder werk
Gelieve mij dus schadeloos te stellen
Ik denk aan jaarlijks dertig zilverlingen

 

Liefdesnachten

Ik zie mijn Grote Liefde in mijn dromen
Hij leidt me door een kleurrijk sprookjesbos
En voert me van pagode naar moskee

We spelen lachend diefje met verlos
En duiken naar de bodem van de zee
Of rijden paard op gouden zomerstranden

We vliegen van New York naar Saint Tropez
We dolen uren door vergeten landen
En varen stoer op wilde waterstromen

Mijn slaap staat steeds weer bol van levenslust
Maar ’s ochtens ben ik altijd uitgeblust.


Kees van den Heuvel (2 november 1960 – 11 januari 2010)

 

De Griekse dichter Odysseas Elytis (pseudoniem voor Odysseas Alepoudhelis) werd op 2 november 1911 te Iraklion op Kreta geboren. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Odysseas Elytis op dit blog.

 

The Sleep Of The Brave

 

They will smell of incense, and their faces are burnt by their crossing through the Great Dark Places.

There where they were suddenly flung by the Immovable

Face-down, on ground whose smallest anemone would suffice to turn the air of Hades bitter

(One arm outstretched, as though straining to be grasped by the future, the other arm under the desolate head, turned on its side,

As though to see for the last time, in the eyes of a disembowelled horse, the heap of smoking ruins)—

There time released them. One wing, the redder of the two, covered the world, while the other, delicate, already moved through space,

No wrinkle or pang of conscience, but at a great depth

The old immemorial blood that began painfully to etch, in the sky’sblackness,

A new sun, not yet ripe,

That couldn’t manage to dislodge the hoarfrost of lambs from live clover, but, before even casting a ray, could divine the oracles of Erebus…

And from the beginning, Valleys, Mountains, Trees, Rivers,

A creation made of vindicated feelings now shone, identical and reversed, there for them to cross now, with the Executioner inside them put to death,

Villagers of the limitless blue:

Neither twelve o’clock striking in the depths nor the voice of the pole falling from the heights retracted their footsteps.

They read the world greedily with eyes now open forever, there where they were suddenly flung by the Immovable,

Face-down, and where the voltures fell upon them violently to enjoy the clay of their guts and their blood.

 

Vertaald door Edmund Keeley en Philip Sherrard

 


Odysseas Elytis (2 november 1911 – 18 maart 1996)


Zie voor meer schrijvers van de 2e november ook
mijn blog van 2 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2
.