Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Mens/onmens

“Eerst een korte rondleiding langs de huidige elitekritiek. Allereerst heb je de ultrarechtse, nationaalpopulistische afkeer, of beter gezegd, haat, jegens een elite die is losgezongen van ‘het volk’ en zich uitleeft in het vieren van onnadenkend, egocentrisch kosmopolitisme. De leider van de nationaalpopulistische partij Forum voor Democratie, Thierry Baudet, drukte het tijdens zijn speech na de verrassend gewonnen verkiezingen voor de Provinciale Staten begin 2019 zo uit: ‘Net als al die andere landen van onze boreale wereld worden we kapotgemaakt door de mensen die ons juist zouden moeten beschermen. we worden ondermijnd door onze universiteiten, door onze journalisten, door de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen en die onze gebouwen ontwerpen. En bovenal worden we ondermijnd door onze bestuurders.’ Een echo van deze woorden valt bij alle Europese radicaal-rechtse partijen te horen, het is zo’n beetje de geloofsbelijdenis van het nationaalpopulisme. Daarnaast is er de elitekritiek op links, een groeiende kritiek op een klasse die alleen in schijn progressief is, maar al haar idealen het raam uitgooit zodra er werkelijk hervormd moet worden of de eigen belangen in het geding komen. Dat al te opportunistische, blingbling idealisme van de welgestelde klasse wordt bijvoorbeeld aan de kaak gesteld in het veelbesproken waarom de superrijken de wereld niet zullen veranderen (Winnen Take All, 2018) van de Amerikaans-Indiase journalist Anand Giridharadas. Door rijken en beroemdheden worden progressieve denkbeelden verkondigd over gelijkheid en duurzaamheid, worden awards uitgereikt en in ontvangst genomen. Er wordt druk overlegd tijdens conferenties op A-locaties, maar het blijft bij krabben aan de oppervlakte. De Nederlander Rutger Bregman, auteur van De meeste mensen deugen (2019), scherpte begin 2019 de kritiek van Giridharadas aan in het hol van de leeuw, het World Economic Forum in Davos, waar hij van leer trok tegen de alom geaccepteerde filantropie van de superrijken. Eerst word je gewoon zo rijk mogelijk, zonder acht te slaan op het gemeenschappelijk belang, daarna geef je royaal terug – via fondsen, donaties, projecten, die dankbaar jouw naam dragen. weg met die filantropie, hield Bregman zijn elitaire publiek voor: betaal gewoon eens eerst fatsoenlijk belastingen. In dat licht moet je de kritiek op de gulle Franse weldoeners zien, die miljoenen toezegden na de brand op de Notre-Dame.
En voeg aan ijdelheid gerust hypocrisie toe: het engagement van beroemdheden is te vaak niets anders dan een vanity project, de drang om je in de glans van een goede zaak te koesteren – feminisme, racisme, milieu – zonder dat er van reële daadkracht sprake is. Denk aan al die vrouwenpanels waarin de noodzaak van feminisme wordt bezongen door prinsessen en koninginnen (Máxima) en miljardairsvrouwen. Het dodelijkste voorbeeld van dit soort hypocrisie is dat van celebraties die in hun privéjet naar een conferentie over de klimaatcrisis vliegen.”

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Rattenvangers

Ik ontmoette twee jongens
onder de brugboog ’s nachts,
ze plasten tegen een paal en
zeiden dat ze met z’n zevenen waren
zeiden dat ze luizen hadden.
Ze lachten me uit toen ik
het wilde geloven. Niets te halen
behalve luizen, onthulde de kleinste.
Hij wees naar de struiken en ging
op mijn wreef staan. Ik was graag
verliefd op hem geworden, zo goedkoop was
die avond verder niets meer
te beleven. De grootste vroeg of het klopt,
dat ook het dier niet alleen
kan sterven. Het was
te laat voor jongens onder deze brug.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Leugen & waarheid

‘In potentie zijn we allemaal kleine dictators.’
Gesprek met Richard Wrangham, antropoloog
………………………………………………………………………
Het idee dat een soort zichzelf kan domesticeren werd lang voor onmogelijk gehouden. Er werd altijd van uitgegaan dat de ene soort de andere moest domesticeren, zoals mensen met honden hebben gedaan.
‘In zijn klassieker The Descent of Man komt Charles Darwin heel dicht in de buurt bij het idee dat de mens een zichzelf domesticerende soort is, maar hij schrikt er op het laatste moment voor terug. Hij zag in dat mensen in veel opzichten op gedomesticeerde dieren leken. In de eerste plaats omdat wij in onze persoonlijke interacties opvallend weinig agressief zijn, vergeleken met andere diersoorten.
Maar hij begreep maar niet welk evolutionair mechanisme dat veroorzaakt kon hebben.’
U stelt dat wij mensen steeds minder agressief zijn geworden, omdat in de vroegste menselijke gemeenschappen agressieve, dominante mannen ter dood werden gebracht. Het is, ironisch genoeg, de doodstraf die ons beschaafd heeft gemaakt.
‘De mens is de enige soort die over de cognitieve verfijning beschikt om met een groep mensen tot het besluit te komen dat een agressief element geëxecuteerd moet worden. Je ziet dat nog altijd in bepaalde kleine gemeenschappen. Op de lange termijn heeft dat een systeem geschapen waarin wij beseffen dat wanneer we ons te agressief gedragen, te dominant, te asociaal, we gevaar lopen. Tegenwoordig dreigt dan gevangenisstraf. Maar voordat gevangenissen bestonden was er maar één manier om van mannen – want we hebben het vooral over mannen – af te komen die als een gevaar voor de samenleving werden beschouwd: de doodstraf. Het heeft ons geleerd ons in te houden, ons aan te passen.
U beschouwt die oeroude angst voor executie ook als basis van ons moreel besef, ons altruïsme. Zelfs onze neiging anderen de les te lezen, komt daar vandaan. We zijn dus niet goed, we deugen helemaal niet, we zijn gewoon bang.
‘Ik weet dat veel mensen de voorkeur geven aan het idee dat ons altruïsme voortkomt uit een of andere aangeboren positieve houding tegenover de wereld. En natuurlijk is het ingewikkeld, want dankzij een evolutionair psychologisch proces ervaren we zulke gevoelens ook werkelijk als positief. Ik beweer ook niet dat we enkel goed doen uit angst. Maar ik denk wel dat dit de beste evolutionaire verklaring is voor hoe we aan die positieve gevoelens zijn gekomen.’
Dus zelfs dat stemmetje in je hoofd dat wij ons geweten noemen…
‘…is het gevolg van dat proces. Vanuit evolutionair perspectief is het echt heel lastig te ontkennen dat ons geweten negatieve aspecten in zich draagt. Het wordt geactiveerd door angst voor overtredingen, angst voor straf, angst om af te wijken van de norm.’

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Licht verenkleed

Misschien te laat als een kraai
onze morgen snoeit. Een klap.
En of hij valt en of hij doorvliegt –
Ik vraag te luid of je nog koffie wilt.
Je blik is nors, als uit de dag gebroken.
Het ruikt naar zand. Je vraagt me of ik het weet
dat kraaien ooit wit gevederd waren.
Ik maak de sigaret uit, ik wens mij
weg van hier, ik zou niemand,
ik zou hoogstens één ander willen zien.
Je noemt me: Koronis. Ik wijs naar het raam:
Kijk maar, het uitzicht is niet veranderd!
Wat gaan jou de uren aan die je niet kent?
Ik wil slechts meisje zijn, niet in Arcadia wonen.
Je nagel krabt nog in de as
maar je bent stil alsof je weg bent.
Ik ben te licht voor je mythen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Leugen & waarheid

‘In potentie zijn we allemaal kleine dictators.’
Gesprek met Richard Wrangham, antropoloog
Dat wij mensen gewelddadig én vredelievend kunnen zijn, dat weet iedereen, maar over waarom dat zo is wordt al eeuwenlang gebekvecht. Zijn we in de kern gemoedelijke wezens die gecorrumpeerd worden door krachten van buiten, vroeger door listen van de duivel, tegenwoordig door verwrongen maatschappelijke structuren? Worden uitbarstingen van wreedheid en geweld veroorzaakt door armoede en ongelijkheid, opruiende politici en religieuze gifmengers, of institutioneel racisme? Of is de mens van nature een zelfzuchtig en agressief wezen en moet hij in toom worden gehouden door maatschappij en autoriteit? In filosofisch steno: het is Jean-Jacques Rousseau (izia-170) versus Thomas }lobbes (1588-1679). Pleitbezorgers van deze radicaal verschillende mensbeelden bestrijden elkaar tot op de dag van vandaag. Maar volgens de Britse antropoloog en primatoloog Richard Wrangham zit ons altruïsme én onze nietsontziende moorddadigheid in onze genen. De menselijke soort is, vergeleken met andere soorten, sociaal gezien opvallend weinig agressief. Tegelijk blijkt hij in staat tot het aanrichten van slachtpartijen op een onvoorstelbare schaal. Hoe de evolutie deze paradoxale gespletenheid in ons heeft verankerd, is de vraag die Wrang-ham probeert te beantwoorden. Tot begin 2020 doceerde Wrangham aan de universiteit van Harvard; wanneer ik hem spreek via Skype zit hij samen met zijn vrouw vanwege de coronapandemie in isolatie in de buurt van het Engelse Cambridge. Toen hij in de jaren zeventig als student deelnam aan een onderzoeksproject van de beroemde primatoloog Jane Goodall, had hij niet gedacht dat hij ooit een boek over mensen zou schrijven. Apen, dat was zijn ding. Natuurlijk was ik in apen geïnteresseerd omdat ze ons iets over mensen konden leren, maar ik zag mijzelf in de eerste plaats als iemand die dieren bestudeerde. Pas toen ik me ging bezighouden met de verschillen tussen chimpansees en bonobo’s, besefte ik dat die me mogelijkerwijs iets konden vertellen over de evolutie van homo sapiens. Bonobo’s zijn vredelievender dan chimpansees. Dat is verrassend omdat ze fysiek zoveel op elkaar lijken. Heel lang had men niet eens door dat het om twee verschillende soorten ging. Terwijl ze psychologisch en emotioneel heel anders in elkaar zitten. Dat riep bij mij de fascinerende vraag op hoe evolutie werkt, hoe kleine morfologische verschillen grote verschillen in gedrag kunnen veroorzaken:
Volgens u is het grote verschil dat bonobo’s zichzelf gedomesticeerd hebben. Hun niet-vijandelijke omgeving maakte het gemakkelijker voor tamme apen om te overleven.
`Wolven en honden lijken ook veel op elkaar, ze zijn nauw aan elkaar verwant, maar het verschil in anatomie en gedrag is vergelijkbaar met het verschil tussen chimpansees en bonobo’s. Ik ben inderdaad van mening dat bonobo’s zichzelf hebben gedomesticeerd, minder geneigd zijn tot agressie en geweld dan de voorouders die ze met chimpansees delen. Net zo heeft de mens zichzelf gedomesticeerd ten opzichte van zijn eigen voorouders. Hij is daardoor minder impulsief agressief geworden.’

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Geweien

Het spel is onderbroken. Hoe zouden we
nog steeds in sprookjes geloven? De takken
splinteren ’s nachts niet meer, geen wild,
dat door de bossen trekt en het onweer
lost op in zwermen vliegen. Niettemin,
het feit blijft:: de jeuk onder onze voeten
is geen restant van een den, geen brandnetelblad, we volgen nog
steeds de drievoudige stap, de zeven bergen en ook
het reekalfbroertje en zijn lieve zusje.
Vertel me de geweien aan de muur, vertel me
naalden in de vliegen. Op het juiste moment
vergaten we te struikelen.
Sneeuwwitje slaapt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Onbehagen

“Na 2001 schreef ik over weinig anders, vaak tot verbazing of onbegrip van een maatschappelijke, intellectuele en artistieke klasse die zich ferm gecommitteerd had aan het progressieve optimisme en die alle krachten die dat optimisme dreigden te ondermijnen, afdeden als oprispingen die uit het niets tevoorschijn waren gekomen – of een vreselijke terugval betekenden naar vooroorlogse, reactionaire fantasieën. Talloos waren de bijeenkomsten en discussieavonden waarop ontsteld of gepikeerd werd vastgesteld dat er iets heel lelijks uit de samenleving was opgeborreld – racisme, moslimhaat, anti-Europese sentimenten, de hernieuwde hang naar alles wat `Nederlands’ was – zonder dat daar verder diep op werd ingegaan. In de zaal zat immers niemand die dat soort sentimenten deelde. Het was betreurenswaardig, het moest zo snel mogelijk verdwijnen, maar men leek weinig zin te hebben zich erin te verdiepen. Belangstelling of begrip voor de emoties die ten grondslag lagen aan die steeds feller wordende reactie leken beschouwd te worden als een vorm van intellectueel verraad, een jammerlijke overstap naar the dark side. Daarbij, je kon in het geval van deze steeds bredere kloof toch niet aan beide kanten tegelijk staan? Dat zou morele onhelderheid betekenen. En dat in een tijd die, zoals de Amerikaanse filosofe Susan Neiman niet ophoudt te beweren, om morele helderheid schreeuwt. Ben je vóór of tegen de Verlichting? Onderschrijf je de principes van vrijheid en gelijkheid? Je kunt erover twisten wat de Verlichting nu precies inhoudt, welke denkers erbij horen en welke niet, wat de misvattingen rond de Verlichting zijn of de gebreken en beperkingen ervan. Die debatten worden overal gevoerd. Maar kun je er ook tegelijkertijd in geloven en niet in geloven? Kan dat? Of, anders gezegd: is oprecht optimisme over de mens mogelijk in een door pessimisme gekleurd wereldbeeld? In mijzelf bleef die ambivalentie lang onopgehelderd. Onwillekeurig beschouwde ik mijn groeiende verlichtingskritiek -en vooral mijn kritiek op de hedendaagse aannames over mens en maatschappij die zich op een mengeling van verlichtingsdenken en een op het christendom geïnspireerd humanisme baseerden -toch nog altijd als een correctie op het optimistische mensbeeld van mijn jeugd, in plaats van dat het dat mensbeeld verving. Wat je met de paplepel ingegoten hebt gekregen, laat zich niet zomaar ongeldig verklaren. Dat was waarschijnlijk de reden dat er iets stierf in mij, die winterse januaridag in Parijs.”

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Bezoek

De oude vrouw zit dagenlang bij het raam
en houdt een zakdoek vast, te traag
om mee naar een wereld te zwaaien,
die ze niet meer betreedt Buiten
is een televisiebeeld. Hoe ik slaag
om van daaruit haar kamer binnen te gaan,
blijft een mysterie voor haar,
ze vraagt het mij niet
zegt alleen: er is zo veel,
dat ik niet begrijp,
ach meisje, weet je
de slimste ben ik immers niet.
En achter haar schaduw gaapt
haar woning,
de te grote schaal van een schelp, begraven
in het tijdslib, dat niet meer aan de stad toebehoort.
Het begon ermee dat ze dwergachtiger werd
jaar na jaar, niet meer te vinden
haar modieuze gang, haar knipperende ogen,
alsof er rokerige lucht
van een casino in haar ogen brandde.
Misschien, zegt ze, en op een dag
en wil niet weg van haar raam,
ze is zo mager geworden,
dat ze geen dag meer voelt.
Ach meisje, zegt ze.
weet je, we hebben immers de tijd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Nora Bossong

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Locatie

We leven in een stad zonder rivier, er zijn
hier alleen grenzen uit wind
of regenbuien. Mijn zuster
is daar ’s nachts bang voor, maar in ons huis
wordt er niet gehuild, misschien
zou het haar helpen, misschien zou ze haar
verstand verliezen. Het is ijzig
in haar stem. Lieten zich afstanden
zonder rivier beschrijven, dan zouden tenminste
de vermoedens houdbaar zijn: niemand
nadert ons huis en onze ouders
hebben we lang niet meer gezien.
Maar er is geen houvast, deze stad is
als een restje sneeuw in maart. Alleen de wind
die de regen in zijn vorm drijft,
geeft een einde van de stad aan. Ons huis blijft
bedekt met ijs en verdwenen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Bas Heijne, Wessel te Gussinklo, Benjamin Lebert, Nora Bossong, Theodor Holman, Danny Morrison, Brian Friel, Simone de Beauvoir, Kurt Tucholsky

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Onbehagen

“Het bleef oppassen. Geen reden tot tevredenheid. Nooit denken dat het af was.
Maar al die kanttekeningen waren precies dát – oprechte waarschuwingen voor een ál te groot optimisme. Het deed aan de energie van dat optimisme weinig af. Zwartgalligheid werd uitgeleefd in de kunsten, niet in de maatschappij. Doodsdrift was iets persoonlijks, iets voor mensen, meestal jongeren, die tragisch over de rand van de samenleving vielen of zich heroïsch in de afgrond van hun eigen geest stortten.
Maar we wisten welke kant het met de geschiedenis zou op gaan. Of in ieder geval welke kant het zou móéten op gaan.
Mijn eigen mensbeeld raakte gaandeweg donkerder gekleurd. Mijn lievelingsschrijvers werden Fjodor Dostojevski, Joseph Conrad en, misschien verrassend, gezien zijn onterechte dweperige, nostalgische reputatie, Louis Couperus. Dit waren stuk voor stuk romanciers die een diep instinct hadden voor de mens die niet opgewassen was tegen zijn eigen beschaving, de mens die zijn eigen vernietigingsdrang kon maskeren met een hardnekkig vooruitgangsgeloof, de mens die, wanneer hij los kwam te staan van zijn eigen cultuur, ten prooi viel aan destructieve, beestachtige impulsen. In de jaren negentig vertaalde ik Conrads Heart of Darkness, die genadeloze afrekening met het blinde geloof in de menselijke vooruitgang.
Hoe verhielden die schrijvers zich tot het rooskleurige wereldbeeld van mijn jeugd? Waren dat ook slechts kanttekeningen bij het progressieve optimisme dat ik tijdens mijn jeugd met de paplepel kreeg ingegoten – of vormden ze er juist een pijnlijk schril contrast mee? Veroorzaakten ze niet een soort permanente, onoplosbare ambivalentie?
Ging de mens nog wel langer ergens naartoe, of was hij ertoe veroordeeld in kringetjes rond te draaien, in een eindeloze cyclus van streven en desillusie, opbouw en vernietiging, beschaving en barbarij? In hoeverre was een geloof in de idealen van de Verlichting te verenigen met de verzengende verlichtingskritiek van mijn favoriete auteurs?
Zeker was dat ik ervan doordrongen raakte dat de verlangens en emoties die het naoorlogse verlichtingsdenken in mijn jeugd permanent ongeldig had verklaard – nationalisme, groepsdenken, cultuur als een unieke, superieure bedding voor gemeenschapsgevoel – intussen steeds onverbloemder hun plaats in de samenleving terugeisten.”

 


Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Nederlandse schrijver Wessel te Gussinklo werd geboren in Utrecht op 9 januari 1941. Zie ook alle tags voor Wessel te Gussinklo op dit blog.

Uit: De Weergekeerde Bloem

“…plof, tjoek, tjoek, plof, en opnieuw een schok en daarna een paar meter verder rijden en weer met een ruk inhouden zodat ik er bijna af viel; daarna gedempte ploffende geluiden in de uitlaat en opnieuw stond de scooter stil en nu voorgoed. Van alles was hij voorzien deze Heinkel-motorscooter, het botsautomodel van op de kermis (met als motor, de startmotor van de Heinkel-bommenwerpers van Hitler, was mij verteld). Van alles voorzien: oranje richtingaanwijzers vóór en achter, door middel van een knopje op het stuur te bedienen, en een dashboard met snelheidsmeter, kilometerteller, maar geen benzinemeter. Onder de buddyseat zat een peilstok; weer vergeten te kijken, steeds opnieuw overkwam mij dat. Eén liter op veertig kilometer gebruikte dat ding, die machine; als op wind reed hij.
Ik had er wel aan gedacht de laatste dagen: toch even controleren of er nog genoeg benzine is. Maar ach… En verdomd weer opnieuw gestopt, afgeslagen halverwege deze laan; een laan met aan beide uiteinden parken, plantsoenen en zelf ook haast eerder een plantsoen met zijn gazons en bloemperken in het midden, en aan de rand wandelpaden omzoomd door hoge acaciabomen. Daar gestopt, of liever, daar gedwongen te stoppen met afgeslagen motor. De laan waar ik zojuist nog triomfantelijk, zelfs wat lachend en wijzend door gereden was – wat kon mij gebeuren. Boe roepen had ik nog net niet gedaan naar het nieuwe verschijnsel in deze deftige laan uitsluitend bewoond door artsen en hoogleraren en anders jonkheren: homo’s chic voortwandelend op de grindpaden, elegant leunend tegen bomen, voortglijdend tussen de donkere, avondlijke struikjes of verdwijnend in de bosschages van het belendende plantsoen aan de overzijde van een smalle asfaltweg.
Ik had gehoord van deze ontmoetingsplaats en was nu zelf gaan kijken. Tientallen homo’s – waar kwamen die zo plotseling vandaan. Natuurlijk kende ik homo’s – kennissen en verre familieleden – met trippelende pasjes en dunne stemmen gingen zij voort, steeds lachend en ook hun kleren; anderen wezen mij daarop.
Ja ik wist ervan. De keren dat ik liftte en de bestuurder een hand op mijn kruis wilde leggen. Maar even afweren of wat hoofdschudden en weigerend fronsen – minder eigenlijk – was steeds afdoende geweest. De oudere mannen op straat en hun blik die ik plotseling voelde, van geruime afstand naar mij kijkend tussen de anderen door – geen enkele aanleiding was er geweest juist naar mij te kijken; andere mensen, andere voorwerpen waren dichterbij, lagen meer voor de hand – het was of ze mij eruit lichtten, uit het scherm van zichtbaarheden dat hen omringde. Vasthoudend, aandachtig waren die blikken, meer dan zomaar naar iets kijken waar toevallig hun blik op viel, erlangs strijkend en dan weer iets anders. Nee, vasthoudend, oplettend, niet wegglijdend naar het volgende, maar of hun blik mij eruit lichtte, uit al dat gewemel, mij speciaal, alsof ik iets raars aanhad of vreemd liep, of iets anders – scheel, een gek hoofd, wat dan ook. Maar zo was het niet.”

 


Wessel te Gussinklo (Utrecht, 9 januari 1941)

 

De Duitse schrijver Benjamin Lebert werd geboren op 9 januari 1982 in Freiburg im Breisgau. Zie ook alle tags voor Benjamin Lebert op dit blog.

Uit: Die Dunkelheit zwischen den Sternen

„Die Sonne lügt. Genauso wie die Nacht. Die Nacht lügt, weil sie verbirgt, ohne ein Unterschlupf zu sein. Die Sonne lügt, weil sie alles herzeigt. Auch das, was gar nicht da ist.
Ich bin froh, wenn das Treffen mit dem Alten vorbei ist. Der Alte ist verschlagen und heckt immer etwas aus. Sein breiter Mund grinst, obwohl es nichts zu grinsen gibt. Er geht mit leisen Sohlen auf Wegen, auf denen er nichts zu suchen hat. Seine Hände nehmen viel und geben wenig. Seine Hände sind kräftig. Seine Hände zittern, wenn sie zuschlagen wollen.
Der Junge weicht mir nicht von der Seite. Der Junge, der Tarun heißt. Bleibt in meiner Nähe. Will unbedingt dabei sein. Der Junge hat den Alten noch nie gesehen, und ich verrate ihm auch nicht, was ich mit dem Alten zu tun habe. Das geht dich nichts an, sage ich. Einfach ein Mann, den ich treffen muss. Mehr nicht. Ich sage ihm, dass er zurückbleiben soll, wenn ich mit dem Alten rede. Dass der Alte nicht mitkriegen darf, dass er zu mir gehört. Weil er es sich sonst anders überlegen könnte. Und ich in Schwierigkeiten komme. Ich sage ihm, dass er nicht wissen darf, wie der Alte aussieht. Weil es nicht gut ist für ihn, wenn er es mit dem Alten zu tun bekommt. Weil es zu gefährlich ist für ihn.
Der Junge hat etwas Grünes an, das ein Brother von weither dagelassen hat. Etwas Grünes mit seltsamer Aufschrift. Ich mag die Sachen nicht, die die Menschen von weither dalassen. Alle bei uns im Haus finden sie schön. Ich finde nicht, dass sie schön sind. Sie sehen lieblos aus. Es macht keinen Unterschied, wer sie trägt. Und man hat dann so ein Gefühl, als wäre es egal, welcher Morgen kommt oder ob man zu den Göttern betet. Manchmal habe ich Angst, dass es wirklich egal ist. Dass wir eh verloren sind. Aber das darf man nicht denken. Man denkt es trotzdem. Unbeabsichtigt. Wenn die Nacht draußen weit ist wie eine schwarze Wüste, die den Hunden gehört, den Hunden und Gaunern. Und wir Kinder dicht an dicht in den Stockbetten liegen. Aber zeigen darf man es nicht, keinesfalls.
Rinki und Prakash dürfen zur Schule gehen. Sie dürfen die Schuluniform anziehen. Das Blau der Uniform ist schön. Die Faltenröcke der Mädchen leuchten schon von weitem, wenn sie nachmittags in Gruppen den Hügel heraufkommen. Helles Blau. Blaues Glück. Ich mag die Farbe Blau. Sie leuchtet in meinen Träumen.“

 


Benjamin Lebert (Freiburg im Breisgau, 9 januari 1982)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Rolandslied

Und gingen wir durch meine Mutterstadt
fast lautlos, sprach er nichts, als bliebe es so
ungesagt und lag in diesem Sommertag
ein heißes Flüstern, gab uns kein Baum,
kein Tunnel Schatten, ließ meine Hand von
seiner Hüfte ab und fragte er mich nach
des Laudons Grab – ich weiß nicht, glaub,
er wollte nicht mehr weiter,
mein Vater.

 

Rattenfänger

Zwei Jungen traf ich
unterm Brückenbogen nachts,
die pinkelten den Pfosten an und
sagten, dass sie sieben seien
sagten, dass sie Läuse hätten.
Sie lachten über mich, als ich
es glauben wollte. Nichts zu holen
außer Läuse, verriet der Kleinere.
Er zeigte aufs Gebüsch und trat
mir auf den Spann. Ich hätt mich gern
in ihn verliebt, so billig war
in jener Nacht sonst nichts mehr
zu erleben. Der Große fragte, ob es stimmt,
dass auch das Tier allein
nicht sterben kann. Es war
zu spät für Jungen unter dieser Brücke.

 

 
Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

De Nederlandse schrijver, columnist, dichter, scenarioschrijver en radiopresentator Theodor Holman werd geboren in Amsterdam op 9 januari 1953. Zie ook alle tags voor Theodor Holman op dit blog.

 

De heteluchtballon

Eindelijk brak de feestdag aan.
’s Morgens vroeg werd ik van huis gehaald.
Of ik maar even mee wou gaan.
Een krans, waarvoor veel was betaald

Hing om mijn dungeworden nek.
Men droeg mij door een vlak stuk land.
Honderden mensen stonden achter een hek,
Honderd anderen moesten aan de kant.

Als een kolossale tweede zon
Zag ik te midden van het veld
Een oranje heteluchtballon
Waarop mijn naam; ik was een held.

Een man met een grote hoge hoed
Gebood beleefd, maar zeer beslist
Men deed alles met grote spoed)
Dat ik moest liggen in een kist

Die onder de ballon verborgen was.
Snel klapte men het deksel dicht!
Men zorgde zelfs voor het warme gas;
Ik werd lichter nog dan vederlicht.

Slechts hoorde ik het ploffen
Der laatste zakken zand.
Hoog in de lucht verstond ik nog:
‘Nu pas is hij echt opgebrand.’

 

Mijn neefje

Ik heb een neef die reist de wereld rond
In ’n zelfgefabriceerde vliegmachiene.
(Twee houten vleugels wieken ‘m van de grond.
Verder verbruikt mijn neefje kerosine,
Die hem door ’n buis anaal wordt toegediend.
Tussen zijn tanden klemt hij een propeller.
Het geval heeft nimmer een prijs verdiend:
’t Miste een goede kilometerteller.)

Laatst was er paniek; neef bleek onvindbaar.
Men vermoedde dat hij was neergestort.
Maar tussen kannibalen en halfgaar,
Zag men hem engels walsen in een kort
Maar ongemeen aantrekkelijk tutuutje,
Ontworpen uit zijn tule parachuutje.

 


Theodor Holman (Amsterdam, 9 januari 1953)

 

De Noordierse schrijver en journalist Danny Morrison werd geboren op 9 januari 1953 in Belfast. Zie ook alle tags voor Danny Morrison op dit blog.

Uit: Then The Walls Came Down

“Sunday, 30th December

Well, we were spoilt on Christmas day – lots of food, lots of variety, but it was all institutional and suffered from an insipidness and lack of personal touch. Later, we watched ‘ET’ in the canteen and then had our party. Two lads painstakingly made party hats. I presented the ‘Mister and Mister’ competition, during which each contestant was tested for intimate knowledge of his cell mate whilst his mate sat in a far corner, wearing headphones blaring out pop music.
Some of the more harmless questions were: What is your partner’s greatest fear or phobia: (a) Spiders, (b) mice, or (c) getting Judge Carswell? How often does your cell-mate pray: (a) once a week, (b) once a day or (c) he’s never off his knees? How many IRA operations has he claimed to have been on: (a) none, (b) between 1 and 5, (c) more than 5 or (d) more than Martin Meehan? What was his reaction to the IRA ceasefire: (a) it should never have happened, (b) it should have lasted 7 days or (c) they should never have called off the last one? How many Christmas cards did he get: (a) between 1 and 30, (b) between 30 and 60, or (c) more than Pat – I love me, who do you love – Sheehan?
7.30 pm
I am not long back from the canteen and as I was coming out Dermot Carroll told me that on the 7 o’clock news there was a report of the Brits having shot dead a man and seriously wounded his brother at a checkpoint in South Armagh. So I wonder what all that is about. We’ll find out tomorrow.
Weather-wise you haven’t missed anything. Out in the yard this morning we crunched through a dusting of snow upon frost. A stormy cold wind was ripping the air apart and the starlings kept trying to find roosting spots on the disused chimney stack but broke up in disarray and went crashing through the air. Anto told us a funny story as we were walking. Years ago, around Christmas, he and three mates (labourers and an electrician) all went to the old Hunting Lodge after work. One of them bet the others that he could steal a stag trophy off the wall without being caught. They placed their bets. The aspiring thief went to the bar and asked for a couple of plastic carry-out bags. In two moves he had the stag’s head off the wall and under the table, and its antlers covered over with the bags. Then he put the head under his coat and they all walked out, caught a black taxi to Twinbrook and got out opposite the Hitchin Post where the two who lost the bet went to buy a real carry-out. When the two emerged from the bar there was a small crowd gathered behind their mates. Anto’s mate had removed the bags and stuck the stag’s head on a hedge, tied an electric wire around its neck like a rope and pretended to be struggling with it!”

 


Danny Morrison (Belfast, 9 januari 1953)

 

De Ierse schrijver Brian Friel werd geboren op 9 januari 1929 geboren in Omagh, Noord-Ierland, in een katholiek onderwijzersgezin. Zie ook alle tags voor Brian Friel op dit blog.

Uit: Dancing at Lughnasa: A Play

“CHRIS But you’d walk out on me again. You wouldn’t intend to but that’s what would happen because that’s your nature and you can’t help yourself.
GERRY Not this time, Chrissie. This time it will be –
CHRIS Don’t talk any more; no more words. Just dance me down the lane and then you’ll leave.
GERRY Believe me, Chrissie; this time the omens are terrific! The omens are unbelievable this time!

They dance off. After they have exited the music continues for a few seconds and then stops suddenly in mid-phrase. Maggie goes to the set, slaps it, turns it off. Kate moves away from the window.

KATE They’re away. Dancing.
MAGGIE Whatever’s wrong with it, that’s all it seems to last – a few minutes at a time. Something to do with the way it heats up.
KATE We probably won’t see Mr Evans for another year – until the humour suddenly takes him again. AGNES He has a Christian name.
KATE And in the meantime it’s Christina’s heart that gets crushed again. That’s what I mind. But what really infuriates me is that the creature has no sense of ordinary duty. Does he ever wonder how she clothes and feeds Michael? Does he ask her? Does he care?

Agnes rises and goes to the back door.

AGNES Going out to get my head cleared. Bit of a headache all day.
KATE Seems to me the beasts of the field have more concern for their young than that creature has. Agnes Do you ever listen to yourself, Kate? You are such a damned righteous bitch! And his name is Gerry! – Gerry! -Gerry! (Now on the point of tears, she runs off.)”

 

 
Brian Friel (9 januari 1929 – 2 oktober 2015)
Scene uit een opvoering in Keswick, 2014

 

De Franse schrijfster Simone de Beauvoir werd geboren op 9 januari 1908 in Parijs. Zie ook alle tags voor Simone de Beauvoir op dit blog.

Uit: Tous les hommes sont mortels

– C’est un homme très extraordinaire, dit-elle.
– C’est un fou, dit Roger.
– Non. C’est plus curieux. Il vient de m’apprendre qu’il est immortel.
Elle les examina avec mépris; ils avaient l’air stupide.
– Immortel ? dit Annie.
– Il est né au XIIIème siècle, dit Régine d’une voix impartiale. En 1848, il s’est endormi dans un bois et y est resté soixante ans, ensuite il a passé trente ans dans un asile.
– Cesse ce jeu, dit Roger.
– Pourquoi ne serait-il pas immortel ? demanda-t-elle avec défi. Ça ne me semble pas un plus grand miracle que de naître et de mourir.
– Oh ! je t’en prie, dit Roger.
– Et même s’il n’est pas immortel, il se croit immortel.
– C’est un classique délire de grandeur, dit Roger. Ça n’est pas plus intéressant qu’un homme qui se croit Charlemagne.
– Qui te dit qu’un homme qui se croit Charlemagne n’est pas intéressant ? dit Régine.
Brusquement la colère lui monta au visage.
– Croyez-vous que vous êtes si intéressants, vous deux ?
– Vous n’êtes pas polie, dit Annie d’un ton vexé.
– Et vous voudriez que je vous ressemble, dit Régine. Et je me suis mise à vous ressembler !
Elle se leva, marcha vers sa chambre, et claqua la porte derrière elle. « Je leur ressemble », dit-elle avec fureur. Petits hommes. Petites vies.

 


Simone de Beauvoir (9 januari 1908 – 14 april 1986)
Cover

 

De Duitse dichter, schrijver, columnist en journalist Kurt Tucholsky werd geboren in Berlijn op 9 januari 1890. Zie ook alle tags voor Kurt Tucholsky op dit blog.

 

An das Baby

Alle stehn um dich herum:
Fotograf und Mutti
und ein Kasten, schwarz und stumm,
Felix, Tante Putti…
Sie wackeln mit dem Schlüsselbund,
fröhlich quietscht ein Gummihund.
“Baby, lach mal!” ruft Mama.
“Guck”, ruft Tante, “eiala!”
Aber du, mein kleiner Mann,
siehst dir die Gesellschaft an…
Na, und dann – was meinste?
Weinste.
Später stehn um dich herum
Vaterland und Fahnen;
Kirche, Ministerium,
Welsche und Germanen.
Jeder stiert nur unverwandt
auf das eigne kleine Land.
Jeder kräht auf seinem Mist,
weiß genau, was Wahrheit ist.
Aber du, mein guter Mann,
siehst dir die Gesellschaft an…
Na, und dann – was machste?
Lachste.

 

Kritik

Da oben spielen sie ein schweres Drama
mit Weltanschauung, Kampf von Herz und Pflicht:
Susannen attackiert ein ganz infama
Patron und läßt sie nicht.

Ich sitze im Parkett und zück den Faber
und schreibe auf, ob alles richtig sei;
Exposition, geschürzter Knoten – aber
ich denk mir nichts dabei.

Mein Herz weilt fromm bei jenem lieben Kinde,
das lächelnd eine Kindermagd agiert:
ich streichle ihr im Geiste sehr gelinde,
was sie so lieblich ziert.

Nun sieh mal einer diese süßen Pfoten,
dies Seidenhaar mit einem Häubchen drauf –
es gibt da sicher manch geschürzten Knoten:
ich löst’ ihn gerne auf.

Wer sagte da, daß ich nicht sachlich bliebe?
(Nu sieh mal einer dieses schlanke Bein!)
Begeisterung, Freude am Beruf und “Liebe” -:
So soll es sein!

 


Kurt Tucholsky (9 januari 1890 – 21 december 1935)
Cover biografie

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Bas Heijne, Benjamin Lebert, Wessel te Gussinklo, Nora Bossong, Theodor Holman, Danny Morrison, Brian Friel, Simone de Beauvoir, Kurt Tucholsky

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Onbehagen

“Inmiddels, vele aanslagen verder, na duizenden beelden van ontzielde lichamen, verwrongen ledematen en afgehakte hoofden, voorbij analyses, oproepen, aanklachten, Twitterruzies, overpeinzingen en verklaringen, is de herinnering aan dat gevoel vervaagd. En ik heb er inmiddels zelf ook passende woorden voor gevonden. De aanslagen in Parijs bevestigden bij mij een in de loop der jaren langzaam gegroeide gewaarwording, namelijk dat het wereldbeeld waarmee ik opgroeide op een fundamentele manier achterhaald is. En niet alleen het wereldbeeld — ook mijn beeld van de mens. Eenieder wordt grotendeels gevormd door zijn omgeving, door een cultuur.
Kort geschetst kun je zeggen dat ik volwassen werd in een tijd van vertrouwen en verwachtingen — verwachtingen over groei en gelijkheid, een almaar rationelere ordening van de wereld, geïnspireerd door de ideeën van de Verlichting, zoals die na de Tweede Wereldoorlog in West-Europa hun beslag kregen. De mens, zo luidde de belofte, zou zich langzaam maar zeker losmaken van zijn eigen benauwde groepsgeest en zich verenigen met anderen op basis van gedeelde menselijkheid. Mannen en vrouwen zouden meer en meer gelijk worden. Minderheden werden eveneens geaccepteerd als gelijken. Nationalisme en andere vormen van agressieve groepsgeest zouden hopeloos gedateerd raken, net als religieus fanatisme. Alle geloof was op weg om zuiver cultuur te worden, een troostend ritueel, vooral voor eigen gebruik of een stukje humane gezamenlijkheid, zonder veel maatschappelijke impact. Grote problemen als honger, ziekte en armoede zouden met behulp van nieuwe technologie stukje bij beetje, stap voor stap de wereld uit geholpen kunnen worden. Het ging niet om een diep doorvoelde heilsverwachting. Het was geen grote ideologische overtuiging. Het sprak gewoon vanzelf.
Natuurlijk werd me, terwijl ik volwassen werd, ook geleerd dat het nog lang niet zover was. Er moest nog veel strijd geleverd worden, het einddoel was nog ver van ons verwijderd en misschien werd het wel nooit helemaal bereikt. Er waren genoeg kanttekeningen bij dat rooskleurige toekomstbeeld te maken. De mens werd heus niet goed geboren, zoals de dooddoener luidde. En iedereen had een duistere kant, zoals daar dan meestal enigszins zelfvoldaan aan toe werd gevoegd. Kunstenaars, las je in interviews en biografieën, vochten met hun demonen. Overal waren rellen, conflicten, oorlogen. En, dat wist je ook, er liepen nog genoeg mensen rond die zich dat vooruitstrevende, optimistische wereldbeeld niet eigen hadden gemaakt.”

 

 
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

Lees verder “Bas Heijne, Benjamin Lebert, Wessel te Gussinklo, Nora Bossong, Theodor Holman, Danny Morrison, Brian Friel, Simone de Beauvoir, Kurt Tucholsky”

Bas Heijne, Benjamin Lebert, Wessel te Gussinklo, Nora Bossong, Theodor Holman, Danny Morrison, Brian Friel, Simone de Beauvoir, Kurt Tucholsky

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Moeten wij van elkaar houden?

“Ergens in een kast bij mijn ouders thuis ligt een super8-filmpje met het geheim van mijn jeugd. Ik weet dat het er moet zijn. Als het was weggegooid, was het me zeker verteld. Ik heb het al meer dan dertig jaar niet gezien. Het was te druk. Ik bezit geen ouderwetse projector om het af te kunnen draaien. Ik ben te lui, te weinig sentimenteel of nostalgisch, niet technisch genoeg om het op mijn computer over te zetten. Lange tijd had ik niet de behoefte om terug te kijken. Inmiddels is het een herinnering aan een herinnering geworden.
Die herinnering is als volgt: we zitten met z’n vieren bij elkaar in de huiskamer met de gordijnen dicht. Ik en mijn zuster drinken limonade van Riedel, mijn ouders een glas bier. Mijn vader haalt de film uit een geel, in de hoeken uitgescheurd kartonnen doosje. Ik mag het spoeltje in de projector zetten en het uiteinde van de film door het mechaniek loodsen. Wanneer alles gereed is en we allemaal klaarzitten, onze ogen op het witte projectiescherm gericht, zet ik op een teken van mijn vader de projector aan.
We kijken zwijgend naar wat we al zo vaak gezien hebben: ik en mijn zusje toen we nog heel klein waren, spelend op het strand bij Bloemendaal. Twee kleuters in het zand, met schepjes en een lach op ons gezicht, de wind in ons vlassige blonde haar. Mijn moeder lezend onder een parasol.
Het filmpje is in kleur. Er is geen geluid. Het zand ziet er geel uit. Achter ons een paarsblauwe zee.
We kijken naar losse, woordloze scènes. In een ervan zie je ons wegrennen voor de uitlopers van een grote golf in de branding. In een andere staan we tot onze knieën in rustig water. Mijn zusje houdt een schepnetje omhoog, waar ik geboeid maar ook een beetje angstig naar kijk. Ze heeft iets gevangen.
We kijken in het donker naar een zonovergoten wereld, gevangen in een eeuwig moment. Mijn vader was een verwoed amateurfilmer, hij heeft zijn gezin ontelbare keren vastgelegd, maar dit is het enige filmpje dat me helder voor de geest staat. Zowel de beelden zelf als het kijken ernaar. Mijn herinneringen aan mijn dagen aan het strand zijn onlosmakelijk verbonden met de rituele vertoning van het filmpje in onze huiskamer. Waarom hebben we er zo vaak samen naar gekeken? Wat zochten we in die beelden? “

 

 
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

Lees verder “Bas Heijne, Benjamin Lebert, Wessel te Gussinklo, Nora Bossong, Theodor Holman, Danny Morrison, Brian Friel, Simone de Beauvoir, Kurt Tucholsky”

Nora Bossong

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Bossong kreeg in 2001 een beurs voor het eerste literatuur laboratorium Wolfenbüttel. Zij studeerde literatuur aan het Duitse literatuur Instituut in Leipzig en culturele studies, filosofie en vergelijkende literatuurwetenschap aan de Humboldt Universiteit van Berlijn, de Universiteit van Potsdam en de universiteit La Sapienza in Rome. Bossong heeft poëzie en proza gepubliceerd in bloemlezingen, literaire tijdschriften en in haar eigen boeken. In 2006 debuteerde ze met de roman “Gegend”. Zij publiceerde verder nog de romans “Weber Protocol” (2009) en “36.9 °”(2015). Haar gedichtenbundel gedichten “Sommer vor den Mauern” (2011) werd in 2012 bekroond met de Peter Huchel Prijs.

Leichtes Gefieder

Vielleicht zu spät, als eine Krähe
unseren Morgen kappt. Ein Schlag.
Und ob sie fällt und ob sie weiterfliegt –
Ich frag zu laut, ob du noch Kaffee magst.
Dein Blick ist schroff, wie aus dem Tag gebrochen.
Es riecht nach Sand. Du fragst mich, ob ich wisse,
dass Krähen einmal weiß gefiedert waren.
Ich lösch die Zigarette aus, ich wünsch mich
weg von hier, ich möchte niemanden,
ich möchte höchstens einen andern sehen.
Du nennst mich: Koronis. Ich zeig zum Fenster:
Sieh doch, die Aussicht hat sich nicht verändert!
Was gehen dich die Stunden an, die du nicht kennst?
Ich will nur Mädchen sein, nicht in Arkadien leben.
Dein Nagel scharrt noch in der Asche,
doch du bist still, als wärst du fort.
Ich bin zu leicht für deine Mythen.

 

Reglose Jagd

Die Ställe hangabwärts, es heißt, den Hasen
habe ein Marder geholt, ein Fuchs, niemand
ist sicher, man lebt hier selten
des Nachts. Das Haus zu groß
für ein Haus, die Menschen zu reich,
nicht aus meiner Zeit. Dennoch gehen wir
auf die Jagd gemeinsam, durch die verwachsenen
Ränder des Familienerbes, kein Tier
knackt das Unterholz, kein Kadaver
legt seinen Geruch wie ein spukender Ahne
an die Grenze des Grundstücks. Ich glaube, alles
hält die Terrasse verborgen, niemand
folgt mir nach, wie sollten sie auch, meine Tage
liegen anderswo. Nur die Seeadler auf den Pfosten
lassen mich nicht aus dem Blick, ich fühle
ihre gefeilten Augen mir in den Nacken starren,
bis ich stürze, doch das ist unwesentlich, nur
eine kurzfristige Veränderung des alten Gebäudes.

 

 
Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)