Peter Ghyssaert, J.R.R. Tolkien, Marie Darrieussecq, Alex Wheatle, Cicero, Jean Muno, Jacob Balde, John Gould Fletcher, Douglas Jerrold

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Rijm

De velden zijn vol rijm vanavond. Als ik nu
verdwaal wil ik jou tegenkomen
en je vragen naar de weg. Wat zou je klein
en stil zijn, vol gebaren en
onuitgesproken tekens. En je handen
koud, nerveus en nauwelijks te bedwingen.
Maar je stem, vader, je stem kan ik
me niet herinneren terwijl je onvermurwbaar
van me wegloopt en je witte haar zich oplost
in de avond als een stukgetrokken nest.

 

Reisnecessaire

Ik ken je niet, maar je bent mooi
een golf die op de stenen slaat
bezit je schoonheid niet, en de mist
van water ragfijn over velden
heeft niet dat onaanraakbare
jou eigen; je bent bijna
uit je gezicht afwezig, bijna
vertrokken uit de lijnen
van je voorouders gegeven,
maar voldoende nog aanwezig
om een droom in gang te zetten.
Ik ken je niet, maar je bent mooi;
met jou vertrekkend word ik mooi.

 

 
Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

De Engelse schrijver J.R.R. Tolkien werd geboren op 3 januari 1892 in Bloemfontein, Zuid-Afrika. Zie ook alle tags voor J.R.R. Tolkien op dit blog.

Uit: The Lord of the Rings (The Hobbit)

“Where else should I be?” said the wizard. “All the same I am pleased to find you remember something about me. You seem to remember my fireworks kindly, at any rate, and that is not without hope. Indeed for your old grandfather Took’s sake, and for the sake of poor Belladonna, I will give you what you asked for.”
“I beg your pardon, I haven’t asked for anything!”
“Yes, you have! Twice now. My pardon. I give it you. In fact I will go so far as to send you on this adventure. Very amusing for me, very good for you—and profitable too, very likely, if you ever get over it.”
“Sorry! I don’t want any adventures, thank you. Not today. Good morning! But please come to tea—any time you like! Why not tomorrow? Come tomorrow! Good bye!” With that the hobbit turned and scuttled inside his round green door, and shut it as quickly as he dared, not to seem rude. Wizards after all are wizards.
“What on earth did I ask him to tea for!” he said to himself, as he went to the pantry. He had only just had breakfast, but he thought a cake or two and a drink of something would do him good after his fright.
Gandalf in the meantime was still standing outside the door, and laughing long but quietly. After a while he stepped up, and with the spike on his staff scratched a queer sign on the hobbit’s beautiful green front-door. Then he strode away, just about the time when Bilbo was finishing his second cake and beginning to think that he had escaped adventures very well.
The next day he had almost forgotten about Gandalf. He did not remember things very well, unless he put them down on his Engagement Tablet: like this: Gandalf Tea Wednesday. Yesterday he had been too flustered to do anything of the kind.”

 

 
J.R.R. Tolkien (3 januari 1892 – 2 september 1973)
The Hobbit als bureaubladachtergrond

 

De Franse schrijfster Marie Darrieussecq werd geboren in Bayonne, Pyrénées-Atlantiques, op 3 januari 1969. Zie ook alle tags voor Marie Darrieussecq op dit blog.

Uit: Truismes

“De plus en plus, je me réfugiais dans le petit square entre deux clients, je les faisais patienter un peu. Je prenais des risques avec le directeur, mais je n’en pouvais plus. Je subtilisais les crèmes conseillées par les magazines et je les étalais soigneusement sur ma peau, mais rien n’y faisait. J’étais toujours aussi fatiguée, ma tête était toujours aussi embrouillée, et le gel micro-cellulaire spécial épiderme sensible contre les capitons disgracieux de chez Yerling ne semblait même pas vouloir pénétrer. Honoré disait qu’il était bien le seul. Honoré devenait vulgaire, il se doutait vraiment de quelque chose. En plus de développer une profonde graisse sous-cutanée ma peau devenait allergique à tout, même aux produits les plus chers. Elle épaississait fort disgracieusement et se révélait hypersensible, ce qui était un bonheur quand j’avais, pour parler crûment, mes chaleurs, mais un vrai handicap pour tout ce qui concernait les maquillages, les parfums et les produits ménagers. Or dans mon métier ou pour tenir la maison d’Honoré, j’étais pourtant bien obligée d’en faire usage. Alors ça ne ratait pas : je me couvrais de plaques rouges, et après la crise ma peau devenait encore plus rose qu’avant. Et j’avais beau passer toutes les crèmes du monde sur mon troisième téton, rien n’y faisait, il ne voulait pas disparaître. Quand j’ai commencé à voir enfler comme un vrai sein par-dessous, j’ai cru que j’allais m’évanouir. »

 

 
Marie Darrieussecq (Bayonne, 3 januari 1969)

 

De Britse schrijver Alex Wheatle werd geboren op 3 januari 1963 in Londen. Zie ook alle tags voor Alex Wheatle op dit blog.

Uit: Crongton Knights

“My mum told me I was named after her Scottish granddad, Danny McKay. Apparently, once a year, he served food to the best golfers in the world in some top-ranking hotel by the sea. I don’t love golf but Mum was proper proud of her grandpops. She wanted to keep his surname so I was branded McKay Medgar Tambo. It’s not the coolest of names but it smacks the insults out of the Gateau Kid, Slop Bag and Dumpling-Butt which I had to put up with in primary school.
My maths teacher, Ms Riddlesworth, reckons I’m fourteen and fifteen–sixteenths years old. I dunno how she worked that one out. I live in Dickens House, South Crongton estate, with my seventeen-year-old brother, Nesta, and my dad. Mum died a few years ago. Pops works the twilight zone in a biscuit factory. He drives a forklift truck in the warehouse. Going by his curses, he hates his boss.
My bredrens are Lemar ‘Liccle Bit’ Jackson and Jonah ‘Rapid’ Hani. I’ve known them long before anyone called me a nickname.
Six months ago, Liccle Bit had some serious drama with the top G of our estate, Manjaro. He couldn’t quite keep out of Manjaro’s way cos the crime duke is the daddy to the baby of Bit’s sis, Elaine – a bonkers situation. Bit made things a trailer-load worse for himself when Manjaro manipulated him to hide a gun. It was a time when beef between North and South Crong exploded with the merkings of at least three bruvs.
Bit was ordered to return Manjaro’s gun. My bredren finally came to his senses and put up resistance. Him and his gran got a beat-down for his trouble but, since that day, Manjaro went all fugitive. The feds hunted him high and searched for him low. They couldn’t find him. Graffiti in South Crong shouted ‘Manjaro woz ’ere’ and ‘Manjaro woz there’. The feds and the social services offered Bit’s fam a flat in Ashburton – they turned it down. Bit explained it was on the eleventh floor and in that tiny castle you couldn’t swing a baby’s dummy.”

 

 
Alex Wheatle (Londen, 3 januari 1963)

 

De Romeinse schrijver, redenaar, politicus, advocaat en filosoof Marcus Tullius Cicero werd geboren in Arpinum op 3 januari 106 v. Chr. Zie ook alle tags voor Cicero op dit blog.

Uit: Vriendschap (Laelius (de amicitia, vertaald door Rogier van der Wal)

“Hoe groot de kracht van vriendschap is kan het beste bepaald worden aan de hand van de oneindige band die van nature tussen alle mensen tot stand is gebracht: zij (de vriendschap) is zo versmald en ingeperkt dat elke liefdesband een verbond betreft tussen twee (of in elk geval een klein aantal) mensen.
Vriendschap is niets anders dan overeenstemming over alle dingen die met goden of mensen te maken hebben, plus liefde en genegenheid. Misschien met uitzondering van wijsheid hebben de onsterfelijke goden de mens niets mooiers gegeven. Sommigen geven de voorkeur aan rijkdom, anderen aan een goede gezondheid, aan macht of publieke functies, en velen ook aan zinnelijk genot. Dat laatste is iets voor dieren; die eerder genoemde zaken zijn vergankelijk en onzeker, en niet zozeer in onze macht als wel onderhevig aan de grilligheid van het lot. Zij die in de deugd het hoogste goed zien hebben groot gelijk! Juist de deugd brengt vriendschap voort en houdt haar in stand. Zonder deugd kan er helemaal geen vriendschap bestaan.”

 

 
Cicero (3 januari 106 v. Chr. – 7 december 43 v. Chr.)
Een jonge lezende Cicero, door Vincenzo Foppa, 1464

 

De Belgische schrijver Jean Muno (pseudoniem van Robert Burniaux) werd geboren in Molenbeek op 3 januari 1924. Zie ook alle tags voor Jean Muno op dit blog.

Uit: Histoires singulières

« Comme elle lui était étrangère soudain! Sa table nette, son siège inoccupé. Là aussi, on effaçait soigneusement toute trace de son passage.
Il rebroussa chemin. Il en avait assez de passer inlassablement d’une rive à l’autre. Cette nuit, il fallait chercher ailleurs, marcher au hasard, assez longtemps pour ne plus entendre la voix obsédante qui n’en finissait pas de répéter: «Sans importance… sans importance… » Soudain, Walter constata qu’il était sorti du quartier qu’il connaissait trop bien et que la ville autour de lui s’était étrangement dépeuplée.
Il lui parut qu’elle découvrait enfin son véritable visage. Étroites rues sans nom, places perdues, elle était faite de souterrains, de grèves émergées du silence. Un labyrinthe énigmatique, le temple d’une religion disparue, un cœur mystérieux qui palpitait à peine. Il entendit le tintement d’une cloche et reconnut la voix lointaine de son église.
C’était comme une lanterne qu’on balançait à bout de bras dans le brouillard. »

 

 
Jean Muno (3 januari 1924 – 6 april 1988)
Molenbeek, Gemeenteplein

 

De Amerikaanse dichter en schrijver John Gould Fletcher werd geboren op 3 januari 1886 in Little Rock, Arkansas. Zie ook alle tags voor John Gould Fletcher op dit blog.

 

In The City Of Night (Fragment)

City of vermilion curtains, city whose windows drip with crimson, tawdry, tinselled,
sensual city, throw me pitilessly into your crowds.
City filled with women’s faces leering at the passers by,
City with doorways always open, city of silks and swishing laces, city where bands
bray dance-music all night in the plaza,
City where the overscented light hangs tepidly, stabbed with jabber of the crowd,
city where the stars stare coldly, falsely smiling through the smoke-filled air,
City of midnight,
Smite me with your despair.
City of emptiness, city of the white façades, city where one lonely dangling lantern
wavers aloft like a taper before a marble sarcophagus, frightening away the ghosts;
City where a single white-lit window in a motionless blackened house-front swallows
the hosts of darkness that stream down the street towards it;
City above whose dark tree-tangled park emerges suddenly, unlit, uncannily, a grey
ghostly tower whose base is lost in the fog, and whose summit has no end.
City of midnight,
Bury me in your silence.
City of night,
Wrap me in your folds of shadow.

 

 
John Gould Fletcher (3 januari 1886 – 20 mei 1950)

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Jacob Balde S.J. werd geboren op 3 januari 1604 in Ensisheim in de Elzas. Zie ook alle tags voor Jacob Balde op dit blog.

Uit: Oden und Epoden

XII.
Marianische Liebe

Traf’s mich? oder träum’ ich denn bloß, es habe
Ein beschwingter Pfeil mir das Herz getroffen?
Was es immer ist auch, im Flug geregt hat
Etwas die Lüfte.

Wohl die Hand ich kenne der Bogen-lenk’rin,
Fühle wohl das leichte Gewicht des Pfeiles.
Fest im Busen haftet des gold’nen Köchers
Brennende Wunde.

Wo du Ihr, o meiner Diana, folgest,
Neidenswerther Chor der Begleiterinnen,
Künde, wohl verlezt von geliebten Flammen
Glühe die Brust mir.

 

 
Jacob Balde (3 januari 1604 – 9 augustus 1668)
Cover

 

De Engelse schrijver Douglas William Jerrold werd geboren op 3 januari 1803 in Londen. Zie ook alle tags voor Douglas Jerrold op dit blog.

Uit: Mrs. Caudle’s Curtain Lectures 

“Do you hear that shutter, how it’s banging to and fro?Yes,–I know what it wants as well as you; it wants a new fastening. I was going to send for the blacksmith to-day, but now it’s out of the question:
NOW it must bang of nights, since you’ve thrown away five pounds.
“Ha! there’s the soot falling down the chimney. If I hate the smell of anything, it’s the smell of soot. And you know it; but what are my feelings to you? SWEEP THE CHIMNEY! Yes, it’s all very fine to say sweep the chimney–but how are chimneys to be swept–how are they to be paid for by people who don’t take care of their five pounds?
“Do you hear the mice running about the room? I hear them. If they were to drag only you out of bed, it would be no matter. SET A TRAP FOR THEM! Yes, it’s easy enough to say–set a trap for ‘em.But how are people to afford mouse-traps, when every day they lose five pounds?
“Hark! I’m sure there’s a noise downstairs. It wouldn’t at all surprise me if there were thieves in the house. Well, it MAY be the cat; but thieves are pretty sure to come in some night. There’s a wretched fastening to the back-door; but these are not times to afford bolts and bars, when people won’t take care of their five pounds.”

 

 
Douglas Jerrold (3 januari 1803 – 8 juni 1857)
Borstbeeld uit 1853 in de National Portrait Gallery, Londen

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn drie blogs van 3 januari 2016.