Tijs Goldschmidt, Bernard Dewulf, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker

De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Tijs Goldschmidt op dit blog.

Uit: Dit woord heeft zeven letters: nowhere

„Het is ruim twintig jaar geleden dat ik de zeemanskroegen in Dar es Salaam bezocht om greep te krijgen op het Afrikaanse continent. Ik kende niemand in deze stad, maar had, vlak voor mijn jarenlange vrijwillige ballingschap, een film van Pasolini gezien die in Dar es Salaam was opgenomen. De stemming in die film was me bijgebleven en daarnaar ging ik op zoek in de havens en buitenwijken. Dat ik in Dar es Salaam bleef hangen, in plaats van door te reizen naar het achterland waar ik als bioloog zou gaan werken, kwam doordat de Nederlandse ambassade steeds dicht was en ik een brief nodig had met een stempel van onze regering om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. Zonder zo’n residence permit had het geen zin af te reizen naar mijn standplaats Mwanza bij het Victoriameer.

Het was om gek van te worden. De ene dag was de ambassade dicht omdat prins Bernhard in de buurt op safari moest, de volgende dag omdat een profeet op Zanzibar een glimp van de nieuwe maan had opgevangen en de derde dag leverde de ambassade opnieuw geen diensten, omdat de lift uit de liftkoker was gestolen. Wilde je erachter komen wanneer de ambassade weer geopend zou zijn, dan zat er niets anders op dan je te begeven naar de jachtclub, of een van de bewaakte stranden waar vrijwel uitsluitend blanken, Indiërs en hoogstens nog enkele welgestelde Afrikanen kwamen. Daar trof je dan altijd wel iemand van de ambassade die je vriendelijk vertelde wanneer hij weer present zou zijn.

Met het gros van de lokale ‘klotenklappers’ en ‘kokosnotenklimmers’ liet het ambassadepersoneel zich zo min mogelijk in. De meesten onder hen, durf ik wel te beweren, zagen vanaf hun eerste dag in Dar es Salaam al uit naar een volgende standplaats met een milder klimaat, golfbanen met netter geschoren gras en een positie met nog betere financiële perspectieven.“

Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook mijn blog van 11 mei 2010 en ook mijn blog van 30 januari 2010 en ook mijn blog van 30 januari 2011.

Breister

Laden vol warme halzen
breit zij en komt zo mensen
op het spoor die het jaar door
winter trotseren in haar.

Naalden zijn de laatste taal.
Een na een heeft rijm
de levenden het zwijgen opgelegd.
Toch zijn ze er nog allemaal.

Hun alfabet is een perfect geheim,
het wordt omwonden, niet gezegd.
Wie spreekt kan er niet bij.
Hun gesprek tikt, tikt om mij.

 

Naar binnnen

Ik zou haar willen kennen,
deurtje in haar hoofd en zo
naar binnen. Omzichtig door
de doolhof die zij is.

Daar is een kamer vol met
alles wat zij mist. Feiten,
dagen, mensen door elkaar.
Het heeft gewaaid in haar.

Een man is hier die dood is.
Een kind dat niet bestaat.
Ik snuffel in een leven, kan
met alles niets beginnen.

Het is goed dat het vergaat.

 

Thuiskomst

Ik heb je lief, al kan ik het niet weten,
Ik bedenk het als je thuiskomt van een dag
in je leven. Maar het is geen gedachte.
Je streelt mijn wang en wie weet,
dat gebaar. Het wordt duizend keer gemaakt
voor het bestaat. Hangt je jas aan de kapstok,
iets van niets, maar morgen ontbreekt het
misschien. Of schudt de dag uit je haar.
Wat ik dan daarin zie, is het begin.
Het huis ontstaat, de tafel neemt plaats,
wij veroorzaken elkaar. Het is toch niet
denkbaar dat iemand dit alles verzint.

Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960)

 

De Australische schrijfster Shirley Hazzard werd geboren op 30 januari 1931 in Sydney. Zie ook alle tags voor Shrley Hazzard op dit blog.

 

Uit: The Evening of the Holiday

„The rough surface was comforting after the urgent efficiency of the highway; among its dents and ridges they slowed to a walking pace. On either side grass grew high against the twisted trunks of the trees. When they had gone about fifty yards along the avenue, Tancredi parked the car at a place where the roadway widened slightly and where another car might pass. But nothing approached them in the driveway or from the road behind. Under the hospitable arch of green, sheltered from the light of these last curious days, they were silent in one another’s arms.

Insects and birds resumed their interrupted life outside the car. A leaf or two fell on the windshield, and they heard the flourish of some small animal in the grass. All around them, across the countryside, men and women went about their work or sat down to their lunch, talked and laughed – or wept, as they wept now. Even in that luminous green she persevered, trying to fit this love into some immense, annihilating context of human experience, assailing it with her sense of proportion.

Tancredi, who knew more about proportion, lifted his head from hers. “What could be worse than this?” he asked. “What could be worse?”

Not long ago he had thought it logical that she should leave him. In the face of this pain, it now seemed meaningless, an action deliberately performed against the only life they could be sure of, their prsent existence, in the name of a future that might never come, and that in any case must contain inapprehensible elements.“

 

Shirley Hazzard (Sydney, 30 januari 1931)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso werd op het slot Boncourt in de Champagne geboren op 30 januari 1781. Zie ook alle tags voor Adelbert von Chamisso op dit blog.

Das Schloß der Väter

Ich träum’ als Kind mich zurücke,
Und schüttle mein greises Haupt;
Wie sucht ihr mich heim, ihr Bilder,
Die lang’ ich vergessen geglaubt?

Hoch ragt aus schatt’gen Gehegen
Ein schimmerndes Schloß hervor,
Ich kenne die Türme, die Zinnen,
Die steinerne Brücke, das Tor.

Es schauen vom Wappenschilde
Die Löwen so traulich mich an,
Ich grüße die alten Bekannten
Und eile der Burghof hinan.

Dort liegt die Sphinx am Brunnen,
Dort grünt der Feigenbaum,
Dort hinter diesen Fenstern
Verträumt’ ich den ersten Traum.

Ich tret’ in die Burgkapelle
Und suche des Ahnherrn Grab;
Dort ist’s, dort hängt vom Pfeiler
Das alte Gewaffen herab.

Noch lesen umflort die Augen
Die Züge der Inschrift nicht,
Wie hell durch die bunten Scheiben
Das Licht darüber auch bricht.

So stehst du, o Schloß meiner Väter
Mir treu und fest in dem Sinn,
Und bist von der Erde verschwunden,
Der Pflug geht über dich hin.

Sei fruchtbar, o teurer Boden,
Ich segne dich mild und gerührt,
Ich segn’ ihn zwiefach, wer immer
Den Pflug nun über dich führt.

Ich aber will auf mich raffen,
Mein Saitenspiel in der Hand,
Die Weiten der Erde durchschweifen
Und singen von Land zu Land.

Adelbert von Chamisso (30 januari 1781 – 21 augustus 1838)

Ets door Bernd Lehmann, 2007

 

De Engelse dichter Les Barker werd op 30 januari 1947 geboren in Manchester. Zie ook mijn blog van 30 januari 2010 en ook mijn blog van 30 januari 2011.

 

For Dachshunds with erections can’t climb stairs

Each night she’s on the balcony
He loves her from afar
His soft, sad eyes are hypnotised
She shines down like a star.
His heart will break forever
His kind can’t have affairs
For Dachshunds with erections…
Can’t climb stairs.

His home’s a humble bungalow
And her’s a penthouse flat
He cannot go where she can go
And that, they say. is that.
He never can be near her
Although she knows he cares
For Dachshunds with erections…
Can’t climb stairs.

You want to win a woman?
Just be cool… be aloof
The dog who doesn’t hit the stairs
Can make it to the roof.
The dog who doesn’t care
Will be the dog who wins the day
You’ll never get to heaven…
With your chopper in the way.

The spirit soars, the body falls
And heavy lies the heart
That cries out with the pain of love
Be still my broken part.
How painful is the passion
And painful the repairs
For Dachshunds with erections
Can’t climb stairs.

 

Les Barker (Manchester, 30 januari 1947)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn vorige blog van vandaag.