Ivan Krylov, Eleanor Farjeon, Ricardo Güiraldes, Antonia Pozzi, Friedrich Adler

De Russische dichter en schrijver Ivan Andrejevitsj Krylov werd geboren op 13 februari 1769 in Moskou. Zie ook alle tags voor Ivan Krylov op dit blog.

 

Swan, Pike And Crawfish

When partners can’t agree
Their dealings come to naught
And trouble is their labor’s only fruit.
____________

Once Crawfish, Swan and Pike
Set out to pull a loaded cart,
And all together settled in the traces;
They pulled with all their might, but still the cart refused to budge!
The load it seemed was not too much for them:
Yet Crawfish scrambled backwards,
Swan strained up skywards, Pike pulled toward the sea.
Who’s guilty here and who is right is
not for us to say-
But anyway the cart’s still there today.

 

 
Ivan Krylov (13 februari 1769 – 21 november 1844)
Op een Russische postzegel

Lees verder “Ivan Krylov, Eleanor Farjeon, Ricardo Güiraldes, Antonia Pozzi, Friedrich Adler”

Eleanor Farjeon, Ricardo Güiraldes, Antonia Pozzi, Friedrich Adler

De Engelse dichteres en schrijfster Eleanor Farjeon werd geboren op 13 februari 1881 in Londen. Zie ook alle tags voor Eeleanor Farjeonop dit blog.

 

It was long ago


I’ll tell you, shall I, something I remember?
Something that still means a great deal to me.
It was long ago.

A dusty road in summer I remember,
A mountain, and an old house, and a tree
That stood, you know,

Behind the house. An old woman I remember
In a red shawl with a grey cat on her knee
Humming under a tree.

She seemed the oldest thing I can remember.
But then perhaps I was not more than three.
It was long ago.

I dragged on the dusty road, and I remember
How the old woman looked over the fence at me
And seemed to know

How it felt to be three, and called out, I remember
“Do you like bilberries and cream for tea?”
I went under the tree.

And while she hummed, and the cat purred, I remember
How she filled a saucer with berries and cream for me
So long ago.

Such berries and such cream as I remember
I never had seen before, and never see
Today, you know.

And that is almost all I can remember,
The house, the mountain, the gray cat on her knee,
Her red shawl, and the tree,

And the taste of the berries, the feel of the sun I remember,
And the smell of everything that used to be
So long ago,

Till the heat on the road outside again I remember
And how the long dusty road seemed to have for me
No end, you know.

That is the farthest thing I can remember.
It won’t mean much to you. It does to me.
Then I grew up, you see.

 


Eleanor Farjeon (13 februari 1881 – 5 juni 1965)

Lees verder “Eleanor Farjeon, Ricardo Güiraldes, Antonia Pozzi, Friedrich Adler”

Eleanor Farjeon, Ricardo Güiraldes, Antonia Pozzi, Friedrich Adler

De Engelse dichteres en schrijfster Eleanor Farjeon werd geboren op 13 februari 1881 in Londen. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en ook mijn blog van 13 februari 2009 en ook mijn blog van 13 februari 2010.

  

A Kitten

 

He’s nothing much but fur
And two round eyes of blue,
He has a giant purr
And a midget mew.

 

He darts and pats the air,
He starts and cocks his ear,
When there is nothing there
For him to see and hear.

 

He runs around in rings,
But why we cannot tell;
With sideways leaps he springs
At things invisible –

 

Then half-way through a leap
His startled eyeballs close,
And he drops off to sleep With one paw on his nose.

 

 

Eleanor Farjeon (13 februari 1881 – 5 juni 1965)

 

 

Lees verder “Eleanor Farjeon, Ricardo Güiraldes, Antonia Pozzi, Friedrich Adler”

Eleanor Farjeon, Ricardo Güiraldes, Antonia Pozzi, Friedrich Adler

De Engelse dichteres en schrijfster Eleanor Farjeon werd geboren op 13 februari 1881 in Londen. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en en  ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

Easter Monday

 

In the last letter that I had from France

You thanked me for the silver Easter egg

Which I had hidden in the box of apples

You like to munch beyond all other fruit.

You found the egg the Monday before Easter,

And said. ‘I will praise Easter Monday now –

It was such a lovely morning’. Then you spoke

Of the coming battle and said, ‘This is the eve.

‘Good-bye. And may I have a letter soon’.

 

That Easter Monday was a day for praise,

It was such a lovely morning. In our garden

We sowed our earliest seeds, and in the orchard

The apple-bud was ripe. It was the eve,

There are three letters that you will not get. 

 

eleanor-farjeon

Eleanor Farjeon (13 februari 1881 – 5 juni 1965)

 

De Argentijnse schrijver Ricardo Güiraldes werd geboren op 13 februari 1886 in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

Uit: Inleiding tot Don Segundo Sombra (J. Slauerhoff, die het werk vertaalde)

 

„De pampa’s in hun oneindigheid, vaak ook golvend en steeds van kleur verschietend, hebben maar één equivalent op aarde, maar niet op de vaste: dat is de oceaan, die ook geen grenzen kent.

Zoo is het dan ook geen toeval, dat er maar één boek bestaat, dat met ‘Don Segundo Sombra’ vergeleken kan worden, en dat is: ‘Moby Dick’, het epos van de walvischvangst.

Evenals daarin: èn de eenzaamheid van de groote Oceaan, èn de onderdeelen van de techniek over de jacht op dit ontzaggelijkst waterwild, vormen een sterksmakende verbinding, waarvan alleen de sterken de dronkenschap kunnen beproeven.

Zoo zijn in ‘Don Segundo Sombra’ de eenzaamheid van de pampa’s èn de vakkundige bijzonderheden van het veehoudersbedrijf ineengesmolten.

De jacht op een walvisch, en een ‘rodeo’: de beschrijving van het ongelooflijk feit dat een twintigtal ruiters zesduizend stuks wild vee uit alle hemelstreken bijeendrijven en vormen tot een kudde, een willooze massa, die gehoorzaamt aan hun wil en gedwee de richting ingaat, die hun paarden aangeven, hetzij de slachtplaats, hetzij de weide of ’t moeras, staan mijns inziens gelijk.

Daarnaast is de walvischjacht een misschien gevaarlijker, maar zeker niet imposanter avontuur.

Men beweert, dat tegenwoordig zou bestaan een weerzin tegen de cultuur, een verlangen naar terugkeer tot primitieve toestanden.

De roep van Rousseau: terug naar de natuur zou weer worden gehoord, met nòg meer klem dan in de 18de eeuw.

Ik heb er niet veel van gemerkt. Men ziet gaarne eilanden in de Zuidzee, hooglanden van Pamir en oerwouden; maar dan in de bioscoop.

De cultuurvliedenden kunnen zich beter laven aan ‘Don Segundo Sombra’. De pampa’s zijn ongerept als het paradijs, ja, als het paradijs vóór Eva’s komst.

Want liever dan een rib vrouwengestalte te zien aannemen, hoe verleidelijk ook, heeft de gaucho, – te zeer geradbraakt door de rit op zijn zadel om erotiek te kunnen apprecieeren, – wanneer hij ’s avonds zit bij het vuur, waarboven aan een ossehoorn de ketel hangt waarin het water voor de maté kookt, de rib van een rund, welks sterk smakend vleesch straks zijn eenig avondmaal zal zijn.“

 

Güiraldes

Ricardo Güiraldes (13 februari 1886 – 8 oktober 1927)
Zelfportret, 1922

 

De Italiaanse dichteres Antonia Pozzi werd geboren op 13 februari 1912 in Milaan. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en  ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

November

 

And so—if it happens that I go—

something of me

will remain

in this world—

a slight trace of silence

amidst the voices—

a frail breath of white

in the heart of blue.

 

And one evening in November

a slender little girl

on a street corner

will sell many chrysanthemums,

and the stars will be there,

frozen, green, remote.

 

Someone will cry,

somewhere—somewhere—

someone will look for chrysanthemums

for me

in this world

when, with no return, it happens that

I have to go.

 

Vertaald door Nick Benson

 

antonia-pozzi

Antonia Pozzi (13 februari 1912 – 3 december 1938)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, vertaler en jurist Friedrich Adler werd geboren op 13 februari 1857 in Amschelberg. Zie ook mijn blog van 13 februari 2009.

  

Ade!

 

Ade! Du schreitest zum Altare,

Zu schließen froh das frohe Band,

Und ich, vertraut dir manche Jahre,

Seh’ stumm sich fügen Hand in Hand

Aus meinen Lippen weicht das Blut,

Im Herzen zuckt empor das Weh, –

Sei still da drin … Es ist so gut –

Ade!

 

Es ist so gut. Ob auch mein Streben

Sich nur um deinen Beifall hob,

Ob, was die Muse eingegeben,

Für dein Ohr ich zu Liedern wob.

Das Leben braucht der festen Hand,

Der Weg, den ich, der Träumer geh’,

Trägt Unkraut nur und Flittertand, –

Ade!


Umdunkelt ist mein Weg. Doch deinen

Umfließe hell der Sonne Licht:

Und keine Stunde soll erscheinen,

Da dir das Wort, die Hoffnung bricht.

Die Eintracht kröne deinen Bund,

Und ich, der still im Schatten steh’,

Ich seg’ne dich mit zitterndem Mund …

Ade!

 

Adler_Amschelberg

Friedrich Adler (13 februari 1857 – 2 februari 1938)
Bartholomeuskerk in Amschelberg (Kosova Hora)

Honderd jaar M. Vasalis, Jan Arends, Irene Dische, Friedrich Christian Delius, Urs Faes, Katja Lange-Müller, Faiz Ahmed Faiz, Ricardo Güiraldes

Honderd jaar M. Vasalis

De Nederlandse dichteres en psychiater M. Vasalis werd geboren in Den Haag op 13 februari 1909. Dat is vandaag dus precies honderd jaar geleden. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en ook mijn blog van 13 februari 2008.

Zachter

Het strand is wel mijn vaderland,
de zee synchroniseert nog monotoon
stromen van tegenstrijdigheden.
Toch droom ik soms, dat er een hoge boom
zou staan waaronder ik mij neer kon leggen,
een boom, die breed geloverd in terrassen
van takken vogels bergen zou.
Vogels, die zingen een voor een,
niet tegelijk, en luistrend naar elkaar.
Soms droom ik dat: wanneer ik bang
ben voor de nimmer bange meeuwen
die vrij zijn, maar nooit blij
en die niet zingen, maar òf zwijgen
òf schreeuwen.

 

Aan een boom in het Vondelpark

Er is een boom geveld met lange groene lokken.
Hij zuchtte ruisend als een kind
terwijl hij viel, nog vol van zomerwind.
Ik heb de kar gezien, die hem heeft weggetrokken.

O, als een jonge man, als Hector aan de zegewagen,
met slepend haar en met de geur van jeugd
stromende uit zijn schone wonden,
het jonge hoofd nog ongeschonden,
De trotse romp nog onverslagen.

 

De Dood

De dood wees mij op kleine, interessante dingen:
dit is een spijker – zei de Dood – en dit is een touw
Ik zie hem aan, een kind. Hij is mijn meester
omdat ik hem bewonder en vertrouw,
de Dood

Hij wees mij alles: dranken, pillen,
pistolen, gaskraan, steile daken,
een bad, een scheermes, een wit laken
‘zomaar’ – voor als ik eens zou willen
de dood.

En voor hij ging, gaf hij me nog een klein portretje…
‘Ik weet niet, of je ’t al vergeten was,
het komt misschien nog wel te pas
voor als je eens niet meer zou willen
sterven,
maar wat let je?’
zei de Dood.

Vasalis

M. Vasalis (13 februari 1909 – 6 oktober 1998)

 

De Nederlandse schrijver en dichter Jan Arends werd geboren op 13 februari 1925 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en ook mijn blog van 13 februari 2008.

 

 

Ik zie het weer

Ik zie het weer
Ik zie de bloemen
in de goot weer bloeien.
Ik zie mezelf
weer te schande gemaakt
door de drank.

Ik zie de deur
weer opengaan
ik hoor de sleutel omdraaien
en ik weet
en ik weet
en ik weet het al zo lang
maar ik was het weer vergeten.

En ik houd van bloemen
en van de zusters
en van het gesticht. 

arends

Jan Arends (13 februari 1925 – 21 januari 1974)

 

De Duits-Amerikaanse schrijfster Irene Dische werd op 13 februari 1952 in New York geboren. Als zeventienjarige begon zij in 1969 een reis rond de wereld, werkte een tijdje in Oost-Afrika en studeerde vervolgens in Harvard. In 1977 vestigde zij zich in Berlijn. Zij debuteerde in 1989 met de succesvolle verhalenbundel Fromme Lügen. Er volgden o.a. “Der Doktor braucht ein Heim” (1990), “Ein fremdes Gefühl” (1993) und “Zwischen zwei Scheiben Glück” (1997).

Uit: Lieben (Romeo und Julia, 2006)

Niemand hinderte Romeo und Julia am Heiraten. Im Gegenteil, alle freuten sich. Romeo war schon achtundzwanzig und Julia achtzehn. In Romeos Frankfurter Wohnung wurde mit den Verwandten, die aus Nürnberg und Teheran angereist waren, ausgelassen gefeiert, dann folgten die Hochzeitsnacht und noch ei ni ge Nächte mehr. Romeo und Julia waren zufrieden mit dem Lauf der Welt. Nur die Augenblicke, in denen sie getrennt waren, missfi elen ihnen sehr. Wenn Julia nicht in Reichweite

war, wurde Romeo von Visionen heimgesucht. Er sah Julia vor sich, ein zierliches Mädchen mit schwerem, schwarz schimmerndem Haar, »wie Lava« (Romeo), und seine Hände halluzinierten, wie sich ihre Haut anfühlte, diese »scheinbar kühle, aber immer warme Haut« (noch einmal Romeo), und in jedem Winkel der Erinnerung suchten seine Augen nach den ihren – diesen braunen Augen, die ihrem noch jugendlich runden Gesicht seinen Schwerpunkt gaben und aus ihr das »schönste Mädchen in der Familie« machten (so die übereinstimmende Meinung der Familie). Wenn er nicht mit ihr sprechen konnte, unterhielt er sich im Kopf mit ihr, und dort antwortete sie immer.

Julia war weniger romantisch, pragmatischer. Wenn sie nicht mit Romeo zusammen war, betrachtete sie das Hochzeitsfoto. In dem Augenblick, als es entstanden war, hatten sie noch ein bisschen Angst gehabt, einander zu umarmen, aber man sah schon, wie vollkommen sie zueinanderpassten.

Obwohl Romeo »so groß« war (Julia), fast eins fünfundsiebzig, volle fünfzehn Zentimeter größer als seine Frau, war er schlank und geschmeidig. Majestätisch »wie Seidenfächer« (Julia) klappten seine langen Wimpern vor den scheu dreinblickenden braunen Augen auf und nieder. Sie machte ihm Komplimente, weil er nicht in Testosteron ertrank wie die meisten anderen Jungen.“

 

irenedische

Irene Dische (New York,  13 februari 1952)

 

De Duitse schrijver Friedrich Christian Delius werd geboren in Rome op 13 februari 1943. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en ook mijn blog van 13 februari 2008.

 

Uit: Bildnis der Mutter als junge Frau

 

„in der Mitte des fünfstöckigen Gebäudes, ein von evangelischen Schwestern aus Deutschland betriebenes Krankenhaus und Altersheim mit einigen Gastzimmern, von denen sie eins bewohnte, bis zur Niederkunft zusammen mit Ilse, danach war ihr eins allein für sich und das Kleine im vierten Stock versprochen,

in diesem Haus unter der Obhut der Kai sers werther Diakonissen hatte sie alles, was sie brauchte und was sie mit geringem Geld bezahlte, einen Arzt und Geburtshelfer, eine Hebamme, Schwestern, regelmäßiges Essen, ein Bett, einen Stuhl, einen kleinen Tisch, eine Schublade für die Briefe aus Afrika, eine Schrankhälfte, einen winzigen Spiegel im Badezimmer drei Türen weiter,

eine Andacht jeden Morgen vor dem Frühstück, eine Terrasse auf dem Dach in einer Stadt, in der trotz der häufi gen Alarme keine Bomben fielen und wo der Winter eine nebensächliche, überwiegend sonnige und warme Angelegenheit war,

und die Hand aufs Treppengeländer legte, hier war sie umgeben und umsorgt von zehn Frauen in dunkelblauer Tracht und weißen Hauben mit Rüschenrand und hoffmannsgestärkten Schleifen unter dem Kinn, eine leitete die Küche, eine die Wäscherei, eine die Bügelstube, eine die Krankenpflege, eine die Verwaltung, und die prachtvollste von ihnen, Schwester Else, leitete das ganze Diakonissenheim, und sie alle widmeten sich den Kranken, den Müttern mit den Säuglingen

auf der Entbindungsstation und den Gästen, hier fühlte sie sich aufgehoben und konnte für all das nur unendlich dankbar sein.”

 

Delius

Friedrich Christian Delius (Rome, 13 februari 1943)

 

De Zwitserse schrijver Urs Faes werd geboren op 13 februari 1947 in Aarau. Hij volgde een opleiding tot onderwijzer en studeerde daarna Germanistiek, filosofie en ethnologie in Zürich. Zijn eerste teksten verschenen in 1970 in kranten en tijdschriften. In 1975 debuteerde hij met de dichtbundel Eine Kerbe im Mittag. Faes is voora; bekend als romanschrijver, maar schrijft ook verhalen, hoorspelen en theaterstukken.

 

Uit: Sommerwende

 

Melzer blickte in die anbrechende Dämmerung hinaus, in die vom Herbstwind zerrauften Bäume und Sträucher; hoch ragte der Kamin der stillgelegten Fabrik in den bläulich verschwimmenden Horizont hinaus, wo das hügelige Land abflachte, in die Ebene des Tales sich ergoss. Ein kühler Wind strich um die Häuser, wirbelte Laub auf, kräuselte die hellen Pfützen in den Gartenwegen. Im nahen Fluss stand das Wasser noch immer hoch, war schmutzig braun und führte Äste und Laub mit sich. Dämmriges Grau über dem Tal, dessen bewaldete Hügel sich als schwarze Linien in der Ferne kreuzten. Mutter, in einem Nachbardorf aufgewachsen, hatte das Tal kaum je verlassen. Man schlägt Wurzeln, wo man aufgewachsen ist und seine Toten hat, sagte sie . Wie schon in der Stadt hingen auch hier im Quartier überall Wahlplakate für die Parlamentswahlen; viel von Grün und Umwelt in den Parolen, aber auch vom Kampf gegen Überfremdung und Asylantenströme: “Bewahrt die Eigenart des Landes”. Melzer folgte mit den Augen dem Weg, der hinaus in d
ie Felder und zum Fluss führte, vorbei an den langen Reihen der Hasel- und Holunderbüsche; und weit draussen das Gehöft des Saumhofbauern, dem er als Kind bei der Heuernte geholfen hatte und beim Rübenschneiden im Herbst. Vieles hat sich geändert im Dorf. In der Landschaft der Kindheit. Vom Kirchturm schlug es sechs. Die Schläge waren ihm schon immer lang und schleppend vorgekommen. Melzer wandte sich vom Fenster ab. Still lag Mutters Gesicht im Kissen.“

 

Faes

Urs Faes (Aarau,13 februari 1947)

 

De Duitse schrijfster Katja Lange-Müller werd geboren op 13 februari 1951 in Berlijn-Lichtenberg. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en ook mijn blog van 13 februari 2008.

 

Uit: Zwischen den Polen

 

„Beim Schlangestehen vor einem Kiosk am Rande der Krakauer Altstadt hatte ein älterer, etwas betrunkener, aber wohl mit Menschenkenntnis gesegneter Herr in meiner Sprache das Wort an mich gerichtet. Ob mir Krakau gefalle, fragte er. „Ja“, sagte ich. Ob ich Durst hätte. „Großen Durst“, antwortete ich. Der Blick des Herrn streifte meine linke Faust, die ein paar kleinere Zloty-Scheine knetete; „gut“, meinte er, „dann küss Kuballa“. Natürlich dachte ich, der Herr rede von sich – in der dritten Person, er sei Kuballa, ihn solle ich küssen, ich, ein unscheinbares, aber immerhin junges Ding, das schon an seinem schäbigen Rucksack leicht zu erkennen war als Honecker-Deutsche, wie die Polen uns, die sozialistisch regierten Angehörigen ihres Nachbarvolkes nannten, analog zu den Hitler-Deutschen, als die wir ihnen alle miteinander gegolten hatten, in den noch übleren Jahren vor jenen. – Doch der Herr beugte sich hinunter, ergriff einen fetten, struppigen Dackel, der ihm zu Füßen lag oder stand, das ließ sich bei dessen kurzbeiniger Trägheit nicht so schnell ausmachen, hielt ihn mir entgegen und wiederholte grinsend seinen Befehl: „Küss Kuballa!“

 

Lange_Mueller

Katja Lange-Müller (Berlijn, 13 februari 1951)

 

De Pakistaanse (Urdu) dichter Faiz Ahmed Faiz werd geboren op 13 februari 1911 in Sialkot. Hij studeerde Engelse en Arabische literaurr en sloot zich aan bij de schrijversbeweging in Punjab. Na de deling van India besloot hij zich in Pakistan te vestigen. Hij was uitgever van verschillende tijdschriften, waaronder de Pakistan Times. Vanaf 1951 zat hij vier jaar gevangen wegens een samenzwering tegen Liaquat Ali Khan. In deze tijd ontstonden de werken Dast-e-Saba (1953) en Zindanama (1956) die hem als dichter bekend maakten. Na de machtsovername van Zia-ul-Haq in 1979 ging hij in ballingschap naar Beirut.

 

 

Loneliness

Loneliness like a good, old friend
visits my house to pour wine in the evening.
And we sit together, waiting for the moon,
and for your face to sparkle in every shadow.

 

Last Night

Last night your lost memory visited my heart
as spring visits the wilderness quietly,
as the breeze echoes the silence of her footfalls
in the desert,
as peace slowly, softly descends on one’s sickness.

 

 

Vertaald door Azfar Hussain

 

faiz

Faiz Ahmed Faiz (13 februari 1911 – 20 november 1984)

 

De Argentijnse schrijver Ricardo Güiraldes werd geboren op 13 februari 1886 in Buenos Aires als kind van welgestelde landadel. Toen hij een jaar was trok zijn familie naar Europa waar hij al vroeg Duits en Frans leerde. Güiraldes studeerde architectuur, rechten en sociale wetenschappen, maar maakte de studies niet af. Wel maakte hij in 1910 uitgebreide reizen naar Europa, India, Japan, Rusland en het Nabije Oosten. Hij bleef in Parijs hangen en besloot schrijver te worden. In 1915 verscheen zijn eerste dichtbundel El cencerro de cristal. In 1917 verscheen de autobiografische roman Raucho. Het hoogtepunt uit zijn oeuvre is de in 1926 verschenen roman Don Segundo Sombra, handelend over de ideale gestalte van de gaucho, de Argentijnse held van de pampa.

 

Uit: Don Segundo Sombra

 

Quinze jours après les juments, étaient dressées. Don Segundo, homme de pratique et de patience, connaissait toutes les ressources du métier. Il passait la matinée dans le parc à manier ses bêtes : il les tapotait avec les couvertes pour les rendre moins chatouilleuses, il leur donnait des claques sur la croupe et le coup pour qu’elles ne craignent plus ses mainsions pour les habituer au bruit des ciseaux, les enlaçait par le poitrail pour qu’elles ne se dérobent pas quand il s’approchait d’elles. Graduellement et sans brusquerie il avait tenu les engagements du dresseur, et nous le voyions ouvrir les barrières et conduire les troupeaux de bouvillons avec ses bêtes fraîchement dressées.

– Les juments sont toutes douces dit-il à la fin au patron.

-Très bien, répondit Don Leandro. Suivez-les quelques jours car j’aurais du travail pour vous.”

 

Guiraldes

Ricardo Güiraldes (13 februari 1886 – 8 oktober 1927)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e februari ook mijn andere blog van vandaag.