Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Karel N.L. Grazell, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

De Asla

Ik ging met de asla naar buiten,
ik ging met de asla over het erf.
De staldeuren waren veranderd in ruiten,
er stonden gezichten op, nat van de verf.

Ik ging met de asla de poort door,
ik ging met de asla tot ver in het veld.
De wind kwam en as waaide over het koren,
er stak een hoofd ui, maanwit en blootgesteld

aan formules bedacht in een cirkel
waarbinnen alles gehoorzaamde aan het oog
dat van vuur was, van koolsteen en sintels
en ons bijeen hield in vrees en geloof.

Ik ging met de asla naar binnen,
ik ging met de asla over het erf.
Overal spoken en schimmen,

 

Barmhartig

Haar hoofd hing over de wasbak,
haar lijf stulpte weerloos de billen.
Het moment leek bestemd voor de slag,
een sobere nekslag, zonder gestribbel.

Even streek hij met plagende vinger.
De huid trok strak als een vlies op de melk.
Zijn lust verhardde. Hij trachtte te willen.
Zij kirde verleidelijk: is dit het moment?

Toen zag hij zichzelf in de spiegel,
de magere benen, het veel te ruime hemd.
In zijn oog kwam de kracht van de liefde.
Hij kneep in haar billen, barmhartig gestemd.

 

Oog in oog

’s Avonds hoort hij het grote huis hijgen.
Uit verre kamers nadert een doodstille gang.
De deur wacht op stappen. Schuilhoeken kijken.
Hij staat voor de spiegel, hij het bangst

omdat het beeld zich in hem laat betrappen:
een schuldig kind dat de rede doorbreekt,
uit oude kasten naar taal komt happen.
Maar het huis is leeg, niemand spreekt

het verleden tot stilstand, geen vader,
geen moeder, geen vuist, geen schoot.
Er blijft alleen deze angst in de aders,
dit huis in de rug, dit blind oog-in-oog.

 
Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

Lees verder “Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Karel N.L. Grazell, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe”

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

Tiran

De patriarch ligt opgebaard, eeuwenoud,
omringd door een liefde
die hij, dood, blijft gebieden:
dochters van God, om zijn wil ongetrouwd

en toegewijd aan zijn leeglopend lichaam.
Hij rust voldaan, een volstrekte tiran,
onverschillig om wie zijn afgestamd,
hem haastig groeten en weggaan,

alsof die oogleden kijken,
een koude blik die overziet
hoeveel leven er van hem overschiet.

Wij moeten hem dood zien te krijgen.

 

Poëtica

Er is geen poëzie in een te helder leven.
Op het behang is altijd een plek
die wacht op het vocht. Een vuile bek
zoekt in de laden naar onzegbaarheden.

Alles wat toonbaar is moet overschreven,
ieder gedicht gewassen in inkt
die blind van de moerassen zingt,
waarvan men ziende niets kan weten.

Er is geen poëzie in een te helder leven,
in zuivere spiegels is geen gat
waardoor men in de afgrond stapt
en in het woord valt, woest en ledig.

 

De hand 1

Mijn kamer is een kamer in de tijd.
God zwijgt. Ik heb verkeerd geleefd,
mijn adem opgeteerd in de luchtbel
van een geloof. Ik schreef mijzelf
om veilbaar te zijn honderd jaar
na mijn dood. Zonder lust brak ik
mijn deel van het dagelijks leven,
verstrooid, bang om de eeuwigheid
te verspelen aan liefde en brood.
Buiten waaide de wereld, wierp
steentjes tegen het raam. Ik zat
in mijn huisje en likte mijn handpalm,
en las in de kranten niet meer dan
de rechtvaardiging van mijn bestaan.

 
Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

Lees verder “Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe”

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Pieter Aspe, Frederik van Eeden, Peter Huchel

 

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

In de marge

Zij zitten hoog, op dunne banden,
in de marge van het verkeer. Hun strook
is niet ingelijfd, zij zijn op weg
in een tragere eeuw, missen de koorts

de wereld bijtijds te bestrijken,
de verte aanwezig te rijden, breed en brutaal.
De auto is jong, zingt de werkelijke taal.
Op de fiets komt men nergens. In ijdel

evenwicht sturen dichters hun hoogmoed
de marge in, waar God nog bestaat,
en zingen daarboven, met dunne halzen,
iets duurs op de rand van de taal.

 

Haas

Het veld was modder. Ik meed de wegen.
Regen waste het avondlicht schoon.
Prikkeldraad aan de rand sloot te hoog
om de verte tegen te spreken.

Ik had zoveel jeugd bij te benen,
angst stuwde op in mijn bloed,
kreeg snelheid, werd overmoed.
De wind hield zijn honden geketend.

Haas is een hartslag op lopers,
een springveer door hoepels van licht.
Ik liep. Ik zag niet de strik.
Ik werd wakker in de handen van stropers.

Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

Lees verder “Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Pieter Aspe, Frederik van Eeden, Peter Huchel”

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel

 

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

Breeding cattle

1

So it started:

from the flaccid belly of the field
there rose a wall,
created (in our sleep) a hasty caesura
in the endless mud and rain.

We, of tender flesh,
came groping in the dark,
tore our mouths
on the new myth,

concerning us,
conclusive, neutral,
too smart to just sink back
in the layer of fat, the warm ground

in which we rooted as children.
Someone lifted us up
and punched into our ear
the number meant for us.

So it started: once in the sty
we learnt to forget ourselves,
not to move, sleep or eat,
be meat until the final

gram.

 

2

In the beginning there was mud.

At night a sow sometimes walked
across the scene, panting and waddling,
as if coloured by our lust.

Bread and water, days standing still
as posts for a fate tied to this place.
Man and animal sleeping together,
inseparable, saturated with moisture.

And nowhere a word
to touch themselves.

Until God appeared
with plummet and planks
and had us build a sty midfield

and taught us to ape his image,
touch the flesh with the word,
turn lust into money.

 

Vertaald door Willem Groenewegen


Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

Lees verder “Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel”

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Johanna Walser, Arlette Cousture, Edward Everett Hale

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook mijn blog van 3 april 2008 en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

Moer

Zij bijt haar jongen niet dood,
als de wereld ze aan wil raken.
Zij geeft ze als talenten uit
om winst te maken: rijkdom,
roem, kroost – krenten
in de korst van haar liefde.

Nee, zij bijt ze niet dood,
maar knibbelt en kaagt aan hun adem,
snibt in hun taal, roert haar tong
in de heimelijkheid tussen hun lakens.
Zij hokt in hun wil, een instinct,
zij kunnen het nest niet verlaten,

bouwen hun huizen rondom het hare,
een blinde cirkel, een bloedsomloop
van reizen, schrijven en baren,
van zich vervolmaken
tegen haar dood.

 

Pad

Er zit een pad op mijn leven
een grote onwrikbare pad
die opeet wat ik wil vergeten,
opdat de schuld niet ontsnapt.

Zo vet en vervuld het verleden,
zo nietig de pijn van de dag,
b.v. dat ik je lichaam wil strelen,
maar niet bewegen kan. Goedenacht.

Kon ik een naald in haar steken,
werd zij onttoverd misschien, een mens,
kon de schuld misschien wel geregeld,
b.v. ieder de helft.

 

Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

Lees verder “Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Johanna Walser, Arlette Cousture, Edward Everett Hale”

Charles Ducal, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Adriaan Jaeggi, Edward Everett Hale

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook mijn blog van 3 april 2008 en ook mijn blog van 3 april 2009.

Prins

Je prikte je aan mijn pen en sliep in,
en droomde verbitterd de honderd jaren
tussen de werkelijkheid en de prins.
Ik trachtte een gat te maken,

maar de haag bleek onmenselijk dik,
een schuld die groeide en groeide
omdat ze geschreven stond op mijn gezicht.
Wat ik had weg te snoeien was ik,

dit koude, dienstdoende masker
dat liefde bewijst, zonder rust,
dit dode hart, bang van je lippen,
dat nooit is wakker gekust.

 

Moeder

Om haar te ontlopen hield ik
van niemand. Ik schreef in de spiegel
een vrouw van ivoor,
knielde, aanbad, en bleef groot.
Ik kon niet verliezen.

Vanmiddag heb ik haar weer gezien
in de stad, volstrekt overbodig,
op zoek naar een jurk
die nooit meer past.
Zij is schoon,
al schoner dan oud.
Ik heb haar lief.
Zij gaat dood.

ducal

Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Frederik van Eeden werd geboren in Haarlem op 3 april 1860. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2008.en ook mijn blog van 3 april 2009.

 

Uit: De kleine Johannes

 

„Ik zal u iets van den kleinen Johannes vertellen. Het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch alles werkelijk zoo gebeurd. Zoodra gij het niet meer gelooft, moet ge niet verder lezen, want dan schrijf ik niet voor u. Ook moogt ge er den kleinen
Johannes nooit over spreken, als ge hem soms ontmoet, want dat zou hem verdriet doen en het zou mij spijten, u dit alles verteld te hebben.

Johannes woonde in een oud huis met een grooten tuin. Het was er moeilijk den weg te vinden, want in het huis waren veel donkere portaaltjes, trappen, kamertjes en ruime rommelzolders, en in den tuin waren overal schuttingen en broeikasten. Het was een heele wereld voor Johannes. Hij kon er verre tochten in maken en hij gaf namen aan alles wat hij ontdekte. Voor het huis had hij namen uit het dierenrijk: de rupsenzolder, omdat hij er rupsen groot bracht; het kippenkamertje, omdat hij daar eens een kip gevonden had. Die was er niet van zelve gekomen, maar daar door Johannes’ moeder te broeien gezet. In den tuin koos hij namen uit het plantenrijk, en lette daarbij vooral op de voortbrengselen, die voor hem van belang waren. Zoo onderscheidde hij een frambozenberg, een dirkjesbosch en een aardbeiëndal. Heel achter was een plekje, dat hij het paradijs noemde en daar was het natuurlijk erg heerlijk. Daar was een groot water, een vijver, waar witte waterleliën dreven en het riet lange fluisterende gesprekken hield met den wind. Aan de overzijde lagen de duinen. Het paradijs zelf was een klein grasveldje aan dezen oever, omringd door kreupelhout, waartusschen het nachtegaalskruid hoog opschoot. Daar lag Johannes dikwijls in het dichte gras en tuurde tusschen de schuifelende rietbladen door, naar de duintoppen over het water. Op warme zomeravonden was hij daar altijd en lag uren te staren, zonder zich ooit te vervelen.“

 

VanEeden

Frederik van Eeden (3 april 1860 – 16 juni 1932)

 

De Duitse dichter Peter Huchel werd geboren in Lichterfelde bij Berlijn op 3 april 1903. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2008 en ook mijn blog van 3 april 2009.

Löwenzahn

Fliegen im Juni auf weißer Bahn
flimmernde Monde vom Löwenzahn,
liegst du versunken im Wiesenschaum,
löschend der Monde flockenden Flaum.

Wenn du sie hauchend im Winde drehst,
Kugel auf Kugel sich weiß zerbläst,
Lampen, die stäubend im Sommer stehn,
wo die Dochte noch wolliger wehn.

Leise segelt das Löwenzahnlicht
über dein weißes Wiesengesicht,
segelt wie eine Wimper blaß
in das zottig wogende Gras.

Monde um Monde wehten ins Jahr,
wehten wie Schnee auf Wange und Haar.
Zeitlose Stunde, die mich verließ,
da sich der Löwenzahn weiß zerblies.

 

Ölbaum und Weide

Im schroffen Anstieg brüchiger Terrassen
dort oben der Ölbaum,
am Mauerrand
der Geist der Steine,
noch immer
die leichte Brandung
von grauem Silber in der Luft,
wenn Wind die blasse Unterseite
des Laubs nach oben kehrt.

Der Abend wirft sein Fangnetz ins Gezweig.
Die Urne aus Licht
versinkt im Meer.
Es ankern Schatten in der Bucht.

Sie kommen wieder, verschwimmend im Nebel,
durchtränkt
vom Schilfdunst märkischer Wiesen,
die wendischen Weidenmütter,
die warzigen Alten
mit klaffender Brust,
am Rand der Teiche,
der dunkeläugig verschlossenen Wasser,
die Füße in die Erde grabend,
die mein Gedächtnis ist.

Huchel

Peter Huchel (3 april 1903 – 30 april 1981)

 

 De Nederlandse schrijver, dichter en columnist Adriaan Jaeggi werd geboren op 3 april 1963 in Wassenaar. Zie ook mijn blog van 3 april 2008 en ook mijn blog van 10 juni 2008 en ook mijn blog van 3 april 2009.

 

Aan mijn muziekleraar

(naar Elsschot)

 

Dikke hufter, met je Saab
Hoe jij, wellustige priaap
Ons elke les zat aan te staren
Alsof we randdebielen waren

 

‘k Weet nog alles, vette luis,
Al heb je nu een ander huis
gekocht van onze kindertranen
en weet je niet meer onze namen

 

Hoe Japie, met zijn klarinet
Steeds voor pispaal werd gezet
Daar-ie, links -10 en rechts -9
De kleine nootjes niet kon lezen

 

En kleine Tjalling, trompettist,
Werd week na week zo afgepist
Dat hij haast jankend stond te blazen
En jij maar tieren, en jij maar razen

 

En toen hij niet meer durfde komen
Heb je z’n toeter afgenomen
Al had z’n moeder, als bepaald
Meer dan de helft al afbetaald

 

Hoe je Dagmar, blond en sprietig
Altijd stilletjes en verdrietig
Steeds weer stiekem hebt geknepen
Bij het aanwijzen der grepen

 

Hoe je bij haar hoge C
Ineens haar jurk naar boven deed
Zodat ze, voor de hele school
Te kijk stond met haar altviool

 

En hoe je voor Willem met zijn fluit
Muziek voor altijd hebt verbruid
Je sloeg, al heeft men ’t niet geloofd
De maat mee op zijn achterhoofd

 

Ik weet het nog, die lange uren
Dat ik je smalen moest verduren
Je dikke vingers in mijn nek
En je bierstank uit je bek

 

Ik weet het nog, zoals je ziet
Maar ik begrijp nog altijd niet
Hoe al die kleine onderdeuren
Dat elke week lieten gebeuren

 

Hadden ze maar met zijn allen
Al hun snaren laten knallen
Om die om je nek te strikken
En je lyrisch laten stikken.

 

Maar al is het niet gebeurd
Uitgesteld is niet verbeurd
En eens komt de mooie dag
Dat ik weer naar muziekles mag

 

Dat jij en al je partituren
Dat oude leed zullen bezuren
Als jij, zo zelfvoldaan als toen
Het nog één keer voor zal doen

 

En ik je klemzet, als een dier
Tussen de klep en het klavier
Om met een daverend slotakkoord
Je heen te zenden waar je hoort

 

Naar waar je tot de jongste dag
Dat heidens rotstuk spelen mag
Dat wij altijd moesten studeren
En volgens jou nooit zouden leren

 

Voor eeuwig klinkt dan door de hel
Die kutcanon van Pachelbel

 

jaeggi

Adriaan Jaeggi (3 april 1963 – 10 juni 2008)

 

De Amerikaanse schrijver Edward Everett Hale werd geboren op 3 april 1822 in Roxbury, Massachusetts. Zie  ook mijn blog van 3 april 2009.

 

Uit: The man without a country

 

„I SUPPOSE that very few casual readers of the “New York Herald” of August 13, 1863, observed, in an obscure corner, among the “Deaths,” the announcement,—       

    “NOLAN. Died, on board U. S. Corvette ‘Levant,’ Lat. 2°

    11′ S., Long. 131° W., on the 11th of May, PHILIP NOLAN.”

I happened to observe it, because I was stranded at the old Mission House in Mackinaw, waiting for a Lake Superior steamer which did not choose to come, and I was devouring to the very stubble all the current literature I could get hold of, even down to the deaths and marriages in the “Herald.” My memory for names and people is good, and the reader will see, as he goes on, that I had reason enough to remember Philip Nolan. There are hundreds of readers who would have paused at that announcement, if the officer of the “Levant” who reported it had chosen to make it thus: “Died, May 11, THE MAN WITHOUT A COUNTRY.” For it was as “The Man without a Country” that poor Philip Nolan had generally been known by the officers who had him in charge during some fifty years, as, indeed, by all the men who sailed under them. I dare say there is many a man who has taken wine with him once a fortnight, in a three years’ cruise, who never knew that his name was “Nolan,” or whether the poor wretch had any name at all.

  There can now be no possible harm in telling this poor creature’s story. Reason enough there has been till now, ever since Madison’s administration went out in 1817, for very strict secrecy, the secrecy of honor itself, among the gentlemen of the navy who have had Nolan in successive charge. And certainly it speaks well for the esprit de corps of the profession, and the personal honor of its members, that to the press this man’s story has been wholly unknown,—and, I think, to the country at large also.“

 

438px-Edward_Everett_Hale_statue,

Edward Everett Hale (3 april 1822 – 10 juni 1909)
Standbeeld in Boston

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Charles Ducal, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Adriaan Jaeggi, Edward Everett Hale, George Herbert, Washington Irving, Josef Mühlberger, Friedrich Emil Rittershaus

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook mijn blog van 3 april 2008.

Lolo

Wij lagen verscholen op zolder
in de ban van haar onwaarschijnlijkheid,
een oerbeeld, buitgemaakt op een foto.
De hele nacht dronken en rookten wij

om denkbaar te blijven in onze verbeelding,
waarin zij als onmogelijk verscheen,
de moeder-godin, als koe bekeken,
de borsten gespannen en ideëel.

Later leerde ik zelf hoe hopeloos
de zuiverheid van deze vorm,
maar toen was ik jong en droomde
ervan iets te schrijven, zo groots

dat het eigenlijk niet kon.

 

Avondgebed

Wind en regen sloten de vensters.
Wij zaten geknield bij de haard
in de godsdienst die wij zouden erven.
De vrouw die ons had gebaard

zei formules om ons te verkleinen.
Haar stem zeurde taai in de nek.
Wij zaten stom, pas ingewijden.
De man die ons had verwekt

hief de hand. Wij boden het hoofd.
Hij prentte zijn duim in de hersens.
Wind en regen bestookten de droom.
Onder bed sliepen wolven en heksen.

Ducal

Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Frederik van Eeden werd geboren in Haarlem op 3 april 1860. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2008.

 

Kunt Gij nog wreder slaan!

 

Kunt Gij nog wreder slaan! – mijn God! mijn God!

Zie, ik ben sterk en breken zal ik niet,

Maar was er één die Gij zó lijden liet,

Wijl hij U lief had, boven zielsgenot?

 

En nóg zal ik niet vloeken ’t mensbestaan,

En ’t Leven niet, en Uwe naam niet smaden,

Zelfs met dít mateloze Leed beladen,

Neem ik het Leven uit Uw handen aan.

 

Maar schrijf dan ook, ter keerzij mijner schuld,

Dat ééns een menskind, zó diep in ellende,

Zó ver verloren in een nacht van rouw,

 

De maat zijns droeve Levens heeft vervuld,

En schoon hij ’t bitterst dezer wereld kende,

Toch durfde leven en niet sterven wou!

 

 

Schemering in ’t woud

 

Hier moet ik peinzend gaan en stil, –

het afgeleefde loof kwijnt aan de twijgen,

ik voel de lome schemer stijgen –

en stijgen, stil.

 

Wat glanst het bleke Westen koud!

een matte lach uit droeve wolkenbrauwen

doet flauw de teed’re nevel blauwen

in ’t gélend woud. –

 

Ik zie de bleke stervenswenk.

Ik voel het doffe duister in mij dringen

en verre stemmen hoor ik zingen

al wat ik denk. –

 

Waar zijt ge, Dood? – zo gij rondom

op wieken van de schemering komt rijzen,

nu doet uw nadering niet ijzen, –

ik wacht u – kom!

 

VanEeden

Frederik van Eeden (3 april 1860 – 16 juni 1932)

 

De Duitse dichter Peter Huchel werd geboren in Lichterfelde bij Berlijn op 3 april 1903. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2008.

 

Abschied

 

Daß du nun willst gehen,

hast du es bedacht,

als du meine H[1]nde

löstest in der Nacht?

Als wir noch im Schlummer

hielten uns vereint –

meinen Namen hauchend,

hast du mich gemeint?

 

War der Mond nicht Zeuge,

silbern überm Haus?

Kam nicht Wind vom Meere,

löschte alles aus?

 

Daß du nun willst gehen,

hast du es bedacht,

als du meine Augen

suchtest in der Nacht?

 

 

Frühe

 

Wenn aus den Eichen

der Tau der Frühe leckt,

knarren die Türen, rädern die Speichen

vom Schrei der Hähne geweckt.

 

Noch unterm Laken

des Mondes schlafen die Wiesen, kühl und hell.

Die Sumpffeuer blaken,

die Frösche rühren ihr Paukenfell.

 

Mondhörnig schüttelt

sein Haupt das Rind

und weidet dunkel am Bach.

 

Der Habicht rüttelt

im stürzenden Wind

die Helle der Lerchen wach.

 

Huchel

Peter Huchel (3 april 1903 – 30 april 1981)

 

De Nederlandse schrijver, dichter en columnist Adriaan Jaeggi werd geboren op 3 april 1963 in Wassenaar. Zie ook mijn blog van 3 april 2008 en ook mijn blog van 10 juni 2008.

 

Wolfgang en ik

 

Ik hoor dat Mozart

is teruggekeerd op aarde

en ik mag hem rondleide
n

Hij schrikt van de auto’s

 

Op straat loopt hij

met zijn handen op zijn oren

We gaan een café in

Ik zeg daar is het stiller

 

We hebben geen geluk

de jukebox gilt en de mensen

Mozart kijkt om zich heen

Waar zit dat orkest

 

In die kast, wijs ik

en leg hem in tien woorden

het principe van de cd

en de laserstraal uit

 

Er komt een meisje naar ons toe

Wie is je vriend, vraagt ze

Wolfgang, dit is

hoe heet je eigenlijk

 

een paar uur later bij haar thuis

sta ik dorstig op van het bed

in de keuken staat Mozart

het licht aan en uit te knippen

 

jaeggi

Adriaan Jaeggi (3 april 1963 – 10 juni 2008)

 

De Amerikaanse schrijver Edward Everett Hale werd geboren op 3 april 1822 in Roxbury, Massachusetts. Als schrijver werd hij bekend toen hij in 1859 in de Atlantic Monthly zijn verhaal “My Double and How He Undid Me” publiceerde. Al gauw verschenen er meer van zijn korte verhalen in dit tijdschrift. Het bekendste daarvan is „The Man Without a Country“ (1863). In het verhaal “The Brick Moon”, geeft hij als eerste een beschrijving van een satelliet.

 

Uit: The man without a country

 

„I cannot give any history of him in order; nobody can now; and, indeed, I am not trying to. These are the traditions, which I sort out, as I believe them, from the myths which have been told about this man for forty years. The lies that have been told about him are legion. The fellows used to say he was the “Iron Mask”; and poor George Pons went to his grave in the belief that this was the author of “Junius,” who was being punished for his celebrated libel on Thomas Jefferson. Pons was not very strong in the historical line. A happier story than either of these I have told is o
f the War. That came along soon after. I have heard this affair told in three or four ways,—and, indeed, it may have happened more than once. But which ship it was on I cannot tell. However, in one, at least, of the great frigate-duels with the English, in which the navy was really baptized, it happened that a round-shot from the enemy entered one of our ports square, and took right down the officer [pg 026] of the gun himself, and almost every man of the gun’s crew. Now you may say what you choose about courage, but that is not a nice thing to see. But, as the men who were not killed picked themselves up, and as they and the surgeon’s people were carrying off the bodies, there appeared Nolan, in his shirt-sleeves, with the rammer in his hand, and, just as if he had been the officer, told them off with authority,—who should go to the cockpit with the wounded men, who should stay with him,—perfectly cheery, and with that way which makes men feel sure all is right and is going to be right. And he finished loading the gun with his own hands, aimed it, and bade the men fire. And there he stayed, captain of that gun, keeping those fellows in spirits, till the enemy struck,—sitting on the carriage while the gun was cooling, though he was exposed all the time,—showing them easier ways to handle heavy shot,—making the raw hands laugh at their own blunders,—and when the gun cooled again, getting it loaded and fired twice as often as any other gun on the ship. The captain walked forward by way of encouraging the men, and Nolan touched his hat and said,—„

 

Hale

Edward Everett Hale (3 april 1822 – 10 juni 1909)

 

De Engelse priester en dichter George Herbert werd op 3 april 1593 geboren, waarschijnlijk te Black Hall  (Wales). Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2008.

 

Prayer

  

Prayer the Churches banquet, Angels age,

Gods breath in man returning to his birth,

The soul in paraphrase, heart in pilgramage,

The Christian plummet sounding heav’n and earth;

Engine against th’Almightie, sinners towre,

Reversed thunder, Christ-side-piercing spear,

The six-daies world-transposing in an houre,

A kinde of tune, which all things heare and fear;

Softnesse, and peace, and joy, and love, and blisse,

Exalted Manna, gladnesse of the best,

Heaven in ordinarie, man well drest,

The milkie way, the bird of Paradise,

Church-bels beyond the starres heard, the souls bloud,

The land of spices; something understood.

 

Herbert

George Herbert (3 april 1593 – 1 maart 1633)

 

De Amerikaanse schrijver Washington Irving werd geboren op 3 april 1783 in Manhattan, New York. Zie ook mijn blog van 3 april 2007.

 

Uit: A History of New York

 

„Let us suppose, then, that the inhabitants of the moon, by astonishing advancement in science, and by profound insight into that lunar philosophy, the mere flickerings of which have of late years dazzled the feeble optics, and addled the shallow brains of the good people of our globe-let us suppose, I say, that the inhabitants of the moon, by these means, had arrived at such a command of their energies, such an enviable state of perfectibility, as to control the elements, and navigate the boundless regions of space. Let us suppose a roving crew of these soaring philosophers, in the course of an aerial voyage of discovery among the stars, should chance to alight upon this outlandish planet.

And here I beg my readers will not have the uncharitableness to smile, as is too frequently the fault of volatile readers when perusing the grave speculations of philosophers. I am far from indulging in any sportive vein at present; nor is the supposition I have been making so wild as many may deem it. It has long been a very serious and anxious question with me, and many a time and oft, in the course of my overwhelming cares and contrivances for the welfare and protection of this my native planet, have I lain awake whole nights debating in my mind, whether it were most probable we should first discover and civilize the moon, or the moon discover and civilize our globe.”

 

IrvingIrvPl
Washington Irving (3 april 1783 – 28 november 1859)
Buste door Friedrich Beer, 1885, in New York

 

 

De Duitse schrijver Josef Mühlberger werd geboren op 3 april 1903 in Trautenau in Böhmen. Zie ook mijn blog van 3 april 2007.

Uit: Besuch bei Kafka

 “Ich habe Ihren Schatten erkannt”, sagte Kafka, führte mich über den Hof und durch eine schmale türlose Öffnung in dem Mauerwall und lud mich mit dem Worten “Der Heraufstieg wird Sie ermüdet haben” zum Sitzen auf einer Bank ein, die aus herausgefallenen Steinen aufgebaut war. Das Licht war hell, die Stelle, wo wir saßen, schattenlos, die Steine der Bank sonnenwarm. Auf dem Mauerabhang des Walles kletterten und schliefen goldgrün funkelnde Eidechsen.“

 

Mühlberger

Josef Mühlberger (3 april 1903 – 2 juli 1985)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 3 april 2007.

De Duitse koopman en schrijver Friedrich Emil Rittershaus werd geboren op 3 april 1834 in Barmen.

Charles Ducal, Frederik van Eeden, Peter Huchel, George Herbert, Washington Irving, Friedrich Rittershaus, Josef Mühlberger, Adriaan Jaeggi

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook mijn blog van 3 april 2007.

Uitgesteld

Wees gerust, als ik sterf zal wel blijken
of ik je lief heb gehad.
Jij, de laatste naar wie ik zal kijken,
de laatste die mij ontsnapt.
Dan dwing ik je oor naar mijn mond

voor iets dat ik had moeten schrijven,
een zekerheid in gereutel vermomd.
Wees gerust, jij zal de slotzin krijgen.

Het zal ontroerend zijn, een echt einde,
een poging die alles herstelt.
Je bent mijn vrouw. Het zal wel blijken,
al wordt het een leven lang uitgesteld.

 

Uitdrijving

Het woont, klein en gekromd, in zichzelf,
een dwerg in de haverkist
of de schelf van het hooi.
Het hoort door de wand van de avond
machines brommen, goedaardig.
Het slaapt als een muis in het meel
of kijkt, urenlang, naar het trage gewicht
van de ham aan de balken,

en groeit uit zichzelf.
Tot het voetstappen hoort, gekletter
van emmers, ongeduldig en boos,
een ruwe hoest uit ploffende zakken,
het slijpen van messen, een riek
in het hooi. Het schrikt,
het wordt wakker.

En woont in de moeder,
woont in de vader,
eet van hun liefde,
hun arbeid, hun taal, –
zuinig, dankbaar.

CharlesDucal

Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Frederik van Eeden werd geboren in Haarlem op 3 april 1860. Zie ook mijn blog van 3 april 2007.

 

De Lente

 

Reeds is het statig eiber-paar gekomen,
’t geduldig rijs wringt stil de knoppen los,
de zoele lente luwt door ’t zonnig bosch
en wiegt mijn geest in weemoeds-zoete droomen.

 

Violengeur stijgt op uit vochtig mos,
een bronzen gloed veerjongt de dorre boomen,
en primula’s en dotterbloemen zoomen
de groene wei met gouden voorjaarsdos.

 

Wat heb ik, milde! naar uw komst gesmacht!
wat scheen uw toeven lang! — is ’t niet mijn leven
dat door uw donzen adem wordt gewekt?

 

Eens zult ge niet meer keeren, als ge trekt,
des weerziens zaligheid mij niet meer geven
en grimmig grijnst dan d’eindelooze nacht.

 

 

 

De waterlelie

 

Ik heb de witte water-lelie lief,
daar die zo blank is en zo stil haar kroon
uitplooit in ’t licht.

 

Rijzend uit donker-koele vijvergrond,
heeft zij het licht gevonden en ontsloot
toen blij het gouden hart.

 

Nu rust zij peinzend op het watervlak
en wenst niet meer…

 

Eeden

Frederik van Eeden (3 april 1860 – 16 juni 1932)

 

De Duitse dichter Peter Huchel werd geboren in Lichterfelde bij Berlijn op 3 april 1903. Zie ook mijn blog van 3 april 2007.

Winterpsalm

Da ging ich bei träger Kälte des Himmels
Und ging hinab die Straße zum Fluss,
Sah ich die Mulde im Schnee,
Wo nachts der Wind
Mit flacher Schulter gelegen.
Seine gebrechliche Stimme,
In den erstarrten Ästen oben,
Stieß sich am Trugbild weißer Luft.
„Alles Verscharrte blickt mich an.
Soll ich es heben aus dem Staub
Und zeigen dem Richter? Ich schweige.
Ich will nicht Zeuge sein.“
Sein Flüstern erlosch,
Von keiner Flamme genährt.

Wohin du stürzt, o Seele,
Nicht weiß es die Nacht. Denn da ist nichts
Als vieler Wesen stumme Angst
.
Der Zeuge tritt hervor. Es ist das Licht.
Ich stand auf der Brücke,
Allein vor der trägen Kälte des Himmels.
Atmet noch schwach,
Durch die Kehle des Schilfrohrs,
Der vereiste Fluss?

 

Sommerabend

Wenn sein reiten zur Schwemme
Aus dem steinernen Tor
Abends über die Dämme,
brennt noch die Sonne im Rohr.

Frei von des Tages Bürde
Reiten sie Seit an Seit.
Horch, wie der Hengst in der Hürde
Zornig nach Liebe schreit.

Uferwärts Roßeschnauben,
Zuruf, Lachen und Trab.
Vögel mit seltsamen Hauben
Tauchen erschrocken hinab.

In die schäumenden Fluten
Hinter der sandigen Furt
Drängen Fohlen und Stuten
Ohne Sattel und Gurt.

Reiter mit jungen Stimmen
Werden den Tieren nicht schwer,
packen die Mähnen und schwimmen
neben den Pferden her.

Knaben schön ist das Leben,
wenn es noch stark ist und gut.
Seht, wie die Lerchen schweben
Spät in der Abendglut.

Unter erlöschendem Himmel
Zittert des Hengstes Schrei.
Reiter, Rappen und Schimmel,
bald ist der Sommer vorbei.

huchel

Peter Huchel (3 april 1903 – 30 april 1981)

 

De Engelse priester en dichter George Herbert werd op 3 april 1593 geboren, waarschijnlijk te Black Hall, niet ver van het aan de familie toebehorende kasteel van Montgomery (Wales). Zie ook mijn blog van 3 april 2007.

 

Sonnet II

 

Sure Lord, there is enough in thee to dry
Oceans of Ink ; for, as the Deluge did
Cover the Earth, so doth thy Majesty :
Each Cloud distills thy praise, and doth forbid
Poets to turn it to another use.
Roses and Lillies speak thee ; and to make
A pair of Cheeks of them, is thy abuse.
Why should I Womens eyes for Chrystal take?
Such poor invention burns in their low mind,
Whose fire is wild, and doth not upward go
To praise, and on thee Lord, some Ink bestow.
Open the bones, and you shall nothing find
In the best face but filth, when Lord, in thee
The beauty lies, in the discovery

 

herbert

George Herbert (3 april 1593 – 1 maart 1633)

 

De Nederlandse schrijver, dichter en columnist Adriaan Jaeggi werd geboren op 3 april 1963 in Wassenaar. Jaeggi studeerde Engelse taal- en letterkunde in Leiden. Tijdens zijn studie werkte hij o.a. als trombonist, duikinstructeur, vorkheftruckchauffeur en snackbarhouder. Vlak voor zijn afstuderen werd hij redacteur van Propria Cures. Na zijn afstuderen (met een scriptie over Amerikaanse zwarte muziek en zwarte literatuur) trad hij in 1995 als redacteur in dienst bij de Thomas Rap. In dat jaar publiceerde hij ook zijn eerste roman, De tol van de roem. Na de dood van Thomas Rap in 1999 verhuisde hij met de inboedel mee naar uitgeverij De Bezige, waar hij tweeëneenhalf jaar werkte als redacteur. In 1999 verscheen zijn tweede roman, Held van beroep. Deze beleefde vijf drukken, werd genomineerd voor de longlist van de AKO- en de LIBRIS-prijs, bekroond met de literatuurprijs van de stad Roermond, in het Duits vertaald en door de pers in binnen- en buitenland geroemd om toon en stijl.  In 2002 verscheen zijn eerste officiële dichtbundel, Sorry dat ik het paard en de hond heb doodgeschoten. Twee gedichten hieruit werden opgenomen in Gerrit Komrij’s befaamde bloemlezing. In januari 2005 werd hij benoemd tot eerste stadsdichter van Amsterdam. Jaeggi schreef als columnist voor De Groene Amsterdammer, de Volkskrant en Volkskrant magazine. In 2004 verscheen een verzameling van zijn columns onder de titel Luxeproblemen. In de Boekenweek van 2006 verscheen het autobiografische Tromboneliefde, dat na een maand herdrukt werd. Zijn derde roman, Edele dieren, is net verschenen.

 

De Tiktakman

 

Je opkomst en je ondergang verstreken
in enkele eeuwen (nee, dagen). Je opdracht was
de optelling van alles.
Je was geen boom vergeten, geen sloot
(of oceaan)

(behalve de kleine oceaan
waar iemand stiekem voor ging staan,
alsof je een stel arme sloebers
hun oceaantje af zou pakken). Evengoed

stond je op straat. Tik tak. Tik tak.
De minuten dobberden op je bloed.

Maar je gaat hier niet aan onderdoor.
Je loopt hoogstens wat zachter
en steeds een paar minuten voor
(nee, achter)

 

 

Rietlandpark

 

Als ik zeg bomen dan bedoel ik
spijkers. Als ik zeg
gras dan bedoel ik glas.
Als ik zeg tuinman dan bedoel ik
pneumatische boor. Als ik zeg
aarde dan bedoel ik mortel.

Als ik zeg bloemperk dan bedoel ik
sloopwerk. Als ik zeg
vijver dan bedoel ik ijzer.
Als ik zeg park dan bedoel ik
vluchtheuvel. Als ik zeg riet
dan bedoel ik elektrisch.
Als ik zeg fontein dan bedoel ik
afwateringskanaal. Als ik zeg bomen
dan bedoel ik natuurlijk stoplichten.

adriaanjaeggi_klein

Adriaan Jaeggi (Wassenaar, 3 april 1963)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 3 april 2007.

De Amerikaanse schrijver Washington Irving werd geboren op 3 april 1783 in Manhattan, New York.

De Duitse koopman en schrijver Friedrich Emil Rittershaus werd geboren op 3 april 1834 in Barmen.

De Duitse schrijver Josef Mühlberger werd geboren op 3 april 1903 in Trautenau in Böhmen.

 

Charles Ducal, Frederik van Eeden, George Herbert, Peter Huchel, Josef Mühlberger, Washington Irving, Friedrich Emil Rittershaus

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Hij schreef talrijke gedichtenbundels, zoals De Hertog en Ik en Het Huwelijk, en ook het semi-autobiografische De Meesterknecht. In 1987 publiceerde hij samen met Erik Spinoy, Bernard Dewulf en Dirk Van Bastelaere de bekende dichtbundel Twist Met Ons. Hij won in 1997 met “Moedertaal” de Prijs voor letterkunde van de Vlaamse provincies en met “De hertog en ik” de Prijs van De Vlaamse Gids en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Op 24 januari 2007 won hij zijn eerste Herman de Coninckprijs voor zijn gedichtenbundel In inkt gewassen.

 

Impasse

 

Zo vond de vrouw haar man, de dichter:

gehurkt in het bad, het hoofd geklemd

tussen de knieën, alleen met zichzelf,

het oude vlees, de verschrompelde stichter

 

van haar geluk. Zij zag hoe gebogen,

hoe naakt en menselijk buiten de taal.

De warmte wolkte, vrede zong uit de kraan.

Dit, dacht zij, kon hij dit maar verwoorden…

 

Hij zag haar niet, rook zijn zweet,

keek naar zijn lid in het stijgende water.

Het water was heter dan hij kon verdragen.

Hij haatte. De vrouw had hij lief.

 

 

Bewogen

 

Als lokkruid

het gras op zijn lichaam. Hij wil.

De kribbe, diep en stil als een buik,

voert hem weg uit de angst, het geloof

dat alles gezien wordt, alles gehoord.

 

De stal ademt,

een spanning die nadert, zwaar en stom.

Beelden sluiten hun ogen,

liggen gestold tot een lichaam

van lust. Zo wordt hij bewogen:

 

een tong die zijn vlees

als een grensgebied opent,

de korte betovering

van lichaam tot ziel.

 

Dan wijken van hem God en dier,

voelt hij zich liggen, naakt

en bespied.

 

Zo leert uw zoon bidden.

 

Ducal

Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

De Nederlandse schrijver Frederik van Eeden werd geboren in Haarlem op 3 april 1860. Hij was de zoon van de plantkundige Frederik Willem van Eeden en groeide op in een milieu waarin kunst en wetenschap een belangrijke rol speelden. In 1878 ging hij medicijnen studeren in Amsterdam. In 1886 promoveerde Van Eeden en vestigde zich te Bussum als huisarts, maar hij specialiseerde zich al snel geheel in de psychotherapie. In het begin van de jaren tachtig speelde Van Eeden een belangrijke rol in het studentenleven in Amsterdam en publiceerde hij zijn eerste artikelen en blijspelen. Hij werd lid van de letterkundige vereniging Flanor en richtte in 1885 met Frank van der Goes, Willem Kloos, Willem Paap en Albert Verwey het tijdschrift De Nieuwe Gids op, dat de spreekbuis van de Beweging van Tachtig zou worden. De eerste afleveringen van De Nieuwe Gids bevatten delen van het door Van Eeden geschreven sprookje De Kleine Johannes, dat in 1887 in boekvorm werd uitgegeven. In 1894 trad hij uit de redactie van De Nieuwe Gids. In 1900 verscheen zijn psychologische roman Van de koele meren des doods, dat sindsdien vele malen herdrukt is. In 1982 werd het verfilmd door Nouchka van Brakel met Renée Soutendijk in de hoofdrol. De kolonie Walden in Bussum was een poging zijn maatschappelijke opvattingen concrete gestalte te geven. Dit experiment van 1898 tot 1907) is voor de ontwikkeling van het socialisme in Nederland van betekenis geweest.

Uit: Van de koele meren des doods

“De geschiedenis van een vrouw. Hoe zij zocht de koele meren des Doods, waar verlossing is, en hoe zij die vond.
Haar naam heet ik Hedwig Marga de Fontayne. Een Hollandsche vrouw, maar met bloed in zich van uitheemsche voorouders.
Zij was in ’t midden der negentiende eeuw geboren en opgegroeid in een Hollandsche provincie-stad, aldaar was klein vertier van handel of bedrijf, maar toch welvaart, want er woonden veel rijken in deftige huizen.
Ook haar huis was groot en deftig, wellicht honderd jaar oud. Het bevatte een ruime, in zomer koele gang met marmeren vloersteenen en witgepleisterde muren. Aan dien gang kwamen uit groote donkere kamers, met roode muurbekleeding, afgezet door smalle gouden lijsten, met wit-en-goud beschilderd houtbeschot en witgepleisterde zoldering. Lichtkronen hingen er, met veel driekantige stukjes kristal. Een deur met glas opende aan ’t einde van den gang naar den tuin, waar schrale bloemheesters stonden in zeer zwarte vette aarde, aan licht te kort komend onder één zwaren boom, een roodbladerige beuk.”

 

EEDEN

Frederik van Eeden (3 april 1860 – 16 juni 1932)

 

De Engelse priester en dichter George Herbert werd op 3 april 1593 geboren, waarschijnlijk te Black Hall, niet ver van het aan de familie toebehorende kasteel van Montgomery (Wales). Hij was een broer van de filosoof Edward Herbert of Cherbury (1583-1648). Met zijn bundel The Temple (1633) werd Herbert een tijdlang het grote voorbeeld voor dichters met een Christelijke thematiek. Na een inzinking in de achttiende eeuw herstelde zijn reputatie zich geleidelijk. Tegenwoordig wordt hij algemeen beschouwd als een van de grootste Engelse dichters. Men rekent hem tot de metaphysical poets. Enkele van zijn gedichten, bijvoorbeeld Love (III) , zijn zeer bekend door bloemlezingen. Voor de Engelse kerk is Herbert een heilige (zijn dag is 27 februari).

             

         Love (III)

 

              Love bade me welcome, yet my soul drew back,

                    Guilty of dust and sin.

              But quick-ey’d Love, observing me grow slack

                    From my first entrance in,

              Drew nearer to me, sweetly questioning

                    If I lack’d anything.

 

              “A guest,” I answer’d, “worthy to be here”;

                    Love said, “You shall be he.”

              “I, the unkind, the ungrateful? ah my dear,

                  I cannot look on thee.”

            Love took my hand and smiling did reply,

                  “Who made the eyes but I?”

 

            “Truth, Lord, but I have marr’d them; let my shame

                  Go where it doth deserve.”

            “And know you not,” says Love, “who bore the blame?”

                  “My dear, then I will serve.”

            “You must sit down,” says Love, “and taste my meat.”

                  So I did sit and eat.

 

Herbert

George Herbert (3 april 1593 – 1 maart 1633)

 

De Duitse dichter Peter Huchel werd geboren in Lichterfelde bij Berlijn op 3 april 1903. Hij studeerde literatuur en filosofie in Berlijn. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Sinn und Form. Het bleek echter al snel dat de leiders van de DDR niet zo gecharmeerd waren van Huchels dialectische aanpak en in 1953 zag het ernaar uit dat hij zijn tijdschrift kwijt zou raken aan een gezagsgetrouwer hoofdredacteur. In 1962 moest hij ontslag nemen omdat hij zich niet hield aan officiële richtlijnen van de partij. Hij kon in 1972 vertrekken naar West-Duitsland.

 

Nichts zu berichten

 

Nichts zu berichten.
Das Einhorn ging fort
und ruht im Gedächtnis der Wälder,

in den Kammern des Mohns,
wenn die Äbtissin Sonne und Mond
den Toten gibt.

Der Herbst lichtet sich,
verliert sein Gedächtnis
in der Blutspur der Buche.

Was bleibt, ist nicht mehr
als der schwarze Draht in der Luft,
der zwei Stimmen vereinigt.

In der weißen Abtei des Winters
ein lautloser Flügelschlag.
Im Namen dessen –
bis ans Ende der Tage.

 

Verona

Zwischen uns fiel der Regen des Vergessens.
Im Brunnen verdämmern die Münzen.
Auf der Mauer die Katze,
Sie dreht ihr Haupt ins Schweigen,
Erkennt uns nicht mehr.
Das schwache Licht der Liebe
Sinkt auf ihre Augensterne.

Es rasselt das Räderwerk im Turm
Und schlägt zu spät die Stunde an.
Die Erde schenkt uns keine Zeit
Über den Tod hinaus,
Ins Gewebe der Nacht genäht
Versinken die Stimmen
Unauffindbar.

Zwei Tauben fliegen vom Fenstersims.
Die Brücke behütet den Schwur.
Dieser Stein,
Im Wasser der Etsch,
Lebt groß in seiner Stille.
Und in der Mitte der Dinge
Die Trauer.

Huchel

Peter Huchel (3 april 1903 – 30 april 1981)

 

De Duitse schrijver Josef Mühlberger werd geboren op 3 april 1903 in Trautenau in Böhmen. Hij stamde uit een Duits-Tsjechische familie en zette zich zijn leven lang in voor een goede verhouding tussen de twee culturen. Hij studeerde in Praag literatuurwetenschap en promoveerde in 1926. Hij reisde in 1930 met vrienden door Dalmatië, waarvan de folklore in zijn werk altijd een wezenlijke rol zou spelen. Zo ook in zijn bekendste werk Die Knaben und der Fluß. In 1936 werden zijn boeken verboden. Na WO II vestigde hij zich in Eislingen, waar hij werkte als redacteur, journalist, vertaler en schrijver.

Uit: Die Knaben und der Fluss

„Eine Freundschaft wie die der beiden Knaben Waschek und Jenjik ist selten im Dorf, selten in der Landschaft. Der mährische Bauer kennt nur die Arbeit und hat keine Freude an der Geselligkeit. Es gibt hier nur Felder und Bauernhöfe, nicht einmal Bäume; nicht einmal Bäume; zu ihrer Pflege haben die Menschen keine Zeit. Der Ackerboden und die reifen Felder sind gelbbraun; die breiten Gesichter der Menschen haben dieselbe farbe wie das fruchtbare, einförmige Land.

Ein Bauernjunge gehört mit zehn Jahren aufs Feld, in den Hof, in die Scheune; mit vierzehn Jahren gehört er in den Stall. Der Vater Wascheks, ein heftiger und unfreundlicher Mann, mochte die Freundschaft seines Jungen nicht leiden; wenn er ihn nicht zur Arbeit prügelte lag es nicht daran, dass ihn die Mutter beschützte.  Außer Waschek, dem Jüngsten, hatte der Bauer noch zwei Söhne und zwei Töchter. Obwohl der Houskahof der größte des Dorfes war, würde Waschek davon also nichts bekommen; er mußte in einen fremden Hof einheiraten oder einen beruf ergreifen.“

 

MUEHLBERGER

Josef Mühlberger (3 april 1903 – 2 juli 1985)

 

De Amerikaanse schrijver Washington Irving werd geboren op 3 april 1783 in Manhattan, New York. Zijn vader William Irving was afkomstig van de Orkney-eilanden en zijn moeder Sarah geboren Sanders was afkomstig uit Nederland. Irving is misschien het bekendst door zijn korte verhalen over The Legend of Sleepy Hollow en Rip van Winkle die allebei uit het boek The Sketch Book of Geoffrey Crayon komen. Hij schreef en sprak vloeiend Spaans en schreef biografieën over de Spaanse geschiedenis zoals Christoffel Columbus, De moren en Granada. Verder sprak hij vloeiend Duits en Nederlands. Vanaf 1830 verkende Irving het Westen van Amerika en schreef daar verhalen over, keerde daarna weer terug naar zijn geboortestreek om verhalen te schrijven, en werd daarna Amerikaans ambassadeur in Spanje van 1842 tot 1846.

Uit: The Legend of Sleepy Hollow

 “In the bosom of one of those spacious coves which indent the eastern shore of the Hudson, at that broad expansion of the river denominated by the ancient Dutch navigators the Tappan Zee, and where they always prudently shortened sail and implored the protection of St. Nicholas when they crossed, there lies a small market town or rural port, which by some is called Greensburgh, but which is more generally and properly known by the name of Tarry Town. This name was given, we are told, in former days, by the good housewives of the adjacent country, from the inveterate propensity of their husbands to linger about the village tavern on market days. Be that as it may, I do not vouch for the fact, but merely advert to it, for the sake of being precise and authentic. Not far from this village, perhaps about two miles, there is a little valley or rather lap of land among high hills, which is one of the quietest places in the whole world. A small brook glides through it, with just murmur enough to lull one to repose; and the occasional whistle of a quail or tapping of a woodpecker is almost the only sound that ever breaks in upon the uniform tranquillity.”

 

WASHINGTON_IRVING

Washington Irving (3 april 1783 – 28 november 1859)

 

De Duitse koopman en schrijver Friedrich Emil Rittershaus werd geboren op 3 april 1834 in Barmen. Hij schreef talrijke verhalen, gedichten en romans. Tot op heden is hij vooral bekend als schrijver van het Westfalenlied.

Das Westfalenlied

Ihr mögt den Rhein, den stolzen preisen,
Der in dem Schoß der Reben liegt;
Wo in den Bergen ruht das Eisen,
Da hat die Mutter mich gewiegt.

Hoch auf dem Fels die Tannen steh’n,
Im grünen Tal die Herden geh’n,
Als Wächter an des Hofes Saum
Reckt sich empor der Eichenbaum.

Da ist’s wo meine Wiege stand,
O grüß Dich Gott, Westfalenland!

* * * * *

Wir haben keine süßen Reden
Und schöner Worte Überfluß,
Und haben nicht so bald für jeden
Den Brudergruß und Bruderkuß.

Wenn Du uns willst willkommen sein,
So schau auf’s Herz, nicht auf den Schein,
Und sieh’ uns grad hinein ins Aug!
Gradaus, das ist Westfalenbrauch!

Es fragen nichts von Spiel und Tand,
Die Männer im Westfalenland

* * * * *

Und uns’re Frauen, uns’re Mädchen,
Mit Augen blau wie Himmelsgrund,
Sie spinnen nicht die Liebespfädchen
Zum Scherz nur für die müß’ge Stund.

Ein frommer Engel Tag und Nacht,
Hält tief in ihrer Seele Wacht,
Und treu in Wonne, treu in Schmerz,
Bleibt bis zum Tod ein liebes Herz.

Glückselig, wessen Arm umspannt,
Ein Mädchen aus Westfalenland!

* * * * *

Behüt Dich Gott, Du rote Erde,
Du Land von Wittekind und Teut!
Bis ich zu Staub und Asche werde,
Mein Herz sich seiner Heimat freut.

Du Land Westfalen, Land der Mark,
Wie Deine Eichestämme stark,
Dich segnet noch der blasse Mund
Im Sterben, in der letzten Stund!

Land zwischen Rhein und Weserstrand,
O grüß Dich Gott, Westfalenland!

RITTERSHAUSinBramen

Friedrich Emil Rittershaus (3 april 1834 – 8 maart 1897)
Standbeeld in Barmen