In Memoriam Maeve Binchy

 

In Memoriam Maeve Binchy

 

De Ierse schrijfster en columniste Meave Binchy is gisteren op 72-jarige leeftijd overleden.Maeve Binchy werd geboren op 28 mei 1940 in Dalkey. Zie ook alle tags voor Maeve Binchy op dit blog.

Uit: Circle of Friends

“Annabel Hogan came in carrying three big bags. She was surprised to see her daughter sitting swinging her legs in the kitchen.
“Aren’t you home nice and early? Let me put these things upstairs.”
Benny ran over to Patsy when her mother’s heavy tread was heard on the stairs.
“Do you think she got it?”
“Don’t ask me Benny, I know nothing.”
“You’re saying that because you do know.”
“I don’t. Really.”
“Was she in Dublin? Did she go up on the bus?”
“No, not at all.”
“But she must have.” Benny seemed very disappointed.
“No, she’s not long gone at all. . . . She was only up the town.”
Benny licked the spoon thoughtfully. “It’s nicer raw,” she said.
“You always thought that.” Patsy looked at her fondly.
“When I’m eighteen and can do what I like, I’ll eat all my cakes uncooked,” Benny pronounced.
“No you won’t, when you’re eighteen you’ll be so busy getting thin you won’t eat cakes at all.”
“I’ll always want cakes.”
“You say that now. Wait till you want some fellow to fancy you.”
“Do you want a fellow to fancy you?”
“Of course I do, what else is there?”
“What fellow? I don’t want you to go anyway.”
“I won’t get a fellow, I’m from nowhere, a decent fellow wouldn’t be able to talk about me and where I came from. I have no background, no life before, you see.”
“But you had a great life,” Benny cried. “You’d make them all interested in you.”

 

Maeve Binchy (28 mei 1940 – 30 juli 2012)


In Memoriam Herman Franke

 

In Memoriam Herman Franke

De Nederlandse schrijver en ex-criminoloog Herman Franke is op 61-jarige leeftijd overleden. Herman Franke werd geboren op 13 oktober 1948 in Groningen. Hij werkte al jaren aan een doorlopende romancyclus. Het laatste deel is af en zal postuum verschijnen. Franke overleed op zaterdag 14 augustus in zijn woning in Amsterdam, zo maakte zijn uitgeverij Podium vandaag bekend. Pas op zijn vijftigste brak Franke echt door als schrijver, met De verbeelding (1998). Met deze roman won hij de Generale Bank Literatuurprijs (Nu AKO Literatuurprijs). Daarna was het even stil rond de auteur, pas met de roman Wolfstonen (2003) beleefde hij een nieuw groot succes.

Zie ook mijn blog van 13 oktober 2006en ook mijn blog van 13 oktober 2007 en ook mijn blog van 13 oktober 2008 en ook mijn blog van 13 oktober 2009.

Uit: De tuinman en de dood van Diana

“Je bent met wie je omgaat. En het is onmogelijk je niets van die anderen aan te trekken. Met de dood van intieme anderen sterven stukjes van je zelf. Daar staat tegenover dat nieuwe vrienden dode stukjes van je zelf tot leven kunnen wekken. Juist mensen van wie je niet meteen inziet dat ze uniek zijn, willen hier niet aan. Zij maken zelf wel uit hoe ze zijn. Ze geloven zelfs dat ze na hun dood in het hiernamaals precies zo zijn als tijdens hun leven. In paravisische pulpbladen- en programma’s doen ze alsof dit platte geloof buitengewoon interessant en mysterieus is. Het onkenbare en daardoor zozeer tot de verbeelding sprekende hiernamaals wordt door hen en passant teruggebracht tot een plaats waar vader zich nog steeds drukt maakt over de laffe smaak van moeders spruitjes of waar de overledenen niets anders te doen hebben dan op muren te kloppen, tafels op te tillen of ons in Engelse landhuizen achterbaks langs het hoofd te strijken, zodat we ons wezenloos schrikken. Vanuit een opgefokt ik-gevoel ontdoen zij zelfs de dood van zijn mystiek. Maar daar trekt hij zich gelukkig niets van aan.
Ik hecht niet zo aan mijn ik. Na mijn dood blijven er miljoenen mensen over die sprekend op mij lijken. Dus zo erg is het niet als ik verdwijn. Ik vloei weer terug in datgene waarvan ik vanaf mijn geboorte een eenzame, naar eenwording hunkerende verbijzondering was: het mens-zijn. Als ik dood ben, zit ik in alle mensen en ga dagelijks door de pieken en dalen van Het Menselijk Gevoel. Als ik dood ben, doe ik aan alle vrijpartijen van de wereld mee, terwijl ik in levende lijve alleen maar kan vrijen met een paar anderen. Ik ben nu eenmaal veel meer mens dan `ik’. En alles wat mij tot mens maakt blijft zolang als de aarde om de zon draait; of nog langer als de NASA bijtijds een ander zonnig stekje voor ons in de ruimte heeft gevonden.
`Alles verandert, niets vergaat’, schreef Ovidius en zo is het.”

  

Herman Franke (13 oktober 1948 – 14 augustus 2010)

In Memoriam Driek van Wissen

In Memoriam Driek van Wissen

De Nederlandse dichter Driek van Wissen, Oud Dichter des Vaderlands, is gisteren op 66-jarige leeftijd in Istanbul overleden. Driek van Wissen werd in 2005, na een intensieve campagne, benoemd op de vooraanstaande positie van Dichter des Vaderlands. Hij heeft deze functie tot 2009 vervuld. De stijl van zijn poëzie is extreem vormvast, waardoor hij rijmdwang niet schuwde. Hij muntte uit in lightverse, liedjes en snelsonnetten. Driek van Wissen werd geboren in Groningen op 12 juli 1943.

Zie ook mijn blog van 12 juli 2007 en ook mijn blog van 12 juli 2008 en ook mijn blog van 12 juli 2009.

 

 

Sha-la-lie Sha-la-la

De woorden Shalala en Shalalie
Zijn niet maar zo een tweetal loze kreten:
Het is Afghaans, zo kwam ik laatst te weten,
Een spreekwoord voor een halfzacht compromis.

Want Shalalie is: “Wij gaan er vandoor”
En Shalala: “Welnee, wij blijven, hoor!”

 

 

Pekinees eten

In China at ik vaak mijn buikje rond,
Maar toen ik eenmaal happig wilde weten
Hoe het gerecht tussen mijn stokjes heette
Kreeg ik als antwoord kort en bondig: hond!

Mijn hemel, ik had zomaar hond gegeten,
Besefte ik verschrikt met volle mond,
Doch omdat ik de smaak best prettig vond
Bekroop mij toch de lust om door te eten.

En toen het mormel mij voor ogen stond
Dat thuis vaak op mijn stoepje had gescheten
En dat ooit na een trap onder zijn kont
Mijn dure broek aan stukken had gereten
En mij vervolgens bloedig had verwond
Heb ik de hond eens lekker teruggebeten.

 

 

Kwaad of erger

Al zijn we vast nog lang niet zo ver heen
Toch kan de vraag mij af en toe benauwen
Wie of er eens de ander zal berouwen –
Wie van ons beiden blijft er ooit alleen?

Als ik de statistieken mag vertrouwen
Dan staan gemeten naar het algemeen
De kansen voor ons tweeën een op een
Of jij mijn ogen sluit of ik de jouwe.

Hoe het ook zij, ik heb niet eens idee
Wat het geringste kwaad is van de twee,
Want onderhand sta jij me al zo na
Dat ik, wanneer ik ooit zou moeten kiezen,
Wellicht nog liever zelf verloren ga
Dan dat ik jou voor altijd moet verliezen.

 

 

 

DRIEKvanWISSEN

Driek van Wissen (12 juli 1943 – 20 mei 2010)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

In Memoriam Willem Brakman

In Memoriam Willem Brakman

 

De Nederlandse schrijver Willem Brakman is donderdag op vijfentachtig jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgeverij Querido laten weten. Zie ook mijn blog van 13 juni 2007.

Uit: De reis van de douanier naar Bentheim

“Toen de douanier zich echter bukte merkte hij dat het zware tralieluik van het zwarte gat was weggeklapt en ernaast plat op de vloer lag. Dat was ongetwijfeld een heel karwei geweest, want de hoed was de parelgrijze erbij van het hoofd gevallen en lag daar nog van te getuigen in een schemerige streep schietgatlicht. De douanier schudde het hoofd om deze levensgevaarlijke toestand, hij legde de poot op de vloer en wilde het luik weer terugklappen, maar behalve dat het loodzwaar was zat het op de een of andere manier ook muurvast. Het zweet parelde de douanebeambte buiten dienst op het voorhoofd, maar hoe hij ook rukte en trok, meer beweging dan een paar knarsende centimeters kon hij niet voor elkaar brengen. Bezorgd krabbelde hij overeind en draafde de toren uit om te waarschuwen: kasteeltuin, folterkamer, ergens moest dat onmogelijke paar toch te vinden zijn. Maar dat viel tegen, alle trappen, portalen en binnenplaatsen waren luguber leeg, het enige geluid dat hij hoorde was de muziek van beneden uit het stadje. Met de bedoeling dan maar iedereen te waarschuwen dribbelde hij haastig richting feest en was de eerste lampionnen net gepasseerd toen een abnormale rauwe gil weerklonk. Iedereen keek omhoog naar de toren en naar de heer Van Kol die daar op de borstwering was verschenen. Jasje en vest had de leraar uitgedaan en in zijn witte overhemd en met zijn geheven armen zag hij er uit als een figuur uit een schilderij van Goya.
Ontsteld liep de douanier met de feestgangers mee om te zien wat er allemaal was gebeurd, maar hij koos om niet voortdurend te worden geduwd en aangestoten een zijpoortje en werd daar onverwacht tegengehouden door de parelgrijze.
‘Ze is in het gat geduveld,’ zei ik, ‘in één klap hasjewijne.’
‘Was dat nou nodig?’ riep de douanier verbolgen, ‘zo’n mooie, gevulde vrouw.’
‘Dat viel aardig tegen,’ zei ik, ‘van buiten bol, van binnen hol.’
‘De arme man,’ riep de douanier stampvoetend.
‘Denk toch eens aan dat hoofd,’ zei ik, ‘dat lijdende bekje, die man wil niet anders, heus, daar liggen zijn talenten. Héé, waar is mijn hoed?’
‘Die ligt naast het gat,’ zei de douanier, ‘en naast mijn paardepoot.’
‘Ach,’ zei ik glimlachend, ‘wat een aardige combinatie, hoe komt u overigens op een paardepoot?’
‘Ik denk door Lochem,’ zei de douanier, ‘Staring en al die dingen.’
‘Luister,’ zei ik.
Uit het kasteel, uit het stadje, ja voor mijn gevoel ook uit de lucht klonk een zacht stompend geluid: wom, wom, wom… bom, bom, bom… drom, drom, drom…
‘Ze weten toch niet dat ik hier ben?’ vroeg ik.
‘Ik denk het wel,’ zei de douanier en ja hoor, daar waren ze weer, ik ken ze, o ik ken ze die koppen. Even later was het weer zo ver: paardekopers, stamineebazen, kleine neringdoenden, natuurlijk weer een antiekhandelaar, de hele troep.
Daar ging ik: in mijn gat getrapt, aan mijn haren gerukt, om de oren geslagen, maar één moedige daad wil ik hier toch niet onvermeld laten, met uiterste krachtsinspanning draaide ik mijn hoofd om en schalde achter mij: ‘Heer tollenaar!… wij zien elkander weder!!…”

Brakman2

Willem Brakman (13 juni 1922 – 8 mei 2008)

 

 

Zie ook voor de schrijvers van vandaag, 8 mei 2008, mijn vorige blog van vandaag.

In memoriam Tip Marugg

De Antilliaanse schrijver en dichter Silvio Alberto Marugg, beter bekend als Tip Marugg, is zaterdag, 22 april, op 82-jarige leeftijd overleden. Marugg werd vooral bekend door zijn boeken Weekendpelgrimage, In de straten van Tepalka en De morgen loeit weer aan. Ook schreef hij nog een dichtbundel, Afschuw van licht, en een woordenboek met erotische termen uit het Papiamento. Zijn werken werden onder meer in het Engels en Russisch vertaald.  Een doorbraak naar een groot lezerspubliek bereikte hij met zijn nominatie voor de AKO Literatuurprijs in 1988 voor De morgen loeit weer aan.

Uit Het Parool:

De verteller uit “De morgen loeit weer aan”, een oudere man die op de stoep van zijn huis zit te drinken en te mijmeren over het leven, valt bijna geheel met hem samen, zegt hij. Pessimisme, dronkenschap, zelfmoord en vervreemding zijn termen die opduiken als de stemming in zijn romans moet worden gekarakteriseerd. ”Alleen met drank valt het leven door te komen. Ik ben niet gelovig, daarom drink ik.” En het helpt hem bij het schrijven. ”Alcohol kan je meevoeren naar sferen die je nuchter niet kunt bereiken.” Ten slotte is er de troost van de in zijn boeken altijd aanwezige zelfmoord. ”De mogelijkheid om zelfmoord te plegen, stelt de mens bijna gelijk aan God.”’

Cartomantica

Ik heb melk gedronken
en een berg beklommen
maar vond niet het hazenpad
waar Eros had gesluimerd.

Tussen twee paardenpoten door
had de avondwind gewaaid
tot op mijn ruige borst.

Zo te sterven.

Tussen de harde rotsen
Met het zonlicht in mijn ogen.

Tip Marugg (16 december 1923 – 22 april 2006)