Elma van Haren, Hugo Brandt Corstius, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Hermann Löns

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook alle tags voor Elma van Haren op dit blog en eveneens mijn blog van 29 augustus 2010.

 

 

Knipoog

Buiten mist. Het ratelen van de wielen
verhult alle geluid hierbinnen.
Ik kan niets meer horen.
Blikken ontwijken me, naamborden ontglippen me.
Op goed geluk moet ik er straks uit.

Het is er weer, dit stollen,
na langdurig het hoofd te hoog
te hebben gedragen.
In mijn bagage,

mijn dagboek,
ontvleesd verleden, een herbarium vol bladskelet.
Ik blader.
Zo was het in een paar woorden.
Geklost als kant, wit gezouten,
dit tenminste
blijft!

De trein stopt.
Ik bezichtig een bekende touristenplaats.
Een bord zegt ‘Bezoek onze grotten!’
Ik volg de pijlen en word welkom geheten
in scherp verlichte,
haast kraakheldere catacomben,
waarin opeen gepakt is,
waarin tot aan het plafond toe
opgestapeld is.

 

 

Hitte – 1

Mei:
lauw strijkijzer over een gebloemde beddesprei.
Neem nu de maat van je voetzolen
die kleine lichamelijke plek, waarop je gebouwd bent
en voel hoe los van de grond…
longen grijpen in de lucht
je handen moeten gevuld om je gewicht te beseffen
als je naakt over het satijn van het bed schuift
denkend aan een groot onaangedaan vossegezicht
slechts één keer aangeraakt
zijn lynxse ogen –
Met kracht stroomt het bloed
terug naar je voeten.
Duikelaar
altijd kom je weer recht!
Hoe dan plotseling
‘Het is heel goed mogelijk!’ afspringt van
‘Zou het kunnen?’ en
hoe ‘Het kan!’
begint te bloemen
vanaf de beddesprei en die aarzelende knop
door zachte meiwind bestreken, uitgroeit tot de kelk:
‘Het zal gebeuren, het is zo!’
en wachtend op dat moment, dat moment alleen
niets anders doen dan tevreden kijken
hoe geduldig de planten naar het zonlicht buigen
hoe beloftevol de was te drogen hangt.

 

 

Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)

Lees verder “Elma van Haren, Hugo Brandt Corstius, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Hermann Löns”

John Edward Williams

 

De Amerikaanse schrijver John Edward Williams werd geboren in Clarksville, op 29 augustus 1922. Williams was afkomstig uit een boerenfamilie. Zijn stiefvader was conciërge. Na een weinig succesvolle schoolloopbaan, werkte hij een tijdje als journalist. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende hij bij de luchtmacht, onder andere tweeënhalf jaar in India en Birma. Terug in Amerika ging hij opnieuw studeren en haalde in 1949 een Master of Arts aan de Universiteit van Denver. Vervolgens studeerde hij nog Engelse literatuur aan de University of Missouri. In 1955 werd hij aangesteld als docent aan de Universiteit van Denver, waar hij doceerde in creatief schrijven. Naast studieboeken en twee gedichtenbundels schreef Williams vier romans. Het meest bekend zijn Stoner (1965, een semi-autobiografische roman over een docent aan de Universiteit van Missouri) en Augustus (1972, over de gewelddadige Romeinse keizer, bekroond met de National Book Award). Williams’ romans bleven lange tijd onopgemerkt door het grote publiek, maar beleefden na een heruitgave van “Stoner” in 2006 door de New York Review Books een internationale heropleving. “Stoner” vertelt het indringende levensverhaal van een doorsnee docent Engels: zijn liefde voor het vak van leraar en voor de literatuur, zijn mislukte huwelijk en een intense relatie met een studente, een ongelukkige dochter die vroeg zwanger raakt, oppervlakkige vriendschappen die slechts diepgang krijgen als iemand overlijdt. Het laatste hoofdstuk, waarin Stoner zelf overlijdt, plaatst zijn leven in perspectief. Williams ging in 1985 met pensioen aan de universiteit en overleed in 1994 aan longproblemen, 71 jaar oud. Een vijfde roman, “The Sleep of Reason”, bleef onvoltooid.

Uit: Stoner

“He found that he could not handle the survey as he did his other courses. Though he remembered the authors and their works and their dates and their influences, he nearly failed his first examination; and he did little better on his second. He read and reread his literature assignments so frequently that his work in other courses began to suffer; and still the words he read were words on pages, and he could not see the use of what he did.
And he pondered the words that Archer Sloane spoke in class, as if beneath their flat, dry meaning he might discover a clue that would lead him where he was intended to go; he hunched forward over the desk-top of a chair too small to hold him comfortably, grasping the edges of the desk-top so tightly that his knuckles showed white against his brown hard skin; he frowned intently and gnawed at his underlip. But as Stoner’s and his classmates’ attention grew more desperate, Archer Sloane’s contempt grew more compelling. And once that contempt erupted into anger and was directed at William Stoner alone.
The class had read two plays by Shakespeare and was ending the week with a study of the sonnets. The students were edgy and puzzled, half frightened at the tension growing between themselves and the slouching figure that regarded them from behind the lectern. Sloane had read aloud to them the seventy-third sonnet; his eyes roved about the room and his lips tightened in a humorless smile.
“What does the sonnet mean?” he asked abruptly, and paused, his eyes searching the room with a grim and almost pleased hopelessness. “Mr. Wilbur?” There was no answer. “Mr. Schmidt?” Someone coughed. Sloane turned his dark bright eyes upon Stoner. “Mr. Stoner, what does the sonnet mean?”
Stoner swallowed and tried to open his mouth.
“It is a sonnet, Mr. Stoner,” Sloane said dryly, “a poetical composition of fourteen lines, with a certain pattern I am sure you have memorized. It is written in the English language, which I believe you have been speaking for some years. Its author is William Shakespeare, a poet who is dead, but who nevertheless occupies a position of some importance in the minds of a few.”

 

 
John Edward Williams (29 augustus 1922 – 3 maart 1994)