Iemand als een mensenzoon (Walter Jan Ceuppens)

Bij de 33e zondag door het jaar

 

 
De triomf van het Christendom over heidendom
door Gustave Doré, ca. 1868

 

Iemand als een mensenzoon

“Aggiornamento”, zei de wijze man en wij
we waren jonge veulens, springend, dansend,
rollend, brandend, af en aan als noordzeegolven
in de strakke zoute wind van al die jaren.

Kon niet, mocht niet doorgaan, wijs was dwaas, maar
nu ligt d’oude zondagstraat verlaten en geimplodeerd,
met hier en ginder nog een klaproos,
zielsverloren late bloei. Misschien komt iemand

als een Mensenzoon, de lange, hoge trappen af,
grijpt me, glimlacht breed, omhelst me, kust me vrede,
trekt me van mijn werk vandaan en draagt me,

stuwt me, noemt mijn naam. Verliefde verzen hoor ik,
ogen lichten, woorden stralen. Voel mijn handen,
tast je adem, springend, dansend, lieve Mensenzoon!

 

 
Walter Jan Ceuppens (Mechelen, 1942)
De Sint-Romboutskathedraal in Mechelen

 

Zie voor de schrijvers van de 18e november ook mijn volgende twee blogs van vandaag.

 

Walter Jan Ceuppens

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse theoloog, essayist en dichter Walter Jan Ceuppens werd in 1942 geboren in Mechelen. Ceuppens studeerde, na zijn Grieks-Latijnse humaniora, godgeleerdheid (schola maior) en thomistische wijsbegeerte (HIW) aan de K.U. Leuven, en heeft ook een baccalaureaat Wijsbegeerte en Letteren (Belgische Centrale Examencommissie). Hij is ere-adviseur-generaal van de RVA en promoveerde in 2012 tot doctor in de theologie met de studie “De universele mensengemeenschap in de Relectiones van Francisco de Vitoria” (16de eeuw). Van zijn hand verschenen o.a. “Twaalf gedachten aan God”, “Frans de Vitoria, argumenten voor een humane omgang met vreemde volken”, “Verklaar de vrede, ethische fragmenten voor dagelijks gebruik”, “Kleine symfonie van verdriet en vreugde” en “Bijna onzichtbaar gracieus en trouw”. In 2009 werd hij genomineerd voor de tweejaarlijkse Religieuze Poëzieprijs Gerolfswal.

Ingekeerd

Verloren teruggekeerd, ingekeerd
in mijn innerlijke ruimte, hoor ik
weeldewoorden, lichtend, mooi en teder,
maar zo raak, zo pijnlijk treft Hij.

Samenleven tussen ongelijken?
Zonder pijn bestaat zo’n liefde niet.
God verbindt het ongerijmde,
heelt mijn hoogmoed met zijn goedheid.

Handig weet Hij wat ik mis, te knopen
aan wat is en alle woorden
tonen eindeloze schoonheid.

Nietig ben ik, zonder kracht, maar
‘k laat mijne minne traagzaam klaren:
bloed wordt wijn en wonden worden liefde.

 

Niets

Tussen uitgestrekt azuur
en platgetreden korenaren
liggen we roerloos in de zon.

Jij praat kruidig
in golvende geuren
als het verse hooi van verderop,
vergeten verzen in je ogen,
concerto’s in je handen.

Ik stamel stil je naam
en daarna niets.

 

Ceuppens
Walter Jan Ceuppens (Mechelen, 1942)