Michel Houellebecq, Victor Hugo, Vercors, Antonín Sova, Adama van Scheltema, Hermann Lenz

De Franse schrijver Michel Houellebecq, pseudoniem voor Michel Thomas, werd geboren in Réunion op 26 februari 1958 (1956). Zijn vader, een berggids, en moeder, een anesthesiste, ineresseerden zich in feite weinig voor de kleine Michel en op zesjarige leeftijd werd hij aan zijn grootmoeder toevertrouwd, die in 1978 overleed (de naam van zijn grootmoeder nam hij later als pseudoniem over).  In 1980 behaalde hij het diploma van landbouwingenieur en trouwde in dat jaar met de zuster van een van zijn vrienden. Zijn zoon Etienne werd in 1981 geboren. Na een echtscheiding moest hij vanwege een depressie meermaals behandeld worden in psychiatrische instellingen. Op twintigjarige leeftijd ontlook zijn literaire interesse en in 1985 kwam de ontmoeting met Michel Bulteau, die hem de mogelijkheid gaf zijn eerste boek te publiceren: een biografie van Howard P. Lovecraft, Contre le monde, contre la vie. Zijn eerste literaire werk, de novelle Extension du domaine de la lutte, verscheen in 1994. In 1998 hertrouwde hij met Marie-Pierre. Na de publicatie van een ingekort interview in het tijdschrift Lire, werd Houellebecq voor het gerecht gedaagd door verschillende moslimorganisaties in Frankrijk en de moskeeën van Parijs en Lyon. Deze affaire, die veel gelijkenissen vertoont met de aanval op Salman Rushdie, eindigde voor de auteur in een vrijspraak voor de rechtbank op 17 september 2002. Sinds 1998 leeft Houellebecq in vrijwillige ballingschap, eerst in Ierland, later in Spanje. In zijn eerste boek Extension du domaine de la lutte (1994, De wereld als markt en strijd) neemt hij de consumptiemaatschappij op de korrel. In Les particules élémentaires (1998, Elementaire deeltjes) noemt hij man en paard: de hippies en de activisten van mei 68 hebben de oude waardenstelsels opgeblazen zonder er iets voor in de plaats te stellen; integendeel, ze zijn opgegaan in de kapitalistische consumptiemaatschappij die ze grotendeels zelf vormgegeven hebben, zich troostend met de zweverij van de New Age. De levenswegen beschreven in deze roman zijn exemplarisch voor het bankroet van de liberale westerse samenleving. Deze roman veroorzaakte daarom vooral in kringen van klassiek links verwarring en woede.

Uit: Elementaire deeltjes (vertaling Martin de Haan)

“Die gekwelde, tegenstrijdige, individualistische en twistzieke soort met zijn grenzeloze egoisme, die soms tot enorme geweldsuitbarstingen in staat was maar toch altijd in goedheid en liefde bleef geloven. (…) Nu het moment daar is dat haar laatste vertegenwoordigers zullen uitsterven, achten wij het gerechtvaardigd de mensheid deze laatste eer te bewijzen. Ook dit eerbewijs zal uiteindelijk vervagen en in het zand van de tijd verdwijnen. Toch moet een dergelijk eerbewijs tenminste een keer zijn gebracht. Dit boek is opgedragen aan de mens.”

*

De dag zwelt aan en stort zich uit over de stad
Zonder ons te bevrijden is de nacht vergleden
Ik hoor de bus terwijl het leven zich hervat
De burgers gaan op pad en ik betreed het heden.

Vandaag vindt plaats. Onzichtbaar is het oppervlak
Waaronder ons gekwelde wezen wordt bevroren
En dat zich in der ijl verhardt als zegellak;
Het lichaam, toch, het lichaam blijft ons toebehoren.

Vermoeidheid en verlangen hebben wij doorstaan
De kinderdroom verloor voor ons zijn smaak en waarheid
Er valt niet veel in onze glimlach te verstaan,
Gevangen als wij moeten zijn in onze klaarheid.

Houlellebecq

Michel Houellebecq (Réunion, 26 februari 1958)

 

Victor Hugo werd geboren te Besançon (Franche-Comté) op 26 februari 1802 als zoon van Joseph Léopold Sigisbert Hugo (1773-1828), een Franse generaal onder het keizerrijk van Napoleon afkomstig uit Lotharingen, en Sophie Trébuchet, oorspronkelijk afkomstig uit Nantes. In 1820 richtte hij met zijn broers een krant op, Le Conservateur littéraire, waarmee hij al vroeg de literaire aandacht op zich vestigde. In 1822 verscheen zijn eerste dichtbundel, getiteld Odes. In dat decennium zouden nog meerdere dichtbundels volgen. In 1824 verscheen de bundel Nouvelles Odes et Poésies diverses, die hem een koninklijke toelage van Lodewijk XVIII opleverde. Het was echter de bundel uit 1826, Odes et Ballades, die hem grote bekendheid gaf. De bundel zou in 1828 in zijn definitieve vorm verschijnen. Hugo werkte mee aan La Muse française en deelde de verwantschap met de monarchie en het christendom van die groep. In 1827 nam hij deel aan een groep die hij hielp mee opstarten, Le Cénacle rond Charles Nodier, die samenkwam in de Bibliothèque de l’Arsenal en die kan beschouwd worden als de wieg van de Romantiek. Deze groep oefende een grote invloed uit op Hugo’s literaire ontwikkeling. Hij ontmoette er onder andere Chateaubriand, Théophile Gautier, Alfred de Musset en Alfred de Vigny. De deelname aan deze groep betekende ook dat hij overliep naar het liberale kamp.

 

Uit : Notre-Dame de Paris

 

« l y a aujourd’hui trois cent quarante-huit ans six mois et dix-neuf jours que les Parisiens s’éveillèrent au bruit de toutes les cloches sonnant à grande volée dans la triple enceinte de la Cité, de l’Université et de la Ville.

Ce n’est cependant pas un jour dont l’histoire ait gardé souvenir que le 6 janvier 1482. Rien de notable dans l’événement qui mettait ainsi en branle, dès le matin, les cloches et les bourgeois de Paris. Ce n’était ni un assaut de Picards ou de Bourguignons, ni une châsse menée en procession, ni une révolte d’écoliers dans la vigne de Laas, ni une entrée de notre dit très redouté seigneur monsieur le roi, ni même une belle pendaison de larrons et de larronnesses à la Justice de Paris. Ce n’était pas non
plus la survenue, si fréquente au quinzième siècle, de quelque ambassade chamarrée et empanachée. Il y avait à peine deux jours que la dernière cavalcade de ce genre, celle des ambassadeurs flamands chargés de conclure le mariage entre le dauphin et Marguerite de Flandre, avait fait son entrée à Paris, au grand ennui de M. le cardinal de Bourbon, qui, pour plaire au roi, avait dû faire bonne mine à toute cette rustique cohue de bourgmestres flamands, et les régaler, en son hôtel de Bourbon, d’une moult belle moralité, sotie et farce, tandis qu’une pluie battante inondait à sa porte ses magnifiques tapisseries. »

 

Hugo

Victor Hugo (26 februari 1802 –  22 mei 1885)

 

De Franse schrijver en karikaturist Jean Bruller alias Vercors werd geboren op 26 februari 1902 in Parijs. Zijn gymnasiumtijd bracht hij door aan de École Alsacienne. Aan het begin van WO II sloot Bruller zich aan bij het Franse verzet onder het pseudoniem Vercors. Deze schuilnaam koos hij wegens de betekenis die het Vercors-gebergte bezat als schuilplaats voor de Résistance. Tijdens de eerste jaren van de oorlog leidde hij een teruggetrokken bestaan als timmerman in een dorp in de buurt van Parijs. Hoewel hij oorspronkelijk lieteraire publicaties tijdens de bezetting afwees richtte hij in 1942 toch samen met Pierre de Lescure de illegale uitgeverij Éditions de Minuit op. Voor deze uitgeverij schreef hij verschillende verhalen en romans, waaronder zijn beroemde novelle Le silence de la mer. De ondergrondse uitgeverij werd een belangrijke spreekbuis van de onderdrukte Franse schrijvers, waaronder Claude Simon en Samuel Beckett.

 

Uit : 21 recettes pratiques de mort violente

Du sicide par chute sur le sol

 

chute

 

Ou, d’une façon plus précise, par précipitation d’un lieu élevé. En dépit des affirmations de Zénon, qui n’entrevoit pas comment, ayant à tout moment, avant de toucher terre, la moitié de la distance qui vous en sépare encore à parcourir, il est possible qu’on parvienne jamais à heurter le sol, on ne se laissera pas arrêter par ces raisonnements spécieux. Je garantis à toute personne qui fera l’essai de cette recette une mort intégrale, si elle a su choisir un point de départ assez élevé. Cette méthode est une des seules qui permettent un suicide impromptu, c’est-a-dire réalisable sans délai, aussitôt prise la résolution d’en finir, sauf dans le cas particulier d’un locataire de rez-de-chaussée. Qualité que tous les hommes d’action, et par là même impatients, qui aiment à passer rapidement de la décision à l’exécution, apprécieront.

 

Vercors

Vercors (26 februari 1902 – 10 juni 1991)

 

De Tsjechische schrijver en dichter Antonín Sova werd geboren op 26 februari 1864 in Pacov (Dt. Patzau). Hij bezocht het gymnasium in Pelhřimov, later in Tábor en Písek, waar hij eindexamen deed. Hij ging rechten studeren in Praag, maar moest zijn studie om financiële redenen afbreken. In 1882 nam hij deel aan een reis naar Italië. Van 1898 tot 1920 was hij directeur van de Praagse stadsbibliotheek. Antonín Sova behoort tot de grondleggers van de moderne Tsjechische lyriek. Zijn eerste bundel Realistické sloky (Realistische strofen, 1890) omvat genrestukken van eenvoudige gebeurtenissen, kleine anekdotische verhalen die de ambitie hebben om de werkelijkheid te documenteren. Het milieu van deze bundel is het leven in Praag. In de volgende bundel Květy intimních nálad (Bloemen van intieme stemmingen, 1891), waarin Sova een poging doet om de zachte schakeringen van zijn inwendige leven weer te geven, keerde hij zich met een gevoel van desillusie van dit Praagse milieu af ten gunste van zijn geboortestreek. Voor deze bundel is een impressionistische stemming karakteristiek met een suggestief, melancholiek humeur en een uitgesproken muzikale versbouw. Antonín Sova toont zich hier als een sensitieve lyricus die in staat is om een breed scala aan natuurverschijnselen en beelden op te roepen. Op deze bundel sluit de cyclus Z mého kraje (Uit mijn streek, 1892) aan. De bundels Soucit a vzdor (Meegevoel en weerspannigheid, 1894) en Zlomená duše (Gebroken geest, 1896) staan aan het begin van een volgende etappe van Sova’s poëzie. Sova doet nu pogingen om de innerlijke gevoelens weer te geven van een mens die uitgeput is door maatschappelijke en persoonlijke crises. In deze gedichten overheersen motieven van erotisch pessimisme, smart en teleurstelling..

Noch einmal kehren wir zurück…

Noch einmal kehren, in Gedanken, zurück wir, dorthin wo
so stark der Blüten Duften war, daß wir den Weg verloren, als, ein Silberdämmern
der Abend über Bäche hinfloß, und noch einmal kehren zurück wir,
dorthin, wo das Lied erklang aus den Fenstern, blickend in den zerstummten Garten.
Und finden noch einen Steig und einen Hain noch in den Bergen
voll Klarheit der Herbstes, so voll schwelgender Farben,
gehen des Echos versprengten Akkorden nach,
geheimen Spuren, verbliebnen, des stillen und schlanken Schrittes.

In den Rasen ergießt die Seele, gekerbt von Erinnerung,
soviel strömende Lyrik in harzigen Tropfen,
badet ihren hohen, dunklen Zweige in herbstlicher Sonne,
hebt ihren schlanken Stamm in den hineingleitenden Nebel: –
all dessen einziger Augenblick, auf hinablassendem Steige
und in der Stunde der Dämmerung, die das schwere Herz so bedrängt.

 

Vertaald door Louis Fürnberg

 

O nicht vergebens habt Ihr, Stürme, ungehemmt

O nicht vergebens habt Ihr, Stürme, ungehemmt
Das Kap der höchsten Hoffnung überschwemmt,
Vergebens nicht auf finstern Wolkenwagen
Grausame Blitze hergetragen!
O wie Ihr heultet, wie Euch der Gefahr
Abgründ´ge Sprache toll umpfiff,
Und wie verlorner Schmerzens-Schrei
Und trostlos Weinen in Euch war! —

Ihr brachtet Frucht mit Eurem Donnerschlag—
Und jetzt, da es vorbei,
Das Starke sehn wir, wie es an den Tag
Herauf muss; wie es Ähren setzt
Und voll erwuchs zur Lebensreife jetzt.
Was so gereift, kehrt nie mehr zur Vernichtung.
Drum rings der tiefsten Stille ungeheure Lichtung —

Ich lausche in dies Ruhe-Licht,
Sternmyriaden sind zur Stelle.
Aus meines Lebens wild´stem Gericht
Kam die Erlösung mir in diese stille Helle.

So komm, als letzter Reife Pracht
Und süß nach solchem Tag mir, Oh, letzte Nacht!

 

Sova

Antonín Sova (26 februari 1864 – 16 augustus 1928)

 

De Nederlandse dichter Carel Steven Adama van Scheltema werd geboren in Amsterdam op 26 februari 1877. Adama van Scheltema studeerde korte tijd medicijnen, werd toneelspeler, dreef een kunsthandel om zich dan geheel aan de literatuur te wijden. Hij trad toe tot de SDAP, en schreef veel (maar niet alleen) socialistische gedichten.

 

Zonsverduistering

Een zwarte vlam zal ’t klare licht bederven,

Een matte schemer gaat de lucht besmeuren,

De kwijnend zieke zon verbleekt van kleuren, –

Dood hangt de lucht in bange doode verven;

 

De menschen meenen, dat hun God gaat sterven,

Reeds komt de donkre satan ’t doodshemd sleuren:

Wat gaat hun bevend bonzend hart gebeuren,

Als zij hun God en licht – en leven derven!

 

Menschen op áárde viert uw God zijn feest,

Die nog uw slechte ziel en blikken kluistert,

Dien gij nog mint, en haat – en immer vreest:

 

Een bleek brok geld heeft ziel voor ziel verduisterd

En spreidt zijn gier’ge grijns om ieders geest,

Dat elk slechts ’t eigen kloppend hart beluistert.

 

Scheltema

Adama van Scheltema (26 februari 1877 – 6 mei 1924)

 

De Duitse schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Hij studeerde kunstgeschiedenis en archelogie in Heidelberg en München. In WO II was hij soldaat in Frankrijk en Rusland en hij belandde in 1945 in Amerikaans krijgsgevangenschap. Na zijn vrijlating werkte hij als zelfstandig schrijver. Van 1951 tot 1971 was hij secretaris van de Süddeutsche Schriftstellerverband in Stuttgart. Vanaf 1975 tot aan zijn dood woonde hij in München.

Nebendraussen

Du erlaubst dir,
Den Wald zu preisen,
Der Grasmücke zuzuhören
An einem hellen Tag im Juni,
Unbekümmert, während du
Luft spürst an nackter Haut,
Dazu einen Ameisenbiß.

Blaue Wälder und Höhenzüge,
Die weithin gelagert sind.
Hinter Stämmen schimmern die Blätter.

Froh, nicht alles wissen zu müssen,
Keine Ahnung zu haben von …
Aber den Wald zu hören.

 

Lenz

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)