Rappa, Rudolf G. Binding, Albert Sorel

De Surinaamse schrijver Rappa (pseudoniem van Robby Jonathan Parabirsing) werd geboren in Paramaribo op 13 augustus 1954. Hij werkte als leraar Nederlands aan het Vrije Atheneum, beheert sinds 1980 aan huis een stripbibliotheek en werkt als uitgever van boeken die als printing-on-demand in kleine oplage verschijnen bij zijn uitgeverij Ralicon. Rappa debuteerde met Friktie tories oftewel gevlochten verhalen (1980). Zijn laatste werk voor volwassen lezers zijn de novellen De tapoe (Het amulet, 1995) en Een bloedige les (2001) en de verhalenbundel Nieuwe friktie tories (1999). Rappa schreef voorts de kinderboeken Silvy en Hexa en andere verhalen (1983) en Verdwaald in het bos (1998) en stelde een aantal vakantieboeken samen.

Uit: De Surinaamse literatuur

 

“Toch blijven deze reisverslagen, geschreven door blanken die hier nauwelijks een voet aan land hadden gezet, de eerste bewaarde geschriften waar het gebied Guyana en iets later het gedeelte daarin dat de naam Zueriname bleek te dragen, werd genoemd. Hoe kunnen we spreken van Surinaamse literatuur als we niet eerst kunnen aantonen waar de naam Suriname het eerst wordt genoemd? En al zijn de geschriften waarin deze naam voor het eerst wordt genoemd door blanken geschreven, zij gebruiken als eersten op papier de naam die wij tot vandaag gebruiken. Hun geschriften moeten dus ergens kunnen worden ondergebracht in onze literatuurgeschiedenis. Verder hebben deze verslagen vele anderen beïnvloed en zijn ze het richtsnoer geweest voor de tweede golf van blanken, namelijk degenen die zich kwamen vestigen, de groep die kwam koloniseren.

Het is wel geen simpele zaak om deze eerste periode uit onze literatuurgeschiedenis met jaartallen af te bakenen, dat is ook het probleem dat men in andere landen heeft met afbakenen van literaire perioden; de ene periode vloeit namelijk over in de andere. Men trekt dan de scheiding als er duidelijk van een nieuw hoogtepunt sprake is.

Verder moeten we ons afvragen welke geschriften uit die periode we erkennen als deel van onze literatuurgeschiedenis, de Spaanse, de Portugese de Engelse of de Hollandse?

Gezien het verloop van onze kolonisatie, lijkt het beter dat we één lijn trekken, we beschouwen dus voornamelijk de in het Hollands geschreven reisverslagen als deel van de literatuur uit de eerste periode.

 

rappa

Rappa (Paramaribo, 13 augustus 1954)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf G. Binding werd geboren op 13 augustus 1867 in Basel. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2007.

 

 

August

 

Ernster August! Versengst du

mit dörrenden Stürmen die Liebe?

Brechen Wellen des Meeres

ein in die Müde der Augen?

 

Zittert das Licht aus zu hoher

Wölbung des Äthers?

oder wehrt sich das Herz

übermächtiger Glut?

 

Nun sind die Felder geleert.

Die Wälder verdunkeln.

Lichter süßer und liebender

hat uns der Mai einst umarmt.

 

Wehre dich, Herz!

Sammle das Süße in dir.

Sammle es heimlich zum Süßesten.

 

Jetzt reift die Süßeste blutend –

reift die Brombeere

unter dem Dornengerank.

 

 

binding_rudolf

Rudolf G. Binding (13 augustus 1867 – 4 augustus 1938)

      

De Franse schrijver en historicus Albert Sorel werd geboren op 13 augustus 1842 in Honfleur, Calvados. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2007.

 

Uit: MADAME DE STAËL

 

“Une personne qui a connu de près Mme de Staël  et qui a été à même de recueillir de première  main toutes les traditions de sa vie, Mme Necker  de Saussure, a dit : « Ses ouvrages sont, pour ainsi  dire, les mémoires de sa vie sous une forme abstraite… ». Mme de Staël Tavait déclaré : « Quand  on écrit pour satisfaire à l’inspiration intérieure dont  l’âme est saisie, on fait connaître par ses écrits,  même sans le vouloir, jusqu’aux moindres nuances  de sa manière d’être et de penser. » C’est ainsi que  je me propose de chercher dans les événements de  la vie de Mme de Staël l’esprit de ses ouvrages.

Les premières impressions reçues du monde forment, à notre insu, dans notre âme, le prisme selon

lequel, plus tard, nous colorons les choses. Pour  Chateaubriand, ce furent les solitudes mélancoli-

ques de Gombourg, les grandes bruyères voisines de  rOcéan et « terminées par des forêts » où soufflaient  les tempêtes; pour Lamartine, les coteaux de Milly,  la maison champêtre, les sentiers domestiques, un  ciel doux et voilé, des horizons vagues et fuyants,  une enfance pieuse auprès d’une mère chrétienne;  pour Mme de Staël, ce fut, dans la vie intime, le  spectacle d’un ménage heureux, et, dans la vie mondaine, le spectacle d’un salon où se rencontraient les  beaux esprits, où Ton s’exaltait et raillait tour à tour,  où Ton agitait tous les débats de la république des  lettres et tous les problèmes de l’univers, où l’on dissertait sans lin, comme l’a dit un contemporain, sur  « les grandes vérités de la nature, l’immortalité de  l’ame, l’amour de la liberté, le charme et le danger  des passions ». Un ménage comme celui de ses parents demeura la pairie idéale de son cœur; un salon,  comme celui de sa mère, la patrie idéale de son esprit;  le bonheur dans le mariage fut l’utopie, et une  royauté de salon, l’ambition de son existence.”

 

sorel

Albert Sorel (13 augustus 1842 – 29 juni 1906)