Ingmar Heytze, Elke Erb

De Nederlandse schrijver en dichter Ingmar Heytze werd geboren op 16 februari 1970 in Utrecht. Zie ook alle tags voor Ingmar Heytze op dit blog.

 

Rorschach

Ik zwoer dat ik je niet zou schrijven.
Toen ik aan een brief begon,
een zware, zwarte brief om ’s nachts
te posten in een regenbui,
liep alles uit tot inktpatronen.

Lange zinnen dreven samen
tot een donkerblauwe brij.
Woorden vielen uit elkaar.
Letters gingen kopje-onder
en verdronken in de kantlijn.

Vlekken stolden tot jouw ogen.
Later kwam je mond omhoog
uit het papier en zei: je moeite
is ontroerend, maar je doet
altijd zo moeilijk, kijk,

de liefde is van brandhout
en een inktvlek is een inktvlek
en voorgoed voorbij.

 

De mimespeler gebaart

Lang geleden staken naalden
in mijn keel als ik wou spreken.
Er was een waslijst met gebreken
waar ik verder over zwijg
want steeds wanneer ik iets
wil zeggen: ja ik wil, pas op
een bus, of dat ik, help, niet
zwemmen kan, wordt mijn tong
een stop van kurk, schieten messen
door mijn huig en trekt mijn strot
het keelgat uit. Ik sta op feesten
en partijen, witgeschminkt en
levensmoe, verscholen achter
glazen wanden die ik aftast
met mijn handen doe ik er
zo goed ik kan voornamelijk
het zwijgen toe.

 

Najaarscollectie

Bij ‘Het wachten’ (1941) van Pyke Koch

De vrouwen die ik liefhad
dragen ijzige rokken van stilte
en kousen zwart rottend staal.

Ik ga gekleed in overjassen
van berouw en zelfbeklag
met afgestikt verleden.

Op de catwalk is het oorlog.
Links en rechts duwt men elkaar
een helse zee van flitslicht in,

stukken harder dan wij waren
en met minder reden.
Zie ons staan, de combinatie

van mijn leven, tijdloos,
winterklaar – wij wachten
op de sneeuw van vorig jaar.

 

Ingmar Heytze (Utrecht, 16 februari 1970)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

 

Oorspronkelijke accumulatie

Mierenstaat: huisvesting. People-verkeer.
En het stiefelt. Vervoert. Nacht-donkere, nacht-lege
arbeiderswijk. Nadelig, gekarteld, in alles.

Ogen: Mary van het land
weet door de eeuwen heen niet
dat ze van het land komt.

Geen op-bouw, geen boven-.
De krekel de viool.

wolk waar je bewolkt bent.
Een glorieuze meidag – in mijn gemoed.

Ogen: Robin van de plantage
is niet meer onder-, maar ook geen inbouw:
Zoals het gaat geeft niets.
Woorden architectuurinfectie zwakke structuurelementen.
Beschaving blanco – het “wezen van de boomgaard”.

De bedoeling om de Moloch te modelleren
(acceptatie en kneden van het probleem)
Verloren. Distels onthoofd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elke Erb (Scherbach, 18 februari 1938)

 

Zie voor meer schrijvers van de 16e februari ook mijn blog van 16 februari 2019 en ook mijn blog van 16 februari 2018 en ook mijn blog van 16 februari 2016 en ook mijn blog van 16 februari 2015.

Richard Blanco

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Blanco werd geboren op 15 februari 1968 in Madrid. Zie ook alle tags voor Richard Blanco op dit blog.

 

Until we could (Fragment)

I knew me as much as us, and yet we couldn’t…

Though I forgave your blue eyes turning green
each time you lied, but kept believing you, though
we learned to say good morning after long nights
of silence in the same bed, though every door slam
taught me to hold on by letting us go, and saying
you’re right became as true as saying I’m right,
till there was nothing a long walk couldn’t resolve:
holding hands and hope under the street lights
lustering like a string of pearls guiding us home,
or a stroll along the beach with our dog, the sea
washed out by our smiles, our laughter roaring
louder than the waves, though we understood
our love was the same as our parents, though
we dared to tell them so, and they understood.

Though we knew, we couldn’t—no one could.

When the fiery kick lines and fires were set for us
by our founding mother-fathers at Stonewall,
we first spoke defiance. When we paraded glitter,
leather, and rainbows made human, our word
became pride down every city street, saying:
Just let us be. But that wasn’t enough. Parades
became rallies—bold words on signs and mouths
until a man claimed freedom as another word
for marriage and he said: Let us in, we said: love
is love, proclaimed it into all eyes that would
listen at every door that would open, until noes
and maybes turned into yeses, town by town,
city by city, state by state, understanding us
and the woman who dared say enough until
the gavel struck into law what we always knew.

 

Ergens richting Parijs

De via’s van Italië worden herinnering bij elke bocht
en klik van de treinwielen, bij elk spoorweg-
knooppunt dat we achterlaten, de duomo’s komen weer terug
in mijn verbeelding, ik verbeeld me al Parijs-
een fantasie van licht en marmer die zal ophouden
wanneer de trein stopt in Gare de l’Est en ik in
het daglicht stap. In deze ruimte tussen steden,
tussen het gedroomde en het dromen, is er
geen kaart – geen legenda, geen oude straatnamen
of pijlen om te volgen, geen rode stip die me verzekert:

je bent hier – en nergens anders. Als ik niet weet
waar ik ben, dan ben ik alleen deze hartslagen,
mijn ademhaling, de bergen die stijgen en dalen
als een golf die door het raam van de trein rolt.
Ik ben alleen met de maan op haar pad, starend
als een blanco pagina, getint en wit als de sneeuw
op de toppen die haar licht weerkaatsen. ik ben deze
eenzaamheid, nooit mooier, de boog van de ruimte
waar ik een paar uur doorheen reis, niets
aanraak en niets bewaar, met niets
om de nacht te ontkennen, de donkere dennen die wijzen
naar de sterren, dit leven, altijd in beweging en kalm.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Richard Blanco (Madrid, 15 februari 1968)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e februari ook mijn blog van 15 februari 2019 en ook mijn blog van 15 februari 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Close, close all night (Elizabeth Bishop), Richard Blanco

 

Bij Valentijnsdag

 

Romeo en Julia op het balkon door Julius Kronberg, 1886

 

Close, close all night

Close, close all night
the lovers keep.
They turn together
in their sleep,

Close as two pages
in a book
that read each other
in the dark.

Each knows all
the other knows,
learned by heart
from head to toes.

 

Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)
Worcester, Massachusetts. De geboorteplaats van Elizabeth Bishop

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Blanco werd geboren op 15 februari 1968 in Madrid. Zie ook alle tags voor Richard Blanco op dit blog.

 

Verbranden in de regen

Op een dag zou mededogen vereisen
dat ik mezelf bevrijd van mijn verlangen om mijn vader
te herscheppen, toe te geven aan de verliezen van mijn moeder,
minnaars te wurgen met woorden, hen te dwingen
om voor mij op te komen en de schuld op zich te nemen.
Vandaag was die dag: ik gooide ze, blad
na blad op het terras en verzamelde ze
tot een brandstapel. Ik wilde ze laten verdwijnen
in een gloed, kleine witte dwergen die imploderen
naast de azalea’s en ficusstruiken,
ze laten knetteren, barsten als gevleugelde zaden,
ze laten smeulen tot ragfijne sintels –
duizend grijze vlinders in de wind.

Vandaag was die dag, maar het regende, bleef
regenen. In plaats van vuur, waterdruppels
die aan deuren klopten, ramen tot natte
spiegels makend die mij reflecteerden in de eiken.
De tuinmuren en stenen zwollen
in spookachtigere tinten van zichzelf,
de windgong giechelde in de storm,
een koffiekopje dat overliep van de regen.
In plaats van te verbranden, veranderden mijn pagina’s
in waterlelies die over plassen dreven,
in kleine witte kliffen toen de zon onderging,
om tot slot de hele nacht onder de maan op te drogen
tot souvenirs van papier-maché. Vandaag
zou de regen hun levens niet laten verbranden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Richard Blanco (Madrid, 15 februari 1968)

 

Zie voor de schrijvers van de 14 februari ook mijn blog van 14 februari 2019 en ook mijn blog van 14 februari 2016 deel 2 en ook deel 3.

Jan Siebelink, Richard Blanco

De Nederlandse schrijver Jan Siebelink werd geboren op 13 februari 1938 in Velp. Zie ook alle tags voor Jan Siebelink op dit blog.

Uit: De buurjongen

Mensen vertelden later dat ze zonder aanwijsbare reden stil waren blijven staan en naar boven hadden gekeken.
Het was een broeierig hete dag in juli. Waar je de zon vermoedde was de grijze lucht zo licht dat die doorschijnend leek. Je zag de insecten van ver aan komen vliegen.
Een peillood daarin neergelaten zou de bodem nooit bereiken. Een oneindigheid die tot nadenken stemde.
Ze was zeker niet dreigend of onheilspellend.
Anderen stapten van hun fiets, keken ook omhoog.
Het ongewoon schelle licht deed pijn aan de ogen.
Allen hadden het gevoel dat iets stond te gebeuren,
een onthulling zou plaatsvinden. Een gave van boven.
Die geelsmeulende zon.
Hun gevoel had hen niet bedrogen. Een rijzige gestalte daalde neer.
Verwonderd bleef men kijken. Sommigen dachten aan de wederkomst van Christus. Stond er niet geschreven: ‘Zie, Hij zal op de wolken verschijnen, de muren van Jericho zullen scheuren, en de volkeren op aarde zullen worden gericht.’
Anderen haastten zich verbijsterd naar huis om hun naasten te waarschuwen over het naderende oordeel. De graven stonden op het punt te worden geopend en het kaf zou van het koren worden gescheiden.
Enkelen, die bleven, in de ban van de verschijning, wis- ten met zekerheid te vertellen dat de gestalte, omstraald door licht, een knap en regelmatig gezicht had, en zijn handen zegenend had uitgestrekt.
De zon kwam in alle hevigheid door, de lucht golfde, contouren vervaagden.
Wie nog keek, begon over het warme weer dat maar aanhield. De zomers van vroeger kwamen weer terug. De ouderen onder hen, de sterken, van rond de tachtig, herinnerden zich de hete zomer van ’48 toen koningin Wilhelmina afstand deed van de troon.
Nog lang gingen geruchten dat de Christus met een kleine schare in de grensstreek rondtrok, zieken genas, duivels uitdreef, doden opwekte. Geroemd was zijn gave van het menselijk woord. Wie hem hoorde, raakte betoverd.
Hij was gekleed in blinkend en smetteloos fijn linnen en wie een blik op hem wierp, gooide zich ter aarde en riep: ‘Amen. Halleluja.’

 

 Jan Siebelink (Velp, 13 februari 1938)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Blanco werd geboren op 15 februari 1968 in Madrid. Zie ook alle tags voor Richard Blanco op dit blog.

 

Misschien

voor Craig

Misschien waren het de billboards die het paradijs
beloofden misschien die negenenvijftig mijl
met jouw hand in de mijne, misschien mijn sexy
cabrio, het dak neergeklapt, misschien de wind
met zijn vingers in je haar, zon op je dijen
en blote borst, misschien was het gewoon de rit
over de zee in tweeën gedeeld door de snelweg

naar Key Largo, of het idee van Key Largo.
Misschien was ik eindelijk op de juiste plek
op het juiste moment met de juiste persoon.
Misschien was er eindelijk een huis, een hond
genaamd Chu, een gazon om te maaien, buren,
etentjes, en was jij er, voor altijd geobsedeerd
door kruiswoordpuzzels en Carl Young,
lezend in het donker bij het maanlicht,
elke avond bij mijn bed. Misschien. Misschien
waren het de wolken die pauzeerden aan de horizon,
de verblindende velden van gouden zaaggras,
de mangrove-eilanden verstrengeld, onafscheidelijk
zoals wij konden zijn. Misschien had ik iets moeten
zeggen, je iets moeten beloven,
je vragen om een tijdje te blijven, misschien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Richard Blanco (Madrid, 15 februari 1968)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e februari ook mijn blog van 13 februari 2019 en ook mijn blog van 13 februari 2016 deel 2 en deel 3.

Hans Werkman

De Nederlandse dichter, schrijver en literair criticus  Johannes (Hans) Werkman werd geboren in Uithuizermeeden op 12 februari 1939 als derde zoon in een schoenmakersgezin met vier kinderen In Werkmans geboortedorp was Willem de Mérode, over wie Werkman een biografie zou schrijven, van 1907 tot 1924 onderwijzer geweest. Werkman bezocht de kweekschool en behaalde de aktes MO-A en MO-B. Hij was onderwijzer in Breezand, Ommen en Kampen en is leraar Nederlands geweest aan het Zutphense Baudartius College en het Johannes Fontanus College in Barneveld. Werkman is in 2004 gepromoveerd op “De haven uitgraven. De wereld van J.K. van Eerbeek’.  In 1977 onderging Werkman een hartoperatie in de Verenigde Staten (Houston, Texas) bij de vermaarde hartchirurg Denton Cooley. Hiervan deed hij verslag in “Het hart op tafel”(1979) en “Dagboek openhartoperatie” (1981). Werkman is getrouwd met Nelie Rietveld en heeft vijf kinderen. Hij is lid van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en bekleedde daar het ambt van ouderling. Hij schreef kinderboeken, gedichten, verhalen, romans, kritieken, beschouwingen, dagboeken en biografieën. Als schrijver, literair criticus en biograaf van Willem de Mérode, J.K. van Eerbeek en schrijver van biografische schetsen over Nel Benschop, Ida Gerhardt, Bé Nijenhuis en Jo van Dorp-Ypma is Hans Werkman sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw een vooraanstaande figuur binnen de christelijke literatuur in Nederland. Hij is de medeoprichter van de christelijke literaire tijdschriften Woordwerk en Liter. Hij is sinds 1974 recensent van het Nederlands Dagblad (ND). Vooral met Willem de Mérode heeft Werkman zich sinds het begin van de jaren zeventig continu beziggehouden. In 1986 ontving Werkman de Henriëtte de Beaufort-prijs 1986 voor “De wereld van Willem de Mérode”. Hij was jurylid van de Dr. C. Rijnsdorp Prijs (1993) en de Puntkomma-poëzieprijs (1997-1998) en is ook de samensteller van vele bloemlezingen en is bovendien als vertaler actief geweest. In opdracht van de BCB (Brancheorganisatie voor het Christelijke Boeken- en Muziekvak) schreef Werkman het ‘alternatieve Boekenweekgeschenk’ voor de ‘Actieweek voor het christelijke boek’, de novelle “Een dagje naar huis” (maart 2013).

 

De straat

Gemeentemannen kwamen in mijn straat
om takken, stammen, wortels weg te slepen.
Ik liep verdrietig door mijn kale straat.
Het leven was er tussenuitgeknepen.

Ik struikelde in levenloze gaten.
De vogels vlogen mij voorbij. Hoe mooi
waren eens bloesems en bladertooi.
Mijn straat was leeg als honderd stenen raten.

Een man kwam kruipend nader met gesteente.
Het was een levensdroom die mij bewoog.
Ik zei: ‘In deze gaten stonden bomen!’

Hij lag geknield. Hij stak zijn hand omhoog
en riep: ‘Misschien dat er nog bomen komen.
Ik raad u: schrijf een brief aan de gemeente.’

 

Tentamen

De koppen vragen en nu moet ik praten.
Ik word bedreigd. Ik voel mij in de ban
van hun gemoedsrust en mijn eigen haten,
en stotter: dus en eigenlijk en dan.

Ik zwijg. Zij zwijgen mee. Hun blikken trekken
één lang moment van ’t bonken in mijn borst
tot aan mijn nek met rode zenuwvlekken.
Ik lik mijn droge lippen. Ik heb dorst,

maar mag niet drinken in de hete stilte.
Ik schaam mij voor drie man en kijk uit ’t raam
en zie een pony vreten van het milde
gras, een witte pony zonder naam,

die rustig staat te zwijgen, onbedreigd
de kop optilt om zich de hals te schuren
aan ’t prikkeldraad, en als hij honger krijgt
weer verder vreet zonder iets te bezuren.

Als hij wil drinken is daarginds de sloot.
Zijn vijgen vallen waar ze willen vallen.
Hij is een rustig stuk natuur, geen nood
kan hem zijn wit en groen bestaan vergallen.

Er schraapt een keel: het dromenloze heden
wordt voortgezet, mij wordt als mens de das
strak omgedaan, de pas snel afgesneden.
Wij zijn gescheiden door het harde glas.

 

Hans Werkman (Uithuizermeeden, 12 februari 1939)

 

Barbara Honigmann, Detlev Meyer

De Duitse schrijfster Barbara Honigmann werd geboren op 12 februari 1949 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Barbara Honigmann op dit blog.

Uit: Unverschämt jüdisch

„Worüber reden eigentlich Gojim?

Zum Koret Jewish Book Award 2004, New York
Weil der Mann, der auf dem Flug nach New York neben mir saß, meinem Vater so ähnlich sah, ging ich davon aus, dass er jüdisch sei, und in der Art sprach ich mit ihm, bis er es mir bestätigte und ich ihm sagen konnte, das hätte ich mir schon gedacht und dass ich auch jüdisch sei, und er sagte, das habe er sich auch schon gedacht. Wir kamen also in unserem Gespräch schnell vom Wetter auf den israelisch-palästinensischen Konflikt. Da wir uns sympathisch waren und uns möglichst nicht gleich verkrachen wollten, schließlich hatten wir noch acht Stunden gemeinsamen Flug vor uns, brachten wir unsere Meinungen zu dem Thema zunächst vorsichtig vor. Es stellte sich aber glücklicherweise heraus, dass wir ähnliche politische Vorstellungen hatten, und so verbrachten wir die Zeit bis zum
Lunch mit dem Entwerfen verschiedener Friedensinitiativen.
Als ich dann, während er sein Air-France-Menü verspeiste, mein in viele Schichten eingewickeltes und eingeschweißtes, vom Pariser Beth Din für koscher erklärtes Essen aß, wendete sich unser Gespräch auf natürlichem Wege mehr religiösen Themen zu. Er erklärte mir seine liberale, ja, wie er sich ausdrückte, »freie« Auffassung der jüdischen Religion und des Judentums, wir sprachen englisch, aber er sagte »frei« auf Deutsch, dieses Wort hat sich so im Jiddischen erhalten; und ich erklärte ihm meine Gründe für eine Annäherung an die strengere Auffassung, und dann wünschten wir uns guten Appetit und versicherten uns der gegenseitigen Toleranz. Schließlich: Kol Israel Chawerim! Alle Juden sind einander Gefährten! Wenn es bloß auch jenseits unserer Zufallsbegegnung so wäre!
Dann erzählten wir uns unsere Lebensgeschichten, unsere eigenen und die unserer Eltern und Ehepartner und deren Eltern, die alle ziemlich ähnlich klangen. Mein Nachbar war ein echter New Yorker, aber seine Eltern waren aus Polen eingewandert und hatten mit einem gutgehenden Lederwarenhandel reüssiert, den er geerbt, aber nun verkauft hatte, jetzt lebte er in der Nähe von Florenz, das war schon immer sein Traum gewesen. Ich zeigte ihm daraufhin meine Longchamps-Handtasche, die mir meine Freundinnen zu meinem letzten runden Geburtstag geschenkt hatten, immerhin haben fünf erwachsene Frauen zusammengelegt, um sie in der schicken Longchamps-Boutique zu erwerben. Aber er warf nur einen kurzen mitleidigen Blick auf die Tasche. Nun ja, er verstehe, dass sie einen emotionalen Wert für mich habe, aber ansonsten gebe es nur dort, wo er jetzt wohne, in der Nähe von Florenz, noch wirkliches Leder-Kunsthandwerk. Mit einem dieser florentinischen Taschen- und Kofferkünstler habe er sich eng befreundet, deshalb sei er auch dorthin gezogen, in einen kleinen Ort direkt am Arno. New York vermisse er nicht.“

 

Barbara Honigmann (Oost-Berlijn, 12 februari 1949)
Selbst am Abend, 1997.

 

De Duitse schrijver en dichter Detlev Meyer werd geboren op 12 februari 1950 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Detlev Meyer op dit blog.

 

Reisvoorbereiding

In mijn koffer stop ik het virus.

In mijn koffer stop ik het virus en mijn
pensioen.

In mijn koffer stop ik het virus , mijn pensioen
en een designergrafkist.

In mijn koffer stop ik het virus, mijn pensioen,
een designergrafkist en een overleden lover.

In mijn koffer stop ik het virus, mijn pensioen,
een designergrafkist, een overleden lover en
twee krukken.

In mijn koffer stop ik het virus, mijn pensioen,
een designergrafkist, een overleden lover, twee
krukken en drie talkshow-optredens.

Gaaf, dat stop ik ook allemaal in mijn koffer.
Ik voeg er echter nog een ongelukkige jeugd aan toe.
Zoveel ruimte moet er zijn!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Detlev Meyer (12 februari 1950 – 30 oktober 1999)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e februari ook mijn blog van 12 februari 2019 en ook mijn blog van 12 februari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Maryse Condé, Else Lasker-Schüler

De Franse schrijfster Maryse Condé werd op 11 februari 1937 in Pointe-à-Pitre op Guadeloupe geboren. Zie ook alle tags voor Maryse Condé op dit blog.

Uit: Tot het water stijgt (Vertaald door Martine Woudt)

“Babakar werd vanuit de milde warmte van zijn slaap in het kabaal van een onweersnacht geslingerd en kwam versuft, bevangen door het lawaai, tot zijn positieven. De donder bulderde. De golfplaten van het dak kletterden. De takken van de pié bwas kraakten en vlogen vervolgens in stukken tegen de grond, terwijl de mango’s als stenen naar beneden vielen. In zijn slaap had hij zijn moeder gezien, glimlachend en stralend, haar korenbloemogen helder en opgefrist, alsof ze te midden van de chaos der elementen een olijftak bracht. Ze kwam hem vertellen dat de zwarte bladzijden van de rouw omgeslagen waren en dat de belofte van het geluk zich eindelijk aftekende.
De klok gaf kwart over elf aan. Hij dacht aan de mannen die op dit moment zelfgestookte rum zaten te drinken, dobbelden of dominoden en de hard geworden bomen streelden van de vrouwen met wie ze straks een wip wilden maken. Terwijl hij al in een gestreepte katoenen pyjama lag te slapen. Niemand begreep ook maar iets van deze regentijd. Er had al weken geleden een einde aan moeten komen. Maar de regen bleef de natuur maar onstuimig geselen en liet de meest verborgen bergstromen nog steeds buiten hun oevers treden. Huiverend in de vochtige lucht schoot Babakar een ochtendjas aan en liep op blote voeten door de achtereenvolgende kamers van zijn smakeloos en haastig ingerichte villa. Huizen hebben hun eigen S. Dit huis sprak van eenzaamheid en buitensluiting. In de keuken schonk hij een glas melk in, dat hij te snel en knoeiend op zijn kin leegdronk. Hij gebruikte nooit alcohol, niet uit godsdienstige overwegingen, maar omdat hij er maagzuur van kreeg dat de toch al zo beroerde smaak van zijn leven nog beroerder maakte. Toen hij zijn glas nogmaals volschonk, klonk hard de bel van de ingang, ingedrukt door een gejaagde hand. Babakar liep de veranda op en stak ondanks de regen rennend het grasveld over, waarbij zijn blote voeten in de modder wegzakten en er daarna met een soppend geluid weer uitkwamen. Achter het hek stond een man, schuilend onder een bananenblad. Hij was jong. Knap. Met een angstige blik. Zwart. Heel zwart. Gekleed in lompen en wonderlijk genoeg op rode basketbalschoenen, die aan alle kanten water doorlieten. Het betrof klaarblijkelijk een Haïtiaan, waar het in de streek van wemelde, ook al werden ze door de politie steeds hardhandiger gearresteerd en naar de grens teruggebracht. Hij stamelde: “Fo li vini kounye-a. Li pral mouri!”Babakar had zich niet vergist: hij herkende het Haïtiaanse Creools, dat hij net zomin verstond als het Guadeloupse, en vroeg in het Frans: ‘Over wie gaat het? Een van mijn patiënten?’ De man herhaalde alleen maar luider: “Li pral mouri!” Babakar ging terug het huis in om zich aan te kleden en zijn dokterstas te pakken. Daarna voegde hij zich weer bij de Haïtiaan, die op zijn hurken en met zijn hoofd tussen zijn handen in een hoek van de garage was gaan zitten.”

 

Maryse Condé (Pointe-à-Pitre, 11 februari 1937)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Else Lasker-Schüler werd geboren in Elberfeld op 11 februari 1869. Zie ook alle tags voor Else Lasker-Schüler op dit blog.

 

Nu sluimert mijn ziel

De storm heeft haar stammen geveld,
O, mijn ziel was een bos.
Heb je me horen huilen?
Omdat je ogen bang geopend staan.
Sterren verstrooien nacht
In mijn vergoten bloed.
Nu sluimert mijn ziel
Talmend op haar tenen.
O, mijn ziel was een bos;
Palmen boden schaduw,
Aan de takken hing de liefde.
Troost mijn ziel in haar sluimer.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Else Lasker-Schüler (11 februari 1869 – 22 januari 1945)
Portret door Lene Schneider-Kainer, 1914/15

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e februari ook mijn blog van 11 februari 2021 en ook mijn blog van 11 februari 2019 en eveneens mijn blog van 11 februari 2018 deel 2.

John Coetzee, Elizabeth Bishop

De Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook alle tags voor John Coetzee op dit blog.

Uit: The Death of Jesus

“It is a crisp autumn afternoon. On the grassy expanse behind the apartment block he stands watching a game of football. Usually he is the sole spectator of these games played between children from the block. But today two strangers have stopped to watch too: a man in a dark suit with, by his side, a girl in school uniform. 
The ball loops out to the left wing, where David is playing. Trapping the ball, David easily outsprints the defender who comes out to engage him and lofts the ball into the centre. It escapes everyone, escapes the goalkeeper, crosses the goal line.
In these weekday games there are no proper teams. The boys divide up as they see fit, drop in, drop out. Sometimes there are thirty on the field, sometimes only half a dozen. When David first joined in, three years ago, he was the youngest and smallest. Now he is among the bigger boys, but nimble despite his height, quick on his feet, a deceptive runner.
There is a lull in the game. The two strangers approach; the dog slumbering at his feet rouses himself and raises his head.
‘Good day,’ says the man. ‘What teams are these?’
‘It is just a pick-up game between children from the neighbourhood.’
‘They are not bad,’ says the stranger. ‘Are you a parent?’
Is he a parent? Is it worth trying to explain what exactly he is? ‘That is my son over there,’ he says. ‘David. The tall boy with the dark hair.’
The stranger inspects David, the tall boy with the dark hair, who is strolling about abstractedly, not paying much attention to the game.
‘Have they thought of organizing themselves into a team?’ says the stranger. ‘Let me introduce myself. My name is Julio Fabricante. This is Maria Prudencia. We are from Las Manos. Do you know Las Manos? No? It is the orphanage on the far side of the river.’
‘Simón,’ says he, Simón. He shakes hands with Julio Fabricante from the orphanage, gives Maria Prudencia a nod. Maria is, he would guess, fourteen years old, solidly built, with heavy eyebrows and a well developed bust.
‘I ask because we would be happy to host them. We have a proper field with proper markings and proper goalposts.’
‘I think they are content just kicking a ball around.’
‘You do not improve without competition,’ says Julio.
‘Agreed. On the other hand, forming a team would mean selecting eleven and excluding the rest, which would contradict the ethos they have built up. That is how I see it. But maybe I am wrong. Maybe they would indeed like to compete and improve. Ask them.’

 

John Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.

 

Een wonder als ontbijt

Om zes uur zaten wij te wachten op koffie,
op koffie en de barmhartige kruimel
te serveren vanaf een bepaald balkon,
– als koningen van weleer, of als een wonder.
Het was nog donker. Een voet van de zon
vond steun op een lange rimpel in de rivier.

De eerste veerboot was net aan de overkant van de rivier.
Het was zo koud dat wij hoopten dat de koffie
gloeiend heet zou zijn, wel begrijpend dat de zon
ons niet zou verwarmen; noch dat de kruimel
een brood de man zou worden, beboterd, als door een wonder.
Om zeven uur betrad een man het balkon.

Een minuut lang stond hij alleen op het balkon
en keek over onze hoofden naar de rivier.
Een bediende overhandigde hem de ingrediënten voor een wonder,
bestaande uit een enkele kop koffie
en een stuk brood, dat hij brak, kruimel voor kruimel,
zijn hoofd, als het ware, in de wolken – samen met de zon.

Was de man gek? Wat onder de zon
probeerde hij te doen, daarboven op zijn balkon!
Eenieder ontving een tamelijk harde kruimel,
die sommigen vol minachting wegtikten in de rivier,
en, in een kopje, één druppel van de koffie.
Sommigen van ons bleven talmen, wachtend op het wonder.

Ik kan vertellen wat ik daarna zag; het was geen wonder.
Een mooie villa stond in de zon
en uit al haar deuren stroomde de geur van hete koffie.
Aan de voorkant, een barok wit gipsen balkon
uitgebouwd door vogels, die nestelen langs de rivier,
– ik zag het met één oog vlak bij de kruimel –

en gaanderijen en marmeren kamers. Mijn kruimel
mijn woonstee, voor mij gemaakt door een wonder,
door tijd, insecten, vogels, en door de rivier
die stenen bewerkt. Elke dag, in de zon
als het tijd voor ontbijt is, zit ik op mijn balkon
met mijn voeten omhoog, en drink mokken vol koffie.

We likten de kruimel op en slurpten de koffie.
Een raam aan de overkant van de rivier ving de zon
alsof het wonder plaatsgreep, op het verkeerde balkon.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e februari ook mijn blog van 9 februari 2019 en mijn blog van 9 februari 2017 en ook alle drie blogs van 9 februari 2014.

Rachel Cusk, Elizabeth Bishop

De Canadese schrijfster Rachel Cusk werd geboren op 8 februari 1967 in Saskatoon. Zie ook alle tags voor Rachel Cusk op dit blog.

Uit: The Last Supper. A Summer in Italy

“At night I would often be woken by noise from the road, and afterward would lie awake for hours, unable to sleep. The noise, which was of a strange drunken revelry, would usually begin long after the pubs had closed, though in the deeps of the night I never knew exactly what time it was. I was merely summoned by the sound of unearthly groans and shrieks outside my window that seemed to belong neither to the world nor to my dreams but somewhere in between. They might have been men’s voices or women’s, it was hard to tell. The noise they made came from a region that outlay human identity. Their long, inchoate monologues, vocalized yet senseless, seemed to name something that afterward could not be specified, to describe what by daylight appeared indescribable.
This demoniacal groaning would often go on for so long that it seemed impossible it could be coming from living people passing on the pavements. It was the sound of lost souls, of primitive creatures bellowing far inside the earth. Yet I never got up to look: the noise was so unreal that it was only when it stopped that I felt myself to be actually awake. Then I would lie there, full of a feeling of insecurity, as though the world were a wildly spinning fairground ride from which my bed might work loose and be somehow flung away. The groaning sounds and the darkness and the carelessly spinning earth, offering me its fathomless glimpses of space, of nothingness: all this would run on for one hour or two or three, I couldn’t tell.The hours were blank and sealed, filled with gray information: one after another they were dispatched.
Then another sound would begin, dimly at first, a kind of humming or droning, steady and industrious. After a while it filled the room with its monotonous note. This was the sound of traffic. People were going in their cars to work. A little later a finger of wan light showed itself at the curtains. When I was a child the night seemed as big as an ocean to me, deep and static: you rowed across it for hour after hour and sometimes got so lost in time and darkness that it seemed as if the morning might never be found. Now it was a mere vacuum, filling up with human activity as a dump is filled with discarded objects. It was an empty space into which the overcrowded world was extending its outskirts, its sprawl.”

 

Rachel Cusk (Saskatoon, 8 februari 1967)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.

 

De denkbeeldige ijsberg

Liever de ijsberg dan het schip,
al zou dan de reis ten einde zijn.
Al stond hij stokstijf stil als wolkige rots
en was de hele zee van bewegend marmer.
Liever de ijsberg dan het schip;
liever deze sneeuwvlakte die ademhaalt in eigendom
al lagen de zeilen van het schip op zee gespreid
zoals de sneeuw onopgelost op het water.
O plechtstatige, drijvende wei,
weet je dat een ijsberg onverschrokken op je rust
en, eenmaal wakker, wellicht gaat grazen van je vlokken?

Dit is een tafereel waarvoor een zeeman zijn ogen geven zou.
Het schip wordt genegeerd. De ijsberg stijgt
en daalt; zijn glasgladde toppen
corrigeren ellipsen in de lucht.
Dit is een tafereel waarin hij die de planken op gaat
Op een natuurlijke manier retorisch is. Het doek
is licht genoeg om op te gaan aan ragfijne draden
gesponnen door ijl rondkolkende sneeuwvlagen.
De geestkracht van deze witte pieken
meet zich met de zon. Zijn gewicht vertoont de ijsberg onvervaard
op een draaitoneel waarop hij staat en staart.

Deze ijsberg slijpt zijn facetten van binnen uit.
Als edelgesteente in een graf
conserveert hij zich voor eeuwig en
tooit alleen zichzelf wellicht de vlokken
die tot onze verbazing blijven liggen op de zee.
Vaarwel, zeggen wij, vaarwel, het schip wendt de steven
naar waar golven in elkanders golven overgaan

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e februari ook mijn blog van 8 februari 2019 en ook mijn blog van 8 februari 2015.

Charles Dickens, Lioba Happel

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook alle tags voor Charles Dickens op dit blog.

Uit: Our Mutual Friend

“In these times of ours, though concerning the exact year there is no need to be precise, a boat of dirty and disreputable appearance, with two figures in it, floated on the Thames, between Southwark bridge which is of iron, and London Bridge which is of stone, as an autumn evening was closing in.
The figures in this boat were those of a strong man with ragged grizzled hair and a sun-browned face, and a dark girl of nineteen or twenty, sufficiently like him to be recognizable as his daughter. The girl rowed, pulling a pair of sculls very easily; the man, with the rudder-lines slack in his hands, and his hands loose in his waistband, kept an eager look out. He had no net, hook, or line, and he could not be a fisherman; his boat had no cushion for a sitter, no paint, no inscription, no appliance beyond a rusty boathook and a coil of rope, and he could not be a waterman; his boat was too crazy and too small to take in cargo for delivery, and he could not be a lighterman or river-carrier; there was no clue to what he looked for, but he looked for something, with a most intent and searching gaze. The tide, which had turned an hour before, was running down, and his eyes watched every little race and eddy in its broad sweep, as the boat made slight head-way against it, or drove stern foremost before it, according as he directed his daughter by a movement of his head. She watched his face as earnestly as he watched the river. But, in the intensity of her look there was a touch of dread or horror.
Allied to the bottom of the river rather than the surface, by reason of the slime and ooze with which it was covered, and its sodden state, this boat and the two figures in it obviously were doing something that they often did, and were seeking what they often sought. Half savage as the man showed, with no covering on his matted head, with his brown arms bare to between the elbow and the shoulder, with the loose knot of a looser kerchief lying low on his bare breast in a wilderness of beard and whisker, with such dress as he wore seeming to be made out of the mud that begrimed his boat, still there was a business-like usage in his steady gaze. So with every lithe action of the girl, with every turn of her wrist, perhaps most of all with her look of dread or horror; they were things of usage.
‘Keep her out, Lizzie. Tide runs strong here. Keep her well afore the sweep of it.’
Trusting to the girl’s skill and making no use of the rudder, he eyed the coming tide with an absorbed attention. So the girl eyed him. But, it happened now, that a slant of light from the setting sun glanced into the bottom of the boat, and, touching a rotten stain there which bore some resemblance to the outline of a muffled human form, coloured it as though with diluted blood. This caught the girl’s eye, and she shivered.
‘What ails you?’ said the man, immediately aware of it, though so intent on the advancing waters; ‘I see nothing afloat.’

 

Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)

 

De Duitse dichteres, schrijfster en vertaalster Lioba Happel werd geboren op 7 februari 1957 in Aschaffenburg. Zie ook alle tags voor Lioba Happel op dit blog.

 

Rechtsprekende, hoogwelvermogende
van de straat geplukte over de alsemblauwe
& sacrosancte & horizonlijn

Bepleit hier niet de meest ritmiserende
wereldellende ter verbetering van uw
algemene welzijn, dat wil zeggen
excuseer me, ik kan geen rijm voor u vinden

Een gedicht, meneer
is een gruwel
Het is toegewijd aan schoonheid

Het schenkt geen genade, is
zoals deze stralende middag boven de zee
het slechte geweten van de wereld

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lioba Happel (Aschaffenburg, 7 februari 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e februari ook mijn blog van 7 februari 2019 en eveneens mijn blog van 7 februari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.