Annette von Droste-Hülshoff, Louis-Ferdinand Céline, Jan Blokker, Niels ’t Hooft

Prettige Pinksterdagen!

 

vandyk

The Descent of the Holy Spirit, Anthony van Dyck. 1618-1620

 

Am Pfingstsonntage

Still war der Tag, die Sonne stand
So klar an unbefleckten Domeshallen;
Die Luft in Orientes Brand
Wie ausgedorrt, ließ matt die Flügel fallen.
Ein Häuflein sieh, so Mann als Greis,
Auch Frauen knieend, keine Worte hallen,
Sie beten leis.
Wo bleibt der Tröster, treuer Hort,
Den scheidend doch verheißen du den Deinen?
Nicht zagen sie; fest steht dein Wort,
Doch bang und trübe muß die Zeit wohl scheinen.
Die Stunde schleicht; schon vierzig Tag’
Und Nächte harrten sie in stillem Weinen,
Und sahn dir nach.
Wo bleibt er? wo nur? Stund’ an Stund’,
Minute will sich reihen an Minuten.
Wo bleibt er denn? – und schweigt der Mund:
Die Seele spricht es unter leisem Bluten.
Der Wirbel stäubt, der Tiger ächzt
Und wälzt sich keuchend durch die sand’gen Fluten,
Die Schlange lechzt.
Da horch! ein Säuseln hebt sich leicht!
Es schwillt und schwillt und steigt zu Sturmes Rauschen.
Die Gräser stehen ungebeugt;
Die Palme starr und staunend scheint zu lauschen.
Was zittert durch die fromme Schar,
Was läßt sie bang’ und glühe Blicke tauschen?
Schaut auf! nehmt wahr!
Er ist’s, er ist’s; die Flamme zuckt
Ob jedem Haupt; welch wunderbares Kreisen,
Was durch die Adern quillt und ruckt!
Die Zukunft bricht, es öffnen sich die Schleusen,
Und unaufhaltsam strömt das Wort
Bald Heroldsruf und bald im flehend leisen
Geflüster fort.
O Licht, o Tröster, bist du, ach!
Nur jener Zeit, nur jener Schar verkündet?
Nicht uns, nicht überall, wo wach
Und trostesbar sich eine Seele findet?
Ich schmachte in der schwülen Nacht,
O leuchte, eh das Auge ganz erblindet;
Es weint und wacht!



Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Het kabinet ‚Annette von Droste-Hülshoff’ in het Stadtmuseum, Münster

 

De Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline (pseudoniem van Louis Ferdinand Destouches) werd geboren in Courbevoie op 27 mei 1894. Zie ook alle tags voor Louis-Ferdinand Céline op dit blog.

Uit: Journey to the End of the Night (Vertaald door Ralph Manheim)

„Here’s how it started. I’d never said a word. Not one word. It was Arthur Ganate* that made me speak up. Arthur was a friend from med school. So we meet on the Place Clichy. It was after breakfast. He

wants to talk to me. I listen. “Not out here!” he says. “Let’s go in!” We go in. And there we were. “This terrace,” he says, “is for jerks! Come on over there!” Then we see that there’s not a soul in the street, because of the heat; no cars, nothing. Same when it’s very cold, not a soul in the street; I remember

now, it was he who had said one time: “The people in Paris always look busy, when all they actually do is roam around from morning to night; it’s obvious, because when the weather isn’t right for walking around, when it’s too cold or too hot, you don’t see them any more; they’re all indoors,

drinking their cafés crème or their beers. And that’s the truth! The century of speed, they call it! Where? Great changes, they say! For instance? In truth nothing has changed. They go on admiring themselves, that’s all. And that’s not new either. Words. Even the words haven’t changed much!

Two or three little ones, here and there…” Pleased at having proclaimed these useful truths, we sat looking at the ladies in the café. After a while the conversation turned to President Poincaré,* who

was due to inaugurate a small-dog show that same morning, and that led to Le Temps,* where I’d read about it. Arthur Ganate starts kidding me about Le Temps. “What a paper!” he says. “When it comes to defending the French race, it hasn’t its equal!” And quick to show I’m well informed, I fire back: “The French race can do with some defending, seeing as it doesn’t exist!”

“Oh yes, it does!” he says. “And a fine race it is! The finest in the world, and anybody who says different is a yellow dog!” And he starts slanging me. Naturally I stuck to my guns.

“It’s not true! What you call a race is nothing but a collection of riffraff like me, bleary-eyed, flea-bitten, chilled to the bone. They came from the four corners of the earth, driven by hunger, plague, tumours

and the cold, and stopped here. They couldn’t go any further because of the ocean. That’s France, that’s the French people.”

“Bardamu,” he says very gravely and a bit sadly, “our forefathers were as good as we are, don’t speak ill of them!…”

 

Louis-Ferdinand Céline (27 mei 1894 – 1 juli 1961)

 

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Jan Blokker werd geboren in Amsterdam op 27 mei 1927. Zie ook alle tags voor Jan Blokker op dit blog.

 

Uit: Doe die tweets weg! (Column)

„Nergens zijn we er zo dicht mee bij huis gekomen als met Paul de Leeuw, de meest overschatte komiek van de zaterdagavondindustrie, en Cornald Maas, het vleesgeworden Songfestival, tevens kunst- en cultuurpaus van de AVRO. Paul durfde heel ver te gaan door tijdens de trouwerij van een Zweedse prinses het land in te twitteren: ‘Zit u ook stiekem te wachten op een zwarte Saab die zich in een of ander monument boort? Niet dat ik het ze gun, maar dan gebeurt er wat!’

Er gebeurde niets. Het gewaarschuwde Openbaar Ministerie oordeelde dat de uitlating voor niemand iets beledigends bevatte, en dat er evenmin sprake was geweest ‘van smadelijke, lasterlijke, bedreigende of opruiende tekst’. Men had zelfs geen humor vastgesteld. Helemaal niets – zoals altijd als Paul de Leeuw iets zegt, en vervolgens om zichzelf hinnikt.

Zieliger liep het af met Cornald Maas. Zijn actuele tweet had geluid: ‘Grappige exportprodukten heeft Nederland: Sieneke, Joran van der Sloot, de PVV’, wat door de TROS ‘onacceptabel’ werd genoemd en zijn ontslag tot gevolg had. Waarom in godsnaam? Hebben ze zich bij de TROS ooit laten voorstaan op criteria als goeie smaak, esprit, kwaliteit of niveau? Cornald zelf wel. Cornald verdedigde zich als homoseksueel tenminste altijd voor zijn sienekefilie, dus hij had er als mens en kunstkenner behoefte aan om zich in een statement nog eens ondubbelzinnig van de zangeres te distantiëren, en Joran en Geert meteen mee te nemen. Cornald heeft in alle naoorlogse oorlogen aan de goede kant gestaan.

Maar had er dan niet weer een domme, ordinaire, gemakzuchtige, lollige tweet van gemaakt, sukkel.“

 

Jan Blokker (27 mei 1927 -6 juli 2010)

 

De Nederlandse schrijver, journalist, blogger en gamedeskundige Niels ’t Hooftwerd geboren in Leiderdorp op 27 mei 1980. Zie ookalle tags voor Niels ‘t Hooft op dit blog.

 

Uit: Toiletten

Je bleef stilstaan, we waren gearriveerd. Het was een laag huis, steegje erlangs, veel hogere flats in de nabije omgeving. De meeste bomen hadden geen bladeren meer, een kille wind joeg door de straten.
Ik keek om me heen, op zoek naar symbolen die iets konden vertellen over de afloop van mijn avontuur. Een cartridge in mijn kartonnen doos viel om, zodat ik het label kon zien. Final Fantasy, een avontuurlijk rollenspel. Niet mijn favoriete soort videogame. Eentje met gevechten die om beurten voert met de computer, via menu’s. Meestal heb ik geen zin ze uit te knokken, maar als je wegrent krijg je geen ervaringspunten en wordt je virtuele personage niet sterker.
‘Hand in hand loop ik wel met mijn oma,’ zei je.

‘Gooi jouw spullen maar bij de mijne,’ zei je, ‘het zijn nu onze spullen.’
Zo begon het. We gooiden onze spullen bij elkaar op het bed. Onderbroeken door elkaar, sokken door elkaar, jouw maandverband bij mijn scheerapparaat, mijn T-shirt bij jouw oranje broek, tandenborstels niet te onderscheiden want ze waren allebei groen. Dat was een van de dingen waarom we zeiden dat we bij elkaar pasten, dat we dezelfde tandenborstel hadden. Hoeveel mensen kopen hun tandenborstel in dezelfde kleur?
Ik zei: ‘Ik doe toch nooit jouw onderbroeken aan? Waarom zouden we onze onderbroeken bij elkaar gooien?’
‘Het is belangrijk dat alles van ons samen is,’ stelde je. Je moest lachen.
Het bed was groot, of misschien leek het groot, omdat de kamer zo klein was. Er was een boekenkast, omgedoopt tot klerenkast, er was een raam, er was een straalkachel, er was een klein nachtkastje. Als je tussen de deurposten door wilde, moest je over het nachtkastje heen stappen of over het bed, samen versperden ze de weg. We hadden de deur eruit getild, omdat het bed er anders niet doorheen ging, maar we hebben hem nooit teruggehangen. Je zei dat het zo ruimtelijker was. Ruimtelijk, een bijzonder groot woord voor ons nieuwe huis. Bij ruimtelijk denk ik aan een grote balzaal met een kroonluchter, een omringende balustrade en prachtige marmeren trappen.“

 

Niels ’t Hooft (Leiderdorp, 27 mei 1980)


Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook
mijn blog van 27 mei 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.