De wagen des tijds (Guido Gezelle)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Winter met schaatsers, arreslee en koek-en-zopie door Andreas Schelfhout, 1857

 

De wagen des tijds

Daar kwam er een wagen
vol nachten en dagen,
vol maanden en uren en stonden gereen,
fel trokken en weerden
hen’ de edele peerden,
die zesmaal vier hoefijzers kletteren deen.
Al rijdend, al rotsend,
al bokkend
en botsend,
al piepend en krakend, zo vloog hij door stee;
en, als hij was henen
en verre verdwenen,
toen waren de dagen en maanden ook mee.
Het spreken en ’t peinzen,
het gaan en het reizen,
en al wat wij deden, ’t zij droef, het zij blij;
’t mocht tijlijk
of laat zijn,
of goed zijn of kwaad zijn,
’t was al op de wagen, ’t was alles voorbij.
Toch nimmer vergaat het
en altijd bestaat het,
wat God door zijn heilige gratie ons geeft,
het deugdzame leven
dat is ons gebleven,
al ’t ander, hoe zoet en hoe schoon, het begeeft.
Nooit zal ons de wagen
der tijden ontdragen
’t sieraad en de rijkdom der edele ziel;
de deugd zal geduren,
schoon rotsen en muren
en torens en al wat maar vallen kan – viel.

 


Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
Brugge in de kersttijd. Guido Gezelle werd geboren in Brugge

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.