Wijding aan mijn vader (Karel van de Woestijne), Ed Leeflang, Anne Carson

Bij vaderdag

 

Selbstporträt mit Sohn door Hans Northmann, ca. 1930

 

Wijding aan mijn vader

o Gij, die kommrend sterven moest, en Váder waart,
en míj liet leven, en me teder léerde leven
met uw zacht spreken, en uw strelend handen-beven,
en, toen ge stierft, wat late zon op uwe baard;

¬ ik, die thans ben als een die in de avond vaart,
en moe de riemen rusten laat, alleen gedreven
door zoele zomer-winden in de lage reven,
en die soms avond-zoete water-bloemen gaêrt,

en zingt soms, onverschillig; en zijn zangen glijden
wijd-suizend over ’t matte water, en de weiden
zijn luistrend, als naar eigen adem, naar zijn lied…

Zó vaart mij leve’ in vrede en waan van dóod begeren
tot, wijlend in de spiegel-rust van dieper meren,
neigend, naar mijn aangezicht uw aangezichte ziet.

 

Karel van de Woestijne (10 maart 1878 – 24 augustus 1929)
Gent, de geboorteplaats van Karel van de Woestijne

 

De Nederlandse dichter Ed Leeflang werd geboren op 21 juni 1929 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Ed Leeflang op dit blog.

De Weide

Een kalme man brengt mij een bus:
of ik het etiket wil controleren.
Hij vraagt of er dan verder niemand komt.

Na een kwartier zie ik hem terugkeren
in een witte doktersjas. Hij heeft wat zwaars
of lichts onder een zwarte doek maar torst dat
misschien uit eerbied zichtbaar;
een ernstig laborant met veel van een
onbegrepen of van schijn tot wezen
opgeklommen goochelaar.

Wij dalen samen in een afgemeten pas
een lang duinpad af; hij voorop.
Dan meldt hij dat ik op het pad
moet blijven staan; zelf zal hij
een grazig en zeer groen grasveld opgaan.
Er vliegen meeuwen van op en roeken.

Een groot strooivat zwaait hij met kracht,
beloopt het midden van de weide en doet
lichte uitvallen naar de hoeken.

Er staat een bries. Gruizig poeder stuift
me in het gezicht, maar ik doe mijn ogen
opzettelijk niet dicht.

Hij komt me opzoeken en zegt:
uw vader is verstrooid. Hij stelt me voor
om nog wat na te blijven.

Meeuwen en roeken strijken langzaamaan weer neer.
Wij staan daar zwijgende een tijd nog op dat pad.
En dan niet meer.

 

De grote dromen

De kleine dromen gehoorzamen nog,
de grote worden onhandelbaar als ligstoelen
die niet open willen, een reservewiel
dat zich losrukt en wegrolt, mokkende dieren
die om hun temmer sluipen.

Ik heb het verbruid bij de grote dromen.
Omdat ik een dichtgetimmerd kasteel
in een verlaten park heb gezien en het bordes
heb bestegen, weet ik wat dat zeggen wil:
rododendronstruiken forceren de ramen,
niets houdt het liefdeloze van de
losgebroken takken tegen.

En eens wilde je macht over de nachtwind;
dat hij de vogels onder de bruggen geruststelde
en waar het zo uitkwam een dekzeil goed legde
op de voorbijkomende schepen.

De grote ordening wordt verloren,
geen enkele droom zal zich gedragen tenslotte
en zoveel bladeren aan bomen worden geboren
om met de altijd al willoze wind mee te spotten,
dat het inkt en slapeloosheid kost
niet bij de aarde te horen.

 

Stand

Op de brug achteromkijkend in de bus
zie ik hoe het stadje verdwijnt,
een toreneindspel met ongelijke lopers.

Iemand zit daar, denkt en doet geen zet
en laat de stukken jaren staan.

Denken en tijdnood zijn even heilig.
Men komt intussen nergens aan.
Dat is een wet.

 

Ed Leeflang (21 juni 1929 – 17 maart 2008)

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

Kort praatje over geisha’s

De kwestie van geisha’s en seks is altijd complex geweest.
Sommigen doen het, anderen niet. In feite waren. zoals u weet, de eerste
geisha’s mannen (narren en drummers). Hun gewaagde
geklets maakte de gasten aan het lachen. Maar tegen 1780 betekende “geisha”
vrouw en de glamoureuze handel van de thee-
huizen was onder controle van de regering gebracht.
Sommige geisha’s waren kunstenaars en noemden zichzelf
“wit”. Andere met bijnamen zoals “kat” en
“tuimelaar” zetten elke avond hutjes op in de wijde
rivierbedding, om bij zonsopgang te verdwijnen. Het belangrijkste
was, iemand om naar te verlangen. Ofwel het
dekbed was lang, of de nacht was te lang, of
je kreeg deze plek om te slapen of die
plek om te slapen, iemand om op te wachten tot
zij langs komt en het gras beweegt,
een tomaat in haar handpalm.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2019 en ook mijn blog van 21 juni 2014 deel 1, en deel 2 en eveneens deel 3.