Kristof Magnusson, Khaled Hosseini, Robert Kleindienst, Irina Ratushinskaya, J. Rabearivelo

De Duitse schrijver Kristof Magnusson werd geboren op 4 maart 1976 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007 en ook mijn blog van 4 maart 2008 en ook mijn blog van 4 maart 2009 en ook mijn blog van 4 maart 2010.


Uit: Summer of Love (Vertaald door Mike Mitchell)


“Outside my window a lemon tree is steaming in the rising heat. Eyes closed, I feel all over the large mattress, although I know there’s no one else there. I’m lying in bed in a hotel room in California reading about Australia in a guidebook. The trip round the world was the idea of the head of personnel who appointed me. For the first three months, he said, my position was free, after all the stress of the examinations I could take time out to live a little, to see something of life. The next day I paid three thousand marks for an air ticket with the words ‘Hamburg — London — New York — San Francisco — Hong Kong — Bombay — Hamburg’ printed on it in slightly smudged red ink. I’d already ticked off London, New York and San Francisco, I hadn’t seen anything of life there. To me the red double-decker buses, yellow taxis and cable cars looked like poor, dirty copies of the double-deckers, taxis and cable cars I knew from films. In each place I stayed one night and flew on, only in San Francisco did I stay two nights, because I had a hotel room with cable TV. I began to get accustomed to things, bought a second deodorant, a rather sweet-smelling one by Jean Paul Gaultier, which I used for my left armpit. For the right one I continued to use the Hugo by Boss which I’d bought for my job interview. It was fun being able to distinguish left and right, port and starboard, the two halves of this body that was to carry me through the world, by smell. On the fifth day of my trip round the world I hired a bicycle and rode across the red bridge and out of the city. Soon I had no idea where I was any more. I was riding through pinewoods along a country road with no markings and which wasn’t on my map. Coming round a curve, a village suddenly leapt out at me. It was simply there; without there having been any signposts or a board with the name, there were wooden houses in front of me with blue scraps of sea hung between them. I rode past a filling station with Save the Rainforest banners hanging out of the windows. Shortly after that I stopped and asked a man, who was sitting in the sun outside a house with paintings on the walls, where I could buy something to drink. The man had long grey hair and his beard was spattered with flecks of colour. He asked me how I liked his wall painting and pointed over his shoulder: animals, naked people and pink clouds, with flowers in all the colours of the rainbow twined round them. Above it was written: 30 Years Summer of Love 1967-1997.”



Kristof Magnusson (Hamburg, 4 maart 1976)



De Afghaanse schrijver Khaled Hosseini is geboren op 4 maart 1965 in Kabul. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007 en ook mijn blog van 4 maart 2008 en ook mijn blog van 4 maart 2009 en ook mijn blog van 4 maart 2010.


Uit: De vliegeraar van Kabul (Vertaald door Miebeth van Horn)


„Ik herinner me hoofdzakelijk dit: zijn boksbeugel die in de middagzon flitst, hoe koud het ding bij de eerste klappen aanvoelt en hoe snel het warmer wordt van mijn bloed. Tegen de muur aan gegooid worden waar een spijker, waar misschien een schilderij aan gehangen heeft, in mijn rug prikt. Sohrab die gilt. Tabla, harmonium, een del-roba. Tegen de muur aan gekwakt worden. De boksbeugel die mijn kaak versplintert. In mijn eigen tanden stikken, ze doorslikken, met de gedachte aan die talloze uren die ik flossend en poetsend heb doorgebracht. Tegen de muur aan gekwakt worden. Op de grond liggen, waar bloed van mijn gesprongen bovenlip het mauve kleed kleurt, pijn die door mijn buik trekt, en me afvragen wanneer ik weer kan ademhalen. Het geluid van mijn knappende riben, dat net zo klinkt als de takken die Hassan en ik vroeger afbraken om te zwaardvechten, zoals Sindbad in die oude films. Sohrab die gilt. De zijkant van mijn gezicht die tegen de hoek van de televisietafel aan slaat. Weer dat knappende geluid, deze keer onder mijn linkeroog. Muziek. Sohrab die gilt. Vingers die mijn haar vastgrijpen, mijn hoofd naar achteren trekken, het geglinster van roestvrij staal. Daar komt hij. Alweer dat knappend geluid, nu mijn neus. Ik zet van pijn mijn tanden op elkaar en merk dat ze niet meer netjes gerangschikt staan. Geschopt worden. Sohrab gilt.
Ik weet niet op welk punt ik begon te lachen, maar ik deed het wel.“

Khaled Hosseini (Kabul, 4 maart 1965)



De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Kleindienst werd geboren op 4 maart 1975 in Salzburg. Hij studeerde germanistiek, pedagogie en politicologie. Kleindienst schrijft gedichten, proza en drama. Zie ook mijn blog van 4 maart 2009 en ook mijn blog van 4 maart 2010.


ob das gewitter niedergeht
wer weiß ob
sich die wolken verziehn
solang niemand fragt
wird nichts passiern

rostfreie viadukte
rollende räder wie gewohnt
sprungbildung auf den schienen

der zug rollt
aus dem morgen
überrollt dörfer
und menschen

in den vorderen zugabteilen
zelebriert man bereits
die sonnenfinsternis
der zugführer spielt schach
an der endstation



geh komm mit uns im vorhof
schlachten wir dein mondkalb
aus dort können wir bleiben
bis sich das morgenrot bricht

was horchst du auf das sind nur
schritte komm bleib wir schlagen
dir fenster in deinen rücken

frag nicht
frag nicht nach dem letzten
tag er verglüht im aschenbecher
und die hände wischen
haarreste weg wie immer

Stillstand, jetzt.


Robert Kleindienst (Salzburg, 4 maart 1975)




De Russische dichteres en dissidente Irina Ratushinskaya werd geboren op 4 maart 1954 in Odessa. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007  en ook mijn blog van 4 maart 2009 en ook mijn blog van 4 maart 2010.


Uit: Two Poems from Prison (Vertaald door Frances Padorr Brent en Carol Avins)


I’ll live through this, survive, and they’ll ask me:
how they beat my head on the prison cot,
how it froze during the nights,
how the first wisps of gray hair broke through.
I’ll smile and say some joke,
wave away the shadow that comes quickly,
and I’ll honor the dry September
that’s become my second birth.
And they’ll ask: doesn’t it hurt to remember?
without being deceived by the lightness around?
But names from the past burst in my memory—
beautiful—like old weapons.
And I’ll tell about the best in all the world,
the most tender, who don’t break,
how they accompanied us, how they went to torture,
awaited letters from those they loved.
And they’ll ask: what helped us live,
without letters or news—just walls
and coldness in the cell, stupidity of official lies,
nauseating promises for betrayal.
And I’ll tell about the first beauty which I saw in this captivity:
window in the frost! No spy holes, nor walls,
nor grating—no long suffering—
only bluish light in the smallest glass.
Whirling pattern—you can’t dream of anything more enchanted!
Look close, you’ll see it begin to blossom even more:
forests of thieves, fires, birds!
and how many times there was coldness
and how many windows glistened from that time on.
But it hasn’t happened again …



Irina Ratushinskaya (Odessa, 4 maart 1954)




De Madagassische dichter en schrijver Jean-Joseph Rabearivelo werd geboren op 4 maart 1901 in Antananarivo. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007  en ook mijn blog van 4 maart 2009 en ook mijn blog van 4 maart 2010.


Farewell Poem


Is the age old of Guérin,

At the age of Deubel,

a little older than you,

Rimbaud anté-nothingness,

Because this life is for us too rebel

And because the bee dried up any pollen,

to compete for nothing more

and to wait for nothing more,

And, slept on the sand or the stone,

Under the herb, to fix a soft glance

To all which will become some days the sheaves.



Vertaald door Ramanatantara



Jean-Joseph Rabearivelo (4 maart 1901 – 22 juni 1937)


Zie voor nog meer schrijvers van de 4e maart ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.