Theo Thijssen, Erich Segal, Jean d’Ormesson, Anna Wimschneider, John Cleveland, Giovanni Boccaccio, Frans Roumen

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2009.

Uit: Het taaie ongerief


Een snoer simpele herinneringen van Joop van Santen. Van een, die na een bestaan van meer dan een halve eeuw eens achterom kijkt, – en zich verwondert: hoe door dat bestaan een taaie draad van steeds hetzelfde ongerief kon lopen, die hij nù pas ziet.

De lijdens-historietjes zijner kleding-misère, als stekelige kraaltjes geregen aan de draad, waarvan hij ’t ene eind plotseling te pakken kreeg. . . . bij gelegenheid van onze laatste grote demonstratie. En toen is-ie die draad gaan volgen, terug door de jaren heen, tot het moment van prille jeugd, waar de herinnering aanvangt.

 Ieder weet nog, dat het had geregend toen, héél erg geregend? Welnu, en op een gegeven moment bekeek ik mijn vingers, en konstateerde, dat het de vingers van een verwoed sigaretten-roker waren: bruin-gevlekte toppen. Maar dat kòn niet: ik róók geen sigaretten; wèl sigaren. Zouden dan ook al de sigaren zich gemoderniseerd hebben, en mijn vingers zijn gaan toetakelen als die van het elegante tijd-type: de jongeling, die altijd juist toevallig z’n sigaret-peukje uitdooft? Mijn gesprek met een A.J.C.-leider hokte: zag ook hij niet de bruinte mijner vingertoppen, en weende hij niet inwendig bij zoveel gedegenereerdheid in iemand-als-ik?

Ik veegde tersluiks m’n vingers wat af – aan de binnenkant van de lapèl van m’n oue trouwe regenjas. Ze werden weer toonbaar en ik herkreeg m’n gemoedsrust en konverseerde weer met m’n A.J.C.-leider.

Maar even later – daar was dat bruin weer! En ineens begreep ik: ‘k had m’n hoed wat verschoven, m’n bruine hoed, en de doorweekte rand gaf af.“




Theo Thijssen (16 juni 1879 – 23 december 1943)
Beeld van Theo Thijssen in de Amsterdamse Jordaan, gemaakt door Hans Bayens



De Amerikaanse schrijver en literatuurwetenschapper Erich Segal werd op 16 juni 1937 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2009.

Erich Segal overleed op 17 januari van dit jaar aan een hartaanval.


Uit:  Love Story


We went to the Midget Restaurant, a nearby sandwich joint which, despite its name, is not restricted to people of small stature. I ordered two coffees and a brownie with ice cream (for her).

“I’m Jennifer Cavilleri,” she said, “an American of Italian descent.”

As if I wouldn’t have known. “And a music major,” she added.

“My name is Oliver,” I said.

“First or last?” she asked.

“First,” I answered, and then confessed that my entire name was Oliver Barrett. (I mean, that’s most of it.)

“Oh,” she said. “Barrett, like the poet?”

“Yes,” I said. “No relation.”

In the pause that ensued, I gave inward thanks that she hadn’t come up with the usual distressing question: “Barrett, like the hall?” For it is my special albatross to be related to the guy that built Barrett Hall, the largest and ugliest structure in Harvard Yard, a colossal monument to my family’s money, vanity and flagrant Harvardism.

After that, she was pretty quiet. Could we have run out of conversation so quickly? Had I turned her off by not being related to the poet? What? She simply sat there, semi-smiling at me. For something to do, I checked out her notebooks. Her handwriting was curious — small sharp little letters with no capitals (who did she think she was, e. e. cummings?). And she was taking some pretty snowy courses: Comp.Lit. 105, Music 150, Music 201 —

“Music 201? Isn’t that a graduate course?”

She nodded yes, and was not very good at masking her pride.“




Erich Segal (New York, 16 juni 1937 – 17 januari 2010)


De Franse schrijver en essayist Jean d’Ormesson (eig. Jean Lefèvre, comte d’Ormesson) werd geboren op 16 juni 1925 in Parijs.


Uit: Voyez comme on danse


„Deux ou trois étés de suite, nous avions lâché l’Italie pour l’une ou l’autre des îles grecques. Nous louions pour pas cher des maisons qui étaient loin des villages et tout près de la mer. Les voitures, les journaux, les faits divers, les impôts, les débats de société et les institutions, nous les laissions derrière nous avec Margault et Romain. À Naxos, notre fenêtre donnait sur un champ de lavande. À Symi, nous avions un figuier au milieu du jardin. J’écrivais à son ombre un livre sur mon enfance qui allait s’appeler Au plaisir de Dieu…Nous marchions sur le sable, nous dormions beaucoup, nous ne voyions personne, nous nous baignions à tout bout de champ, nous nous nourrissions de tomates, de mezze, de feuilles de vigne farcies, de tzatziki. Les journaux de Paris arrivaient une fois par semaine au port où nous n’allions pas les chercher.Non, nous ne nous ennuyions pas. Nous ne faisions presque rien. Nous nous aimions.”



Jean d’Ormesson (Parijs, 16 juni 1925)



De Duitse schrijfster en boerin Anna Wimschneider werd geboren op 16 juni 1919 in Pfarrkirchen.


Uit: Herbstmilch


Die Eltern freuten sich an ihren Kindern. Gegen Abend spielten wir meist Fangen, schüttelten eine Menge Maikäfer von den Kirschbäumen und wurden vor dem Schlafengehen noch einmal richtig munter. Einmal zog mir die Mutter ein schönes rotes Samtkleid an, setzte mich auf den Schubkarren, um zum Getreidedreschen Scheps zu holen. Auf dem Weg ins Dorf hat sie mich bei den Häusern, an denen wir vorbeikamen, den Leuten vorgestellt, denn sie war sehr stolz auf ihr erstes Mädchen.
Eines Tages lag die Mutter im Bett, ich weiß nicht, warum, und die größeren Kinder waren bei ihr in der oberen Stube. Von unten hörten wir eine Streiterei, die Mutter kniete sich auf den Boden, aus dem man ein Stück herausnehmen konnte. Sie schaute hinunter. Der Vater und der Großvater stritten. Der Großvater hatte vom Brunnen hinterm Haus Wasser geholt, der Vater aber die Haustüre abgeschlossen, da konnte der Großvater nicht mehr herein. So ergab sich die Streiterei.”



Anna Wimschneider (16 juni 1919 – 1 januari 1993)

Hier met haar man op de Duitse televisie



Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 juni 2009.



De Engelse dichter John Cleveland werd geboren op 16 juni 1613 in Loughborough. Zie ook mijn blog van 16 juni 2009.



An Elegy On Ben Jonson 


WHO first reform’d our Stage with justest Lawes,

And was the first best Judge in his owne Cause?

Who (when his Actors trembled for Applause)


Could (with a noble Confidence) preferre

His owne, by right, to a whole Theater;

From Principles which he
knew could not erre.


Who to his FABLE did his Persons fitt,

With all the Properties of Art and Witt,

And above all (that could bee Acted) writt.


Who publique Follies did to covert drive,

Which hee againe could cunningly retrive,

Leaving them no ground to rest on, and thrive.




John Cleveland (16 juni 1613 – 29 april 1658)


De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008 en ook mijn blog van 16 juni 2009.


Uit: Decameron


‘Tis humane to have compassion on the afflicted; and as it shews well in all, so it is especially demanded of those who have had need of comfort and have found it in others: among whom, if any had ever need thereof or found it precious or delectable, I may be numbered; seeing that from my early youth even to the present I was beyond measure aflame with a most aspiring and noble love more perhaps than, were I to enlarge upon it, would seem to accord with my lowly condition. Whereby, among people of discernment to whose knowledge it had come, I had much praise and high esteem, but nevertheless extreme discomfort and suffering, not indeed by reason of cruelty on the part of the beloved lady, but through superabundant ardour engendered in the soul by ill-bridled desire; the which, as it allowed me no reasonable period of quiescence, frequently occasioned me an inordinate distress.
In which distress so much relief was afforded me by the delectable discourse of a friend and his commendable consolations, that I entertain a very solid conviction that to them I owe it that I am not dead.
But, as it pleased Him, who, being infinite, has assigned by immutable law an end to all things mundane, my love, beyond all other fervent, and neither to be broken nor bent by any force of determination, or counsel of prudence, or fear of manifest shame or ensuing danger, did nevertheless in course of time abate of its own accord, in such wise that it has now left nought of itself in my mind but that pleasure which it is wont to afford to him who does not adventure too far out in navigating its deep seas; so that, whereas it was used to be grievous, now, all discomfort being done away, I find that which remains to be delightful.”



Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 – 21 december 1375)

Standbeeld in de facade van het Uffizi paleis in Florence



En als toegift bij een andere verjaardag:


Jack I

Koel leek hij uiterlijk en onbewogen.
Wat mij het meeste trof was zijn profiel,
zijn wenkbrauwen, zo zwaar bij zijn fragiel
gevormde lichaam. Zou ik hem ook mogen?

Die schaduw onder zwarte wenkbrauwbogen
verdiepte het mysterie van zijn ziel.
Zijn ziel? Ach, alles wat te raden viel
voor hij mij aansprak met zijn groene ogen.

Hij vertelde dat hij van muziek hield
en van lezen. Dat was voor mij genoeg.
Ik wist: nu heb ik het geluk gevonden.

Niets anders had tot nu toe mij bezield.
Hij was zo mooi en lief, dat toen hij vroeg
naar mij, ik zei: elk woord van mij is zonde.



Introspect door Aaron Westerberg, 2010


Frans Roumen, Uit: Elk woord van mij is zonde,

Uitgeverij Berend Immink, Nijmegen 1984)




De Nederlandse dichter en vertaler Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957) woont en werkt in Nijmegen. Zie ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2008.  mijn blog van 16 juni 2007. en mijn blog van 16 juni 2006.