Achim von Arnim, Frans Coenen, Eric Bogosian, Michael Schaefer, Robert Penn Warren

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

 

 paolo_veronese

De opstanding van Christus, Paolo Veronese (1528 – 19 april 1588)

 

 

 

Ostern

Vom Erdenstaub zu reinen, blauen Lüften
Dringt weit der Blick in ersten Frühlingstagen,
Und höher steigt der mächt’ge Sonnenwagen,
Die Erde sehnt nach Blättern sich und Düften,
Und heilige Geschichten uns dann sagen
Was sich geahnet in des Herzens Klüften.
Er ist erstanden aus den Todesgrüften,
Und wie vergebens war der Menschen Zagen,
Ja so ersteht die Welt der Himmelsgaben
Mit jedem Jahre neu, die Knospen brechen,
Und nichts ist unsrer Liebe zu erhaben,
Sie giebt uns alles in den Wonnebächen,
Die nach dem Eisgang Flur und Aug’ durchgraben,
Das Unsichtbarste will zum Lichte sprechen.

 

 


Achim von Arnim (26 januari 1781 – 21 januari 1831)

 

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook mijn blog van 24 april 2007 en ook mijn blog van 24 april 2008.en ook mijn blog van 24 april 2009 en ook mijn blog van 24 april 2010.

Uit: Zondagsrust

 

„Op een wandtafeltje begonnen flauwtjes zich de vormen te omtrekken van een keukenlampje zonder kap, het glas zwart gewalmd op de glazen peer, het blikken reflectortje zoo bevuild, dat het dofzwart zonder een enkel glimlicht dáárstond in de schemering. Flauwe stank van petroleum, van vuil vaatwater, verwaarloosde gootsteen wademde in de ruimte.

De deur naar de achterkamer stond aan en het was daarbinnen, als in de gang, dezelfde bleeke binnenhuisstilte onder de vaalwolkende schemering, waarin de meubels zich met hun vorm en kleur nuchter hervonden.

Zwaar snorken in regelmatige grommingen ontrustte de stilte van-uit de halfopen alkoof, een zwarte diepte met schimmige lichtvlekken van de lampetkan of een opbulting van wit laken in de andere hoek. Maar in de vunze bedomptheid, doortrokken van tabakswalm en verzuurde bierlucht, voelde men het vol van zwaardierlijk leven, dat daar de nacht over had gekroeld.

En al die stilteruimten in de aanbleekende morgen, met het grofwarme leven, broeiend in dat donker alkoof hok, schenen wel voor goed afgezonderd van de buitenwereld der straten, waar de trage Zondag nu eindelijk openging in sneller aanstappende voorbijgangers en vermeerderd geraas van ver gerij.

Tot ineens een schel, kort rinkelend in felle ruk, inbrak in de dompe rust.

Een moment wilde de slaap van het huis overhellen tot bewustzijn, maar daarna viel het gesnork weer in zijn geregelde dreun en niets scheen gebeurd.

Opnieuw klankte de schel, nu langduriger luidend.

Doffe mompelwoorden en zwaarkrakend beweeg ontstegen het alkoofdonker. Toen een vrouwestem, vakig-schor en smorend onder dekens:

– M’rie, doe ’s open… M’rie! en, daar het stil bleef in de gang: M’rie dan!“

 


Frans Coenen (24 april 1866 – 23 juni 1936)

Portret door F. Hart Nibbrig, 1894

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en acteur Eric Bogosian werd geboren op 24 april 1953 in Woburn, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 24 april 2009 en ook mijn blog van 24 april 2010.

 

Uit: Love’s Fire: Seven New Plays Inspired by Seven Shakespearean Sonnets

 

„HERMAN: I think you’re drunk.

RENGIN: No shit, Sherlock.

HERMAN: Why don’t we go to bed? Tomorrow’s a new day. C’mon.

RENGIN takes a long look at HERMAN.

RENGIN: You want some of this?

HERMAN: No. Thanks.

RENGIN: What do you want?

HERMAN: I just want to be with you, Rengin. To love you and take care of you.

RENGIN: Why?

HERMAN: Because you’re you

RENGIN: Uh-huh.

HERMAN: Are we going to start this now? Again? RENGIN deflates.

RENGIN: It’s not your fault. It’s my fault. Everything’s fucked up and it’s my fault. I’m afraid, I’m afraid of you.

HERMAN: Why are you afraid of me?

RENGIN: Because you actually love me. With real love, not pornographic, catch-the-prize love.

HERMAN: And don’t you love me?

RENGIN: No. No. You’re right. Let’s go to bed. I love you too, Herman. I really do. If we both died tonight, like Romeo and Juliet, that wouldn’t be so bad, would it?

HERMAN: It would be great.

RENGIN: I really flicked up this time.

HERMAN: Hey, we all have our faults. I’m no saint.

RENGIN: You’re not? I thought you were.

HERMAN: (small smile) Why don’t you take the wedding gown off so it isn’t all wrinkled tomorrow? They cost a lot to dry clean. And then you tell me what’s bothering you.“

 

 

Eric Bogosian (Woburn, 24 april 1953)

 

 

 

De Duitse schrijver Michael Schaefer werd geboren op 24 april 1976 in Bielefeld. Zie ook mijn blog van 24 april 2010.

 

NachtimTag

 

Was ist es,

was über mich fiel?

Ist nicht Nacht,

weil kein Stern zu sehen.

Ist nicht Decke,

weil zu kalt.

Ist nicht leicht,

weil es mich beugt.

Ist nicht weich,

weil es mich schmerzt.

Ich krümme mich,

der Kopf sinkt nach unten,

die Dunkelheit sinkt mit,

durch all meine Zellen

schwappt sie träge.

Das Leben verliert sich,

vergisst Licht und Farbe,

die Schultern biegen sich

unter der Last der Leere.

Doch da, dort glimmt es,

ein kleiner Funke,

in Mitten des Nichts.

Der Kopf hebt sich,

die Augen sehen,

ein Finger folgt dem Funkeln

an den Rand des Dunkel.

Der Finger stößt an,

stößt durch,

zieht sich zurück.

Licht tritt an seine Stelle,

warm flutet es ein,

das Auge gleitet sacht

auf seiner goldperlenden Spur

an den Rand,

an die Wärme,

an das Licht,

an das Leben,

durch und hinaus.

 

 

Michael Schaefer (Bielefeld, 24 april 1976)

Boekcover (Geen portret beschikbaar)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Penn Warren werd geboren op 24 april 1905 in Guthrie, Kentucky. Zie ook mijn blog van 24 april 2007 en ook mijn blog van 24 april 2008 en  ookmijn blog van 24 april 2009 en ook mijn blog van 24 april 2010.

Uit: All the King’s Men

„You’ll go whipping toward it, but it will always be ahead of you, that bright, flooded place, like a mirage. You’ll go past the little white metal squares set on metal rods, with the skull and crossbones on them to mark the spot. For this is the country where the age of the internal combustion engine has come into its own. Where every boy is Barney Oldfield, and the girls wear organdy and batiste and eyelet embroidery and no panties on account of the climate and have smooth little faces to break your heart and when the wind of the car’s speed lifts up their hair at the temples you see the sweet little beads of perspiration nestling there, and they sit low in the seat with their little spines crooked and their bent knees high toward the dashboard and not too close together for the cool, if you could call it that, from the hood ventilator. Where the smell of gasoline and burning brake bands and red-eye is sweeter than myrrh. Where the eight-cylinder jobs come roaring around the curves in the red hills and scatter the gravel like spray, and when they ever get down in the flat country and hit the new slab, God have mercy on the mariner.
On up Number 58, and the country breaks. The flat country and the big cotton fields are gone now, and the grove of live oaks way off yonder where the big house is, and the white-washed shacks, all just alike, set in a row by the cotton fields with the cotton growing up to the doorstep, where the pickaninny sits like a black Billiken and sucks its thumb and watches you go by.“

 
Robert Penn Warren
(24 april 1905 – 15 september 1989)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.