Charles Dickens, Lioba Happel

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook alle tags voor Charles Dickens op dit blog.

Uit: Great Expectations

“It was in the early morning after my arrival that I entertained this speculation. On the previous night, I had been sent straight to bed in an attic with a sloping roof, which was so low in the corner where the bedstead was, that I calculated the tiles as being within a foot of my eyebrows. In the same early morning, I discovered a singular affinity between seeds and corduroys. Mr. Pumblechook wore corduroys, and so did his shopman; and somehow, there was a general air and flavor about the corduroys, so much in the nature of seeds, and a general air and flavor about the seeds, so much in the nature of corduroys, that I hardly knew which was which. The same opportunity served me for noticing that Mr. Pumblechook appeared to conduct his business by looking across the street at the saddler, who appeared to transact his business by keeping his eye on the coachmaker, who appeared to get on in life by putting his hands in his pockets and contemplating the baker, who in his turn folded his arms and stared at the grocer, who stood at his door and yawned at the chemist. The watchmaker, always poring over a little desk with a magnifying-glass at his eye, and always inspected by a group of smock-frocks poring over him through the glass of his shop-window, seemed to be about the only person in the High Street whose trade engaged his attention.
Mr. Pumblechook and I breakfasted at eight o’clock in the parlor behind the shop, while the shopman took his mug of tea and hunch of bread and butter on a sack of peas in the front premises. I considered Mr. Pumblechook wretched company. Besides being possessed by my sister’s idea that a mortifying and penitential character ought to be imparted to my diet,–besides giving me as much crumb as possible in combination with as little butter, and putting such a quantity of warm water into my milk that it would have been more candid to have left the milk out altogether,–his conversation consisted of nothing but arithmetic. On my politely bidding him Good morning, he said, pompously, “Seven times nine, boy?” And how should I be able to answer, dodged in that way, in a strange place, on an empty stomach! I was hungry, but before I had swallowed a morsel, he began a running sum that lasted all through the breakfast. “Seven?” “And four?” “And eight?” “And six?” “And two?” “And ten?” And so on. And after each figure was disposed of, it was as much as I could do to get a bite or a sup, before the next came; while he sat at his ease guessing nothing, and eating bacon and hot roll, in (if I may be allowed the expression) a gorging and gormandizing manner.”

 

Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)
Standbeeld in Portsmouth

 

De Duitse dichteres, schrijfster en vertaalster Lioba Happel werd geboren op 7 februari 1957 in Aschaffenburg. Zie ook alle tags voor Lioba Happel op dit blog.

 

Ik heb een appel gegeten
Hij was volmaakt giftig en rond
Ik heb een stil dier ingeslikt
In de kleur van een met mythes doorweven morgen
Ik ben boos geweest en nu glimlach ik
Ik was razend
En nu dank ik God
Voor een laatste gelukkige dag

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lioba Happel (Aschaffenburg, 7 februari 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e februari ook mijn blog van 7 februari 2019 en eveneens mijn blog van 7 februari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Thomas von Steinaecker, Dermot Bolger

De Duitse schrijver en journalist Thomas von Steinaecker werd geboren op 6 februari 1977 in Traunstein. Zie ook alle tags voor Thomas von Steinaecker op dit blog.

Uit: Die Gemeinschaft

„Über dem Hochtal mit der Unteralm, der Rosenalm und den Wiesen und Wäldern unseres Resorts spannt sich dagegen immer noch der schönste blaue Himmel. Beim Untergang hat unser Kraftfeld vom einprogrammierten Zyklus der vier Jahreszeiten, der hier eigentlich für Wanderer das Feeling des alten Deutschlands entstehen lassen sollte, auf eine einzige umgeschaltet, einen ewigen Sommer, mit warmen, aber nie unerträglich heißen Tagen, und mit Nächten, in denen es regnet, aber nie stürmt. Wir leben hier also seit elf Jahren unter, wie unser weltbester Leader Cornelius es halb im Spaß, halb im Ernst sagt, traumhaften Bedingungen. Er hat wiederholt betont, wie wichtig es ist, dass wir unter uns bleiben. Die wenigen anderen Survivors, denen er, Jorden, Chang, Özlem und Anne bei ihrer anfänglichen Suche nach Nahrung und nützlichen Gegenständen in der Großen Ebene begegnet sind, waren zusehends verwahrlost, bis binnen weniger Monate nach dem Untergang Einzelkämpfer und Banden die Ruinen der Städte durchstreiften. Selbst Jorden und Chang hatten deshalb seltener und seltener das Resort verlassen. Wir alle, bis auf mich natürlich, haben in Voruntergangszeiten genug Horrorgeschichten gehört und gesehen, um zu wissen, was da unten als Nächstes folgen würde. Und warum sollen wir hier auch weg? Das Vieh, das wir züchten, die Gemüsegärten und Felder, die wir angelegt haben, und die Beeren und Pilze in den Wäldern ernähren gerade mal und ganz genau sechs Personen. Zwei, drei mehr, und wir könnten alle, wie Jorden es einmal gesagt hat, nach kurzer Zeit nur mehr mit dem Messer unterm Kopfkissen schlafen.
Es ist also ein ziemlicher Vorteil, dass unser Resort als Bio-Zone schon immer streng abgesperrt war. Die anderen, die davon mehr verstehen als ich, haben viele Überlegungen und Mühe darauf verwandt, dass das auch so bleibt. Wegen der Steppenbewohner haben wir die drei uns bekannten Schleusen auf deutscher Seite getarnt. Was auf österreichischem Gebiet geschieht, davon wissen wir nichts. Aber, ich hoffe mal, das Steinerne Meer mit seinen Spalten, Geröllfeldern und Graten wird uns vor möglichen Eindringlingen schützen. Dass aber von dort in den elf Jahren, seit wir hier wohnen, bislang niemand und nichts gekommen ist, deutet darauf hin, dass auch weiter im Süden alles zerstört ist, vielleicht sogar noch schlimmer als in Deutschland. Ich will mir gar nicht vorstellen, wie schrecklich es dort zugehen muss. Unser weltbester Leader benutzt in Bezug auf die Survivors außerhalb unseres Resorts gern eines der foxysten Altwörter aller Zeiten: Würde. Im Unterschied zu all den anderen haben wir unsere Würde bewahrt.“

 

Thomas von Steinaecker (Traunstein, 6 februari 1977)

 

De Ierse dichter, schrijver en uitgever Dermot Bolger werd geboren op 6 februari 1959 in Dublin. Zie ook alle tags voor Dermot Bolger op dit blog.

 

Mogelijkheid

Laat jezelf gewoon openstaan voor de mogelijkheid
Die ene dageraad dat je wakker wordt om je geest helder te vinden

Op een dag zul je de liefde terugwinnen die je ontspoorde
Op een dag zul je de gewoonte afkicken om jezelf de schuld te geven.

Op een dag word je wakker om een duidelijk signaal te horen,
Een golflengte die niet wordt gedempt door gevolgtrekking of statisch,

Je herkent de stem van de DJ als die van jou
Reclame maken voor een uniek extravaganza-speurtocht
Waar elke aanwijzing een wegwijzer is door je verleden.

Je loopt door een doolhof van slaapplaatsen,
Gouden kaartjes verzamelen die verborgen zijn door fouten
Je maakte het toen verslaving je niet meer helder dacht.

Die dageraad, wanneer figuren tevoorschijn komen te midden van de chaos,
Je zult voorwaarts lopen, niet bang om geluk te omarmen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dermot Bolger (Dublin, 6 februari 1959)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e februari ook mijn blog van 6 februari 2019 en ook mijn blog van 6 februari 2011 deel 2.

Geert Buelens, Clara Müller – Jahnke

De Vlaamse dichter, essayist en columnist Geert Buelens werd geboren in Duffel op 5 februari 1971. Zie ook alle tags voor Geert Buelens op dit blog.

 

Continentendrift

Ook sterren kijken
het raam uit tot het
tuimelt en de maan naar binnen
draait dan

valt alle druk weg en kan
de besloten bel ontploffen
tot het uitdijen de grens
raakt en de versteende
stroom een gat

zo is het
wanneer het land onttoverd
raakt en de wind valt:

de losgeslagen leegte
vindt nieuwe vorm en het bewegen
stolt.

 

Achterna

Alsof er dus ook daar een plek zou zijn
een schaatsbaan aan de evenaar
een zuignap in een krekelveld

Een gedachte om mee te spelen
bij gebrek aan iemand anders

Waar ik dus gek van word:
die monnik van Hiroshige die haast van het blad af valt,
blote schouders, de baslijn tijdens ‘Body & Soul’,
oorhangers die je gezicht verkleinen,
een vierbaansvak en klaverblad waar het licht op valt als
was
er een lamp die weet wie beschijning behoeft

En dat heb je daar dus ook?

Het is een oversteekplaats zonder oponthoud
Er waait een wind als van saffraan
Aan de poorten staat niemand met een klacht

Als ik kennis zie opdoemen, wil ik je bellen
Dat te delen, kan dat ginds?

Dat is niet slecht, het valt
zeker te overwegen
deze clausule in te schrijven
als een teken van leven

Zoveel meer weten we nu
Zoveel ketels geleegd, zoveel zielen verschoond

Maar voor het overige ben je dus ernstig
zit er een bodem in je lachkast

Alsof er dus ook daar een plek zou zijn
een achtbaan in het ongewisse

 

De roep van thuis

1
Wat we vergaten van het huis
in al zijn vele staten
van ontbinding
de gedachten die ons overvallen
in het trappenhuis
het doorluchtigen van zolders en kelders vol
stapels van gekist spul
…….- Heilig de hemelse krachten
……. als we uitvallen, opeens –

 

Geert Buelens (Duffel, 5 februari 1971)

 

De Duitse dichteres, journaliste en activiste voor vrouwenrechten Clara Müller-Jahnke werd geboren op 5 februari 1860 in Lenzen. Zie ook alle tags voor Clara Müller–Jahnke op dit blog.

 

IJsavond

Als in zijde een koningskind
slaapt de aarde in verse sneeuw,
blauw maanlichtgetover spint
een schittering over de zee.

Ruige rijp uit de wateren stijgt,
Nauwelijks ademen struik en boom:
door de nacht die huiverend zwijgt,
schrijdt een glinsterende droom.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Clara Müller – Jahnke (5 februari 1860 – 4 november 1905)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e februari ook mijn blog van 5 februari 2019.

Robert Coover, Grigore Vieru

De Amerikaanse schrijver Robert Coover werd geboren op 4 februari 1932 in Charles City, Iowa. Zie ook alle tags voor Robert Coover op dit blog.

Uit: White-Bread Jesus

“Wesley was always a dutiful son and responsible student, and he has tried, all his life long and even now while suffering so, to be a dutiful and responsible pastor and citizen, which is to say a typical West Condon hypocrite, and though the rain-soaked Sunrise Service atop a strip-mine hump didn’t go well (all right, so he forgot to put on one of his shoes, what was so important about that?), he got himself dried off and properly dressed and dug up one of his old Easter sermons and was prepared to fulfill his parishioners’ expectations of him for one more day.
And the service began calmly enough. In spite of the storm, there was a large wet but festive crowd, a chirrupy twitter of Easter greetings, colorful floral displays banking the brick walls. Priscilla Tindle, accompanied by muffled thunder and the drum of rain on the tiled roof, did something peppily Risen-Sonish on the organ to get things started, there was the usual unsingable hymn (“The Strife is O’er . . .”), followed by the doxology and prayer of confession muttered in unison, a cantata (“Was It a Morning Like This?”), and then the weekly welcome and church tidings. This was normally his task (and what tidings he had!), but Cavanaugh took it over, canceling the rest of Easter. No problem with that. In fact, a great relief. Just a sham, he would never have got through it all, the maddening detail of his ministry — all the weddings and baptisms and funerals and christenings, the bake sales and potluck suppers, sickroom visits, board meetings, Girl Scouts, quilters, the obligatory golf foursomes and service clubs, spiritual counseling, breakfast clubs and Bible study, not to mention just keeping the church clean and the pianos tuned and the lights and toilets working — contributing intimately to his crisis. But then the banker’s wiseacre brat read the Easter scripture lesson and reached the part where John says, “In that day you will know that I am in my Father and you in me, and I in you,” and he couldn’t hold back: “You don’t know the half of it!” he cried, and launched into his Job-inspired diatribe in the name of the opening prayer (“I will not restrain my mouth! I will speak in the anguish of my spirit! I will complain in the bitterness of my soul!”) and got sat down.
While Cavanaugh carries on with his family-values malarkey, thanking his son for the scripture reading and speaking of the church as one big family — there is a suffocating stench worse than the old family farm in the haying season of wet clothing, damp bodies, thick perfume, musty songbooks, and dead flowers that seems to be rising from the speech itself — Wesley glances over at Prissy sitting at her keyboard and sees that she is staring at him, clearly in shocked pain, but as if trying to console him with her sorrowful but adoring gaze. Jesus asks who she is. Priscilla Tindle. Wife of the choir director. Used to be a dancer.”

 

Robert Coover (Charles City, 4 februari 1932)

 

De Moldavische dichter en schrijver Grigore Vieru werd geboren in Pereita op 4 februari 1935. Zie ook alle tags voor Grigore Vieru op dit blog.

 

Transplantatie

Ik moest
In mijn borst plaatsen
Een ander hart.
Anders,
Zou ik omkomen.
Ze gaf mij haar hart
Moeder.
Maar alles
Doet nog steeds pijn.
Vooral als de aarde brandt
Dorstig naar regen.
Vooral als hij niet terugkomt
Papa uit de oorlogen.
Vooral als ik onder vreemden ben
En al maanden niet naar huis schrijf.
Vooral in de schemering, als de zon
Achter de heuvels verdwijnt,
Het doet zeer.
Zoveel pijn
Heb ik nog nooit gehad.
Maar ook nooit zoveel
Geduld.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Grigore Vieru (4 februari 1935 – 18 januari 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e februari ook mijn blog van 4 februari 2019 en eveneens mijn blog van 4 februari 2018 deel 1 en ook deel 2.

Georg Trakl

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

Abendlicher Reigen

Asternfelder braun und blau,
Kinder spielen dort an Grüften,
In den abendlichen Lüften,
Hingehaucht in klaren Lüften
Hängen Möven silbergrau.
Hörnerschall hallt in der Au.

In der alten Schenke schrein
Toller auf verstimmte Geigen,
An den Fenstern rauscht ein Reigen,
Rauscht ein bunter Ringelreigen,
Rasend und berauscht von Wein.
Fröstelnd kommt die Nacht herein.

Lachen flattert auf, verweht,
Spöttisch klimpert eine Laute,
Leise eine stille Raute,
Eine schwermutvolle Raute
An der Schwelle niedergeht.
Klingklang! Eine Sichel mäht.

Traumhaft webt der Kerzen Schein,
Malt dies junge Fleisch verfallen,
Klingklang! Hörs im Nebel hallen,
Nach dem Takt der Geigen hallen,
Und vorbei tanzt nackt Gebein.
Lange schaut der Mond herein.

 

Der Schlaf

Verflucht ihr dunklen Gifte,
Weißer Schlaf!
Dieser höchst seltsame Garten
Dämmernder Bäume
Erfüllt von Schlangen, Nachtfaltern,
Spinnen, Fledermäusen.
Fremdling! Dein verlorner Schatten
Im Abendrot,
Ein finsterer Korsar
Im salzigen Meer der Trübsal.
Aufflattern weiße Vögel am Nachtsaum
Uber stürzenden Städten
Von Stahl.

 

In Venedig

Stille in nächtigem Zimmer.
Silbern flackert der Leuchter
Vor dem singenden Odem
Des Einsamen;
Zaubrisches Rosengewölk.

Schwärzlicher Fliegenschwarm
Verdunkelt den steinernen Raum,
Und es starrt von der Qual
Des goldenen Tags das Haupt
Des Heimatlosen.

Reglos nachtet das Meer.
Stern und schwärzliche Fahrt
Entschwand am Kanal.
Kind, dein kränkliches Lächeln
Folgte mir leise im Schlaf.

 

De slaap

Vervloekt jullie donkere gifstoffen,
Witte slaap!
Deze hoogst merkwaardige tuin
Van schemerende bomen
Gevuld met slangen, nachtvlinders,
Spinnen, vleermuizen.
Vreemdeling! Je verloren schaduw
In het avondrood,
Een sinistere zeerover
In de zoute zee van triestheid.
Opfladderen witte vogels aan de nachtrand
Over neerstortende steden
Van staal.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)
Portret door Knud Odde, 2003

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook mijn blog van 3 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Simeon (Maximilian von Schenkendorf), Günter Eich

 

Bij Maria Lichtmis

 

Simeon in de tempel door Gerbrand van den Eeckhout, 1672

 

Simeon

Herr, ich kann in Frieden fahren,
Denn Dein Morgen rötet sich,
Hab’ erharrt in langen Jahren,
Was ich schaue sicherlich.

Was uns heilig zugeschworen,
Ist wahrhaftig auch geschehn;
Dieses Zeichen war erkoren
Vieler Fall und Auferstehn.

Mag das Schwert zum Herzen dringen,
Schallen soll der Glocken Klang;
Hell und mutig will ich singen
Meinen letzten Schwanensang.

Neues Leben hat begonnen
Jung und schön und wunderbar,
All die alten Liebesbronnen
Fließen auch noch süß und klar.

Wenn die Greise Kinder werden,
Weisheit aus den Kindern spricht,
Spielet wieder auf der Erden
Hell und frisch das Himmelslicht.

Herr, nun lass den Diener ziehen,
Lass ihn von dem langen Tun,
Von den Sorgen, von den Mühen
Sanft in seinem Erbteil ruh’n.

 

Maximilian von Schenkendorf (11 december 1783 – 11 december 1817)
Tilsit (Tegenwoordig: Sovjetsk), de geboorteplaats van Maximilian von Schenkendorf

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

Frambozenranken

Het bos achter de gedachten,
de regendruppels eraan
en de herfst waardoor ze geel worden –

o, frambozenranken uitspreken,
bessen in je oor fluisteren,
de rode, die in het mos vielen.

Je oor verstaat ze niet
mijn mond spreekt ze niet uit,
woorden houden hun verval niet tegen.

Hand in hand tussen ondenkbare gedachten.
In het struikgewas gaat het pad verloren.
De maan slaat zijn oog op,
geel en voor altijd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Eich (1 februari 1907 – 20 december 1972)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Hugo von Hofmannsthal, Günter Eich

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

Reiselied

Wasser stürzt, uns zu verschlingen,
Rollt der Fels, uns zu erschlagen,
Kommen schon auf starken Schwingen
Vögel her, uns fortzutragen.

Aber unten liegt ein Land,
Früchte spiegelnd ohne Ende
In den alterslosen Seen.

Marmorstirn und Brunnenrand
Steigt aus blumigem Gelände,
Und die leichten Winde wehn.

 

Fremdes Fühlen

Ich ging spät abends neben dem Damm,
Nicht träumerisch, nicht wirklich froh,
Halb künftiger Schmerzen süßdumpf bewußt,
Halb sehnend um eine Zeit, die floh,

Wie einer, der eine Laute trägt,
Die ihm beim Gehn um die Schulter schlägt
Und drin so sehnsüchtig der Wind sich fängt,
Daß es ihm wie Erinnrung das Herz bedrängt.

Wir gingen den Weg spät abends zuzweit,
Der andere ging ihn schon vielemal,
Er kannt ihn so gut, fast bei jedem Baum
Befiel ihn Erinnern mit süßer Qual.

Zwischen Hecken tauchten Paare auf,
Verliebte, müde, dann und wann,
Mit welkem Flieder geschmückt, und schauten
Uns durch die Dämmerung seltsam an,

Wie Menschen schauen, die ihre Welt
So trunken und traumhaft umfangen hält,
Sie schauen auf einen, als träten sie ein
Aus Dämmerung in einen grellen Schein.

Der neben mir kannte das alles so gut,
Sehnsüchtge Erinnerung erregte sein Blut,
Er bebte, wie eine Laute bebt,
Wenn durch ihre Leere der Nachtwind schwebt.

Drum hab ich gesagt: ich war nicht froh,
Nicht traurig, nur ahnend ergriffen, so
Wie einer, der eine Laute trägt,
Die leise stöhnend das Herz ihm bewegt.

 

Wo kleine Felsen …

Wo kleine Felsen, kleine Fichten
Gegen freien Himmel stehen,
Könnt ihr kommen, könnt ihr sehen,
Wie wir, trunken von Gedichten,
Kindlich schmale Pfade wandern.
Sind nicht wir vor allen andern
Doch die unberührten Kinder?
Sind es nicht die Knaben minder
Und die Mädchen, jene andern?
Sind sie wahr in ihren Spielen,
Jene andern, jene vielen?

 

Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

Berichten van de regen

Berichten dei voor mij bedoeld zijn,
getrommeld van regen naar regen,
van leisteen tot pannendak,
binnengesleept als een ziekte,
smokkelwaar, gebracht naar
wie haar niet wil hebben –

Achter de muur weerklinkt de vensterbank,
ratelende letters die zich samenvoegen,
en de regen praat
in de taal waarvan ik geloofde
dat niemand haar kent behalve ik –

Verbijsterd verneem ik
de berichten van wanhoop,
de berichten van armoede
en de berichten van verwijt.
Het kwetst mij dat ze tot mij gericht zijn
omdat ik me niet schuldig voel

Ik spreek het hardop uit
dat ik niet bang ben voor de regen en zijn aantijgingen
en niet voor degene die ze naar mij heeft gestuurd
dat ik op een goed moment
naar buiten wil gaan en hem antwoorden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Eich (1 februari 1907 – 20 december 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn blog van 1 februari 2019 en ook mijn blog van 1 februari 2015 deel 2.

Anton Korteweg, Hasso Krull

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Geboorte II

Ik ben opeens gebaard;

een hand houdt mij bij de enkels,
ik hang met het hoofd naar mijn buik,
ik ben uit mijn schoot gejaagd.

Licht botst tegen mij aan,
geluiden vallen op mij.

ik schreeuw; ik kan niet terug.

Plotseling ben ik te groot,
hang ik aan leven bloot.

 

Op verzoek

Dat ik van je hou, dat wil ik dan
ook wel eens schrijven, nu je dat
zo vraagt. Want ik hou van je en
niet eens zo zelden, gezien de
vierduizend dagen en nachten.

Dat het lijkt of je nauwelijks
ouder geworden bent, dat
je soms nog ver weg kijkt als
was je verliefd, dat
je handen nog mooi zijn, verder
zou ik toch niet willen gaan.

Dat ik je wang soms zoek en niet
je mond.

 

Zijn stoutste dromen

Dat hij nog eens krakend door ’t ijs zal zakken
en – zonder brommen zachtjes uitgekleed, verschoond –
aan dampende anijs de mond zal branden,

dat hij nog eens met tranen in de ogen
zal horen hoe zijn moeder aan granieten aanrecht
psalmen verhaspelt bij het kloven van een kip,

dat hij ooit nog eens veilig thuis zal komen,
als in een streekroman met Kerst een moegezworven zoon,

dat alles is nog slechts bereikbaar in zijn stoutste dromen.

 

Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)
Portret door Trudy Kramer, 2003

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Nu meteen, nu meteen zou ik iemand

Nu meteen, nu meteen zou ik iemand
anders willen worden. Kan dat? Ik weet het niet. Ik
hoor stormgebulder, een trein doet de spullen
op tafel schudden, dan is het over. Ben ik nu
 
veranderd? Nee. Waarschijnlijk niet. Ik open
het raam, de sneeuw valt naar binnen,
een verandering, ik drink een glas sinaasappelsap
met een extract van grapefruitzaadjes
 
en mijn gezicht raakt gevlekt, rood bespikkeld.
Was dat een verandering? Ik kijk in de spiegel,
echt, nu heb ik een heel ander gezicht.
Ik ben een ander mens. Zo wil ik niet zijn.
 
Ik wil veranderen. Nu, dadelijk, nu meteen
wil ik heel anders worden. De storm gaat
liggen. Er rijdt geen enkele auto. Ben ik

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn blog van 31 januari 2019 en ook mijn blog van 31 januari 2017 en ook mijn blog van 31 januari 2016 deel 2.

Bernard Dewulf, Maik Lippert

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

Zij

Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,
maar slapen ieder onze nacht.
Haar lichaam ademt in mij voort
en binnen word ik weggedacht.

Woont daar iemand die bestaat
als zij zich sluit? Alles is
zo denkbaar in dit hoofd, ik
raak er niet in en niet uit.

Ik ken haar enkel in mijn armen,
zij houdt mij eeuwig op de tast.
Zij slaapt en wie is zij
die morgen weer in alles past.

 

Hij

Hij heeft haar weer van hem gemaakt,
nu wordt hij van zichzelf. Ik, droomt
hij, en naast hem ligt zijn buit.
Zij waakt. Hij rust van hebben uit.

Er woedt een wereld in zijn hoofd
van heldendom en kleine waan.
Hij lacht het kind op zijn gezicht
dat zij in hem heeft toegestaan.

Het kind ligt nader dan de man,
die ver als god in de kamer slaapt,
in een groter lichaam dan hij kan.
Daar vindt het in haar blik zijn plaats.

 

Woord

Er bestaat geen woord
dat met haar samenvalt.
Is het iets, dan iets van een lied.

Zij is niet zo herleidbaar meer.
Haar ogen lossen in mij op.
Een foto die voorziet hoe zij keek.

Niet hoe zij sloeg, de pijn.
Niet hoe zij rook, de geur.

Er is geen woord.
Zij valt niet samen. Zij verspreidt zich
verder weg in mij.

 

Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960)

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

engelenbazuin

elke morgen de kelk
het geel van rubberen handschoenen
een vingerwijzing van god
ligt op je
als je langs de voortuin loopt
naar de bushalte
lukas snuffelt
in de vuilnisbakken
naar de kruimels
laat over het inpakpapier
zijn geaderde stierentong gaan
als een blad
van de nachtschade
nog bleek de geliefde
in haar hand
het boek met de blauwe kaft
monologen over engelensoorten
en jij denkt
aan sierlijke schouderbladen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn blog van 30 januari 2019 en ook mijn blog van 30 januari 2016 deel 2.

Hans Plomp, Maik Lippert

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

voor Frank Lodeizen

o
als het we het opgeven
de verbeelding te voeden
met dromen

o
als we de sprookjes niet vertellen

onze kinderen sprakeloos
voor de beeldbuis

o
als er geen paashaas is
en geen beschermengel
blijven wij achter
als zinloze wezens
in de gestolde nachtmerrie van de werkelijkheid

 

Mens

Het valt me zwaar
van je te houden 

Heb je vannacht
de jammerklacht
de schuifelende duizendpoot
van duister onbehagen
in de straten van de stad

Soms mens,
als ik je zie gaan
met hoeden op en jassen aan
of als ik je zie genieten
op een plekje in de zon.
Soms als ik je voort zie zwoegen

op een rijwiel of op krukken
zou ik je aan mijn hart willen drukken

Maar vaak valt het me zwaar
van je te houden
mens

 

Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)
Portret door Toontje van der Hulst, 2000

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

ook je voorhoofd is kwetsbaar

ook je voorhoofd is
kwetsbaar
laat de afbeeldingen gewoon
uit je hoofd
een simpele haarscheur
in de velg volstaat om te ontsporen
wie telt de wagons
en kent de kreukelzone van tevoren
alleen de poppen
blijven intact in levenloze armen
en alleen knuffels met een chip
op de juiste plaats
kunnen nog praten
persoonlijke tachografen
die reddingswerkers dan geruisloos oppikken
maar niemand kan je
de juiste mignoncel geven
zodat je geneest

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn blog van 29 januari 2019 en ook mijn blog van 29 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.