Michael Chabon, Joseph Brodsky

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook alle tags voor Michael Chabon op dit blog.

Uit:  Manhood for Amateurs  (The Losers’ Club)

“I typed the inaugural newsletter of the Columbia Comic Book Club on my mother’s 1960 Smith Corona, modelling it on the monthly “Stan’s Soapbox” pages through which Stan Lee created and sustained the idea of Marvel Comics fandom in the six-ties and early seventies. I wrote it in breathless homage, rich in exclamation points, to Lee’s prose style, that intoxicating smart-ass amalgam of Oscar Levant, Walter Winchell, Mad magazine, and thirty-year-old U.S. Army slang. Doing the typeset and layout with nothing but the carriage return (how old-fashioned that term sounds!), the tabulation key, and a gallon of Wite-Out, I divided my newsletter into columns and sidebars, filling each one with breezy accounts of the news, proceedings, and ongoing projects of the C.C.B.C. These included an announcement of the first meeting of the club. The meeting would be open to the public, with the price of admission covering enrolment. For a fee of twenty-five dollars, my mother rented me a multipurpose room in the Wilde Lake Village Center, and I placed an advertisement in the local newspaper, the Columbia Flier. On the appointed Saturday, my mother drove me to the Village Center. She helped me set up a long conference table, surrounding it with a dozen and a half folding chairs. There were more tables ready if I needed them, but I didn’t kid myself. One would probably be enough. I had lettered a sign, and we taped it to the door. It read: COLUMBIA COMIC BOOK CLUB. MEMBERSHIP/ADMISSION $1. Then my mother went off to run errands, leaving me alone in the big, bare, linoleum-tiled multipurpose room. Half the room was closed off by an accordion-fold door that might, should the need arise, be collapsed to give way to multitudes. I sat behind a stack of newsletters and an El Producto cash box, ready to preside over the fellowship I had called into being. In its tiny way, this gesture of baseless optimism mirrored the feat of Stan Lee himself. In the early sixties, when “Stan’s Soap-box” began to apostrophize Marvel fandom, there was no such thing as Marvel fandom. Marvel was a failing company, crushed, strangled, and bullied in the marketplace by its giant rival, DC. Creating “The Fantastic Four”—the first “new” Marvel title—with Jack Kirby was a last-ditch effort by Lee, a mad flapping of the arms before the barrel sailed over the falls. But in the pages of the Marvel comic books, Lee behaved from the start as if a vast, passionate readership awaited each issue that he and his key collaborators, Kirby and Steve Ditko, churned out. And in a fairly short period of time, this chutzpah—as in all those accounts of magical chutzpah so beloved by solitary boys like me—was rewarded. By pretending to have a vast network of fans, former fan Stanley Leiber found himself in possession of a vast network of fans. In conjuring, out of typewriter ribbon and folding chairs, the C.C.B.C., I hoped to accomplish a similar alchemy. By pretending to have friends, maybe I could invent some. This is the point, to me, where art and fandom coincide. Every work of art is one half of a secret handshake, a challenge that seeks the password, a heliograph flashed from a tower window, an act of hopeless optimism in the service of bottomless longing.”


Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)


De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.


Voor een tiran

Hij kwam hier vaak: nog niet in rijbroek, nee,
maar in een zware jas; gereserveerd, gebogen.
Daarna heeft hij door vaste klanten van ’t café
te arresteren met cultuur voorgoed gebroken.
Op die manier nam hij als ’t ware wraak
(niet op hen, maar op de Tijd) voor geldgebrek,
vernederingen, slechte koffie, menig kaartgevecht
dat hij, verveeld, verloren had in deze zaak.

De Tijd heeft deze wraak wel moeten slikken.
Nu is het hier weer druk, er klinkt gelach
en platen dreunen. Maar voordat je wilt gaan zitten,
dwingt iets je rond te kijken: Wie heeft dit bedacht?
Plastic en nikkel overal – niet echt zoals het hoort;
pasteitjes smaken naar bromide natron.
Soms zit hij hier, voor sluitingstijd, na het theater,
maar anoniem, dus niemand die hem stoort.

Wanneer hij binnenkomt, staan allen op, als afgericht.
Een paar uit dienstbetoon, de rest van puur geluk.
Met een vermoeid gebaar vanuit het polsgewricht
geeft hij de avond z’n gezelligheid weer terug.
Hij drinkt z’n koffie – beter dan voorheen – en
neemt wat ongemak’lijk plaats. Hij eet een broodje
dat zo geweldig smaakt, dat zelfs de doden
‘o heerlijk’ zouden roepen, waren ze verrezen.


Vertaald door Peter Zeeman


Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)


Zie voor nog meer schrijvers van de 24e mei ook mijn blog van 24 mei 2020 en eveneens mijn blog van 24 mei 2018 en ook mijn blog van 24 mei 2015 deel 2.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *