Nescio, Erich Maria Remarque, Dan Brown, Xavier Grall, Tadeusz Konwicki, Anne Morrow Lindbergh, Johannes Baader, Ida von Hahn-Hahn, Henry Rider Haggard, Jacques Delille

De Nederlandse schrijver Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh) werd geboren in Amsterdam op 22 juni 1882. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2008.

Uit: De Uitvreter

 

Jij weet niet wat handel is, Koekebakker, anders zou je der niet om lachen. Om te beginnen ga je tot je achttiende jaar op school. Heb jij ooit geweten hoeveel schapen er in Australië zijn en hoe diep ’t Suezkanaal is?
Nou juist, daar heb je het. Ik heb dat geweten. Weet jij wat polarisatie is?
Ik ook niet, maar ik heb ’t geweten. De raarste dingen heb ik moeten leeren. Vertaal in ’t Fransch: ‘onder benefice van inventaris’. Ga der maar tegen aan staan. Je hebt er geen begrip van, Koekebakker. Dat duurt zoo jaren. Dan doet je ouwe heer je op een kantoor. Dan merk je, dat je al die dingen geleerd hebt om met een kwast papier nat temaken. Overigens is ’t ‘t ouwe gedonderjaag, ’s morgens om negen uur present en urenlang stil zitten. Ik vond dat ik op die manier niet opschoot. Ik kwam altijd te laat, ik probeerde wel op tijd te komen, maar ’t wou niet meer, ik had ’t zooveel jaren gedaan. En taai. Ze zeiden dat ik alles verkeerd deed, daar zullen ze wel gelijk aan gehad hebben. Ik wilde wel, maar ik kon niet, ik ben geen kerel om te werken. Ze zeiden, dat ik de anderen van hun werk hield. Ook daarin zullen ze wel gelijk gehad hebben. Als ik klaagde, dat ik ’t niks lollig vond en vroeg of ik daarvoor nu op school al die wonderlijke dingen had geleerd, dan zei de ouwe boekhouder: ‘Ja jongetje, het leven is geen roman.’ Bakken vertellen, dat kon ik en dat vonden ze leuk ook, maar ze waren er niet tevreden mee. De ouwe boekhouder wist al heel gauw niet wat hij met me doen moest. Als de baas er niet was maakte ik dierengeluiden, zong komieke liedjes, die ze nog nooit hadden gehoord. De zoon van den baas was een ingebeelde kwajongen; af en toe kwam i op kantoor om centen te halen. Hij sprak vreeselijk gemaakt en keek met een allerellendigst, door niets gemotiveerd vertoon van superioriteit naar de bedienden van zijn pa. De lui lachten zich een beroerte als ik dien jongeheer nadeed.
Ik heb daar ook nog een schrijfmachine bedorven en een boek weggemaakt. Toen hebben ze me aan een toestel gezet, dat ze de ‘guillotine’ noemden. Daar moest ik monsters mee knippen. Dagen lang heb ik daaraan gestaan: alle monsters werden scheef. De lui hadden ’t wel in de gaten, ze hadden niets anders verwacht. Ze hadden me daar alleen maar aan gezet om erger te voorkomen.“

 

Nescio

Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)

 

De Duitse schrijver Erich Maria Remarque (pseudoniem van Erich Paul Remark) werd geboren op 22 juni 1898. Zie ook mijn blog van 22 juni 2006 en ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2008.

 

Uit: Der schwarze Obelisk

 

Die Sonne scheint in das Büro der Grabdenkmalsfirma Heinrich Kroll & Söhne. Es ist April 1923, und das Geschäft geht gut. Das Frühjahr hat uns nicht im Stich gelassen, wir verkaufen glänzend und werden arm dadurch, aber was können wir machen – der Tod ist unerbittlich und nicht abzuweisen, und menschliche Trauer verlangt nun einmal nach Monumenten in Sandstein, Marmor und, wenn das Schuldgefühl oder die Erbschaft beträchtlich sind, sogar nach dem kostbaren schwarzen schwedischen Granit, allseitig poliert. Herbst und Frühjahr sind die besten Jahreszeiten für die Händler mit den Utensilien der Trauer – dann sterben mehr Menschen als im Sommer und im Winter -; im Herbst, weil die Säfte schwinden, und im Frühjahr, weil sie erwachen und den geschwächten Körper verzehren wie ein zu dicker Docht eine zu dünne Kerze. Das wenigstens behauptet unser rührigster Agent, der Totengräber Liebermann vom Stadtfriedhof, und der muß es wissen; er ist achtzig Jahre alt, hat über zehntausend Leichen eingegraben, sich von seiner Provision an Grabdenkmälern ein Haus am Fluß mit einem Garten und einer Forellenzucht gekauft und ist durch seinen Beruf ein abgeklärter Schnapstrinker geworden. Das einzige, was er haßt, ist das Krematorium der Stadt. Es ist unlautere Konkurrenz. Wir mögen es auch nicht. An Urnen ist nichts zu verdienen.“

 

remarque_e

Erich Maria Remarque (22 juni 1898 – 25 september 1970)

 

De Amerikaanse schrijver Dan Brown werd geboren in Exeter, New Hampshire, op 22 juni 1964. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2008.

Uit: The Davinci Code

 

I told you already,” the curator stammered, kneeling defenseless on the floor of the gallery. “I have no idea what you are talking about!”
“You are lying.” The man stared at him, perfectly immobile except for the glint in his ghostly eyes. “You and your brethren possess something that is not yours.”
The curator felt a surge of adrenalin. How could he possibly know this?
“Tonight the rightful guardians will be restored. Tell me where it is hidden, and you will live.” The man leveled his gun at the curator’s head. “Is it a secret you will die for?”
Saunière could not breathe.
The man tilted his head and closed one eye, peering down the barrel of his gun.
Saunière held up his hands in defense. “Wait,” he said slowly. “I will tell you what you need to know.” The curator spoke his next words carefully. The lie he told was one he had rehearsed many times…each time praying he would never have to use it.

When the curator had finished speaking, his assailant smiled smugly. “Yes. This is exactly what the others told me.”
Saunière recoiled. The others?
“I found them, too,” the huge man taunted. “All three of them. They confirmed what you have just said.”
It cannot be! The curator’s true identity, along with the identities of his three sénéchaux, was almost as sacred as the ancient secret they protected.
Saunière now realized his sénéchaux, following strict procedure, had told the same lie before their own deaths. It was part of the protocol.

 

Brown

Dan Brown (Exeter, 22 juni 1964)

 

De Franse dichter en schrijver Xavier Grall werd geboren op 22 juni 1930 in Landivisiau (Finistère). Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2008.

 

 

Allez dire à la ville (Fragment)

 

Terre dure de dunes et de pluies

c’est ici que je loge

cherchez, vous ne me trouverez pas

c’est ici, c’est ici que les lézards

réinventent les menhirs

c’est ici que je m’invente

j’ai l’âge des légendes

j’ai deux mille ans

vous ne pouvez pas me connaître

je demeure dans la voix des bardes

0 rebelles, mes frères

dans les mares les méduses assassinent les algues

on ne s’invente jamais qu’au fond des querelles

 

Allez dire à la ville

que je ne reviendrai pas

dans mes racines je demeure

Allez dire à la ville qu’à Raguénuès et Kersidan

la mer conteste la rive

que les chardons accrochent la chair des enfants

que l’auroch bleu des marées

défonce le front des brandes

 

Allez dire à la ville

que c’est ici que je perdure

roulé aux temps anciens

des misaines et des haubans

Allez dire à la ville

que je ne reviendrai pas

 

Poètes et forbans ont même masure

les chaumes sont pleins de trésors et de rats

on ne reçoit ici que ceux qui sont en règle avec leur âme sans l’être avec la loi

les amis des grands vents

et les oiseaux perdus

Allez dire la ville

que je ne reviendrai pas

 

 

gralljeune

Xavier Grall (22 juni 1930 – 11 december 1981)

 

 

De Poolse schrijver en regisseur Tadeusz Konwicki werd geboren op 22 juni 1926 in Nowa Wilejka bij Vilnius. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007

Uit: The Polish Complex (Vertaald door Richard Lourie)

„I was standing in line in front of a state-owned jewelry store. I was twenty-third in line. In a short while the chimes of Warsaw would announce that it was eleven o’clock in the morning. Then the locks on the great glass and metal doors would rattle open and we, the sneezing and sniffling customers, would invade the store’s elegant interior — though, of course, ours would be a well-disciplined invasion, each person keeping the place staked out during the long wait in line.

It was the day before Christmas, fairly cold, something between a late autumn day and one late in winter. There was a belated feeling about the day itself as well. Not fully illuminated, misty, sluggish. Stray snowflakes sailed through the icy air like poplar seeds. The tram cars huddled in herds on the broad trunk line, their bells clanging plaintively. A beggar familiar to all Warsaw sat himself down on the sidewalk near the jewelry store. He spread out his legs in the light, shifting snow to intimidate fainthearted passerby. But I knew that his prostheses, made of plastic and nickel, were hollow, and though they might freeze to the sidewalk, our beggar would feel no cold. Endless crowds of pedestrians rushed by along the walls. Occasionally one, lost in thought, would collide with another, yet would keep on walking without apology. Or one would jostle another with a Christmas tree, then curse him out. Some stumbled and fell but rose quickly, feeling no pain, and went on their way. Your usual day before Christmas.

This day was creeping across a little planet in a small solar system. The planet, called Earth, is a rocky oval filled with liquid lava; its surface is covered by thin layers of water, as well as by air, a volatile mixture of oxygen, hydrogen, nitrogen, and several other elements, each of which would pose a threat to its existence. Due to a confluence of favorable circumstances, life arose on this planet.

 

TadeuszKonwicki

Tadeusz Konwicki (Nowa Wilejka, 22 juni 1926)

 

De Amerikaanse schrijfster en luchtvaartpionier Anne Morrow Lindbergh werd geboren op 22 juni 1906 in   Englewood, New Jersey. Anne studeerde aan het prestigieuze Smith College in Northampton (Massachusetts). Anne leerde Charles Lindbergh kennen toen haar vader, toen ambassadeur in Mexico, hem uitnodigde om zijn gast te zijn. Lindbergh had toen net zijn vlucht met de Spirit of St. Louis van New York naar Parijs achter de rug. Een jaar later trouwden ze. Nog een jaar later had zij – als eerste vrouw ter wereld – een Glider Pilot License. Anne en Charles kregen zes kinderen. De eerste zoon, Charles jr., werd in 1932 ontvoerd en vermoord toen hij twee jaar oud was. Er werd losgeld betaald, maar later bleek dat het kind meteen na de ontvoering was vermoord. Het proces van de moordenaar en ontvoerder was een nationale gebeurtenis die vrijwel dagelijks de voorpagina’s haalde. De Lindberghs ontvingen dagelijks meer dan 60.000 adhesiebetuigingen uit het hele land.Onder druk van dit alles besloot het echtpaar naar Engeland te emigreren. Daar vonden ze onderdak in het huis Long Barn in Kent. Dat huis was eigendom van Harold Nicolson en diens vrouw Vita Sackville-West. Rond die tijd begon Anne Morrow met schrijven. Aanvankelijk waren dat vooral boeken over de eerste jaren van haar vliegervaringen. Later schreef zij ook gedichten en romans.

 

Uit: Gift from the Sea

 

„And then, some morning in the second week, the mind wakes, comes to life again. Not in a city sense – no—but beach-wise. It begins to drift, to play, to turn over in gentle careless rolls like those lazy waves on the beach. One never knows what chance treasures
these easy unconscious rollers may toss up, on the smooth white sand of the conscious mind; what perfectly rounded stone, what rare shell from the ocean floor. Perhaps a channeled whelk, a moon shell, or even an argonaut.

But it must not be sought for or – heaven forbid! – dug for. No, no dredging of the sea-bottom here. That would defeat one’s purpose. The sea does not reward those who are too anxious, too greedy, or too impatient. To dig for treasures shows not only impatience and greed, but lack of faith. Patience, patience, patience, is what the sea teaches. Patience and faith. One should lie empty, open, choiceless as a beach – waiting for a gift from the sea.“

 

amlindbergh

Anne Morrow Lindbergh (22 juni 1906 – 7 februari 2001)

 

De Duitse schrijver, dadaïst en architekt Johannes Baader werd geboren op 22 juni 1875 in Stuttgart, waar hij later ook architectuur studeerde. In 1906 plande hij de bouw van een wereldtempel voor de „Internationale Religieuze Mensenbond“. In een serie brieven (14 Briefe Christi, 1914) gaf hij zich uit voor de wederopgestane Christus. Na een opzienbarende Christus-Happening in de Berlijnse Dom en in de Reichstag in Weimar nam hij in 1920 deel aan de eerste internationale Dada Beurs. Samen met Raoul Hausmann en Richard Hülsenbeck ging hij op toernee en richtte hij in 1921 de „Eerste Intertellurische Akademie“ op. Vanaf 1925 werkte hij als journalist in Hamburg.

 

Wer ist Dadaist?

 

Ein Dadaist ist ein Mensch, der das Leben in allen seinen unübersehbaren Gestalten liebt und der weiß und sagt: Nicht allein hier, sondern auch da, da, da ist das Leben! Also beherrscht auch der wahrhafte Dadaist das ganze Register der menschlichen Lebensäußerungen, angefangen von der grotesken Selbstpersiflage bis zum heiligsten Wort des Gottesdienstes auf der reif gewordenen, allen Menschen gehörenden Kugel Erde. Und ich werde dafür sorgen, daß auf dieser Erde Menschen leben künftig. menschen, die ihren geist in der Gewalt haben und mit diesem Geist die Menschheit neu schaffen.

 

Der Oberdada

 

 

baader_portrait1919

Johannes Baader (22 juni 1875 – 15 januari 1955)

 

De Duitse schrijfster Ida von Hahn-Hahn werd geboren op 22 juni 1805 in Tressow (Schlingendorf). Zij geldt als een van de meest gelezen schrijfsters van haar tijd en haar werk werd vertaald in het Engels, Frans, Italiaans, Nederlands, Pools, Russisch en Zweeds. Zij kreeg erkenning van schrijvers als Keller, Eichendorff en Fontane. Toch was er ook kritiek op haar elitaire, aristocratische houding, haar maniërisme en het veelvuldig gebruik van vreemde woorden in haar teksten.

 

Uit: Gräfin Faustine

 

„In Norddeutschland gibt es wohl wenig lieblichere Punkte als die Brühlsche Terrasse in Dresden zur Frühlingszeit. An einem Junitage, frisch, grün und strahlend wie ein Smaragd, saßen mehrere junge Männer vor dem Baldinischen Pavillon, rauchten Zigarren, nahmen Gefrorenes oder Kaffee, musterten die Vorübergehenden und schwatzten eine Musterkarte von Unsinn durcheinander, wozu, wie sich von selbst versteht, Pferde, Theater und Frauen den Stoff lieferten.

Es war drei Uhr nachmittags und daher keine elegante Frau auf der Terrasse zu sehen. Sie speisten oder wollten speisen und fürchteten die Hitze, die Sonne, obgleich sich kühler, grüner, wehender Schatten über die Terrasse legte. Desto mehr mußte es auffallen, daß eine augenscheinlich dem höheren Stande angehörende Frau allein auf einer Bank saß, den Rücken dem Pavillon zugewandt, ungestört vom Geschwätz der Männer und vom unruhigen jauchzenden Treiben der Kinder, die mit und ohne Wärterinnen die Terrasse gleich Ameisen überdeckten. Aber es fiel keinem auf. Sie mußte also eine Erscheinung sein, die jedermann kannte und um die sich niemand kümmerte. Sie zeichnete emsig. Ein Bedienter stand wie eine Bildsäule seitwärts hinter ihr und hielt einen Sonnenschirm so, daß weder ein blendender Lichtstrahl noch ein zitternder Schatten des Laubes Auge, Hand und Papier der Gebieterin treffen konnte. Ihr großes dunkles Auge flog mit einem schnellen scharfen Aufschlag hin und her zwischen Gegend und Zeichnung, und die feine Hand, ohne Scheu vor der Luft, der größern Festigkeit wegen des Handschuhs entledigt, folgte gewandt dem Blick. Sie war ganz in ihre Arbeit vertieft.”

 

hahnh

Ida von Hahn-Hahn (22 juni 1805 – 12 januari 1880)

 

De Engelse schrijver Henry Rider Haggard werd geboren in Norfolk op 22 juni 1856. Zie ook mijn   blog van 22 juni 2007.

 

Uit: King Solomon’s Mines

 

„In two hours time, about four o’clock, I woke up. As soon as the first heavy demand of bodily fatigue had been satisfied, the torturing thirst from which I was suffering asserted itself I could sleep no more. I had been dreaming that I was bathing in a running stream, with green banks and trees upon them, and I awoke to find myself in that arid wilderness, and to remember that, as Umbopa had said, if we did not find water that day we must certainly perish miserably. No human creature could live long without water in that heat. I sat up an
d rubbed my grimy face with my dry and horny hands. My lips and eyelids were stuck together, and it was only after some rubbing and with an effort that I was able to open them. It was not far off the dawn, but there was none of the bright feel of dawn in the air, which was thick with a hot murkiness I cannot describe. The others were still sleeping. Presently it began to grow light enough to read, so I drew out a little pocket copy of the Ingoldsby Legends I had brought with me, and read the ‘Jackdaw of Rheims’. When I got to where

 

A nice little boy held a golden ewer,

Embossed, and filled with water as pure

As any that flows between Rheims and Namur,

 

I literally smacked my cracked lips, or rather tried to smack them. The mere thought of that pure water made me mad. If the Cardinal had been there with his bell, book, and candle, I would have whipped in and drunk his water up, yes, even if he had already filled it with the suds of soap worthy of washing the hands of the Pope, and I knew that the whole concentrated curse of the Catholic Church should fall upon me for so doing.“

 

haggard_henry

Henry Rider Haggard (22 juni 1856 – 14 mei 1925)

 

De Franse dichter Jacques Delille werd geboren op 22 juni 1738 in Clermont-Ferrand. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007.

 

 

Le doux printemps revient…

 

Le doux printemps revient, et ranime à la fois

Les oiseaux, les zéphirs, et les fleurs, et ma voix.

Pour quel sujet nouveau dois-je monter ma lyre ?

Ah ! Lorsque d’un long deuil la terre enfin respire,

Dans les champs, dans les bois, sur les monts d’alentour,

Quand tout rit de bonheur, d’espérance et d’amour,

Qu’un autre ouvre aux grands noms les fastes de la gloire ;

Sur un char foudroyant qu’il place la victoire ;

Que la coupe d’Atrée ensanglante ses mains :

Flore a souri ; ma voix va chanter les jardins.

Je dirai comment l’art, dans de frais paysages,

Dirige l’eau, les fleurs, les gazons, les ombrages.

Toi donc, qui, mariant la grace et la vigueur,

Sais du chant didactique animer la langueur,

Ô muse ! Si jadis, dans les vers de Lucrèce,

Des austères leçons tu polis la rudesse ;

Si par toi, sans flétrir le langage des dieux,

Son rival a chanté le soc laborieux ;

Viens orner un sujet plus riche, plus fertile,

Dont le charme autrefois avoit tenté Virgile.

N’empruntons point ici d’ornement étranger ;

Viens, de mes propres fleurs mon front va s’ombrager ;

Et, comme un rayon pur colore un beau nuage,

Des couleurs du sujet je tiendrai mon langage.

L’art innocent et doux que célèbrent mes vers,

Remonte aux plus beaux jours de l’antique univers.

 

 

delille

Jacques Delille (22 juni 1738 – 1 mei 1813)