Willem Elsschot, Rabindranath Tagore, Volker Braun, Archibald MacLeish, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Joseph Joubert, Robert Browning, Stanisław Przybyszewski


De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot pseudoniem van Alfons-Jozef de Ridder)werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. (Hij studeerde in Antwerpen onder meer aan de Antwerpse gemeenteschool in de Van Maerlantstraat, het atheneum en het Hoger Handelsinstituut, maar maakte zijn studies aan het atheneum niet af. Op het atheneum kreeg hij o.a. les van Pol de Mont en kwam zijn liefde voor de literatuur tot bloei. Hij oefende verschillende beroepen uit: niet enkel in Antwerpen en Brussel maar ook in Parijs en Rotterdam.

Vanaf 1912 werkte De Ridder voor het tijdschrift La Revue Continentale Illustrée, dat eigendom was van zijn vriend Jules Valenpint die model stond voor het personage Boorman. Tijdens de WO I ging dit tijdschrift door de economische omstandigheden in België op de fles.

Elsschot hield niet van de reclamewereld. Vlak voor zijn dood in 1960 formuleerde hij het als volgt: “Niet alleen walg ik van de reclame, maar ook van de commercie in het algemeen. En ik heb Lijmen geschreven omdat ik er op een of andere manier van af moest komen. Ik moest wel reclame bedrijven, want van mijn pen heb ik nooit kunnen leven.”

 

Uit: Tsjip

“Ik herinner mij niet precies meer hoe en wanneer de vreemdeling in huis gekomen is, maar hij loopt hier nu voortdurend rond. Zeker heb ik zijn aanwezigheid in ’t begin niet opgemerkt en zat hij boven als ik beneden was. Nu echter ontmoet ik hem op de trap, bots in de gang tegen hem aan en zit tegenover hem aan tafel, want hij eet nu ook mee. Mijn oudste dochter, die hem in huis heeft gehaald, zit naast hem. Zij zijn beiden op de Handelsschool en ik geloof dat hij in ’t begin kwam om met haar te blokken. Hij was zwak in de Fransche taal en zij in Staathuishoudkunde en zij zouden trachten elkander te helpen. Ik heb toen tenminste zoo iets gehoord.

Het is een lange, beleefde Pool die zijn hielen tegen elkander klapt bij ’t begroeten en die bij ’t komen en ’t heengaan mijn vrouw een handkusje geeft. Zoo ongeveer drukten wij, als jongens, de lippen op het heilig sakrament. Ik heb haar al eens gevraagd of Bennek, want dat is zijn voornaam, hare hand werkelijk kust en zij zegt dat het tusschen kussen en niet kussen in is: aanraken zonder nat te maken.”

 

Het Huwelijk

 

Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd

in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,

haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven

toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.

 

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard

en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,

hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren

en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

 

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond

het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.

Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,

en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.

 

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.

Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen

en rennen door het vuur en door het water plassen

tot bij een ander lief in enig ander land.

 

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad

staan wetten in de weg en praktische bezwaren,

en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,

en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

 

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot

en zagen dat de man die zij hun vader heetten,

bewegingsloos en zwijgend bij het vuur gezeten,

een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.

 

 

Elschot
Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

 

De Bengaalse dichter en schrijver Rabindranath Tagore werd op 7 mei 1861 tijdens de Britse koloniale overheersing van India geboren in een rijke brahmaanse familie, die in Calcutta (tegenwoordig: Kolkata) woonde. Tagore ontplooide een grote bedrijvigheid als literator, componist, sociaal hervormer, strever naar onafhankelijkheid en pedagoog. In 1901 stichtte hij te Bolpur, 180 km van Calcutta, de Santi-Niketanschool, die later uitgroeide tot universiteit. Door te schrijven over sociale en politieke onderwerpen streefde Tagore in zijn wereldbeschouwingen bewust naar een harmonische verbinding tussen de Westerse en Oosterse filosofieën, religies en culturen. Hij had een belangrijk aandeel in de bevrijding van India. Hij schiep een soort letterkunde die dichter bij het gesproken Bengaals lag dan men ooit daarvoor had geschreven. Hij schreef voornamelijk in het Bengaals, maar vertaalde zelf veel van zijn werken in het Engels.

Door les te geven in verschillende landen bezocht hij vaak Europa en Amerika, vooral nadat hij in 1913 de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend had gekregen.

 

 

Mijn kind

 

Als ik je gekleurd speelgoed breng, mijn kind!
dan begrijp ik waarom er zulk kleurenspel is op wolken, op water,
en waarom bloemen veelvervig zijn
als ik gekleurd speelgoed geef aan jou, mijn kind.
Als ik zing om je te laten dansen,
dan weet ik waarlijk waarom er muziek is in de bladeren
en waarom de golven hun stemmenkoor zenden tot het hart der luisterende aarde
als ik zing om je te laten dansen.
Als ik zoetigheid breng in je gretige handjes,
dan weet ik waarom er honing is in de bloemenkelk
en waarom de vruchten heimelijk gevuld worden met zoet sap
als ik zoetigheid breng in je gretige handjes.
Als ik je gezichtje kus om je te doen lachen, mijn lieveling!
dan weet ik stellig wat de vreugde is,
die van de hemel stroomt in morgenlicht,
en wat het genot is dat de zomerkoelte aan mijn lichaam brengt
als ik je gezichtje kus om je te doen glimlachen.

 

 

 

“All men have poetry in their hearts, and it is necessary for them, as much as possible, to express their feelings. For this they must have a medium, moving and pliant, which can refreshingly become their own, age after age. All great languages undergo change. Those languages which resist the spirit of change are doomed and will never produce great harvests of thought and literature. When forms become fixed, the spirit either weakly accepts its imprisonment or rebels. All revolutions consists of the “within” fighting against invasion from “without”… All great human movements are related to some great idea.”

 

 

 

Tagore-1
Rabindranath Tagore (7 mei 1861 – 7 augustus 1941)

 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. In hhet begin weerspiegelde zijn werk het enthousiasme voor de opbouw van een socialitische staat. In de jaren zestig werkte hij op uitnodiging van Helene Weigel als dramaturg bij het Berliner Ensemble. Na de Praagse Lente werd hij steeds kritischer ten aanzien van het leven in het socialisme en van de mogelijkheden tot hervormingen. Dat leidde tot een versterkte interesse voor hem van de Stasi, de geheime dienst van de DDR. Na de hereniging van Duitsland onderzocht hij kritisch de redenen voor het mislukken van de DDR.

 

 

Der 9. November

 

Das Brackwasser stachellippig, aufgeschnittene Drähte

Lautlos, wie im Traum, driften die Tellerminen

Zurück in den Geschirrschrank. Ein surrealer Moment:

Mit spitzem Fuß auf dem Weltriß, und kein Schuß fällt.

Die gehetzte Vernunft, unendlich müde, greift

Nach dem erstbesten Irrtum … Der Dreckverband platzt.

Leuchtschriften wandern okkupantenhaft bis Mitte.

    BERLIN

NUN FREUE DICH, zu früh. Wehe, harter Nordost.

 

 

 

Aus dem dogmatischen Schlummer geweckt

 

Hast du die Nacht genutzt? – Ich übte mich

In der Erwartung. – Wessen? – Kennst du auch

Den süßen Schmerz: die Unbekannte lieben? –

Die unbekannte Tat? – Wie? – Wovon sprichst du? –

Die Adern sprangen fast in meinem Fleisch.

Wie bin ichs müd, den Markusplatz zu queren. –

Du träumst, nicht wahr, du träumst mit Konsequenz. –

Und auf den Straßen weht die Transparenz.

 

 

 

Braun
Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

De Amerikaanse dichter en politicus Archibald MacLeish werd geboren op 7 mei 1892 in Glencoe, Illinois. In 1917 publiceerde hij zijn eerste bundel. Hij werkte eerst als advocaat en uitgever van het tijdschrift The New Republic, maar koos toen toch voor een loopbaan als schrijver. In 1923 verhuisde hij met zijn vrouw naar Parijs, waar destijds het centrum lag van de Amerikaanse moderne literatuur. MacLeish kwam zo in de kring van de Lost Generation  terecht, en van de bannelingengemeenschap rondom Gertrude Stein en Ernest Hemingway. In 1928 keerde hij terug naar de VS.

 

Two Poems from the War

 

I

Oh, not the loss of the accomplished thing! 
Not dumb farewells, nor long relinquishment 
Of beauty had, and golden summer spent, 
And savage glory of the fluttering 
Torn banners of the rain, and frosty ring 
Of moon-white winters, and the imminent 
Long-lunging seas, and glowing students bent 
To race on some smooth beach the gull’s wing:

Not these, nor all we’ve been, nor all we’ve loved, 
The pitiful familiar names, had moved 
Our hearts to weep for them; but oh, the star 
The future is! Eternity’s too wan 
To give again that undefeated, far, 
All-possible irradiance of dawn.

 

 

 

An Eternity

There is no dusk to be, 
        There is no dawn that was, 
Only there’s now, and now, 
        And the wind in the grass.

Days I remember of 
        Now in my heart, are now; 
Days that I dream will bloom 
        White the peach bough.

Dying shall never be 
        Now in the windy grass; 
Now under shooken leaves 
        Death never was.

 

 

 

 

MACLEISH
Archibald MacLeish (7 mei 1892 – 20 april 1982)

 

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Grandes studeerde geografie en geschiedenis. Al haar eerste roman Lulu werd in twintig talen vertaald en een internationale bestseller. Dat lukte ook met haar roman Malena. Voor haar werk tot nu toe on
tving zij de Premio Julián Besteiro.

 

Uit:  Luftschlösser  (Castillos de cartón, vertaald door Sabine Giersberg)

 

 Die Drei ist eine ungerade Zahl.

«Es ist für dich, Maria José ¼ Jaime González.» Obwohl ich nun schon seit mehr als fünfzehn Jahren in der Abteilung  arbeitete,  hatte  ich  noch  immer  keine  eigene Sekretärin.  Ich  teilte  mir  Lorena,  eine  junge,  zerstreute Frau, die sich aber immerhin bemühte, mit Julián, einem schweigsamen Doktor der Kunstgeschichte, der auf spanische Bildhauerei des Barock – vor allem Alonso Berruguete – spezialisiert war. Genau wie ich nahm auch er mehr oder weniger alles entgegen, was hereinkam, nur dass er darunter litt. Bei mir war das anders, mir war es inzwischen gleich, ob mich der Zufall oder die Notwendigkeit an diesen Ort geführt hatte. Die Firma hatte mich als Expertin für zeitgenössische Malerei angestellt, doch ich verbrachte meine Zeit damit, Juwelen aus der Epoche Isabellas, Sekretäre, französische Bronzen aus dem 18. Jahrhundert und dergleichen mehr zu schätzen. Ich hatte eigentlich Malerin werden wollen, aber zu spät bemerkt, dass ich nicht genügend Talent dafür besaß. So etwas bemerkt man immer zu spät, und dann bleibt kein Raum mehr, etwas Neues zu entdecken. Als ich mit dem Malen aufhörte, war ich zweiundzwanzig, aber es hat Jahre gedauert, bis ich mich wieder so alt fühlte wie damals.

«Stell ihn durch.»

 

 

 

Grandes
Almudena Grandes (Madrid, 7 mei 1960 )

 

De Duitse schrijver Christoph Marzi werd geboren op 7 mei 1970 in Mayen. Hij studeerde economie in Mainz en woont tegenwoordig in Saarbrücken. Nadat hij verschillende korte verhalen had gepubliceerd verscheen in 2004 zijn romandebuut Lycidas dat een enorm succes werd. In 2005 volgde het vervolg Lilith, en de trilogie werd in 2006 afgesloten met Lumen.

 

Uit: Lilith

 

THE TIMES THEY ARE A-CHANGING

Die Welt ist gierig, und manchmal verschwinden Menschen in ihrem Schlund, ohne jemals wieder gesehen zu werden. Emily Laing war sechzehn, als ihre beste Freundin Aurora Fitzrovia gemeinsam mit Master Micklewhite, dem sie bei Nachforschungen in einer dringlichen Angelegenheit zur Hand gehen musste, vom Angesicht der Erde verschwand. Es gab keinen Brief und auch keinen Hilferuf, keine Zeugen und nicht den geringsten Hinweis. Während ihrer Rückreise aus Konstantinopel widerfuhr den beiden Schreckliches, und als der menschenleere Orient-Express im Bahnhof Elephant & Castle einfuhr, da kündete nurmehr ein verwüstetes Abteil von dem Schicksal, das sie uns entrissen hatte. Fassungslos standen das Mädchen und ich auf dem Bahnsteig inmitten einer aufgeregten Menschenmenge. In den Gesichtern spiegelten sich Entsetzen und Verzweiflung. Jeder der hier Anwesenden hatte das mysteriöse Verschwinden eines geliebten Menschen zu beklagen. Keiner konnte sich erklären, was während der Fahr
t von Frankreich nach Britannien geschehen war. Nicht ein einzi- ger Fahrgast war mehr aufzufinden gewesen. Spurlos verschwunden waren die Menschen, die in der uralten Metropole von Paris noch die Abteile gefüllt hatten. So fing es an. An einem Tag im Winter. »Was glauben Sie, Wittgenstein«, fragt das Mädchen, »werden wir sie finden?« Emily Laing, der ich einst am Fuße der großen Rolltreppe in der Tottenham Court Road begegnet war, sitzt mir gegenüber in dem luxuriösen Abteil des Zuges, der uns fortbringen wird. Fort aus der Stadt der Schornsteine.

 

 

 

marzi
Christoph Marzi (Mayen, 7 mei 1970)

 

De Franse schrijver en essayist Joseph Joubert werd geboren in Montignac op 7 mei 1754. Joubert schreef eigenlijk zeer weinig en heeft tijdens zijn leven nooit een werk uitgegeven. Het enige wat hij deed was zijn gedachten voor zichzelf neerpennen. Jouberts aantekeningen waren reflecties over uiteenlopende zaken (de natuur van het menselijk wezen, literatuur, … ) en waren vaak geschreven in een aforistische stijl. Deze aantekeningen wekten de interesse van Chateaubriand, die na Jouberts dood een kleine selectie in omloop bracht onder de titel Recueil des Pensées de M. Joubert (Parijs, 1838). Dit werk werd in meer uitgebreide vorm opnieuw uitgegeven in 1842 onder de titel Pensées, Essais, Maximes et Correspondance de J. Joubert door Paul de Raynal, een neef van de auteur.

 

Citaten:

 

« Recevoir des bienfaits de quelqu’un est une manière plus sûre de se l’attacher que de l’obliger lui-même. La vue d’un bienfaiteur importune souvent, celle d’un homme à qui l’on a fait du bien est toujours agréable. Nous aimons notre ouvrage en lui. »

 

« Voulez-vous connaître le mécanisme de la pensée, et ses effets ? lisez les poètes. Voulez-vous connaître la morale, la politique ? lisez les poètes. Ce qui vous plaît chez eux, approfondissez-le : c’est le vrai. »

 

« On n’est moins ennemi de ceux qui nous haïssent que de ceux qui nous méprisent. »

 

 

Joubert
Joseph Joubert (7 mei 1754 – 4 mei 1824)

 

 

De engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zijn vruchtbaarste periode als schrijver begon in 1841 met de publicatie van het dramatische gedicht Pippa Passes en duurde tot 1869 toen het laatste deel verscheen van The Ring And The Book.

De belangrijkste werken uit deze rijd zijn Dramtic Lyrics (1842) en Dramatic Romances And Lyrics (1845), waarin Browning de grondslag legt voor het genre van de dramatische monoloog.

 

Meeting at night

 

The gray sea and the long black land;

And the yellow half-moon large and low;

And the startled little waves that leap

In fiery ringlets from their sleep,

As I gain the cove with pushing prow,

And quench its speed i’ the slushy sand.

Then a mile of warm sea-scented beach;

Three fields to cross till a farm appears;

A tap at the pane, the quick sharp scratch

And blue spurt of a lighted match,

And a voice less loud, through its joys and fears,

Than the two hearts beating each to each!

 

 

In a gondola

 

The moth’s kiss, first!

Kiss me as if you made me believe

You were not sure, this eve,

How my face, your flower, had pursed

Its petals up; so, here and there

You brush it, till I grow aware

Who wants me, and wide ope I burst.

 

The bee’s kiss, now!

Kiss me as if you enter’d gay

My heart at some noonday,

A bud that dares not disallow

The claim, so all is render’d up,

And passively its shatter’d cup

Over your head to sleep I bow.

 

 

Browning
Robert Browning
(7 mei 1812 – 12 december 1889)

 

De Poolse schrijver Stanisław Przybyszewski werd geboren op 7 mei 1868 in Łojewo. Przybyszewski ontwikkelde een groot interesse voor het satanisme en voor de filosofie van Friedrich Nietzsche en begon een bohème-leben. In die tijd behoorden Edvard Munch, August Strindberg en Richard Dehmel tot zijn vrienden. In 1895 werd hij medeoprichter van het tijdschrift Pan, maar hij publiceerde ook in Die Fackel van Karl Kraus. In 1899 publiceerde hij in Życie het programmatische manifest van de naturalistisch-symbolistische stroming Jong Polen, Confiteor.

Przybyszewski schreef in het begin in het Duits, later in het Pools.

 

Uit: Satans Kinder

 

„Gordon beugte sich weit vor und sah Ostap mit scharfen, unruhigen Augen an.

»Du mußt es tun, Ostap, jetzt darfst du nicht mehr wanken, du hast einmal zugesagt; jetzt ist es zu spät.«

Ostap sah ihn wie verständnislos an, besann sich aber und sagte:

»Nein, ich kann nicht! Verstehst du? ich kann nicht!«

Er wurde sehr bleich und sein Gesicht zuckte.

Gordon lehnte sich in seinem Stuhl zurück.

»Du mußt!« sagte er.

»Ich will nicht!« schrie Ostap rasend auf. »Ich will nicht! Bist du denn kein Mensch? Verstehst du nicht, daß es sich auch nebenbei um meinen Vater handelt? Verstehst du nicht: sobald er mir verrät, wie der Schrank geöffnet wird, wird er zum Mitschuldigen!«

Gordon lächelte.

»Wenn nichts weiter im Wege steht als ein Vater …«

»Was? Was meinst du damit!«

Gordon lächelte wieder.

»Du bist doch ein sonderbarer Mensch. Manchmal bist du scharfsinnig wie eine Lanzette und dann wieder sentimental, weich und lächerlich wie eine Jungfrau. Was heißt das eigentlich, Vater? Willst du mir mit dergleichen Gründen kommen? Du meinst wohl einen Herrn, der dich trotz seines und deines Willens erzeugt hat? Ha ha ha … Du hast ihn doch nicht darum gebeten, wie? Das Leben ist wohl kein solch übermäßiges Vergnügen – heh? Übrigens hab ich keine Lust zu philosophischen Disputen. Du mußt es tun und wirst es tun! Das ist ja lächerlich, das mit dem Vater! … Willst du Tee oder Grog haben?«

Ostap setzte sich hin und sah stumpf zu Boden.

Sie schwiegen lange.“

 

 

 

przybyszewski
Stanisław Przybyszewski (7 mei 1868 – 23 november 1927)