Jaap van den Born

De Nederlandse dichter, kunstenaar en illustrator Jaap van den Born werd geboren in Nijmegen op 17 januari 1951. Van den Born werd opgeleid tot onderwijzer en tekenleraar. Hij is beëdigd grafoloog. Van den Born was o.a. werkzaam als matroos, sergeant bij de luchtmacht, arbeider, barkeeper, wietknipper, nachtportier en postbezorger. In 1988 maakte hij met Peter Coret (alias Cees van der Pluijm) en Wilbert Friederichs de expositie en voorstelling ‘Poëzie aan de muur’ in het Steigertheater te Nijmegen. In 2011 schreef hij het libretto voor het oratorium ‘Kiek duir’…De Broerstraat, voor het Colourful Citykoor, dirigent Johnny Rahaket, een muziekspektakel met teksten over de vreemdelingen die door de eeuwen Nijmegen bevolkten, met muzikanten uit vele werelddelen, dat opgevoerd werd in de Stadsschouwburg. Als dichter debuteerde Van den Born in 2005 met de bundel “2000 jaren Nijmegenaren”, gevolgd door “Drs. P révisé”, die hij samen met Drs. P schreef. Hierna volgden nog een groot aantal bundels en publicaties in literaire tijdschriften. Zijn werk kenmerkt zich door de toepassing van strakke vormen als het sonnet, het ollekebolleke en het elftal. Zijn werk is humoristisch maar ook kritisch van aard. Filosofie, wetenschap en geschiedenis zijn belangrijke thema’s in zijn werk. In 2012 werd Van den Born door literair tijdschrift De Tweede Ronde (later: KortVerhaal) de Kees Stip Prijs toegekend voor zijn gehele oeuvre op het gebied van light verse.

Hemels Tafereel

Ach, kijk ze nou toch vrolijk staan te springen!
De witte veren vliegen in het rond
Ook cherubijntjes in hun blote kont
Staan stralend van Gods lof en eer te zingen

Eén loopt zich door de menigte te wringen
Verbeten trek rond de wat weke mond
Ondanks zijn blos oogt hij wat ongezond
Normaal bij pas gestorven stervelingen

Hij spreidt een zelfverzekerdheid ten toon
Ondanks zijn nu gestaakte ambtstermijn
Alsof zijn sterven hem pas echt een doel gaf

Hij stevent recht op God af op Zijn troon
En zegt met lijzig, achteloos venijn:
‘Ga als de sodemieter van mijn stoel af!’

 

Een ster uit het oosten

We joelden en we gilden in het bad
Toen kregen we opeens een grote schok
Daar kwam, gewoon in badpak, Ciska Peters!

Die zomaar in óns bad een baantje trok
Gescheiden door wat chloordoorwalmde meters
Zwom daar een Ster, bekend van de Teevee!

Na afloop knoopten wij gehaast de veters
En zagen hoe Zij, zwevend als een fee
Per fiets vertrok, de blonde haren nat

Ons jongenshart bleef smeulend weken gloeien
(Daarna kwam Frank, maar die kon me niet boeien)

 
Jaap van den Born (Nijmegen, 17 januari 1951)