Antoine Wauters, Sascha Kokot, Philip Snijder

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit: Mahmoed of het wassende water (Vertaald door Katelijne De Vuyst)

“1
Aanvankelijk, de eerste seconden, raak ik
altijd mijn hart aan om te zien of het nog klopt.
Want ik heb het gevoel dat ik sterf.
Ik hou me vast aan de steven en zet mijn masker op.
Ik beweeg mijn benen op en neer.
De wind waait hard.
Hij praat.
Ik luister hoe hij praat.
In de verte, de watermeloenvelden,
het dak van de oude school en de saffraanbloemen.
Het water is koud ondanks de zon,
en de stroming elke dag sterker.
Weldra zal het allemaal verdwenen zijn.
Geloof je dat de camera’s van de hele wereld
zich zullen verplaatsen om er verslag over te doen?
Geloof je dat ze het voldoende telegeniek zullen vinden,
Sarah?
Wat maakt het ook uit?
Vastgeklemd aan de steven zie ik mijn hut, een koe
die graast onder de bomen, de reusachtige hemel.
Alles is ver.
Hoe langer hoe verder.
Ik bevestig mijn snorkel. Ik bevestig mijn hoofdlamp
zo dat ze niet kan bewegen.
En langzaam trap ik om mijn lichaam loodrecht
te houden.
Daarna neem ik een lange, diepe ademteug
en alles wat ik ken, maar ontvlucht, alles wat
ik niet langer verdraag maar wat blijft bestaan, alles wat ons
overvalt zonder dat we er ooit om hebben gevraagd,
laat ik achter.
Een heerlijk gevoel.
Het beste.
Weldra ga ik onder, ik verdwijn, maar ben niet bang meer
want mijn hart is het gewoon geworden.
Het water, vol vuilnis, draagt me.
Ik negeer het.”

 

Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

je ziet het dooiweer grazen in de onderste lagen

je ziet het dooiweer grazen in de onderste lagen
niemand anders haalt de laatste hekken weg
vreet aan de wallen aan de stormzijde
de gebroken leisteen blijft liggen
met dikke vacht gaan de katten in een rij staan
kauwen hun klauwen scherp ruiken de kou
reeds slaan de eerste honden aan
wanneer ze wakker worden
jouw geur voor hen opeens vreemd is
jij pas aan het eind van het jaar weer
kunt afdalen naar de huizen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Philip Snijder werd geboren in Amsterdam in 1956. Zie ook alle tags voor Philip Snijder op dit blog.

Uit: Het smartlappenkwartier

“De zondag van mijn moeders verdwijning — haar desertie, haar onderduik, of misschien wel gevangenschap, misschien wel gijzeling, had ik er voor mezelf later bij verzonnen — was er niet eens openlijk ruzie geweest tussen mijn ouders. Althans, ik had daar geen signalen van doorgekregen, achter de deur van mijn kamer boven. Die deur drukte ik, in een zinloze strijd tegen allerlei geluid uit onze woning dat me wilde storen bij het huiswerk maken, slapen of masturberen, altijd overdreven stevig dicht Zodra ik binnen was en hem had gesloten, zette ik werktuigelijk een hand tegen het bovenste deel, een knie tegen het onderste, en duwde dan met al mijn kracht. Alsof ik zo alle geluid achter die deur, alle geluid van de rest van de wereld, als een enorm, loodzwaar schip traag maar onomkeerbaar van me weg kon laten drijven. Maar tussen mijn Escher-posters, zitkussens en druipkaarsen was er toch geen enkel plekje te vinden waar ik niet voluit bereikbaar was voor de als een donderslag doorspoelende wc, de venijnig jankende stofzuiger, de bulderend lachende televisie of de vals schetterende kinderpick-up als mijn zesjarige zusje Francien plaatjes draaide. Van alle herrie in onze woning braken de ruzies veruit het meest verwoestend door mijn hermetisch gesloten kluizenaarsdeur. Ook al had ik die, inmiddels zestien, al zo’n twaalf, dertien jaar bewust meegemaakt, immuun was ik er nooit voor geworden. Ze negeren, me ervoor afsluiten, het was nog net zo onmogelijk als toen ik klein was. Het waren er gemiddeld twee á drie per week, en ze speelden zich af in de huiskamer, keuken of in hun slaapkamer, waar ook het kleine ledikant van mijn zusje stond, vaak zich bonkend verplaatsend tussen die ruimtes. Mijn moeders agressieve, bijtende scheldpartijen, mijn vaders ingehouden tegengeluid, waarbij soms de woede zijn stem liet overslaan, en het tussen haar huilsnikken door ‘Niet doen! Niet doen!’ roepende zusje. Zodra ik achter mijn deur geluiden hoorde van omvallende meubels of brekend glas, werd ik door een impuls gedwongen erop af te rennen, om Francien aan haar hand mee te trekken naar mijn kamer. Maar zoiets had zich helemaal niet voorgedaan op de zondag dat mijn moeder de deur uit ging en niet meer thuiskwam. Toen ik even beneden was om een snee brood met stroop te eten, had ik vastgesteld dat er in ons huls, met nooit meer dan twee keuzes, die ochtend de ándere sfeer heerste, het alternatief van de ruziesfeer, het kabbelende kielzog van een ruzie, alsook natuurlijk de stilte voor de onafwendbare volgende zeestorm tussen onze muren. De gemelijke landerigheid sloeg me meteen klef in het gezicht toen Ik even om de hoek van de huiskamerdeur keek. Mijn zusje zat op de grond, zich oefenend met mijn vaders bush puppy in wat ze net had geleerd: een strik leggen in een veter.”

 

Philip Snijder (Amsterdam, 1956

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn blog van 15 januari 2019 en ook  mijn blog van 15 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.