Freya North, R. S. Thomas

De Britse schrijfster Freya North werd geboren op 21 november 1967 in Londen. Zie ook alle tags voor Freya North op dit blog.

Uit: Home Truths

`How do you say goodbye to a mountain?’

From her vantage point, Cat York looked across to the three Flatirons, to Bear Peak and Green Mountain. She gazed down the skirts of Flagstaff, patting the snow around her and settling herself in as though she was sitting on the mountain’s lap. ‘It’s like a giant, frozen wedding dress,’ she said. ‘It probably sounds daft, but for the last four years, I’ve privately thought of Flagstaff as my mountain.’ `There’s a lot of folk round here who think that way,’ Stacey said. ‘You’re allowed to. That’s the beauty of living in Boulder.’ The sun shot through, glancing off the crystal-cracked snow on the trees, the sharp, flat slabs of rust-coloured rock of the Flatirons soaring through all the danling white at their awkward angle. `When Ben and I first arrived and I was homesick and insecure, I’d walk to Chautauqua Meadow and just sit on my own. It felt like the mountains were a giant aim around my shoulders.’ Cat looked around her with nostalgic gratitude. ‘Then soon enough we met you lot, started hiking and biking the trails and suddenly the mountain showed me its other side. You could say it’s been my therapist’s couch and it’s been my playground. It’s now my most favourite place in the world.’ Stacey looked at Cat, watched her friend cup her gloved hands over her nose and mouth in a futile bid to make her nose look less red and her lips not so blue. ‘This time next week, the only peaks I’ll be seeing are Victorian rooftops,’ Cat said, ‘grimy pigeons will replace bald eagles and there’ll just be puddles in place of Wonderland Lake. Next week will be a whole new year.’ `Tell me about Clapham,’ Stacey asked, settling into their snow bunker. `Well,’ said Cat, ‘it’s a silent “h” for a start.’ They laughed. `God,’ Cat groaned, leaning forward and knocking her head against her knees, ‘I’m still not sure we’re doing the right thing — but don’t tell Ben I said so. I can’t tell you about Clapham, I don’t think I’ve ever been.’ She paused and then continued a little plaintively. `God, Stacey, I have no job, my two closest friends don’t even live in the city any more and I’m moving to an opposite side of London to where I used to live, where my sisters still live.’ `It’s exciting,’ Stacey said, ‘and if you don’t like it, you can always come back.’ She tore into a pack of Reese’s with her teeth, her chilled fingers unfit for the task. ‘And there’s some stuff that’s really to look forward to.’ Placated and sustained by the pack of peanut butter, the comfort of chocolate, Cat agreed. ‘I’ve missed my family — by the sound of it, my middle sister Fen is having a tough time at the moment. And it’s going to be a big year for Django — he’ll be seventy-five which will no doubt warrant a celebration of prodigious proportions.’ `I’d sure like to have met him,’ Stacey said and she laughed a little. ‘I remember when I first met you, I thought you were like, so exotic, because you came to Boulder with your English Rose looks and a history that Brontë couldn’t have made up. You with the mother who ran off with a cowboy, you who were raised by a crazy uncle called Django, you and your sisters brought up in the wilds of Wherever.’

 

Freya North (Londen, 21 november 1967)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 

Poste Restante

Ik wil dat je weet hoe het was,
of het kruis vergruist tot stof
onder mensenwielen of helder schijnt
als monument voor een nieuw tijdperk.

Er was een kerk en een man
diende haar, en weinigen gingen ter kerke
daar in het rauwe licht op de heuvel
in de winter, zich voortbewegend tussen de stenen,
om hen heen gevallen als ruïnes
van een cultuur waar ze te zwak voor waren
om haar te vervangen, zelf te arm
om iets anders te doen dan wachten
op het aflopen van een leven
waar ze niet om hadden gevraagd.
Dan kwam de priester
en luidde de gebarsten klok die niemand
hoorde, en betrad die plaats
van duisternis, zuur van de schimmel
van jaren. Dan rende de spin
uit de kelk, en lag de wijn
daar een tijdje, koud en ongewenst
door iedereen behalve hem, terwijl de kaarsen
flikkerden wanneer de wind
aan het dak plukte. En hij zou
over dat karige maal zijn gezicht
naar hem zien staren door het gebarsten glas
van het raam, de lippen in beweging
als van een bewoner van
een wereld daarbuiten.
En zo terug
naar de vochtige sacristie naar het boek
waarin hij zijn naam en de datum zou krassen,
die hij zich nauwelijks kon herinneren, zondag
na zondag, terwijl de plek
op zijn knieën zonk en de aarde draaide
van seizoen tot seizoen als het wiel
van een grote gieterij om jou, vriend,
voort te brengen, die zal weten wat er is gebeurd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e november ook mijn blog van 21 november 2020 en ook mijn blog van 21 november 2018 en ook mijn blog van 21 november 2015 deel 2.

The Kingdom (R. S. Thomas), Scott Cairns 

 

Bij Christus Koning

 

Christus als Koning, geschilderd op de tussenverdieping in de Heilig Kreuz Kirche in Goesdorf, Luxemburg

 

The Kingdom

It’s a long way off but inside it
there are quite different things going on;
festivals at which the poor man
is king and the consumptive is
healed; mirrors in which the blind look
at themselves and love looks at them
back; and industry is for mending
the bent bones and the minds fractured
by life. It’s a long way off, but to get
there takes no time and admission
is free, if you will purge yourself
of desire, and present yourself with
your need only and the simple offering
of your faith, green as a leaf.

 

R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)
De St John the Baptist Church in Cardiff, de geboorteplaats van R. S. Thomas

 

De Amerikaanse dichter, librettist en essayist Scott Cairns werd geboren op 19 november 1954 in Tacoma, Washington. Zie ook alle tags voor Scott Cairns op dit blog.

 

Voordracht

Hij viel toen niet, blind op een weg,
evenmin verdween zijn levenslange verlamming.
Hij hoorde geen stem, behalve de bekende,

onophoudelijk, zelfondervraging
van de pijnlijk verwarde De ketel stoomde
en floot. Een zware vrachtwagen schakelde terug

vlakbij het plein. Hij hoorde een kind roepen,
en hoorde een rouwende duif zijn eigen
doffe roep inzetten. Ondanks dat alles bleef zijn verstand

vrij nevelig. Hij ademde en sprak de woorden die hij las.
Als wat allang dood was toen tot leven kwam,
dan was die opstanding blijkbaar

metaforisch. Het wonder vond plaats
zonder vertoon. Hij hield een boek vast en terwijl hij las
vond hij precies wat hij zocht. Alleen dat.

Een leven met weinig pijn behalve één, het geluksgeschenk
van een rafelig boek, een ketel die langzaam opwarmt,
en dus tijd genoeg om het boek op te nemen

en in een kleine passage juist die wens te vinden
die hij niet hardop durfde te uiten, dat wil zeggen, totdat
hij de woorden uitsprak die hij las.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Scott Cairns (Tacoma, 19 november 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e november ook mijn blog van 19 november 2020 en ook mijn blog van 19 november 2018 en eveneens mijn blog van 19 november 2017 deel 3.

Geert van Istendael, R. S. Thomas

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Zevenmaal James Ensor

‘…Ostende, fée souveraine…’

De stad had zoute benen, zoete armen.
Toen kwam de vorst met wondere geschenken:
een stad die openkrulde als een blad,
een koningin, een zilveren oord, Oostende.

Al bouwend sloopt de stad zichzelf. Erbarmen.
Het jonge masker kan niet eens meer denken:
ooit was dit mooi. Een schilder huilde, vrat
zich op. Na hem komt, lomp en plat, ellende.

 

‘…Un piètre amoureux…’

Zij zei: hij was een armetierig minnaar.

Hij zegt: zij lokt en doodt. Zij heet Sirene.
Hij vreest haar huwbaarheid. Toch waakt hij jaren
bij haar. Nooit kruipt de waakhond op de meesteres.

Hij draagt de bloemen van de overwinnaar
als hij de kleur bevrucht. Hij is verdwenen
in verf. Die neemt hij, heftig, lang. Zo paren
de kuise schilder en de minnares.

 

…On le surnommait Pietje de Dood…

Het geraamte draagt een pak. Het schildert. Dat
kan zelfs niet op een schilderij. Want ogen
heeft een doodshoofd nooit. Met lege kassen
weet je van licht en schaduw niets. Je bent een dode.

Hij heeft zijn ogen in naakt been gevat,
verwijdert uit pupillen mededogen,
behoudt de koude aandacht. Hem verrassen
kan nooit. Dit ziende doodshoofd breekt een oude code.

 

Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 

De dood van een dichter

Op zijn zachte bed gelegd nu,
Voor de laatste keer, met een doffe blik
Door zware oogleden op de kleur van de dag,
Weduwe de lucht, wat kan hij zeggen
Dat waard is te vermelden, de boeken zijn allemaal geopend,
Pennen klaar, de gezichten, droevig,
Somber wachtend tot de vermoeide lippen
Een keer bewegen – wat kan hij zeggen?

Zijn tong worstelt om één woord te forceren
Voorbij het dikke slijm; geen toespraak, geen woorden
Voor het nieuws van de dag, alleen dat ene woord ‘sorry’;
Sorry voor de leugens, voor de lange mislukking
In de oorlog van de dichter; dat hij de voorkeur gaf aan
De gemakkelijkere ritmes van het hart
Boven het scanderen van de geest; dat hij nu sterft
Zonder testament, met niets achter te laten
Dan een paar liedjes, koud als stenen
In de dunne handen die om brood vroegen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e maart ook mijn blog van 29 maart 2020 en eveneens mijn blog van 29 maart 2019 en ook mijn blog van 29 maart 2015 deel 2.

A Poem For The Feast Of Christ The King (Pamela Cranston), R. S. Thomas, Garth Risk Hallberg

 

Bij Christus Koning

 

Tu Rex Gloriae Christe door William Earley, 1933. Glas-in-lood raam in de St. Joseph’s Church in Toomyvara, County Tipperary, Ierland

 

A Poem For The Feast Of Christ The King

See how this infant boy
lifted himself down
into his humble crèche
and laid his tender glove of skin
against splintered wood—
found refuge in a rack
of straw—home
that chilly dawn,
in sweetest silage,
those shriven stalks.

This outcast king lifted
himself high upon his savage cross,
extended the regal banner
of his bones, draping himself
upon his throne—his battered feet,
his wounded hands not fastened
there by nails but sewn
by the strictest thorn of love.

 

Pamela Cranston
De episcopale Saint Thomas Church in New York, de geboorteplaats van Pamela Cranston

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 

Het Koninkrijk

Er is nog een lange weg te gaan maar daarbinnen
zijn nogal verschillende dingen aan de hand;
festivals waar de arme man
koning is en de tbc-patiënten
genezen; spiegels waarin blinden kijken
naar zichzelf en liefde naar hen terug-
kijkt; en nijverheid er is om gekromde beenderen
en door het leven gebroken geesten
te herstellen. Er is nog een lange weg te gaan, maar om er
te komen kost geen tijd en de toegang
is gratis, als je jezelf wilt zuiveren
van verlangen, en jezelf wilt presenteren met
alleen je behoeften en het eenvoudige aanbod
van je geloof, groen als een blad.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

 

De Amerikaanse schrijver Garth Risk Hallberg werd geboren op 1 december 1978 in Louisiana en groeide op in Noord-Carolina. Zie ook alle tags voor Garth Risk Hallberg op dit blog.

Uit: Stad in brand (Vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema)

“IN NEW YORK kun je alles thuis laten bezorgen. Dat is in elk geval het principe van waaruit ik werk. Het is het midden van de zomer, het midden van het leven. lk bevind me in een verder verlaten appartement in West Sixteenth Street, waar ik zit te luisteren naar het vredige gezoem van de ijskast in de kamer hiernaast, en al bevat het ding alleen maar een half pakje boter uit de vroege Middeleeuwen dat mijn gastheren hebben achtergelaten toen ze afreisden naar de kust, ik kan binnen veertig minuten zo ongeveer alles eten wat mijn hartje zou kunnen begeren. Toen ik nog een jongeman was – een jongere man, moet ik zeggen – kon je zelfs drugs thuis laten bezorgen. Visitekaartjes met een Manhattan telefoonnummer en die verweesde woordjes bezorging aan buis erop, of, iets gebruikelijker, allerlei bullshit over therapeutische massage. Ik kan me niet voorstellen dat ik dat ooit vergeten was. Maar ja, de stad is veranderd, of de mensen willen andere dingen. De bosjes die de transacties van de hosselaars op Union Square aan het oog onttrokken zijn verdwenen, net als de telefooncellen van waaruit je je dealer kon bellen. Toen ik er gistermiddag heen wandelde om er even uit te zijn, was er een stel moderne dansers bezig in slow motion opwinding te creëren onder de opgeleefde bomen. In wijnkleurig licht zaten gezinnetjes keurig op plaids. Ik zie dat tegenwoordig overal, openbare kunstuitingen die je nauwelijks kunt onderscheiden van het openbare leven, bestippelde auto’s die over Canal Street rondcruisen, krantenkiosken die zijn versierd met linten alsof het cadeautjes zijn. Alsof je je dromen gewoon als opties in het keuzemenu van mogelijke ervaringen kunt zetten. Merkwaardig genoeg leidt dit rationaliseren van werkelijk ieder verlangen – de overdaad van deze tegenwoordig toch al zo overdadige stad – er vooral toe dat waar je werkelijk naar smacht nou net niet op straat te vinden is.
Waar ik persoonlijk naar heb gesmacht sinds ik zes weken geleden aankwam is dat mijn hoofd op een bepaalde manier zou aanvoelen. Destijds zou ik dat gevoel niet onder woorden hebben kunnen brengen, maar nu denk ik dat het zoiets is als het gevoel dat alles nog elk moment zou kunnen veranderen. Ooit was ik een ns-New Yorker, zwartrijder, vuilnissnuffelaar, iemand die bij wildvreemden in de stad binnenviel, en dat gevoel was de grondtoon van mijn bestaan. Als dat gevoel dezer dagen de kop opsteekt, is dat alleen maar bij vlagen. Maar goed, ik heb ermee ingestemd tot eind september op dit huis te passen, en hoop dat dat genoeg zal zijn. Het heeft de vorm van zo’n bouwblokjeshuis uit een primitief videospelletje: slaapkamer en zitkamer aan de voorkant, dan een eetgedeelte en de grote slaapkamer, plus de keuken die er als een staart aan is vastgeplakt.“

 

Garth Risk Hallberg (Louisiana, 1 december 1978)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e november ook mijn blog van 21 november 2020 en ook mijn blog van 21 november 2018 en ook mijn blog van 21 november 2015 deel 2.

Geert van Istendael, R. S. Thomas

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Stationsbuurt. avond

De treinen op de brug, de klok, signalen,
een spoorstation. Gestuurde regelmaat,
die mij niet baat. Ik zal de weg verliezen,
mijn wegen zijn niet recht, ik wil de straat.
Haar sporen wisselen altijd, vervagen,
een steeds weer onberekenbare raad
van steen aan schoenen.
Ramen zullen dof,
gevels lepreus en deuren verveloos zijn.
Die deur hier staat niet dicht. Ze pleegt verraad.
Het koude lokken van een lege gang,
herhaalde vragen van een kale trap.
Daarbinnen woekeren gedempt de talen.
Buiten wordt iets geroepen. Het wordt donker.
Zomer. Ik weet niet wat me te wachten staat.

 

Centrum

Lopen dus maar, de stad door. Zien wat komt,
een mengsel van vermoeidheid en verlangen.
Bij kunstlicht zijn gebouwen rijke vrienden,
de duisternis vermomt ze als despoten.
Maar zwijgen is een plicht van steen. Een mond
is ons, niet hun gegeven. En ik zwijg.
Mijn oren vullen zich met stad, mijn vel
betast de warmte. Ik loop. Toch is er wachten
in mijn hoofd. Op wat? ’s Nachts, zomers, gromt
de stad. Op wat? Ik weet het niet. Het komt.

 

Bar

Licht binnen is verlokking. Luxe dreigt.
Een stem klinkt elektronisch laag. Ze vleit.
Iets broeierigs, iets zieks waakt daar. Iemand
staat tussen flessen, lampen, duur te kijken.
Zijn pak is nacht, zijn overhemd is krijt.

Warm is het hier. Je ziet het vast tapijt.
Muziek likt giftig, lucht is gas, mijn glas
een dosis dood. De gladde binnenkant
van steden ademt onherbergzaamheid.
Ik kijk. Moet slikken. Tranen? Misselijkheid?

 

Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 

Bosbewoners

Mannen die nauwelijks aan hun houding
in de baarmoeder
zijn ontrold. Naakt. Hoofden gebogen, niet
in gebed, maar in contemplatie
over de aarde waar ze vandaan kwamen,
die hen zoogde met de bruine
melk die bot opbouwt, geen hersenen.

Wie riep hen weg om in het groene licht,
te lopen, hun gedachten
bij duisternis? Hun vrouwen,
die geen Madonna’s zijn, hebben baby’s
aan de borst met het wijze,
door de tijd geteisterde gezicht van het Christus
kind in een schilderij van een Florentijnse

meester. De krijgers bereiden met liefdevolle zorg
gif voor de Sebastiaans
van hun pijlen. Zij hebben geen
God, maar volgen de tegenstrijdigheden
van een ritueel dat zegt
dat het leven moet sterven opdat het leven
kan doorgaan. Ze dragen bloemen in hun haar.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e maart ook mijn blog van 29 maart 2020 en eveneens mijn blog van 29 maart 2019 en ook mijn blog van 29 maart 2015 deel 2.

Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll, R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

Randgebied

Ik slenter door industriële straten.
Gras vult bij wijze van natuur de gaten
in schuttingen. Onder de spoorwegbruggen
verrichten kalk en water drup voor drup
hun pegelvormig werk. Een godverlaten
baggerboot heeft bloempotten van ijzer
en vette grond voor kattestaart en lis.
Aken zijn vastgeroest in doelloos water.
Aan de overkant staat keurig nieuw bedrijf.
Japanse naam, kort gras, het mag niet baten.
De stad is warm, kapot. Gij zult niet haten.

 

Voor wie na ons komt

We lopen ruggelings de toekomst tegemoet.
Wie stilstaat, sterft. Wie omkijkt, breekt zijn nek. We wijzen
op wolfsklemmen, op slangen. In de paradijzen
die nog vergrendeld zijn voor ons komt alles goed.

We struikelen, we vallen. Knielen. Vatten moed,
we liegen vleugels aan onze hielen. We herrijzen
om zonder gids of licht het duister in te reizen
naar nevel wakend bij een berg van overvloed.

Elk pad is een vertakking van een ouder pad
en ooit loopt iedere vertakking dood.
Het zand is grijs. Kom, treuzel niet. Bekijk de kleuren,

hoor, de vogels. Zij zijn eeuwig. Als moorden,
als woorden. Mooie. Valse. Weiger trots te treuren.
Geniet. Vandaag. De toekomst heeft al vlam gevat.

 

Veebel

Schor. Aardewerk dat breekt, verbruikt, versleten.
Veel scherven na en door elkaar, een spraak
door vee gestuurd al doende. Stappen, eten.
Heuvel en berg weerkaatsen tegenspraak,
de galm, de tik behoeden voor vergeten.

Geen geit of koebeest mag verloren gaan,
door waterval of boomkruin overstemd.
Kras op het ruisen. Luister. Melk die stremt.

 
Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

De Nederlandse dichter, journalist en presentator Wim Brands werd geboren in Brummen op 29 maart 1959. Zie ook alle tags voor Wim Brands op dit blog.

Ze hangt als een lege boodschappentas

Ze hangt als een lege boodschappentas
aan mijn arm en ik bedenk me
wat er met haar
uit mijn leven verdwijnt: Buisman,
een stoof, de theemuts.
Niets houdt haar trouwens
nog warm.
Bevelend wijst ze naar de supermarkt
en vraagt me wat ik zie: ik noem
een naam.
Nee idioot, dat is de overkant
en hoe komen wij daar?
Ik wil haar nooit meer ontstemmen,
zeg me hoe.
Maak je maar klaar,
we zullen moeten zwemmen.

 

Dichterlijke vrijheid

De draaimolen staat stil
in het geelgeworden weiland

vogels en sombere heren van
stand bekijken het voorwerp

met ingehouden woede/

Is dit nu de beloofde
dichterlijke vrijheid?

aarzelend trekken ze hun
messen

 
Wim Brands (29 maart 1959 – 4 april 2016)

 

De Duitse schrijver Ernst Jünger werd geboren in Heidelberg op 29 maart 1895. Zie ook alle tags voor Ernst Jünger op dit blog.

Uit: Kriegstagebuch 1914-1918

“27. I. 15.
Heute, an Kaisers Geburtstag waren wir im Graben. Um 12 Uhr wurde geblasen und wir schrieen den Franzosen 3 Hurrahs entgegen. Dann sangen wir die erste Strophe von »Heil Dir im Siegerkranz.«

28. I. 15.
Die beiden Nächte waren sehr klar und kalt. Ich taxiere mindestens auf 5–6 unter Null. Jedenfalls viel besser als Regen. Der Kaffee fror in den Feldpullen und das Essen in den Kochgeschirren. Mein Freund, der Orion leuchtete in wundervoller, regelmäßiger Klarheit. Ein Pullchen mit Rum und eins mit Cognak taten gute Dienste. Wir gossen den Alkohol in Löffel mit feinem Zucker und hatten so einen großen Genuß.

30. I. 15.
Wir hatten heut Stellung ganz am linken Flügel unsrer Gräben. Des Nachts hatten wir Wache neben dem Feldgeschütz und unterhielten uns sehr gut mit den Artilleristen. Ich ging 3 mal zum Wasserholen nach der zerschossenen Mühle im Bachgrunde, ein unheimliches Stimmungsbild à la Böcklin. Vollmond, zerschossenes Gemäuer, ein Gewirr niedergestürzter Erlen, im Wasser ein zerfallender Kahn, das rauschende Wasser, überall tiefe Granatlöcher, ein mitelalterliches Bild der Verwüstung. Am nächsten Morgen kochten wir bei den Artilleristen Kakao, Tee und Krebssuppe.

31. I. 15.
Stellung in Graben 5a ganz vorn. Ich stand ganz allein auf Posten im Schilf und war so müde, daß ich einpennte. Als ich aufwachte (ich hatte im Stehen gedöst) war mein Gewehr weg. Seffers hatte sich ganz leise herangeschlichenund es geklaut. Zur Strafe wurde ich nur mit einem Beile bewaffnet von einem Unteroffizier vor unsre Posten geführt und mußte dort 3 Stunden stehen. Als wir hingingen, bekamen wir 2 Salven. Der Unteroffizier, der nachher den Familienvater markieren wollte, verschwand, als er das Pfeifen hörte, mir schlugen noch einige Kugeln am Kopf vorbei, eine schlug grade über mir einen Zweig von der Weide. Meinetwegen hätten sie mich auch direkt in den franz. Posten setzen können, mich ärgerte nur der gemeine Kerl, der äußerte: Wenn ihm was passiert, ist es ihm recht. Nach 2 Stunden schlichen 3 Kerls karikaturenmäßig nach vorn als Patrouille, darunter Lang und Wiesenburg. Sie gingen am Bach entlang, an einer Zuavenleiche vorbei und verschwanden. Bald darauf knallte es und dann pfiff noch eine Salve in meine Gegend. Die beiden kamen zurück, Lang war geblieben. Vor Angst schissen die beiden Feiglinge, die ihren Kameraden liegen lassen hatten, sich fast die Hose voll: Sie mußten wieder zurück, behaupteten aber, ihn nicht finden zu können, wahrscheinlich sind sie im nächsten Gebüsch liegen geblieben.“


Ernst Jünger (29 maart 1895 – 17 februari 1998)
Cover

 

De Duitse schrijver Eric Walz werd geboren op 29 maart 1966 in Königstein im Taunus. Zie ook alle tags voor Eric Walz op dit blog.

Uit: Schwule Schurken (Alexander der Große, der Besessene)

„Zu jener Zeit zeichnete sich bereits Alexanders künftige, ein wenig widersprüchliche Statur ab: schlank war er, drahtig und standfest, obwohl er den Sport oft vernachlässigte; seine Augen dagegen glänzten melancholisch und blickten gerne in den Himmel, und seine wallenden blonden Haare gaben ihm sogar etwas Androgynes. Hephaistion, der Schöne, hatte einige Züge mit ihm gemeinsam. Ein einziger Blick in seine makellos hellen Gesichtszüge genügte Alexander, um zu erkennen, dass dieser Junge immer loyal zu ihm sein würde, ja, ihn einmal mit aller Kraft lieben würde. Und Alexander wusste, dass er schon deshalb nicht anders konnte als ihn widerzulieben. Kleitos dagegen war robust, schon damals ein Athlet Seine Muskulatur begann sich auszuprägen, und seine tiefliegenden, dunklen Augen leuchteten von innerem Widerstand. Oh, Kleitos mochte Alexander, aber er unterwarf sich nicht gerne, wi-dersprach, korrigierte, und zeigte stets nur das Mindestmaß an Respekt für den Thronfolger und spöttische Verachtung für den fügsamen Hephaistion. Alexander hätte Kleitos fortschicken oder maßregeln lassen können, aber er freute sich darauf, Kleitos eines Tages zu zähmen, ihn zu besiegen und sich von ihm lieben zu lassen, und so nutzten diese beiden die letzten Jahre der Kindheit mit unschuldigem Kräftemessen, hinter dem sich bereits eine schwer kontrollierbare Leidenschaft verbarg. Philipp sah nur, dass sein Sohn sich mit Kleitos im Schwertkampf übte und im Reiten maß, und dass Hephaistion der treueste Vertraute war, den ein künftiger König sich wünschen konnte; daher nickte er diesem in unsichtbarer, verworrener Hassliebe verbundenen Trio arglos und beifällig zu, wann immer er ihm begegnete. Dieser Esel, denkt Alexander und hustet vor Belustigung und Aufregung. Konnte Philipp diese nur schlecht verborgenen Be-ziehungen der heranwachsenden Knaben nicht durchschauen?“


Eric Walz (Königstein im Taunus, 29 maart 1966)
Jared Leto als Hephaistion en Colin Farrell als Alexander in de film “Alexander” uit 2004

 

De Duitse schrijver Georg Klein werd geboren op 29 maart 1953 in Augsburg. Zie ook alle tags voor Georg Klein op dit blog.

Uit: Miakro

“Es war ein fremder Wind. Die fünfte Nacht in Folge holte ihn dieses Wehen, als strichen ihm kühle Fingerspitzen über Wangen, Stirn und Lider, aus traumlos blindem Schlummer in die Finsternis seiner Koje. Nettler richtete sich auf. Seine Linke stach durch die weichen Stränge seines Schlafnetzes, die Rechte stemmte sich an die hornig festen Deckenrippen. Er fühlte sich mehr als bloß wach. Denn mit einer Gewalt, die ihm jenseits der letzten Nächte unbekannt gewesen war, hatte seine Vorstellung erneut damit begonnen, über Geschautes, über in vielen Jahren Glasarbeit Gesehenes, hinwegzujagen. Alles, was unter seinen Händen, mehr oder minder tief, mehr oder minder günstig übereinandergeschichtet, durch das weiche Glas geglitten war, schien nun in diesem Strom enthalten. Nichts hatte an Glanz, Transparenz oder Schärfe eingebüßt. Aber unabhängig davon, wie prächtig in den zurückliegenden Nächten eine Fülle bekannter Bilder aufgeflammt war, wie leuchtend sich nun erneut Bild über Bild schob, der frische Binnenwind, der Nettler hierbei ins Gesicht blies, duldete kein Verharren, das zur Besinnung eingeladen hätte, sondern nötigte das Auferstandene zur Eile. Und während es gleichmäßig schnell, ohne trödeliges Langsamerwerden, ohne Stocken und ruckartiges Beschleunigen heranrückte, dahinfloss und verschwand, erwarb es sich, befreit von den eigenwüchsigen Widrigkeiten des weichen Glases, eine neue Vertrautheit. Erst derart flugs und stetig geworden, schien Nettler das Erkannte wirklich alt und vollends gewesen. Gleichzeitig spürte er, dass draußen vor seiner Ruhenische, unter der hohen, nächtlich dunklen Kuppel des Mittleren Büros, dessen Leiter er war, Unbekanntes bevorstand. Etwas Ungesehenes wollte Gestalt annehmen. Und die von rechts nach links flottierende Buntheit, der wärmeraubende Luftstrom auf seinem Gesicht und das lauernde Grau des Kommenden schwangen in ihm zu einem unsinnig lustigen Dreiklang zusammen. Als Nettler den Kopf aus seiner Koje in die laue Luft des Büros hinausschob, war dort draußen, in dessen weitem Rund, über den vielen in den allnächtlichen Ruhemodus gefallenen Tischen, nicht die geringste Luftbewegung zu spüren. Auch die Erscheinungen erloschen im Nu, allein seine Anspannung dauerte fort und suchte nach irgendeinem Hinweis. Wie immer gegen Winterende war das Band der Wandbeleuchtung schmal geworden und weit nach unten gesunken. Die magere blaue Linie verlief gerade mal handhoch über dem Boden und verdickte sich nur noch an wenigen Stellen zu pulsierenden, vor- und zurückzuckenden Knoten. Das Licht, das sie abstrahlten, reichte hin, einen bescheidenen Streifen bleiche Wand zu erhellen, war aber nicht mehr stark genug, um eines der Arbeitsrechtecke einen Schatten werfen zu lassen.“


Georg Klein (Augsburg, 29 maart 1953)

 

De Duits-Franse dichter en schrijver Yvan Goll (eig. Isaac Lang) werd geboren in Saint-Dié-des-Vosges op 29 maart 1891. Zie ook alle tags voor Yvan Goll op dit blog.

Death-chemistry

In the alembic of the dream
You turn yellow red yellow
Fever blossom
And belladonna of anxiety
On the slopes of darkness

Blood’s night-chemistry
Reeling puss-cup
Dewy with tears
That drain her worn-out sleep

Breathe slowly you sick ones
At the wounded wall
Birds from ashes settle themselves on your hands
On your fragile fingers
The last day crumbles

Hours
Stern queens of an afternoon
Anointed with gold
How you laugh at me
Shame me with palms
Your son

What sorrow if I don’t drag you from your wagon
down into my nettles
Your eyes your wheels
Rattle me in dark dust
Hours
Worn-out wanderers near evening

 

Your body was a tree

Your body was a tree
Giant father earth
Your visage of bearded moss
Father of animals, father of winds
And your eyes with the heraldic power of fruits
That people shake in human autumn

Your grave was built by birds
Giant father of heaven
I made a nest in the ivy stock
A soft nest of field mist and dream grass
Small father of the laughter of larks

From your soul grew
The cradle of a poem

 

Vertaald door Donald Wellman


Yvan Goll (29 maart 1891 – 27 februari 1950)
Cover

 

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

The Absence

It is this great absence
that is like a presence, that compels
me to address it without hope
of a reply. It is a room I enter

from which someone has just
gone, the vestibule for the arrival
of one who has not yet come.
I modernise the anachronism

of my language, but he is no more here
than before. Genes and molecules
have no more power to call
him up than the incense of the Hebrews

at their altars. My equations fail
as my words do. What resources have I
other than the emptiness without him of my whole
being, a vacuum he may not abhor?

 

A Marriage

We met
under a shower
of bird-notes.
Fifty years passed,
love’s moment
in a world in
servitude to time.
She was young;
I kissed with my eyes
closed and opened
them on her wrinkles.
`Come,’ said death,
choosing her as his
partner for
the last dance, And she,
who in life
had done everything
with a bird’s grace,
opened her bill now
for the shedding
of one sigh no
heavier than a feather.

 
R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)
Cover biografie

 

De Canadese dichter, schrijver en vertaler Jacques Brault werd geboren op 29 maart 1933 in Montreal. Zie ook alle tags voor Jacques Brault op dit blog.

Suite fraternelle (Fragment)

Nous
    les bâtards sans nom
    les déracinés d’aucune terre
    les boutonneux sans âge
    les demi-révoltés confortables
    les clochards nantis
    les tapettes de la grande tuerie
    les entretenus de la Saint-Jean-Baptiste

Gilles mon frère cadet par la mort ô Gilles dont le sang épouse
    la poussière

Suaires et sueurs nous sommes délavés de grésil et de peur
La petitesse nous habille de gourmandises flottantes

Nous
    les croisés criards du Nord
nous qui râlons de fièvre blanche sous la tente de la Transfiguration
nos amours ombreuses ne font jamais que des orphelins
nous sommes dans nos corps comme dans un hôtel
nous murmurons une laurentie pleine de cormorans châtrés
nous léchons les silences d’une papille rêche
et les bottes du remords

Nous
les seuls nègres aux belles certitudes blanches
     ô caravelles et grands appareillages des enfants-messies
nous les sauvages cravatés
nous attendons trois siècles pêle-mêle
                       la revanche de l’histoire
                       la fée de l’occident
                       la fonte des glaciers

Je n’oublie pas Gilles et j’ai encore dans mes mots la cassure
    par où tu coulas un jour de fleurs et de ferraille

 
Jacques Brault (Montreal, 29 maart 1933)
Cover

 

De Engelse schrijver en schilder Maurice Denton Welch werd geboren op 29 maart 1915 in Sjanghai. Zie ook alle tags voor Denton Welch op dit blog.

Uit: Good Night, Beloved Comrade: The Letters of Denton Welch to Eric Oliver

“Monday Jan 10th 1944
My dear Eric,
Thank you so much for nice letter. Yes, do come over, either on Sunday 23rd or this coming Sunday, whichever suits you best. I shall so look forward to seeing you. I thought my last letter rather preposterous and almost decided not to send it, then I thought as an antidote to the Christmas one which (although you may not remember) you told me at the time was chilly, indefinite, and altogether vague and unsatisfactory; I don’t seem to be able to strike the happy medium, do I! For heaven’s sake, if you haven’t already torn the last letter up, bring it with you when you come over. I will keep it here, if you want it preserved. I hate to think of your inquisi-tive landlady going thro’ your pockets and cackling at my extravagances! and I won’t have it, so please remember what I say!7 I have been thoroughly enjoying the book you lent me. I read it all in one day or two. Very sound I think, but not much solution offered for general difficult problems. I shall be going up to London soon to see another doctor about myself, but I think that very little can really be done about these high temperature attacks. I must simply lead a very quiet life, then they are less frequent.’ Come to lunch about t o’clock if you can, otherwise I’ll expect you in the early afternoon.
Love D.

Sunday, January t6th, 1944
My dear Eric,
Thank you so much for sending the book, for your letters, and for doing what I asked you so punctually. I will keep them here for you, if you should ever want to lay your hands on them again. I have found an excellent place for them. I wonder if you had a nice time with your mother this weekend; or whether it was hell; or whether it all fell thro’ at the last moment as it did the last time. 9 I have just been here quietly writing a new book.10 Yester-day Rosemary appeared with her mother. She was rather self-conscious and hardly dared mention your name. This amused me. I think she thought I’d be thoroughly annoyed and put out.” Do you still work at Mereworth or have you moved on somewhere else?12 I was over there the other evening. I bicycled, and went and walked about the churchyard in the moonlight. It is lonely there except for all those wretched bombers circling overhead and those peculiar lights which flash from the hillside.13 I have your book here for you when you come over. Come as early as you can won’t you, then there’s no rush. Marvellous about not going into the pub this year! You really seem able to do what you say you’ll do, when you make up your mind. Next Sunday it will be exactly a month since we’ve met, as you ar-ranged! Looking forward to seeing you. To lunch 1 o’clock if you can manage it.
Much love D.”


Denton Welch (29 maart 1915 – 30 december 1948)
Harvest door Denton Welch, ca. 1940

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e maart ook mijn blog van 29 maart 2015 deel 2.

Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll, R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

Brievenweger

Jij kunt niets anders dan geheimen wegen,
één per keer, verzegeld in papier.
De benen open, even. Overwegen.
De prijs bepalen. Dun, metalig dier,
wie meet exacter, wie heeft meer verzwegen?

Jij weet van niets. Jij bent getal van alles.
Een kleine sprong en het gewicht kan gaan.
Jij wacht, onaangedaan, op nieuw bericht.

 

Rachida

De was is stijf bevrozen.
’t Is zeker weer min tien.
‘k Moet zien da’k er geen stukken afbreek.
Da’s hier zijn schoonste hemd.
Ik was er nog zo fier op
toen ik het gekocht heb in de solden.
Min zeventig procent, ’t is gene prijs,
dan kan ‘ne mens
zich een folieke permitteren.
Amai, het is hier koud,
koud in dat windgat hier.

Die handdoeken,
dat zijn juist plankskes.
Maar droog, dat wel,
de zon staat er vlak op.
in de zomer
hangt uwe was nog niet goed op of
ge kunt de lakens er al af pakken.
Ze zijn dan nog niet helegans droog,
maar ‘k heb dat feitelijk liever,
zo’n beetje vochtig,
dat strijkt veel beter.
Vooruit, Rachida,
een beetje rapper, maske,
ge krijgt hier anders nog
een dubbel fleurus seffens.

 

Wie schrijft vergeet

Dit zal ik van de steden ’s zomers leren.
Op lanen stoeten auto’s in de zon
en, met dik potlood ver geschetst,
flanerend, opgetogen, meisjes, heren.

Wat willen steden ’s zomers aan mij kwijt?
Van zenuwknoop tot zenuwknoop verdwalen
en telkens het verschil: lijdzame straten,
terrassen, schelle pleinen, vuiligheid.

Maar tussen wat daar is en mij staat glas. Ik weet
dat wat ik zie, ruik, hoor, hermetisch is.
Een stad blijft onvoltooid. Op dit papier
staat orde, dus bedrog. Wie schrijft vergeet.

 
Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

Lees verder “Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll, R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch”

Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll, R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

Klokje boven de keukendeur

Je halswervels draaien, een fractie van een seconde
zoeken, je ogen vinden de wijzerplaat,
rond en wit, blauw de cijfers, de rand. Het is toch een wonder,
dat email, geërfd, afgesopt, al negentig jaar,
en heel die tijd heeft geen enkele kras het geschonden.

Hoeveel keer per dag kijk ik op, keek een voormoeder op
naar de zwarte wijzers daarboven? Aardappels koken,
gebraad in de oven. Wij hebben exactheid geroken.

 

Dit is het sprookje van de beuk

Dit is het sprookje van de beuk,
de kathedralenbouwer, de vertrouwde,
dit is het sprookje van een oeroud woud,
van kolenbranders, stropers
en jachtstoeten en hoorns.
Koopman van stères en aristocraat,
zij beiden schiepen schoonheid,
zij richtten zuilen op die wolken torsen,
wijnrood de toppen, schouders onder lucht,
zij dwongen zonnestralen
in schuine, fonkelende banen naar
de zure grond,
Verlichting,
rationaliteit uit een ver Oostenrijk
aan bijziend Brabant klaarziend opgedrongen.
Beuk, collectieve reus,
vermenigvuldiging van verticalen,
beuk, heer van Zoniën,
tweehonderd jaar nu al,
grijs, ongeschubd, sacraal,
vervallen edelman,
aftandse kardinaal,
één storm,
het halve bos ligt kaal.

 

Rode bloempot

Wat eerst was. Klei, brein, water. Wiel, hand, brand.
Wat, steeds herhaald, gestapeld wacht in hokken.
Een conisch lijf, rond bodemgat, de rand.
Wat steeds verschilt. Mosgroen, kalkwit, de korsten,
geëtst door anonieme meesterhand.

Hij draagt de schunnigste, de reinste planten,
hij wordt met eigen grondstof volgestort,
hij is wat duldt. Wat breekt maar nooit verdort.

 
Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

Lees verder “Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll, R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch”

R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch, Marcel Aymé, R. Dobru, Jenő Rejtő, Johann Musäus

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

Album

My father is dead.
I who am look at him
who is not, as once he
went looking for me
in the woman who was.

There are pictures
of the two of them, no
need of a third, hand
in hand, hearts willing
to be one but not three.

What does it mean
life? I am here I am
there. Look! Suddenly
the young tool in their hands
for hurting one another.

And the camera says:
Smile; there is no wound
time gives that is not bandaged
by time. And so they do the
three of them at me who weep.

 

An Old Man

Looking upon this tree with its quaint pretension
Of holding the earth, a leveret, in its claws,
Or marking the texture of its living bark,
A grey sea wrinkled by the winds of years,
I understand whence this man’s body comes,
In veins and fibres, the bare boughs of bone,
The trellised thicket, where the heart, that robin,
Greets with a song the seasons of the blood.

But where in meadow or mountain shall I match
The individual accent of the speech
That is the ear’s familiar? To what sun attribute
The honeyed warmness of his smile?
To which of the deciduous brood is german
The angel peeping from the latticed eye?

 
R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

Lees verder “R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch, Marcel Aymé, R. Dobru, Jenő Rejtő, Johann Musäus”

R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch, Marcel Aymé, R. Dobru, Jenő Rejtő, Johann Musäus

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 A Blackbird Singing

It seems wrong that out of this bird,
Black, bold, a suggestion of dark
Places about it, there yet should come
Such rich music, as though the notes’
Ore were changed to a rare metal
At one touch of that bright bill.

You have heard it often, alone at your desk
In a green April, your mind drawn
Away from its work by sweet disturbance
Of the mild evening outside your room.

A slow singer, but loading each phrase
With history’s overtones, love, joy
And grief learned by his dark tribe
In other orchards and passed on
Instinctively as they are now,
But fresh always with new tears.

 

A Welshman to any Tourist

We’ve nothing vast to offer you, no deserts
Except the waste of thought
Forming from mind erosion;
No canyons where the pterodactyl’s wing
Falls like a shadow.
the hills are fine, of course,
Bearded with water to suggest age
And pocked with cavarns,
One being Arthur’s dormitory;
He and his knights are the bright ore
That seams our history,
But shame has kept them late in bed.

 
R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

Lees verder “R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch, Marcel Aymé, R. Dobru, Jenő Rejtő, Johann Musäus”