Mario Vargas Llosa, Walter van den Broeck, Chrétien Breukers, Joost de Vries, Nelson Algren, Marianne Fredriksson

De Peruviaanse schrijver Mario Vargas Llosa werd geboren op 28 maart 1936 in Arequipa. Zie ook alle tags voor Mario Vargas Llosa op dit blog.

Uit: Conversation in the Cathedral (Vertaald door Gregory Rabassa)

“There it was, recovered now, the beach of Miraflores, the waves of Herradura, the bay of Ancón, and the images were as real, the orchestra seats in the Leuro, the Montecarlo and the Colina, as wild, the dance halls where he and Teté danced boleros, as those of a technicolor movie. Are you happy? the senator asked, and he quite happy. What a nice person he is, he thought as they went into the dining room, and the senator that’s right, Freckle Face, just as soon as summer’s over he’ll break his hump, did he promise? and Popeye swore he would, papa. During lunch the senator teased him, Zavala’s daughter still hadn’t given you a tumble, Freckle Face? and he blushed: a little bit now, papa. You’re too much of a child to have a girl friend, his old lady said, he should still keep away from foolishness. What an idea, he’s already grown up, the senator said, and besides, Teté was a pretty girl. Don’t let your arm be twisted, Freckle Face, women like to be begged, it had been awful rough on him courting the old lady, and the old lady dying with laughter. The telephone rang and the butler came running: your friend Santiago, child. He had to see him urgently, Freckle Face. At three o’clock at the Cream Rica on Larco, Skinny? At three on the dot, Freckle Face. Was your brother-in-law going to beat the tar out of you if you didn’t leave Teté alone, Freckle Face? the senator smiled, and Popeye thought what a good mood he’s in today. Nothing like that, he and Santiago were buddies, but the old lady frowned: that boy’s got a screw loose, don’t you think? Popeye raised a spoonful of ice cream to his mouth, who said that? another of meringue, maybe he could convince Santiago for them to go to his house and listen to records and call Teté just to talk a little, Skinny. Zoila herself had said so at canasta last Friday, the old lady insisted. Santiago was giving her and Fermín a lot of headaches lately, he spent all day fighting with Teté and Sparky, he’d become disobedient and he talked back. Skinny had come out first in the final exams, Popeye protested, what more did his old man and old lady want?”

 
Mario Vargas Llosa (Arequipa, 28 maart 1936)

 

De Vlaamse roman- en toneelschrijver Walter van den Broeck werd geboren in Olen op 28 maart 1941. Zie ook alle tags voor Walter van den Broeck op dit blog.

Uit: Een verliefde monnik

‘Waarschijlijk was hij een West-Vlaming,’ zo had de leraar ook nog gezegd. ‘Waar een h hoort te staan aan het begin van een woord, vergeet hij ze (Abent), waar er geen hoort te staan, schrijf hij er een (hic).’
Komaan West-Vlaming, spreek op!
Langzamerhand vormden zich allerlei hypothesen. Hij was ongetwijfeld een kloosterling. Wie anders kon lezen en schrijven in die tijd, en was bovendien het Latijn machtig? Zijn versje leek mij een billet doux, gericht aan een geliefde die waarschijnlijk geen weet had van zijn gevoelens. Toch moest hij vol van haar zijn geweest, zelfs bij een futiele bezigheid als het proberen van een nieuwe pen, ontsnapte hem zijn grote verzuchting: ‘Al mijn oude makkers zijn getrouwd, maar ik niet. En… zal het er ooit nog van komen? Zij weet het niet eens. En als zij het ooit verneemt, zal ze mijn gevoelens dan beantwoorden? En als ze mijn gevoelens beantwoord… gooi ik dan mijn kloosterkap over de haag?’
Ik raakte plots vertederd door die man, die waarschijnlijk dag in dag uit aan een houten lessenaar de heilige geschriften zat te kopieren. Plots stond hij mij veel nader dan de meeste van mijn generatiegenoten, alleen maar, besefte ik, doordat hij 1 geschreven regel had nagelaten. 1 enkele geschreven regel.
De hele dag liep ik te glimlachen door het huis. Ik was de houder van het zielsgeheim van een kloosterling uit de 11de eeuw, die eigenlijk het liefst had willen trouwen, maar de moed of de gelegenheid miste om naar zijn geliefde toe te stappen en haar ten huwlijk te vragen. Het was in die tijd dat ik in het geniep verliefd was op Eliane, het mooiste meisje van de hele school. En ook zij wist het niet.”

 
Walter van den Broeck (Olen, 28 maart 1941)

 

De Nederlandse dichter Chrétien Breukers werd geboren op 28 maart 1965 in het Limburgse Leveroy. Zie ook alle tags voor Chrétien Breukers op dit blog.

Zwarte hoek

Hier begint het land, in deze zwarte hoek. Het water
bij De Zwarte Haan ligt bijna spiegelglad. Kleine
rimpels in mijn spiegelbeeld. Ootmoed en geluk
gaan kalm in mij tekeer. Sint Jabik legt zijn hand
op deze vlek. Een vonk ontsteekt de zon. Reislust

suddert op het kleinste pitje gaar. Mijn pelerine en
mijn schoenen zijn behaaglijk aan het stramme lijf.
In het water van de zee doop ik de staf –
oh hoed, bescherm mijn ogen tegen almaar meer,
onstuimig licht, als ik de eerste stappen zet.

 

Huis

geen deur komt ergens op uit;

dit is een deur met zomaar wat deuren
die je niet mag openen.

Dit huis is groter dan je je herinnert,
je hebt er al gewoond.

In deze kamer tochtte het, de ramen
stonden open. Geur van voorjaar.

Of van najaar. Of een tijd daar tussenin.
Huis met zomaar wat deuren.

 
Chrétien Breukers (Leveroy, 28 maart 1965)
Sint Barbarakerk, Leveroy

 

De Nederlandse schrijver Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

Uit: De republiek

 Volgens Romero waren dit soort onorthodoxe namen het gevolg van een antiklerikale golf die in de jaren twintig en dertig door de Chileense politiek en media ging: ‘Je moet je voorstellen hoe het Chileens staatsburgerschap eruitzag in de vroege twintigste eeuw. Enorme hoeveelheden immigranten kwamen dit land binnen, de grote steden waren een melting pot van Duits, Italiaans, Spaans, Iers, Grieks, noem maar op. Om geen religie te bevoordelen en zo etnische spanningen in de hand te werken, voerde de overheid al vroeg een rigide beleid van scheiding van kerk en staat. Wat je ziet is dat de gebruikelijke namen — veelal verwijzingen naar heiligen en martelaren — in die tijd massaal verdwenen, ten faveure van seculiere namen, soms ingegeven door politiek, maar vaker ingegeven door de Amerikaanse popcultuur die vanaf de jaren veertig een ongekende opmars maakte. Zo’n big deal was Hitler niet.’
Haar theorie kwam overeen met een onderzoek uitgevoerd door een van Briks studenten, die behalve Hitlers ook vijf Stalins, drie Churchills en twee Mussolini’s in het telefoonboek telde. Alsnog liep de snelheid van mijn aantekeningen achter bij Romero’s privecollege, waardoor ze soms moest pauzeren. Ik dacht niet dat ze oog had voor mijn jetlag en vond dat het niet heel flink zou zijn om erover te beginnen, maar opeens doorbrak ze haar vacante gezicht met een glimlach en zei: ‘Hee chico, ga toch lekker slapen.’ Ik knikte, ik straalde, ik was altijd bereid me te laten bemoederen. — Morgen moet ik naar Aquila rijden.
— Dat is heel ver.
— Ik heb een interview met iemand die Hitler heet, en die zijn zoon ook Hitler heeft genoemd. Hitler Lima.
— Dat is best een beruchte naam, zei ze. Doe voorzichtig.”

 
Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983)

 

De Amerikaanse schrijver Nelson Algren werd geboren op 28 maart 1909 in Detroit. Zie ook alle tags voor Nelson Algren op dit blog.

Uit: The Man With the Golden Arm

“Louie glanced at Frankie slyly. ‘You know that awready, Dealer? You know how he don’t die? It’s what they say awright, the monkey never dies. When you kick him off he just hops onto somebody else’s back.’ Behind the film of glaze that always veiled Louie’s eyes Frankie saw the twisted look. ‘You got my monkey, Dealer? You take my nice old monkey away from me? Is that my monkey ridin’ your back these days, Dealer?’
The color had returned to Frankie’s cheeks, he felt he could make it almost any minute now. ‘No more for me, Fixer,’ he assured Louie confidently. ‘Somebody else got to take your monkey. I had the Holy Jumped-up-Jesus Horrors for real this time -‘ n I’m one guys knows when he got enough. I learned my lesson but good. Fixer – you just give the boy with the golden arm his very lastest fix.’
‘What time you have to be by Schwiefka?’ Louie wanted to know.
Frankie brushed the hair, matted by drying sweat, off his forehead and glanced at his watch. Sweat had steamed the crystal, he couldn’t read the hands. He dried it on the bedcover, for his shirt was still wringing damp. ‘Nine-thirty – I got an hour and a half. I’ll make it.’
‘Crawl your dirty gut over to the table,’ Louie advised him. ‘Can you take coffee?’

 
Nelson Algren (28 maart 1909 – 9 mei 1981)


De Zweedse schrijfster Marianne Fredriksson werd geboren in Göteborg op 28 maart 1927. Zie ook alle tags voor Marianne Fredriksson op dit blog.

Uit: Hanna’s Daughters (Vertaald door Joan Tate)

“Last of all came the astonishing realization that Mother had somehow been touched by the questions she’d asked.
She stubbed out her cigarette in the rusty tray at the far end of the table. God, how tired she was. Mother, she thought, dear wonderful Mother, why can’t you show pity and die?
Frightened, she glanced out over the nursing home grounds where the Norway maples were in flower and smelling of honey. She drew in the scent with deep breaths, as if seeking consolation in the spring, but her senses were dulled. I’m as if dead, too, she thought as she turned on her heel and walked determinedly to the ward sister’s door. She knocked and just had time to think, please let it be Märta.
It was Sister Märta, the only one she knew here. They greeted each other like old friends, then the daughter sat in the visitor’s chair and was just about to start asking when she was overwhelmed by emotion.
“I don’t want to start crying,” she said, then did.
“It’s not easy,” said the sister, pushing the box of tissues across.
“I want to know how much she understands,” said the daughter, adding her hope of being recognized and the questions she’d asked her mother, who didn’t understand, yet did.
Sister Märta listened with no surprise.
“I think the old understand in a way we find difficult to grasp. Like newborn infants. You’ve had two babies yourself, so you know they take everything in, anxieties and joys. Well, you must remember?”

 
Marianne Fredriksson (28 maart 1927 – 11 februari 2007)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn blog van 28 maart 2012.