Ernest van der Kwast, Rawi Hage, Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Inge Schilperoord

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Zie ook alle tags voor Ernest van der Kwast op dit blog.

Uit: Het wonder dat niet omvalt

‘Step, step, los!’ De vrouwen beginnen met kikkersprongen. De billen op het zadel, de voeten op de grond. Tatjana Wechgelaar kijkt hen na. Ze is coördinator Fietsles voor Stichting Wilskracht Werkt. Na drie lessen mogen de vrouwen een voet op het linker- of rechterpedaal plaatsen, maar ook dan moet er worden gestept. ‘De balans is het belangrijkst,’ zegt de platinablonde Tatjana. ‘Trappen kan iedere idioot.’
De cursisten van Fietsles zijn vrijwel allemaal van allochtone afkomst. Vrouwen die nooit op een fiets hebben gezeten, die weinig buiten komen en ‘die de hele dag thuis baklava zitten te eten,’ zegt Tatjana. Ze leert hen allen fietsen. Door middel van kikkersprongen, theorielessen en speciale manoeuvres. Sommige vrouwen doen er twee maanden over, andere zijn een jaar bezig.
De cursus wordt twee keer per week gegeven, op Zuid en in Noord. Een les duurt twee uur en gaat altijd door, ook als het regent of vriest. Maar de weersomstandigheden zijn niet de grootste hindernis. ‘Dat is het zadel,’ zegt Tatjana. ‘Bijna alle cursisten hebben pijn aan hun billen, en natuurlijk aan de edele delen,’ fluistert ze. Dat komt deels door gebrek aan ervaring, maar ook door het overgewicht van sommige cursisten. Een met gel gevulde zadelhoes van de Action biedt uitkomst. Vrijwel alle vrouwen hebben er een.
Eén mevrouw heeft er zelfs drie, die ze over elkaar om haar zadel doet. ‘Maar ze heeft nog steeds pijn,’ zegt Tatjana, die haar cursisten ‘kuikentjes’ noemt – ook als ze honderdvijftig kilo wegen.
Drie jaar geleden is ze begonnen bij Wilskracht Werkt, nadat ze door haar vorige werkgever boventallig was verklaard. Er was al een fietsproject, maar dat liep niet zo lekker. ‘Daar ga ik mijn tanden in zetten, dacht ik,’ vertelt Tatjana. En dat heeft ze gedaan.
Vorig jaar leerde ze maar liefst honderd vrouwen fietsen door de straten van de stad. Daarnaast heeft ze de sociale dienst als klant binnengehaald.”


Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)


De Libanees-Canadese schrijver en fotograaf Rawi Hage werd geboren op 1 januari 1964 in Beiroet. Zie ook alle tags voor Rawi Hage op dit blog.

Uit: Cockroach

“I am in love with Shohreh. But I don’t trust my emotions anymore. I’ve neither lived with a woman nor properly courted one. And I’ve often wondered about my need to seduce and possess every female of the species that comes my way. When I see a woman, I feel my teeth getting thinner, longer, pointed. My back hunches and my forehead sprouts two antennae that sway in the air, flagging a need for attention. I want to crawl under the feet of the women I meet and admire from below their upright posture, their delicate ankles. I also feel repulsed — not embarrassed, but repulsed — by slimy feelings of cunning and need. It is a bizarre mix of emotions and instinct that comes over me, compelling me to approach these women like a hunchback in the presence of schoolgirls. Perhaps it’s time to see my therapist again, because lately this feeling has been weighing on me. Although that same urge has started to act upon me in the shrink’s presence. Recently, when I saw her laughing with one of her co-workers, I realized that she is also a woman, and when she asked me to re-enact my urges, I put my hand on her knee while she was sitting across from me. She changed the subject and, calmly, with a compassionate face, brushed my hand away, pushed her seat back, and said: Okay, let’s talk about your suicide. Last week I confessed to her that I used to be more courageous, more carefree, and even, one might add, more violent. But here in this northern land no one gives you an excuse to hit, rob, or shoot, or even to shout from across the balcony, to curse your neighbours’ mothers and threaten their kids. When I said that to the therapist, she told me that I have a lot of hidden anger. So when she left the room for a moment, I opened her purse and stole her lipstick, and when she returned I continued my tale of growing up somewhere else. She would interrupt me with questions such as: And how do you feel about that? Tell me more. She mostly listened and took notes, and it wasn’t in a fancy room with a massive cherrywood and leather couch either (or with a globe of an ancient admiral’s map, for that matter). No, we sat across from each other in a small office, in a public health clinic, only a tiny round table between us. I am not sure why I told her all about my relations with women. I had tried many times to tell her that my suicide attempt was only my way of trying to escape the permanence of the sun. With frankness, and using my limited psychological knowledge and powers of articulation, I tried to explain to her that I had attempted suicide out of a kind of curiosity, or maybe as a challenge to nature, to the cosmos itself, to the recurring light. I felt oppressed by it all.”


Rawi Hage (Beiroet, 1 januari 1964)


De Syrische schrijver Adonis (pseudoniem van Ali Ahmad Sa’id) werd geboren op 1 januari 1930 in Qassabin in het noorden van Syrië. Zie ook alle tags voor Adonis op dit blog.


Desert (Fragment)

Tower Square—(an engraving whispers its secrets
                                                       to bombed-out bridges . . . )
Tower Square—(a memory seeks its shape
                                                       among dust and fire . . . )
Tower Square—(an open desert
                                                       chosen by winds and vomited . . . by them . . . )
Tower Square—(It’s magical
to see corpses move/their limbs
in one alleyway, and their ghosts
in another/and to hear their sighs . . . )
Tower Square—(West and East
                            and gallows are set up—
                            martyrs, commands . . . )
Tower Square—(a throng
            of caravans: myrrh
                           and gum Arabica and musk
                                         and spices that launch the festival . . . )
Tower Square—(let go of time . . .
                                          in the name of place)

—Corpses or destruction,
                is this the face of Beirut?
—and this
             a bell, or a scream?
—A friend?
—You? Welcome.
            Did you travel? Have you returned? What’s new with you?
—A neighbor got killed . . . /

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

A game /
—Your dice are on a streak.
—Oh, just a coincidence /

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

                                Layers of darkness
                                and talk dragging more talk.

Adonis (Qassabin, 1 januari 1930)


De Deense schrijver Jonas T. Bengtsson werd geboren op 1 januari 1976 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jonas T. Bengtsson op dit blog.

Uit: Wie keiner sonst (Vertaald door Frank Zuber)

„Auf den grauen Platten des Bürgersteigs sind dunkle Flecken, wie Farbe. Die Kamera bewegt sich dichter heran. Blut, sagt mein Vater, ohne den Blick abzuwenden.
Wieder gehen wir die Straße entlang. Schnell, als müssten wir vor den Bildern im Fernsehen davonrennen. Ich glaube, wir sind auf dem Heimweg, aber bei der geschlossenen Metzgerei geht mein Vater nach rechts. Hinunter zum Hafen, durch die schmale, gepflasterte Gasse. Mein Vater setzt sich auf eine Eisenschwelle, ich setze mich so dicht wie möglich neben ihn. Das Wasser vor uns ist schwarz. Ein paar Kutter fahren ein, weiter rechts steht ein großer Kran, sein Haken hängt direkt über dem Wasser. Der Himmel ist grau. Mein Vater verbirgt das Gesicht im Mantelärmel, laute Schluchzer dringen durch den dicken Stoff. Er hält meine Hand so fest, dass es wehtut. »Jetzt haben sie ihn«, sagt er. »Verdammt, jetzt haben sie ihn.« Es ist das erste Mal, dass ich meinen Vater weinen sehe. Ich frage, ob er Palme kannte, aber er antwortet nicht. Er drückt mich fest an sich. Ich habe eiskalte Füße. »Jetzt haben sie ihn«, sagt er. Der Wind schäumt die Wellen auf. »Ich glaube, wir müssen bald umziehen«, sagt er.“

Jonas T. Bengtsson (Kopenhagen, 1 januari 1976)


De Nederlandse schrijfster Chantal van Gastel werd geboren op 1 januari 1980 in Breda. Zie ook alle tags voor Chantal van Gastel op dit blog.

Uit: Zwaar verguld!

“Floor komt het wc-hokje uit. ‘Alsof er een paar kilo bakstenen in mijn buik zit.’ Ze wast haar handen en kijkt naar mij. ‘Het geeft een drukkend gevoel naar beneden toe, is dat normaal?’ `Ik denk dat deze dag iets te veel van je gevergd heeft,’ zeg ik glimlachend omdat mijn vriendinnen mijn baan als dierenarts zo serieus nemen dat ze ook met hun eigen medische klachten naar me toe komen. Ze leunt met haar handen op de wastafel en zucht. ‘En mijn rug…’ `Je bent ook al de hele dag op de been,’ zeg ik, terwijl ik mijn handen op haar onderrug leg en haar spieren voorzichtig losmaak. ‘Misschien is het tijd om even een stapje terug te doen.’ `Ga zo meteen even lekker zitten…’ stelt Daphne voor. `Zitten?’ Floor lacht en veert meteen op. ‘Ik heb amper de kans gehad om met mijn knappe man te dansen. Dat ga ik eerst doen!’ `Ze voelt zich meteen beter,’ grap ik. `Het gaat alweer,’ antwoordt ze. ‘Het komt en gaat een beetje.’ Daphne steekt haar wijsvinger op. ‘Luister naar je lichaam, Floor.’ `Mijn lichaam wil dansen op mijn bruiloft.’ Ze slaat haar armen om ons heen. ‘En om goed te maken dat ik je zojuist tijdens het plassen bestormde, gun ik jou een plaatsje op de eerste rij tijdens mijn bevalling, Daph. Dan staan we weer quitte.’ Lachend verlaten we de wc. Dat aanbod sla ik liever af,’ antwoordt Daphne, maar ze is nauwelijks verstaanbaar door de harde muziek. Het feest is in volle gang. `Ik ga Mas zoeken,’ zegt Floor en ondertussen speur ik de ruimte af naar de man van mijn leven. Ik ontdek hem aan de andere kant van de volle zaal, aan een statafel. Hij staat te praten met zijn broer Robin, zijn beste vriend Kai — de eigenaar van deze club — én met mijn zusje Tamara. Ruben heeft zijn jasje en stropdas uitgetrokken en de boord van zijn overhemd is los. Het gesprek is geanimeerd. Tamara gooit haar hoofd schaterlachend achterover om iets wat hij zegt. Ik kan mijn ogen niet van hem afhouden. Kai neemt het woord en de aandacht van Ruben lijkt te verslappen. Hij kijkt over hem heen naar de dansende mensen in het midden van de zaal. Dan ziet hij mij. We kijken elkaar aan, hij lacht naar me en dat is alles wat ik nog zie. Hij zet zijn biertje op tafel en langzaam komt hij naar me toe. Als hij voor me staat, pakt hij mijn hand vast. Er gaan wat lichten uit en de eerste tonen van een John Mayernummer spelen. ‘Mag ik met mijn verloofde dansen?’ vraagt hij. Ruben en ik… Ik zal eerlijk zijn, een paar maanden geleden had ik niet meer durven hopen dat we ooit weer zo hecht zouden zijn. Ik zal niet beweren dat alles tussen ons plotseling opgelost is, maar ik heb me werkelijk nooit eerder zo met iemand verbonden gevoeld dan met hem sinds de dag dat ik me — op nogal beschamende wijze — volledig aan hem blootgegeven heb.“


Chantal van Gastel (Breda, 1 januari 1980)


De Nederlandse schrijfster Inge Schilperoord werd geboren op 1 januari 1973. Zie ook alle tags voor Inge Schilperoord op dit blog.

Uit: Muidhond

“Alles was zo ondraaglijk. Vooral de nabijheid van al die mannen. De misselijkmakende etensgeuren.
Maar dat was nu voorbij, even plotseling als het was begonnen. Ondanks alles had het toch plotseling geleken. Vorige week was de zoveelste rechtszitting; de hele dag in het beklaagdenbankje, de woorden van zijn advocaat, die zoals altijd langs hem heen gleden.
En gistermiddag dan de officiële brief van het gerechtshof. Hij was in hoger beroep vrijgesproken. Toch nog. Tegen alle vrees in. Daarmee kwam alles te vervallen: de eerder opgelegde gevangenisstraf, de tbs-behandeling. Er was onvoldoende bewijs. Het shirt waar, zoals de officier van justitie het noemde, volgens de verklaringen van het slachtoffer belastende sporen op zouden zitten, was niet teruggevonden. ‘Het Openbaar Ministerie kan nu nog een keer in beroep gaan,’ legde zijn advocaat hem op de gang uit, ‘maar dat verwacht ik niet.’ Alleen als er meer bewijs gevonden zou worden, kon de zaak worden heropend. Maar wie kon zeggen of dat zou gebeuren? Voor nu was hij vrij.
Hij slikte moeizaam. Alsof er iets hards en puntigs, een graat, vastzat in zijn keelgat. Hij schraapte zijn keel, zuchtte, sloot zijn ogen en sperde zijn neusgaten open. Hij richtte zich op zijn ademhaling, voordat de spanning zich zou vastzetten in zijn schouders. Dat had hij zo geleerd tijdens de pre-therapie, zoals dat werd genoemd. Of ook wel: individuele dadertherapie, therapie die in de gevangenis een aanvang nam en hem zou voorbereiden op de behandeling in de kliniek. Een paar weken geleden was die opgestart met de gevangenispsycholoog. De eerste fase.
‘Nu rustig ademhalen,’ fluisterde hij tegen zichzelf en hij keek naar het vage silhouet van zijn gezicht in de ruit, de uitstekende kin en scherpe jukbeenderen, zijn voorhoofd. ‘In door je neus.’ Hij sloot zijn ogen even kort en opende ze weer, ‘vasthouden, en dan langzaam, langzaam uit door je mond.’ Tien keer herhaalde hij dit, altijd tien keer. ‘Zo brengen we het middenrif tot rust en laten we alle stress van ons afglijden. Voeten op de aarde.’ Hij bleef fluisteren, ook al was hij de enige passagier in de bus. Hij voelde hoe zijn middenrif tot rust kwam, zijn adem kalmeerde, en ondertussen masseerde hij met zijn knokkels de harde pijnlijke spieren van zijn nek.”


Inge Schilperoord (Den Haag(?), 1 januari 1973)


Zie voor nog meer schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

Ernest van der Kwast, Rhidian Brook, Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Inge Schilperoord, J.D. Salinger, E. M. Forster, Juan Gabriel Vásquez

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Zie ook alle tags voor Ernest van der Kwast op dit blog.

Uit:Het wonder dat niet omvalt

“Ik ken alleen het verhaal. Ik was er niet bij, ik heb het niet gezien. Zo is het mij ter ore gekomen. Op een grijze doordeweekse dag wordt er een oude piano afgeleverd bij de kringloopwinkel Piekfijn aan de Mariniersweg. Het is een zwarte piano, van het merk Gerhald Adel. Niemand in de kringloopwinkel weet wat het instrument waard is en of de snaren nog goed zijn. Maar de veertigjarige Ako Taher loopt naar de piano toe en maakt de klankkast open. Hij verwijdert het stof en gaat zitten. Hij begint te spelen. De mond van de filiaalleider valt het eerst open, de monden van de andere verkopers van het tweedehandswarenhuis volgen. Ako Taher werkt nog niet zo lang bij Piekfijn, hij heeft zijn baan te danken aan een re-integratietraject van het gemeentelijke afvalverwerkingsbedrijf. Vier jaar lang werkte hij in een Buurt Service Team. Schoffelen, vegen, onkruid uitrukken. Tot zijn handen kapotgingen en zijn wil werd gebroken. Ooit studeerde Ako Taher klassieke piano aan het conservatorium van Bagdad en droomde hij van een carrière als concertpianist. Maar dan breekt de Tweede Golfoorlog uit en moet hij vluchten. Hij zit in een vrachtauto, in een bus, hij zit op een paard, hij loopt en loopt en loopt. En dan is hij in Nederland, in een asielzoekerscentrum in Rockanje. Er staat een piano, maar daar mag hij niet op spelen. Wel mag hij loodzware klusjes doen voor 25 gulden per week. Er gaan jaren voorbij — om precies te zijn: er gaan tien jaar voorbij —en dan zit hij eindelijk weer achter een piano. Het spelen gaat moeilijk, alles is geblokkeerd. Hij meldt zich aan bij het conservatorium van Rotterdam, maar hij moet eerst zijn schulden afbetalen. Zo komt hij bij het Buurt Service Team terecht, zo gaan zijn handen kapot, zo breekt zijn wil. En zo komt hij uiteindelijk bij Piekfijn terecht. De man die te paard de oorlog ontvluchtte, die tien jaar geen piano speelde, die het vuil van de straat raapte. Ik was er niet bij, ik heb de monden niet zien openvallen. Ik heb de muziek niet gehoord. Debussy? Chopin? Of was het Satie? Mensen raken betoverd door Ako Taher. Ontroerd. De pianist van Piekfijn wordt ontdekt door Radio Rijnmond. De kranten volgen.”

Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

Lees verder “Ernest van der Kwast, Rhidian Brook, Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Inge Schilperoord, J.D. Salinger, E. M. Forster, Juan Gabriel Vásquez”

Ernest van der Kwast, Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Inge Schilperoord, Juan Gabriel Vásquez

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Zie ook alle tags voor Ernest van der Kwast op dit blog.

Uit: De IJsmakers

“Mijn vader liet zijn afstandsbediening vallen. Het klepje aan de achterkant kwam los, één batterij rolde over de houten vloer. De Turkse commentator sprak lovend over de worp, maar de zangerige woorden gingen langs hem heen. De herhaling liet zijn breedgeschouderde ballerina nogmaals zien. Haar pirouette, die steeds sneller ging en eindigde in een korte, maar verbazing-wekkend sierlijke buiging.
Het was alsof hij mee had gedraaid. Sneller en sneller. En nu zat hij op zijn sofa, verpletterd en verliefd, alsof híj de kogel van vier kilo op zijn kop had gekregen.
Ze heette Betty Heidler en was de houdster van het wereldrecord, dat ze een jaar eerder met 112 centimeter had verbeterd tijdens een internationale wedstrijd in Halle, Duitsland. Het was een warme meidag; haast geen wind, zonnebrillen, korte mouwen. De atlete liep met vederlichte pas naar de ring met groene netten en wierp bijna terloops een astronomische afstand. De kogel sloeg geen krater, maar stuiterde een paar maal op, zoals de kiezels die kinderen in de zomer over het water gooiden van de nabijgelegen Hufeisensee. Tussen de grote wedstrijden werkte ze voor de politie, een donkerblauw uniform met vier sterren op beide epauletten, het rode haar strak in een knot. Polizeihauptmeisterin Heidler.
In Londen wierp Betty Heidler een afstand die goed was voor een bronzen medaille, maar het meetsysteem faalde waardoor de afstand niet kon worden vastgesteld. Het duurde veertig minuten voordat er uitsluitsel kwam. Deze veertig minuten waren als een romantische film voor mijn vader. Zwijmelend keek hij naar de roodharige kogelslingeraarster die steeds weer in beeld werd gebracht, soms bijna in tranen. Haar concurrente, de vlezige Chinese Zhang Wenxiu, had de rode vlag met de gele sterren al om haar brede schouders geslagen en was begonnen aan een ererondje.”

Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

Lees verder “Ernest van der Kwast, Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Inge Schilperoord, Juan Gabriel Vásquez”

Inge Schilperoord

De Nederlandse schrijfster Inge Schilperoord werd geboren op 1 januari 1973. Zij studeerde van 1992 tot 1997 aan de Universiteit van Leiden, waar ze cum laude afstudeerde in de Psychologie met als specialisatie forensische psychologie. Ook heeft ze gestudeerd aan de Hogeschool voor Journalistiek in Utrecht en aan de Schrijversvakschool. Inge Schilperoord is forensisch psycholoog bij het Pieter Baan Centrum. Tijdens haar werk kwam ze een patiënt met pedofiele neigingen tegen die de basis werd voor haar roman. Ze deed vijf jaar over haar debuutroman, maar toen Inge Schilperoord ‘Muidhond’ eenmaal af had, ging het snel: binnen een maand zat ze bij uitgeverij Podium aan tafel. Er zijn inmiddels meer dan 10.000 exemplaren verkocht, de filmrechten zijn verkocht, het boek is vertaald in o.a. het Frans, Engels en Turks. Ze won al de Bronzen Uil en de ECI publieksprijs. Als enige debutant staat Inge Schilperoord in 2016 op de short-list van de Libris Literatuurprijs.

Uit: Muidhond

“Hij wachtte. Buiten was het nog stil. Na een tijdje stond hij op, liep van het bed naar zijn tafel, van de tafel naar het raam, bleef een moment staan en liep terug naar zijn bed. Ging weer zitten, de gewrichten van zijn knieën kraakten zachtjes, en daarna stond hij weer op. Even bleef hij in het midden van zijn cel staan en liep toen weer terug naar de tafel. Hij keek. Daar lagen zijn therapeutisch werkboek, zijn schrift, zijn potloden, pennen. De boekenlegger die zijn moeder hem had gestuurd. Weer ging hij aan tafel zitten, met zijn rug recht, en sloeg het schrift open. Een mooie, lege nieuwe pagina. Met beide handen streek hij het blad recht, legde het precies in het midden van het tafelblad, schroefde de dop van zijn pen en dacht na. Na een hele tijd bleek dat hij niks zinnigs wist te schrijven. Hij kauwde zachtjes op de binnenkant van zijn wang. Waarom? Waarom juist vandaag niet?
Hij stond nogmaals op en balde zijn vuisten. Liep van zijn tafel naar het raam, van het raam naar zijn tafel en terug. Hij nam plaats op zijn stoel. ‘Niets,’ schreef hij. En toen: ‘Nooit.’ Daarna: ‘Nee!’ Hij klapte zijn schrift dicht. De rest kwam vanavond, dan was hij weer thuis, en zou hij een volgende therapieopdracht maken. Wat later deed hij het schrift toch opnieuw open. Hij staarde naar wat hij had geschreven, streepte het door. ‘Anders,’ schreef hij eronder. Toen haalde hij ook daar een streep doorheen. ‘Beter.’
Hij rolde zijn schrift op, pakte zijn werkboek, borg zijn potloden en pennen een voor een op in zijn etui, en deed alles bij de rest van zijn spullen in zijn tas. Daarna ging hij op zijn bed zitten, zijn trillende handen in zijn schoot, en wachtte op het moment dat de cipier zijn deur open zou draaien. Nu moet ik goed opletten, dacht Jonathan. Nu. Het begint nu. Hij zat bij het achterste raam, op de achterste bank in de bus naar het dorp. Er was niemand anders. Toch zat hij achterin. De ochtend was nog lang niet voorbij, de zon nog op weg naar zijn hoogste punt, maar het was al vreselijk warm. Een druppel gleed vanuit zijn haar, langzaam, langs zijn nek en rug naar beneden, en bleef net boven zijn stuitje hangen. Hij ging verzitten. Zijn tas had hij op schoot liggen, zijn armen er stevig omheen geklemd. Ook zijn oksels zweetten. Het gewicht van de tas drukte zwaar op zijn knieën. Hij had hem had liever op de grond gezet, maar op de een of andere manier leek het hem veiliger om zo te zitten, zijn vingers stevig in elkaar gehaakt. Hij zuchtte.”

Inge Schilperoord (Den Haag(?), 1 januari 1973)

Peter Weiss, Bram Stoker, Martha Gellhorn, Inge Schilperoord

De Duitse schrijver Peter Weiss werd geboren op 8 november 1916 in Nowawes (het tegenwoordige Neubabelsberg) bij Berlijn. Zie ook alle tags voor Peter Weiss op dit blog en ook mijn blog van 8 november 2010.

Uit:Die Ästhetik des Widerstands

„Es war in mancher Arbeiterküche zu finden. In größerem Format und eingerahmt kam es früher bei Gewerkschaftsfeierlichkeiten zur Verlosung, später wurde es ausgegeben von nationalsozialistischen Organisationen. Die Werkleute, von Menzel in ein Gefängnis versetzt, aus dem der Klassenkampf verbannt war, wurden von meinem Freund Coppi oft umgezeichnet, so daß in den Zangengriff strampelnde Männchen in Frack und Zylinder oder ordenbehängter Uniform gerieten. Die Reproduktion des Bilds untersuchend, waren wir auf eine weitere aufschlußreiche Einzelheit gestoßen. Beim Nachziehn des perspektivischen Musters der Komposition zeigte sich, daß die Fluchtlinien aller Rohre und Balken, der Walzgestelle und angehobnen Zangengriffe, der Werkstücke auf den Karren und der Schwergewichtsverlagrung in den Bewegungen der Gruppen in dem Punkt links im Hintergrund zusammenliefen, wo, unter der Senkrechten eines Tragpfeilers, ein Herr stand, in Hut und Gehrock, die Hände auf dem Rücken, abgewandt vom Betrieb, das Profil träumerisch dem Lichtstrahl entgegengehoben, der durch die Dämpfe hindurch auf ihn fiel. Solchermaßen beschienen und so abgesondert, müßig und zufrieden war sonst keiner. Unauffällig stand er da, verweilte auf seinem Rundgang und sann nach, vielleicht über die malerischen Reize dieses metallischen Gefüges, vielleicht über Aktienkurse oder über Auszeichnungen, die ihm von den Ministern verliehn würden, und darüber, wie wohl alles unverändert seinen Lauf nehmen könne. So hatte Menzel in dem imponierenden Vexierbild seinen Auftraggeber versteckt.”

Peter Weiss (8 november 1916 – 10 mei 1982)

Lees verder “Peter Weiss, Bram Stoker, Martha Gellhorn, Inge Schilperoord”